2020-09-30 | BWBR0013111 | Besluit regionale meld- en coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten
This commit is contained in:
parent
4c4286e333
commit
dc6e25aff5
1 changed files with 6 additions and 3 deletions
|
|
@ -35,7 +35,8 @@ De specifieke uitkering, bedoeld in de artikelen 118h, vijfde lid en 118i1, vier
|
|||
a. een bij ministeriële regeling te bepalen vast bedrag,
|
||||
b. een bedrag dat wordt berekend door een bij ministeriële regeling te bepalen budget over de regio’s, bedoeld in artikel 1, te verdelen aan de hand van de in het tweede lid genoemde percentages en berekeningsmaatstaven,
|
||||
c. een bedrag dat wordt berekend door een bij ministeriële regeling te bepalen budget over de regio’s, bedoeld in artikel 1, te verdelen aan de hand van de in het tweede lid genoemde percentages en berekeningsmaatstaven, met dien verstande dat bij de berekeningsmaatstaven de volwassen inwoners van de bij ministeriële regeling aangewezen gemeenten die op grond van een andere regeling reeds een vergoeding voor de bestrijding van voortijdig schoolverlaten ontvangen, buiten beschouwing worden gelaten, en
|
||||
d. een bedrag dat wordt berekend door een bij ministeriële regeling te bepalen budget over de regio’s, bedoeld in artikel 1, te verdelen aan de hand van het door het Centraal Bureau voor de Statistiek op verzoek van Onze Minister berekende aantal 5- tot en met 17- jarige inwoners van de gemeenten in de regio op 1 januari van het jaar voorafgaande aan het jaar van de specifieke uitkering.
|
||||
d. een bedrag dat wordt berekend door een bij ministeriële regeling te bepalen budget over de regio’s, bedoeld in artikel 1, te verdelen aan de hand van het door het Centraal Bureau voor de Statistiek op verzoek van Onze Minister berekende aantal 5- tot en met 17- jarige inwoners van de gemeenten in de regio op 1 januari van het jaar voorafgaande aan het jaar van de specifieke uitkering,
|
||||
e. een bedrag per regio, bedoeld in artikel 1, zoals vastgesteld in een bij ministeriële regeling opgenomen bijlage.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -51,13 +52,15 @@ c. voor 20% aan de hand van het door het Centraal Bureau voor de Statistiek op v
|
|||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
De specifieke uitkering wordt behoudens de eventueel uit de rijksbegroting voortvloeiende maatregelen betaald in twee gelijke delen. Het eerste deel wordt betaald voor 1 maart en het tweede deel voor 1 oktober van het jaar waarvoor de specifieke uitkering is vastgesteld.
|
||||
**1.** Het gedeelte van de specifieke uitkering, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdelen a tot en met d, wordt behoudens de eventueel uit de rijksbegroting voortvloeiende maatregelen betaald in twee gelijke delen. Het eerste deel wordt betaald voor 1 maart en het tweede deel voor 1 oktober van het jaar waarvoor de specifieke uitkering is vastgesteld.
|
||||
|
||||
**2.** Het gedeelte van de specifieke uitkering, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel e, wordt behoudens de eventueel uit de rijksbegroting voortvloeiende maatregelen betaald in januari van het jaar waarvoor de specifieke uitkering is vastgesteld.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 2a. Overgangsbepaling specifieke uitkering 2019 en 2020
|
||||
|
||||
### Artikel 5a
|
||||
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 4 gelden tot en met 31 december 2020, voor wat betreft het gedeelte van de specifieke uitkering bestemd voor de uitvoering van het regionaal programma, bedoeld in artikel 118i, vierde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, artikel 8.3.4, vierde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs en artikel 162c1, vierde lid, van de Wet op de expertisecentra, de bedragen opgenomen in Bijlagen A en B bij dit besluit.
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 4 gelden tot en met 31 december 2020, voor wat betreft het gedeelte van de specifieke uitkering bestemd voor de uitvoering van het regionaal programma, bedoeld in artikel 118i, vierde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, artikel 8.3.4, vierde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs en artikel 162c1, vierde lid, van de Wet op de expertisecentra, de bedragen opgenomen in Bijlagen A en B bij dit besluit.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van artikel 5 wordt het gedeelte van de specifieke uitkering, bedoeld in het eerste lid, voor de kalenderjaren 2019 en 2020, behoudens de eventueel uit de rijksbegroting voortvloeiende maatregelen, betaald in januari van het desbetreffende kalenderjaar.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue