2016-10-01 | BWBR0005682 | Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek

This commit is contained in:
Coornhert 2016-10-01 12:00:00 +00:00
parent 650eddb0f5
commit dc7aec4da1

View file

@ -2510,15 +2510,24 @@ b. propedeutische fase: de propedeutische fase of, indien die fase niet is inges
### Artikel 7.53
**1.** Het instellingsbestuur kan per opleiding het aantal studenten vaststellen, dat ten hoogste voor de eerste maal kan worden ingeschreven voor de propedeutische fase van de desbetreffende opleiding. Deze vaststelling geschiedt voor een studiejaar. Voor 1 december van het kalenderjaar voorafgaande aan het studiejaar waarvoor de eerste vaststelling geschiedt, doet het instellingsbestuur hiervan mededeling aan Onze Minister. Voor een opleiding die na deze datum voor de eerste maal is opgenomen in het register, bedoeld in artikel 6.13, en waarvan het onderwijs zal aanvangen met ingang van het daaropvolgende studiejaar, geldt 1 april als uiterste datum voor de mededeling aan Onze Minister van de onderwijscapaciteit van die opleiding.
**1.** Het instellingsbestuur kan per opleiding in verband met de beschikbare onderwijscapaciteit het maximum aantal studenten vaststellen dat voor de eerste maal kan worden ingeschreven voor de propedeutische fase van de desbetreffende opleiding. De vaststelling geschiedt voor een studiejaar.
**2.** Indien uit de gegevens betreffende de aanmelding, bedoeld in artikel 7.37, vierde lid, blijkt dat het aantal eerste aanmeldingen van studenten voor de propedeutische fase van een opleiding meer bedraagt dan het aantal plaatsen dat het instellingsbestuur op grond van het eerste lid heeft vastgesteld, doet Onze Minister daarvan voor 1 april mededeling aan het instellingsbestuur. Het instellingsbestuur deelt Onze Minister voor 1 mei mee of het aanleiding ziet het aantal plaatsen te verhogen. Dit lid is niet van toepassing op opleidingen als bedoeld in de laatste volzin van het eerste lid.
**2.** Het instellingsbestuur selecteert de aspirant-studenten in verband met de beschikbare onderwijscapaciteit uitsluitend op grond van kwalitatieve criteria. Het aantal soorten kwalitatieve selectiecriteria bedraagt ten minste twee.
**3.** Indien ook na toepassing van het tweede lid bij een of meer instellingen die de desbetreffende opleiding verzorgen, het aantal aanmeldingen op 1 mei het aantal plaatsen overtreft, stelt Onze Minister vast dat een toelatingsbeperking van kracht is, waarna paragraaf 4a van deze titel wordt toegepast.
**3.** Het instellingsbestuur maakt tijdig de kwalitatieve selectiecriteria en de selectieprocedure bekend op grond waarvan de toelating zal plaatsvinden ingeval het aantal aspirant-studenten het maximum aantal, bedoeld in het eerste lid, zou overschrijden. Het instellingsbestuur stelt daartoe een reglement vast. Bij het vaststellen van het reglement houdt het instellingsbestuur rekening met de belangen van aspirant-studenten afkomstig uit de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba onderscheidenlijk Aruba, Curaçao en Sint Maarten.
**4.** Indien het instellingsbestuur in de verwachting verkeert dat het aantal inschrijvingen voor een opleiding meer zal bedragen dan het aantal plaatsen dat het instellingsbestuur op grond van het eerste lid heeft vastgesteld, is, in afwijking van de procedure van het tweede en derde lid, eveneens een toelatingsbeperking op die opleiding van kracht en wordt vervolgens paragraaf 4a van deze titel toegepast, mits het instellingsbestuur die opleiding daartoe voor 1 mei heeft aangemeld bij Onze Minister.
**4.** Het instellingsbestuur schrijft niet meer studenten in dan het maximum aantal dat het instellingsbestuur in verband met de beschikbare capaciteit heeft vastgesteld.
**5.** Indien een besluit ingevolge artikel 7.56 van toepassing is op de opleiding, blijft dit artikel buiten toepassing.
**5.** Indien ten aanzien van een opleiding een ministeriële regeling als bedoeld in artikel 7.56 is vastgesteld, blijft dit artikel buiten toepassing.
**6.** Voor 1 december van het kalenderjaar voorafgaande aan het studiejaar waarvoor de eerste vaststelling geschiedt, doet het instellingsbestuur hiervan mededeling aan Onze minister. Voor een opleiding die na deze datum voor de eerste maal is opgenomen in het register, bedoeld in artikel 6.13, en waarvan het onderwijs zal aanvangen met ingang van het daaropvolgende studiejaar, geldt 1 april als uiterste datum voor de mededeling aan Onze minister van de onderwijscapaciteit van die opleiding.
**7.**
Bij ministeriële regeling kunnen in ieder geval voorschriften worden vastgesteld met betrekking tot:
a. de aanmeldingsdatum voor selectie; en
b. indien een opleiding door meer dan één instelling als bedoeld in artikel 1.2, onder a, wordt verzorgd, het aantal selectieprocedures van een bepaalde opleiding waaraan een gegadigde in hetzelfde studiejaar kan deelnemen.
### Artikel 7.54
@ -2554,96 +2563,31 @@ Voor de toepassing van deze paragraaf gelden door universiteiten onderscheidenli
### Artikel 7.57a
**1.** De eerste inschrijving van een student voor de propedeutische fase van een opleiding, verbonden aan een universiteit of een hogeschool, waarvoor op grond van paragraaf 4 van deze titel een toelatingsbeperking van kracht is, geschiedt slechts met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens deze paragraaf, onverminderd het bepaalde bij of krachtens titel 2 van dit hoofdstuk.
**2.** De inschrijving geschiedt niet dan na overlegging van een door Onze Minister afgegeven bewijs van toelating, tenzij bij of krachtens deze paragraaf anders is bepaald.
**3.**
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
a. selectieprocedure: de procedure, beschreven in de artikelen 7.57b tot en met 7.57e;
b. lotingsprocedure: de procedure, beschreven in de artikelen 7.57b, eerste lid, tweede lid, aanhef en onder b tot en met e, derde en vierde lid, en 7.57c, tweede en derde lid;
c. opleiding: een bacheloropleiding;
d. propedeutische fase: de propedeutische fase of, indien die fase niet is ingesteld, de eerste periode in een bacheloropleiding met een studielast van 60 studiepunten;
e. universiteit: de universiteit, bedoeld in artikel 1.2, onderdeel a, en de levensbeschouwelijke universiteit, bedoeld in artikel 1.2, onderdeel c.
**4.** Bij ministeriële regeling worden voorschriften vastgesteld in verband met de afgifte en de geldigheidsduur van het bewijs van toelating.
Vervallen
### Artikel 7.57b
**1.** Onze Minister deelt degenen die op grond van artikel 7.24, eerste of tweede lid, inschrijving verlangen voor een opleiding, aan de hand van het behaalde gemiddelde eindexamencijfer in vijf klassen in.
**2.**
De in het eerste lid bedoelde klassen hebben als grenzen:
a. hoger dan of gelijk aan 8,
b. lager dan 8 maar hoger dan of gelijk aan 7,5,
c. lager dan 7,5 maar hoger dan of gelijk aan 7,
d. lager dan 7 maar hoger dan of gelijk aan 6,5 en
e. lager dan 6,5.
De klassen b tot en met e worden aangeduid als lotingsklassen.
**3.** De wijze van indeling in de klassen, bedoeld in het tweede lid, van degenen die een onderwijsvorm hebben afgerond waaraan geen cijferlijst is verbonden, wordt geregeld in de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 7.57a, vierde lid.
**4.** Onze Minister deelt degenen die op grond van de artikelen 7.28 of 7.29 zijn vrijgesteld van de in artikel 7.24, eerste of tweede lid, bedoelde vooropleidingseisen in de lotingsklasse, bedoeld in het tweede lid onder c, in.
**5.** Onze Minister deelt de door hem aangewezen aanstaande studenten uit Aruba, Curaçao, Sint Maarten en de openbare lichamen BES in de klasse, bedoeld in het tweede lid onder a, in. De wijze waarop die aanwijzing geschiedt, en het aantal aanstaande studenten dat ten hoogste kan worden aangewezen, wordt bepaald in de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 7.57a, vierde lid.
Vervallen
### Artikel 7.57c
**1.** Onze Minister verstrekt een bewijs van toelating aan degenen die zijn ingedeeld in de klasse, bedoeld in artikel 7.57b, tweede lid, onder a.
**2.** Onze Minister verstrekt aan degenen die in de lotingsklassen, bedoeld in artikel 7.57b, tweede lid, onder b tot en met e, zijn ingedeeld, en die door het lot zijn aangewezen, een bewijs van toelating.
**3.** Bij de loting, bedoeld in het tweede lid, verhouden de inlotingskansen, voorzover kleiner dan honderd procent, zich voor de in artikel 7.57b, tweede lid, onder b tot en met e, bedoelde lotingsklassen als respectievelijk 9 : 6 : 4 : 3.
**4.** In de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 7.57a, vierde lid, kan worden bepaald dat Onze Minister ten hoogste een in die regeling vast te stellen percentage van het aantal plaatsen per opleiding kan toewijzen aan gegadigden jegens wie uitloting een onbillijkheid van overwegende aard zou opleveren.
Vervallen
### Artikel 7.57d
**1.** Indien een opleiding door meer dan één universiteit wordt verzorgd, wordt de selectieprocedure voor die opleidingen gezamenlijk uitgevoerd. Daarbij worden de artikelen 7.57b en 7.57c toegepast, met inachtneming van het tweede en derde lid. De gegadigden delen aan Onze Minister de volgorde van hun voorkeur voor universiteiten mede.
**2.** Onze Minister bepaalt, zoveel mogelijk rekening houdend met de voorkeur van de aanstaande student, doch overigens aan de hand van het lot voor welke universiteit het bewijs van toelating geldt. Artikel 7.57c, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
**3.** Onze Minister kan ten hoogste vijf procent van het aantal plaatsen per opleiding toewijzen aan gegadigden die na toepassing van het tweede lid in het bezit zijn van een bewijs van toelating voor dezelfde opleiding aan een andere universiteit dan die van de eerste voorkeur, indien dit een onbillijkheid van overwegende aard zou opleveren.
Vervallen
### Artikel 7.57e
**1.** Met inachtneming van de toelatingsrechten, bedoeld in artikel 7.57c, eerste lid, kan een instellingsbestuur een door hem te bepalen percentage van de opleidingsplaatsen van een opleiding toewijzen aan door hemzelf geselecteerde gegadigden die naar zijn oordeel beschikken over bijzondere kwalificaties.
**2.**
Indien het instellingsbestuur toepassing geeft aan het eerste lid, maakt het tijdig bekend:
a. de kwalitatieve selectiecriteria die het in aanmerking wil nemen, waarvan het aantal ten minste twee bedraagt,
b. de regels van administratieve aard, voorzover niet voortvloeiend uit het vierde lid,
c. het percentage, bedoeld in het eerste lid, en
d. of gegadigden een, twee dan wel drie maal tot deelname aan de selectieprocedure kunnen worden toegelaten.
**3.** Tot de bijzondere kwalificaties, bedoeld in het eerste en tweede lid, kunnen mede de behaalde eindexamencijfers behoren. In dat geval bedraagt het aantal bijzondere kwalificaties, bedoeld in het tweede lid, onder a, ten minste twee.
**4.** De gegadigde die in aanmerking wenst te komen voor de selectie, bedoeld in het eerste lid, wordt op zijn verzoek door Onze Minister aan het desbetreffende instellingsbestuur bekendgemaakt, mits hij aan de lotingsprocedure blijft deelnemen.
**5.** In de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 7.57a, vierde lid, worden nadere voorschriften opgenomen voor de toepassing van dit artikel.
Vervallen
### Artikel 7.57f
**1.** Indien krachtens artikel 7.25 nadere vooropleidingseisen zijn gesteld, kan aan de selectieprocedure uitsluitend worden deelgenomen door degene die ten genoegen van Onze Minister het bewijs levert, dat door hem uiterlijk op een in de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 7.57a, vierde lid, te bepalen tijdstip aan die eisen wordt voldaan.
**2.** Indien na toepassing van het eerste lid blijkt dat bij een of meer instellingen die toepassing hebben gegeven aan artikel 7.25, vierde lid, tweede volzin, nog plaatsen beschikbaar zijn, vindt, in afwijking van het eerste lid, alsnog selectie plaats van degenen die zich overeenkomstig het bepaalde krachtens artikel 7.37, vierde lid, hebben aangemeld, doch niet voldoen aan de krachtens artikel 7.25 gestelde nadere vooropleidingseisen. Deze selectie geschiedt met toepassing van artikel 7.57c, eerste lid, en met overeenkomstige toepassing van de lotingsprocedure. In de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 7.57a, vierde lid, kunnen voor de toepassing van dit lid nadere regels worden gesteld.
**3.** Degene die heeft deelgenomen aan de lotingsprocedure voor een bepaalde opleiding en geen bewijs van toelating heeft verkregen, kan nadien nog ten hoogste twee maal aan de lotingsprocedure voor die opleiding deelnemen.
**4.** Bij de toepassing van het tweede lid telt deelname aan de lotingsprocedure voor het studiejaar 19981999 of eerdere studiejaren niet mee. Bovendien telt deelname aan de lotingsprocedure voor het studiejaar 19992000 niet mee voor degene die voor dat studiejaar voor de eerste maal aan de lotingsprocedure voor dezelfde opleiding heeft deelgenomen.
**5.** Aan de selectieprocedure kan niet worden deelgenomen door degene die voor een opleiding is ingeschreven of in enig studiejaar was ingeschreven en inschrijving wenst voor dezelfde opleiding aan een andere instelling.
Vervallen
### Artikel 7.57g
In afwijking van de artikelen 6:7 en 7:10 van de Algemene wet bestuursrecht bedraagt de termijn twee weken voor het indienen van een bezwaarschrift tegen een besluit van Onze Minister inzake afgifte van een bewijs van toelating, onderscheidenlijk vier weken na ontvangst van het bezwaarschrift voor de beslissing van Onze Minister.
Vervallen
#### Paragraaf 5. Overige bepalingen