2016-08-01 | BWBR0002399 | Wet op het voortgezet onderwijs

This commit is contained in:
Coornhert 2016-08-01 12:00:00 +00:00
parent 2353b86ec9
commit dc84cbc74a

View file

@ -217,8 +217,6 @@ b. aan afdelingen als bedoeld in artikel 8, onderdeel b, omvat ten minste 1.700
**4.** Bij ministeriële regeling kunnen begin en eind van vakanties worden vastgesteld, die niet voor alle scholen gelijk behoeven te zijn. Daarbij kan het aantal dagen, genoemd in het eerste lid, voor een daarbij aan te geven groep scholen hoger of lager worden vastgesteld indien dit noodzakelijk is in verband met de spreiding van de landelijk vastgestelde vakanties over verschillende delen van Nederland.
**5.** De algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het derde lid, wordt aan de beide Kamers der Staten-Generaal overgelegd. De maatregel treedt niet in werking dan nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken en niet door of namens een van beide Kamers de wens wordt te kennen gegeven dat het in die maatregel geregelde onderwerp bij de wet wordt geregeld. Alsdan wordt een daartoe strekkend wetsvoorstel zo spoedig mogelijk ingediend.
### Artikel 6h
**1.** Indien een leerling gedurende een deel van het onderwijsprogramma onderwijs ontvangt op een school voor voortgezet speciaal onderwijs, op een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, dan wel op een instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra, telt de tijd gedurende welke de leerling dit onderwijs ontvangt mee voor het aantal uren onderwijs dat de leerling ten minste moet ontvangen.
@ -248,7 +246,7 @@ Middelbaar algemeen voortgezet onderwijs is het onderwijs dat is ingericht ter v
**2.**
De theoretische leerweg omvat een door het bevoegd gezag in te richten in schooltijd verzorgd samenhangend onderwijsprogramma. Het programma is gericht op:
Het onderwijs aan scholen voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs is met ingang van het derde leerjaar ingericht volgens profielen. Een profiel is een in schooltijd verzorgd samenhangend onderwijsprogramma, zodanig ingericht dat het biedt:
a. een algemene maatschappelijke voorbereiding en persoonlijke vorming,
b. een voorbereiding op naar inhoud verwante opleidingen in het aansluitend beroepsonderwijs, en
@ -256,7 +254,7 @@ c. een voorbereiding op het hoger algemeen voortgezet onderwijs.
**3.**
Het onderwijs in de theoretische leerweg wordt met ingang van het derde leerjaar gegeven in de volgende sectoren:
De school verzorgt alle profielen. De profielen zijn:
a. techniek,
b. zorg en welzijn,
@ -265,92 +263,97 @@ d. landbouw.
**4.**
Het onderwijs in de theoretische leerweg bestaat voor elke sector uit:
Elk profiel bestaat uit:
a. een gemeenschappelijk deel, dat voor alle sectoren gelijk is,
b. een sectordeel, dat kenmerkend is voor die sector, en
a. een gemeenschappelijk deel, dat voor alle profielen gelijk is,
b. een profieldeel, dat kenmerkend is voor dat profiel, en
c. een vrij deel, dat bestaat uit door de leerling te kiezen vakken en andere programma-onderdelen.
**5.** Het gemeenschappelijk deel van de theoretische leerweg omvat Nederlandse taal, Engelse taal, maatschappijleer, lichamelijke opvoeding en ten minste één van de vakken behorende tot de beeldende vorming, muziek, dans of drama.
**5.** Het gemeenschappelijk deel van elk profiel in de theoretische leerweg omvat Nederlandse taal, Engelse taal, maatschappijleer, lichamelijke opvoeding en ten minste één van de vakken behorende tot de beeldende vorming, muziek, dans of drama.
**6.**
Het sectordeel van de theoretische leerweg omvat wat betreft:
Het profieldeel van de theoretische leerweg omvat wat betreft:
a. de sector techniek: wiskunde en natuur- en scheikunde I,
b. de sector zorg en welzijn: biologie en, ter keuze van de leerling, wiskunde, maatschappijleer II, geschiedenis en staatsinrichting, of aardrijkskunde, met dien verstande dat het bevoegd gezag beslist welke van de laatste drie vakken wordt of worden aangeboden,
c. de sector economie: economie en, ter keuze van de leerling, wiskunde, Franse taal of Duitse taal,
d. de sector landbouw: wiskunde en, ter keuze van de leerling, biologie of natuur- en scheikunde I.
a. het profiel techniek: wiskunde en natuur- en scheikunde I,
b. het profiel zorg en welzijn: biologie en, ter keuze van de leerling, wiskunde, maatschappijkunde, geschiedenis en staatsinrichting, of aardrijkskunde, met dien verstande dat het bevoegd gezag beslist welke van de laatste drie vakken wordt of worden aangeboden,
c. het profiel economie: economie en, ter keuze van de leerling, wiskunde, Franse taal of Duitse taal,
d. het profiel landbouw: wiskunde en, ter keuze van de leerling, biologie of natuur- en scheikunde I.
**7.**
Het vrije deel van de theoretische leerweg:
a. omvat door de leerling te kiezen vakken, genoemd in het zesde lid,
b. kan omvatten natuur- en scheikunde II, Spaanse taal, Turkse taal, Arabische taal, vakken behorende tot de beeldende vorming, muziek, dans, drama, Friese taal en cultuur en lichamelijke opvoeding, door de leerling te kiezen, en
b. kan omvatten natuur- en scheikunde II, Spaanse taal, Turkse taal, Arabische taal, vakken behorende tot de beeldende vorming, muziek, dans, drama, Friese taal en cultuur, lichamelijke opvoeding 2 en informatietechnologie, door de leerling te kiezen, en
c. kan omvatten door het bevoegd gezag vast te stellen vakken en programma-onderdelen.
**7a.** Het bevoegd gezag stelt de leerling in de gelegenheid om, indien de leerling dat wenst, naast het onderwijsprogramma, bestaande uit de in het vierde lid bedoelde delen, beroepsgerichte keuzevakken als bedoeld in artikel 10d te volgen. Het achtste en tiende lid van artikel 10d zijn van overeenkomstige toepassing.
**8.** Het bevoegd gezag beslist welke keuzetaal, genoemd in het zesde lid, onderdeel c, en welke vakken, genoemd in het zevende lid, onderdeel b, worden aangeboden. Het bevoegd gezag kan tevens beslissen dat door het bevoegd gezag aan te wijzen vakken en andere programma-onderdelen, bedoeld in het zevende lid, onderdeel c, door alle leerlingen in het vrije deel moeten worden gevolgd.
**9.** Het bevoegd gezag kan de leerling in de gelegenheid stellen, in plaats van de vakken, genoemd in het vijfde, zesde en zevende lid, onderdeel b, de overeenkomstige vakken, genoemd in dan wel aangewezen op grond van de artikelen 13 en 14 te volgen.
**10.** Bij algemene maatregel van bestuur worden voorschriften vastgesteld over de mogelijkheid van vrijstelling en de bevoegdheid van het bevoegd gezag om ontheffing te verlenen van onderdelen van dit artikel. Onverminderd het zesde en zevende lid, kan bij algemene maatregel van bestuur worden vastgesteld het door alle leerlingen in het derde leerjaar te volgen minimum aantal vakken waarin eindexamen kan worden afgelegd, alsmede welke vakken het betreft.
**11.** De in het tiende lid bedoelde algemene maatregel van bestuur wordt aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd. De maatregel treedt niet in werking dan nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken en gedurende die termijn niet door of namens een van beide kamers de wens wordt te kennen gegeven dat het in die maatregel geregelde onderwerp bij de wet wordt geregeld. Alsdan wordt een daartoe strekkend wetsvoorstel zo spoedig mogelijk ingediend.
### Artikel 10a
Voorbereidend beroepsonderwijs is het onderwijs dat is ingericht ter voorbereiding op aansluitend beroepsonderwijs, bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen b, c en d, van de Wet educatie en beroepsonderwijs en dat mede algemene vorming omvat. Het voorbereidend beroepsonderwijs wordt gegeven aan scholen met een cursusduur van vier jaren.
### Artikel 10b
**1.** Aan scholen voor voorbereidend beroepsonderwijs wordt, in elke afdeling als bedoeld in artikel 10c, onderwijs in de basisberoepsgerichte leerweg en de kaderberoepsgerichte leerweg gegeven.
**1.** Aan scholen voor voorbereidend beroepsonderwijs wordt, in elk profiel als bedoeld in het derde lid, onderwijs in de basisberoepsgerichte leerweg en de kaderberoepsgerichte leerweg gegeven.
**2.**
De beroepsgerichte leerwegen omvatten een door het bevoegd gezag in te richten in schooltijd verzorgd samenhangend onderwijsprogramma. Het programma is gericht op:
Het onderwijs aan scholen voor voorbereidend beroepsonderwijs is met ingang van het derde leerjaar ingericht volgens profielen. Een profiel is een in schooltijd verzorgd samenhangend onderwijsprogramma, zodanig ingericht dat het biedt:
a. een algemene maatschappelijke voorbereiding en persoonlijke vorming, en
b. een voorbereiding op naar inhoud verwante opleidingen in het aansluitend beroepsonderwijs.
**3.**
Het onderwijs in de beroepsgerichte leerwegen wordt met ingang van het derde leerjaar gegeven in een of meer van de volgende sectoren:
De school verzorgt één of meer profielen. De profielen zijn:
a. techniek,
b. zorg en welzijn,
c. economie, en
d. landbouw.
a. bouwen, wonen en interieur,
b. produceren, installeren en energie,
c. mobiliteit en transport,
d. media, vormgeving en ICT,
e. maritiem en techniek,
f. zorg en welzijn,
g. economie en ondernemen,
h. horeca, bakkerij en recreatie,
i. groen,
j. dienstverlening en producten.
**4.**
Het onderwijs in de beroepsgerichte leerwegen bestaat voor elke sector uit:
Elk profiel bestaat uit:
a. een gemeenschappelijk deel, dat voor alle sectoren gelijk is,
b. een sectordeel, dat kenmerkend is voor die sector, en
c. een vrij deel, dat bestaat uit door de leerling te kiezen afdelingsvakken, intrasectorale programmas of intersectorale programmas.
a. een gemeenschappelijk deel, dat voor alle profielen gelijk is,
b. een profieldeel, dat kenmerkend is voor dat profiel, en
c. een vrij deel, dat bestaat uit door de leerling te kiezen vakken en andere programma-onderdelen.
**5.** Het gemeenschappelijk deel van de beroepsgerichte leerwegen omvat Nederlandse taal, Engelse taal, maatschappijleer, lichamelijke opvoeding en ten minste één van de vakken behorende tot de beeldende vorming, muziek, dans of drama.
**5.** Het gemeenschappelijk deel van elk profiel in de beroepsgerichte leerwegen omvat Nederlandse taal, Engelse taal, maatschappijleer, lichamelijke opvoeding en ten minste één van de vakken behorende tot de beeldende vorming, muziek, dans of drama.
**6.**
Het sectordeel van de basisberoepsgerichte leerweg omvat wat betreft:
Het profieldeel van de beroepsgerichte leerwegen omvat het bij het betreffende profiel behorende profielvak en, wat betreft:
a. de sector techniek: wiskunde en natuur- en scheikunde I,
b. de sector zorg en welzijn: biologie en, ter keuze van de leerling, wiskunde, maatschappijleer II, geschiedenis en staatsinrichting, of aardrijkskunde, met dien verstande dat het bevoegd gezag beslist welke van de laatste drie vakken wordt of worden aangeboden,
c. de sector economie: economie en, ter keuze van de leerling, wiskunde, Franse taal of Duitse taal,
d. de sector landbouw: wiskunde en, ter keuze van de leerling, biologie of natuur- en scheikunde I.
De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing op de kaderberoepsgerichte leerweg.
a. de profielen, genoemd in het derde lid, onderdelen a tot en met e: wiskunde en natuur- en scheikunde I,
b. het profiel, genoemd in het derde lid, onderdeel f: biologie en, ter keuze van de leerling, wiskunde, maatschappijkunde, geschiedenis en staatsinrichting, of aardrijkskunde, met dien verstande dat het bevoegd gezag beslist welke van de laatste drie vakken wordt of worden aangeboden,
c. de profielen, genoemd in het derde lid, onderdelen g en h: economie en, ter keuze van de leerling, wiskunde, Franse taal of Duitse taal,
d. het profiel genoemd in het derde lid, onderdeel i: wiskunde en, ter keuze van de leerling, biologie of natuur- en scheikunde I,
e. het profiel genoemd in het derde lid, onderdeel j: ter keuze van de leerling twee van de vakken wiskunde, economie, biologie en natuur- en scheikunde I.
**7.**
Het vrije deel van de beroepsgerichte leerwegen:
Het vrije deel van elk profiel in de beroepsgerichte leerwegen:
a. omvat door de leerling te kiezen bij de sector behorende afdelingsvakken, intrasectorale programmas of intersectorale programmas,
a. omvat door de leerling te kiezen beroepsgerichte keuzevakken,
b. kan omvatten door het bevoegd gezag vast te stellen vakken en programma-onderdelen.
**8.** Het bevoegd gezag beslist welke keuzetaal, genoemd in het zesde lid, onderdeel c, en welke vakken, genoemd in het zevende lid, onderdeel a, worden aangeboden. Het bevoegd gezag kan tevens beslissen dat door het bevoegd gezag aan te wijzen vakken en andere programma-onderdelen, bedoeld in het zevende lid, onderdeel b, door alle leerlingen in het vrije deel moeten worden gevolgd.
**8.** Het bevoegd gezag beslist welke keuzetaal, genoemd in het zesde lid, onderdeel c, en welke beroepsgerichte keuzevakken, bedoeld in het zevende lid, onderdeel a, worden aangeboden. Het bevoegd gezag kan tevens beslissen dat door het bevoegd gezag aan te wijzen vakken en andere programma-onderdelen, bedoeld in het zevende lid, onderdeel b, door alle leerlingen in het vrije deel moeten worden gevolgd.
**9.**
@ -365,13 +368,11 @@ d. een of meer bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen extra vakken te
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden vastgesteld:
a. de afdelingsvakken, intrasectorale programmas en intersectorale programmas, bedoeld in het zevende lid, onderdeel a,
b. voorschriften met betrekking tot intrasectorale programmas en intersectorale programmas, met inbegrip van voorschriften waarin de voorwaarden zijn opgenomen waaronder kan worden afgeweken van het eerste lid alsmede de voorwaarden waaronder aan een agrarisch opleidingscentrum voor zover het betreft het voorbereidend beroepsonderwijs binnen het kader van regionale samenwerking als bedoeld in artikel 72 een intersectoraal programma kan worden verzorgd, en
a. de profielvakken, bedoeld in het zesde lid,
b. voorschriften met betrekking tot de beroepsgerichte keuzevakken, bedoeld in het zevende lid, onderdeel a, en
c. voorschriften over de mogelijkheid van vrijstelling en de bevoegdheid van het bevoegd gezag om ontheffing te verlenen van onderdelen van dit artikel.
Onverminderd het zesde en zevende lid, kan bij algemene maatregel van bestuur worden vastgesteld het door alle leerlingen in het derde leerjaar te volgen minimum aantal vakken waarin eindexamen kan worden afgelegd, alsmede welke vakken het betreft.
**11.** De in het tiende lid bedoelde algemene maatregel van bestuur wordt aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd. De maatregel treedt niet in werking dan nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken en gedurende die termijn niet door of namens een van beide kamers de wens wordt te kennen gegeven dat het in die maatregel geregelde onderwerp bij de wet wordt geregeld. Alsdan wordt een daartoe strekkend wetsvoorstel zo spoedig mogelijk ingediend.
**11.** Onverminderd het zesde en zevende lid, kan bij algemene maatregel van bestuur worden vastgesteld het door alle leerlingen in het derde leerjaar te volgen minimum aantal vakken waarin eindexamen kan worden afgelegd, alsmede welke vakken het betreft.
### Artikel 10b1
@ -500,31 +501,7 @@ g. de doorstroom van de leerlingen na het met goed gevolg afsluiten van de entre
### Artikel 10c
De sectoren, genoemd in artikel 10b, derde lid, omvatten elk een of meer afdelingen, onderscheiden als volgt:
a. de sector techniek:
1. bouwtechniek,
2. metaaltechniek,
3. elektrotechniek,
4. voertuigentechniek,
5. installatietechniek,
6. grafimedia,
7. transport en logistiek,
8. afdelingen, aangewezen ingevolge artikel 24, vijfde lid,
b. de sector zorg en welzijn:
1. verzorging,
2. uiterlijke verzorging,
c. de sector economie:
1. administratie,
2. handel en verkoop,
3. mode en commercie,
4. consumptief,
d. de sector landbouw:
landbouw en natuurlijke omgeving.
Vervallen
### Artikel 10d
@ -540,49 +517,56 @@ b. een vestiging van een agrarisch opleidingscentrum wat het daarin verzorgde vo
**2.**
De gemengde leerweg omvat een door het bevoegd gezag in te richten in schooltijd verzorgd samenhangend onderwijsprogramma. Het programma is gericht op:
Het onderwijs in de gemengde leerweg is met ingang van het derde leerjaar ingericht volgens profielen. Een profiel is een in schooltijd verzorgd samenhangend onderwijsprogramma, zodanig ingericht dat het biedt:
a. een algemene maatschappelijke voorbereiding en persoonlijke vorming, en
b. een voorbereiding op naar inhoud verwante opleidingen in het aansluitend beroepsonderwijs.
**3.**
Het onderwijs in de gemengde leerweg wordt met ingang van het derde leerjaar gegeven in een of meer van de volgende sectoren:
De school verzorgt één of meer profielen. De profielen zijn:
a. techniek,
b. zorg en welzijn,
c. economie, en
d. landbouw.
a. bouwen, wonen en interieur,
b. produceren, installeren en energie,
c. mobiliteit en transport,
d. media, vormgeving en ICT,
e. maritiem en techniek,
f. zorg en welzijn,
g. economie en ondernemen,
h. horeca, bakkerij en recreatie,
i. groen,
j. dienstverlening en producten.
**4.**
Het onderwijs in de gemengde leerweg bestaat voor elke sector uit:
Elk profiel bestaat uit:
a. een gemeenschappelijk deel, dat voor alle sectoren gelijk is,
b. een sectordeel, dat kenmerkend is voor die sector, en
c. een vrij deel, dat bestaat uit een door de leerling te kiezen afdelingsvak, intrasectorale programmas of intersectorale programmas.
a. een gemeenschappelijk deel, dat voor alle profielen gelijk is,
b. een profieldeel, dat kenmerkend is voor dat profiel, en
c. een vrij deel, dat bestaat uit door de leerling te kiezen vakken en andere programma-onderdelen.
**5.** Het gemeenschappelijk deel van de gemengde leerweg omvat Nederlandse taal, Engelse taal, maatschappijleer, lichamelijke opvoeding en ten minste één van de vakken behorende tot de beeldende vorming, muziek, dans of drama.
**5.** Het gemeenschappelijk deel van elk profiel in de gemengde leerweg omvat Nederlandse taal, Engelse taal, maatschappijleer, lichamelijke opvoeding en ten minste één van de vakken behorende tot de beeldende vorming, muziek, dans of drama.
**6.**
Het sectordeel van de gemengde leerweg omvat wat betreft:
Het profieldeel van de gemengde leerweg omvat het bij het betreffende profiel behorende profielvak en, wat betreft:
a. de sector techniek: wiskunde en natuur- en scheikunde I,
b. de sector zorg en welzijn: biologie en, ter keuze van de leerling, wiskunde, maatschappijleer II, geschiedenis en staatsinrichting, of aardrijkskunde, met dien verstande dat het bevoegd gezag beslist welke van de laatste drie vakken wordt of worden aangeboden,
c. de sector economie: economie en, ter keuze van de leerling, wiskunde, Franse taal of Duitse taal,
d. de sector landbouw: wiskunde en, ter keuze van de leerling, biologie of natuur- en scheikunde I.
a. de profielen, genoemd in het derde lid, onderdelen a tot en met e: wiskunde en natuur- en scheikunde I,
b. het profiel, genoemd in het derde lid, onderdeel f: biologie en, ter keuze van de leerling, wiskunde, maatschappijkunde, geschiedenis en staatsinrichting, of aardrijkskunde, met dien verstande dat het bevoegd gezag beslist welke van de laatste drie vakken wordt of worden aangeboden,
c. de profielen, genoemd in het derde lid, onderdelen g en h: economie en, ter keuze van de leerling, wiskunde, Franse taal of Duitse taal,
d. het profiel genoemd in het derde lid, onderdeel i: wiskunde en, ter keuze van de leerling, biologie of natuur- en scheikunde I,
e. het profiel genoemd in het derde lid, onderdeel j: ter keuze van de leerling twee van de vakken wiskunde, economie, biologie en natuur- en scheikunde I.
**7.**
Het vrije deel van de gemengde leerweg:
Het vrije deel van elk profiel in de gemengde leerweg:
a. omvat door de leerling te kiezen vakken, genoemd in het zesde lid,
b. omvat door de leerling te kiezen bij de sector behorende afdelingsvakken, intrasectorale programmas of intersectorale programmas,
c. kan omvatten natuur- en scheikunde II, Spaanse taal, Turkse taal, Arabische taal, vakken behorende tot de beeldende vorming, muziek, dans, drama, Friese taal en cultuur en lichamelijke opvoeding, door de leerling te kiezen, en
b. omvat door de leerling te kiezen beroepsgerichte keuzevakken,
c. kan omvatten natuur- en scheikunde II, Spaanse taal, Turkse taal, Arabische taal, vakken behorende tot de beeldende vorming, muziek, dans, drama, Friese taal en cultuur, lichamelijke opvoeding 2 en informatietechnologie, door de leerling te kiezen, en
d. kan omvatten door het bevoegd gezag vast te stellen vakken en programma-onderdelen.
**8.** Het bevoegd gezag beslist welke keuzetaal, genoemd in het zesde lid, onderdeel c, en welke vakken, genoemd in het zevende lid, onderdelen b en c, worden aangeboden. Het bevoegd gezag kan tevens beslissen dat door het bevoegd gezag aan te wijzen vakken en andere programma-onderdelen, bedoeld in het zevende lid, onderdeel d, door alle leerlingen in het vrije deel moeten worden gevolgd.
**8.** Het bevoegd gezag beslist welke keuzetaal, genoemd in het zesde lid, onderdeel c, welke beroepsgerichte keuzevakken, bedoeld in het zevende lid, onderdeel b, en welke vakken, genoemd in het zevende lid, onderdeel c, worden aangeboden. Het bevoegd gezag kan tevens beslissen dat door het bevoegd gezag aan te wijzen vakken en andere programma-onderdelen, bedoeld in het zevende lid, onderdeel d, door alle leerlingen in het vrije deel moeten worden gevolgd.
**9.** Het bevoegd gezag kan de leerling in de gelegenheid stellen, in plaats van de vakken, genoemd in het vijfde, zesde en zevende lid, onderdeel c, de overeenkomstige vakken, genoemd in dan wel aangewezen op grond van de artikelen 13 en 14 te volgen.
@ -590,13 +574,11 @@ d. kan omvatten door het bevoegd gezag vast te stellen vakken en programma-onder
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden vastgesteld:
a. de afdelingsvakken, intrasectorale programmas en intersectorale programmas, bedoeld in het zevende lid, onderdeel b,
b. voorschriften met betrekking tot intrasectorale programmas en intersectorale programmas, met inbegrip van voorschriften waarin de voorwaarden zijn opgenomen waaronder aan een agrarisch opleidingscentrum voor zover het betreft het voorbereidend beroepsonderwijs binnen het kader van regionale samenwerking als bedoeld in artikel 72 een intersectoraal programma kan worden verzorgd, en
a. de profielvakken, bedoeld in het zesde lid,
b. voorschriften met betrekking tot de beroepsgerichte keuzevakken, bedoeld in het zevende lid, onderdeel b, en
c. voorschriften over de mogelijkheid van vrijstelling en de bevoegdheid van het bevoegd gezag om ontheffing te verlenen van onderdelen van dit artikel.
Onverminderd het zesde en zevende lid, kan bij algemene maatregel van bestuur worden vastgesteld het door alle leerlingen in het derde leerjaar te volgen minimum aantal vakken waarin eindexamen kan worden afgelegd, alsmede welke vakken het betreft.
**11.** De in het tiende lid bedoelde algemene maatregel van bestuur wordt aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd. De maatregel treedt niet in werking dan nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken en gedurende die termijn niet door of namens een van beide kamers de wens wordt te kennen gegeven dat het in die maatregel geregelde onderwerp bij de wet wordt geregeld. Alsdan wordt een daartoe strekkend wetsvoorstel zo spoedig mogelijk ingediend.
**11.** Onverminderd het zesde en zevende lid, kan bij algemene maatregel van bestuur worden vastgesteld het door alle leerlingen in het derde leerjaar te volgen minimum aantal vakken waarin eindexamen kan worden afgelegd, alsmede welke vakken het betreft.
### Artikel 10e
@ -631,8 +613,6 @@ Het praktijkonderwijs wordt zodanig ingericht dat de leerlingen per schooljaar t
**5.** Bij algemene maatregel van bestuur worden voorschriften vastgesteld met betrekking tot de vakken die het praktijkonderwijs omvat, alsmede met betrekking tot het aantal uren dat het onderricht in de praktijk van de uitoefening van een vak of beroep gedurende een schoolweek ten hoogste omvat.
**6.** De in het vijfde lid bedoelde algemene maatregel van bestuur wordt aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd. De maatregel treedt niet in werking dan nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken en gedurende die termijn niet door of namens een van beide kamers de wens wordt te kennen gegeven dat het in die maatregel geregelde onderwerp bij de wet wordt geregeld. Alsdan wordt een daartoe strekkend wetsvoorstel zo spoedig mogelijk ingediend.
### Artikel 10g
**1.** Aan de ouders van een leerling van wie het bevoegd gezag van de school waar de leerling zich aanmeldt dan wel van de school waaraan de leerling is ingeschreven, redelijkerwijs kan aannemen dat deze niet in staat is het onderwijs in een van de leerwegen, genoemd in de artikelen 10, 10b en 10d, al dan niet in combinatie met leerwegondersteunend onderwijs, bedoeld in artikel 10e, met een diploma of getuigschrift voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 29, derde lid, af te sluiten, kan het bevoegd gezag voorstellen deze leerling in plaats daarvan praktijkonderwijs te doen volgen.
@ -662,12 +642,10 @@ Vervallen
### Artikel 11a
Het onderwijs in de eerste twee leerjaren wordt zodanig ingericht dat met behoud van keuzevrijheid de doorstroming van leerlingen wordt bevorderd naar een van de sectoren, bedoeld in de artikelen 10, 10b of 10d of naar het derde leerjaar voorbereidend wetenschappelijk onderwijs en hoger algemeen voortgezet onderwijs en vervolgens naar de periode van voorbereidend hoger onderwijs, bedoeld in artikel 12.
Het onderwijs in de eerste twee leerjaren wordt zodanig ingericht dat met behoud van keuzevrijheid de doorstroming van leerlingen wordt bevorderd naar een van de profielen, bedoeld in de artikelen 10, 10b of 10d of naar het derde leerjaar voorbereidend wetenschappelijk onderwijs en hoger algemeen voortgezet onderwijs en vervolgens naar de periode van voorbereidend hoger onderwijs, bedoeld in artikel 12.
### Artikel 11b
**1.**
Bij algemene maatregel van bestuur worden kerndoelen vastgesteld, waarbij aandacht wordt besteed aan aspecten van:
a. Nederlandse taal,
@ -684,8 +662,6 @@ k. techniek,
l. lichamelijke opvoeding, en
m. beeldende vorming, muziek, drama en dans.
**2.** De algemene maatregel van bestuur wordt aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd. Een maatregel treedt niet in werking dan nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken.
### Artikel 11c
**1.**
@ -697,9 +673,7 @@ b. in de eerste twee leerjaren worden gezamenlijk ten minste 1425 uren onderwijs
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voorschriften worden gegeven voor het verzorgen van onderwijs in de eerste twee leerjaren naast het onderwijs dat wordt verzorgd op basis van de kerndoelen.
**3.** De algemene maatregel van bestuur wordt aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd. Een maatregel treedt niet in werking dan nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken.
**4.** Het bevoegd gezag beschikt over geordende gegevens met betrekking tot de toepassing van het eerste lid.
**3.** Het bevoegd gezag beschikt over geordende gegevens met betrekking tot de toepassing van het eerste lid.
### Artikel 11d
@ -917,8 +891,6 @@ c. door het bevoegd gezag vast te stellen vakken en andere programma-onderdelen.
### Artikel 15
**1.**
Bij algemene maatregel van bestuur wordt met betrekking tot de profielen, bedoeld in artikel 12, tweede lid, vastgesteld:
a. het relatieve gewicht van elk van de vakken binnen het geheel van de vakken van het eindexamen, uitgedrukt in een normatieve studielast per vak,
@ -926,8 +898,6 @@ b. de nadere ordening van de vakken, genoemd in de artikelen 13 en 14, met het o
c. voorschriften over vakken en andere programma-onderdelen, bedoeld in artikel 13, zevende lid, en artikel 14, zesde lid, die het bevoegd gezag aanwijst, behalve godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs aan bijzondere scholen, en
d. voorschriften over de mogelijkheid van vrijstelling en de bevoegdheid van het bevoegd gezag om ontheffing te verlenen van onderdelen van de artikelen 13 en 14.
**2.** De in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur wordt aan de beide Kamers der Staten-Generaal overgelegd. De maatregel treedt niet in werking dan nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken en gedurende die termijn niet door of namens een van beide Kamers de wens wordt te kennen gegeven dat het in die maatregel geregelde onderwerp bij de wet wordt geregeld. Alsdan wordt een daartoe strekkend wetsvoorstel zo spoedig mogelijk ingediend.
### Artikel 16
**1.** Een scholengemeenschap omvat een school of inrichting in de zin van deze wet, en een of meer andere al dan niet in deze wet bedoelde scholen, inrichtingen of instellingen, die niet zijn instellingen voor hoger onderwijs.
@ -945,7 +915,7 @@ Op een nevenvestiging kan in elk geval onderwijs worden verzorgd
a. in de eerste drie leerjaren aan een school voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in artikel 7, of aan een school voor hoger algemeen voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 8, en
b. in de eerste twee leerjaren aan een school voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 10, of aan een school voor voorbereidend beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 10a.
**6.** Op een tijdelijke nevenvestiging kan onderwijs worden verzorgd in dezelfde schoolsoorten als bedoeld in artikel 5, in dezelfde afdelingen als bedoeld in artikel 10c, en in dezelfde leerjaren als op de hoofdvestiging of nevenvestiging, bedoeld in het derde lid.
**6.** Op een tijdelijke nevenvestiging kan onderwijs worden verzorgd in dezelfde schoolsoorten als bedoeld in artikel 5, in dezelfde profielen als bedoeld in de artikelen 10b en 10d, en in dezelfde leerjaren als op de hoofdvestiging of nevenvestiging, bedoeld in het derde lid.
### Artikel 17
@ -1101,7 +1071,7 @@ c. in voorkomend geval welk onderwijs de school verzorgt met toepassing van arti
### Artikel 22
**1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden voor de scholen voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, algemeen voortgezet onderwijs en voorbereidend beroepsonderwijs voorschriften vastgesteld omtrent de inrichting van het onderwijs. Deze voorschriften kunnen per schoolsoort verschillen. Voor de scholen, bedoeld in de artikelen 7, 8, 9 en 10a, kunnen afzonderlijke voorschriften worden gegeven. De bij deze algemene maatregel van bestuur gegeven voorschriften zijn niet van toepassing op scholen en afdelingen voor voorbereidend beroepsonderwijs waarvoor artikel 24, vijfde lid, wordt toegepast. De algemene maatregel van bestuur, bedoeld in de eerste volzin, wordt aan de beide Kamers der Staten-Generaal overgelegd. De maatregel treedt niet in werking dan nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken en niet door of namens een van beide Kamers de wens wordt te kennen gegeven dat het in die maatregel geregelde onderwerp bij de wet wordt geregeld. Alsdan wordt een daartoe strekkend wetsvoorstel zo spoedig mogelijk ingediend.
**1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden voor de scholen voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, algemeen voortgezet onderwijs en voorbereidend beroepsonderwijs voorschriften vastgesteld omtrent de inrichting van het onderwijs. Deze voorschriften kunnen per schoolsoort verschillen. Voor de scholen, bedoeld in de artikelen 7, 8, 9 en 10a, kunnen afzonderlijke voorschriften worden gegeven. De bij deze algemene maatregel van bestuur gegeven voorschriften zijn niet van toepassing op het onderwijs in profielen in het voorbereidend beroepsonderwijs, waarvoor artikel 24, vijfde lid, wordt toegepast.
**2.**
@ -1133,8 +1103,6 @@ b. geen leerresultaten van de schoolsoort of de leerweg, bedoeld in het eerste l
**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop leerresultaten worden gemeten en, indien zij niet gemeten kunnen worden of indien er onvoldoende gegevens zijn voor een betrouwbaar oordeel over de meting van de leerresultaten, op welke andere wijze zij worden aangetoond. Voorts wordt de normering, bedoeld in het tweede lid, bepaald en de aard en het aantal van de gegevens die ten minste beschikbaar moeten zijn.
**5.** De voordracht voor een krachtens het vierde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
### Artikel 23b
Het bevoegd gezag rapporteert over de vorderingen van de leerlingen aan hun ouders, voogden of verzorgers, dan wel aan de leerlingen zelf indien zij meerderjarig en handelingsbekwaam zijn.
@ -1163,7 +1131,7 @@ a. de wijze waarop het bevoegd gezag bewaakt dat die kwaliteit wordt gerealiseer
b. de wijze waarop het bevoegd gezag vaststelt welke maatregelen ter verbetering van de kwaliteit nodig zijn, en
c. maatregelen en instrumenten om te waarborgen dat het personeel zijn bekwaamheid onderhoudt.
**5.** Onze Minister kan scholen voor voorbereidend beroepsonderwijs of afdelingen daarvan aanwijzen, waarvan de schoolplannen met zijn toestemming mogen afwijken van de in dit artikel gestelde eisen.
**5.** Onze Minister kan scholen voor voorbereidend beroepsonderwijs aanwijzen, waarvan de schoolplannen, ten aanzien van een of meer door die school verzorgde profielen, mogen afwijken van de in dit artikel gestelde eisen.
### Artikel 24a
@ -1197,8 +1165,6 @@ b. de context wordt vermeld waarin de onder a bedoelde resultaten dienen te word
**3.** Het bevoegd gezag reikt de schoolgids uit aan de ouders, voogden, verzorgers dan wel de meerderjarige en handelingsbekwame leerling bij de inschrijving en jaarlijks na de vaststelling van de schoolgids.
**4.** De algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het tweede lid, wordt aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd. De maatregel treedt niet in werking dan nadat 4 weken na de overlegging zijn verstreken en gedurende die termijn niet door of namens een der kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het in die maatregel geregelde onderwerp bij de wet wordt geregeld. Alsdan wordt een daartoe strekkend wetsvoorstel zo spoedig mogelijk ingediend.
### Artikel 24b
**1.** Ouders, voogden, verzorgers dan wel leerlingen, en personeelsleden kunnen bij de klachtencommissie, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, een klacht indienen over gedragingen en beslissingen van het bevoegd gezag of het personeel, waaronder discriminatie, dan wel het nalaten van gedragingen en het niet nemen van beslissingen door het bevoegd gezag of het personeel.
@ -1351,7 +1317,7 @@ b. voor leerlingen die praktijkonderwijs volgen.
### Artikel 27
**1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voor elke soort van scholen of voor afdelingen van die scholen voorwaarden voor de toelating en voorschriften omtrent verwijdering en voorwaardelijke bevordering worden vastgesteld. De algemene maatregel van bestuur bedoeld in de eerste volzin houdt in elk geval voorschriften in met betrekking tot de voorwaarden voor de toelating tot de scholen, bedoeld in de artikelen 7, 8, 9 en 10a. Definitieve verwijdering van een leerling waarop de Leerplichtwet 1969 van toepassing is, vindt niet plaats dan nadat het bevoegd gezag ervoor heeft zorggedragen dat een andere school, een school voor voortgezet speciaal onderwijs, een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, een instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs dan wel een instelling als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Leerplichtwet 1969 bereid is de leerling toe te laten.
**1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voor elke soort van scholen of voor aan scholen als bedoeld in artikel 10a verzorgde profielen voorwaarden voor de toelating en voorschriften omtrent verwijdering en voorwaardelijke bevordering worden vastgesteld. De algemene maatregel van bestuur bedoeld in de eerste volzin houdt in elk geval voorschriften in met betrekking tot de voorwaarden voor de toelating tot de scholen, bedoeld in de artikelen 7, 8, 9 en 10a. Definitieve verwijdering van een leerling waarop de Leerplichtwet 1969 van toepassing is, vindt niet plaats dan nadat het bevoegd gezag ervoor heeft zorggedragen dat een andere school, een school voor voortgezet speciaal onderwijs, een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, een instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs dan wel een instelling als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Leerplichtwet 1969 bereid is de leerling toe te laten.
**1a.**
@ -1490,7 +1456,7 @@ Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat aan de leerlingen van
### Artikel 29
**1.** Aan de leerlingen van de scholen voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, voor hoger algemeen voortgezet onderwijs, voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs en voor voorbereidend beroepsonderwijs wordt gelegenheid gegeven aan deze scholen een eindexamen af te leggen, tenzij in de plaats daarvan de gelegenheid bestaat tot het afleggen van een eindexamen, dat niet vanwege de school wordt afgenomen en het bevoegd gezag in verband hiermede een eindexamen aan de school niet nodig oordeelt. Het eindexamen kan voor elk vak, intrasectoraal of intersectoraal programma of ander programma- onderdeel bestaan uit een schoolexamen, uit een centraal examen dan wel beide.
**1.** Aan de leerlingen van de scholen voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, voor hoger algemeen voortgezet onderwijs, voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs en voor voorbereidend beroepsonderwijs wordt gelegenheid gegeven aan deze scholen een eindexamen af te leggen, tenzij in de plaats daarvan de gelegenheid bestaat tot het afleggen van een eindexamen, dat niet vanwege de school wordt afgenomen en het bevoegd gezag in verband hiermede een eindexamen aan de school niet nodig oordeelt. Het eindexamen kan voor elk vak of ander programma-onderdeel bestaan uit een schoolexamen, uit een centraal examen dan wel beide.
**1a.** Indien ten aanzien van een schoolsoort of leerweg het gemiddelde verschil tussen de cijfers van het centraal examen en het schoolexamen over een periode van drie jaren meer dan een half punt bedraagt, kan Onze Minister in afwijking van het eerste lid besluiten dat het bevoegd gezag voor een periode van twee jaren leerlingen niet in de gelegenheid stelt een eindexamen af te leggen in de desbetreffende schoolsoort of leerweg.
@ -1504,7 +1470,7 @@ Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt bepaald door wie en op wel
**3.** Zij die het eindexamen met goed gevolg hebben afgelegd, ontvangen een diploma. Leerlingen van een school voor voorbereidend beroepsonderwijs voor zover het betreft de basisberoepsgerichte leerweg, die met goed gevolg een gedeelte van het examenprogramma hebben afgelegd, ontvangen een getuigschrift voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs en leerlingen die een leer-werktraject met goed gevolg afsluiten, ontvangen een diploma basisberoepsgerichte leerweg/leer-werktraject. Onze minister stelt de modellen van diploma's en getuigschriften vast.
**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden voorschriften vastgesteld omtrent de in dit artikel bedoelde eindexamens, alsmede omtrent programma-onderdelen, die niet voor alle leerlingen van een school dezelfde vakken en andere programma-onderdelen behoeven te omvatten. Bij deze algemene maatregel van bestuur worden tevens de eindexamenprogramma's vastgesteld. Bij de vaststelling van de eindexamenprogrammas Nederlandse taal respectievelijk Nederlandse taal en literatuur worden de referentieniveaus Nederlandse taal in acht genomen die voor de desbetreffende schoolsoorten of voor dan wel binnen leerwegen zijn vastgesteld op grond van artikel 2, tweede lid, aanhef en onderdeel c, van de Wet referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen. De algemene maatregel van bestuur, bedoeld in de eerste en tweede volzin, wordt aan de beide Kamers der Staten-Generaal overgelegd. De maatregel treedt niet in werking dan nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken en niet door of namens een van beide Kamers de wens wordt te kennen gegeven dat het in die maatregel geregelde onderwerp bij de wet wordt geregeld. Alsdan wordt een daartoe strekkend wetsvoorstel zo spoedig mogelijk ingediend.
**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden voorschriften vastgesteld omtrent de in dit artikel bedoelde eindexamens, alsmede omtrent programma-onderdelen, die niet voor alle leerlingen van een school dezelfde vakken en andere programma-onderdelen behoeven te omvatten. Bij deze algemene maatregel van bestuur worden tevens de eindexamenprogramma's vastgesteld. Bij de vaststelling van de eindexamenprogrammas Nederlandse taal respectievelijk Nederlandse taal en literatuur worden de referentieniveaus Nederlandse taal in acht genomen die voor de desbetreffende schoolsoorten of voor dan wel binnen leerwegen zijn vastgesteld op grond van artikel 2, tweede lid, aanhef en onderdeel c, van de Wet referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen.
**5.** De eindexamens omvatten een rekentoets. Bij de vaststelling van de opgaven van de rekentoets worden de referentieniveaus rekenen in acht genomen die voor de desbetreffende schoolsoorten of voor dan wel binnen leerwegen zijn vastgesteld op grond van artikel 2, tweede lid, aanhef en onderdeel c, van de Wet referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere voorschriften omtrent deze toets vastgesteld.
@ -1756,9 +1722,7 @@ b. vakbekwaamheid.
**5.** De in het eerste lid bedoelde bekwaamheidseisen kunnen worden onderscheiden naar schoolsoort en naar samenhangende leerjaren, met dien verstande dat zij in elk geval specifiek worden vastgesteld voor de periode van voorbereidend hoger onderwijs, bedoeld in artikel 12, eerste lid.
**6.** De algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, wordt aan de beide Kamers der Staten-Generaal overgelegd. De maatregel treedt niet in werking dan nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken en niet door of namens een van beide Kamers de wens wordt te kennen gegeven dat het in die maatregel geregelde onderwerp bij de wet wordt geregeld. Alsdan wordt een daartoe strekkend wetsvoorstel zo spoedig mogelijk ingediend.
**7.** Onze Minister stelt een beroepsorganisatie die hij vanuit het oogpunt van beroepskwaliteit representatief acht voor onderwijspersoneel als bedoeld in deze wet, in de gelegenheid hem een voorstel te doen voor de in het eerste en derde lid voorgeschreven bekwaamheidseisen en kan een representatief geachte beroepsorganisatie in de gelegenheid stellen hem een voorstel te doen voor bekwaamheidseisen die op grond van het tweede lid kunnen worden vastgesteld. Onze Minister stelt deze organisatie vervolgens in elk geval eenmaal in de zes jaar in de gelegenheid, hem een voorstel te doen over ongewijzigde handhaving of wijziging van de bekwaamheidseisen voor zover vastgesteld. Uit een voorstel als bedoeld in de eerste of tweede volzin blijkt tevens, in hoeverre dat voorstel mede steun geniet van een vertegenwoordiging van bevoegde gezagsorganen, van ouders en van leerlingen.
**6.** Onze Minister stelt een beroepsorganisatie die hij vanuit het oogpunt van beroepskwaliteit representatief acht voor onderwijspersoneel als bedoeld in deze wet, in de gelegenheid hem een voorstel te doen voor de in het eerste en derde lid voorgeschreven bekwaamheidseisen en kan een representatief geachte beroepsorganisatie in de gelegenheid stellen hem een voorstel te doen voor bekwaamheidseisen die op grond van het tweede lid kunnen worden vastgesteld. Onze Minister stelt deze organisatie vervolgens in elk geval eenmaal in de zes jaar in de gelegenheid, hem een voorstel te doen over ongewijzigde handhaving of wijziging van de bekwaamheidseisen voor zover vastgesteld. Uit een voorstel als bedoeld in de eerste of tweede volzin blijkt tevens, in hoeverre dat voorstel mede steun geniet van een vertegenwoordiging van bevoegde gezagsorganen, van ouders en van leerlingen.
### Artikel 37
@ -1800,8 +1764,6 @@ Ten behoeve van een scholengemeenschap als bedoeld in artikel 16, worden bij alg
**3.** Voor zover betrokkene de werkzaamheden ten aanzien waarvan hem een geschiktheidsverklaring is verstrekt, verricht bij twee of meer bevoegde gezagsorganen, dragen deze bevoegde gezagsorganen er zorg voor dat de overeenkomsten, bedoeld in het eerste lid, waarbij zij ten aanzien van betrokkene partij zijn, op elkaar worden afgestemd. Zonodig wordt een al gesloten overeenkomst daartoe gewijzigd.
**4.** De algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het tweede lid, wordt aan de beide Kamers der Staten-Generaal overgelegd. De maatregel treedt niet in werking dan nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken en niet door of namens een van beide Kamers de wens wordt te kennen gegeven dat het in die maatregel geregelde onderwerp bij de wet wordt geregeld. Alsdan wordt een daartoe strekkend wetsvoorstel zo spoedig mogelijk ingediend.
### Artikel 38a
**1.** Met inachtneming van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde voorschriften als bedoeld in het tweede en derde lid regelt het bevoegd gezag van een openbare school de rechtspositie van het personeel en draagt het bevoegd gezag van een bijzondere school zorg voor de regeling van de rechtspositie van het personeel.
@ -2384,7 +2346,7 @@ Onze minister kan de aanwijzing intrekken, indien niet langer wordt voldaan aan
**5.** Ten aanzien van een op grond van het eerste lid aangewezen school kunnen provinciale staten van Fryslân bij verordening kerndoelen Friese taal en cultuur vaststellen in afwijking van de kerndoelen Friese taal en cultuur die zijn vastgesteld op grond van artikel 11e, met dien verstande dat op die verordening artikel 11e van overeenkomstige toepassing is.
**6.** Indien de aanvraag ingevolge het eerste lid, betrekking heeft op het voorbereidend beroepsonderwijs, geeft het bevoegd gezag aan in welke sectoren, bedoeld in artikel 10b, derde lid, het onderwijs wordt verzorgd.
**6.** Indien de aanvraag ingevolge het eerste lid, betrekking heeft op het voorbereidend beroepsonderwijs, geeft het bevoegd gezag aan in welke profielen, bedoeld in artikel 10b, derde lid, het onderwijs wordt verzorgd.
### Afdeling III. Staatsexamens
@ -2451,7 +2413,7 @@ Onze Minister brengt voor bekostiging in aanmerking een school waarvan redelijke
a. 390 leerlingen, wat een school voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs betreft;
b. 325 leerlingen, wat een school en 130 leerlingen wat een afdeling voor hoger algemeen voortgezet onderwijs betreft;
c. 260 leerlingen, wat een school voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs betreft;
d. 260 leerlingen, wat een school voor voorbereidend beroepsonderwijs met één afdeling als bedoeld in artikel 10c betreft, met dien verstande dat meer dan één afdeling binnen de desbetreffende nieuw te vormen school voor bekostiging in aanmerking wordt gebracht, indien voor elke afdeling aannemelijk wordt gemaakt dat deze door ten minste 160 leerlingen zal worden bezocht, of
d. 260 leerlingen, wat een school voor voorbereidend beroepsonderwijs met één profiel als bedoeld in artikel 10b, derde lid, betreft, met dien verstande dat meer dan één profiel binnen de desbetreffende nieuw te vormen school voor bekostiging in aanmerking wordt gebracht, indien voor elk profiel aannemelijk wordt gemaakt dat dit door ten minste 160 leerlingen zal worden gevolgd, of
e. 120 leerlingen, wat een school voor praktijkonderwijs betreft.
**2.** Een scholengemeenschap die twee of meer van de in het eerste lid genoemde scholen omvat, wordt in ieder geval voor bekostiging in aanmerking gebracht indien op dezelfde manier als volgens het eerste lid kan worden aangetoond, dat het aantal leerlingen van elk van de samenstellende scholen ten minste drie kwart zal bedragen van het daarvoor in het eerste lid genoemde aantal.
@ -2484,7 +2446,7 @@ e. 120 leerlingen, wat een school voor praktijkonderwijs betreft.
### Artikel 68
**1.** Onze Minister brengt voor bekostiging in aanmerking een nieuw te vormen afdeling als bedoeld in artikel 10c aan een reeds bekostigde school voor voorbereidend beroepsonderwijs indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat deze afdeling, gelet op de belangstelling voor de desbetreffende afdeling, de verlangde richting en het leerlingenverloop, blijkens statistische gegevens, onder meer verstrekt door het Centraal Bureau voor de Statistiek, zal worden bezocht door ten minste 260 leerlingen, met dien verstande dat meer dan één afdeling voor bekostiging in aanmerking wordt gebracht indien voor elke nieuw te vormen afdeling aannemelijk wordt gemaakt dat de desbetreffende afdeling door ten minste 160 leerlingen zal worden bezocht.
**1.** Onze Minister brengt voor bekostiging in aanmerking een nieuw te vormen profiel als bedoeld in artikel 10b, derde lid, aan een reeds bekostigde school voor voorbereidend beroepsonderwijs indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat dit profiel, gelet op de belangstelling voor het desbetreffende profiel, de verlangde richting en het leerlingenverloop, blijkens statistische gegevens, onder meer verstrekt door het Centraal Bureau voor de Statistiek, zal worden gevolgd door ten minste 260 leerlingen, met dien verstande dat meer dan één profiel voor bekostiging in aanmerking wordt gebracht indien voor elk nieuw te vormen profiel aannemelijk wordt gemaakt dat het desbetreffende profiel door ten minste 160 leerlingen zal worden gevolgd.
**2.** Artikel 65, vijfde lid, en artikel 66 zijn van overeenkomstige toepassing.
@ -2513,9 +2475,9 @@ Onze Minister kan voor bekostiging in aanmerking brengen:
a. een school of scholengemeenschap die is ontstaan door samenvoeging van scholen of scholengemeenschappen, indien voor elke bij de samenvoeging betrokken school of scholengemeenschap geldt dat ten minste een bij ministeriële regeling vast te stellen percentage van de leerlingen van een vestiging van die school of scholengemeenschap en van de leerlingen van een vestiging van een andere bij de samenvoeging betrokken school of scholengemeenschap afkomstig is uit dezelfde postcodegebieden, of
b. een scholengemeenschap die is ontstaan door samenvoeging van een scholengemeenschap als bedoeld in artikel 2.6 van de Wet educatie en beroepsonderwijs waarvan een regionaal opleidingencentrum deel uitmaakt, met een school voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs of een school voor voorbereidend beroepsonderwijs, indien ten minste een bij ministeriële regeling vast te stellen percentage van de leerlingen van een vestiging van laatstgenoemde scholengemeenschap en van de leerlingen van een vestiging van een bij de samenvoeging betrokken school voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs of voorbereidend beroepsonderwijs, afkomstig is uit dezelfde postcodegebieden.
**3.** Het tweede lid, aanhef en onderdeel b, is van overeenkomstige toepassing op een scholengemeenschap als bedoeld in artikel 2.6 van de Wet educatie en beroepsonderwijs waarvan een agrarisch opleidingscentrum deel uitmaakt, die wordt samengevoegd met een school voor middelbaar algemeen voorgezet onderwijs, een school voor voorbereidend beroepsonderwijs waarin slechts onderwijs wordt verzorgd als bedoeld in artikel 10c, onderdeel d, of een school voor praktijkonderwijs.
**3.** Het tweede lid, aanhef en onderdeel b, is van overeenkomstige toepassing op een scholengemeenschap als bedoeld in artikel 2.6 van de Wet educatie en beroepsonderwijs waarvan een agrarisch opleidingscentrum deel uitmaakt, die wordt samengevoegd met een school voor middelbaar algemeen voorgezet onderwijs, een school voor voorbereidend beroepsonderwijs waarin slechts onderwijs wordt verzorgd als bedoeld in artikel 10b, derde lid, onderdeel i, of een school voor praktijkonderwijs.
**4.** Na een samenvoeging wordt op een vestiging onderwijs verzorgd in dezelfde schoolsoorten als bedoeld in artikel 5, in dezelfde afdelingen als bedoeld in artikel 10c, en in dezelfde leerjaren als op de desbetreffende vestiging voor de samenvoeging, behoudens wijzigingen in het onderwijsaanbod op grond van artikel 68 of artikel 72.
**4.** Na een samenvoeging wordt op een vestiging onderwijs verzorgd in dezelfde schoolsoorten als bedoeld in artikel 5, in dezelfde profielen als bedoeld in de artikelen 10b en 10d, en in dezelfde leerjaren als op de desbetreffende vestiging voor de samenvoeging, behoudens wijzigingen in het onderwijsaanbod op grond van artikel 68 of artikel 72.
**5.** Onze Minister kan voor bekostiging in aanmerking brengen een tijdelijke nevenvestiging als bedoeld in artikel 16, indien het bevoegd gezag heeft aangetoond dat burgemeester en wethouders van de desbetreffende gemeente de benodigde huisvesting ter beschikking zullen stellen. De voorwaarde in de eerste volzin is niet van toepassing ten aanzien van scholengemeenschappen als bedoeld in artikel 2.6, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs en scholen waarvoor jaarlijks een bedrag voor huisvestingskosten wordt betaald op grond van artikel 76v.
@ -2547,16 +2509,17 @@ c. bevat een gezamenlijk gedragen visie op het onderwijs in de regio, waarin in
**3.**
Onze Minister brengt voor bekostiging in aanmerking een onderwijsvoorziening als bedoeld in de onderdelen a tot en met f, indien de voorziening is opgenomen in een regionaal plan onderwijsvoorzieningen als bedoeld in het tweede lid en indien nodig tevens wordt voldaan aan de in genoemde onderdelen opgenomen voorwaarden. Een bevoegd gezag kan bij Onze Minister een aanvraag indienen voor bekostiging van:
Onze Minister brengt voor bekostiging in aanmerking een onderwijsvoorziening als bedoeld in de onderdelen a tot en met g, indien de voorziening is opgenomen in een regionaal plan onderwijsvoorzieningen als bedoeld in het tweede lid en indien nodig tevens wordt voldaan aan de in genoemde onderdelen opgenomen voorwaarden. Een bevoegd gezag kan bij Onze Minister een aanvraag indienen voor bekostiging van:
a. een vestiging van een school of scholengemeenschap die door het bevoegd gezag wordt verplaatst over een hemelsbreed gemeten afstand van drie kilometer of meer van de huidige vestigingsplaats,
b. een nieuwe nevenvestiging als bedoeld in artikel 16 van een school of scholengemeenschap, indien ten minste een bij ministeriële regeling vast te stellen percentage van de leerlingen voor de nieuwe nevenvestiging en van de leerlingen van één van de al bestaande vestigingen van de school of scholengemeenschap afkomstig is uit dezelfde postcodegebieden,
c. een of meer scholen die door het bevoegd gezag worden afgesplitst van een scholengemeenschap,
d. onderwijs vanaf het vierde leerjaar op een nevenvestiging als bedoeld in artikel 16 aan een school voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in artikel 7, of aan een school voor hoger algemeen voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 8, en onderwijs vanaf het derde leerjaar op een nevenvestiging als bedoeld in artikel 16 aan een school voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 10, of aan een school voor voorbereidend beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 10a,
e. onderwijs in de gemengde leerweg aan een school voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs of voorbereidend beroepsonderwijs of aan een agrarisch opleidingscentrum voor zover het betreft het voorbereidend beroepsonderwijs, indien wordt voldaan aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden, of
f. een afdeling als bedoeld in artikel 10c met uitzondering van een afdeling als bedoeld in artikel 10c, onderdeel a, onder 6, en de afdelingen Kust-, Rijn- en Binnenvaart en Haven en Vervoer School, aangewezen op grond van artikel 24, vijfde lid, indien wordt voldaan aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden.
e. onderwijs in de gemengde leerweg aan een school voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs of voorbereidend beroepsonderwijs of aan een agrarisch opleidingscentrum voor zover het betreft het voorbereidend beroepsonderwijs, indien wordt voldaan aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden,
f. een profiel als bedoeld in artikel 10b, derde lid, met uitzondering van de profielen bedoeld in artikel 10b, derde lid, onderdelen d en e, indien wordt voldaan aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden, of
g. het profiel dienstverlening en producten, bedoeld in artikel 10b, derde lid, onderdeel j, aan een agrarisch opleidingscentrum, voor zover het betreft het voorbereidend beroepsonderwijs, indien voldaan wordt aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden.
**4.** In afwijking van het derde lid kan Onze Minister voor bekostiging in aanmerking brengen een onderwijsvoorziening als bedoeld in het derde lid, onderdelen c tot en met f, die niet is opgenomen in een regionaal plan onderwijsvoorzieningen als bedoeld in het tweede lid, indien de overige bevoegde gezagsorganen die deelnemen aan de samenwerking instemmen met de aanvraag en indien nodig tevens wordt voldaan aan de in genoemde onderdelen opgenomen voorwaarden.
**4.** In afwijking van het derde lid kan Onze Minister voor bekostiging in aanmerking brengen een onderwijsvoorziening als bedoeld in het derde lid, onderdelen c tot en met g, die niet is opgenomen in een regionaal plan onderwijsvoorzieningen als bedoeld in het tweede lid, indien de overige bevoegde gezagsorganen die deelnemen aan de samenwerking instemmen met de aanvraag en indien nodig tevens wordt voldaan aan de in genoemde onderdelen opgenomen voorwaarden.
**5.** Op de voorbereiding van de besluiten, bedoeld in het derde en vierde lid, is afdeling 3.4, met uitzondering van artikel 3:18, van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
@ -2932,8 +2895,6 @@ De formatie is redelijkerwijs voldoende voor het leiden en beheren van de school
**4.** Voor het in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde personeel wordt voor scholen met leerwegondersteunend onderwijs dat op grond van artikel 69 dan wel artikel 17a1, tweede lid, in aanmerking komt voor bekostiging, een afzonderlijke grondslag vastgesteld op basis van het aantal leerlingen in dat onderwijs voor wie het samenwerkingsverband heeft bepaald dat zij op dat onderwijs zijn aangewezen of toelaatbaar zijn tot het praktijkonderwijs.
**5.** De algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, wordt aan de beide Kamers der Staten-Generaal overgelegd. Een maatregel treedt niet in werking dan nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken.
### Artikel 84a
Vervallen
@ -3063,8 +3024,6 @@ b. de overige leerjaren.
**6.** Bij de vaststelling van de in het derde lid onder a tot en met c bedoelde bedragen, dan wel als tussentijdse aanpassing van die bedragen, worden volgens bij ministeriële regeling te geven regels loon- en prijsontwikkelingen verwerkt, tenzij de toestand van 's Rijks schatkist zich daartegen verzet.
**7.** De ministeriële regeling, bedoeld in het vijfde lid, wordt bekendgemaakt in de Staatscourant, onder gelijktijdige overlegging aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal. De ministeriële regeling treedt niet eerder in werking dan nadat 4 weken zijn verstreken na het overleggen aan de Tweede Kamer en gedurende die termijn niet door of namens de Kamer de wens tot overleg over de regeling te kennen wordt gegeven, dan wel met de Tweede Kamer overleg is gevoerd. De eerste tot en met derde volzin zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van tussentijdse aanpassingen als bedoeld in het zesde lid.
### Artikel 87
Dit artikel is nog niet in werking getreden.
@ -3398,10 +3357,6 @@ b. de instantie die de uitkeringen verstrekt of heeft verstrekt.
**3.** Het burgerservicenummer wordt op een daartoe strekkend verzoek van Onze Minister aan Onze Minister verstrekt door het bevoegd gezag van de school waar het gewezen personeelslid werkzaam was.
**4.** De algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, wordt aan de beide Kamers der Staten-Generaal overgelegd. De maatregel treedt niet in werking dan nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken en gedurende die termijn niet door of namens een van beide Kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het in die maatregel geregelde onderwerp bij de wet wordt geregeld. Alsdan wordt een daartoe strekkend wetsvoorstel zo spoedig mogelijk ingediend.
**5.** Indien de verdeling van de in het eerste lid, onderdeel c, bedoelde kosten bij ministeriële regeling wordt geregeld, is het vierde lid van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 96o
**1.** Vervallen.
@ -3628,7 +3583,7 @@ Het bevoegd gezag verstrekt het persoonsgebonden nummer van iedere leerling aan
a. geslacht, geboortedatum en postcode van de woonplaats;
b. de datum van in- of uitschrijving;
c. de soort onderwijs;
d. indien van toepassing de leerweg, de sector, de afdeling of het profiel;
d. indien van toepassing de leerweg of het profiel;
e. het leerjaar;
f. het behaalde diploma;
g. de vakken waarin examen is afgelegd, de cijfers van het schoolexamen en het centraal examen, de eindcijfers, de uitslag van het eindexamen of deeleindexamen en de datum waarop deze uitslag is bepaald;
@ -3655,8 +3610,6 @@ k. tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip en indien van toepassing d
**11.** Het bevoegd gezag gebruikt het persoonsgebonden nummer van een leerling in contacten met een school als bedoeld in de Wet op de expertisecentra in het kader van de ondersteuning die deze school biedt op grond van artikel 8a, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra.
**12.** De in het zevende lid bedoelde algemene maatregel van bestuur wordt aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd. De maatregel treedt niet in werking dan nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken en gedurende die termijn niet door of namens een van beide kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het in die maatregel geregelde onderwerp bij de wet wordt geregeld. Alsdan wordt een daartoe strekkend wetsvoorstel zo spoedig mogelijk ingediend.
### Artikel 103c
**1.** Onze Minister neemt de door het bevoegd gezag verstrekte persoonsgebonden nummers en andere gegevens, bedoeld in artikel 103b, tweede en achtste lid, op in het basisregister onderwijs, nadat hij deze gegevens heeft getoetst op juistheid en volledigheid. Onze Minister verstrekt de gegevens, inclusief de gegevens, bedoeld in artikel 24c, eerste lid, onderdeel g, van de Wet op het onderwijstoezicht, zoals hij voornemens is die gegevens in het basisregister onderwijs op te nemen, aan het bevoegd gezag. Onverminderd artikel 103d, tweede lid, kan Onze Minister de door het bevoegd gezag verstrekte gegevens uitsluitend met instemming van het bevoegd gezag wijzigen.
@ -3781,21 +3734,24 @@ d. de controle van de boekhouding en de administratie van de scholen.
Een openbare school wordt opgeheven en de bekostiging van een bijzondere school wordt beëindigd indien de school gedurende drie achtereenvolgende schooljaren telkens is bezocht door een aantal leerlingen dat minder bedraagt dan:
a. voor een school voor praktijkonderwijs: 70 leerlingen,
b. voor een school voor voorbereidend beroepsonderwijs met één sector als bedoeld in artikel 10b, derde lid: 195 leerlingen,
c. voor een school voor voorbereidend beroepsonderwijs met twee of drie sectoren als bedoeld in artikel 10b, derde lid: 240 leerlingen,
d. voor een school voor voorbereidend beroepsonderwijs met vier sectoren als bedoeld in artikel 10b, derde lid: 360 leerlingen, en
b. voor een school voor voorbereidend beroepsonderwijs met één of twee profielen als bedoeld in artikel 10b, derde lid: 195 leerlingen,
c. voor een school voor voorbereidend beroepsonderwijs met drie of vier profielen als bedoeld in artikel 10b, derde lid: 240 leerlingen,
d. voor een school voor voorbereidend beroepsonderwijs met vijf of meer profielen als bedoeld in artikel 10b, derde lid: 360 leerlingen, en
e. voor de overige scholen: drie kwart van het aantal leerlingen dat voor de desbetreffende schoolsoort is genoemd in artikel 65, eerste lid.
**2.**
Een openbare scholengemeenschap wordt opgeheven en de bekostiging van een bijzondere scholengemeenschap wordt beëindigd indien de scholengemeenschap gedurende drie achtereenvolgende schooljaren telkens is bezocht door een aantal leerlingen dat minder bedraagt dan de helft van het aantal leerlingen dat op grond van artikel 65, eerste lid, vereist is voor stichting van de scholen die deel uitmaken van de scholengemeenschap, met dien verstande dat het voor scholen voor voorbereidend beroepsonderwijs binnen een scholengemeenschap gaat om:
a. voor een school met één sector als bedoeld in 10b, derde lid: 130 leerlingen,
b. voor een school met twee of drie sectoren als bedoeld in 10b, derde lid: 160 leerlingen, en
c. voor een school met vier sectoren als bedoeld in artikel 10b, derde lid, wordt gerekend: 240 leerlingen.
a. voor een school met één of twee profielen als bedoeld in artikel 10b, derde lid: 130 leerlingen,
b. voor een school met drie of vier profielen als bedoeld in artikel 10b, derde lid: 160 leerlingen,
c. voor een school met vijf of zes profielen als bedoeld in artikel 10b, derde lid: 240 leerlingen, en
d. voor een school met zeven of meer profielen als bedoeld in artikel 10b, derde lid: 360 leerlingen.
**3.** De opheffing van een openbare school of scholengemeenschap of de beëindiging van de bekostiging van een bijzondere school of scholengemeenschap geschiedt met ingang van 1 augustus volgend op de drie achtereenvolgende schooljaren, bedoeld in het eerste of tweede lid.
**4.** Indien een profiel als bedoeld in artikel 10b of 10d aan een school voor voorbereidend beroepsonderwijs gedurende drie achtereenvolgende schooljaren telkens door nul leerlingen gevolgd is, wordt dat profiel aan een openbare school opgeheven, of gaat de aanspraak op bekostiging voor dat profiel aan een bijzondere school verloren met ingang van 1 augustus volgend op die drie achtereenvolgende schooljaren.
### Artikel 108
**1.** Grondslag der berekening is het aantal leerlingen dat op 1 oktober van elk van de jaren bij de school was ingeschreven.
@ -3810,9 +3766,9 @@ c. voor een school met vier sectoren als bedoeld in artikel 10b, derde lid, word
### Artikel 109
**1.** Bij het verstrijken van de looptijd van een regionaal plan onderwijsvoorzieningen als bedoeld in artikel 72 gaat de aanspraak op bekostiging verloren voor zover het betreft een afdeling als bedoeld in artikel 72, derde lid, onderdeel f, met dien verstande dat de bekostiging nog een jaar wordt gehandhaafd voor zover het betreft het onderwijs aan leerlingen in het derde leerjaar en nog twee jaar voor zover het betreft het onderwijs aan leerlingen in het vierde leerjaar.
**1.** Bij het verstrijken van de looptijd van een regionaal plan onderwijsvoorzieningen als bedoeld in artikel 72 gaat de aanspraak op bekostiging verloren voor zover het betreft een profiel als bedoeld in artikel 72, derde lid, onderdeel f of g, met dien verstande dat de bekostiging nog een jaar wordt gehandhaafd voor zover het betreft het onderwijs aan leerlingen in het derde leerjaar en nog twee jaar voor zover het betreft het onderwijs aan leerlingen in het vierde leerjaar.
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing indien de desbetreffende afdeling op grond van een aansluitend regionaal plan onderwijsvoorzieningen als bedoeld in artikel 72 of op grond van artikel 68 voor bekostiging in aanmerking is gebracht.
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing indien het desbetreffende profiel op grond van een aansluitend regionaal plan onderwijsvoorzieningen als bedoeld in artikel 72 of op grond van artikel 68 voor bekostiging in aanmerking is gebracht.
### Artikel 109a
@ -3985,8 +3941,6 @@ b. leraren in het desbetreffende vak of vakgebied, niet zijnde personeelsleden v
**6.** Ten behoeve van het uitvoeren van het geschiktheidsonderzoek is de aanvrager aan de instelling die het onderzoek zal verrichten, een bij ministeriële regeling vast te stellen bijdrage verschuldigd.
**7.** De algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het derde lid, onderdeel b, wordt aan de beide Kamers der Staten-Generaal overgelegd. De maatregel treedt niet in werking dan nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken en niet door of namens een van beide Kamers de wens wordt te kennen gegeven dat het in die maatregel geregelde onderwerp bij de wet wordt geregeld. Alsdan wordt een daartoe strekkend wetsvoorstel zo spoedig mogelijk ingediend.
### Artikel 118m
**1.** Het instellingsbestuur van een instelling voor hoger onderwijs die werkzaamheden uitvoert als bedoeld in artikel 118p, eerste lid, onder a, is partij bij de in artikel 38, eerste lid, bedoelde overeenkomst.
@ -4037,8 +3991,6 @@ a. waarborging van de kwaliteit van het geschiktheidsonderzoek en van de instell
b. de scholing en begeleiding, en het bekwaamheidsonderzoek, waaronder voorschriften ter waarborging van de kwaliteit, alsmede
c. de procedure voor het aanvragen van het geschiktheidsonderzoek en voor afgifte van de geschiktheidsverklaring.
**3.** De algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, wordt aan de beide Kamers der Staten-Generaal overgelegd. De maatregel treedt niet in werking dan nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken en niet door of namens een van beide Kamers de wens wordt te kennen gegeven dat het in die maatregel geregelde onderwerp bij de wet wordt geregeld. Alsdan wordt een daartoe strekkend wetsvoorstel zo spoedig mogelijk ingediend.
### Artikel 118s
Het in artikel 118n en het in artikel 118p bedoelde bestuur verstrekken aan Onze Minister alle inlichtingen die deze nodig acht ten behoeve van een goede naleving van deze titel. Het bestuur zendt de inspectie van het onderwijs telkens na zes maanden een overzicht van in die periode afgegeven geschiktheidsverklaringen en bekwaamheidsonderzoeken waaraan met goed gevolg is deelgenomen.
@ -4075,8 +4027,6 @@ d. artikel 1.1 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten.
**7.** Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op een samenwerkingsverband van een school met een school als bedoeld in artikel 1, een school als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, een school of instelling als bedoeld in de Wet op de expertisecentra, een instelling als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs of een instelling als bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. Bij samenwerking met een school of instelling kan voor die school of instelling respectievelijk worden afgeweken van hoofdstuk I, titel I, artikelen 1 en 2, titel II, afdeling 1, afdeling 2, artikelen 47 en 48, en titel IV, afdeling 1, 2, 4 tot en met 7 en afdeling 8, paragrafen 2, 3, 6 en 7 en afdeling 9, paragrafen 1 en 2, van de Wet op het primair onderwijs, dan wel titel I, artikelen 1 en 2, titel II, afdeling 1, afdeling 2, artikelen 50 en 51, en titel IV, afdelingen 1, 2, 4 tot en met 6 en afdeling 7, paragrafen 2, 3, 6 en 7, en afdeling 8, artikelen 146 tot en met 149 en 151, van de Wet op de expertisecentra, hoofdstuk 2, titel 2, en hoofdstukken 6 en 7 van de Wet educatie en beroepsonderwijs en hoofdstuk 2, titel 2, hoofdstuk 5a, hoofdstuk 6 en 7, hoofdstuk 9, titel 2, hoofdstuk 10, titel 3 en hoofdstuk 11, paragraaf 4 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. Bij de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het tweede lid, wordt geregeld welke bij of krachtens de wet, de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra, de Wet educatie en beroepsonderwijs of de Wet hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek vastgestelde voorschriften van toepassing of van overeenkomstige toepassing zijn op de samenwerking.
**8.** De voordracht voor de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het tweede lid, wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
## Titel IVE. Overgangsbepalingen
### Afdeling I. Overgangsrecht inzake brede benoembaarheid leraren omgangskunde
@ -4123,11 +4073,56 @@ Voor scholen die leerwegondersteunend onderwijs aanbieden, is artikel 86, derde
**2.** In afwijking van het eerste lid, geldt de indicatie van de in het eerste lid bedoelde leerlingen die voor het eerst met ingang van het eerstvolgende schooljaar na inwerkingtreding van de Wet tot wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs in verband met de integratie van het leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs in het systeem van passend onderwijs (Integratie lwoo en pro in passend onderwijs) (Stb. XXX, XXX) gebruik maken van de indicatie, tot de datum van inwerkingtreding van artikel I, onderdelen C en D, van die wet.
### Afdeling VII. Overgangsrecht in verband met de
### Afdeling III
### Artikel 118ii
### Artikel 118z
Artikel 76v.1 is van overeenkomstige toepassing op de school of scholengemeenschap die samen met een vakinstelling als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs als scholengemeenschap in de zin van de artikelen 2.6 en 12.2.3 WEB is aangemerkt.
**1.**
De artikelen 10, 10b en 10d, zoals luidend ingevolge de Wet van 10 februari 2016 tot wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet voortgezet onderwijs BES en enkele aanverwante wetten in verband met het invoeren van profielen in het voorbereidend beroepsonderwijs en het middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, alsmede de actualisatie en flexibilisering van het beroepsgerichte deel van de examenprogrammas in het voorbereidend beroepsonderwijs (Stb. 2016, 88) zijn voor alle scholen, bedoeld in de artikelen 9 en 10a van toepassing:
a. met ingang van 1 augustus 2016 op het derde leerjaar, en
b. met ingang van 1 augustus 2017 op het vierde leerjaar.
**2.** Met betrekking tot het vierde leerjaar waarop de artikelen 10, 10b en 10d, zoals luidend ingevolge de Wet van 10 februari 2016 tot wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet voortgezet onderwijs BES en enkele aanverwante wetten in verband met het invoeren van profielen in het voorbereidend beroepsonderwijs en het middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, alsmede de actualisatie en flexibilisering van het beroepsgerichte deel van de examenprogrammas in het voorbereidend beroepsonderwijs (Stb. 2016, 88) nog niet van toepassing zijn, blijven van toepassing de bij en krachtens deze wet gegeven voorschriften zoals luidend op 31 juli 2016.
**3.** In het schooljaar 20162017 wordt voor de laatste maal gelegenheid gegeven tot het afleggen van het eindexamen voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs volgens de op 31 juli 2016 bij of krachtens deze wet vastgestelde voorschriften, voor de leerlingen die voor 1 augustus 2016 zijn toegelaten tot het vierde leerjaar.
**4.** In afwijking van het derde lid, stelt het bevoegd gezag in het schooljaar 20172018 een eerder afgewezen leerling nogmaals in de gelegenheid het in dat lid bedoelde examen af te leggen.
**5.** In het studiejaar 20182019 wordt voor de laatste maal gelegenheid gegeven tot het afleggen van het examen van een opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, voor zover gericht op het behalen van het diploma middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, volgens de op 31 juli 2016 geldende bij en krachtens de Wet educatie en beroepsonderwijs vastgestelde voorschriften.
**6.** In het jaar 2020 wordt voor de laatste maal gelegenheid gegeven tot het afleggen van het staatsexamen voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs volgens de op 31 juli 2016 geldende bij en krachtens deze wet vastgestelde voorschriften.
**7.** Dit artikel vervalt met ingang van 1 augustus 2021.
### Artikel 118aa
**1.** Het bevoegd gezag van een school als bedoeld in artikel 9 of 10a, kan besluiten, in afwijking van artikel 118z, eerste lid, met ingang van 1 augustus 2017 ten aanzien van het derde leerjaar van die school toepassing te geven aan het bepaalde bij of krachtens de artikelen 10, 10b, en 10d, zoals luidend ingevolge de Wet van 10 februari 2016 tot wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet voortgezet onderwijs BES en enkele aanverwante wetten in verband met het invoeren van profielen in het voorbereidend beroepsonderwijs en het middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, alsmede de actualisatie en flexibilisering van het beroepsgerichte deel van de examenprogrammas in het voorbereidend beroepsonderwijs (Stb. 2016, 88). Bij toepassing van de eerste volzin zijn de in die volzin genoemde artikelen ten aanzien van de school met ingang van 1 augustus 2018 van toepassing op het vierde leerjaar.
**2.** Artikel 118z, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op scholen waarvan het bevoegd gezag een besluit als bedoeld in het eerste lid heeft genomen.
**3.** In afwijking van artikel 118z, derde lid, geldt voor scholen waarvan het bevoegd gezag een besluit als bedoeld in het eerste lid heeft genomen dat in het schooljaar 20172018 voor de laatste maal gelegenheid wordt gegeven tot het afleggen van het eindexamen voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs volgens de op 31 juli 2016 bij of krachtens deze wet vastgestelde voorschriften, voor de leerlingen die voor 1 augustus 2017 zijn toegelaten tot het vierde leerjaar.
**4.** In afwijking van het derde lid, geldt voor scholen waarvan het bevoegd gezag een besluit als bedoeld in het eerste lid heeft genomen dat het bevoegd gezag in het schooljaar 20182019 een eerder afgewezen leerling nogmaals in de gelegenheid stelt het in het derde lid bedoelde examen af te leggen.
**5.** Dit artikel vervalt met ingang van 1 augustus 2021.
### Artikel 118bb
**1.** Een school voor voorbereidend beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 10a, die voor 1 augustus 2016 in aanmerking is gebracht voor bekostiging van een of meer bij regeling van Onze Minister aan te wijzen afdelingen als bedoeld in artikel 10c, zoals dat artikel luidde op 31 juli 2016, komt met ingang van 1 augustus 2016 in aanmerking voor bekostiging van een of meer bij die regeling aan te wijzen profielen als bedoeld in artikel 10b, derde lid, en 10d, derde lid.
**2.** In de regeling, bedoeld in het eerste lid, kunnen tevens voorwaarden worden gesteld waaronder een school, die in schooljaar 20152016 een intrasectoraal of intersectoraal programma als bedoeld in artikel 10b, zevende lid, onderdeel a, of artikel 10d, zevende lid, onderdeel b, zoals die artikelen luidden op 31 juli 2016, verzorgde en die tot het verzorgen van dat programma gerechtigd was, met ingang van 1 augustus 2016 in aanmerking komt voor bekostiging van een of meer bij die regeling aan te wijzen profielen als bedoeld in de artikelen 10b, derde lid, en 10d, derde lid.
**3.** Dit artikel vervalt met ingang van 1 augustus 2021.
### Artikel 118cc
**1.** Artikel 109 is niet van toepassing op een profiel als bedoeld in artikel 118bb, dat in aanmerking is gebracht voor bekostiging op grond van een in een regionaal plan onderwijsvoorzieningen opgenomen afdeling als bedoeld in artikel 72, derde lid, onderdeel f, zoals dat artikel luidde op 31 juli 2016, indien die afdeling uiterlijk op 1 augustus 2014 voor het eerst voor bekostiging in aanmerking is gebracht.
**2.** Artikel 109 is van overeenkomstige toepassing op een profiel als bedoeld in artikel 118bb, dat in aanmerking is gebracht voor bekostiging op grond van een in een regionaal plan onderwijsvoorzieningen opgenomen afdeling als bedoeld in artikel 72, derde lid, onderdeel f, zoals dat artikel luidde op 31 juli 2016, indien die afdeling na 1 augustus 2014 voor het eerst voor bekostiging in aanmerking is gebracht.
**3.** Dit artikel vervalt met ingang van 1 augustus 2021.
## Titel V. Slotbepalingen
@ -4148,7 +4143,13 @@ Bij twijfel of deze wet op een of meer inrichtingen van onderwijs van toepassing
### Artikel 121
Vervallen
**1.** De voordracht voor een krachtens artikel 23a1, vierde lid, of 118t, tweede lid, vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
**2.** Een krachtens artikel 6g1, derde lid, 10, tiende lid, 10b, tiende of elfde lid, 10d, tiende of elfde lid, 10f, vijfde lid, 11b, 11c, tweede lid, 15, 22, eerste lid, 24a, tweede lid, 29, vierde lid, 36, eerste, tweede of derde lid, 38, tweede lid, 84, eerste lid, 96n, eerste lid, 103b, zevende lid, 118l, derde lid, onderdeel b, of 118r, eerste lid, vastgestelde algemene maatregel van bestuur wordt aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd. Hij treedt in werking op een tijdstip dat nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken bij koninklijk besluit wordt vastgesteld, tenzij binnen die termijn door of namens een der kamers of door ten minste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van een der kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het onderwerp van de algemene maatregel van bestuur bij wet wordt geregeld. In dat geval wordt een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend. Indien het voorstel van wet wordt ingetrokken of indien een van de beide kamers der Staten-Generaal besluit het voorstel niet aan te nemen, wordt de algemene maatregel van bestuur ingetrokken.
**3.** Indien de verdeling van de in artikel 96n, eerste lid, onderdeel c, bedoelde kosten bij ministeriële regeling wordt geregeld, is het tweede lid van overeenkomstige toepassing.
**4.** De ministeriële regeling, bedoeld in artikel 86, vijfde lid, wordt bekendgemaakt in de Staatscourant, onder gelijktijdige overlegging aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal. De ministeriële regeling treedt niet eerder in werking dan nadat vier weken zijn verstreken na het overleggen aan de Tweede Kamer en gedurende die termijn niet door of namens de Kamer de wens tot overleg over de regeling te kennen wordt gegeven, dan wel met de Tweede Kamer overleg is gevoerd. De eerste en tweede volzin zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van tussentijdse aanpassingen als bedoeld in artikel 86, zesde lid.
### Artikel 122