2006-01-01 | BWBR0017828 | Wet BDU verkeer en vervoer
This commit is contained in:
parent
58809188ef
commit
dc8e99cf9b
1 changed files with 17 additions and 18 deletions
|
|
@ -17,13 +17,12 @@ citeertitel: Wet BDU verkeer en vervoer
|
|||
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. Onze Minister: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;
|
||||
b. samenwerkingsgebied: een samenwerkingsgebied als bedoeld in artikel 2 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, waarop ingevolge artikel 2 van de Kaderwet bestuur in verandering die wet van toepassing is;
|
||||
c. inliggende gemeenten: gemeenten die zijn gelegen binnen een provincie en buiten een samenwerkingsgebied;
|
||||
d. regionaal openbaar lichaam: een regionaal openbaar lichaam dat is ingesteld bij een regeling als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van de Kaderwet bestuur in verandering;
|
||||
e. dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van een regionaal openbaar lichaam;
|
||||
f. uitkering: een brede doeluitkering als bedoeld in artikel 2, eerste lid of artikel 3, eerste lid;
|
||||
g. uitkeringsjaar: het kalenderjaar waarvoor de uitkering wordt verstrekt;
|
||||
h. verkeer- en vervoerbeleid: het samenstel van maatregelen gericht op aanleg, verbetering van de functionaliteit en op de instandhouding van de gebruiksfunctie van onroerende voorzieningen ten behoeve van het vervoer van personen en goederen, op exploitatie van openbaar en daarmee gelijkgesteld vervoer als bedoeld in de Wet personenvervoer 2000, op verkeersveiligheid en op de overige maatregelen gericht op beïnvloeden van de keuze van een vervoersmodaliteit.
|
||||
b. plusregio: een plusregio als bedoeld in artikel 104 van de Wet gemeenschappelijke regelingen die de gemeente of gemeenten Amsterdam, Arnhem en Nijmegen, Eindhoven en Helmond, Enschede en Hengelo, ’s-Gravenhage, Rotterdam of Utrecht omvat;
|
||||
c. inliggende gemeenten: gemeenten die zijn gelegen binnen een provincie en buiten een plusregio;
|
||||
d. dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van een regionaal openbaar lichaam;
|
||||
e. uitkering: een brede doeluitkering als bedoeld in artikel 2, eerste lid of artikel 3, eerste lid;
|
||||
f. uitkeringsjaar: het kalenderjaar waarvoor de uitkering wordt verstrekt;
|
||||
g. verkeer- en vervoerbeleid: het samenstel van maatregelen gericht op aanleg, verbetering van de functionaliteit en op de instandhouding van de gebruiksfunctie van onroerende voorzieningen ten behoeve van het vervoer van personen en goederen, op exploitatie van openbaar en daarmee gelijkgesteld vervoer als bedoeld in de Wet personenvervoer 2000, op verkeersveiligheid en op de overige maatregelen gericht op beïnvloeden van de keuze van een vervoersmodaliteit.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 2. Verstrekking van de uitkering
|
||||
|
||||
|
|
@ -41,15 +40,15 @@ c. een waterschap ten behoeve van de kosten van de aanleg en uitbreiding van de
|
|||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister verstrekt jaarlijks voor het uitkeringsjaar voor de geldingsduur van de krachtens de Kaderwet bestuur in verandering vastgestelde gemeenschappelijke regelingen aan een regionaal openbaar lichaam een brede doeluitkering ten behoeve van de voorbereiding en de uitvoering van het regionaal verkeer- en vervoerbeleid.
|
||||
**1.** Onze Minister verstrekt jaarlijks voor het uitkeringsjaar aan een plusregio een brede doeluitkering ten behoeve van de voorbereiding en de uitvoering van het regionaal verkeer- en vervoerbeleid.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het dagelijks bestuur kan een gedeelte van de uitkering verstrekken aan:
|
||||
|
||||
a. een gemeente die deel uitmaakt van het samenwerkingsgebied ten behoeve van de kosten van de uitvoering van het gemeentelijk verkeer- en vervoerbeleid;
|
||||
a. een gemeente die deel uitmaakt van de plusregio ten behoeve van de kosten van de uitvoering van het gemeentelijk verkeer- en vervoerbeleid;
|
||||
b. een waterschap ten behoeve van de kosten van de aanleg en uitbreiding van de capaciteit van wegen, de verkeersveiligheid op wegen en daaraan gerelateerde voorzieningen voor wegen waarvan het beheer bij reglement aan het waterschap is opgedragen;
|
||||
c. een provincie ten behoeve van de kosten van de aanleg van provinciale wegen binnen een samenwerkingsgebied.
|
||||
c. een provincie ten behoeve van de kosten van de aanleg van provinciale wegen binnen een plusregio.
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
|
|
@ -63,7 +62,7 @@ c. een provincie ten behoeve van de kosten van de aanleg van provinciale wegen b
|
|||
|
||||
**1.** De verdeling over provincies en regionale openbare lichamen van het voor het totaal van de uitkeringen beschikbare bedrag is gebaseerd op bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde gebiedsgerichte structuurkenmerken.
|
||||
|
||||
**2.** Op basis van de structuurkenmerken wordt voor iedere provincie onderscheidenlijk voor ieder regionaal openbaar lichaam afzonderlijk het percentuele en het absolute aandeel berekend van het voor het totaal van de uitkeringen beschikbare bedrag.
|
||||
**2.** Op basis van de structuurkenmerken wordt voor iedere provincie onderscheidenlijk voor iedere plusregio afzonderlijk het percentuele en het absolute aandeel berekend van het voor het totaal van de uitkeringen beschikbare bedrag.
|
||||
|
||||
**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden ten aanzien van de structuurkenmerken en de berekening nadere regels gesteld.
|
||||
|
||||
|
|
@ -105,9 +104,9 @@ b. maatregelen met betrekking tot het gemeentelijk en intergemeentelijk verkeer-
|
|||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
**1.** Ten behoeve van de voorbereiding van het bestedingsplan, bedoeld in artikel 6, vindt door gedeputeerde staten in ieder geval afstemming plaats met de besturen van de aangrenzende provincies, de besturen van de in de provincie gelegen regionale openbare lichamen en de besturen van de waterschappen die zijn gelegen binnen een provincie en buiten een samenwerkingsgebied voor wegen waarvan het beheer bij reglement aan het waterschap is opgedragen;
|
||||
**1.** Ten behoeve van de voorbereiding van het bestedingsplan, bedoeld in artikel 6, vindt door gedeputeerde staten in ieder geval afstemming plaats met de besturen van de aangrenzende provincies, de besturen van de in de provincie gelegen regionale openbare lichamen en de besturen van de waterschappen die zijn gelegen binnen een provincie en buiten een plusregio voor wegen waarvan het beheer bij reglement aan het waterschap is opgedragen;
|
||||
|
||||
**2.** Ten behoeve van de voorbereiding van het bestedingsplan, bedoeld in artikel 6, vindt door het dagelijks bestuur in ieder geval afstemming plaats met het bestuur van de provincie waarin het samenwerkingsgebied is gelegen en de besturen van de in het samenwerkingsgebied gelegen waterschappen voor wegen waarvan het beheer bij reglement aan het waterschap is opgedragen.
|
||||
**2.** Ten behoeve van de voorbereiding van het bestedingsplan, bedoeld in artikel 6, vindt door het dagelijks bestuur in ieder geval afstemming plaats met het bestuur van de provincie waarin de plusregio is gelegen en de besturen van de in de plusregio gelegen waterschappen voor wegen waarvan het beheer bij reglement aan het waterschap is opgedragen.
|
||||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
|
|
@ -121,7 +120,7 @@ b. maatregelen met betrekking tot het gemeentelijk en intergemeentelijk verkeer-
|
|||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
**1.** De provincie onderscheidenlijk het regionaal openbaar lichaam legt voor 1 november na afloop van het uitkeringsjaar financiële verantwoording af over de besteding en de reservering ten laste van de uitkering.
|
||||
**1.** De provincie onderscheidenlijk de plusregio legt voor 1 november na afloop van het uitkeringsjaar financiële verantwoording af over de besteding en de reservering ten laste van de uitkering.
|
||||
|
||||
**2.** De verantwoording, bedoeld in het eerste lid, is voorzien van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, waaruit blijkt dat de uitkering is besteed aan de voorbereiding en de uitvoering van het provinciale onderscheidenlijk het regionale verkeer- en vervoerbeleid en, indien een gedeelte van de uitkering is gereserveerd, dit is gebeurd in overeenstemming met artikel 9 en de reservering herkenbaar in de verantwoording is vastgelegd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -131,14 +130,14 @@ b. maatregelen met betrekking tot het gemeentelijk en intergemeentelijk verkeer-
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onze Minister kan een uitkering ten nadele van de provincie onderscheidenlijk het regionaal openbaar lichaam wijzigen indien:
|
||||
Onze Minister kan een uitkering ten nadele van de provincie onderscheidenlijk de plusregio wijzigen indien:
|
||||
|
||||
a. uit de accountantsverklaring, bedoeld in artikel 10, niet blijkt dat de uitkering is besteed aan de voorbereiding en de uitvoering van het provinciale onderscheidenlijk het regionale verkeer- en vervoerbeleid en, indien een gedeelte van de uitkering is gereserveerd, uit de accountantsverklaring niet blijkt dat dit is gebeurd in overeenstemming met artikel 9 of de reservering niet herkenbaar in de verantwoording is vastgelegd;
|
||||
b. geen verantwoording is afgelegd die overigens voldoet aan de bij of krachtens deze wet gestelde regels.
|
||||
|
||||
**2.** Alvorens tot wijziging over te gaan stelt Onze Minister gedeputeerde staten onderscheidenlijk het regionaal openbaar lichaam in de gelegenheid te worden gehoord.
|
||||
**2.** Alvorens tot wijziging over te gaan stelt Onze Minister gedeputeerde staten onderscheidenlijk het dagelijks bestuur in de gelegenheid te worden gehoord.
|
||||
|
||||
**3.** De wijziging van de uitkering ten nadele van de provincie of van het regionaal openbaar lichaam vindt plaats binnen vijf jaar na het einde van het uitkeringsjaar.
|
||||
**3.** De wijziging van de uitkering ten nadele van de provincie of van de plusregio vindt plaats binnen vijf jaar na het einde van het uitkeringsjaar.
|
||||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
|
|
@ -148,7 +147,7 @@ Onverschuldigde betalingen gedaan in het kader van de toepassing van deze wet ku
|
|||
|
||||
**1.** Gedeputeerde staten onderscheidenlijk het dagelijks bestuur verstrekken desgevraagd inlichtingen omtrent de besteding en de reservering ten laste van de uitkering aan de door Onze Minister aangewezen ambtenaren van de accountantsdienst, bedoeld in artikel 66, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2001.
|
||||
|
||||
**2.** De ambtenaren van de accountantsdienst kunnen ten aanzien van de financiële verantwoording door de provincie onderscheidenlijk het regionaal openbaar lichaam tevens informatie inwinnen bij de in artikel 10, tweede lid, bedoelde accountant.
|
||||
**2.** De ambtenaren van de accountantsdienst kunnen ten aanzien van de financiële verantwoording door de provincie onderscheidenlijk de plusregio tevens informatie inwinnen bij de in artikel 10, tweede lid, bedoelde accountant.
|
||||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue