1998-06-19 | BWBR0004039 | Besluit ex artikel 18 Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet

This commit is contained in:
Coornhert 1998-06-19 12:00:00 +00:00
parent 57244e93d0
commit dcabe9f421

View file

@ -0,0 +1,69 @@
---
titel: Besluit ex artikel 18 Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet
bwb_id: BWBR0004039
type: AMvB
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '1986-12-25'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0004039
citeertitel: Besluit ex artikel 18 Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet
---
# Besluit ex artikel 18 Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet
### Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. de wet: de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet (*Stb.* 1986, 360);
b. de Raad: de Pensioen- en Uitkeringsraad, genoemd in artikel 2 van de Wet op de Pensioen- en Uitkeringsraad (*Stb.* 1990, 324);
c. de belanghebbende: de deelnemer aan het verzet in de zin van de wet.
### Artikel 2
**1.** Het geneeskundig onderzoek bedoeld in artikel 18 van de wet, geschiedt door een geneeskundig adviseur, door de Raad aan te wijzen, of diens plaatsvervanger. Indien de Raad zulks nodig oordeelt of de belanghebbende daartoe het verzoek doet, geschiedt het geneeskundig onderzoek door één of twee artsen, voorkomende op een door de Raad, in overleg met de Stichting Pelita, samengestelde lijst van artsen. Indien de verblijfplaats van de te onderzoeken persoon buiten Nederland is gelegen, kan de Raad artsen aanwijzen, die niet voorkomen op genoemde lijst.
**2.** Op verzoek van de belanghebbende wijst de Raad bovendien een andere, door de belanghebbende gekozen, arts aan, die het onderzoek bijwoont of de in het vorige lid bedoelde arts schriftelijk van advies dient.
**3.** Bij de aanvrage om pensioen voegt de belanghebbende een omschrijving van de omstandigheden waaronder de verwonding of verminking, of de ziekten of gebreken, naar zijn mening zijn ontstaan, alsmede van de nadelige gevolgen welke hij daarvan ondervindt, zo mogelijk gestaafd door bewijsstukken.
### Artikel 3
Vervallen
### Artikel 4
**1.**
De artsen brengen zo spoedig mogelijk een met redenen omkleed rapport uit aan de Raad, ten minste houdende:
a. een nauwkeurige omschrijving van de bij de onderzochte waargenomen verwonding, verminking, ziekten of gebreken, alsmede van de daardoor veroorzaakte stoornissen en bezwaren;
b. omstandige mededelingen omtrent het ontstaan van de verwonding, verminking, ziekten of gebreken, zowel wat door of vanwege de Commissie Indisch Verzet, bedoeld in artikel 25 van de wet, dienaangaande wordt verklaard, als wat de belanghebbende zelf meent te kunnen aanvoeren;
c. beschouwingen omtrent het verband dat op medische gronden al dan niet geacht kan worden te bestaan tussen de aangegeven oorzaken en de waargenomen verwonding, verminking, ziekten of gebreken;
d. de mate van invaliditeit, uitgedrukt in percentages van tien of, naar boven afgerond, van veelvouden van tien;
e. een oordeel over de vraag of verandering van het invaliditeitspercentage voor de toekomst al dan niet aannemelijk geacht wordt.
**2.** Bij hun rapport leggen de artsen, desgewenst in gewaarmerkt afschrift, de stukken over waarvan voor het opmaken van het rapport is gebruik gemaakt.
### Artikel 5
**1.** Het invaliditeitspercentage bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder d, wordt bepaald in verband met het beroep dat belanghebbende vóór het intreden van zijn invaliditeit laatstelijk heeft vervuld (beroepsinvaliditeit) en met de algemene invaliditeit, met dien verstande, dat bij verschil het hoogste percentage wordt aangehouden.
**2.** Na omscholing tot een nieuw beroep, wordt, indien dit voor belanghebbende voordeliger is, de invaliditeit bepaald naar het nieuwe beroep.
### Artikel 6
**1.** De Raad is bevoegd over het rapport van de artsen een rapport van één of meer andere deskundigen te vragen. Wijkt het gevoelen van deze deskundigen af van dat van de artsen, over wier rapport zij werden gehoord, dan wordt van het gevoelen van de deskundigen geen gebruik gemaakt dan nadat de artsen tegenover de Raad hun gevoelen nader schriftelijk hebben kunnen verdedigen.
**2.** De Raad is mede bevoegd de belanghebbende nogmaals geneeskundig te doen onderzoeken of hem voor de tijd van ten hoogste drie maanden in een inrichting ter observatie te doen opnemen.
### Artikel 7
**1.** De vergoeding voor de in artikel 2, tweede lid, bedoelde arts wordt door de Raad vastgesteld.
**2.** Alle kosten van geneeskundige onderzoekingen, inbegrepen de kosten van de door de belanghebbende gekozen arts, en van rapporten, evenals die verbonden aan een observatie, alsmede de, naar het oordeel van de Raad, noodzakelijke reiskosten van de belanghebbende en die van de voor zijn reis benodigde begeleiding naar en van de plaats, waar het geneeskundig onderzoek plaats vindt, komen ten laste van het Rijk; zij worden gedeclareerd bij de Raad.
**3.** Indien de belanghebbende tengevolge van een geneeskundig onderzoek of van een observatie inkomsten derft, wordt hem een vergoeding gegeven. Deze vergoeding wordt, gehoord de belanghebbende, door de Raad ten laste van het Rijk vastgesteld.
### Artikel 8
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van het *Staatsblad* waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 1983.