2012-01-01 | BWBR0038694 | Inkomstenbelasting, inkomen uit sparen en beleggen (box 3)

This commit is contained in:
Coornhert 2012-01-01 12:00:00 +00:00
parent e1fcb456b4
commit dcfca778c9

View file

@ -0,0 +1,52 @@
---
titel: Inkomstenbelasting, inkomen uit sparen en beleggen (box 3)
bwb_id: BWBR0038694
type: beleidsregel
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2016-11-09'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0038694
citeertitel: Inkomstenbelasting, inkomen uit sparen en beleggen (box 3)
---
# Inkomstenbelasting, inkomen uit sparen en beleggen (box 3)
De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.
*In dit besluit staat het beleid over het inkomen uit sparen en beleggen (box 3). Dit besluit is een actualisering van het besluit van 3 september 2013, nr. BLKB2013/662M met betrekking tot de waardering van achtergestelde depositos en vorderingen op DSB Bank NV op peildata 1 januari 2014, 2015 en 2016.*
## 1. Inleiding
In dit besluit staat het beleid over het inkomen uit sparen en beleggen (box 3). Dit besluit is een actualisering van het besluit van 3 september 2013, nr. BLKB2013/662M, onlangs gewijzigd bij het besluit van 8 mei 2015, nr. BLKB2015/409M, over het inkomen uit sparen en beleggen.
Hieronder staan de wijzigingen ten opzichte van het besluit van 3 september 2013:
Onderdeel 2.1 is ingekort. De alinea over de belastingjaren tot en met 2010 heeft zijn belang verloren omdat de aangiftetermijn en de termijn voor ambtshalve verminderen of teruggeven voor het kalenderjaar 2010 zijn verlopen.
Onderdeel 4.1 is uitgebreid. Voor de peildata 1 januari 2014 en 2015 geldt een nihilwaardering. Met ingang van peildatum 1 januari 2016 is de waarde in het economische verkeer gelijkgesteld aan de nominale waarde van de restantvordering.
Het besluit van 3 september 2013, nr. BLKB2013/662M is ingetrokken.
### 1.1. Gebruikte begrippen en afkortingen
## 2. De rendementsgrondslag
## 3. Toedeling bij bepaalde verkrijgingen krachtens erfrecht
### 3.1. Renteloze geldvordering van een kind op de echtgenoot van de overleden ouder
### 3.2. Defiscalisering vruchtgebruik en bloot eigendom
### 3.3. Toerekening schulden die deel uitmaken van een algemeenheid waarop krachtens erfrecht een vruchtgebruik rust voor de jaren 2012 tot en met 2016
In vruchtgebruiksituaties die krachtens bepaalde erfrechtelijke verkrijgingen zijn ontstaan, wordt bij de langstlevende ouder (vruchtgebruiker) de volledige waarde van de goederen in aanmerking genomen (artikel 5.4, vijfde lid, van de Wet IB 2001). De waarde van de bloot eigendom behoort niet tot de bezittingen voor box 3 (artikel 5.4, derde lid, van de Wet IB 2001). Doel hiervan is aan te sluiten bij de maatschappelijke realiteit in erfrechtelijke situaties door de (forfaitaire) inkomsten uit het nagelaten vermogen te belasten bij degene die over de inkomsten kan beschikken. Tot een nalatenschap waarop krachtens erfrecht een vruchtgebruik rust, kunnen ook schulden behoren. Deze schulden maken evenals de goederen deel uit van een zogenoemde algemeenheid waarop een vruchtgebruik is gevestigd. Met ingang van 2017 worden daarom de goederen en de schulden voor zover die toebehoorden aan de erflater en die deel uitmaken van deze algemeenheid voor box 3 gelijk behandeld (artikel 5.4, vierde en vijfde lid, van de Wet IB 2001). Dit betekent dat ook de volledige waarde van de schulden bij de vruchtgebruiker in aanmerking wordt genomen in box 3. Voor de jaren voorafgaand aan 2017 blijft het verschil in behandeling bestaan. Dat leidt tot een onwenselijke uitkomst. Daarom wil ik belastingplichtigen de mogelijkheid bieden om ook in de jaren 2012 tot en met 2016 gebruik te maken van de regeling van artikel 5.4, vierde en vijfde lid, van de Wet IB 2001 zoals deze geldt vanaf 1 januari 2017.
Met inachtneming van de termijn voor ambtshalve vermindering keur ik met toepassing van de hardheidsclausule voor de jaren 2012 tot en met 2016 het volgende goed. Ook schulden voor zover die toebehoorden aan de erflater en die deel uitmaken van een algemeenheid waarop krachtens erfrecht een vruchtgebruik rust, kunnen volledig bij de vruchtgebruiker in aanmerking worden genomen. De bloot eigenaar(s) word(t)en dan niet belast voor de bloot eigendom. Aan deze goedkeuring verbind ik de volgende voorwaarden:
a. De vruchtgebruiker en de bloot eigenaar(s) doen gezamenlijk schriftelijk het verzoek om toepassing van deze goedkeuring bij de inspecteur van de vruchtgebruiker.
b. De uitkomst is gelijk aan de uitkomst die zou zijn verkregen als artikel 5.4, vierde en vijfde lid, van de Wet IB 2001 per 2017 al van toepassing was in de jaren 2012 tot en met 2016.
c. Het verzoek geldt voor het gehele tijdvak van de jaren 2012 tot en met 2016.
## 4. Waardering
## 5. Ingetrokken regeling
## 6. Inwerkingtreding