diff --git a/pbo/hygiënebesluit-vleeskuikenbedrijven-ppe-2007/BWBR0022657/README.md b/pbo/hygiënebesluit-vleeskuikenbedrijven-ppe-2007/BWBR0022657/README.md new file mode 100644 index 00000000000..288b4a56ece --- /dev/null +++ b/pbo/hygiënebesluit-vleeskuikenbedrijven-ppe-2007/BWBR0022657/README.md @@ -0,0 +1,143 @@ +--- +titel: Hygiënebesluit vleeskuikenbedrijven (PPE) 2007 +bwb_id: BWBR0022657 +type: pbo +status: geldend +datum_inwerkingtreding: '2007-09-23' +bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0022657 +citeertitel: Hygiënebesluit vleeskuikenbedrijven (PPE) 2007 +--- + +# Hygiënebesluit vleeskuikenbedrijven (PPE) 2007 + +### Artikel 1 + +Dit besluit neemt de terminologie, als omschreven in artikel 1 van de Verordening hygiënevoorschriften pluimveehouderij (PPE) 2007 (hierna: de Verordening), over, en verstaat daarnaast onder ondernemer: een natuurlijk persoon of rechtspersoon die een vleeskuikenbedrijf uitoefent en onder Salmonella Java: Salmonella paratyphi B var. Java. + +### Artikel 2 + +**1.** De uitslag van een hygiënogram als bedoeld in artikel 3, achtste lid van de Verordening, is kleiner of gelijk aan 1,5. + +**2.** Indien de in het eerste lid bedoelde uitslag groter dan 1,5 maar kleiner of gelijk aan 3,0 is, dan vindt tijdens de volgende leegstandperiode opnieuw een hygiënogram plaats. + +**3.** Indien de in het eerste lid bedoelde uitslag groter is dan 3,0 dan wordt tijdens de volgende leegstandsperiode de stal ontsmet door een professioneel ontsmettingsbedrijf. Na de ontsmetting vindt opnieuw een hygiënogram plaats. + +**4.** Wanneer overeenkomstig Bijlage II onder b. van het Besluit erkenningsvoorwaarden en werkwijzen HOSOWO-instanties (PPE) 2007 de uitslag van twee van de vijf onderdelen van de visuele controle, slecht is, wordt na de volgende ronde nogmaals een hygiënogram uitgevoerd. + +### Artikel 3 + +**1.** Wanneer een koppel eendagskuikens wordt geleverd op het vleeskuikenbedrijf wordt dit door of namens de ondernemer bemonsterd op de wijze als omschreven in Bijlage I. + +**2.** Voordat een koppel vleeskuikens van het vleeskuikenbedrijf wordt afgevoerd naar de slachterij wordt dit door of namens de ondernemer bemonsterd op de wijze als omschreven in Bijlage II. + +**3.** De monstername als bedoeld in Bijlage II vindt plaats vanaf de leeftijd van 21 dagen van het koppel vleeskuikens. De monstername mag vóór de leeftijd van 21 dagen van het koppel vleeskuikens plaatsvinden indien dit koppel naar de slachterij wordt afgevoerd voordat het de leeftijd van dagen heeft bereikt. + +**4.** De monsters worden overeenkomstig Bijlage I en Bijlage II door een door de voorzitter erkend laboratorium geanalyseerd op alle serotypen Salmonella. + +**5.** De uitslag van de analyse van de monsters als bedoeld in het vierde lid is 14 dagen geldig vanaf de datum van afgifte van de uitslag door het laboratorium. De uitslag van de analyse van de monsters overeenkomstig Bijlage I, wordt door de ondernemer schriftelijk vastgelegd en doorgegeven aan de leverancier van de eendagskuikens. + +**6.** De uitslag van de analyse van de monsters overeenkomstig Bijlage I en Bijlage II en de informatie verkregen van de leverancier van de eendagskuikens, wordt door de ondernemer schriftelijk vastgelegd en wordt minimaal 24 uur voor aflevering van de vleeskuikens, door de ondernemer, of onder verantwoordelijkheid van de ondernemer door een door de voorzitter erkend laboratorium, aan de slachterij doorgegeven. + +**7.** De ondernemer op wiens bedrijf Salmonella is aangetoond, stelt het in artikel 7, vierde lid, van de Verordening genoemde tracerings-, monitorings- en bestrijdingsplan op overeenkomstig het model in Bijlage V, en voert dit uit. + +### Artikel 4 + +**1.** Indien de uitslag van de analyse van de monsters als bedoeld in artikel 3 aantoont dat een koppel vleeskuikens besmet is met Salmonella, zorgt de ondernemer er voor dat dit koppel gescheiden van niet besmette koppels wordt gevangen en van het bedrijf wordt afgevoerd naar de slachterij. + +**2.** De ondernemer maakt schriftelijk afspraken met een vangbedrijf omtrent het gescheiden vangen en afvoeren van het bedrijf en heeft deze op zijn bedrijf aanwezig. + +### Artikel 5 + +**1.** Voordat een koppel vleeskuikens van het vleeskuikenbedrijf wordt afgevoerd naar de slachterij wordt dit door of namens de ondernemer bemonsterd op de wijze als omschreven in Bijlage III. + +**2.** De in het eerste lid bedoelde monsters worden overeenkomstig Bijlage III door een door de voorzitter erkend laboratorium geanalyseerd op de aanwezigheid van Campylobacter. + +**3.** De uitslag van de analyse van de monsters overeenkomstig Bijlage III en de informatie verkregen van de leverancier van de eendagskuikens, wordt door de ondernemer schriftelijk vastgelegd en doorgegeven aan de slachterij. + +**4.** De uitslag van de analyse van de monsters als bedoeld in het eerste lid is 14 dagen geldig vanaf de datum van afgifte van de uitslag door het laboratorium, en wordt door de ondernemer, of onder verantwoordelijkheid van de ondernemer door het laboratorium dat de analyse heeft uitgevoerd, minimaal 24 uur voor aflevering van de vleeskuikens, aan de slachterij doorgegeven. + +### Artikel 6 + +De ondernemer die zelf de in artikel 3 en artikel 5 bedoelde monstername uitvoert, voldoet aan de borgingssystematiek als omschreven in Bijlage VI. + +### Artikel 7 + +**1.** Indien de analyse van de monsters als bedoeld in artikel 3, vierde lid, een Salmonella Java besmetting aantoont, wordt deze besmetting door de ondernemer of, onder verantwoordelijkheid van de ondernemer, door het laboratorium dat de analyse heeft uitgevoerd, binnen uur gemeld aan het productschap. + +**2.** Indien de uitslag van de analyse overeenkomstig Bijlage I of Bijlage II aantoont dat op een vleeskuikenbedrijf een koppel vleeskuikens met een Salmonella Java is besmet, informeert de ondernemer iedere bezoeker hierover bij het maken van de bezoekafspraak. + +**3.** Een bezoek aan een vleeskuikenbedrijf waar een met Salmonella Java besmet koppel vleeskuikens aanwezig is, vindt plaats na andere bezoeken op die dag. + +### Artikel 8 + +**1.** Nadat bij een koppel vleeskuikens Salmonella Java is geconstateerd vindt bij het eerstvolgende koppel vleeskuikens, als dit een leeftijd van twee weken heeft bereikt, door of namens de ondernemer het onderzoek overeenkomstig Bijlage II plaats. + +**2.** De ondernemer zorgt ervoor dat de uitslag van het in het eerste lid bedoelde onderzoek bekend is voordat broedeieren voor het eerstvolgende koppel vleeskuikens worden ingelegd op de broederij. + +**3.** Nadat overeenkomstig het in Bijlage I of Bijlage II uitgevoerde onderzoek in een stal voor de tweede achtereenvolgende keer een Salmonella Java besmetting is geconstateerd, neemt de ondernemer in de stal een leegstandperiode van minimaal tien dagen in acht. + +**4.** Tijdens de in het derde lid genoemde leegstandperiode wordt de stal gereinigd en ontsmet op de wijze zoals in Bijlage VII is omschreven. + +**5.** Tijdens de in het derde lid genoemde leegstandperiode wordt de stal door een HOSOWO-instantie onderzocht op de aanwezigheid van Salmonella Java, overeenkomstig Bijlage VIII. Indien na de leegstandperiode de stal nog besmet is met Salmonella Java legt de ondernemer samen met deskundigen de verdere aanpak schriftelijk vast. + +**6.** + +Nadat overeenkomstig het in Bijlage I en Bijlage II bedoelde onderzoek in een stal voor de derde achtereenvolgende keer een Salmonella Java besmetting is geconstateerd wordt hetgeen in het derde, vierde en vijfde lid is bepaald herhaald. + +Daarnaast wordt in de stal het voersysteem gereinigd en ontsmet en wordt tijdens de eerstvolgende ronde gedurende twee weken aan het drinkwater voor de vleeskuikens een geregistreerd middel met bacteriedodende werking toegediend door of namens de ondernemer, volgens de aanwijzingen van de fabrikant van het geregistreerde middel. + +**7.** Nadat, met uitzondering van een eerste Salmonella Java constatering in de stal, op basis van de onderzoeken omschreven in het derde en vijfde lid, geen Salmonella Java meer in de stal wordt aangetroffen, voert de ondernemer gedurende drie achtereenvolgende ronden enkele maatregelen uit. Een HOSOWO- instantie voert het hygiënogram als bedoeld in artikel 3, achtste lid, van de Verordening uit en onderzoekt de stal op aanwezigheid van Salmonella Java overeenkomstig Bijlage VIII. + +### Artikel 9 + +**1.** Indien de ondernemer aan een koppel vleeskuikens graan voert afkomstig van eigen teelt of rechtstreeks afkomstig van een andere teler, houdt hij van iedere partij graan een monster achter. + +**2.** Indien bij een koppel vleeskuikens een besmetting met Salmonella is aangetoond, wordt het achtergehouden monster graan overeenkomstig Bijlage IV onderzocht op de aanwezigheid van Salmonella. + +**3.** Indien uit het in het tweede lid bedoelde onderzoek blijkt dat het monster graan is besmet met Salmonella, voert de ondernemer de rest van de partij graan niet aan een koppel vleeskuikens, tenzij dit zodanig is behandeld dat het niet meer met Salmonella is besmet. + +**4.** Na de in het derde lid bedoelde behandeling wordt het graan ter verificatie opnieuw, overeenkomstig Bijlage IV, onderzocht op de aanwezigheid van Salmonella. Indien het ter verificatie uitgevoerde onderzoek heeft uitgewezen dat het graan niet meer met Salmonella is besmet mag de ondernemer het aan een koppel vleeskuiken voeren. + +**5.** Indien het traceringsonderzoek als bedoeld in Bijlage V heeft uitgewezen dat het graan niet de oorzaak is van de Salmonella-besmetting bij een koppel vleeskuikens, is het niet noodzakelijk het graan te onderzoeken op aanwezigheid van Salmonella. + +### Artikel 10 + +Indien de ondernemer constateert dat de kratten of containers waarin een koppel vleeskuikens wordt vervoerd niet schoon zijn, maakt hij hiervan direct melding aan het productschap. + +### Artikel 11 + +**1.** Dit besluit kan worden aangehaald als: Hygiënebesluit vleeskuikenbedrijven (PPE) 2007. + +**2.** Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dag van dagtekening in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie, waarin het wordt geplaatst. + +## Bijlage I. : Werkvoorschrift voor het nemen van monsters inlegvellen + +## Bijlage II. : Werkvoorschrift voor het nemen van mestmonsters voor Salmonella + +## Bijlage III. : Werkvoorschrift voor het nemen van mestmonsters voor Campylobacter + +## Bijlage IV. : Werkvoorschrift voor de bemonstering van graan ten behoeve van onderzoek op aanwezigheid van Salmonella + +Van ieder partij graan die op het pluimveebedrijf wordt opgeslagen, afkomstig van eigen teelt of rechtstreeks van een andere teler, dient een monster te worden achtergehouden wanneer de partij wordt opgeslagen. Indien bij het koppel vleeskuikens een salmonellabesmetting wordt geconstateerd en de oorzaak van de besmetting is onbekend, dient het achtergehouden monster graan op de aanwezigheid van Salmonella te worden onderzocht. + +## Bijlage V. : Tracerings-, monitorings- en bestrijdingplan + +## Bijlage VI. : Eisen aan de borgingssystematiek voor eigen monstername door de pluimveehouder + +De pluimveehouder, die zelf monsters neemt ten behoeve van het onderzoek naar Salmonella en Campylobacter, volgens de in bijlage II en III vermelde bemonsteringsmethoden moet aan de volgende voorwaarden voldoen: + +## Bijlage VII. : Protocol voor het reinigen en ontsmetten van met Salmonella Java besmette pluimveestallen en inventaris + +## Bijlage VIII. : Protocol voor het nemen van swabmonsters in stallen waar bij het koppel een Salmonella Java besmetting is geconstateerd + +Het doel van de monstername is Salmonella Java te vinden, het is derhalve van belang om gericht te zoeken naar zichtbaar vuile oppervlakken. Deze worden bemonsterd, aangezien het niet zinvol is om schone oppervlakken te swabben. + +Soms is het zinvol om meer swabs te nemen van andere dan de hier genoemde plaatsen; hierbij geldt steeds weer dat er gericht gezocht dient te worden. Dergelijke plaatsen kunnen in de directe omgeving van de stallen liggen, bijvoorbeeld de voerdistributie/weegplaats. + +Het is uiteraard van belang om een visuele beoordeling van de stallen en inventaris uit te voeren. Hierbij moet ook de aanwezigheid van ongedierte, zoals kevers en larven worden meegenomen. + +Bij het nemen van swabmonsters in de stallen die met *Salmonella paratyphi B var. Java* besmet waren, dienen tenminste 50 swabs genomen te worden bijvoorbeeld op de volgende plaatsen (dit laatste is enigszins afhankelijk van de betreffende praktijksituatie). + +Voorts monstername van losliggend vuil en schraapsel van risicoplaatsen, zoals de binnenzijde van de voervijzel, bedrijfsschoeisel en kieren van afvoerputten. Het te nemen aantal swabs is afhankelijk van de hoeveelheid aangetroffen materiaal. + +Voor de analyse mogen 25 swabs worden gepoold.