2020-04-01 | BWBR0013796 | Uitvoeringswet Internationaal Strafhof

This commit is contained in:
Coornhert 2020-04-01 12:00:00 +00:00
parent c96a5eb112
commit dd041e9451

View file

@ -54,11 +54,11 @@ d. Nederlands recht: het geldende recht in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eu
**1.** Een overeenkomstig het Statuut ontvangen verzoek van het Strafhof om samenwerking, om tenuitvoerlegging of om vervolging van een misdrijf, gericht tegen de rechtspleging van het Strafhof, wordt door Onze Minister in behandeling genomen. Zo het verzoek niet tot Onze Minister is gericht, wordt het door de geadresseerde onverwijld aan hem doorgezonden.
**2.** Tenzij Onze Minister het verzoek zelf kan afdoen dan wel van oordeel is dat eerst aanvullende informatie van het Strafhof is vereist, en behoudens het derde en vierde lid, zendt hij het verzoek onverwijld door aan de officier van justitie bij het arrondissementsparket te 's-Gravenhage.
**2.** Tenzij Onze Minister het verzoek zelf kan afdoen dan wel van oordeel is dat eerst aanvullende informatie van het Strafhof is vereist, en behoudens het derde en vierde lid, zendt hij het verzoek onverwijld door aan de officier van justitie bij het arrondissementsparket Den Haag.
**3.** Indien het verzoek betrekking heeft op de tenuitvoerlegging van een door het Strafhof opgelegde gevangenisstraf, handelt Onze Minister daarmee overeenkomstig de artikelen 67 en 68.
**4.** Indien het verzoek betrekking heeft op de tenuitvoerlegging van een bevel tot het doen van herstelbetalingen als bedoeld in artikel 75 van het Statuut, treft Onze Minister de maatregelen die naar zijn oordeel nodig zijn voor een goede uitvoering van het bevel. Indien het bevel inhoudt een verplichting voor de veroordeelde tot betaling van een som geld ten behoeve van een of meer begunstigden, zendt Onze Minister het verzoek onverwijld door aan de officier van justitie bij het arrondissementsparket te 's-Gravenhage, die daarmee handelt overeenkomstig de artikelen 72 en 83.
**4.** Indien het verzoek betrekking heeft op de tenuitvoerlegging van een bevel tot het doen van herstelbetalingen als bedoeld in artikel 75 van het Statuut, treft Onze Minister de maatregelen die naar zijn oordeel nodig zijn voor een goede uitvoering van het bevel. Indien het bevel inhoudt een verplichting voor de veroordeelde tot betaling van een som geld ten behoeve van een of meer begunstigden, zendt Onze Minister het verzoek onverwijld door aan de officier van justitie bij het arrondissementsparket Den Haag, die daarmee handelt overeenkomstig de artikelen 72 en 83.
**5.** Een verzoek om bijstand wordt door Onze Minister of de door deze daartoe aangewezen autoriteiten in behandeling genomen.
@ -66,7 +66,7 @@ d. Nederlands recht: het geldende recht in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eu
### Artikel 4
Tot de behandeling, voor zover aan de rechter opgedragen, van verzoeken van het Strafhof om samenwerking of tenuitvoerlegging, alsmede van enig beroep, beklag of verzet in verband daarmee, is de rechtbank te 's-Gravenhage bij uitsluiting bevoegd.
Tot de behandeling, voor zover aan de rechter opgedragen, van verzoeken van het Strafhof om samenwerking of tenuitvoerlegging, alsmede van enig beroep, beklag of verzet in verband daarmee, is de rechtbank Den Haag bij uitsluiting bevoegd.
### Artikel 5
@ -112,7 +112,7 @@ i. het geval, bedoeld in artikel 25, eerste lid.
### Artikel 9
Op betekeningen, kennisgevingen en oproepingen, gedaan krachtens deze wet, zijn de artikelen 585 tot en met 590 van het Wetboek van Strafvordering van overeenkomstige toepassing.
Op betekeningen, kennisgevingen en oproepingen, gedaan krachtens deze wet, zijn de artikelen 36b tot en met 36i, en 36n van het Wetboek van Strafvordering van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 10
@ -149,7 +149,7 @@ b. ter tenuitvoerlegging van een door het Strafhof opgelegde gevangenisstraf.
**3.** Kan het optreden van de officier van justitie of de hulpofficier niet worden afgewacht, dan is elke opsporingsambtenaar bevoegd de persoon aan te houden.
**4.** De aangehouden persoon wordt zo spoedig mogelijk voorgeleid voor de officier van justitie bij het arrondissementsparket te 's-Gravenhage.
**4.** De aangehouden persoon wordt zo spoedig mogelijk voorgeleid voor de officier van justitie bij het arrondissementsparket Den Haag.
**5.** Indien de opgeëiste persoon zich in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba bevindt, blijft het vierde lid buiten toepassing. De aangehouden persoon die zich in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba bevindt wordt zo spoedig mogelijk voorgeleid voor de officier van justitie van het openbaar ministerie van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
@ -157,9 +157,9 @@ b. ter tenuitvoerlegging van een door het Strafhof opgelegde gevangenisstraf.
**1.** Na de opgeëiste persoon, met inachtneming van de artikelen 55, tweede lid, en 59, tweede lid, van het Statuut, te hebben gehoord, kan de officier van justitie bevelen dat de opgeëiste persoon gedurende drie dagen, te rekenen vanaf het tijdstip van de voorlopige aanhouding, in verzekering gesteld zal blijven.
**2.** Indien de opgeëiste persoon zich bevindt in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, wordt het bevel door de officier van justitie van het openbaar ministerie van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, bedoeld in het eerste lid, gegeven in overleg met de officier van justitie van het arrondissementsparket te s-Gravenhage. Met het oog op de toepassing van het derde lid kan de termijn van inverzekeringstelling éénmaal met drie dagen worden verlengd.
**2.** Indien de opgeëiste persoon zich bevindt in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, wordt het bevel door de officier van justitie van het openbaar ministerie van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, bedoeld in het eerste lid, gegeven in overleg met de officier van justitie bij het arrondissementsparket Den Haag. Met het oog op de toepassing van het derde lid kan de termijn van inverzekeringstelling éénmaal met drie dagen worden verlengd.
**3.** Indien een opgeëiste persoon in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba overeenkomstig deze paragraaf in verzekering is gesteld, wordt hij binnen de termijnen van het eerste lid en tweede lid overgedragen aan de officier van justitie bij het arrondissementsparket te s-Gravenhage.
**3.** Indien een opgeëiste persoon in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba overeenkomstig deze paragraaf in verzekering is gesteld, wordt hij binnen de termijnen van het eerste lid en tweede lid overgedragen aan de officier van justitie bij het arrondissementsparket Den Haag.
**4.** Het derde lid kan buiten toepassing blijven indien de opgeëiste persoon tegenover de officier van justitie die hem hoort, heeft verklaard in te stemmen met zijn onmiddellijke overlevering, de officier van justitie heeft beslist dat de persoon ter beschikking zal worden gesteld van het Strafhof en de feitelijke overlevering kan plaatsvinden binnen de termijnen van het eerste lid en tweede lid.
@ -199,15 +199,15 @@ Wanneer de opgeëiste persoon, op de dag waarop de officier van justitie het ver
### Artikel 19a
**1.** Nadat de opgeëiste persoon, met inachtneming van de artikelen 55, tweede lid en 59, tweede lid, van het Statuut, is gehoord, kan de officier van justitie bij het parket in eerste aanleg van de openbare lichamen bevelen dat de opgeëiste persoon gedurende drie dagen, te rekenen vanaf het tijdstip van voorlopige aanhouding, in verzekering gesteld zal blijven. Hij overlegt daartoe met de officier van justitie bij het arrondissementsparket te s-Gravenhage.
**1.** Nadat de opgeëiste persoon, met inachtneming van de artikelen 55, tweede lid en 59, tweede lid, van het Statuut, is gehoord, kan de officier van justitie bij het parket in eerste aanleg van de openbare lichamen bevelen dat de opgeëiste persoon gedurende drie dagen, te rekenen vanaf het tijdstip van voorlopige aanhouding, in verzekering gesteld zal blijven. Hij overlegt daartoe met de officier van justitie bij het arrondissementsparket Den Haag.
**2.** Indien de opgeëiste persoon op de dag waarop de officier van justitie het verzoek tot uitlevering ontvangt reeds krachtens artikel 14 in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba in verzekering is gesteld, kan de vrijheidsbeneming met afwijking van artikel 14 uitsluitend op bevel van de officier van justitie bij het arrondissementsparket te s-Gravenhage worden voortgezet tot het tijdstip waarop de rechtbank over de gevangenhouding beslist.
**2.** Indien de opgeëiste persoon op de dag waarop de officier van justitie het verzoek tot uitlevering ontvangt reeds krachtens artikel 14 in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba in verzekering is gesteld, kan de vrijheidsbeneming met afwijking van artikel 14 uitsluitend op bevel van de officier van justitie bij het arrondissementsparket Den Haag worden voortgezet tot het tijdstip waarop de rechtbank over de gevangenhouding beslist.
**3.** Indien de opgeëiste persoon in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba in verzekering is gesteld, wordt hij binnen de termijnen van het eerste lid overgedragen aan de officier van justitie bij het arrondissementsparket te s-Gravenhage.
**3.** Indien de opgeëiste persoon in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba in verzekering is gesteld, wordt hij binnen de termijnen van het eerste lid overgedragen aan de officier van justitie bij het arrondissementsparket Den Haag.
**4.** Het derde lid kan buiten toepassing blijven indien de opgeëiste persoon tegenover de officier van justitie die hem hoort, heeft verklaard in te stemmen met zijn onmiddellijke overlevering, de officier van justitie heeft beslist dat de persoon ter beschikking zal worden gesteld van het Strafhof en de feitelijke overlevering kan plaatsvinden binnen de termijn van artikel 14.
**5.** Nadat de opgeëiste persoon is gehoord, kan de officier van justitie bij het arrondissementsparket te s-Gravenhage in overleg met de officier van justitie bij het gerecht in eerste aanleg van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba bevelen dat de vrijheidsbeneming wordt voortgezet tot het tijdstip waarop de rechtbank over zijn gevangenhouding beslist.
**5.** Nadat de opgeëiste persoon is gehoord, kan de officier van justitie bij het arrondissementsparket Den Haag in overleg met de officier van justitie bij het gerecht in eerste aanleg van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba bevelen dat de vrijheidsbeneming wordt voortgezet tot het tijdstip waarop de rechtbank over zijn gevangenhouding beslist.
### Artikel 20
@ -231,7 +231,7 @@ Wanneer de opgeëiste persoon, op de dag waarop de officier van justitie het ver
**2.** De griffier van de rechtbank doet onverwijld aan de officier van justitie en aan de opgeëiste persoon mededeling van het voor het verhoor bepaalde tijdstip. Die mededeling en, zo een bevel tot medebrenging is gegeven, een afschrift van dat bevel worden aan de opgeëiste persoon betekend.
**3.** Indien niet blijkt dat de opgeëiste persoon reeds een raadsman heeft, geeft de voorzitter aan het bestuur van de raad voor rechtsbijstand last tot toevoeging van een raadsman.
**3.** Indien niet blijkt dat de opgeëiste persoon reeds een raadsman heeft, geeft de voorzitter aan het bestuur van de raad voor rechtsbijstand last tot aanwijzing van een raadsman.
### Artikel 23
@ -287,7 +287,7 @@ Wanneer de opgeëiste persoon, op de dag waarop de officier van justitie het ver
### Artikel 29
**1.** Ten aanzien van de bijstand van een raadsman, de behandeling van de zaak door de rechtbank, de beraadslaging en de uitspraak zijn de artikelen 37 tot en met 39, 45 tot en met 49, 50, eerste lid, 226, 260, eerste lid, 268, 269, vijfde lid, 271, 272, 273, derde lid, 274 tot en met 277, 279, 281, 286, 289, eerste en derde lid, 290 tot en met 301, 318 tot en met 322, 324 tot en met 327, 328 tot en met 331, 345, eerste en derde lid, 346, 357, 362, 363 en 365, eerste tot en met vijfde lid van het Wetboek van Strafvordering van overeenkomstige toepassing.
**1.** Ten aanzien van de bijstand van een raadsman, de behandeling van de zaak door de rechtbank, de beraadslaging en de uitspraak zijn de artikelen 37, 38, 43 tot en met 45, 226, 260, eerste lid, 268, 269, vijfde lid, 271, 272, 273, derde lid, 274 tot en met 277, 279, 281, 286, 289, eerste en derde lid, 290 tot en met 301, 318 tot en met 322, 324 tot en met 327, 328 tot en met 331, 345, eerste en derde lid, 346, 357, 362, 363 en 365, eerste tot en met vijfde lid van het Wetboek van Strafvordering van overeenkomstige toepassing.
**2.** De in het eerste lid genoemde artikelen vinden geen toepassing voor zover deze betrekking hebben op een getuige wiens identiteit niet of slechts ten dele blijkt.
@ -397,9 +397,9 @@ Ten aanzien van de bevelen tot vrijheidsbeneming, gegeven krachtens dit hoofdstu
### Artikel 44
**1.** In gevallen waarin de overlevering bij rechterlijk gewijsde ontoelaatbaar is verklaard, kan de rechtbank te 's-Gravenhage, op verzoek van de opgeëiste persoon, hem een vergoeding ten laste van de staat toekennen voor de schade die hij heeft geleden ten gevolge van de vrijheidsbeneming, bevolen krachtens deze wet. Onder schade is begrepen het nadeel dat niet in vermogensschade bestaat. De artikelen 89, derde, vierde en zesde lid, 90, 91 en 93 van het Wetboek van Strafvordering zijn van overeenkomstige toepassing.
**1.** In gevallen waarin de overlevering bij rechterlijk gewijsde ontoelaatbaar is verklaard, kan de rechtbank Den Haag, op verzoek van de opgeëiste persoon, hem een vergoeding ten laste van de staat toekennen voor de schade die hij heeft geleden ten gevolge van de vrijheidsbeneming, bevolen krachtens deze wet. Onder schade is begrepen het nadeel dat niet in vermogensschade bestaat. De artikelen 533, derde, vierde en zesde lid, 534, 535 en 536 van het Wetboek van Strafvordering zijn van overeenkomstige toepassing.
**2.** In gevallen als bedoeld in het eerste lid vinden de artikelen 591 en 591a van het Wetboek van Strafvordering overeenkomstige toepassing op de vergoeding van kosten en schaden voor de opgeëiste persoon of diens erfgenamen. In de plaats van het in artikel 591, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering bedoelde gerecht treedt de rechtbank te 's-Gravenhage.
**2.** In gevallen als bedoeld in het eerste lid vinden de artikelen 529 en 530 van het Wetboek van Strafvordering overeenkomstige toepassing op de vergoeding van kosten en schaden voor de opgeëiste persoon of diens erfgenamen. In de plaats van het in artikel 529, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering bedoelde gerecht treedt de rechtbank Den Haag.
## Hoofdstuk 3. Samenwerking als bedoeld in artikel 93 van het Statuut
@ -515,9 +515,9 @@ Op verzoek van het Strafhof en met inachtneming van de bepalingen van dit hoofds
**1.** Terzake van gevangenisstraffen die door het Strafhof zijn opgelegd wegens een of meer van de misdrijven, bedoeld in artikel 5 van het Statuut, en waarvan de tenuitvoerlegging in Nederland plaatsvindt, kan geen gratie worden verzocht en verleend. Een verzoekschrift om vermindering of kwijtschelding van zodanige straf wordt door Onze Minister onverwijld doorgezonden aan het Strafhof.
**2.** Op een daartoe strekkend verzoek van het Strafhof maakt Onze Minister aan het Strafhof zijn zienswijze bekend met betrekking tot de heroverweging van een straf als bedoeld in het eerste lid overeenkomstig artikel 110 van het Statuut. Met het oog daarop kan Onze Minister het advies inwinnen van de rechtbank te 's-Gravenhage en kan hij overigens bij derden alle inlichtingen inwinnen die hij nodig acht.
**2.** Op een daartoe strekkend verzoek van het Strafhof maakt Onze Minister aan het Strafhof zijn zienswijze bekend met betrekking tot de heroverweging van een straf als bedoeld in het eerste lid overeenkomstig artikel 110 van het Statuut. Met het oog daarop kan Onze Minister het advies inwinnen van de rechtbank Den Haag en kan hij overigens bij derden alle inlichtingen inwinnen die hij nodig acht.
**3.** Terzake van gevangenisstraffen die door het Strafhof zijn opgelegd wegens een misdrijf gericht tegen de rechtspleging van het Strafhof als bedoeld in artikel 70, eerste lid, van het Statuut, alsmede terzake van overige door het Strafhof opgelegde straffen, kan, indien de tenuitvoerlegging in Nederland plaatsvindt, overeenkomstig artikel 558 van het Wetboek van Strafvordering gratie worden verzocht en verleend. Alvorens omtrent de gratieverlening wordt beslist, consulteert Onze Minister het Strafhof teneinde diens zienswijze te vernemen.
**3.** Terzake van gevangenisstraffen die door het Strafhof zijn opgelegd wegens een misdrijf gericht tegen de rechtspleging van het Strafhof als bedoeld in artikel 70, eerste lid, van het Statuut, alsmede terzake van overige door het Strafhof opgelegde straffen, kan, indien de tenuitvoerlegging in Nederland plaatsvindt, overeenkomstig artikel 6:7:1 van het Wetboek van Strafvordering gratie worden verzocht en verleend. Alvorens omtrent de gratieverlening wordt beslist, consulteert Onze Minister het Strafhof teneinde diens zienswijze te vernemen.
### Artikel 57
@ -544,7 +544,7 @@ d. de beslissing onverenigbaar is met een beslissing die vroeger in een andere s
**6.** Beslissingen van het Strafhof die tot vergoedingen leiden welke de werkelijk geleden materiële en immateriële schade te boven gaan, worden niet erkend voorzover zij buitensporig zijn.
**7.** Verzoeken als bedoeld in het eerste en het zesde lid worden gericht tot de voorzieningenrechter van de rechtbank te 's-Gravenhage.
**7.** Verzoeken als bedoeld in het eerste en het zesde lid worden gericht tot de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag.
**8.** Voor zover daarvan in dit artikel niet wordt afgeweken, zijn op het verzoek de bepalingen van de artikelen 985 tot en met 992 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van overeenkomstige toepassing.
@ -605,7 +605,7 @@ b. gegronde redenen bestaan voor de verwachting dat het in het eerste lid bedoel
**1.** Tot inbeslagneming als bedoeld in de artikelen 62 en 63 zijn bevoegd de rechter-commissaris en, voor zover die bevoegdheid niet aan de rechter-commissaris is voorbehouden, de officier van justitie en de hulpofficier. Op vordering van de officier van justitie kan de rechter-commissaris de bevoegdheden uitoefenen welke hem als gevolg van het toewijzen van een vordering als bedoeld in artikel 181 van het Wetboek van Strafvordering toekomen.
**2.** De artikelen 94b tot en met 94d, 96 tot en met 119, 552a, 552c, 552ca, 552e en 556 van het Wetboek van Strafvordering zijn van overeenkomstige toepassing.
**2.** De artikelen 94b tot en met 94d, 96 tot en met 119, 552a, 552c, 552ca, 552e en 6:1:5 van het Wetboek van Strafvordering zijn van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 65
@ -638,7 +638,7 @@ b. indien Nederland als Gastland overeenkomstig artikel 103, vierde lid, van het
**3.** Onze Minister deelt het Strafhof zo spoedig mogelijk zijn beslissing mee.
**4.** De tenuitvoerlegging geschiedt op voordracht van de officier van justitie bij het arrondissementsparket te 's-Gravenhage door Onze Minister.
**4.** De tenuitvoerlegging geschiedt op voordracht van de officier van justitie bij het arrondissementsparket Den Haag door Onze Minister.
### Artikel 68
@ -650,7 +650,7 @@ b. indien Nederland als Gastland overeenkomstig artikel 103, vierde lid, van het
**1.** De tenuitvoerlegging overeenkomstig artikel 67, vierde lid, of artikel 68, tweede lid, van een door het Strafhof opgelegde gevangenisstraf geschiedt met inachtneming van het bij of krachtens het Wetboek van Strafrecht, het Wetboek van Strafvordering, de Penitentiaire beginselenwet of enige bijzondere strafwet betreffende de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen bepaalde.
**2.** De artikelen 15 tot en met 15l van het Wetboek van Strafrecht zijn niet van toepassing, behoudens ten aanzien van een gevangenisstraf die door het Strafhof is opgelegd wegens een misdrijf gericht tegen de rechtspleging van het Strafhof als bedoeld in artikel 70, eerste lid, van het Statuut.
**2.** De artikelen 537, 6:1:15, 6:1:18, 6:2:5 tot en met 6:2:7, 6:2:10 tot en met 6:2:14, 6:3:14, 6:3:15, 6:6:1, 6:6:3, 6:6:4, 6:6:8, 6:6:9 en 6:6:20 tot en met 6:6:22 van het Wetboek van Strafvordering zijn niet van toepassing, behoudens ten aanzien van een gevangenisstraf die door het Strafhof is opgelegd wegens een misdrijf gericht tegen de rechtspleging van het Strafhof als bedoeld in artikel 70, eerste lid, van het Statuut.
### Artikel 70
@ -764,7 +764,7 @@ Op de tenuitvoerlegging van een op grond van artikel 79 opgelegde straf of maatr
**5.** Op uitspraken, voor zover houdende een verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer, zijn de artikelen 552b, 552e en 552g van het Wetboek van Strafvordering van overeenkomstige toepassing.
**6.** Op uitspraken, voor zover houdende de oplegging van een verplichting tot betaling van een geldbedrag aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, is artikel 577b van het Wetboek van Strafvordering van overeenkomstige toepassing.
**6.** Op uitspraken, voor zover houdende de oplegging van een verplichting tot betaling van een geldbedrag aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, zijn de artikelen 6:4:9 en 6:6:26 van het Wetboek van Strafvordering van overeenkomstige toepassing.
**7.** Artikel 65 is van overeenkomstige toepassing.