diff --git a/ministeriele-regeling/subsidieregeling-schoon-en-emissieloos-bouwmaterieel/BWBR0046464/README.md b/ministeriele-regeling/subsidieregeling-schoon-en-emissieloos-bouwmaterieel/BWBR0046464/README.md index 086c3740548..2033205cd6b 100644 --- a/ministeriele-regeling/subsidieregeling-schoon-en-emissieloos-bouwmaterieel/BWBR0046464/README.md +++ b/ministeriele-regeling/subsidieregeling-schoon-en-emissieloos-bouwmaterieel/BWBR0046464/README.md @@ -32,11 +32,11 @@ a. bouwwerktuig: 4°. welke genoemd is in bijlage 1, onderdeel A; of b. hulpfunctie: -1°. machine die is gemonteerd op het chassis van een weg- of spoorvoertuig of een drijvend werktuig; en +1°. machine die is gemonteerd op het chassis van een weg- of spoorvoertuig, een oplegger of een drijvend werktuig; en 2°. welke genoemd is in bijlage 1, onderdeel B; of c. bouwvoertuig: -1°. voertuig met de in het kentekenregister vastgelegde voertuigkwalificatie N2 of N3 en met de carrosseriecode 9, 10, 15, 16, 26, 27 en 28 of de aanduiding voor speciale doeleinden SF en indien het voertuigcategorie N2 betreft vanaf een gewicht van 4.250 kg; en +1°. voertuig dat op het moment van subsidievaststelling beschikt over de in het kentekenregister vastgelegde voertuigkwalificatie N2 of N3 en beschikt over de carrosseriecode 9, 10, 15, 16, 26, 27 en 28 of de aanduiding voor speciale doeleinden SF en indien het voertuigcategorie N2 betreft vanaf een gewicht van 4.250 kg; en 2°. welke genoemd is in bijlage 1, onderdeel C; en d. indien elektrisch aangedreven beschikkende over een continu elektrisch motorvermogen van 8 kilowatt of hoger; en e. bestemd is of in hoofdzaak wordt gebruikt voor het verrichten van bouwwerkzaamheden in de open lucht; @@ -50,6 +50,7 @@ e. bestemd is of in hoofdzaak wordt gebruikt voor het verrichten van bouwwerkzaa 1°. inbouw van een nieuwe motor die voldoet aan de fase V emissienorm, als bedoeld in de NRMM-Verordening of op basis van de NRMM-Verordening als gelijkwaardig is erkend, in een in gebruik zijnd bouwwerktuig, of 2°. de inbouw van een nieuwe motor die voldoet aan de IMO MARPOL Tier III emissienorm, in een in gebruik zijnd zeegaand bouwvaartuig; - * IMO MARPOL Tier III emissienorm:* als bedoeld in voorschrift 13, paragraaf 5,1,1, bijlage VI, Hoofdstuk 3 van het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen, 1973, zoals gewijzigd door het Protocol van 1978 daarbij, Londen, 02-11-1973 en gepubliceerd in het Tractatenblad 1978, 187; +- *in gebruik zijnd bouwwerktuig of zeegaand bouwvaartuig:* een bouwwerktuig of zeegaand bouwvaartuig dat door de huidige of vorige eigenaar al is ingezet voor bouwwerkzaamheden; - *Kaderbesluit:* Kaderbesluit subsidies I en M; - *kleine of middelgrote onderneming:* kleine of middelgrote onderneming als bedoeld in artikel 2, onderdeel 2, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening; @@ -66,7 +67,7 @@ e. bestemd is of in hoofdzaak wordt gebruikt voor het verrichten van bouwwerkzaa - *project haalbaarheidsstudie:* een project inhoudende een haalbaarheidsstudie als bedoeld in artikel 2, onderdeel 87, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening, waarbij sprake is van een onderzoek of analyse van het potentieel van een project experimentele ontwikkeling, met als doel de besluitvorming te ondersteunen door objectief en rationeel de sterke en de zwakke punten van een project, de kansen en risico’s in kaart te brengen, waarbij ook wordt aangegeven welke middelen nodig zijn om het project te kunnen doorvoeren en wat de uiteindelijke slaagkansen zijn; - *referentie-bouwmachine:* bouwmachine met een verbrandingsmotor met dezelfde functie en prestatie als de te subsidiëren bouwmachine; - *roetdeeltjes:* stof die ontstaat bij een onvolledige verbranding van koolstofhoudende brandstoffen; -- *SCR-katalysator:* nabehandelingssysteem voor selectieve katalytische reductie, dat overeenkomstig geldende standaarden op een motor van een bouwwerktuig of zeegaand bouwvaartuig kan worden geplaatst, teneinde emissies van NO_x significant te verminderen; +- *SCR-katalysator:* nabehandelingssysteem voor selectieve katalytische reductie, dat overeenkomstig geldende standaarden op een motor van een bouwwerktuig kan worden geplaatst, teneinde emissies van NO_x significant te verminderen; - *RVO:* Rijksdienst voor Ondernemend Nederland; - *eerste inschrijving en tenaamstelling:* eerste inschrijving en tenaamstelling, bedoeld in artikel 25 van het Kentekenreglement; - *verstrekkingsvoorbehoud:* registratie als bedoeld in artikel 25 van het Kentekenreglement, van de rechtspersoon of natuurlijk persoon die over de tenaamstellingscode van een voertuig in het kentekenregister kan beschikken; @@ -89,25 +90,47 @@ Per aanvrager of groep wordt per kalenderjaar ten hoogste € 1.000.000 aan sub ### Artikel 2.1 -De Minister kan, overeenkomstig het bepaalde bij dit hoofdstuk en artikel 1.3, aan een aanvrager subsidie verstrekken voor de aanschaf van één of meerdere emissieloze bouwmachines die voor het eerst in gebruik worden genomen na productie dan wel na de eerste inschrijving en tenaamstelling. +De Minister kan, overeenkomstig het bepaalde bij dit hoofdstuk en artikel 1.3, aan een aanvrager subsidie verstrekken voor de aanschaf van één of meerdere emissieloze bouwmachines die voor het eerst in gebruik worden genomen na productie dan wel die voor datum vaststelling subsidie voor het eerst zijn ingeschreven en tenaamgesteld. ### Artikel 2.2 -**1.** De subsidie bedraagt per emissieloze bouwmachine ten hoogste 40% van de meerkosten ten opzichte van een referentie-bouwmachine, verminderd met 11,25% forfaitaire milieu-investeringsaftrek over de investeringskosten voor de bouwmachine, tot een bedrag van ten hoogste € 300.000. +**1.** De subsidie bedraagt per emissieloze bouwmachine ten hoogste 25% van de meerkosten ten opzichte van een referentie-bouwmachine, verminderd met 11,25% forfaitaire milieu-investeringsaftrek over de investeringskosten voor de bouwmachine, tot een bedrag van ten hoogste € 300.000. **2.** De meerkosten, bedoeld in het eerste lid, worden per bouwmachine bepaald: -a. in het geval van emissieloze bouwmachines met uitsluitend accupakketten als energiedrager, met een elektrisch motorvermogen tot 100 kW, door toepassing van de formule: A*kWh + M*kW + O, waarbij: A = € 700, kWh = accucapaciteit in kilowattuur, M = € 300, kW = continue elektrisch motorvermogen in kilowatt van op de bouwmachine beschikbare elektromotoren, O = € 7.000; -b. in het geval van een mobiel batterijpakket, door toepassing van de formule: B*kWh – P, waarbij B = € 275, P = € 6.000; -c. in het geval van overige emissieloze bouwmachines, op basis van de netto investeringskosten verminderd met de netto referentiekosten; -d. in het geval een emissieloos bouwwerktuig gebruik maakt van verwisselbare accupakketten, door ten hoogste twee verwisselbare accupakketten tot de subsidiabele meerkosten te rekenen; of -e. in het geval een emissieloos bouwwerktuig vanaf 300 kW totaal elektrisch motorvermogen is voorzien van een ingebouwd aggregaat met verbrandingsmotor voor noodvoorziening van elektriciteit, door de investeringskosten van het aggregaat niet tot de subsidiabele meerkosten te rekenen en de steunintensiteit te verlagen met 10 procentpunten. +a. in het geval van emissieloze bouwmachines met uitsluitend batterijpakket als energiedrager, met een elektrisch motorvermogen tot 100 kW, door toepassing van de formule: A*kWh + M*kW + O, waarbij: A = € 700, kWh = accucapaciteit in kilowattuur, M = € 300, kW = continue elektrisch motorvermogen in kilowatt van op de bouwmachine beschikbare elektromotoren, O = € 7.000; +b. indien de hulpfunctie bedoeld in onderdeel a, energie krijgt van het batterijpakket dat dient voor aandrijving van het emissieloos voertuig waarop de hulpfunctie is aangebracht, wordt voor 'accucapaciteit in kilowattuur' nul gerekend; +c. in het geval van een bouwmachine als bedoeld in bijlage 1, onderdeel A, nummers A2.2, A.2.7 en A2.11 door toepassing van de formule: B*kWh – P, waarbij B = € 450, P = € 6.000; +d. in het geval van overige emissieloze bouwmachines, op basis van de netto investeringskosten verminderd met de netto referentiekosten, waarbij de kosten voor extra verwisselbare uitrustingsstukken zijn uitgesloten, behalve uitrustingsstukken die alleen geschikt zijn voor de elektrische variant van de machine; +e. in het geval een emissieloos bouwwerktuig gebruik maakt van verwisselbare batterijpakketten, door ten hoogste drie verwisselbare batterijpakketten tot de subsidiabele meerkosten te rekenen. Voor aanvullende verwisselbare batterijpakketten wordt de meerkostenformule als bedoeld in onderdeel c, gehanteerd. -**3.** De steunintensiteit wordt met 10 procentpunten verhoogd voor subsidie aan een kleine of middelgrote onderneming. +**3.** De investeringskosten van een bouwvoertuig zijn de som van de investeringskosten van het chassis en de opbouw van het bouwvoertuig. -**4.** Indien reeds door een bestuursorgaan of de Commissie van de Europese Unie subsidie of een andere tegemoetkoming is verstrekt voor de aanschaf van de bouwmachine wordt het bedrag dat door deze bestuursorganen is verstrekt in mindering gebracht op de subsidie waarvoor de aanvrager krachtens deze regeling in aanmerking komt. +**4.** De steunintensiteit wordt met 5 procentpunten verhoogd voor subsidie aan een kleine of middelgrote onderneming. + +**5.** Indien reeds door een bestuursorgaan of de Commissie van de Europese Unie subsidie of een andere tegemoetkoming is verstrekt voor de aanschaf van de bouwmachine wordt het bedrag dat door deze bestuursorganen is verstrekt in mindering gebracht op de subsidie waarvoor de aanvrager krachtens deze regeling in aanmerking komt. + +**6.** + +In afwijking van het eerste lid bedraagt de subsidie ten hoogste 20% van de meerkosten ten opzichte van een referentie-bouwmachine, verminderd met 11,25% forfaitaire milieu-investeringsaftrek over de investeringskosten voor de bouwmachine, tot een bedrag van ten hoogste € 300.000, voor een: + +a. aggregaat op wind- of zonne-energie voor off-grid stroomvoorziening, niet zijnde een hybride met verbrandingsmotor, als bedoeld in bijlage 1, onderdeel A, nummer A2.2; +b. aggregaat voor off-grid stroomvoorziening aangedreven door waterstof of waterstofdragers, als bedoeld in bijlage 1, onderdeel A, nummer A2.3; +c. mobiel batterijpakket voor off-grid stroomvoorziening vanaf 50 kWh, niet zijnde een verwisselbaar batterijpakket behorend bij een bouwwerktuig, als bedoeld in bijlage 1, onderdeel A, nummer A2.7; of +d. vliegwiel voor vermogensvoorziening, als bedoeld in bijlage 1, onderdeel A, nummer A2.12. + +**7.** In afwijking van het eerste lid wordt de vermindering met 11,25% forfaitaire milieu-investeringsaftrek over de investeringskosten voor de bouwmachine niet toegepast op bouwwerktuigen of hulpfuncties aangedreven door waterstof of waterstofdragers. + +**8.** + +De steunintensiteit wordt in afwijking van het vierde lid met 10 procentpunten verhoogd voor een: + +a. aggregaat op wind- of zonne-energie voor off-grid stroomvoorziening, niet zijnde een hybride met verbrandingsmotor, als bedoeld in bijlage 1, onderdeel A nummer, A2.2 +b. aggregaat voor off-grid stroomvoorziening aangedreven door waterstof of waterstofdragers, als bedoeld in bijlage 1, onderdeel A, nummer A2.3; +c. mobiel batterijpakket voor off-grid stroomvoorziening vanaf 50 kWh, niet zijnde een verwisselbaar batterijpakket behorend bij een bouwwerktuig, als bedoeld in bijlage 1, onderdeel A, nummer A2.7; of +d. vliegwiel voor vermogensvoorziening, als bedoeld in bijlage 1, onderdeel A, nummer A2.12. ### Artikel 2.3 @@ -117,13 +140,15 @@ e. in het geval een emissieloos bouwwerktuig vanaf 300 kW totaal elektrisch moto **3.** Het subsidieplafond voor 2023 is € 42.000.000 voor bouwwerktuigen, hulpfuncties en bouwvoertuigen als bedoeld in de begripsomschrijving van bouwmachine in artikel 1.1, onderdelen a, b en c. -**4.** Indien het subsidieplafond, bedoeld in eerste lid,ontoereikend is om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen te kunnen toewijzen, worden de bedragen aangevuld met de onaangesproken middelen gereserveerd op grond van het tweede lid. +**4.** Het subsidieplafond voor 2024 is € 36.000.000 voor bouwwerktuigen, hulpfuncties en bouwvoertuigen als bedoeld in de begripsomschrijving van bouwmachine in artikel 1.1, onderdelen a, b en c. -**5.** De Minister stelt het subsidieplafond vast voor de jaren na 2023 en geeft hiervan kennis in de Staatscourant voor aanvang van het kalenderjaar waarvoor het betreffende subsidieplafond wordt vastgesteld. +**5.** Indien het subsidieplafond, bedoeld in eerste lid,ontoereikend is om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen te kunnen toewijzen, worden de bedragen aangevuld met de onaangesproken middelen gereserveerd op grond van het tweede lid. -**6.** Indien het subsidieplafond wordt bereikt voor afloop van de betreffende kalenderperiode, maakt de Minister dit bekend in de Staatscourant. +**6.** De Minister stelt het subsidieplafond vast voor de jaren na 2023 en geeft hiervan kennis in de Staatscourant voor aanvang van het kalenderjaar waarvoor het betreffende subsidieplafond wordt vastgesteld. -**7.** Indien het subsidieplafond, bedoeld in het derde lid, ontoereikend is om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen te kunnen toewijzen, worden de bedragen aangevuld met de onaangesproken middelen gereserveerd op grond van de artikelen 3.3, tweede lid, of 4.3, derde lid. +**7.** Indien het subsidieplafond wordt bereikt voor afloop van de betreffende kalenderperiode, maakt de Minister dit bekend in de Staatscourant. + +**8.** Indien het subsidieplafond, bedoeld in het derde lid, ontoereikend is om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen te kunnen toewijzen, worden de bedragen aangevuld met de onaangesproken middelen gereserveerd op grond van de artikelen 3.3, derde lid, of 4.3 vierde lid. ### Artikel 2.4 @@ -148,9 +173,9 @@ a. in 2022 voor: 1°. bouwwerktuigen en hulpfuncties als bedoeld in de begripsomschrijving van ‘bouwmachine’, artikel 1.1, onderdelen a en b, van 9 mei 2022, 9.00 uur tot en met 30 december 2022, 12.00 uur; 2°. bouwvoertuigen als bedoeld in de begripsomschrijving van ‘bouwmachine’ artikel 1.1, onderdeel c, van 9 mei 2022, 9.00 uur tot en met 29 juli 2022; b. in 2023 van 9 mei 2023, 9.00 uur tot en met 31 oktober 2023, 12.00 uur; -c. in 2024 van 5 maart 2024, 9.00 uur tot en met 27 december 2024, 12.00 uur; -d. in 2025 van 7 januari 2025, 9.00 uur tot en met 31 december 2025, 12.00 uur; -e. in 2026 van 6 januari 2026, 9.00 uur tot en met 31 december 2026, 12.00 uur. +c. in 2024 van 5 maart 2024, 9.00 uur tot en met 31 oktober 2024, 12.00 uur; +d. in 2025 van 4 maart 2025, 9.00 uur tot en met 31 oktober 2025, 12.00 uur; +e. in 2026 van 3 maart 2026, 9.00 uur tot en met 30 oktober 2026, 12.00 uur. **4.** @@ -169,7 +194,8 @@ g. indien het een bouwmachine, bedoeld in artikel 2.2, tweede lid, onderdeel b, h. de code of codes verbonden aan de Standaard Bedrijfsindeling van het Centraal Bureau voor de Statistiek van de aanvrager op het moment van de aanvraag; i. de aanduiding van de subsidieregeling en de hoogte van het bedrag van eventuele reeds aangevraagde of ontvangen subsidies of andere tegemoetkomingen van andere bestuursorganen of de Europese Commissie voor de aanschaf van de bouwmachine; j. een getekende verklaring dat de bouwmachine gedurende de instandhoudingstermijn, bedoeld in artikel 2.11, derde lid, hoofdzakelijk zal worden ingezet ten behoeve van de bouwsector in Nederland; -k. indien de aanvraag een emissieloos bouwwerktuig met een ingebouwd aggregaat met verbrandingsmotor betreft, een onderbouwing met berekeningen, waaruit blijkt dat de eerste twee jaar tenminste 50% en de daaropvolgende twee jaar tenminste 80% NO_x en CO_2 reductie ten opzichte van een gelijkwaardig bouwwerktuig voorzien van een motor die voldoet aan de fase V emissienorm als bedoeld in de NRMM-Verordening op basis van kg NO_x en CO_2 uitstoot per jaar wordt bereikt. +k. indien de aanvraag een aggregaat op waterstof of waterstofdrager als bedoeld in bijlage 1, onderdeel A, nummer A2.3 betreft of een mobiel batterijpakket als bedoeld in bijlage 1, onderdeel A, nummer A2.7, een bewijs dat voor het gebruiken van waterstof of waterstofdrager voor het aggregaat of het opladen van het mobiele batterijpakket wordt voldaan aan artikel 2 nummers 102 quater respectievelijk quinquies van de Algemene groepsvrijstellingsverordening; +l. indien de aanvraag een bouwwerktuig of hulpfunctie betreft die werkt op waterstof of waterstofdrager, uitgezonderd een aggregaat op waterstof of waterstofdrager als bedoeld in bijlage 1, onderdeel A, nummer A2.3, een bewijs dat wordt voldaan aan artikel 36 eerste lid ter van de Algemene groepsvrijstellingsverordening. **5.** Na bekendmaking van het bereiken van het subsidieplafond voor het betreffende jaar als bedoeld in artikel 2.3, zesde lid, kan in afwijking van artikel 2.5, derde lid, geen aanvraag meer worden ingediend. @@ -183,15 +209,14 @@ c. er sprake is van ongeoorloofde cumulatie van steun als bedoeld in artikel 8 v d. de subsidieverstrekking niet in overeenstemming is met enige andere bepaling van de Algemene groepsvrijstellingsverordening; e. de energie voor de aandrijving van de bouwmachine wordt geleverd door een accupakket dat lood bevat; f. de onderneming ten tijde van de aanvraag niet staat geregistreerd als onderneming in de bouwsector op basis van de Standaard Bedrijfsindeling van het Centraal Bureau voor de Statistiek; -g. de schriftelijke overeenkomst of overeenkomsten ten behoeve van het uitvoeren van de maatregelen, bedoeld in artikel 2.1, ten tijde van de indiening van de aanvraag reeds is of zijn gesloten en ten tijde van de aanvraag om subsidieverlening geen onherroepelijke verplichtingen mag bevatten; +g. de schriftelijke overeenkomst of overeenkomsten ten behoeve van de maatregelen bedoeld in artikel 2.1 ten tijde van indiening van de aanvraag reeds is of zijn gesloten en geen contractuele mogelijkheid meer biedt om de overeenkomst rechtsgeldig te kunnen ontbinden; h. een bouwmachine met kenteken reeds is tenaamgesteld ten tijde van de indiening van de aanvraag; i. de hulpfunctie geen gebruikstoestand kent waarbij de verbrandingsmotor automatisch wordt afgeschakeld als de elektromotor van de hulpfunctie wordt gebruikt, en het batterijpakket niet met een stekker oplaadbaar is; j. de bouwmachine niet in de handel is gebracht met inachtneming van de voorschriften die bij of krachtens hoofdstuk 3 van het Warenwetbesluit machines zijn gesteld of de EG-verklaring van conformiteit of geschiktheid, bedoeld in artikel 26a van de Spoorwegwet; k. de hulpfunctie niet wordt gemonteerd op een voertuig met tenminste milieuklasse Euro VI; -l. het in een emissieloos bouwwerktuig ingebouwde aggregaat met verbrandingsmotor geen gebruikstoestand kent waarbij de verbrandingsmotor automatisch wordt afgeschakeld als het bouwwerktuig energie onttrekt aan de batterij of is aangesloten op netstroom, en het bouwwerktuig niet is voorzien van een optie tot online monitoring van de inzet van het bouwwerktuig waaronder de inzetfrequentie van het ingebouwde aggregaat; -m. er al een subsidie is verstrekt voor dezelfde activiteit met betrekking tot dezelfde bouwmachine; -n. indien voor een bouwvoertuig als in bijlage 1, onderdeel C, reeds subsidie is verleend op basis van de Subsidieregeling Aanschaf Zero Emissie Trucks (AanZET); of -o. de aanvraag niet voldoet aan de in de regeling gestelde regels. +l. er al een subsidie is verstrekt voor dezelfde activiteit met betrekking tot dezelfde bouwmachine; +m. indien voor een bouwvoertuig als in bijlage 1, onderdeel C, reeds subsidie is verleend op basis van de Subsidieregeling Aanschaf Zero Emissie Trucks (AanZET); of +n. de aanvraag niet voldoet aan de in de regeling gestelde regels. ### Artikel 2.7 @@ -261,12 +286,13 @@ c. de overeenkomst tot aanschaf te overleggen. De Minister kan, overeenkomstig het bepaalde bij dit hoofdstuk en artikel 1.3, aan een aanvrager subsidie verstrekken voor: a. de ombouw van een bouwwerktuig, die beschikt over een motor met een vermogen groter of gelijk 19 kilowatt en kleiner dan 56 kW waarvoor de fase V emissienorm, bedoeld in de bijlage bij de NRMM-verordening, geldt, tot een emissiearm bouwwerktuig door installatie van een SCR-katalysator die leidt tot een bouwwerktuig die voldoet aan de limietwaarden voor NO_x uit Tabel 1 in bijlage 3 van deze regeling; -b. de ombouw van een bouwwerktuig, die beschikt over een motor met een vermogen groter of gelijk 56 kilowatt en kleiner of gelijk 560 kW waarvoor de fase II, fase III A of fase III B emissienormen, bedoeld in de bijlage bij de NRMM-verordening, gelden, tot een emissiearm bouwwerktuig door installatie van een SCR-katalysator, die leidt tot een bouwwerktuig dat voldoet aan de voor dat bouwwerktuig geldende fase V-emissienormen voor NO_x, bedoeld in de bijlage bij de NRMM-verordening, waarbij tevens een roetfilter dient te zijn of worden gemonteerd; -c. de ombouw van een bouwwerktuig met een motorvermogen groter dan 560 kW tot emissiearm bouwwerktuig door installatie van een SCR-katalysator, die leidt tot een bouwwerktuig dat voldoet aan de limietwaarden voor NO_x uit Tabel 1 in bijlage 3 van deze regeling, waarbij tevens een roetfilter dient te zijn of worden gemonteerd; +b. de ombouw van een bouwwerktuig, die beschikt over een motor met een vermogen groter of gelijk 56 kilowatt en kleiner of gelijk 560 kW waarvoor de fase II, fase III A of fase III B emissienormen, bedoeld in de bijlage bij de NRMM-verordening, gelden, tot een emissiearm bouwwerktuig door installatie van een SCR-katalysator, die leidt tot een bouwwerktuig dat voldoet aan de voor dat bouwwerktuig geldende fase V-emissienormen voor NO_x, bedoeld in de bijlage bij de NRMM-verordening; +c. de ombouw van een bouwwerktuig met een motorvermogen groter dan 560 kW tot emissiearm bouwwerktuig door installatie van een SCR-katalysator, die leidt tot een bouwwerktuig dat voldoet aan de limietwaarden voor NO_x uit Tabel 1 in bijlage 3 van deze regeling; d. de ombouw van een in gebruik zijnd bouwwerktuig tot emissieloos bouwwerktuig door inbouw en installatie van een elektrische aandrijfmotor met een brandstofcel of een niet loodhoudend accupakket; -e. de ombouw van een in gebruik zijnd zeegaand bouwvaartuig door inbouw en installatie van een SCR-katalysator per motor, met daarbij inbegrepen de certificering en het daarmee verbonden onderzoek, die leidt tot een zeegaand bouwvaartuig dat voldoet aan de dan geldende emissienorm voor NO_x overeenkomstig voorschrift 13 Bijlage VI van het op 2 november 1973 te Londen tot stand gekomen Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen, met Protocollen en Bijlagen met Aanhangsels (Trb. 1975, 147), en met het op 17 februari 1978 te Londen tot stand gekomen Protocol bij dat Verdrag met Bijlage en Aanhangsels (Trb. 1978, 188) en opvolgende amendementen ter vervanging; -f. aanschaf en installatie van een nieuwe verbrandingsmotor vanaf 130 kW met emissienorm fase V als bedoeld in de NRMM-Verordening, of de aanschaf en installatie van een nieuwe verbrandingsmotor die op basis van die verordening als gelijkwaardig is erkend, voor een in gebruik zijnd bouwwerktuig met een verbrandingsmotor tot en met 560 kW met emissienorm fase IIIB of ouder, of met een ongereguleerde verbrandingsmotor vanaf 560 kW; -g. de aanschaf en installatie van een nieuwe verbrandingsmotor die voldoet aan de IMO MARPOL Tier III emissienorm in een in gebruik zijnd zeegaand bouwvaartuig. +e. aanschaf en installatie van een nieuwe mono-fuel waterstofverbrandingsmotor vanaf 130 kW die voldoet aan emissienorm fase V als bedoeld in de NRMM-Verordening, of de aanschaf en installatie van een nieuwe mono-fuel waterstofverbrandingsmotor die op basis van die verordening als gelijkwaardig is erkend, voor een in gebruik zijnd bouwwerktuig met een verbrandingsmotor tot en met 560 kW met emissienorm fase IIIB of ouder, of met een ongereguleerde verbrandingsmotor vanaf 560 kW; +f. de aanschaf en installatie van een nieuwe verbrandingsmotor die aantoonbaar tenminste 25% van zijn energie haalt uit waterstof of ammonia en voldoet aan de IMO MARPOL Tier III emissienorm in een in gebruik zijnd zeegaand bouwvaartuig; +g. de ombouw van een bestaande verbrandingsmotor op een zeegaand bouwvaartuig zodat deze aantoonbaar tenminste 25% van zijn energie haalt uit waterstof of ammonia en voldoet aan de IMO MARPOL Tier III emissienorm; +h. de aanschaf en inbouw van een elektrische installatie op een zeegaand bouwvaartuig waardoor het vaartuig gebruik kan maken van stroom vanaf de wal en het aantoonbaar tenminste 25% van de energie op deze wijze verkrijgt. ### Artikel 3.2 @@ -274,12 +300,22 @@ g. de aanschaf en installatie van een nieuwe verbrandingsmotor die voldoet aan d De subsidie bedraagt: -a. per bouwwerktuig of per maatregel, als bedoeld in artikel 3.1, onderdeel e, op een zeegaand bouwvaartuig ten hoogste 40% van de kosten van de maatregelen, bedoeld in artikel 3.1, verminderd met 11,25% forfaitaire milieu-investeringsaftrek over de investeringskosten voor het bouwwerktuig of de maatregel als bedoeld in artikel 3.1, onderdeel e, op een zeegaand bouwvaartuig, genoemd in artikel 3.42a van de Wet inkomstenbelasting 2001 Milieu investeringsaftrek tot een bedrag van ten hoogste € 300.000. In het geval van een zeegaand bouwvaartuig zijn, per zeegaand bouwvaartuig meerdere maatregelen, als bedoeld in artikel 3.1, onderdeel e, subsidiabel; -b. per maatregel als bedoeld in artikel 3.1, onderdelen f en g, ten hoogste 15% van de kosten van de maatregel, tot een bedrag van ten hoogste € 300.000. +a. per bouwwerktuig, als bedoeld in artikel 3.1, onderdelen a tot en met e, ten hoogste 25% van de kosten van de maatregelen, verminderd met 11,25% forfaitaire milieu-investeringsaftrek over de investeringskosten voor het bouwwerktuig tot een bedrag van ten hoogste € 300.000; +b. per maatregel, als bedoeld in artikel 3.1, onderdelen f en g, ten aanzien van een zeegaand bouwvaartuig ten hoogste 30% van de kosten van de maatregelen, verminderd met 11,25% forfaitaire milieu-investeringsaftrek over de investeringskosten voor de maatregel tot een bedrag van ten hoogste € 300.000; +c. voor de maatregel, bedoeld in artikel 3.1, onderdeel h, ten aanzien van een zeegaand bouwvaartuig ten hoogste 30% van de kosten van de maatregel tot een bedrag van ten hoogste € 300.000; +d. in afwijking van onderdeel a, wordt op bouwwerktuigen aangedreven door waterstof of waterstofdragers en bouwwerktuigen die worden voorzien van een SCR-katalysator, de vermindering met 11,25% forfaitaire milieu-investeringsaftrek over de investeringskosten voor de bouwmachine niet toegepast; +e. in het geval van ombouw naar een emissieloos bouwwerktuig dat gebruik maakt van verwisselbare batterijpakketten wordt ten hoogste één verwisselbaar batterijpakket tot de netto investeringskosten gerekend, waarbij voor aanvullende verwisselbare batterijpakketten de meerkostenformule B*kWh – P, waarbij B = € 450, P = € 6.000 wordt gehanteerd. **2.** De kosten per bouwwerktuig of zeegaand bouwvaartuig, bedoeld in het eerste lid, worden bepaald op basis van de netto investeringskosten die onder artikel 3.1 subsidiabel zijn. -**3.** Artikel 2.2, derde en vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing. +**3.** + +De steunintensiteit wordt: + +a. per bouwwerktuig met 5 procentpunten verhoogd voor subsidie aan een kleine of middelgrote onderneming; +b. per maatregel op een zeegaand bouwvaartuig met 20 procentpunten verhoogd voor subsidie aan een kleine of middelgrote onderneming. + +**4.** Artikel 2.2, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 3.3 @@ -287,7 +323,9 @@ b. per maatregel als bedoeld in artikel 3.1, onderdelen f en g, ten hoogste 15% **2.** Het subsidieplafond voor 2023 voor de maatregelen, bedoeld in artikel 3.1, is: € 14.000.000. -**3.** Artikel 2.3, vierde en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing. +**3.** Het subsidieplafond voor 2024 voor de maatregelen, bedoeld in artikel 3.1, is: € 10.000.000. + +**4.** Artikel 2.3, vijfde en zesde lid, is van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 3.4 @@ -305,8 +343,8 @@ Als tijdstip van indiening van een aanvraag geldt de datum van ontvangst van de a. in 2022 9 mei 2022, 9.00 uur tot en met 30 december 2022, 12.00 uur; b. in 2023 van 9 mei 2023, 9.00 uur tot en met 31 oktober 2023, 12.00 uur; -c. in 2024 van 5 maart 2024, 9.00 uur tot en met 27 december 2024, 12.00 uur; -d. in 2025 van 7 januari 2025, 9.00 uur tot en met 31 december 2025, 12.00 uur. +c. in 2024 van 5 maart 2024, 9.00 uur tot en met 31 oktober 2024, 12.00 uur; +d. in 2025 van 4 maart 2025, 9.00 uur tot en met 31 oktober 2025, 12.00 uur. **3.** @@ -320,13 +358,14 @@ e. het IBAN-nummer van een bankrekening die op naam staat van de aanvrager; f. de code of codes verbonden aan de Standaard Bedrijfsindeling van het Centraal Bureau voor de Statistiek van de aanvrager op het moment van de aanvraag; g. een verklaring dat het bouwwerktuig gedurende de instandhoudingstermijn, bedoeld in artikel 3.11, zesde en zevende lid, hoofdzakelijk wordt ingezet in de bouwsector; h. de schriftelijke overeenkomst of overeenkomsten ten behoeve van het uitvoeren van de maatregelen, bedoeld in artikel 3.1, ten tijde van de indiening van de aanvraag reeds is of zijn gesloten die ten tijde van de aanvraag om subsidieverlening geen onherroepelijke verplichtingen mag bevatten; -i. indien de aanvraag betrekking heeft op een SCR-katalysator op een bouwwerktuig met een vermogen groter of gelijk 56 kilowatt en kleiner of gelijk 560 kW, waarop de emissiegrenswaarden van fase II, fase III A of fase III B van toepassing zijn als bedoeld in de NRMM-verordening, of een bouwwerktuig met een vermogen groter dan 560 kW, een bewijsstuk indien een roetfilter aantoonbaar niet mogelijk is; -j. indien het een zeegaand bouwvaartuig betreft, een afschrift van een certificaat, bedoeld in de artikelen 4 tot en met 6 van het Schepenbesluit 2004, waarmee kan worden aangetoond dat het zeegaand bouwvaartuig werkzaamheden mag uitvoeren in de Nederlandse exclusieve economische zone; -k. indien er een typegoedkeuring is uitgevoerd van de SCR-katalysator, het betreffende bewijsstuk; -l. indien het hermotorisering van een in gebruik zijnd bouwwerktuig of een in gebruik zijnd bouwvaartuig betreft, het typegoedkeuringsbewijs respectievelijk het internationaal certificaat betreffende voorkoming van luchtverontreiniging door motoren van de nieuwe motor; -m. als onderdeel van de overeenkomst van de maatregelen, bedoeld in artikel 3.1, tenminste de volgende technische specificaties, indien van toepassing: merk, type, de handelsbenaming en motorvermogen van het bestaande bouwwerktuig, en accucapaciteit in kilowattuur, continu elektrisch motorvermogen in kilowatt, vermogen van de brandstofcel in kilowatt of vermogen van de nieuwe fase V of IMO MARPOL Tier III motor. +i. indien het een zeegaand bouwvaartuig betreft, een afschrift van een certificaat, bedoeld in de artikelen 4 tot en met 6 van het Schepenbesluit 2004, waarmee kan worden aangetoond dat het zeegaand bouwvaartuig werkzaamheden mag uitvoeren in de Nederlandse exclusieve economische zone; +j. indien er een typegoedkeuring is uitgevoerd van de SCR-katalysator, het betreffende bewijsstuk; +k. indien de aanvraag de inbouw van een brandstofcel in een in gebruik zijnd bouwwerktuig betreft en als het hermotorisering van een in gebruik zijnd bouwwerktuig met een mono-fuel waterstofverbrandingsmotor betreft, een bewijs dat wordt voldaan aan artikel 36, eerste lid, ter van de Algemene groepsvrijstellingsverordening; +l. als onderdeel van de overeenkomst van de maatregelen, bedoeld in artikel 3.1, tenminste de volgende technische specificaties, indien van toepassing: merk, type, de handelsbenaming en motorvermogen van het bestaande bouwwerktuig, en accucapaciteit in kilowattuur, continu elektrisch motorvermogen in kilowatt, vermogen van de brandstofcel in kilowatt of vermogen van de nieuwe fase V of IMO MARPOL Tier III motor; +m. indien het hermotorisering van een in gebruik zijnd bouwwerktuig of bouwvaartuig betreft, het typegoedkeuringsbewijs respectievelijk het internationaal certificaat betreffende voorkoming van luchtverontreiniging door motoren van de nieuwe motor; +n. als onderdeel van de overeenkomst van de maatregelen, bedoeld in artikel 3.1, tenminste de volgende technische specificaties, indien van toepassing: merk, type, de handelsbenaming en motorvermogen van het bestaande bouwwerktuig, en accucapaciteit in kilowattuur, continu elektrisch motorvermogen in kilowatt, vermogen van de brandstofcel in kilowatt of vermogen van de nieuwe fase V mono-fuel waterstofverbrandingsmotor of IMO MARPOL Tier III motor die tenminste 25% van zijn energie haalt uit waterstof of ammonia. -**4.** Na bekendmaking van het bereiken van het subsidieplafond als bedoeld in artikel 2.3, zesde lid, kan in afwijking van het tweede lid, geen aanvraag meer worden ingediend. +**4.** Na bekendmaking van het bereiken van het subsidieplafond als bedoeld in artikel 2.3, zevende lid, kan in afwijking van het tweede lid, geen aanvraag meer worden ingediend. ### Artikel 3.6 @@ -339,12 +378,11 @@ d. er sprake is van ongeoorloofde cumulatie van steun als bedoeld in artikel 8 v e. de subsidieverstrekking niet in overeenstemming is met enige andere bepaling van de Algemene groepsvrijstellingsverordening; f. de aanvraag betrekking heeft op hetgeen bedoeld is in artikel 3.1, onderdeel d, de energie voor de aandrijving wordt geleverd door een accupakket dat lood bevat; g. de aanvrager niet staat geregistreerd als onderneming in de bouwsector op basis van de Standaard Bedrijfsindeling van het Centraal Bureau voor de Statistiek; -h. de schriftelijke overeenkomst of overeenkomsten ten behoeve van het uitvoeren van de maatregelen, bedoeld in artikel 3.1, ten tijde van de indiening van de aanvraag reeds is of zijn gesloten die ten tijde van de aanvraag om subsidieverlening geen onherroepelijke verplichtingen mag bevatten en niet gedateerd mag zijn voor 1 januari 2022; +h. de schriftelijke overeenkomst of overeenkomsten ten behoeve van de maatregelen, bedoeld in artikel 3.1, ten tijde van indiening van de aanvraag reeds is of zijn gesloten en geen contractuele mogelijkheid meer biedt om de overeenkomst rechtsgeldig te kunnen ontbinden; i. een typegoedkeuring van het nabehandelingssysteem ontbreekt zoals voorgeschreven in bijlage 3; -j. de aanvraag betrekking heeft op de installatie van een SCR-katalysator op een bouwwerktuig zonder dat een roetfilter is of wordt gemonteerd, tenzij dit aantoonbaar niet mogelijk is; -k. de aanvrager op grond van Europees recht al verplicht is om een maatregel zoals beschreven in artikel 3.1 uit te voeren; -l. het bouwwerktuig niet in de handel is gebracht met inachtneming van de voorschriften die bij of krachtens hoofdstuk 3 van het Warenwetbesluit machines zijn gesteld of zonder EG-verklaring van conformiteit of geschiktheid als bedoeld in artikel 26a van de Spoorwegwet; of -m. de aanvraag niet voldoet aan de in de regeling gestelde regels. +j. de aanvrager op grond van Europees recht al verplicht is om een maatregel zoals beschreven in artikel 3.1 uit te voeren; +k. het bouwwerktuig niet in de handel is gebracht met inachtneming van de voorschriften die bij of krachtens hoofdstuk 3 van het Warenwetbesluit machines zijn gesteld of zonder EG-verklaring van conformiteit of geschiktheid als bedoeld in artikel 26a van de Spoorwegwet; of +l. de aanvraag niet voldoet aan de in de regeling gestelde regels. ### Artikel 3.7 @@ -371,8 +409,7 @@ Bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie worden in elk geval de volgende a. bijbehorende factuur en het betaalbewijs aangaande maatregelen als bedoeld in artikel 3.1; b. indien van toepassing, het kenteken van het gesubsidieerde omgebouwde bouwwerktuig; c. indien bij de aanvraag subsidieverlening voor een maatregel als bedoeld in artikel 3.1, onderdelen a, b en c, geen rapport typegoedkeuring aanwezig was, een enkelstuksgoedkeuring afgegeven door een gecertificeerd meetbedrijf overeenkomstig ISO 9001, 9003,17020, 17025, VCA, NEN 14001 of daaraan gelijk, zoals voorgeschreven is in bijlage 3; -d. een verklaring dat het aangepaste bouwwerktuig in de handel is gebracht of in gebruik genomen met inachtneming van de voorschriften die bij of krachtens hoofdstuk 3 van het Warenwetbesluit machines zijn gesteld of met EG-verklaring van conformiteit of geschiktheid als bedoeld in artikel 26a van de Spoorwegwet; -e. voor een maatregel als bedoeld in artikel 3.1, onderdeel e, een emissietest overeenkomstig de testprocedure voorgeschreven in bijlage 3, uitgevoerd door een gecertificeerd meetbedrijf overeenkomstig ISO 9001, 9003, 17020, 17025, VCA, NEN 14001 of daaraan gelijk, die aantoont dat de emissienorm, als bedoeld in artikel 3.1, onderdeel e, is behaald. +d. een verklaring dat het aangepaste bouwwerktuig in de handel is gebracht of in gebruik genomen met inachtneming van de voorschriften die bij of krachtens hoofdstuk 3 van het Warenwetbesluit machines zijn gesteld of met EG-verklaring van conformiteit of geschiktheid als bedoeld in artikel 26a van de Spoorwegwet. ### Artikel 3.10 @@ -388,7 +425,7 @@ a. onverwijld schriftelijk mededeling aan de Minister te doen van gewijzigde oms b. om op verzoek van de Minister alle gevraagde medewerking te verlenen aan de uitvoering van de verplichtingen die zijn gesteld in deze regeling en de beschikkingen; c. om op verzoek van de Minister alle gevraagde medewerking te verlenen aan een door de Minister ter zake van de toepassing en de effecten van deze regeling ingesteld evaluatieonderzoek, die de Minister redelijkerwijs nodig heeft voor de uitvoering van dat evaluatieonderzoek. -**2.** De subsidieontvanger is verplicht, voor het bouwwerktuig dat met een retrofit-nabehandelingsysteem is uitgerust, om gedurende de instandhoudingstermijn jaarlijks, uiterlijk 2 maanden na een volledig jaar nadat de maatregel in gebruik is genomen, het verbruik van ureumoplossing, die overeenkomstig ISO 22241 is vervaardigd, te rapporteren. Voor het zeegaande bouwvaartuig dat met retrofit-nabehandeling is uitgerust worden gedurende de instandhoudingstermijn jaarlijks, uiterlijk 2 maanden na een volledig jaar nadat de maatregel in gebruik is genomen, het verbruik van zowel de hoeveelheid brandstof als van de ureumoplossing verstrekt. +**2.** De subsidieontvanger is verplicht, voor het bouwwerktuig dat met een retrofit-nabehandelingsysteem is uitgerust, om gedurende de instandhoudingstermijn jaarlijks, uiterlijk 2 maanden na een volledig jaar nadat de maatregel in gebruik is genomen, het verbruik van ureumoplossing, die overeenkomstig ISO 22241 is vervaardigd, te rapporteren. **3.** Op verzoek van de Minister werkt de subsidieontvanger mee aan de monitoring van emissies van het gesubsidieerde bouwwerktuig of zeegaand bouwvaartuig overeenkomstig bijlage 3 gedurende 48 maanden na vaststelling van de subsidie. @@ -437,9 +474,16 @@ Het subsidieplafond in 2023 bedraagt voor: a. projecten experimentele ontwikkeling als bedoeld in artikel 4.1, onderdeel a, € 9.000.000; b. projecten haalbaarheidsstudie als bedoeld in artikel 4.1, onderdeel b, € 1.000.000. -**4.** De Minister stelt de subsidieplafonds voor de jaren na 2022 vast en maakt deze bekend in de Staatscourant voor aanvang van het tijdvak waarvoor het wordt vastgesteld. +**4.** -**5.** Indien het subsidieplafond voor projecten haalbaarheidsstudie als bedoeld in artikel 4.1, wordt bereikt voor afloop van de betreffende kalenderperiode, maakt de Minister dit bekend in de Staatscourant. +Het subsidieplafond in 2024 bedraagt voor: + +a. projecten experimentele ontwikkeling als bedoeld in artikel 4.1, onderdeel a, € 9.000.000; +b. projecten haalbaarheidsstudie als bedoeld in artikel 4.1, onderdeel b, € 1.000.000. + +**5.** De Minister stelt de subsidieplafonds voor de jaren na 2024 vast en maakt deze bekend in de Staatscourant voor aanvang van het tijdvak waarvoor het wordt vastgesteld. + +**6.** Indien het subsidieplafond voor projecten haalbaarheidsstudie als bedoeld in artikel 4.1, wordt bereikt voor afloop van de betreffende kalenderperiode, maakt de Minister dit bekend in de Staatscourant. ### Artikel 4.4 @@ -449,9 +493,9 @@ Een aanvraag tot subsidieverlening voor een project haalbaarheidsstudie kan word a. in 2022 van 9 mei 2022, 9.00 uur tot en met 30 december 2022, 12.00 uur; b. in 2023 van 9 mei 2023, 9.00 uur tot en met 31 oktober 2023, 12.00 uur; -c. in 2024 van 5 maart 2024, 9.00 uur tot en met 27 december 2024, 12.00 uur; -d. in 2025 van 7 januari 2025, 9.00 uur tot en met 31 december 2025, 12.00 uur; -e. in 2026 van 6 januari 2026, 9.00 uur tot en met 31 december 2026, 12.00 uur. +c. in 2024 van 5 maart 2024, 9.00 uur tot en met 31 oktober 2024 12.00 uur; +d. in 2025 van 4 maart 2025, 9.00 uur tot en met 31 oktober 2025, 12.00 uur; +e. in 2026 van 3 maart 2026, 9.00 uur tot en met 30 oktober 2026, 12.00 uur. **2.** Een aanvraag tot subsidieverlening voor een project experimentele ontwikkeling kan worden ingediend van 31 mei tot en met 31 augustus 2022, 17.00 uur.