From dd5390097ef3075c48f6aed50771e48b77c738dc Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Wed, 9 Dec 2009 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2009-12-09 | BWBR0012289 | Vreemdelingencirculaire 2000 (B) --- .../BWBR0012289/README.md | 319 ++++++++++++------ 1 file changed, 209 insertions(+), 110 deletions(-) diff --git a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-b/BWBR0012289/README.md b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-b/BWBR0012289/README.md index fd8c9fb2eb8..d269f77cdbb 100644 --- a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-b/BWBR0012289/README.md +++ b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-b/BWBR0012289/README.md @@ -4557,45 +4557,25 @@ Dat lijdt uitzondering in de gevallen genoemd in B2/9.5.2. Deze uitzonderingen g #### 9.3. Verbreking van de (huwelijks)relatie Ingevolge artikel 19 juncto 18, eerste lid, onder f, Vw kan de verblijfsvergunning worden ingetrokken indien niet wordt voldaan aan de beperking waaronder de verblijfsvergunning is verleend of een voorschrift dat aan de verblijfsvergunning is verbonden. Daarvan zal met name sprake zijn ingeval van verbreking van de (huwelijks)relatie. Er is sprake van een verbreking van de (huwelijks)relatie indien: - - - – - de (huwelijks)relatie op grond waarvan verblijf was toegestaan feitelijk of juridisch is verbroken. Dit kan ondermeer blijken uit het feit dat de vreemdeling en de hoofdpersoon niet meer staan ingeschreven op hetzelfde adres in de GBA, of uit het feit dat de partners naar buiten toe verschillende adressen voeren; - - - – - de hoofdpersoon is overleden; of - - - – - de hoofdpersoon zich vrijwillig in het buitenland heeft gevestigd. - - - - - Tenzij op grond van B16 een verblijfsvergunning voor voortgezet verblijf kan worden verleend, wordt in een dergelijk geval de verblijfsvergunning ingetrokken. Artikel 3.90 Vb geeft hierop een uitzondering. - Dit artikel ziet op situaties waarin een vreemdeling, wiens verblijf in het kader van gezinshereniging of gezinsvorming is aanvaard, de hoofdpersoon wegens gewelddaden is ontvlucht. In dergelijke gevallen kan er sprake zijn van een tijdelijke (feitelijke) verbreking van de samenwoning. De feitelijke verbreking kan echter ook een permanent karakter hebben. Om die reden kan de verblijfsvergunning, in situaties waarin de vreemdeling de hoofdpersoon wegens gewelddaden is ontvlucht, wel worden ingetrokken indien er sedert de feitelijke verbreking van de samenwoning een jaar is verstreken. - De vreemdeling die stelt de persoon bij wie verblijf was toegestaan wegens gewelddaden te hebben verlaten, maakt dat aannemelijk door in ieder geval over te leggen: - - - a. - gegevens van de politie, bijvoorbeeld de melding van een incident of een proces-verbaal van de aangifte; - - - b. - een verklaring van een (vertrouwens)arts of een andere hulpverlener; de vertrouwensarts hoeft niet de eigen huisarts te zijn; - - - c. - gegevens over verblijf in een blijf-van-mijn-lijfhuis; of - - - d. - andere gegevens, voorzover het gaat om objectieve gegevens uit betrouwbare bron. - - - -200620116-10-200630-08-20062006/30200620116-10-200630-08-20062006/3001-01-2007 + +• de (huwelijks)relatie op grond waarvan verblijf was toegestaan feitelijk of juridisch is verbroken. Dit kan ondermeer blijken uit het feit dat de vreemdeling en de hoofdpersoon niet meer staan ingeschreven op hetzelfde adres in de GBA, of uit het feit dat de partners naar buiten toe verschillende adressen voeren; +• de hoofdpersoon is overleden; of +• de hoofdpersoon zich vrijwillig in het buitenland heeft gevestigd. + +Tenzij op grond van B16 een verblijfsvergunning voor voortgezet verblijf kan worden verleend, wordt in een dergelijk geval de verblijfsvergunning ingetrokken. De verblijfsvergunning voor voortgezet verblijf kan alleen op aanvraag worden verleend. Indien intrekking in deze gevallen wordt overwogen, wordt de vreemdeling derhalve in de gelegenheid gesteld een aanvraag tot wijziging van de beperking in ‘voortgezet verblijf’ in te dienen. + +Artikel 3.90 Vb geeft een uitzondering op de hiervoor weergegeven regel dat de verblijfsvergunning wordt ingetrokken indien de (huwelijks)relatie is verbroken. + +Dit artikel ziet op situaties waarin een vreemdeling, wiens verblijf in het kader van gezinshereniging of gezinsvorming is aanvaard, de hoofdpersoon wegens gewelddaden is ontvlucht. In dergelijke gevallen kan er sprake zijn van een tijdelijke (feitelijke) verbreking van de samenwoning. De feitelijke verbreking kan echter ook een permanent karakter hebben. Om die reden kan de verblijfsvergunning, in situaties waarin de vreemdeling de hoofdpersoon wegens gewelddaden is ontvlucht, wel worden ingetrokken indien er sedert de feitelijke verbreking van de samenwoning een jaar is verstreken. + +De vreemdeling die stelt de persoon bij wie verblijf was toegestaan wegens gewelddaden te hebben verlaten, maakt dat aannemelijk door in ieder geval over te leggen: + +a. gegevens van de politie, bijvoorbeeld de melding van een incident, mits bij de politie voldoende aannemelijk is gemaakt dat het geweld heeft plaats gevonden, of een proces-verbaal van de aangifte; en +b. een verklaring van een (vertrouwens)arts of een andere hulpverlener; de vertrouwensarts hoeft niet de eigen huisarts te zijn; of +c. gegevens over verblijf in een blijf-van-mijn-lijfhuis; of +d. andere gegevens, voorzover het gaat om objectieve gegevens uit\ + +betrouwbare bron. ##### 9.3.1. Aanvraag voor het verrichten van arbeid @@ -8090,7 +8070,7 @@ De nationale regels inzake gezinshereniging en -vorming (zie B2) bieden de gezin Verder wordt ingevolge de nationale regelgeving aan het minderjarige gezinslid die als minderjarige in het bezit is gesteld van een verblijfsvergunning in verband met gezinshereniging bij een persoon met een niet-tijdelijke verblijfsrecht, reeds na een jaar op aanvraag een zelfstandige verblijfsvergunning voor voortgezet verblijf verleend (zie artikel 3.50 Vb en B16). -Daarnaast kunnen bovenstaande gezinsleden reeds na drie jaar rechtmatig verblijf hier te lande aanspraak maken op een zelfstandige verblijfsvergunning onder de beperking voortgezet verblijf (zie B16/3). Op grond van deze verblijfsvergunning hebben zij ook de vrije toegang tot iedere arbeid van keuze. +Daarnaast kunnen bovenstaande gezinsleden reeds na drie jaar rechtmatig verblijf hier te lande aanspraak maken op een zelfstandige verblijfsvergunning onder de beperking ’voortgezet verblijf’ (zie B16/3.1.1). Op grond van deze verblijfsvergunning hebben zij ook de vrije toegang tot iedere arbeid van keuze. ##### 3.4.2. Voorwaarden Associatiebesluit 1/80 @@ -9184,7 +9164,7 @@ Op grond van artikel 19 Vw kan de vergunning worden ingetrokken om redenen genoe #### 2.8. De zelfstandige verblijfsvergunning voor voortgezet verblijf -De voorwaarden voor verlening van een zelfstandige verblijfsvergunning regulier onder de beperking ‘voortgezet verblijf’, als bedoeld in de artikelen 3.51 en 3.52 Vb, zijn uitgewerkt in B16/5. +De voorwaarden voor verlening van een zelfstandige verblijfsvergunning regulier onder de beperking ‘voortgezet verblijf’, als bedoeld in de artikelen 3.51 en 3.52 Vb, zijn uitgewerkt in B16/3.3. #### 2.9. De verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd @@ -9204,7 +9184,7 @@ In de gevallen waarin op of na 1 april 2001 een aanvraag om een verblijfsvergun ##### 2.10.2. Bijzonder overgangsrecht voor achttienjarigen -In artikel 9.4 Vb is een overgangsregeling getroffen voor vreemdelingen die een asielaanvraag hebben ingediend onder het oude beleid inzake Amv’s en die inmiddels achttien jaar oud zijn. Deze vreemdelingen kunnen onder bepaalde voorwaarden in aanmerking komen voor een zelfstandige verblijfsvergunning regulier onder de beperking ‘voortgezet verblijf’ (zie B16/5.1). +In artikel 9.4 Vb is een overgangsregeling getroffen voor vreemdelingen die een asielaanvraag hebben ingediend onder het oude beleid inzake Amv’s en die inmiddels achttien jaar oud zijn. Deze vreemdelingen kunnen onder bepaalde voorwaarden in aanmerking komen voor een zelfstandige verblijfsvergunning regulier onder de beperking ‘voortgezet verblijf’ (zie B16/3.3.3). ##### 2.10.3. Overgangsrecht voor begeleide minderjarigen @@ -9392,6 +9372,14 @@ De bepalingen van B2 zijn van toepassing. De in Nederland verblijvende (huwelijks)partner alsmede het/ de tot het gezin behorende kind(eren) dat/ die afhankelijk is/ zijn van een vreemdeling aan wie in verband met medische gronden een verblijfsvergunning op grond van het buiten schuld beleid is verleend, respectievelijk de verzorgende ouder(s), kunnen in deze situatie met toepassing van artikel 3.71, vierde lid, Vb worden vrijgesteld van het mvv-vereiste wanneer zij een verblijfsaanvraag indienen. +In afwijking van het bepaalde in B1 wordt deze aanvraag niet afgewezen om de reden dat de hoofdpersoon niet duurzaam en zelfstandig beschikt over voldoende middelen van bestaan. + +Gelet op het bepaalde in artikel 3.13 Vb kunnen deze gezinsleden in het bezit worden gesteld van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd omdat van hen in redelijkheid niet kan worden verlangd dat zij terugkeren naar het land van herkomst. Om te verzekeren dat de gezinsleden slechts verblijf krijgen gedurende de periode dat er voor de hoofdpersoon sprake is van een situatie dat hij buiten zijn schuld Nederland niet kan verlaten, wordt aan hen een verblijfsvergunning verleend onder de beperking: ‘verblijf bij….(naam hoofdpersoon)’ met dezelfde geldigheidsduur als die van de hoofdpersoon. + +De arbeidsmarktaantekening luidt, voor zover het geen gemeenschapsonderdaan betreft: ‘arbeid uitsluitend toegestaan indien de werkgever beschikt over een TWV’. + +De bepalingen omtrent het voortgezet verblijf van B16/3.1 zijn op deze gezinsleden niet van toepassing gelet op het bijzondere karakter van het beleid inzake buiten schuld. + #### 3.7. Verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning De geldigheidsduur kan tweemaal met een jaar worden verlengd, indien de vreemdeling nog voldoet aan de voorwaarden voor verlening. @@ -9402,7 +9390,7 @@ Indien gedurende de looptijd van in totaal drie jaar nieuwe informatie beschikba #### 3.9. De zelfstandige verblijfsvergunning voor voortgezet verblijf -De voorwaarden voor verlening van een zelfstandige verblijfsvergunning regulier onder de beperking ‘voortgezet verblijf’, als bedoeld in de artikelen 3.51 en 3.52 Vb, zijn uitgewerkt in B16/6. +De voorwaarden voor verlening van een zelfstandige verblijfsvergunning regulier onder de beperking ‘voortgezet verblijf’, als bedoeld in de artikelen 3.51 en 3.52 Vb, zijn uitgewerkt in B16/3.1.4.1. ### 4. Driejarenbeleid in de asielprocedure @@ -9944,26 +9932,29 @@ Indien de vreemdeling erin slaagt binnen de periode van één jaar een innovatie Artikel 3.50 Vb bevat een bijzondere regeling voor het voortgezet verblijf van de vreemdeling die als minderjarige in het bezit is gesteld van een verblijfsvergunning in het kader van gezinshereniging met een persoon met een niet-tijdelijk verblijfsrecht. Artikel 3.50 Vb bevat algemeen verbindende voorschriften. Indien aan de voorwaarden van artikel 3.50 Vb wordt voldaan, moet de verblijfsvergunning worden verleend (zie B16/2). -Ingevolge artikel 3.51 Vb kan, onder bepaalde voorwaarden, aan de volgende categorieën vreemdelingen een verblijfsvergunning onder de beperking voortgezet verblijf worden verleend: +Ingevolge artikel 3.51 Vb kan, onder bepaalde voorwaarden, aan de volgende categorieën vreemdelingen een verblijfsvergunning onder de beperking ‘voortgezet verblijf’ worden verleend: -– De vreemdeling die in het kader van gezinshereniging of -vorming is toegelaten (zie B16/3); -– De vreemdeling die in het kader van medische behandeling is toegelaten (zie B16/4); -– De vreemdeling die in het kader van het beleid inzake Amv’s is toegelaten (zie B16/5); en -– De vreemdeling die in het kader van het beleid inzake het buitenschuldcriterium is toegelaten (zie B16/6). +• De vreemdeling die in het kader van gezinshereniging of -vorming is toegelaten (zie B16/3); +• De vreemdeling die in het kader van medische behandeling is toegelaten (zie B16/4); +• De vreemdeling die in het kader van het beleid inzake Amv’s is toegelaten (zie B16/5); en +• De vreemdeling die in het kader van het beleid inzake het buitenschuldcriterium is toegelaten (zie B16/6). Artikel 3.51 Vb geeft het kader waarbinnen aan deze vreemdeling een verblijfsvergunning kan worden verleend. Dit artikel bevat algemeen verbindende voorschriften. Indien niet wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 3.50 of 3.51 Vb, wordt de verblijfsvergunning niet verleend. Artikel 3.51 Vb geeft geen verplichting, maar een bevoegdheid om de verblijfsvergunning te verlenen. In B16 wordt uiteengezet onder welke voorwaarden van die bevoegdheid gebruik wordt gemaakt en de verblijfsvergunning in het kader van voortgezet verblijf kan worden verleend. Deze voorwaarden hebben het karakter van beleidsregels. -Indien niet aan de voorwaarden wordt voldaan, is artikel 3.52 Vb van belang (zie B16/7) Indien de vreemdeling niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning voor voortgezet verblijf op grond van artikel 3.50 of 3.51 Vb, kan op grond van klemmende redenen van humanitaire aard voortgezet verblijf worden toegestaan. In B16/7 wordt het beleid voor de volgende gevallen nader uitgewerkt: +Indien niet aan de voorwaarden wordt voldaan, is artikel 3.52 Vb van belang (zie B16/7) Indien de vreemdeling niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning voor voortgezet verblijf op grond van artikel 3.50 of 3.51 Vb, kan op grond van klemmende redenen van humanitaire aard voortgezet verblijf worden toegestaan. In B16/4 wordt het beleid voor de volgende gevallen nader uitgewerkt: -– (huwelijks)relatie; -– verruimde gezinshereniging en ouderenbeleid; -– voortgezet verblijf na verblijf op grond van medische noodsituatie; -– slachtoffers/getuige-aangevers van mensenhandel; -– voortgezet verblijf na verblijf op grond van de Regeling afwikkeling nalatenschap oude Vreemdelingenwet (zie B16/7.1). +• (huwelijks)relatie (zie B16/4.2); +• verruimde gezinshereniging en ouderenbeleid (zie B16/4.3); +• voortgezet verblijf na verblijf op grond van medische noodsituatie (zie B16/4.4); +• slachtoffers/getuige-aangevers van mensenhandel (zie B16/4.5); +• Amv’s en meerderjarige ex-bama’s (zie B16/4.6 en B16/4.7); +• voortgezet verblijf na verblijf op grond van de Regeling afwikkeling nalatenschap oude Vreemdelingenwet (zie B16/4.8). -Naast de beleidsregels in B16 zijn, tenzij hieronder anders is aangegeven, ook de beleidsregels met betrekking tot de algemene voorwaarden van artikel 16 Vw van toepassing. Verwezen wordt naar B1/4. Voor wat betreft de aanvraag zijn tevens zijn de algemene bepalingen van B1/5 en B1/9 van toepassing. +De verblijfsvergunning onder de beperking ‘voortgezet verblijf’ kan, tenzij hierna anders aangegeven, alleen op aanvraag worden verleend. + +Naast de beleidsregels in B16 zijn, tenzij hieronder anders is aangegeven, ook de beleidsregels met betrekking tot de algemene voorwaarden van artikel 16 Vw van toepassing. Verwezen wordt naar B1/4. Voor wat betreft de aanvraag zijn tevens de algemene bepalingen van B1/5 en B1/9 van toepassing. ### 2. Na verblijf als minderjarige @@ -9989,11 +9980,11 @@ Ook de vreemdeling die in het jaar na zijn verblijfsaanvaarding meerderjarig is Voor de verlening van de verblijfsvergunning is het niet noodzakelijk dat de gezinsband is verbroken. Ook indien het kind nog feitelijk bij de ouder(s) woont, kan de zelfstandige verblijfsvergunning worden verleend, indien aan de voorwaarden wordt voldaan. Wel moet daartoe een aanvraag worden ingediend. -### 3. Na (huwelijks)relatie, verruimde gezinshereniging en ouderenbeleid +### 3. Na drie jaar verblijf onder bepaalde beperkingen -De verblijfsvergunning onder de beperking verband houdend met (verruimde) gezinshereniging of gezinsvorming kan op aanvraag worden gewijzigd in zelfstandige verblijfsvergunning onder de beperking ‘voortgezet verblijf’. Het betreft hier de wijziging van de afhankelijke verblijfsvergunning naar een zelfstandige verblijfsvergunning. +#### 3.1. Na verblijf in het kader van gezinshereniging of -vorming -#### 3.1. Drie jaar verblijf op grond van de (huwelijks)relatie +##### 3.1.1. Na (huwelijks)relatie De verblijfsvergunning wordt op aanvraag verleend indien: @@ -10002,13 +9993,22 @@ b. die (huwelijks)relatie drie jaren bestaat en de vreemdeling ten minste drie j c. drie jaren is voldaan aan de voorwaarden voor verlenging van de verblijfsvergunning; en d. zich geen van de algemene weigeringsgronden voordoet (zie B1/4). +In afwijking van B1/4.2 en B1/4.3 wordt de verblijfsvergunning ook verleend indien de vreemdeling: + +• niet (meer) beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding; of +• al dan niet tezamen met de echtgeno(o)t(e) of geregistreerd partner, niet (meer) zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan. + +Voor de verlening van deze verblijfsvergunning is niet noodzakelijk dat de (huwelijks)relatie is ontwricht of ontbonden. + De verblijfsvergunning wordt niet verleend indien de hoofdpersoon zelf verblijfsrecht van tijdelijk aard heeft. Dat is bijvoorbeeld het geval indien deze een verblijfsvergunning voor studie of medische behandeling heeft. Zie artikel 3.5 Vb. De verblijfsvergunning wordt evenmin verleend indien de hoofdpersoon houder is van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Daarmee wordt voorkomen dat de vreemdeling met een verblijfsrecht dat afhankelijk is van een andere vreemdeling die zelf verblijfsrecht van tijdelijke aard heeft, na ommekomst van drie jaren een sterker verblijfsrecht kan verkrijgen dan degene bij wie verblijf was toegestaan. Indien de vreemdeling aanvankelijk houder was van een verblijfsvergunning op grond van een relatie, en aansluitend houder was van een verblijfsvergunning op grond van een huwelijk of geregistreerd partnerschap met dezelfde hoofdpersoon, wordt de duur van deze perioden opgeteld. -In artikel 9.6 Vb is een overgangsregeling getroffen voor die gevallen waarin de vreemdeling ten minste een jaar, maar minder dan drie jaren, houder is geweest van een verblijfsvergunning op grond van een huwelijk dat drie jaren direct voorafgaande aan de ontwrichting of ontbinding daarvan heeft standgehouden. Op grond van deze overgangsregeling kan aan die vreemdeling, mits de verblijfsvergunning is verleend voor 11 december 2000 en geen van de afwijzingsgronden van artikel 16 Vw zich voordoen, een verblijfsvergunning worden verleend onder de beperking “voor het zoeken en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst”. Deze regeling geldt niet, indien de verblijfsvergunning was verleend op grond van een relatie. +De vreemdeling hoeft niet direct voorafgaand aan (dat wil zeggen aansluitend op) de aanvraag om wijziging van de beperking in het bezit geweest te zijn van een verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met gezinshereniging of -vorming. Wel dient de aanvraag tijdig ingediend te zijn (zie B1/5.1). Daarnaast is van belang dat de aanvraag om een verblijfsvergunning onder de beperking ‘voortgezet verblijf’ altijd volgt op eerder bezit van een verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met gezinshereniging of -vorming. De vreemdeling komt derhalve niet voor voortgezet verblijf op grond van artikel 3.51, eerste lid, onder a, Vb in aanmerking indien hij na verbreking van de relatie in het bezit is geweest van een verblijfsvergunning onder een andere beperking. -#### 3.2. Drie jaar verblijf verruimde gezinshereniging of ouderenbeleid +In artikel 9.6 Vb is een overgangsregeling getroffen voor die gevallen waarin de vreemdeling ten minste een jaar, maar minder dan drie jaren, houder is geweest van een verblijfsvergunning op grond van een huwelijk dat drie jaren direct voorafgaande aan de ontwrichting of ontbinding daarvan heeft standgehouden. Op grond van deze overgangsregeling kan aan die vreemdeling, mits de verblijfsvergunning is verleend voor 11 december 2000 en geen van de afwijzingsgronden van artikel 16 Vw zich voordoen, een verblijfsvergunning worden verleend onder de beperking ‘voor het zoeken en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst’. Deze regeling geldt niet, indien de verblijfsvergunning was verleend op grond van een relatie. + +##### 3.1.2. Verruimde gezinshereniging of ouderenbeleid De verblijfsvergunning wordt op aanvraag verleend, indien: @@ -10023,32 +10023,32 @@ b. al dan niet tezamen met de hoofdpersoon niet (meer) beschikt over voldoende m Voor de verlening van deze verblijfsvergunning is niet noodzakelijk dat de feitelijke gezinsband is verbroken. -#### 3.3. Overlijden van de hoofdpersoon +##### 3.1.3. Overlijden van de hoofdpersoon -Ingevolge artikel 3.51, derde lid, Vb kan de zelfstandige verblijfsvergunning voor voortgezet verblijf na (verruimde) gezinshereniging of gezinsvorming eveneens worden verleend indien de hoofdpersoon met niet-tijdelijk verblijfsrecht is overleden en de gezinsband om die reden is verbroken. In deze gevallen wordt in beginsel altijd gebruikgemaakt van de bevoegdheid om de verblijfsvergunning te verlenen. - -Als regel levert het overlijden een zodanig schrijnende situatie op dat het voortgezet verblijf van de vreemdeling in Nederland behoort te worden aanvaard (zie artikel 3.51, derde lid, Vb). Daarbij hoeft de aanwezigheid van (andere) klemmende redenen van humanitaire aard niet te worden gesteld of onderzocht. - -Het vorengaande geldt echter niet indien verblijf is verleend in het kader van het ouderenbeleid (B2/7). +Ingevolge artikel 3.51, derde lid, Vb kan de zelfstandige verblijfsvergunning voor voortgezet verblijf na (verruimde) gezinshereniging of gezinsvorming eveneens worden verleend indien de hoofdpersoon met niet-tijdelijk verblijfsrecht is overleden en de gezinsband om die reden is verbroken. In deze gevallen wordt in beginsel altijd gebruikgemaakt van de bevoegdheid om de verblijfsvergunning te verlenen. Als regel levert het overlijden een zodanig schrijnende situatie op dat het voortgezet verblijf van de vreemdeling in Nederland behoort te worden aanvaard (zie artikel 3.51, derde lid, Vb). Daarbij hoeft de aanwezigheid van (andere) klemmende redenen van humanitaire aard niet te worden gesteld of onderzocht. Het vorengaande geldt echter niet indien verblijf is verleend in het kader van het ouderenbeleid (B2/7). De verblijfsvergunning wordt niet verleend indien: -– de overleden hoofdpersoon verblijfsrecht van tijdelijke aard had (zie artikel 3.5 Vb) of houder was van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Indien dat wel het geval was, kan voortgezet verblijf slechts worden aanvaard op grond van artikel 3.52 Vb; -– er onjuiste gegevens zijn verstrekt of gegevens zijn achtergehouden die tot de verlening van de verblijfsvergunning hebben geleid (zie B1/5.3.3); of -– de vreemdeling het hoofdverblijf buiten Nederland heeft verplaatst. +• de overleden hoofdpersoon verblijfsrecht van tijdelijke aard had (zie artikel 3.5 Vb) of houder was van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Indien dat wel het geval was, kan voortgezet verblijf slechts worden aanvaard op grond van artikel 3.52 Vb; +• er onjuiste gegevens zijn verstrekt of gegevens zijn achtergehouden die tot de verlening van de verblijfsvergunning hebben geleid (zie B1/5.3.3); of +• de vreemdeling het hoofdverblijf buiten Nederland heeft verplaatst. In afwijking van B1/4.2 en B1/4.3 wordt de aanvraag niet afgewezen op de grond dat de vreemdeling: -– niet beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding; of -– niet zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan. +• niet beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding; of +• niet zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan. -### 4. Na medische behandeling +#### 3.2. Na medische behandeling Na drie jaar verblijf als houder van een verblijfsvergunning onder de beperking voor het ondergaan van medische behandeling kan de vreemdeling op grond van artikel 3.51, eerste lid, aanhef en onder b, Vb een aanvraag doen voor een verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met voortgezet verblijf, indien de medische behandeling naar het oordeel van de Minister nog voor ten minste één jaar noodzakelijk zal zijn. De vreemdeling moet gedurende de gehele periode hebben voldaan aan de voorwaarden voor verlenging van de geldigheidsduur van de oorspronkelijke verblijfsvergunning. -### 5. Na verblijf als Amv +In afwijking van B1/4.2 en B1/4.3 wordt de verblijfsvergunning niet afgewezen op de grond dat de vreemdeling niet (meer) beschikt over voldoende middelen van bestaan. -De verblijfsvergunning onder de beperking verband houdend met verblijf als Amv kan op aanvraag worden gewijzigd in een verblijfsvergunning onder de beperking verband houdend met ‘voortgezet verblijf’. +#### 3.3. Na verblijf als Amv + +##### 3.3.1. Algemeen + +De verblijfsvergunning onder de beperking verband houdend met verblijf als Amv kan op aanvraag worden gewijzigd in een verblijfsvergunning onder de beperking verband houdend met voortgezet verblijf. Op grond van artikel 3.51, eerste lid, onder c, Vb kan aan een Amv op aanvraag een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘voortgezet verblijf’ worden verleend, indien: @@ -10059,45 +10059,48 @@ d. er overigens geen gronden voor weigering zijn. De peildatum voor de vraag of de vreemdeling aan deze voorwaarden voldoet, ligt, gezien de bewoordingen van artikel 3.51 Vb, op de laatste dag van geldigheid van de verblijfsvergunning regulier onder de beperking ‘verblijf als Amv’. +In afwijking van B1/4.2 en B1/4.3 wordt de verblijfsvergunning ook verleend indien de vreemdeling: + +a. niet (meer) beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding; of +b. niet (meer) beschikt over voldoende middelen van bestaan. + Amv’s die in afwachting zijn van een beslissing op de aanvraag verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘voortgezet verblijf’ worden in het bezit gesteld van het verblijfsdocument conform bijlage 7f2 VV (W2-document), voor zover zij niet reeds in het bezit zijn van een geldig document voor grensoverschrijding. Indien er sprake is van een te late indiening van de aanvraag om verlenging of de aanvraag om wijziging van de beperking, is het gestelde in B1/5.1 van toepassing. De verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘verblijf als Amv’ wordt in de hierboven genoemde gevallen ten hoogste verlengd tot de dag waarop de vreemdeling meerderjarig wordt. -#### 5.1. Overgangsrecht +##### 3.3.2. Bijzonder overgangsrecht voor achttienjarigen Indien er sprake is van een eerste beslissing op de asielaanvraag waarbij ambtshalve een vergunning op grond van het beleid inzake Amv’s wordt verleend, geldt het volgende. -Indien betrokkene vóór 4 januari 2001 (ingangsdatum huidige beleid) achttien jaar oud is geworden, en hij op grond van het toenmalig geldende beleid inzake Amv’s in aanmerking komt voor verblijf, dient voor de periode tot en met 3 januari 2001 een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘verblijf als Amv’ te worden verleend. Vanaf 4 januari 2001 komt betrokkene op grond van artikel 9.4 Vb in aanmerking voor een verblijfsvergunning onder de beperking ‘voortgezet verblijf’. +Indien betrokkene vóór 4 januari 2001 (ingangsdatum huidige beleid) achttien jaar oud is geworden, en hij op grond van het toenmalig geldende beleid inzake Amv’s in aanmerking komt voor verblijf, dient voor de periode tot en met 3 januari 2001 een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘verblijf als Amv’ te worden verleend. Vanaf 4 januari 2001 komt betrokkene op grond van artikel 9.4 Vb in aanmerking voor een verblijfsvergunning onder de beperking ‘voortgezet verblijf’. -Indien betrokkene op of na 4 januari 2001 achttien jaar oud is geworden, wordt aan hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘verblijf als Amv’ verleend tot de datum waarop hij achttien jaar oud wordt. Vanaf de datum waarop betrokkene achttien jaar oud wordt, komt hij in aanmerking voor een verblijfsvergunning onder de beperking ‘voortgezet verblijf’ op grond van artikel 9.4 Vb. +Indien betrokkene op of na 4 januari 2001 achttien jaar oud is geworden, wordt aan hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘verblijf als Amv’ verleend tot de datum waarop hij achttien jaar oud wordt. Vanaf de datum waarop betrokkene achttien jaar oud wordt, komt hij in aanmerking voor een verblijfsvergunning onder de beperking ‘voortgezet verblijf’ op grond van artikel 9.4 Vb. Als er sprake is van een eerste beslissing op de asielaanvraag en de vreemdeling is inmiddels achttien, dan wordt in deze gevallen de asielaanvraag mede aangemerkt als een aanvraag om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘voortgezet verblijf’. De vreemdeling hoeft deze vergunning dus niet apart aan te vragen. -De ABRvS heeft in haar uitspraak van 14 mei 2003 (20031352/1) geoordeeld dat de beslissing van destijds, om aan een minderjarige vreemdeling de verblijfsvergunning te weigeren omdat hij begeleid was, niet in overeenstemming is met de Vw. Daarom is de volgende voorziening getroffen voor hen die voor hun achttiende verjaardag een tweede aanvraag indienen. +##### 3.3.3. Begeleide minderjarige vreemdelingen + +De ABRvS heeft in haar uitspraak van 14 mei 2003 (20031352/1) geoordeeld dat de beslissing van destijds, om aan een minderjarige vreemdeling de verblijfsvergunning te weigeren omdat hij begeleid was, niet in overeenstemming is met de Vw. Daarom is de volgende voorziening getroffen voor hen die voor hun achttiende verjaardag een tweede aanvraag indienen. Een Amv, aan wie een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘verblijf als Amv’ wordt verleend, kan in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning onder de beperking ‘voortgezet verblijf’ op grond van artikel 3.52 Vb: -– op de dag dat hij meerderjarig wordt; dan wel -– op de dag dat hij, als de beslissing in de eerste procedure volgens de nieuwe inzichten was genomen, in aanmerking zou zijn gekomen voor voortgezet verblijf op grond van artikel 3.51 Vb. +• op de dag dat hij meerderjarig wordt; dan wel +• op de dag dat hij, als de beslissing in de eerste procedure volgens de nieuwe inzichten was genomen, in aanmerking zou zijn gekomen voor voortgezet verblijf op grond van artikel 3.51 Vb. Hierbij gelden de volgende (cumulatieve) voorwaarden: -– de eerdere asielaanvraag van betrokkene dateert van op of na 4 januari 2001 (ingangsdatum huidige beleid inzake Amv’s en het per 20 juli 2004 afgeschafte beleid inzake begeleide minderjarige vreemdelingen); -– aan betrokkene is in de eerste procedure een verblijfsvergunning op grond van het beleid inzake Amv’s geweigerd omdat betrokkene werd aangemerkt als een begeleide minderjarige vreemdeling; -– als de beslissing in de eerste procedure volgens de nieuwe inzichten was genomen, was betrokkene in aanmerking gekomen voor bedoelde verblijfsvergunning (ex-tunctoetsing naar het moment van de eerste beschikking); en -– als de beslissing in de eerste procedure volgens de nieuwe inzichten was genomen, dan zou betrokkene op grond van zijn verblijfsvergunning uiteindelijk in aanmerking zijn gekomen voor een verblijfsvergunning onder de beperking ‘voortgezet verblijf’. +• de eerdere asielaanvraag van betrokkene dateert van op of na 4 januari 2001 (ingangsdatum huidige beleid inzake Amv’s en het per 20 juli 2004 afgeschafte beleid inzake begeleide minderjarige vreemdelingen); +• aan betrokkene is in de eerste procedure een verblijfsvergunning op grond van het beleid inzake Amv’s geweigerd omdat betrokkene werd aangemerkt als een begeleide minderjarige vreemdeling; +• als de beslissing in de eerste procedure volgens de nieuwe inzichten was genomen, was betrokkene in aanmerking gekomen voor bedoelde verblijfsvergunning (ex-tunc toetsing naar het moment van de eerste beschikking); en +• als de beslissing in de eerste procedure volgens de nieuwe inzichten was genomen, dan zou betrokkene op grond van zijn verblijfsvergunning uiteindelijk in aanmerking zijn gekomen voor een verblijfsvergunning onder de beperking ‘voortgezet verblijf’. Zie voor het beleid inzake de uitgeprocedeerde begeleide vreemdeling die nog minderjarig is B14/2.10.3.2. -De overgangsregeling kan niet van toepassing zijn op personen die op het moment van aanvraag inmiddels meerderjarig zijn geworden. Het is immers niet mogelijk een verblijfsvergunning op grond van het beleid inzake Amv’s te verlenen aan een meerderjarige en het is niet mogelijk een verblijfsvergunning onder de beperking ‘voortgezet verblijf’ te verlenen aan een vreemdeling die niet reeds in het bezit is van een verblijfsvergunning. +Zie voor het beleid inzake uitgeprocedeerde vreemdelingen die inmiddels meerderjarig zijn geworden B14/2.10.3.3 en B16/4.7. -Om dit te ondervangen is op grond van artikel 3.6, tweede lid, Vb een nieuw artikel 3.17a gevoegd in het VV. Hierdoor is het mogelijk geworden om ambtshalve, in het kader van een asielaanvraag, een verblijfsvergunning te verlenen onder de beperking ‘verblijf als meerderjarige ex-bama’, zie voor het beleid terzake B14/2.10.3.3. - -De verblijfsvergunning onder de beperking ‘verblijf als meerderjarige ex-bama’ kan ten tijde van de eerste verlenging, indien de houder hiertoe een aanvraag indient, worden gewijzigd in een verblijfsvergunning onder de beperking ‘voortgezet Verblijf’ op grond van artikel 3.52 Vb. - -### 6. Na verblijf op grond van het buitenschuldcriterium +#### 3.4. Na verblijf op grond van het buitenschuldcriterium Op grond van artikel 3.51, eerste lid, onder d, Vb kan aan een vreemdeling aan wie verblijf is verleend omdat hij buiten zijn schuld niet uit Nederland kan vertrekken op aanvraag een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘voortgezet verblijf’ worden verleend, indien: @@ -10105,10 +10108,19 @@ a. hij drie jaar in het bezit is geweest van een verblijfsvergunning regulier vo b. hij nog immer voldoet aan de voorwaarden voor verlening van de verblijfsvergunning op grond van het bijzonder beleid voor de vreemdeling die buiten zijn schuld niet uit Nederland kan vertrekken; en c. er overigens geen gronden voor weigering zijn. -### 7. Klemmende redenen van humanitaire aard +In afwijking van B1/4.2 en B1/4.3 wordt de verblijfsvergunning ook verleend indien de vreemdeling: + +a. niet (meer) beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding; of +b. niet (meer) beschikt over voldoende middelen van bestaan. + +### 4. Bijzondere individuele omstandigheden + +#### 4.1. Inleiding Indien de vreemdeling niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning voor voortgezet verblijf op grond van artikel 3.50 of 3.51 Vb (zie B16/2 tot en met B16/6), kan op grond van klemmende redenen van humanitaire aard voortgezet verblijf worden toegestaan (zie artikel 3.52 Vb). In individuele gevallen, waarin niet aan de voorwaarden voor voortgezet verblijf wordt voldaan, wordt altijd bezien of het voortgezet verblijf moet worden aanvaard op grond van klemmende redenen van humanitaire aard. +#### 4.2. (Huwelijks)relatie verbroken binnen drie jaar + Indien de (huwelijks)relatie op grond waarvan het verblijf was toegestaan binnen drie jaar na verblijfsaanvaarding en anders dan door overlijden, is verbroken, wordt voortgezet verblijf toegestaan, indien sprake is van een combinatie van klemmende redenen van humanitaire aard die daartoe aanleiding geven. De beoordeling of in het concrete geval op grond van een dergelijke combinatie van klemmende redenen van humanitaire aard in het voortgezet verblijf van de vreemdeling behoort te worden berust, is aan de Minister. Klemmende redenen van humanitaire aard kunnen zijn gelegen in: @@ -10116,41 +10128,90 @@ Klemmende redenen van humanitaire aard kunnen zijn gelegen in: a. de situatie van alleenstaande vrouwen in het land van herkomst; b. de maatschappelijke positie van vrouwen in het land van herkomst; c. de vraag of in het land van herkomst een naar maatstaven van dat land aanvaardbaar te achten opvang aanwezig is; -d. de zorg die de vrouw/ouder heeft voor kinderen die in Nederland zijn geboren en/of een opleiding volgen; en -e. aantoonbaar ondervonden (seksueel) geweld binnen de familie. +d. de zorg die de vrouw/ouder heeft voor kinderen die in Nederland zijn geboren en/of een opleiding volgen; +e. aantoonbaar ondervonden (seksueel) geweld binnen de familie; +f. de banden met Nederland. + +De hiervoor gegeven opsomming is richtinggevend en uitdrukkelijk niet limitatief bedoeld. De vreemdeling die zich hierop beroept, geeft aan welke klemmende redenen van humanitaire aard naar zijn mening tot aanvaarding van zijn voortgezet verblijf dienen te leiden en onderbouwt zijn beroep met ter zake relevante gegevens en bescheiden. Het is nadrukkelijk de eigen verantwoordelijkheid van de vreemdeling om bij het indienen van de aanvraag om voortgezet verblijf aan te geven dat er sprake is van een dergelijke combinatie van factoren, en die met ter zake relevante gegevens en bescheiden te onderbouwen. Hij is daartoe de meest gerede partij. Indien het beroep op klemmende redenen van humanitaire aard niet of niet afdoende met terzake relevante gegevens en bescheiden is onderbouwd bij het indienen van de aanvraag om voortgezet verblijf, stelt de IND de vreemdeling in de gelegenheid dit gebrek te herstellen. In beginsel wordt de vreemdeling hiertoe een termijn van twee weken gegund. Bij de beoordeling van het beroep op klemmende redenen van humanitaire aard, wordt altijd een belangenafweging gemaakt, waarbij de belangen van de vreemdeling worden afgewogen tegen die van de staat. Bij de beoordeling wordt in voorkomende gevallen rekening gehouden met de situatie van vreemdelingen en hun eventuele kinderen, die tegen hun wil en zonder identiteits- en verblijfsdocumenten in het land van herkomst zijn achtergelaten (zie ten aanzien hiervan tevens B1/5.1, B1/5.3.2, en B16/7). -Aan de hand van de door de vreemdeling overgelegde informatie omtrent factoren 1, 2 en 3 kan de IND zonodig een individueel ambtsbericht opvragen bij het Ministerie van BuZa. +Als uitwerking van de onder a, b en c genoemde factoren kan gedacht worden aan: + +• de vraag of de eigen familie in het land van herkomst de vrouw in kwestie verstoten heeft, hetgeen opvang in het land van herkomst ernstig bemoeilijkt; +• de vraag of er sprake is van gedwongen uithuwelijking in het land van herkomst; +• de (on)mogelijkheid naar het recht van het land van herkomst te scheiden hetgeen haar juridisch in een moeilijke positie plaatst bij afwezigheid van de echtgenoot (het komt voor dat de vrouw niet kan scheiden, terwijl de man in Nederland is hertrouwd). + +Aan de hand van de door de vreemdeling overgelegde informatie omtrent factoren a, b en c kan de IND zonodig een individueel ambtsbericht opvragen bij het Ministerie van BuZa. Van belang is de mate van worteling in de Nederlandse samenleving en de mogelijkheid om het familie- en gezinsleven elders voort te zetten. -Aan deze laatste factor wordt in de belangenafweging een zwaar gewicht toegekend. Dit betekent dat naast deze factor niet aan één van de andere factoren (nummers 1-4) dient te worden getoetst. Geweld, waaronder seksueel geweld dat heeft geleid tot de feitelijke verbreking van de (huwelijks)relatie, wordt aangetoond aan de hand van een proces-verbaal van de aangifte en een verklaring van een (vertrouwens)arts. +Daarnaast kan als uitwerking van de onder d en f genoemde factoren gedacht worden aan: -In gevallen waarin het OM ambtshalve vervolging tegen de dader heeft ingesteld, dus zonder dat betrokkene aangifte van (seksueel) geweld heeft gedaan, kan geweld worden aangetoond door middel van een verklaring van het OM dan wel van de politie. Tevens is een verklaring van een (vertrouwens)arts vereist. +• weigerachtigheid van de vader om toestemming te verlenen de kinderen aan te melden op een school in het land van herkomst, terwijl die toestemming noodzakelijk is voor het kunnen volgen van onderwijs; +• de duur van het door het kind in Nederland genoten onderwijs; +• de vraag of het kind de Nederlandse nationaliteit heeft. + +Indien sprake is van in Nederland geboren kinderen, dan wel kinderen met (tevens) de Nederlandse nationaliteit en aannemelijk wordt gemaakt dat deze kinderen niet eenvoudig op te lossen problemen ondervinden bij toegang tot een schoolopleiding wordt aan deze factor in de belangenafweging een zwaar gewicht toegekend. + +Aan deze factor wordt in de belangenafweging een zwaar gewicht toegekend. Dit betekent dat naast deze factor niet aan één van de andere factoren (genoemd onder a tot en met d en f) dient te worden getoetst.. Geweld, waaronder seksueel geweld, dat heeft geleid tot de feitelijke verbreking van de (huwelijks)relatie, wordt aangetoond aan de hand van: + +• gegevens van de politie, bijvoorbeeld de melding van een incident, mits bij de politie voldoende aannemelijk is gemaakt dat het geweld heeft plaats gevonden, of een proces-verbaal van de aangifte; en +• een verklaring van een (vertrouwens)arts of een andere hulpverlener. De vertrouwensarts hoeft niet de eigen huisarts te zijn; of +• gegevens over verblijf in een blijf-van-mijn-lijfhuis; of +• andere gegevens, voorzover het gaat objectieve gegevens uit betrouwbare bron. + +In gevallen waarin het OM ambtshalve vervolging tegen de dader heeft ingesteld, dus zonder dat betrokkene aangifte van (seksueel) geweld heeft gedaan, kan geweld worden aangetoond door middel van een verklaring van het OM dan wel van de politie. Tevens is vereist: + +• een verklaring van een (vertrouwens)arts of een andere hulpverlener, de vertrouwensarts hoeft niet de eigen huisarts te zijn; of +• gegevens over verblijf in een blijf-van-mijn-lijfhuis; of +• andere gegevens, voorzover het gaat objectieve gegevens uit betrouwbare bron. + +Hierbij is niet van belang wie tot verbreking van de (huwelijks)relatie heeft besloten. Deze regeling treedt met terugwerkende kracht in werking op 17 oktober 2003. Dit is de datum waarop de brief van de Minister, waarin deze regeling wordt aangekondigd, aan de Tweede Kamer is aangeboden. Indien er een beroep wordt gedaan op (seksueel) geweld, zonder dat dit op de voorgaande wijze kan worden aangetoond, kan dit betrokken worden bij de beoordeling of sprake is van een combinatie van klemmende redenen van humanitaire aard die aanleiding geven voortgezet verblijf toe te staan. +##### 4.2.1. Minderjarigen en ondervonden (seksueel) geweld + +Onder de in artikel 3.50 Vb (zie B16/2) genoemde voorwaarden komt een als minderjarige in het kader van gezinshereniging toegelaten vreemdeling, ook indien de gezinsband niet is verbroken, na een jaar in aanmerking voor een zelfstandige verblijfsvergunning voor voorgezet verblijf. Echter, indien de minderjarige of diens wettelijk vertegenwoordiger, een aanvraag om voortgezet verblijf indient en op grond van artikel 3.50 Vb niet in aanmerking komt voor verlening van een zelfstandige verblijfsvergunning, dient beoordeeld te worden of betrokkene op grond van artikel 3.52 Vb in aanmerking komt voor voortgezet verblijf. + +Hierbij zijn de bepalingen ten aanzien van aantoonbaar ondervonden (seksueel) geweld binnen de familie (zie B16/4.2) van overeenkomstige toepassing. In verband met de leeftijd van de vreemdeling is hiervoor niet noodzakelijk dat de gezinsband is verbroken. + +#### 4.3. Verruimde gezinshereniging en ouderenbeleid + Indien binnen drie jaar na verblijfsaanvaarding, niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden van verruimde gezinshereniging of het ouderenbeleid (zie B2/7), wordt voortgezet verblijf toegestaan, indien er sprake is van een combinatie van klemmende redenen van humanitaire aard die daartoe aanleiding geven. De beoordeling of in het concrete geval op grond van een dergelijke combinatie van klemmende redenen van humanitaire aard in het voortgezet verblijf van de vreemdeling behoort te worden berust, is aan de Minister. De vreemdeling die zich hierop beroept, geeft aan welke klemmende redenen van humanitaire aard naar zijn mening tot aanvaarding van zijn voortgezet verblijf dienen te leiden en onderbouwt zijn beroep met terzake relevante gegevens en bescheiden. Het is nadrukkelijk de eigen verantwoordelijkheid van de vreemdeling om bij het indienen van de aanvraag om voortgezet verblijf aan te geven dat er sprake is van een dergelijke combinatie van factoren, en die met terzake relevante gegevens en bescheiden te onderbouwen. Hij is daartoe de meest gerede partij. Indien het beroep op klemmende redenen van humanitaire aard niet of niet afdoende met terzake relevante gegevens en bescheiden is onderbouwd bij het indienen van de aanvraag om voortgezet verblijf, stelt de IND de vreemdeling in de gelegenheid dit gebrek te herstellen. In beginsel wordt de vreemdeling hiertoe een termijn van twee weken gegund. Bij de beoordeling van het beroep op klemmende redenen van humanitaire aard, wordt altijd een belangenafweging gemaakt, waarbij de belangen van de vreemdeling worden afgewogen tegen die van de staat. -Indien binnen drie jaar na verblijfsaanvaarding aantoonbaar ondervonden (seksueel) geweld binnen de familie heeft geleid tot verbreking van de familierelatie, wordt hieraan in de belangenafweging een zwaar gewicht toegekend. Dit betekent dat, indien het ondervonden geweld binnen de familie is aangetoond, de vreemdeling in aanmerking komt voor voortgezet verblijf. Geweld, waaronder seksueel geweld, dat heeft geleid tot de feitelijke verbreking van de familierelatie, wordt aangetoond aan de hand van een proces-verbaal van de aangifte en een verklaring van een (vertrouwens)arts. +Indien binnen drie jaar na verblijfsaanvaarding aantoonbaar ondervonden (seksueel) geweld binnen de familie heeft geleid tot verbreking van de familierelatie, wordt hieraan in de belangenafweging een zwaar gewicht toegekend. Hierbij is niet van belang wie tot verbreking van de familierelatie heeft besloten. Dit betekent dat, indien het ondervonden geweld binnen de familie is aangetoond, de vreemdeling in aanmerking komt voor voortgezet verblijf. -In gevallen waarin het OM ambtshalve vervolging tegen de dader heeft ingesteld, dus zonder dat betrokkene aangifte van (seksueel) geweld heeft gedaan, kan geweld worden aangetoond door middel van een verklaring van het OM dan wel van de politie. Ook in dat geval is een verklaring van een (vertrouwens)arts vereist. +Geweld, waaronder seksueel geweld, dat heeft geleid tot de feitelijke verbreking van de familierelatie, wordt aangetoond door: + +a. gegevens van de politie, bijvoorbeeld de melding van een incident, mits bij de politie voldoende aannemelijk is gemaakt dat het geweld heeft plaats gevonden, of een proces-verbaal van de aangifte; en +b. een verklaring van een (vertrouwens)arts of een andere hulpverlener. De vertrouwensarts hoeft niet de eigen huisarts te zijn; of +c. gegevens over verblijf in een blijf-van-mijn-lijfhuis; of +d. andere gegevens, voorzover het gaat om objectieve gegevens uit betrouwbare bron. + +In gevallen waarin het OM ambtshalve vervolging tegen de dader heeft ingesteld, dus zonder dat betrokkene aangifte van (seksueel) geweld heeft gedaan, kan geweld worden aangetoond door middel van een verklaring van het OM dan wel van de politie. Ook in dat geval is een verklaring van een (vertrouwens)arts of andere hulpverlener vereist. + +#### 4.4. Medische noodsituatie Na drie jaar verblijf als houder van een verblijfsvergunning onder de beperking ‘verblijf vanwege medische noodsituatie’ kan de vreemdeling op grond van artikel 3.52 Vb een aanvraag doen voor een verblijfsvergunning onder de beperking ‘voorgezet verblijf’, indien de medische noodsituatie naar het oordeel van de Minister nog ten minste één jaar zal duren. De vreemdeling moet gedurende de gehele periode hebben voldaan aan de voorwaarden voor verlenging van de geldigheidsduur van de oorspronkelijke verblijfsvergunning. +In afwijking van B1/4.2 en B1/4.3 wordt de verblijfsvergunning niet afgewezen op de grond dat de vreemdeling niet (meer) beschikt over voldoende middelen van bestaan. + +#### 4.5. Slachtoffer/getuige-aangever van mensenhandel + Een slachtoffer of getuige-aangever van mensenhandel aan wie voor de duur en in het belang van het strafproces tijdelijk verblijf in Nederland was toegestaan en die van oordeel is dat het verblijf dient te worden voortgezet om onaanvaardbare gevolgen bij terugzending te voorkomen, kan een beroep doen op artikel 3.52 Vb. Van de volgende categorieën slachtoffers kan de aanvraag om voortgezet verblijf, mits zich verder geen algemene weigeringsgrond voordoet, in ieder geval worden ingewilligd: -a. slachtoffers die aangifte hebben gedaan ten behoeve van, of op andere wijze medewerking hebben verleend aan een strafzaak die uiteindelijk heeft geleid tot een veroordeling; -b. slachtoffers die aangifte hebben gedaan ten behoeve van, of op andere wijze medewerking hebben verleend aan een strafzaak die uiteindelijk niet heeft geleid tot een veroordeling, die op het moment van de rechterlijke uitspraak reeds gedurende drie jaar of langer op basis van een verblijfsvergunning op grond van B9 in Nederland verblijven. +a. slachtoffers die aangifte hebben gedaan ten behoeve van, of op andere wijze medewerking hebben verleend aan, een strafzaak die uiteindelijk heeft geleid tot een veroordeling; +b. slachtoffers die aangifte hebben gedaan ten behoeve van, of op andere wijze medewerking hebben verleend aan, een strafzaak die uiteindelijk niet heeft geleid tot een veroordeling, die op het moment van de rechterlijke uitspraak reeds gedurende drie jaar of langer op basis van een verblijfsvergunning op grond van B9 in Nederland verblijven. Indien de aangifte of het op andere wijze verlenen van medewerking aan een strafzaak door het slachtoffer, terzake mensenhandel tot een veroordeling van de verdachte heeft geleid, wordt aangenomen dat terugkeer voor het slachtoffer risico’s met zich brengt. @@ -10172,11 +10233,11 @@ Aanvragen om voortgezet verblijf na afloop van de B9-regeling van vreemdelingen Bij de beoordeling van een dergelijke aanvraag kunnen de volgende factoren een belangrijke rol spelen: -– risico van represailles jegens betrokkene en haar of zijn familie en de mate van bescherming daartegen die de autoriteiten in het land van herkomst bereid en in staat zijn te bieden; -– risico van vervolging in het land van herkomst, bijvoorbeeld op grond van prostitutie; -– de mogelijkheden van sociale en maatschappelijke herintegratie in het land van herkomst, rekening houdend met specifieke culturele achtergrond en het eventuele prostitutieverleden van betrokkene, duurzame ontwrichting van familierelaties, de eventuele maatschappelijke opvattingen over prostitutie en het overheidsbeleid terzake. +• risico van represailles jegens betrokkene en haar of zijn familie en de mate van bescherming daartegen die de autoriteiten in het land van herkomst bereid en in staat zijn te bieden; +• risico van vervolging in het land van herkomst, bijvoorbeeld op grond van prostitutie; +• de mogelijkheden van sociale en maatschappelijke herintegratie in het land van herkomst, rekening houdend met specifieke culturele achtergrond en het eventuele prostitutieverleden van betrokkene, duurzame ontwrichting van familierelaties, de eventuele maatschappelijke opvattingen over prostitutie en het overheidsbeleid terzake. -Indien een getuige-aangever aangifte heeft gedaan en de aangifte uiteindelijk heeft geleid tot een veroordeling van de verdachte(n), moet bij de beoordeling van het risico van represailles per geval bezien te worden of zwaar gewicht dient te worden toegekend aan deze veroordeling. Indien de veroordeling de conclusie rechtvaardigt dat in geval van de getuige-aangever bij terugkeer naar het land van herkomst gevaar voor represailles aanwezig is, kan hieraan doorslaggevende betekenis worden toegekend bij de belangenafweging op grond van artikel 3.52 Vb. +Indien een getuige-aangever aangifte heeft gedaan en de aangifte uiteindelijk heeft geleid tot een veroordeling van de verdachte(n), moet bij de beoordeling van het risico van represailles per geval bezien worden of zwaar gewicht dient te worden toegekend aan deze veroordeling. Indien de veroordeling de conclusie rechtvaardigt dat in geval van de getuige-aangever bij terugkeer naar het land van herkomst gevaar voor represailles aanwezig is, kan hieraan doorslaggevende betekenis worden toegekend bij de belangenafweging op grond van artikel 3.52 Vb. De hiervoor genoemde factoren zijn niet de enige factoren die van belang zijn voor de beoordeling of aan het slachtoffer of de getuige-aangever, op grond van klemmende redenen van humanitaire aard verblijf dient te worden toegestaan. @@ -10186,7 +10247,11 @@ De vreemdeling geeft aan welke klemmende redenen van humanitaire aard naar zijn Het slachtoffer dat drie jaar op basis van een verblijfsvergunning op grond van B9 in Nederland verblijft, kan ook indien er nog een strafzaak loopt voortgezet verblijf aanvragen. In die gevallen kan de aanvraag, mits zich verder geen algemene weigeringsgrond voordoet, in ieder geval worden ingewilligd. -Indien de Amv niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning voor voortgezet verblijf op grond van artikel 3.51, kan op grond van klemmende redenen van humanitaire aard voortgezet verblijf worden toegestaan. Hierin voorziet artikel 3.52 Vb. +In afwijking van B1/4.3 wordt de verblijfsvergunning ook verleend indien de vreemdeling niet (meer) beschikt over voldoende middelen van bestaan. + +#### 4.6. Amv + +Indien de Amv niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning voor voortgezet verblijf op grond van artikel 3.51 Vb, kan op grond van klemmende redenen van humanitaire aard voortgezet verblijf worden toegestaan. Hierin voorziet artikel 3.52 Vb. Bijzondere individuele omstandigheden als bedoeld in artikel 3.52 Vb kunnen indien het om een Amv gaat worden aangenomen, indien: @@ -10200,15 +10265,29 @@ In afwijking van B1/4.2 en B1/4.3 wordt de aanvraag niet afgewezen op grond van Het betreft hier met name vreemdelingen van wie de verblijfsvergunning asiel is ingetrokken, dan wel niet is verlengd, en aan wie vervolgens een verblijfsvergunning is verleend op grond van het bijzondere beleid inzake Amv’s. Indien deze vreemdelingen op het moment dat zij meerderjarig worden meer dan drie jaar op grond van een verblijfsvergunning in Nederland verblijven, maar nog geen drie jaar in het bezit zijn van laatstgenoemde verblijfsvergunning, kunnen zij niet op grond van artikel 3.51 Vb in aanmerking komen voor voortgezet verblijf. Van deze vreemdelingen kan, in de geest van het bijzondere beleid inzake Amv’s, echter niet gevergd worden dat zij na meer dan drie jaar verblijf in Nederland op grond van een verblijfsvergunning Nederland alsnog verlaten. Daarom kan in deze zaken artikel 3.52 Vb worden toegepast. -#### 7.1. Voortgezet Verblijf op grond van de Regeling nalatenschap oude Vw +#### 4.7. Meerderjarige ex-bama’s + +De verblijfsvergunning onder de beperking ‘verblijf als meerderjarige ex-bama’ kan ten tijde van de eerste verlenging, indien de houder hiertoe een aanvraag indient, worden gewijzigd in een verblijfsvergunning onder de beperking ‘voortgezet verblijf’ op grond van artikel 3.52 Vb. + +In afwijking van B1/4.2 en B1/4.3 wordt de verblijfsvergunning ook verleend indien de vreemdeling: + +a. niet (meer) beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding; of +b. niet (meer) beschikt over voldoende middelen van bestaan. + +#### 4.8. Voortgezet Verblijf op grond van de Regeling nalatenschap oude Een bijzondere categorie verblijfsvergunningen in verband met voortgezet verblijf wordt gevormd door de vergunningen die worden verleend op grond van de Regeling nalatenschap oude Vw. Op grond van artikel 3.6 Vb en artikel 17a, onder b, VV wordt de verblijfsvergunning onder de beperking ‘afwikkeling nalatenschap oude Vreemdelingenwet’ ambtshalve verleend (zie B14/5.4). -In verband met het bijzondere karakter van de regeling is besloten dat aan de houder van een verblijfsvergunning onder deze beperking ten tijde van de eerste verlenging een verblijfsvergunning onder de beperking ‘Voortgezet Verblijf’ wordt verleend op grond van artikel 3.52 Vb. Dit houdt in dat de verblijfsvergunning regulier onder de beperking ‘afwikkeling nalatenschap oude Vreemdelingenwet’ – behoudens contra-indicaties – na één jaar ambtshalve wordt gewijzigd in een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘voortgezet verblijf na verblijf op grond van de Regeling afwikkeling nalatenschap oude Vreemdelingenwet’ op grond van de artikelen 3.6 en 3.52 Vb en artikel 3.17a, onder c, VV. +In verband met het bijzondere karakter van de regeling is besloten dat aan de houder van een verblijfsvergunning onder deze beperking ten tijde van de eerste verlenging een verblijfsvergunning onder de beperking ‘voortgezet verblijf’ wordt verleend op grond van artikel 3.52 Vb. Dit houdt in dat de verblijfsvergunning regulier onder de beperking ‘afwikkeling nalatenschap oude Vreemdelingenwet’ – behoudens contra-indicaties – na één jaar ambtshalve wordt gewijzigd in een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘voortgezet verblijf na verblijf op grond van de Regeling afwikkeling nalatenschap oude Vreemdelingenwet’ op grond van de artikelen 3.6 en 3.52 Vb en artikel 3.17a, onder c, VV. -### 8. Geldigheid en rechtspositie +In afwijking van B1/4.2 en B1/4.3 wordt de verblijfsvergunning ook verleend indien de vreemdeling: + +a. niet (meer) beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding; of +b. niet (meer) beschikt over voldoende middelen van bestaan. + +### 5. Geldigheid en rechtspositie De aard van de verblijfsvergunning onder de beperking ‘voortgezet verblijf’ brengt verder met zich dat de verblijfsvergunning niet wordt ingetrokken, en de aanvraag tot verlenging niet wordt afgewezen, indien de vreemdeling niet langer voldoet aan de voorwaarden van het bijzonder beleid op grond waarvan eerder verblijf was toegestaan. @@ -10216,16 +10295,36 @@ Dit laat echter onverlet dat onder toepassing van artikel 18, eerste lid, onder Voor wat betreft de geldigheidsduur zie artikel 3.64 Vb en B1/3. -### 9. Internationale verplichtingen +#### 5.1. Overgangsrecht + +20091861807-12-200926-11-2009WBV2009/2820091861807-12-200926-11-2009WBV2009/2809-12-2009 + +### 6. Internationale verplichtingen Een aantal internationale verdragen, waarbij Nederland is aangesloten, kan gevolgen hebben voor het voortgezet verblijf van een vreemdeling in Nederland. Zie hiervoor B10 en B11. Indien de inmenging in het privé- en gezinsleven niet op grond van het tweede lid van artikel 8 EVRM is gerechtvaardigd, is verblijfsbeëindiging niet aan de orde en kan voortgezet verblijf op grond van artikel 8 EVRM worden aanvaard (zie B2/10). -### 10. Beperking en arbeidsmarktaantekening +### 7. Beperking en arbeidsmarktaantekening De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking ‘voortgezet verblijf’. Indien de eerdere verblijfsvergunning was verleend onder de beperking ‘medische behandeling’ of ‘verblijf vanwege medische noodsituatie’ luidt de arbeidsmarktaantekening: ‘arbeid uitsluitend toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’. In de overige gevallen luidt de arbeidsmarktaantekening: arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’. +#### 7.1. Voortgezet Verblijf op grond van de Regeling nalatenschap oude Vw + +20091861807-12-200926-11-2009WBV2009/2820091861807-12-200926-11-2009WBV2009/2809-12-2009 + +### 8. Geldigheid en rechtspositie + +20091861807-12-200926-11-2009WBV2009/2820091861807-12-200926-11-2009WBV2009/2809-12-2009 + +### 9. Internationale verplichtingen + +20091861807-12-200926-11-2009WBV2009/2820091861807-12-200926-11-2009WBV2009/2809-12-2009 + +### 10. Beperking en arbeidsmarktaantekening + +20091861807-12-200926-11-2009WBV2009/2820091861807-12-200926-11-2009WBV2009/2809-12-2009 + ## 17. Verblijf als (economisch niet-actieve) langdurig ingezetene ### 1. Inleiding