From dd8e66c5589fe93cdc7017e54c1c1f47e8154b8f Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Fri, 1 Jul 2005 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2005-07-01 | BWBR0002246 | Waterleidingwet --- wet/waterleidingwet/BWBR0002246/README.md | 8 +++----- 1 file changed, 3 insertions(+), 5 deletions(-) diff --git a/wet/waterleidingwet/BWBR0002246/README.md b/wet/waterleidingwet/BWBR0002246/README.md index 3432ee971ea..f45fdb950c8 100644 --- a/wet/waterleidingwet/BWBR0002246/README.md +++ b/wet/waterleidingwet/BWBR0002246/README.md @@ -212,9 +212,7 @@ b. het belang van de volksgezondheid zich daartegen niet verzet. **4.** Aan de ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Onze Minister kan de voorschriften en beperkingen wijzigen. -**5.** De paragrafen 3.5.2 tot en met 3.5.5 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van toepassing met betrekking tot de totstandkoming van de beschikking op een aanvraag als bedoeld in het derde lid. - -**6.** +**5.** Onze Minister kan de ontheffing intrekken, indien de houder van de ontheffing: @@ -222,7 +220,7 @@ a. bij de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstr b. de aan de ontheffing verbonden voorschriften of beperkingen niet nakomt; c. niet langer voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in het derde lid. -**7.** Paragraaf 3.5.6 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing met betrekking tot de totstandkoming van een beschikking krachtens het zesde lid. +**6.** Op de voorbereiding van een beschikking als bedoeld in het derde of vijfde lid, is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. ### Artikel 3k @@ -793,7 +791,7 @@ Onze Minister ontwerpt een beleidsplan, omvattende de hoofdlijnen en beginselen **1.** Het beleidsplan wordt aangemerkt als een plan betreffende het aspect drink- en industriewatervoorziening van het nationale ruimtelijke beleid. Ten aanzien van de totstandkoming zijn de artikelen 2 *a*-2*c* van de Wet op de Ruimtelijke Ordening van overeenkomstige toepassing. -**2.** Onze Minister kan de commissie verzoeken advies uit te brengen over het ontwerp van het beleidsplan gedurende een door Onze Minister bij de toezending van het ontwerp vast te stellen termijn. De termijn bedraagt ten hoogste vier maanden na de in artikel 2*a*, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening bedoelde terinzagelegging. +**2.** Onze Minister kan de commissie verzoeken advies uit te brengen over het ontwerp van het beleidsplan gedurende een door Onze Minister bij de toezending van het ontwerp vast te stellen termijn. De termijn bedraagt ten hoogste vier maanden na de in artikel 2*a*, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening juncto artikel 3:11, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht bedoelde terinzagelegging. ### Artikel 50