From dd9bb995abff5c3c5ecfc6b5090de75ba8502207 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Fri, 1 Dec 2006 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2006-12-01 | BWBR0011825 | Vreemdelingenbesluit 2000 --- .../BWBR0011825/README.md | 205 ++++++++++++++---- 1 file changed, 159 insertions(+), 46 deletions(-) diff --git a/amvb/vreemdelingenbesluit-2000/BWBR0011825/README.md b/amvb/vreemdelingenbesluit-2000/BWBR0011825/README.md index f51649cd8d7..ebd2cf5a38d 100644 --- a/amvb/vreemdelingenbesluit-2000/BWBR0011825/README.md +++ b/amvb/vreemdelingenbesluit-2000/BWBR0011825/README.md @@ -107,6 +107,10 @@ Vervallen **2.** Het eerste lid is niet van toepassing op de vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft als bedoeld in artikel 8, onder e, dan wel l, van de Wet. +### Artikel 2.1a + +De toegang wordt niet geweigerd, indien de vreemdeling naar Nederland terugkeert als gezinslid van een langdurig ingezetene, die houder is van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 20 van de Wet en die na verblijfsbeëindiging door een andere staat die partij is bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap uit die staat naar Nederland terugkeert. + ### Artikel 2.2 **1.** De vervoerder, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Wet neemt afschrift van het op de vreemdeling betrekking hebbende document voor grensoverschrijding, indien hij de vreemdeling rechtstreeks dan wel na transfer of transit naar Nederland vervoert vanaf een luchthaven die is aangewezen bij ministeriële regeling. @@ -305,7 +309,8 @@ De termijn gedurende welke het aan vreemdelingen krachtens artikel 12 van de Wet a. voor houders van een doorreisvisum en voor vreemdelingen aan wie uitsluitend voor doorreis een bijzonder doorlaatbewijs is afgegeven: de tijd welke voor de voortzetting van hun reis noodzakelijk is; b. voor houders van een doorreisvisum met bevoegdheid tot oponthoud of van een reisvisum: de duur waarvoor het visum is afgegeven of verlengd dan wel, voorzover het een visum voor meer reizen betreft, de in het visum aangegeven duur waarvoor ononderbroken verblijf is toegestaan; c. voor vreemdelingen die voor een verblijf van niet langer dan drie maanden naar Nederland zijn gekomen: drie maanden; -d. voor andere vreemdelingen: acht dagen. +d. voor de houder van een EG-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen die is afgegeven door een andere staat die partij is bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, dan wel voor de echtgenoot of het minderjarig kind van die houder in geval het gezin reeds was gevormd in die staat: drie maanden; +e. voor andere vreemdelingen: acht dagen. **2.** De in het eerste lid, onder b en c, bedoelde termijn verstrijkt in geen geval later dan op de achtste dag nadat zich omstandigheden hebben voorgedaan, waaruit kan worden afgeleid dat de vreemdeling het voornemen heeft langer dan drie maanden binnen een tijdvak van zes maanden in Nederland te verblijven. @@ -344,7 +349,8 @@ v. wedertoelating; w. verblijf als vreemdeling die buiten zijn schuld niet uit Nederland kan vertrekken; x. verblijf als alleenstaande minderjarige vreemdeling; y. verblijf als kennismigrant als bedoeld in artikel 1d van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen; -z. werkzaamheid in het kader van grensoverschrijdende dienstverlening, als bedoeld in artikel 1e van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen. +z. werkzaamheid in het kader van grensoverschrijdende dienstverlening, als bedoeld in artikel 1e van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen; +aa. verblijf als economisch niet-actieve langdurig ingezetene. **2.** De beperkingen, bedoeld in het eerste lid, kunnen nader worden omschreven bij de verlening van de verblijfsvergunning. @@ -545,6 +551,22 @@ d. geen gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid. **5.** Bij de toepassing van het vierde lid, onder d, zijn de artikelen 3.77 en 3.78 van toepassing. +### Artikel 3.23a + +**1.** + +De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 3.13, eerste lid, wordt verleend onder een beperking verband houdend met gezinshereniging, aan de echtgenoot, de geregistreerde partner dan wel de ongehuwde partner van de langdurig ingezetene met rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8, onder a, b dan wel l, van de Wet, en het minderjarige kind van die echtgenoot, partner of langdurig ingezetene, indien dat kind, die echtgenoot of partner: + +a. in een andere staat die partij is bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap is toegelaten als gezinslid van de langdurig ingezetene; +b. beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding; +c. al dan niet tezamen met de langdurig ingezetene duurzaam en zelfstandig beschikt over een netto-inkomen als bedoeld in artikel 3.74, onder a; +d. geen gevaar vormt voor de openbare orde als bedoeld in de artikelen 3.77 en 3.78; en +e. geen gevaar vormt voor de nationale veiligheid. + +**2.** De verblijfsvergunning, bedoeld in het eerste lid, kan worden verleend onder een beperking verband houdend met gezinshereniging, aan het ongehuwde meerderjarige kind van de langdurig ingezetene, de echtgenoot of partner, bedoeld in het eerste lid, indien de achterlating van dat kind naar het oordeel van Onze Minister een onevenredige hardheid zou betekenen. De onderdelen a tot en met e van het eerste lid zijn van overeenkomstige toepassing. + +**3.** In afwijking van het eerste en tweede lid wordt de verblijfsvergunning niet verleend aan de ongehuwde partner of het kind van die partner, indien de relatie van die partner met de langdurig ingezetene niet duurzaam is of niet naar behoren is geattesteerd. + ### Artikel 3.24 De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 14 van de Wet, kan onder een beperking verband houdend met gezinshereniging worden verleend aan een ander familielid van een Nederlander of van een vreemdeling met rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, van de Wet, dan de echtgenoot of echtgenote, de al dan niet geregistreerde partner, of het minderjarige kind, indien: @@ -623,6 +645,15 @@ b. wiens terugkeer naar het oordeel van Onze Minister redelijkerwijs is gewaarbo **3.** Indien het verblijf van de vreemdeling wordt bekostigd door een in Nederland gevestigd familielid of andere relatie, wordt onder voldoende middelen van bestaan verstaan een netto-inkomen, gelijk aan het bestaansminimum, bedoeld in de Wet werk en bijstand, voor de desbetreffende categorie, aangevuld met het bestaansminimum voor alleenstaanden van 21 jaar of ouder. Het familielid ondertekent een garantstelling. Het model van de garantstelling wordt bij ministeriële regeling vastgesteld. +### Artikel 3.29a + +De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 14 van de Wet, wordt verleend onder een beperking verband houdend met verblijf als economisch niet-actieve langdurig ingezetene aan de langdurig ingezetene, die: + +a. beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding; +b. duurzaam en zelfstandig beschikt over een netto-inkomen als bedoeld in artikel 3.74, onder a; +c. geen gevaar vormt voor de openbare orde als bedoeld in de artikelen 3.77 en 3.78; en +d. geen gevaar vormt voor de nationale veiligheid. + ### Artikel 3.30 **1.** @@ -646,6 +677,8 @@ d. in het internationale wegtransport in dienst van een Nederlandse werkgever, v **4.** Voor de toepassing van het derde lid worden niet als onderbrekingen aangemerkt tussentijdse perioden van onvrijwillige werkloosheid, voorzover die in Nederland zijn doorgebracht en elk zes maanden of korter duurden, en die perioden in totaal niet langer dan twaalf maanden bedragen. +**5.** De verblijfsvergunning kan aan een langdurig ingezetene worden verleend in afwijking van het eerste lid, onder a. + ### Artikel 3.31 **1.** Met inachtneming van het tweede lid en de artikelen 3.33 en 3.99 tot en met 3.104, wordt de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 14 van de Wet, onder een beperking verband houdend met het verrichten van arbeid in loondienst verleend aan de vreemdeling die in Nederland arbeid in loondienst verricht of gaat verrichten en waarvoor na toetsing aan proriteitgenietend aanbod op de Nederlandse arbeidsmarkt een tewerkstellingsvergunning als bedoeld in artikel 1, onder e, van de Wet arbeid vreemdelingen is afgegeven. @@ -664,6 +697,8 @@ e. geen gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid als bedoeld i **4.** In andere gevallen kan de in het eerste lid bedoelde verblijfsvergunning worden verleend. +**5.** De aanvraag die is ingediend door een langdurig ingezetene wordt niet afgewezen op de gronden, bedoeld in het tweede lid, onder a of d. + ### Artikel 3.31a **1.** De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 14 van de Wet, kan onder een beperking, verband houdend met werkzaamheid in het kader van grensoverschrijdende dienstverlening als bedoeld in artikel 1e, eerste lid, van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen, worden verleend indien de daar bedoelde melding is gedaan, onder verstrekking van de in het tweede lid van dat artikel voorgeschreven gegevens en bescheiden. @@ -779,6 +814,8 @@ c. wiens vertrek uit Nederland na voltooiing of tussentijdse beëindiging van de **3.** In afwijking van het eerste lid, onder b, kan de verblijfsvergunning worden verleend aan de vreemdeling die in Nederland wil verblijven ter voorbereiding op hoger onderwijs in Nederland, indien uit een door de bevoegde autoriteiten afgegeven schriftelijke verklaring blijkt dat de vreemdeling als student zal worden ingeschreven voor voltijdsonderwijs. +**4.** De aanvraag die is ingediend door een langdurig ingezetene die in Nederland hoger of beroepsonderwijs als bedoeld in het eerste lid, onder a, wil volgen wordt niet afgewezen op grond dat hij het onderwijs niet voltijds wil volgen en evenmin op de grond, bedoeld in het eerste lid, onder c. + ### Artikel 3.41a Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de behandeling van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Wet, onder een beperking verband houdend met het volgen van studie als bedoeld in artikel 3.41. @@ -1030,6 +1067,8 @@ b. gedurende vijf jaren aaneengesloten rechtmatig verblijf als bedoeld in artike **2.** In afwijking van artikel 3.57, kan de verblijfsvergunning worden verleend of verlengd met een langere geldigheidsduur, indien de geldigheidsduur van de te verlenen of te verlengen verblijfsvergunning op het moment waarop deze wordt verstrekt ingevolge artikel 3.57 alweer zou zijn geëindigd. +**3.** In afwijking van artikel 3.57 wordt de verblijfsvergunning aan de echtgenoot van een langdurig ingezetene met rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8, onder a, b dan wel l, van de Wet, en het minderjarige kind van die echtgenoot of die langdurig ingezetene, verleend en verlengd met een geldigheidsduur die gelijk is aan de duur van de verblijfsvergunning van die langdurig ingezetene. + ### Artikel 3.68 Vervallen @@ -1136,7 +1175,13 @@ c. de vreemdeling terzake van een misdrijf is veroordeeld tot een onvoorwaardeli **3.** Bij de toepassing van het eerste en tweede lid komt aan gratieverlening geen betekenis toe. -**4.** Bij de indiening van de aanvraag ondertekent de vreemdeling van twaalf jaar of ouder een antecedentenverklaring. Het model van de verklaring wordt bij ministeriële regeling vastgesteld. +**4.** In geval de aanvraag verband houdt met gezinshereniging of gezinsvorming houdt Onze Minister bij de toepassing van het eerste lid, onder c, ten minste rekening met de aard en de hechtheid van de gezinsband van de vreemdeling en de duur van zijn verblijf, alsmede het bestaan van familiebanden of culturele of sociale banden met het land van herkomst. + +**5.** In geval de aanvraag is ingediend door een vreemdeling die houder is van een EG-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen die is afgegeven door een andere staat die partij is bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, houdt Onze Minister bij de toepassing van het eerste lid, onder c, mede rekening met de ernst van de inbreuk of het soort van inbreuk dat door de langdurig ingezetene of diens gezinslid op de openbare orde is gepleegd, respectievelijk met het gevaar dat van de langdurig ingezetene of dat gezinslid uitgaat. + +**6.** Bij de toepassing van het vijfde lid houdt Onze Minister tevens rekening met de leeftijd van de vreemdeling, de gevolgen voor de vreemdeling en de leden van zijn gezin, het bestaan van banden met Nederland dan wel het ontbreken van banden met het land van herkomst. + +**7.** Bij de indiening van de aanvraag ondertekent de vreemdeling van twaalf jaar of ouder een antecedentenverklaring. Het model van de verklaring wordt bij ministeriële regeling vastgesteld. ### Artikel 3.78 @@ -1146,7 +1191,7 @@ Buiten de gevallen, bedoeld in artikel 3.77, kan de aanvraag tot het verlenen va **1.** De aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 14 van de Wet, kan slechts op grond van artikel 16, eerste lid, onder e, van de Wet worden afgewezen, indien de vreemdeling niet bereid is een onderzoek naar of behandeling voor tuberculose te ondergaan of daaraan niet meewerkt. -**2.** De aanvraag kan niet op grond van artikel 16, eerste lid, onder e, van de Wet worden afgewezen, indien de vreemdeling de nationaliteit bezit van een van de bij ministeriële regeling vast te stellen landen. +**2.** De aanvraag kan niet op grond van artikel 16, eerste lid, onder e, van de Wet worden afgewezen, indien de vreemdeling de nationaliteit bezit van een van de bij ministeriële regeling vast te stellen landen, langdurig ingezetene is dan wel als gezinslid van een langdurig ingezetene in een andere staat die partij is bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap is toegelaten. #### Paragraaf 4. Verlenging @@ -1253,7 +1298,13 @@ Indien de vreemdeling in Nederland is geboren of voor zijn tiende jaar rechtmati a. bij een verblijfsduur van tien jaar, tenzij er sprake is van handel in verdovende middelen, of b. bij een verblijfsduur van vijftien jaar. -**9.** Bij de indiening van de aanvraag ondertekent de vreemdeling van twaalf jaar of ouder een antecedentenverklaring. Het model van de verklaring wordt bij ministeriële regeling vastgesteld. +**9.** In geval de verblijfsvergunning, bedoeld in het eerste lid, is verleend onder een beperking verband houdende met gezinshereniging of gezinsvorming houdt Onze Minister bij de toepassing van de voorgaande leden ten minste rekening met de aard en de hechtheid van de gezinsband van de vreemdeling, alsmede het bestaan van familiebanden of culturele of sociale banden met het land van herkomst. + +**10.** In geval de aanvraag is ingediend door een vreemdeling die houder is van een EG-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen die is afgegeven door een andere staat die partij is bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, houdt Onze Minister bij de toepassing van het eerste lid, onder c, mede rekening met de ernst van de inbreuk of het soort van inbreuk dat door de langdurig ingezetene of diens gezinslid op de openbare orde of nationale veiligheid is gepleegd, respectievelijk met het gevaar dat van de langdurig ingezetene of dat gezinslid uitgaat. + +**11.** Bij de toepassing van het tiende lid houdt Onze Minister rekening met de leeftijd van de vreemdeling, de gevolgen voor de vreemdeling en de leden van zijn gezin, het bestaan van banden met Nederland dan wel het ontbreken van banden met het land van herkomst. + +**12.** Bij de indiening van de aanvraag ondertekent de vreemdeling van twaalf jaar of ouder een antecedentenverklaring. Het model van de verklaring wordt bij ministeriële regeling vastgesteld. ### Artikel 3.87 @@ -1293,66 +1344,112 @@ d. de werkgever beschikt over een tewerkstellingsvergunning, die op grond van ar ### Afdeling 3. De verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd -#### Paragraaf 1. Verlening +#### Paragraaf 1. Toekenning Europese status van langdurig ingezetene ### Artikel 3.92 **1.** -De verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, bedoeld in artikel 20 van de Wet, kan worden verleend aan de meerderjarige vreemdeling die: +De aanvraag tot het verlenen of wijzigen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 20 van de Wet wordt niet op grond van 21, eerste lid, onder a, van de Wet afgewezen, om reden dat het rechtmatige verblijf, bedoeld in artikel 8 onder a, b, dan wel l, van de Wet niet vijf jaren aaneensluitend is geweest, indien: -a. tussen het vierde en het negentiende levensjaar tien jaren rechtmatig in Nederland heeft verbleven als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, van de Wet, en wiens aanvraag is ontvangen voor het drieëntwintigste levensjaar, of -b. voor het negentiende levensjaar vijf jaren rechtmatig in Nederland heeft verbleven als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, van de Wet, en voor wie Nederland naar het oordeel van Onze Minister het meest aangewezen land is. +a. de aanvraag is ingediend door een meerderjarige vreemdeling die: -**2.** +1°. tussen het vierde en het negentiende levensjaar tien jaren rechtmatig in Nederland heeft verbleven als bedoeld in artikel 8, onder a, b dan wel l, van de Wet, en wiens aanvraag is ontvangen voor het drieëntwintigste levensjaar, of +2°. voor het negentiende levensjaar vijf jaren rechtmatig in Nederland heeft verbleven als bedoeld in artikel 8, onder a, b dan wel l, van de Wet, en voor wie Nederland naar het oordeel van Onze Minister het meest aangewezen land is; +b. de vreemdeling niet het hoofdverblijf buiten Nederland heeft verplaatst. -De verblijfsvergunning kan eveneens worden verleend aan de vreemdeling die in aanmerking komt voor de terugkeeroptie op grond van artikel 8 van de Remigratiewet, en die direct voorafgaande aan de remigratie: +**2.** De aanvraag, ingediend door vreemdeling met niet-tijdelijk verblijfsrecht, wordt niet op grond van artikel 21, eerste lid, onder b, van de Wet afgewezen, indien de duur van het niet-tijdelijke verblijfsrecht en de helft van het verblijf op grond van een verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met studie, waaronder begrepen beroepsopleiding, tezamen ten minste vijf jaar bedraagt. -a. als Nederlander in Nederland verbleef; -b. rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, onder b of d, van de Wet in Nederland had, of -c. gedurende vijf jaren rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, onder a, c, e dan wel l, van de Wet in Nederland had. +**3.** -**3.** De aanvraag wordt niet afgewezen op grond van artikel 21, eerste lid, onder a, c of f, van de Wet. +De aanvraag wordt niet op grond van artikel 21, eerste lid, onder a of c, van de Wet afgewezen, indien de vreemdeling: + +a. buiten Nederland heeft verbleven in verband met beroepsmatige detachering in een staat die partij is bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap; +b. als langdurig ingezetene houder is geweest van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 20 van de Wet en deze vergunning heeft verloren wegens: + +1°. verblijf voor studie of beroepsopleiding in een andere staat die partij is bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, zonder in die staat de status van langdurig ingezetene te hebben verkregen, indien de aanvraag wordt gedaan binnen zes maanden na beëindiging van die studie of opleiding, dan wel de verblijfstitel in die staat, +2°. verblijf buiten het grondgebied van de Gemeenschap gedurende een aaneengesloten periode van tenminste twaalf maanden, indien de aanvraag wordt gedaan binnen twaalf maanden na het onherroepelijk worden van het verlies, of +3°. verkrijging van de status van langdurig ingezetene in een andere staat als bedoeld onder 1°, indien de aanvraag wordt gedaan binnen twaalf maanden na het onherroepelijk worden van het verlies. + +**4.** Voor de toepassing van artikel 21, eerste lid, onder d, van de Wet, zijn de artikelen 3.73 tot en met 3.76 van overeenkomstige toepassing. + +**5.** Behoudens gevallen als bedoeld in artikel 3.87, kan de aanvraag slechts op grond van artikel 21, eerste lid, onder e, van de Wet worden afgewezen, indien de totale duur van de straffen of maatregelen ten minste gelijk is aan de normen, bedoeld in artikel 3.86, eerste dan wel tweede lid. Artikel 3.86, derde tot en met achtste lid, is van overeenkomstige toepassing. + +**6.** Bij de toepassing van het vijfde lid houdt Onze Minister mede rekening met de ernst van de inbreuk of het soort van inbreuk dat door de vreemdeling op de openbare orde is gepleegd, respectievelijk met het gevaar dat van de vreemdeling uitgaat en het bestaan van banden met Nederland. + +**7.** In de gevallen, bedoeld in het eerste lid, wordt bij de berekening van het tijdvak van vijf jaar buiten beschouwing gelaten het gedeelte van het verblijf buiten Nederland, dat tien maanden in totaal of bij aaneengesloten verblijf buiten Nederland zes maanden te boven gaat. + +#### Paragraaf 2. Verlening op nationale voorwaarden ### Artikel 3.93 **1.** -De verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, bedoeld in artikel 20 van de Wet, kan worden verleend aan de meerderjarige vreemdeling die tien aaneengesloten jaren in Nederland heeft verbleven: +De aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 20 van de Wet wordt niet op grond van 21, eerste lid, onder a, van de Wet afgewezen, indien de aanvraag is ingediend door een meerderjarige vreemdeling die tien aaneengesloten jaren in Nederland heeft verbleven: a. op grond van een bijzondere geprivilegieerde status, die anders dan door eigen toedoen is verloren; -b. op grond van een bijzondere geprivilegieerde status als geaccrediteerd lid van het administratief, technisch of bedienend personeel dan wel als particulier bediende, in dienst van een buitenlandse diplomatieke of consulaire post, of -c. als afhankelijk gezinslid van een vreemdeling, bedoeld onder a of b. 2. In afwijking van artikel 3.94, zijn middelen van bestaan duurzaam, indien zij nog gedurende ten minste één jaar beschikbaar zijn. +b. op grond van een bijzondere geprivilegieerde status als: -#### Paragraaf 2. Afwijzen van de aanvraag +1°. geaccrediteerd lid van het administratief, technisch of bedienend personeel dan wel als particulier bediende, in dienst van een buitenlandse diplomatieke of consulaire post, +2°. geaccrediteerd lid van het hoogste kader, het hoofd inbegrepen, van een internationale organisatie, van het geaccrediteerd lid van het administratief, technisch of bedienend personeel van een internationale organisatie, of +c. als afhankelijk gezinslid van een vreemdeling als bedoeld onder a of b. + +**2.** De aanvraag wordt niet op grond van 21, eerste lid, onder b, afgewezen, indien de vreemdeling op het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen niet-tijdelijk verblijfsrecht heeft en in de periode van vijf aaneengesloten jaren direct voorafgaande aan dat tijdstip rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8 onder a tot en met e, dan wel l, van de Wet had. + +**3.** + +De aanvraag wordt niet op grond van 21, eerste lid, onder d, van de Wet afgewezen, indien de aanvraag is ingediend door een vreemdeling: + +a. als bedoeld in artikel 3.92, eerste lid, onder a, of +b. die duurzaam beschikt over een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering op basis van arbeidsongeschiktheid van ten minste vijfenvijftig procent en op basis van een volledige werkweek, of een vergelijkbare arbeidsongeschiktheidsuitkering. + +**4.** De aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, bedoeld in artikel 20 van de Wet, wordt niet afgewezen op de in artikel 21, eerste lid, onder h, van de Wet genoemde grond dat de vreemdeling onjuiste gegevens heeft verstrekt dan wel gegevens heeft achtergehouden die tot afwijzing van de oorspronkelijke aanvraag tot het verlenen of verlengen zouden hebben geleid, indien sedert de verlening, de verlenging of de wijziging een periode van twaalf jaren is verstreken. + +**5.** In afwijking van artikel 3.92, vierde lid, zijn de middelen van bestaan van de vreemdeling als bedoeld in het eerste lid duurzaam indien zij nog gedurende ten minste één jaar beschikbaar zijn. + +**6.** Bij de berekening van de in het eerste lid bedoelde periode van tien aaneengesloten jaren van verblijf worden ten aanzien van de vreemdeling als bedoeld in het eerste lid onderdeel b, onder 2°, alsmede zijn afhankelijke gezinslid, bedoeld in onderdeel c, mede in aanmerking genomen perioden waarin die vreemdeling respectievelijk dat afhankelijke gezinslid rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e, of l, van de Wet heeft gehad. ### Artikel 3.94 -**1.** Voor de toepassing van artikel 21, eerste lid, onder a, van de Wet, zijn de artikelen 3.73 tot en met 3.76 van overeenkomstige toepassing. +De artikelen 3.92, eerste en zesde lid, en 3.93, derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing, indien de aanvraag is ingediend door een vreemdeling die in aanmerking komt voor de terugkeeroptie op grond van artikel 8 van de Remigratiewet en die direct voorafgaande aan de remigratie: -**2.** De aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, bedoeld in artikel 20 van de Wet, wordt niet afgewezen op grond van artikel 21, eerste lid, onder a, van de Wet, indien de vreemdeling duurzaam beschikt over een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering op basis van arbeidsongeschiktheid van ten minste vijfenvijftig procent en op basis van een volledige werkweek, of een vergelijkbare arbeidsongeschiktheidsuitkering. +a. als Nederlander in Nederland verbleef; +b. rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, onder b of d, van de Wet in Nederland had; of +c. gedurende vijf jaren rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, onder a, c, e dan wel l, van de Wet in Nederland had. + +#### Paragraaf 3. Intrekking en wijziging ### Artikel 3.95 -**1.** De aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, bedoeld in artikel 20 van de Wet, kan op grond van artikel 21, eerste lid, onder b, van de Wet worden afgewezen, indien de vreemdeling wegens een misdrijf waartegen een gevangenisstraf van drie jaren of meer is bedreigd bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis een gevangenisstraf, een taakstraf of de maatregel, bedoeld in artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht, dan wel het buitenlandse equivalent daarvan, is opgelegd, en de totale duur van de straffen of maatregelen ten minste gelijk is aan de norm, bedoeld in artikel 3.86, tweede lid. +**1.** -**2.** Artikel 3.86, derde tot en met het negende lid, is van overeenkomstige toepassing. +De verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, bedoeld in artikel 20 van de Wet, wordt niet met toepassing van artikel 22, eerste lid, onder a, van de Wet ingetrokken, indien de vreemdeling: + +a. niet het hoofdverblijf buiten Nederland heeft verplaatst; +b. aantoont dat hij langer dan zes jaar voor studie verblijft in een andere staat die partij is bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap; of +c. aantoont dat hij, in geval van verblijf gedurende een aaneengesloten periode van twaalf maanden of meer buiten het grondgebied van de staten die partij zijn bij de Overeenkomst tot oprichting van de Europese Gemeenschap, gedurende die periode op het grondgebied heeft verbleven van de staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van 2 mei 1992, dan wel de Zwitserse Bondsstaat, tenzij hij langer dan zes jaar afwezig is geweest van het Nederlands grondgebied. + +**2.** Indien de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, bedoeld in artikel 20 van de Wet, op frauduleuze wijze is verkregen, wordt de verblijfsvergunning ingetrokken op de in artikel 22, eerste lid, onder b, van de Wet genoemde grond, tenzij sedert de verkrijging een periode van twaalf jaren is verstreken, in welk geval de verblijfsvergunning wordt gewijzigd, indien daarop de aantekening «EG-langdurig ingezetene» was gesteld. + +**3.** De verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, bedoeld in artikel 20 van de Wet, kan slechts op grond van artikel 22, eerste lid, onder c, van de Wet worden ingetrokken, indien de totale duur van de straffen of maatregelen ten minste gelijk is aan een of meer van de toepasselijke normen, bedoeld in artikel 3.86, eerste dan wel tweede lid. Artikel 3.86, derde tot en met achtste lid, is van overeenkomstige toepassing. + +**4.** Onze Minister houdt bij de toepassing van het derde lid mede rekening met de ernst van de inbreuk of het soort van inbreuk dat door de langdurig ingezetene of diens gezinslid op de openbare orde of nationale veiligheid is gepleegd, respectievelijk met het gevaar dat van de vreemdeling of dat gezinslid uitgaat. + +**5.** Bij de toepassing van het derde lid houdt Onze Minister tevens rekening met de leeftijd van de vreemdeling, de gevolgen voor de vreemdeling en de leden van zijn gezin, het bestaan van banden met Nederland dan wel het ontbreken van banden met het land van herkomst. + +**6.** Indien de intrekking van de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, bedoeld in artikel 20 van de Wet, overeenkomstig het derde lid niet leidt tot verwijdering, wordt de verblijfsvergunning gewijzigd, in geval daarop de aantekening «EG-langdurig inzetene» was gesteld, door die aantekening te vervangen door de aantekening «II». ### Artikel 3.96 -De aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, bedoeld in artikel 20 van de Wet, wordt niet afgewezen op de in artikel 21, eerste lid, onder e, van de Wet genoemde grond dat de vreemdeling onjuiste gegevens heeft verstrekt dan wel gegevens heeft achtergehouden die tot afwijzing van de oorspronkelijke aanvraag tot het verlenen of verlengen zouden hebben geleid, indien sedert de verlening, de verlenging of de wijziging een periode van twaalf jaren is verstreken. - -#### Paragraaf 3. Intrekking +Vervallen ### Artikel 3.97 -De verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, bedoeld in artikel 20 van de Wet, wordt niet ingetrokken op de in artikel 22, eerste lid, onder b, van de Wet genoemde grond dat de vreemdeling onjuiste gegevens heeft verstrekt dan wel gegevens heeft achtergehouden die tot afwijzing van de oorspronkelijke aanvraag tot het verlenen of verlengen zouden hebben geleid, indien sedert de verlening, de verlenging of de wijziging een periode van twaalf jaren is verstreken. +Vervallen ### Artikel 3.98 -**1.** De verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, bedoeld in artikel 20 van de Wet, kan op grond van artikel 22, eerste lid, onder c, van de Wet worden ingetrokken, indien de vreemdeling wegens een misdrijf waartegen een gevangenisstraf van drie jaren of meer is bedreigd bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis een gevangenisstraf, een taakstraf of de maatregel, bedoeld in artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht, dan wel het buitenlandse equivalent daarvan, is opgelegd, en de totale duur van de straffen of maatregelen ten minste gelijk is aan de norm, bedoeld in artikel 3.86, tweede lid. - -**2.** Artikel 3.86, derde tot en met het achtste lid, is van overeenkomstige toepassing. +Vervallen ### Afdeling 4. Procedurele bepalingen @@ -1454,6 +1551,16 @@ Indien de vreemdeling, hangende de besluitvorming op een eerdere aanvraag, wijzi De aanvraag wordt getoetst aan het recht dat gold op het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen, tenzij uit deWet anders voortvloeit of het recht dat geldt op het tijdstip waarop de beschikking wordt gegeven, voor de vreemdeling gunstiger is. +### Artikel 3.103a + +**1.** Indien Onze Minister een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14 van de Wet verleent aan of verlengt van een vreemdeling die houder is van een door een andere staat die partij is bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, ter uitvoering van artikel 8 van de Richtlijn nr. 2003/109/EG van de Raad van 25 november 2003 betreffende de status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen (PbEU 2004, L16) afgegeven EG-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen, doet hij daarvan mededeling aan de autoriteiten van die staat. Indien Onze Minister aan die houder ter uitvoering van artikel 8, tweede lid, van deze richtlijn een EG-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen verleent, doet hij daarvan eveneens mededeling aan die autoriteiten. + +**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien Onze Minister besluit de verblijfsvergunning van de in het eerste lid bedoelde houder in te trekken of niet te verlengen. + +**3.** Indien Onze Minister overweegt een vreemdeling, die houder is als bedoeld in het eerste lid, uit te zetten naar een staat die geen partij is bij het Verdrag, bedoeld in het eerste lid, raadpleegt hij de autoriteiten van de andere staat, bedoeld in het eerste lid. Indien Onze Minister dienovereenkomstig besluit uit te zetten, verstrekt hij die autoriteiten alle nodige informatie met betrekking tot de uitzetting. + +**4.** Onze Minister vormt het contactpunt dat door een staat als bedoeld in het eerste lid kan worden geraadpleegd, ter uitvoering van de in het eerste lid bedoelde richtlijn, en is verantwoordelijk voor het ontvangen en toezenden van de informatie, bedoeld in de voorgaande leden. + ### Artikel 3.104 **1.** De beschikking, waarbij de aanvraag tot het verlenen, het wijzigen of het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning, bedoeld in artikel 14 en 20 van de Wet, geheel of gedeeltelijk wordt ingewilligd, of waarbij de verblijfsvergunning ambtshalve wordt verleend of gewijzigd, wordt bekendgemaakt door uitreiking van het document, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wet, waaruit het rechtmatig verblijf op grond van artikel 8, onder a onderscheidenlijk onder b, van de Wet blijkt. @@ -1464,6 +1571,8 @@ De aanvraag wordt getoetst aan het recht dat gold op het tijdstip waarop de aanv **4.** De beschikking, die niet of niet mede strekt tot het verlenen, wijzigen of verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14 of 20 van de Wet, wordt bekend gemaakt door toezending naar het laatst bekende adres van de vreemdeling. +**5.** Bij de bekendmaking van de beschikking, waarbij wordt beslist op de aanvraag, bedoeld in artikel 20 van de Wet, wordt de aanvrager meegedeeld welke rechten en plichten hij heeft krachtens de Richtlijn nr. 2003/109/EG van de Raad van 25 november 2003 betreffende de status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen (PbEU 2004, L16). + ### Afdeling 5. De verblijfsvergunning asiel #### Paragraaf 1. De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd @@ -2031,7 +2140,7 @@ De vreemdeling die rechtmatig verblijft als bedoeld in artikel 8, onder a, van d ### Artikel 4.44 -De vreemdeling die rechtmatig verblijft als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, van de Wet en wiens document, bedoeld in artikel 9 van de Wet, waaruit het rechtmatige verblijf blijkt, vermist wordt, verloren is gegaan of ondeugdelijk is geworden voor identificatie, doet daarvan onmiddellijk in persoon aangifte bij de korpschef van het regionale politiekorps waarin de gemeente waar hij woon- of verblijfplaats heeft is gelegen. +De vreemdeling die rechtmatig verblijft als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, van de Wet en wiens document, bedoeld in artikel 9 van de Wet, waaruit het rechtmatig verblijf blijkt, vermist wordt, verloren is gegaan of ondeugdelijk is geworden voor identificatie, doet daarvan onmiddellijk in persoon aangifte bij de korpschef van het regionale politiekorps waarin de gemeente waar hij woon- of verblijfplaats heeft is gelegen. #### Paragraaf 3. Medewerking aan vastleggen van gegevens met het oog op identificatie @@ -2120,11 +2229,15 @@ b. vóór zijn vertrek naar het buitenland, indien hij zijn hoofdverblijf buiten ### Artikel 5.1 +**1.** + De maatregel van beperking van vrijheid van beweging, bedoeld in artikel 56, eerste lid, van de Wet kan bestaan uit: a. een verplichting zich bij verblijf in Nederland in een bepaald gedeelte van Nederland te bevinden, of b. een verplichting zich te houden aan een verbod om zich in een bepaald gedeelte of bepaalde gedeelten van Nederland te bevinden. +**2.** De maatregel, bedoeld in het eerste lid, wordt niet opgelegd aan de vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8, onderdeel a, van de Wet en houder is van een EG-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen die is afgegeven door een andere staat die partij is bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap anders dan om redenen van veiligheid. + ### Paragraaf 2. Vrijheidsontnemende maatregelen ### Artikel 5.2 @@ -2444,7 +2557,7 @@ d. indien hij een beroepsopleiding gaat volgen, die, behoudens ingeval van onvri **6.** Onze Minister verstrekt na de in het vierde lid bedoelde inschrijving onmiddellijk een verklaring van inschrijving, waarin naam en adres van de ingeschreven vreemdeling en de datum van inschrijving worden vermeld. -**7.** De in het vierde en vijfde lid omschreven verplichtingen rusten ten aanzien van kinderen beneden de leeftijd van twaalf jaar op de wettelijke vertegenwoordiger. Voor kinderen van twaalf jaar en ouder kan aan deze verplichtingen ook worden voldaan door de wettelijk vertegenwoordiger. +**7.** De in het vierde en vijfde lid omschreven verplichtingen rusten ten aanzien van kinderen beneden de leeftijd van twaalf jaar op de wettelijk vertegenwoordiger. Voor kinderen van twaalf jaar en ouder kan aan deze verplichtingen ook worden voldaan door de wettelijk vertegenwoordiger. ### Artikel 8.13 @@ -2454,7 +2567,7 @@ d. indien hij een beroepsopleiding gaat volgen, die, behoudens ingeval van onvri **3.** -Bij de indiening van de aanvraag overlegt de vreemdeling: +Bij de indiening van de aanvraag legt de vreemdeling over: a. een geldig paspoort; b. de verklaring van inschrijving van de vreemdeling, bedoeld in artikel 8.7, eerste lid, bij wie hij in Nederland verblijft; @@ -2475,17 +2588,17 @@ Het verblijfsdocument wordt afgegeven met een geldigheidsduur: a. die gelijk is aan de duur van het voorgenomen verblijf van de vreemdeling, bedoeld in artikel 8.7, eerste lid, bij wie de vreemdeling in Nederland verblijft, indien die duur korter is dan vijf jaar; b. van vijf jaar in de overige gevallen. -**7.** De in het tweede en derde lid omschreven verplichtingen rusten ten aanzien van kinderen beneden de leeftijd van twaalf jaar op de wettelijke vertegenwoordiger. Voor kinderen van twaalf jaar en ouder kan aan deze verplichtingen ook worden voldaan door de wettelijk vertegenwoordiger. +**7.** De in het tweede en derde lid omschreven verplichtingen rusten ten aanzien van kinderen beneden de leeftijd van twaalf jaar op de wettelijk vertegenwoordiger. Voor kinderen van twaalf jaar en ouder kan aan deze verplichtingen ook worden voldaan door de wettelijk vertegenwoordiger. ### Artikel 8.14 -Het rechtmatige verblijf van de vreemdeling, bedoeld in artikel 8.7, tweede, derde of vierde lid, die de nationaliteit bezit van een staat als bedoeld in het eerste lid van dat artikel, eindigt niet door het overlijden of het vertrek van de vreemdeling, bedoeld in artikel 8.7, eerste lid, bij wie hij in Nederland verbleef. Het eindigt evenmin door de ontbinding of nietigverklaring van het huwelijk of de beëindiging van het geregistreerde partnerschap. +Het rechtmatig verblijf van de vreemdeling, bedoeld in artikel 8.7, tweede, derde of vierde lid, die de nationaliteit bezit van een staat als bedoeld in het eerste lid van dat artikel, eindigt niet door het overlijden of het vertrek van de vreemdeling, bedoeld in artikel 8.7, eerste lid, bij wie hij in Nederland verbleef. Het eindigt evenmin door de ontbinding of nietigverklaring van het huwelijk of de beëindiging van het geregistreerde partnerschap. ### Artikel 8.15 **1.** -Het rechtmatige verblijf van de vreemdeling, bedoeld in artikel 8.7, tweede, derde of vierde lid, die niet de nationaliteit bezit van een staat als bedoeld in het eerste lid van dat artikel, eindigt niet door afwezigheid uit Nederland: +Het rechtmatig verblijf van de vreemdeling, bedoeld in artikel 8.7, tweede, derde of vierde lid, die niet de nationaliteit bezit van een staat als bedoeld in het eerste lid van dat artikel, eindigt niet door afwezigheid uit Nederland: a. van ten hoogste zes maanden per jaar; b. om belangrijke redenen gedurende een eenmalige periode van ten hoogste twaalf maanden; @@ -2494,7 +2607,7 @@ d. wegens uitzending voor het verrichten van werkzaamheden. **2.** -Onverminderd het vijfde lid eindigt het rechtmatige verblijf evenmin door het overlijden van de vreemdeling, bedoeld in artikel 8.7, eerste lid, bij wie hij in Nederland verbleef: +Onverminderd het vijfde lid eindigt het rechtmatig verblijf evenmin door het overlijden van de vreemdeling, bedoeld in artikel 8.7, eerste lid, bij wie hij in Nederland verbleef: a. indien hij ten minste een jaar voor het overlijden van die vreemdeling in Nederland verbleef; b. voor voltooiing van de studie, indien hij in Nederland verbleef als het kind van die vreemdeling en voor studie is ingeschreven bij een onderwijsinstelling, dan wel indien hij de verzorgende ouder is van een zodanig kind. @@ -2503,7 +2616,7 @@ b. voor voltooiing van de studie, indien hij in Nederland verbleef als het kind **4.** -Onverminderd het vijfde lid eindigt het rechtmatige verblijf evenmin door de ontbinding of nietigverklaring van het huwelijk of de beëindiging van het geregistreerde partnerschap: +Onverminderd het vijfde lid eindigt het rechtmatig verblijf evenmin door de ontbinding of nietigverklaring van het huwelijk of de beëindiging van het geregistreerde partnerschap: a. indien het huwelijk voor het begin van de gerechtelijke procedure tot scheiding of nietigverklaring, onderscheidenlijk het partnerschap voor beëindiging daarvan, ten minste drie jaar heeft geduurd, waarvan de vreemdeling ten minste één jaar in Nederland heeft verbleven; b. indien het gezag over de kinderen bij overeenkomst tussen de voormalige echtgenoten of partners, dan wel bij rechterlijke beslissing aan de vreemdeling is toegewezen; @@ -2512,7 +2625,7 @@ d. indien klemmende redenen van humanitaire aard tot aanvaarding van voortgezet **5.** -In afwijking van het tweede lid, onder a, en het vierde lid, kan het rechtmatige verblijf van de vreemdeling, bedoeld in artikel 8.7, tweede, derde of vierde lid, die niet de nationaliteit van een staat bezit als bedoeld in het eerste lid van dat artikel, worden beëindigd indien hij een onredelijke belasting voor het sociale bijstandsstelsel vormt, tenzij hij het duurzaam verblijfsrecht, bedoeld in artikel 8.17 heeft verkregen, of hij: +In afwijking van het tweede lid, onder a, en het vierde lid, kan het rechtmatig verblijf van de vreemdeling, bedoeld in artikel 8.7, tweede, derde of vierde lid, die niet de nationaliteit van een staat bezit als bedoeld in het eerste lid van dat artikel, worden beëindigd indien hij een onredelijke belasting voor het sociale bijstandsstelsel vormt, tenzij hij het duurzaam verblijfsrecht, bedoeld in artikel 8.17 heeft verkregen, of hij: a. werknemer of zelfstandige is; b. voor zichzelf en zijn familieleden beschikt over voldoende middelen van bestaan om te voorkomen dat zij tijdens hun verblijf in Nederland ten laste komen van de algemene middelen, en beschikt over een verzekering die de ziektekosten in Nederland volledig dekt; of @@ -2522,11 +2635,11 @@ c. gezinslid is van het reeds in Nederland gevormde gezin van een persoon die vo ### Artikel 8.16 -**1.** Onverminderd de artikelen 8.22 en 8.23 eindigt het rechtmatige verblijf niet zolang de vreemdeling aan de in de artikelen 8.12 tot en met 8.15 genoemde voorwaarden voldoet. In specifieke gevallen van redelijke twijfel kan Onze Minister onderzoeken of aan de voorwaarden wordt voldaan. Het onderzoek geschiedt niet stelselmatig. Een beroep op de algemene middelen leidt niet zonder meer tot beëindiging van het rechtmatige verblijf. +**1.** Onverminderd de artikelen 8.22 en 8.23 eindigt het rechtmatig verblijf niet zolang de vreemdeling aan de in de artikelen 8.12 tot en met 8.15 genoemde voorwaarden voldoet. In specifieke gevallen van redelijke twijfel kan Onze Minister onderzoeken of aan de voorwaarden wordt voldaan. Het onderzoek geschiedt niet stelselmatig. Een beroep op de algemene middelen leidt niet zonder meer tot beëindiging van het rechtmatig verblijf. **2.** -Onverminderd de artikelen 8.22 en 8.23, eindigt het rechtmatige verblijf niet zolang de vreemdeling, bedoeld in artikel 8.7, eerste lid: +Onverminderd de artikelen 8.22 en 8.23, eindigt het rechtmatig verblijf niet zolang de vreemdeling, bedoeld in artikel 8.7, eerste lid: a. werknemer of zelfstandige is; of b. naar Nederland is gekomen om werk te zoeken en hij kan bewijzen dat hij nog steeds werk zoekt en een reële kans op werk heeft. @@ -2600,11 +2713,11 @@ Onze Minister verstrekt de vreemdeling, bedoeld in artikel 8.7 eerste lid, met d ### Artikel 8.21 -Beëindiging van het rechtmatige verblijf van de vreemdeling vormt een onderbreking vanaf het tijdstip waarop de vreemdeling Nederland heeft verlaten. +Beëindiging van het rechtmatig verblijf van de vreemdeling vormt een onderbreking vanaf het tijdstip waarop de vreemdeling Nederland heeft verlaten. ### Artikel 8.22 -**1.** Onze Minister kan het rechtmatige verblijf ontzeggen of beëindigen, om redenen van openbare orde of openbare veiligheid, indien het persoonlijke gedrag van de vreemdeling een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving vormt. +**1.** Onze Minister kan het rechtmatig verblijf ontzeggen of beëindigen, om redenen van openbare orde of openbare veiligheid, indien het persoonlijke gedrag van de vreemdeling een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving vormt. **2.** Onze Minister kan bij de afgifte van de verklaring van inschrijving of het verblijfsdocument aan de lidstaat van oorsprong of andere lidstaten verzoeken om inlichtingen omtrent de gerechtelijke antecedenten. @@ -2623,7 +2736,7 @@ b. minderjarig is, tenzij verwijdering noodzakelijk is in het belang van het kin ### Artikel 8.23 -**1.** Onze Minister kan het rechtmatige verblijf op grond van de volksgezondheid ontzeggen of beëindigen in het geval van potentieel epidemische ziekten als gedefinieerd in de relevante instrumenten van de Wereldgezondheidsorganisatie dan wel in geval van andere infectieziekten of besmettelijke parasitaire ziekten, ten aanzien waarvan in Nederland beschermende regelingen ten aanzien van Nederlanders worden getroffen. +**1.** Onze Minister kan het rechtmatig verblijf op grond van de volksgezondheid ontzeggen of beëindigen in het geval van potentieel epidemische ziekten als gedefinieerd in de relevante instrumenten van de Wereldgezondheidsorganisatie dan wel in geval van andere infectieziekten of besmettelijke parasitaire ziekten, ten aanzien waarvan in Nederland beschermende regelingen ten aanzien van Nederlanders worden getroffen. **2.** Rechtmatig verblijf wordt niet op grond van de volksgezondheid beëindigd, indien de ziekte langer dan drie maanden na inreis van de vreemdeling is opgetreden. @@ -2633,7 +2746,7 @@ b. minderjarig is, tenzij verwijdering noodzakelijk is in het belang van het kin **1.** -De uitzetting van de vreemdeling, ten aanzien van wie het rechtmatige verblijf om redenen van openbare orde, openbare veiligheid of volksgezondheid is geweigerd of beëindigd, blijft, indien de vreemdeling de voorzieningenrechter heeft verzocht een voorlopige voorziening te treffen, achterwege tot op dat verzoek is beslist, tenzij het besluit: +De uitzetting van de vreemdeling, ten aanzien van wie het rechtmatig verblijf om redenen van openbare orde, openbare veiligheid of volksgezondheid is geweigerd of beëindigd, blijft, indien de vreemdeling de voorzieningenrechter heeft verzocht een voorlopige voorziening te treffen, achterwege tot op dat verzoek is beslist, tenzij het besluit: a. met toepassing van artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht is genomen; b. reeds door de rechtbank of de voorzieningenrechter is beoordeeld; of @@ -2641,7 +2754,7 @@ c. gebaseerd is op dwingende redenen van openbare veiligheid. **2.** -De toegang van de vreemdeling die voor de behandeling van een bezwaarschrift, beroepschrift, dan wel een verzoek om een voorlopige voorziening, gericht tegen beëindiging van het rechtmatige verblijf, geen gemachtigde heeft gesteld, wordt niet geweigerd, tenzij: +De toegang van de vreemdeling die voor de behandeling van een bezwaarschrift, beroepschrift, dan wel een verzoek om een voorlopige voorziening, gericht tegen beëindiging van het rechtmatig verblijf, geen gemachtigde heeft gesteld, wordt niet geweigerd, tenzij: a. zijn aanwezigheid de openbare orde of de openbare veiligheid ernstig zal verstoren; of b. het bezwaar of beroep is gericht tegen de weigering van toegang.