2013-01-01 | BWBR0002399 | Wet op het voortgezet onderwijs
This commit is contained in:
parent
9cfb3af8df
commit
ddb9b782ba
1 changed files with 86 additions and 20 deletions
|
|
@ -3,7 +3,7 @@ titel: Wet op het voortgezet onderwijs
|
|||
bwb_id: BWBR0002399
|
||||
type: wet
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2006-08-01'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2013-01-01'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0002399
|
||||
citeertitel: Wet op het voortgezet onderwijs
|
||||
---
|
||||
|
|
@ -155,6 +155,14 @@ Onderwijs in lichamelijke opvoeding, bestaande uit praktische bewegingsactivitei
|
|||
|
||||
Een onderwijsprogramma in het voortgezet onderwijs omvat mede een maatschappelijke stage.
|
||||
|
||||
### Artikel 6g
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 6h
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
**1.** Voorbereidend wetenschappelijk onderwijs is het onderwijs dat is ingericht ter voorbereiding op aansluitend wetenschappelijk onderwijs en dat mede algemene vorming omvat. Voorbereidend wetenschappelijk onderwijs wordt gegeven aan scholen voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs. Deze worden onderscheiden in gymnasia en athenea, elk met een cursusduur van zes jaren.
|
||||
|
|
@ -369,7 +377,7 @@ a. op de leer-werkplek of combinatie van leer-werkplekken kunnen de door het bev
|
|||
b. elke praktijkopdracht als zodanig kan in één bedrijf of organisatie worden uitgevoerd;
|
||||
c. in het bedrijf of de organisatie is een gekwalificeerde praktijkbegeleider of leermeester aanwezig, die in staat is om kennis, inzicht en vaardigheden van de leerling te beoordelen, alsmede vorderingen daarin, en de leerling zowel werkinhoudelijk als pedagogisch-didactisch te begeleiden;
|
||||
d. het bedrijf of de organisatie is bereid met de in het tweede lid bedoelde mentor of docentbegeleider contact te onderhouden;
|
||||
e. de mogelijkheid om binnen hetzelfde bedrijf of dezelfde organisatie, dezelfde moederorganisatie of dezelfde branche de leerdoelen van het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs en de eindtermen van de assistenopleiding of basisberoepsopleiding, bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs te behalen, zonder grote overgangsdrempels voor de leerling;
|
||||
e. de mogelijkheid om binnen hetzelfde bedrijf of dezelfde organisatie, dezelfde moederorganisatie of dezelfde branche de leerdoelen van het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs en de eindtermen van de assistentopleiding of basisberoepsopleiding, bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs te behalen, zonder grote overgangsdrempels voor de leerling;
|
||||
f. het bedrijf of de organisatie waarborgt dat een gekwalificeerde praktijkbegeleider of leermeester is gekoppeld aan een leerling, en dat deze leermeester ervoor zorgt dat de leerling voldoende hulp en tijd krijgt om de praktijkopdrachten uit te voeren;
|
||||
g. het productie- of dienstverleningsproces is technisch en organisatorisch voldoende gevarieerd en kan leerlingen goed praktijkmateriaal bieden en hen gedegen opleiden;
|
||||
h. de leer-werkplek past binnen de dagelijkse bedrijfsvoering;
|
||||
|
|
@ -913,9 +921,45 @@ a. gaat er mede van uit dat leerlingen opgroeien in een pluriforme samenleving,
|
|||
b. is mede gericht op het bevorderen van actief burgerschap en sociale integratie, en
|
||||
c. is er mede op gericht dat leerlingen kennis hebben van en kennismaken met verschillende achtergronden en culturen van leeftijdgenoten.
|
||||
|
||||
### Artikel
|
||||
### Artikel 17a
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** Het bevoegd gezag van één of meer scholen is voor elke vestiging van die school of scholen aangesloten bij een samenwerkingsverband als bedoeld in het tweede lid of bij een landelijk samenwerkingsverband als bedoeld in het zestiende lid.
|
||||
|
||||
**2.** Een samenwerkingsverband omvat alle binnen een gebied als bedoeld in het derde lid gelegen vestigingen van scholen, scholen voor voortgezet speciaal onderwijs en scholen voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, voor zover daaraan voortgezet speciaal onderwijs wordt verzorgd, behorend tot cluster 3 en 4, bedoeld in de Wet op de expertisecentra, met uitzondering van de vestigingen waarvoor het bevoegd gezag is aangesloten bij een landelijk samenwerkingsverband. Het samenwerkingsverband stelt zich ten doel een samenhangend geheel van ondersteuningsvoorzieningen binnen en tussen de scholen, bedoeld in de vorige volzin, te realiseren en wel zodanig dat leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doormaken en leerlingen die extra ondersteuning behoeven een zo passend mogelijke plaats in het onderwijs krijgen.
|
||||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling worden voor de samenwerkingsverbanden aaneengesloten gebieden aangewezen.
|
||||
|
||||
**3a.** Dit lid is nog niet in werking getreden.
|
||||
|
||||
**4.** De bevoegde gezagsorganen van de scholen, bedoeld in het tweede lid, geven het samenwerkingsverband vorm door het oprichten van een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid zonder winstoogmerk, waarin uitsluitend deze bevoegde gezagsorganen deelnemen, behoudens deelname van een bevoegd gezag op grond van het vijfde lid. De statuten van de rechtspersoon bevatten een voorziening voor de beslechting van geschillen.
|
||||
|
||||
**5.** Indien het bevoegd gezag van een school voor voortgezet speciaal onderwijs of een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, behorend tot cluster 3 en 4, bedoeld in de Wet op de expertisecentra, waarvan de vestiging of vestigingen zijn gelegen buiten het gebied van een samenwerkingsverband, wenst deel te nemen aan dit samenwerkingsverband, wordt dit bevoegd gezag niet uitgesloten van deelname aan het samenwerkingsverband.
|
||||
|
||||
**6.** Dit lid is nog niet in werking getreden.
|
||||
|
||||
**7.** Dit lid is nog niet in werking getreden.
|
||||
|
||||
**8.** Dit lid is nog niet in werking getreden.
|
||||
|
||||
**9.** Dit lid is nog niet in werking getreden.
|
||||
|
||||
**10.** Dit lid is nog niet in werking getreden.
|
||||
|
||||
**10a.** Dit lid is nog niet in werking getreden.
|
||||
|
||||
**11.** Dit lid is nog niet in werking getreden.
|
||||
|
||||
**12.** Dit lid is nog niet in werking getreden.
|
||||
|
||||
**13.** Dit lid is nog niet in werking getreden.
|
||||
|
||||
**14.** Dit lid is nog niet in werking getreden.
|
||||
|
||||
**15.** Dit lid is nog niet in werking getreden.
|
||||
|
||||
**16.** Bevoegde gezagsorganen van tot dezelfde richting behorende scholen en scholen als bedoeld in de Wet op de expertisecentra waaraan voortgezet speciaal onderwijs behorend tot cluster 3 en 4 wordt verzorgd, kunnen een landelijk samenwerkingsverband oprichten. Een landelijk samenwerkingsverband omvat alle in Nederland gelegen en tot dezelfde richting behorende scholen als bedoeld in de eerste volzin. Op een landelijk samenwerkingsverband zijn het tweede tot en met vijftiende lid, met uitzondering van het derde en vijfde lid, en het zeventiende lid van overeenkomstige toepassing. Indien een bevoegd gezag scholen heeft met meer dan een richting bepaalt het bevoegd gezag eenmalig op basis van welke richting de aansluiting bij het samenwerkingsverband plaatsvindt.
|
||||
|
||||
**17.** Dit lid is nog niet in werking getreden.
|
||||
|
||||
### Artikel
|
||||
|
||||
|
|
@ -1115,7 +1159,9 @@ b. zich bij de behandeling van de klacht te laten bijstaan.
|
|||
|
||||
**1.** Het bevoegd gezag draagt mede in verband met de verplichting, bedoeld in artikel 23a, zorg voor een goed bestuurde school met een scheiding tussen de functies van bestuur en het toezicht daarop, en met een rechtmatig bestuur en beheer.
|
||||
|
||||
**2.** De benoeming in de functies van het toezicht op het bestuur, bedoeld in het eerste lid, geschiedt op basis van vooraf openbaar gemaakte profielen. Bij de benoeming van de leden van de raad van toezicht wordt de medezeggenschapsraad van de school, bedoeld in artikel 3 van de Wet medezeggenschap op scholen, in de gelegenheid gesteld een bindende voordracht te doen voor een lid.
|
||||
**2.** De benoeming in de functies van het toezicht op het bestuur, bedoeld in het eerste lid, geschiedt op basis van vooraf openbaar gemaakte profielen. Bij de benoeming van de leden van de raad van toezicht wordt de medezeggenschapsraad van de school, bedoeld in artikel 3 van de Wet medezeggenschap op scholen, in de gelegenheid gesteld een bindende voordracht te doen voor een lid. Bij de benoeming van de leden van de raad van toezicht wordt de ondersteuningsplanraad, bedoeld in artikel 4a van de Wet medezeggenschap op scholen, in de gelegenheid gesteld een bindende voordracht te doen voor een lid.
|
||||
|
||||
**3.** Het eerste lid en het tweede lid, eerste volzin, zijn van overeenkomstige toepassing op een samenwerkingsverband.
|
||||
|
||||
### Artikel 24e
|
||||
|
||||
|
|
@ -1123,6 +1169,8 @@ b. zich bij de behandeling van de klacht te laten bijstaan.
|
|||
|
||||
**2.** Een intern toezichthouder of een lid van het interne toezichthoudend orgaan functioneert onafhankelijk van het bestuur.
|
||||
|
||||
**3.** Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op een samenwerkingsverband.
|
||||
|
||||
### Artikel 24e1
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
|
@ -1257,6 +1305,10 @@ b. dat de leerling binnen 8 weken na de aanvang van de periode van 5 weken geen
|
|||
|
||||
**6.** Indien aan een leerling een onderwijsnummer is toegekend en het bevoegd gezag daarna de beschikking krijgt over zijn burgerservicenummer, neemt het bevoegd gezag dit burgerservicenummer terstond als persoonsgebonden nummer op in de leerlingenadministratie van de school in de plaats van het onderwijsnummer. Het bevoegd gezag meldt deze wijziging binnen twee weken aan Onze Minister onder opgave van het burgerservicenummer en het onderwijsnummer van de leerling.
|
||||
|
||||
### Artikel 27c
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 28
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
|
@ -1917,7 +1969,7 @@ a. een disciplinaire maatregel,
|
|||
b. schorsing,
|
||||
c. het direct of indirect onthouden van promotie,
|
||||
d. het verminderen van de omvang van de betrekking,
|
||||
e. ontslag anders dan op eigen verzoek, voordat de pensioengerechtigde leeftijd is bereikt,
|
||||
e. ontslag anders dan op eigen verzoek, voordat de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, is bereikt,
|
||||
f. de beslissing van het bevoegd gezag ten aanzien van een personeelslid op basis waarvan op termijn vermindering van diens betrekkingsomvang kan plaatsvinden,
|
||||
g. de beëindiging van een verlengd tijdelijk dienstverband,
|
||||
h. de aanwijzing als personeelslid boven de reguliere formatie voortvloeiend uit een algemeen verbindend voorschrift welke aanwijzing op termijn kan leiden tot ontslag, vermindering van de betrekkingsomvang of beëindiging van een verlengd tijdelijk dienstverband, of
|
||||
|
|
@ -2366,7 +2418,7 @@ Onze Minister kan onder door hem nader te stellen voorwaarden aanvullende middel
|
|||
|
||||
### Artikel 75
|
||||
|
||||
Tegen een besluit op grond van deze afdeling met uitzondering van artikel 74 kan een belanghebbende beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 76
|
||||
|
||||
|
|
@ -2985,7 +3037,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**4.** De gemeenteraad kan besluiten dat burgemeester en wethouders de regeling, bedoeld in het eerste lid, tijdelijk kunnen aanvullen met nieuwe voorzieningen. De aanvulling wordt binnen 1 week aan de bevoegde gezagsorganen van de niet door de gemeente in stand gehouden scholen gezonden. Binnen 12 weken na de totstandkoming van de aanvulling wordt deze voorgelegd aan de gemeenteraad en besluit de gemeenteraad over de bekrachtiging ervan. Indien de gemeenteraad niet binnen 12 weken een besluit heeft genomen, wordt de aanvulling gelijkgesteld met een aanvulling die is bekrachtigd. Een afwijzing van de aanvulling door de gemeenteraad heeft geen gevolgen voor aanvragen waarop reeds is besloten of die reeds zijn ingediend en die voorzieningen betreffen waarop de aanvulling betrekking heeft.
|
||||
|
||||
**5.** Artikel 8:2 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op de regeling, bedoeld in het eerste lid, dan wel een wijziging daarvan. In afwijking van artikel 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan tegen een aanvulling als bedoeld in het vierde lid geen beroep worden ingesteld zolang de gemeenteraad deze nog niet heeft bekrachtigd.
|
||||
**5.** Artikel 8:2 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op de regeling, bedoeld in het eerste lid, dan wel een wijziging daarvan.
|
||||
|
||||
**6.** Voor de toepassing van dit artikel wordt een nevenvestiging aangemerkt als een nevenvestiging die is gelegen in de gemeente van de hoofdvestiging. De gemeenteraad kan in de verordening, bedoeld in het eerste lid, aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid verlenen om, met inachtneming van de in die verordening gestelde regels, te besluiten dat in de gemeente gelegen nevenvestigingen van scholen waarvan de hoofdvestiging is gelegen in een andere gemeente in afwijking van de eerste volzin in aanmerking komen voor een of meer van de in de regeling genoemde voorzieningen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3441,7 +3493,7 @@ c. stelt Onze Minister de rechtspersoon vervolgens vier weken in de gelegenheid
|
|||
|
||||
### Artikel 105
|
||||
|
||||
Tegen een besluit als bedoeld in de artikelen 83, 85a, 89 en 104 kan een belanghebbende beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 106
|
||||
|
||||
|
|
@ -3536,7 +3588,7 @@ c. indien een school ingevolge een beslissing van het bevoegd gezag wordt opgehe
|
|||
|
||||
### Artikel 111
|
||||
|
||||
Tegen een besluit op grond van deze afdeling kan een belanghebbende beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 112
|
||||
|
||||
|
|
@ -3731,25 +3783,39 @@ c. de procedure voor het aanvragen van het geschiktheidsonderzoek en voor afgift
|
|||
|
||||
Het in artikel 118n en het in artikel 118p bedoelde bestuur verstrekken aan Onze Minister alle inlichtingen die deze nodig acht ten behoeve van een goede naleving van deze titel. Het bestuur zendt de inspectie van het onderwijs telkens na zes maanden een overzicht van in die periode afgegeven geschiktheidsverklaringen en bekwaamheidsonderzoeken waaraan met goed gevolg is deelgenomen.
|
||||
|
||||
## Titel IVE. Overgangsbepalingen
|
||||
## Titel IVD. Experimenten
|
||||
|
||||
### Artikel 118u
|
||||
### Artikel 118t
|
||||
|
||||
**1.** Personen die in het bezit zijn van een getuigschrift, afgegeven krachtens de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, waaruit blijkt dat ten aanzien van het vak omgangskunde is voldaan aan de bekwaamheidseisen die zijn vastgesteld krachtens artikel 36, eerste lid, zijn tevens benoembaar of tewerkstelbaar zonder benoeming voor het geven van praktijkonderwijs als bedoeld in artikel 10f en voor het geven van onderwijs aan groepen van uitsluitend geïndiceerde leerlingen in het leerwegondersteunend onderwijs, bedoeld in artikel 10e, in de vakken Nederlands, Engels, wiskunde, geschiedenis, aardrijkskunde, biologie (incl. kennis der natuur), verzorging, muziek, handvaardigheid (textiele werkvormen) en tekenen.
|
||||
**1.** Met het oog op verbetering van de kwaliteit, toegankelijkheid of doelmatigheid van het voortgezet onderwijs kan bij wijze van experiment bij algemene maatregel van bestuur worden afgeweken van titel II, afdeling I, hoofdstuk I en van titel III, afdeling II, van de wet.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het eerste lid is uitsluitend van toepassing ten aanzien van personen die:
|
||||
In geval van toepassing van het eerste lid wordt bij algemene maatregel van bestuur in elk geval bepaald:
|
||||
|
||||
a. het in het eerste lid bedoelde getuigschrift hebben behaald na 1 augustus 2006;
|
||||
b. voor 1 september 2012 zijn gestart met de opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in het vak omgangskunde aan de Fontys Hogeschool Tilburg, de NHL Hogeschool, de Hogeschool Leiden of de Hogeschool Utrecht; en
|
||||
c. uiterlijk op 31 augustus 2016 met goed gevolg de aanvullende opleiding «Leergang omgangskunde in praktijkonderwijs en leerwegondersteunend onderwijs» met een omvang van ten minste 420 uren studie hebben afgerond aan een van de in onderdeel b genoemde hogescholen.
|
||||
a. het doel van het experiment,
|
||||
b. op welke wijze van welke artikelen van het in het eerste lid genoemde hoofdstuk en de daar genoemde afdeling wordt afgeweken,
|
||||
c. de duur van het experiment, en
|
||||
d. op welke wijze en aan de hand van welke criteria de met het experiment beoogde effecten worden geëvalueerd.
|
||||
|
||||
### Afdeling VII. Overgangsrecht in verband met de
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de uitvoering van een experiment.
|
||||
|
||||
### Artikel 118ii
|
||||
**4.** Een experiment duurt ten hoogste zes jaar, tenzij een langere duur gezien de bijzondere aard van het experiment noodzakelijk is. Alsdan wordt de duur van het experiment op ten hoogste acht jaar bepaald. Indien een voorstel van wet is ingediend bij de Staten-Generaal om het experiment om te zetten in een structurele wettelijke regeling voordat een experiment is afgelopen, kan Onze Minister het experiment verlengen tot het tijdstip waarop het wetsvoorstel tot wet is verheven en in werking treedt.
|
||||
|
||||
Artikel 76v.1 is van overeenkomstige toepassing op de school of scholengemeenschap die samen met een vakinstelling als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs als scholengemeenschap in de zin van de artikelen 2.6 en 12.2.3 WEB is aangemerkt.
|
||||
**5.** Onze Minister zendt drie maanden voor het einde van de werkingsduur van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid aan de Staten-Generaal, een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van het experiment in de praktijk, evenals een standpunt over de voortzetting van die algemene maatregel van bestuur, anders dan een voortzetting als experiment.
|
||||
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
In verband met een experiment als bedoeld in het eerste lid, kan bij algemene maatregel van bestuur eveneens bij wijze van experiment worden afgeweken van:
|
||||
|
||||
a. artikel 1 van de Leerplichtwet 1969,
|
||||
b. artikel 1 van de Les- en cursusgeldwet,
|
||||
c. artikel 1.1 van de Wet studiefinanciering 2000,
|
||||
d. artikel 1.1 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten.
|
||||
|
||||
**7.** Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op een samenwerkingsverband van een school met een school als bedoeld in artikel 1, een school als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, een school of instelling als bedoeld in de Wet op de expertisecentra, een instelling als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs of een instelling als bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. Bij samenwerking met een school of instelling kan voor die school of instelling respectievelijk worden afgeweken van hoofdstuk I, titel I, artikelen 1 en 2, titel II, afdeling 1, afdeling 2, artikelen 47 en 48, en titel IV, afdeling 1, 2, 4 tot en met 7 en afdeling 8, paragrafen 2, 3, 6 en 7 en afdeling 9, paragrafen 1 en 2, van de Wet op het primair onderwijs, dan wel titel I, artikelen 1 en 2, titel II, afdeling 1, afdeling 2, artikelen 50 en 51, en titel IV, afdelingen 1, 2, 4 tot en met 6 en afdeling 7, paragrafen 2, 3, 6 en 7, en afdeling 8, artikelen 146 tot en met 149 en 151, van de Wet op de expertisecentra, hoofdstuk 2, titel 2, en hoofdstukken 6 en 7 van de Wet educatie en beroepsonderwijs en hoofdstuk 2, titel 2, hoofdstuk 5a, hoofdstuk 6 en 7, hoofdstuk 9, titel 2, hoofdstuk 10, titel 3 en hoofdstuk 11, paragraaf 4 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. Bij de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het tweede lid, wordt geregeld welke bij of krachtens de wet, de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra, de Wet educatie en beroepsonderwijs of de Wet hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek vastgestelde voorschriften van toepassing of van overeenkomstige toepassing zijn op de samenwerking.
|
||||
|
||||
**8.** De voordracht voor de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het tweede lid, wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
|
||||
|
||||
## Titel V. Slotbepalingen
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue