2012-01-01 | BWBR0012289 | Vreemdelingencirculaire 2000 (B)
This commit is contained in:
parent
ffaeb5d1a3
commit
de0149ad4f
1 changed files with 77 additions and 52 deletions
|
|
@ -22,9 +22,13 @@ De aanvraag om afgifte van een mvv leidt bij inwilliging tot afgifte van een Dvi
|
|||
|
||||
In artikel 17 Vw en artikel 3.71 Vb is een aantal categorieën aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 Vw benoemd, die niet worden afgewezen wegens het ontbreken van een geldige mvv. Deze categorieën zijn verder uitgewerkt onder B1/4.1.1.
|
||||
|
||||
De mvv is in artikel 1, onder h, Vw als volgt omschreven: het bij een Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in het land van herkomst, het land van bestendig verblijf of, bij gebreke daarvan, het dichtstbijzijnde land waar wel een vertegenwoordiging is gevestigd, dan wel bij het Kabinet van de Gouverneur van de Nederlandse Antillen of het Kabinet van de Gouverneur van Aruba aldaar, door de vreemdeling in persoon aangevraagde en aldaar door die vertegenwoordiging of dat Kabinet na voorafgaande machtiging van de Minister van BuZa afgegeven visum voor een verblijf van langer dan drie maanden.
|
||||
De mvv is in artikel 1, onder h, Vw als volgt omschreven: het bij een Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in het land van herkomst, het land van bestendig verblijf of, bij gebreke daarvan, het dichtstbijzijnde land waar wel een vertegenwoordiging is gevestigd, dan wel bij het Kabinet van de Gouverneur van de Nederlandse Antillen(lees: Kabinet van Gouverneur van Curaçao of het Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten) of het Kabinet van de Gouverneur van Aruba aldaar, door de vreemdeling in persoon aangevraagde en aldaar door die vertegenwoordiging of dat Kabinet na voorafgaande machtiging van de Minister van BuZa afgegeven visum voor een verblijf van langer dan drie maanden.
|
||||
|
||||
Een vreemdeling die zich naar Nederland wil begeven voor een verblijf van langer dan drie maanden moet in beginsel in het bezit zijn van een geldig document voor grensoverschrijding voorzien van een geldige mvv, welke hij in persoon heeft aangevraagd bij de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in het land van zijn herkomst of het land van zijn bestendig verblijf en welke hem aldaar in persoon is verstrekt door die vertegenwoordiging. Een land van bestendig verblijf is een land waar de vreemdeling gerechtigd is om langer dan drie maanden te verblijven op grond van enige verblijfstitel. Indien in het land van herkomst of bestendig verblijf geen Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging aanwezig is, dient de mvv in persoon te worden aangevraagd bij de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in het dichtstbijzijnde land waar wel een vertegenwoordiging is gevestigd. Aldaar zal vervolgens de mvv in persoon aan de vreemdeling worden verstrekt.
|
||||
Een vreemdeling die zich naar Nederland wil begeven voor een verblijf van langer dan drie maanden moet in beginsel in het bezit zijn van een geldig document voor grensoverschrijding voorzien van een geldige mvv, welke hij in persoon heeft aangevraagd bij de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in het land van zijn herkomst of het land van zijn bestendig verblijf. Als in het land van herkomst of bestendig verblijf geen Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging aanwezig is, kan de mvv worden verstrekt door de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in het dichtstbijzijnde land waar wel een vertegenwoordiging is gevestigd of door het Kabinet van de Gouverneur van Aruba, Curaçao of Sint Maarten. De mvv moet hem aldaar in persoon zijn verstrekt door die vertegenwoordiging of dat kabinet.
|
||||
|
||||
Indien in het land van herkomst of bestendig verblijf geen Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging aanwezig is, dient de mvv in persoon te worden aangevraagd bij de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in het dichtstbijzijnde land waar wel een vertegenwoordiging is gevestigd. Aldaar zal vervolgens de mvv in persoon aan de vreemdeling worden verstrekt.
|
||||
|
||||
Een land van bestendig verblijf is een land waar de vreemdeling gerechtigd is om langer dan drie maanden te verblijven op grond van enige verblijfstitel.
|
||||
|
||||
In algemene termen geldt dat het moet gaan om een land waar de vreemdeling gerechtigd is om langer dan drie maanden te verblijven op grond van enige verblijfstitel die het verblijf rechtmatig maakt. Hierbij is niet vereist dat de vreemdeling al gedurende drie maanden feitelijk in dat land verbleven heeft op het moment dat de aanvraag om een mvv wordt ingediend. Wel zal op het moment van indienen van de aanvraag, dan wel op het toetsmoment, sprake moeten zijn van nog ten minste drie maanden rechtmatig verblijf om te kunnen spreken van bestendig verblijf.
|
||||
|
||||
|
|
@ -945,21 +949,31 @@ Onregelmatige inkomsten (overwerkvergoeding, onregelmatigheidstoeslag en fooien)
|
|||
|
||||
##### 4.3.3. Voldoende middelen van bestaan
|
||||
|
||||
Als hoofdregel geldt dat middelen van bestaan voldoende zijn, indien het inkomen als bedoeld in artikel 3.74, eerste lid, Vb ten minste gelijk is aan het toepasselijke normbedrag zoals dat in artikel 3.74, eerste lid, onder a Vb of artikel 3.19, eerste en tweede lid, VV geldt voor de desbetreffende categorie (echtparen en gezinnen, alleenstaanden en alleenstaande ouders). De toepasselijke norm wordt vastgesteld aan de hand van het wettelijk minimumloon voor personen van 23 jaar of ouder. De IND publiceert de toepasselijke normbedragen voor de betreffende categorieën halfjaarlijks op haar website nadat de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de wijziging van het wettelijk minimumloon kenbaar heeft gemaakt.
|
||||
De middelen van bestaan moeten ingevolge artikel 3.74 Vb voldoende zijn.
|
||||
|
||||
Voor de vaststelling van het normbedrag als bedoeld in artikel 3.74, eerste lid onder a, Vb en artikel 3.19 VV wordt aangesloten bij het minimumloon voor personen van 23 jaar en ouder. Er wordt niet aangesloten bij de desbetreffende minimumjeugdlonen. Deze bedragen voor 21- en 22-jarigen 72½ respectievelijk 85 procent van het minimumloon, bedoeld in de artikelen 8, eerste lid, en 14 Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (zie artikel 2, eerste lid, van het Besluit minimumjeugdloonregeling). Ook van de 21- en 22-jarige gezinshereniger die een nieuwe partner wil laten overkomen, wordt verwacht dat hij zijn financiële verantwoordelijkheden daarvoor duurzaam kan waarmaken.
|
||||
Ingevolge artikel 3.103 Vb wordt de aanvraag getoetst aan artikel 3.74 Vb zoals de betekenis was ten tijde van de ontvangst van de aanvraag. Derhalve is de toepasselijke inkomensnorm de norm die geldt op het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen tenzij de inkomensnorm op een later tijdstip gunstiger is.
|
||||
|
||||
In verband met de wijziging in de beoordeling van de hoogte van de middelen van bestaan die op 31 juli 2010 is ingevoerd met een wijziging van artikel 3.74 Vb en 3.19 VV geldt de volgende overgangsregeling.
|
||||
Als hoofdregel geldt dat middelen van bestaan voldoende zijn, indien het inkomen als bedoeld in artikel 3.74, eerste lid, Vb ten minste gelijk is aan het toepasselijke normbedrag zoals dat in artikel 3.74, eerste lid, onder a Vb of artikel 3.19, eerste en tweede lid, VV geldt voor de desbetreffende categorie (echtparen en gezinnen, alleenstaanden en alleenstaande ouders). De toepasselijke norm wordt vastgesteld aan de hand van het wettelijk minimumloon voor personen van 23 jaar of ouder. De IND publiceert de toepasselijke normbedragen voor de betreffende categorieën halfjaarlijks op haar website nadat de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de wijziging van het wettelijk minimumloon kenbaar heeft gemaakt.
|
||||
|
||||
Voor aanvragen ontvangen voor 31 juli 2010 is het volgende van belang. Op grond van artikel 3.103 Vb wordt de aanvraag getoetst aan het recht dat gold op het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen, tenzij uit de Vw anders voortvloeit, of het recht dat geldt op het tijdstip waarop de beschikking wordt gegeven, gunstiger is.
|
||||
Bij de berekening van het totale inkomen worden alle bestanddelen van het inkomen (dus ook inkomsten uit bijvoorbeeld een nevenbetrekking) meegeteld, voor zover die tevens zelfstandig zijn verworven en duurzaam beschikbaar zijn (zie B1/4.3.2).
|
||||
|
||||
Dit betekent voor gezinsvormers dat als de aanvraag is ingediend voor 31 juli 2010 aan het normbedrag voor gezinnen en echtparen in de zin van de Wwb moet worden voldaan, of als het gunstiger is, aan het wettelijk minimumloon.
|
||||
Bij de toepassing van artikel 3.75, derde lid, Vb moet aantoonbaar reeds gedurende drie jaar onafgebroken zijn gewerkt (zie B1/4.3.2) en in die gehele periode een inkomen uit arbeid zijn verworven, waarbij deze inkomsten bovendien nog beschikbaar moeten zijn. De inkomsten, bedoeld in artikel 3.75, derde lid, Vb, kunnen met andere zelfstandige en duurzame inkomsten worden gecombineerd (bijvoorbeeld inkomsten uit arbeid als zelfstandige) om te voldoen aan het toepasselijke normbedrag.
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 3.19 VV, eerste lid, VV geldt bij aanvragen om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning van vreemdelingen die rechtmatig verblijf hebben gekregen voor 31 juli 2010 op basis van de alleenstaandennorm, in plaats van 70% van het wettelijk minimumloon de norm van 50% van het wettelijk minimumloon.
|
||||
Hierbij wordt uitgegaan van het toepasselijke normbedrag dat gold ten tijde van de aanvraag. Er wordt derhalve steeds een beoordeling gemaakt aan de hand van één normbedrag, en nadrukkelijk niet van de (in de loop der tijd steeds gewijzigde) normbedragen zoals deze golden gedurende de driejaarsperiode. Immers, aan de hand van de inkomsten uit het verleden wordt beoordeeld of deze in de toekomst van voldoende hoogte zullen zijn.
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 3.19, tweede lid, VV geldt bij aanvragen om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning van vreemdelingen die rechtmatig verblijf hebben gekregen voor 31 juli 2010 op basis van de norm voor alleenstaande ouders, in plaats van 90% van het wettelijk minimumloon de norm van 70% van het wettelijk minimumloon.
|
||||
Voor de vaststelling van het normbedrag als bedoeld in artikel 3.74, eerste lid onder a, Vb en artikel 3.19 VV wordt aangesloten bij het minimumloon voor personen van 23 jaar en ouder. Er wordt niet aangesloten bij de desbetreffende minimumjeugdlonen. Deze bedragen voor 21- en 22-jarigen 72½ respectievelijk 85 procent van het minimumloon, bedoeld in de artikelen 8, eerste lid, en 14 Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (zie artikel 2, eerste lid, van het Besluit minimumjeugdloonregeling). Ook van de 21- en 22-jarige gezinshereniger die een nieuwe partner wil laten overkomen, wordt verwacht dat hij zijn financiële verantwoordelijkheden daarvoor duurzaam kan waarmaken.
|
||||
|
||||
De afwijkende normen gelden ook voor degenen die het verblijf financieren van vreemdelingen die voor 31 juli 2010 verblijf hebben gekregen.
|
||||
In verband met de wijziging in de beoordeling van de hoogte van de middelen van bestaan die op 31 juli 2010 is ingevoerd met een wijziging van artikel 3.74 Vb en 3.19 VV geldt de volgende overgangsregeling.
|
||||
|
||||
Voor aanvragen ontvangen voor 31 juli 2010 is het volgende van belang. Op grond van artikel 3.103 Vb wordt de aanvraag getoetst aan het recht dat gold op het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen, tenzij uit de Vw anders voortvloeit, of het recht dat geldt op het tijdstip waarop de beschikking wordt gegeven, gunstiger is.
|
||||
|
||||
Dit betekent voor gezinsvormers dat als de aanvraag is ingediend voor 31 juli 2010 aan het normbedrag voor gezinnen en echtparen in de zin van de Wwb moet worden voldaan, of als het gunstiger is, aan het wettelijk minimumloon.
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 3.19 VV, eerste lid, VV geldt bij aanvragen om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning van vreemdelingen die rechtmatig verblijf hebben gekregen voor 31 juli 2010 op basis van de alleenstaandennorm, in plaats van 70% van het wettelijk minimumloon de norm van 50% van het wettelijk minimumloon.
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 3.19, tweede lid, VV geldt bij aanvragen om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning van vreemdelingen die rechtmatig verblijf hebben gekregen voor 31 juli 2010 op basis van de norm voor alleenstaande ouders, in plaats van 90% van het wettelijk minimumloon de norm van 70% van het wettelijk minimumloon.
|
||||
|
||||
De afwijkende normen gelden ook voor degenen die het verblijf financieren van vreemdelingen die voor 31 juli 2010 verblijf hebben gekregen.
|
||||
|
||||
Deze overgangsregeling geldt tot 31 juli 2013.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1185,7 +1199,7 @@ Uit de Wet inburgering, het Besluit inburgering en de Regeling inburgering blijk
|
|||
|
||||
Het inburgeringsvereiste is niet van toepassing op vreemdelingen die na verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in Nederland niet inburgeringsplichtig op grond van de artikelen 3 en 5 Wet inburgering zijn, bijvoorbeeld omdat zij voor een tijdelijk doel naar Nederland komen.
|
||||
|
||||
Als tijdelijke verblijfsdoel in de zin van de Wet inburgering gelden de volgende verblijfsdoelen:
|
||||
Als tijdelijke verblijfsdoel in de zin van de Wet inburgering gelden de volgende verblijfsdoelen voor wat betreft de bepaling van de inburgeringsplicht:
|
||||
|
||||
• gezinshereniging of gezinsvorming indien het verblijfsrecht van de hoofdpersoon van tijdelijke aard is;
|
||||
• verblijf ter adoptie of als pleegkind indien het verblijfsrecht van de hoofdpersoon van tijdelijke aard is;
|
||||
|
|
@ -1202,13 +1216,14 @@ Als tijdelijke verblijfsdoel in de zin van de Wet inburgering gelden de volgende
|
|||
• het volgen van studie;
|
||||
• de voorbereiding op studie;
|
||||
• verblijf als au-pair;
|
||||
• verblijf in het kader van uitwisseling
|
||||
• verblijf in het kader van uitwisseling;
|
||||
• het ondergaan van medische behandeling;
|
||||
• de vervolging van mensenhandel;
|
||||
• het afwachten van een verzoek op grond van artikel 17 Rwn;
|
||||
• verblijf als vreemdeling die buiten zijn schuld niet uit Nederland kan vertrekken;
|
||||
• verblijf als Amv;
|
||||
• verblijf als kennismigrant;
|
||||
• verblijf als houder van de Europese blauwe kaart in de zin van richtlijn 2009/50/EG;
|
||||
• werkzaamheid in het kader van grensoverschrijdende dienstverlening;
|
||||
• verblijf als onderzoeker in de zin van richtlijn 2005/71/EG;
|
||||
• verblijfsrecht op grond van artikel 3.4, derde lid, Vb indien bij de verlening is bepaald dat het verblijfsrecht tijdelijk van aard is.
|
||||
|
|
@ -1224,12 +1239,12 @@ Op grond van artikel 2.3 en artikel 2.5 Besluit inburgering is niet inburgerings
|
|||
• het Certificaat Naturalisatietoets;
|
||||
• het inburgeringsdiploma van de Wet inburgering;
|
||||
• een certificaat Inburgering in het kader van de WIN, wanneer uiterlijk 31 december 2006 het WIN-traject is afgerond, en bijbehorende verklaring van het ROC waaruit blijkt dat een profieltoets met de uitkomst voor de onderdelen 'luisteren' en 'spreken' niveau NT2-2 is behaald, voor de onderdelen 'lezen' en 'schrijven' niveau NT2-1 en voor het onderdeel Maatschappij Oriëntatie niveau 2 of 80% als die toets is afgelegd na 31 augustus 2001 respectievelijk 85% als de toets voor 1 september 2001 is afgelegd (de vreemdeling is oudkomer);
|
||||
• een certificaat Inburgering in het kader van de WIN, wanneer het WIN-traject doorliep in 2007 of 2008, en bijbehorende verklaring van het ROC waaruit blijkt dat voor de onderdelen 'luisteren', 'spreken', ‘lezen' en ‘schrijven' tenminste niveau NT2-2 is behaald en voor het onderdeel Maatschappij Oriëntatie niveau 2 of 80% als die toets is afgelegd na 31 augustus 2001 respectievelijk 85% als de toets voor 1 september 2001 is afgelegd (de vreemdeling is nieuwkomer);
|
||||
• een certificaat Inburgering in het kader van de WIN, wanneer het WIN-traject doorliep in 2007 of 2008, en bijbehorende verklaring van het ROC waaruit blijkt dat voor de onderdelen 'luisteren', 'spreken', ‘lezen' en ‘schrijven' tenminste niveau NT2-2 is behaald en voor het onderdeel Maatschappij Oriëntatie niveau 2 of 80% als die toets is afgelegd na 31 augustus 2001 respectievelijk 85% als de toets voor 1 september 2001 is afgelegd (de vreemdeling is nieuwkomer);
|
||||
• een certificaat Oudkomers van de Regeling certificaat inburgering oudkomers, waaruit blijkt dat voor de onderdelen ‘luisteren’ en ‘spreken’ niveau NT2 2 is behaald en niveau NT2 1 voor de onderdelen ‘lezen ‘schrijven’;
|
||||
• het document korte vrijstellingstoets van de Wet inburgering (artikel 2.7, tweede lid, Besluit inburgering);
|
||||
• een beschikking van het college van B&W waarin staat dat de vaststelling van een inburgeringsprogramma op grond van de Wet inburgering nieuwkomers achterwege is gelaten omdat tijdens het inburgeringsonderzoek aannemelijk is geworden dat de nieuwkomer de kennis, het inzicht en de vaardigheden die hij door het deelnemen aan een inburgeringsprogramma zou kunnen verwerven, reeds in voldoende mate op andere wijze zou verwerven;
|
||||
• een beschikking van het college van B&W waarin staat dat de vaststelling van een inburgeringsprogramma op grond van de Wet inburgering nieuwkomers achterwege is gelaten omdat een toets als bedoeld in artikel 5, vierde lid, Wet inburgering nieuwkomers met goed gevolg is afgelegd; of
|
||||
• een bewijs waaruit blijkt dat de vreemdeling ingevolge artikel 4 Besluit Naturalisatietoets zoals dit gold op 1 april 2003 is of was ontheven van de verplichting om alle in dat artikel bedoelde toetsonderdelen af te leggen.
|
||||
• een bewijs waaruit blijkt dat de vreemdeling ingevolge artikel 4 Besluit Naturalisatietoets zoals dit gold op 1 april 2003 is of was ontheven van de verplichting om alle in dat artikel bedoelde toetsonderdelen af te leggen.
|
||||
|
||||
Andere bescheiden dan hier vermeld, leiden niet tot vrijstelling op deze grond. De thans geldende legalisatiecirculaire is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1242,7 +1257,7 @@ De vreemdeling met de Surinaamse nationaliteit is op grond van artikel 16, derde
|
|||
Conform artikel 3.13 VV dienen daartoe de volgende bescheiden te worden overgelegd:
|
||||
|
||||
a. een schooldiploma of getuigschrift behaald in Suriname voor 25 november 1975 waaruit blijkt dat tenminste de lagere school in de Nederlandse taal is afgerond en een verklaring van het Centraal Bureau Burgerzaken voorzien van een apostille waaruit blijkt dat de vreemdeling ten tijde van afronding van deze school woonachtig is geweest in Suriname;
|
||||
b. een door het Surinaamse Ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling afgegeven schooldiploma of getuigschrift, behaald in Suriname na 25 november 1975, waaruit blijkt dat tenminste de lagere school in de Nederlandse taal is afgerond, dan wel een verklaring van het Examenbureau van het Ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling waaruit dit blijkt. Het diploma, het getuigschrift of de verklaring dient te zijn voorzien van een apostille;
|
||||
b. een door het Surinaamse Ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling afgegeven schooldiploma of getuigschrift, behaald in Suriname na 25 november 1975, waaruit blijkt dat tenminste de lagere school in de Nederlandse taal is afgerond, dan wel een verklaring van het Examenbureau van het Ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling waaruit dit blijkt. Het diploma, het getuigschrift of de verklaring dient te zijn voorzien van een apostille;
|
||||
c. een in Nederland gehaald diploma hoger dan dat van het lager onderwijs;
|
||||
d. een historisch overzicht uit het Vestigingsregister te Den Haag waaruit blijkt dat de vreemdeling ten tijde van de afronding van de lagere school, op de leeftijd van elf, twaalf of dertien jaar, woonachtig is geweest in Nederland; of
|
||||
e. een uittreksel uit de GBA waaruit blijkt dat de vreemdeling ten tijde van de afronding van de lagere school, op de leeftijd van elf, twaalf of dertien jaar, woonachtig is geweest in Nederland.
|
||||
|
|
@ -2628,20 +2643,20 @@ In het geval wel leges verschuldigd zijn en de leges ter zake van de afdoening v
|
|||
|
||||
##### 9.6.4. Restitutie van leges
|
||||
|
||||
Restitutie is slechts in uitzonderingsgevallen mogelijk, zoals in het geval van een te hoog legesbedrag, een formele vrijstellingsgrond, een aanvraag tijdens vreemdelingenbewaring, een buiten behandelingstelling op grond van het mvv-vereiste, of een anderszins onverschuldigde betaling (bijvoorbeeld een tweede betaling voor dezelfde aanvraag).
|
||||
Restitutie is slechts in uitzonderingsgevallen mogelijk, zoals in het geval van het betalen van een te hoog legesbedrag, een formele vrijstellingsgrond, of een anderszins onverschuldigde betaling (bijvoorbeeld een tweede betaling voor dezelfde aanvraag).
|
||||
|
||||
Financiële draagkracht speelt bij de legesverplichting geen rol. Ontwikkelingen na de indiening van de aanvraag (waaronder dus een negatieve beslissing, een buiten behandelingstelling, of een intrekking van de aanvraag) leiden niet tot restitutie.
|
||||
Het verzoek om restitutie, waaronder ook wordt verstaan een bezwaar tegen de hoogte van de leges, moet worden ingediend binnen het kader van een lopende verblijfsrechtelijke procedure. Als het verzoek om restitutie wordt ingediend nadat de termijn waarbinnen rechtsmiddelen kunnen worden ingediend tegen een beschikking is verlopen, dan is er sprake van een verzoek om heroverweging om terug te komen van een in rechte onaantastbaar geworden besluit. Het verzoek om restitutie wordt, behoudens nova, afgewezen op grond van artikel 4:6 Awb.
|
||||
|
||||
Financiële draagkracht speelt bij de legesverplichting geen rol. Ontwikkelingen na de indiening van de aanvraag (waaronder dus een negatieve beslissing, een buiten behandelingstelling anders dan in verband met het niet betalen van de leges, of een intrekking van de aanvraag) leiden niet tot restitutie.
|
||||
|
||||
Het naast elkaar indienen van twee aanvragen (zoals tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd en om naturalisatie) leidt ook niet tot recht op restitutie van leges bij het eerste zodra het tweede wordt verleend.
|
||||
|
||||
Een verzoek om restitutie moet worden ingediend bij (een vast aanspreekpunt van) het betreffende kantoor van de IND. Het verzoek dient gemotiveerd te zijn en bevat de volledige personalia en het bank- of gironummer van de vreemdeling.
|
||||
Een verzoek om restitutie moet worden ingediend bij de IND. Het verzoek dient gemotiveerd te zijn en bevat de volledige personalia en het bank- of gironummer van de vreemdeling.
|
||||
|
||||
Indien wordt besloten niet te restitueren, bestaat de mogelijkheid om tegen die beslissing een bezwaarschrift in te dienen.
|
||||
Indien wordt besloten niet te restitueren, bestaat de mogelijkheid om tegen die beslissing rechtsmiddelen aan te wenden.
|
||||
|
||||
Overigens zal, gelet op het strikte karakter van de legesbepalingen, in veel gevallen het bezwaarschrift met toepassing van artikel 7:3 onder b Awb zonder horen kunnen worden afgedaan.
|
||||
|
||||
Indien tot restitutie is besloten, worden de relevante stukken (restitutieverzoek plus volledig ingevuld informatieformulier met bijlagen) met een bijbehorend betalingsverzoek doorgezonden naar het hoofdkantoor van de IND.
|
||||
|
||||
#### 9.7. De behandeling van de aanvraag
|
||||
|
||||
##### 9.7.1. Herstel verzuim
|
||||
|
|
@ -5126,10 +5141,10 @@ De meerderjarige oud-Nederlander die buiten Nederland is geboren en die woont in
|
|||
|
||||
De verblijfsvergunning kan worden verleend indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:
|
||||
|
||||
– de vreemdeling is meerderjarig;
|
||||
– de vreemdeling woont in een ander land dan dat waarvan hij onderdaan is;
|
||||
– de vreemdeling dient als Nederlander of als Nederlands onderdaan hier te lande of op de Nederlandse Antillen of Aruba minstens de helft van het basisonderwijs te hebben gevolgd of gedurende de minderjarigheid een opleiding te hebben gevolgd, die meer dan destijds gebruikelijk was, op Nederland zelf was gericht dan wel door andere omstandigheden, zoals opvoeding, maatschappelijke positie en/of dienstbetrekking (zie bijvoorbeeld KNIL-militairen met pensioen en ambtenaren in Nederlandse dienst), nauwe banden met Nederland te hebben verkregen; en
|
||||
– er is voldaan aan de algemene toelatingsvoorwaarden van artikel 16 Vw (zie B1).
|
||||
• de vreemdeling is meerderjarig;
|
||||
• de vreemdeling woont in een ander land dan dat waarvan hij onderdaan is;
|
||||
• de vreemdeling dient als Nederlander of als Nederlands onderdaan hier te lande of op Curaçao, Sint Maarten of in Caribisch Nederland minstens de helft van het basisonderwijs te hebben gevolgd of gedurende de minderjarigheid een opleiding te hebben gevolgd, die meer dan destijds gebruikelijk was, op Nederland zelf was gericht dan wel door andere omstandigheden, zoals opvoeding, maatschappelijke positie en/of dienstbetrekking (zie bijvoorbeeld KNIL-militairen met pensioen en ambtenaren in Nederlandse dienst), nauwe banden met Nederland te hebben verkregen; en
|
||||
• er is voldaan aan de algemene toelatingsvoorwaarden van artikel 16 Vw (zie B1).
|
||||
|
||||
###### 2.2.2.2. Bij de aanvraag over te leggen bescheiden
|
||||
|
||||
|
|
@ -6504,9 +6519,9 @@ Het is voorts aan vreemdelingen die hier te lande voor studiedoeleinden zijn toe
|
|||
|
||||
### 6. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschriften
|
||||
|
||||
De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking: ‘Studie aan (naam onderwijsinstelling) te (plaatsnaam)’; de arbeidsmarktaantekening luidt: ‘arbeid niet toegestaan met uitzondering van arbeid van bijkomende aard; TWV vereist’.
|
||||
De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking: ‘Studie aan (naam onderwijsinstelling) te (plaatsnaam)’; de arbeidsmarktaantekening luidt: Arbeid uitsluitend toegestaan mits werkgever beschikt over TWV.
|
||||
|
||||
De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking ‘Aanvullend(e) examen(s) met het oog op studie aan (naam onderwijsinstelling) te (plaatsnaam)’; de arbeidsmarktaantekening luidt: ‘arbeid niet toegestaan met uitzondering van arbeid van bijkomende aard; TWV vereist’.
|
||||
De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking ‘Aanvullend(e) examen(s) met het oog op studie aan (naam onderwijsinstelling) te (plaatsnaam)’; de arbeidsmarktaantekening luidt: Arbeid uitsluitend toegestaan mits werkgever beschikt over TWV.
|
||||
|
||||
Aan de afgifte van de verblijfsvergunning wordt het voorschrift verbonden van het sluiten van een voldoende ziektekostenverzekering, met inbegrip van de kosten die zijn verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of een psychiatrische inrichting.
|
||||
|
||||
|
|
@ -7633,7 +7648,8 @@ De kring van familieleden die aan de richtlijn het (accessoire) recht op vrij ve
|
|||
De richtlijn bepaalt voorts dat binnenkomst en verblijf worden vergemakkelijkt voor de volgende categorieën van personen:
|
||||
|
||||
• andere familieleden dan bedoeld in artikel 8.7, tweede lid, Vb, die in het land van herkomst ten laste zijn van, of inwonen bij degene die het verblijfsrecht in eerste instantie geniet, of die vanwege ernstige gezondheidsredenen een persoonlijke verzorging strikt behoeven door degene die het verblijfsrecht in eerste instantie geniet;
|
||||
• de ongehuwde partner, niet zijnde een geregistreerd partner, die een deugdelijk bewezen duurzame relatie heeft met de EU/EER-onderdaan of onderdaan van Zwitserland, en de rechtstreekse bloedverwant in de neergaande lijn van een zodanige partner, voor zover die bloedverwant jonger is dan 18 jaar en die partner vergezelt of zich bij die partner voegt (zie artikel 8.7, vierde lid, Vb). De duurzame relatie zal in ieder geval worden aangenomen indien met deugdelijk bewijs kan worden aangetoond dat de ongehuwde partner en de EU/EER- onderdaan of onderdaan van Zwitserland, die gebruik maakt van zijn recht op vrij verkeer, reeds gedurende een termijn van zes maanden een gezamenlijke huishouding voeren dan wel (recentelijk) hebben gevoerd of indien uit de relatie een kind is geboren. Om aan te tonen dat sprake is of is geweest van het voeren van een gezamenlijke huishouding, oftewel samenwoning, buiten Nederland valt te denken aan het overleggen van een bewijs van inschrijving in een gemeentelijke administratie, huurcontracten of afschriften van rekeningen op beider naam. Als bewijs om aan te tonen dat de ongehuwde partners in Nederland samenwonen dan wel (recentelijk) hebben samengewoond wordt een inschrijving in de GBA op hetzelfde adres verlangd. Om aan tonen dat uit de relatie een kind is geboren dient een geboorteakte te worden overgelegd.
|
||||
|
||||
de ongehuwde partner, niet zijnde een geregistreerd partner, die een deugdelijk bewezen duurzame relatie heeft met de EU/EER-onderdaan of onderdaan van Zwitserland, en de rechtstreekse bloedverwant in de neergaande lijn van een zodanige partner, voor zover die bloedverwant jonger is dan 18 jaar en die partner vergezelt of zich bij die partner voegt (zie artikel 8.7, vierde lid, Vb). De duurzame relatie zal in ieder geval worden aangenomen indien met deugdelijk bewijs kan worden aangetoond dat de ongehuwde partner en de EU/EER- onderdaan of onderdaan van Zwitserland, die gebruik maakt van zijn recht op vrij verkeer, reeds gedurende een termijn van zes maanden een gezamenlijke huishouding voeren dan wel (recentelijk) hebben gevoerd of indien uit de relatie een kind is geboren. Om aan te tonen dat sprake is of is geweest van het voeren van een gezamenlijke huishouding, oftewel samenwoning, valt te denken aan het overleggen van een bewijs van inschrijving in een gemeentelijke basisadministratie, huurcontracten of anderszins aanzienlijke en langlopende juridische/financiële verbintenissen die gezamenlijk zijn aangegaan zoals een hypotheek voor de aankoop van een huis en afschriften van rekeningen op beider naam gedurende die termijn van zes maanden. Om aan tonen dat uit de relatie een kind is geboren dient een geboorteakte te worden overgelegd.
|
||||
|
||||
In alle gevallen dient het om een (nog immer) bestaande relatie te gaan.
|
||||
|
||||
|
|
@ -7933,37 +7949,38 @@ Indien een student niet meer is ingeschreven bij een erkende onderwijsinstelling
|
|||
|
||||
#### 4.3. Beroep op de publieke middelen
|
||||
|
||||
Indien de EU/EER-onderdaan of Zwitserse onderdaan een (aanvullend) beroep doet op de publieke middelen, kan dat tot gevolg hebben dat zijn rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8, aanhef en onder e, Vw vervalt, tenzij de betrokkene inmiddels het duurzame verblijfsrecht heeft verkregen (na vijf jaren ononderbroken rechtmatig verblijf en soms ook eerder).
|
||||
Indien de EU/EER-onderdaan of Zwitserse onderdaan een (aanvullend) beroep doet op de publieke middelen, kan dat tot gevolg hebben dat zijn rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8, aanhef en onder e, Vw vervalt, tenzij de betrokkene inmiddels het duurzame verblijfsrecht heeft verkregen (na vijf jaren ononderbroken rechtmatig verblijf en soms ook eerder). Onder een beroep op de publieke middelen wordt eveneens begrepen een beroep op de maatschappelijke opvang,
|
||||
|
||||
In voorkomende gevallen wordt beoordeeld of de betrokkene een onredelijke last vormt voor de publieke middelen van Nederland. De in dit verband eventueel toe te passen sanctie (verblijfsbeëindiging) moet voorts worden getoetst aan het evenredigheidsbeginsel. Het gaat daarbij om evenredigheid tussen het beroep dat op de publieke middelen wordt gedaan, en de middelen die het gastland inzet (verblijfsbeëindiging). Er is, met andere woorden, een belangenafweging vereist.
|
||||
In voorkomende gevallen wordt beoordeeld of de betrokkene een onredelijke last vormt voor de publieke middelen van Nederland. De in dit verband toe te passen verblijfsbeëindiging moet voorts worden getoetst aan het evenredigheidsbeginsel. Het gaat daarbij om evenredigheid tussen het beroep dat op de publieke middelen wordt gedaan, en de middelen die het gastland inzet (verblijfsbeëindiging). Er is, met andere woorden, een belangenafweging vereist.
|
||||
|
||||
Indien betrokkene een (aanvullend) beroep doet op een uitkering voor het levensonderhoud (zoals bijstand) in het eerste jaar van verblijf, vormt betrokkene als regel een onredelijke last in de bovenbedoelde zin en is verblijfsbeëindiging in het algemeen een evenredig middel.
|
||||
Tenzij persoonlijke omstandigheden zich hiertegen verzetten, beëindigt de IND in aanvulling op artikel 8.16 Vb het verblijf bij een beroep op de algemene middelen als de burger van de Unie:
|
||||
|
||||
In het tweede jaar van verblijf wordt een eerste, meer dan aanvullend, beroep op een dergelijke uitkering als regel een onredelijke last geacht, indien het beroep daarop drie maanden of langer voortduurt. Hetzelfde geldt voor een aanvullend beroep gedurende zes maanden of meer.
|
||||
• De eerste twee jaar van dat verblijf een - al dan niet aanvullend - beroep doet op een uitkering in het kader van de Wwb of de eerste twee jaar van dat verblijf gedurende ten minste 8 nachten in totaal een beroep doet op maatschappelijke opvang (in de vorm van nachtverblijf);
|
||||
• Het derde jaar van dat verblijf twee maanden of langer een eerste, meer dan aanvullend beroep doet op de Wwb of gedurende drie maanden of meer een aanvullend beroep doet op de Wwb of in het derde jaar van dat verblijf gedurende ten minste 16 nachten een beroep doet op maatschappelijke opvang (in de vorm van nachtverblijf). Een combinatie van beroep op bovengenoemde uitkering en beroep op maatschappelijke opvang die tezamen in financiële zin vergelijkbaar is met een beroep op bovengenoemde uitkering of een beroep op 16 of meer nachten in de maatschappelijke opvang wordt eveneens als regel een onredelijke last geacht;
|
||||
• in het vierde jaar van dat verblijf vier maanden of langer een eerste, meer dan aanvullend beroep doet op de Wwb of gedurende zes maanden of meer een aanvullend beroep doet op de Wwb of in het vierde jaar van dat verblijf gedurende ten minste 32 nachten een beroep doet op maatschappelijke opvang (in de vorm van nachtverblijf). Een combinatie van beroep op bovengenoemde uitkering en beroep op maatschappelijke opvang die tezamen in financiële zin vergelijkbaar is met een beroep op bovengenoemde uitkering of een beroep op 32 of meer nachten in de maatschappelijke opvang wordt eveneens als regel een onredelijke last geacht;
|
||||
• in het vijfde jaar van dat verblijf zes maanden of langer een eerste, meer dan aanvullend beroep doet op de Wwb of gedurende negen maanden of meer een aanvullend beroep doet op de Wwb of in het vijfde jaar van dat verblijf gedurende ten minste 64 nachten een beroep doet op maatschappelijke opvang (in de vorm van nachtverblijf). Een combinatie van beroep op bovengenoemde uitkering en beroep op maatschappelijke opvang die tezamen in financiële zin vergelijkbaar is met een beroep op bovengenoemde uitkering of een beroep op 64 of meer nachten in de maatschappelijke opvang wordt eveneens als regel een onredelijke last geacht;
|
||||
• in achtereenvolgende jaren van verblijf of binnen een jaar meermalen een beroep doet op een uitkering in het kader van de Wwb of in achtereenvolgende jaren van verblijf meermalen gedurende ten minste 8 nachten een beroep doet op maatschappelijke opvang (in de vorm van nachtverblijf) of een combinatie van beroep op bovengenoemde uitkering en beroep op maatschappelijke opvang doet; of
|
||||
• binnen drie jaren van verblijf vijftien maanden of meer een aanvullend beroep doet op een uitkering in het kader van de Wwb.
|
||||
|
||||
In het derde jaar van verblijf wordt een dergelijk eerste, meer dan aanvullend, beroep als regel onredelijk geacht, indien het zes maanden of meer voortduurt. Hetzelfde geldt voor een aanvullend beroep gedurende negen maanden of meer.
|
||||
De volgende persoonlijke omstandigheden worden in ieder geval betrokken bij de belangenafweging in het kader van de evenredigheidstoets:
|
||||
|
||||
In het vierde jaar van verblijf wordt een dergelijk eerste, meer dan aanvullend, beroep als regel onredelijk geacht, indien het negen maanden of meer voortduurt.
|
||||
|
||||
Hetzelfde geldt voor een aanvullend beroep gedurende twaalf maanden of meer. Indien betrokkene in meer achtereenvolgende jaren van verblijf of binnen een jaar meermalen een beroep doet op een zodanige uitkering, vormt hij daardoor als regel een onredelijke last en is verblijfsbeëindiging in het algemeen een evenredig middel.
|
||||
|
||||
Indien betrokkene een aanvullend beroep terzake doet van achttien maanden of meer in totaal, binnen drie jaren van verblijf, is verblijfsbeëindiging in het algemeen eveneens een evenredig middel.
|
||||
|
||||
Onder aanvullend beroep op de bijstand wordt in dit verband verstaan een beroep ter hoogte van minder dan 50% van de toepasselijke bijstandsnorm ingevolge de Wwb.
|
||||
|
||||
Bij de in dit kader vereiste belangenafweging wordt – naast de vorenbedoelde duur van het verblijf, de duur, de frequentie en de omvang van het beroep dat op de middelen van de lidstaat wordt gedaan – betrokken de reden waarom de betrokkene tijdelijk dan wel permanent niet in staat is in zijn levensonderhoud te voorzien, alsmede de banden die betrokkene nog heeft met zijn land van herkomst, alsmede diens gezinssituatie en diens medische situatie.
|
||||
• de reden waarom de betrokkene niet in staat is in zijn levensonderhoud te voorzien en of deze reden van tijdelijke dan wel permanente aard is;
|
||||
• de banden die betrokkene nog heeft met zijn land van herkomst;
|
||||
• de gezinssituatie;
|
||||
• de medische situatie (gezondheidstoestand);
|
||||
• Leeftijd;
|
||||
• Overige beroepen op (sociale) voorzieningen;
|
||||
• De mate van sociale zekerheidspremies die eerder zijn betaald;
|
||||
• De mate van integratie in Nederland van de unieburger en zijn familieleden;
|
||||
• Nabije toekomstverwachting of de EU-burger nog bijstand nodig zal hebben.
|
||||
|
||||
Het is aan de betrokken burger van de Unie, als daartoe meest gerede partij en gegeven zijn beroep op een uitkering ten behoeve van het levensonderhoud, om relevante gegevens en bescheiden ter zake te verstrekken.
|
||||
|
||||
Indien door de IND is vastgesteld dat betrokkene een onredelijke last vormt voor de Nederlandse publieke middelen en verblijfsbeëindiging een evenredig middel is, wordt het verblijfsrecht beëindigd.
|
||||
|
||||
Het vorenstaande laat overigens onverlet dat een lidstaat niet verplicht is binnen de periode van verblijf op grond van artikel 8.11 Vb (verblijf tot maximaal drie maanden) een uitkering ten behoeve van het levensonderhoud te verstrekken die ten laste van de publieke middelen komt.
|
||||
|
||||
Het verschil met de (andere) economisch niet-actieven, die als regel langere tijd of permanent in Nederland beogen te verblijven, is dat verblijf voor studiedoeleinden van deze categorie studenten per definitie tijdelijk van aard is, omdat het beperkt is tot de duur van de opleiding (zaak C-424/98).
|
||||
|
||||
De lidstaten zijn niet verplicht om aan studenten die het verblijfsrecht genieten beurzen uit te betalen om in het levensonderhoud te voorzien (studiefinanciering voor het levensonderhoud). Deze regel is bevestigd in de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EG (zaak C-184/99 Grzelczyk).
|
||||
|
||||
Een beroep op studiefinanciering, of bijstand, voor het levensonderhoud kan – ook al wordt dat beroep niet gehonoreerd – betekenen dat niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden die aan het verblijfsrecht als student zijn verbonden, in welk geval het verblijf kan worden beëindigd.
|
||||
Een beroep op studiefinanciering, of bijstand, voor het levensonderhoud kan - ook al wordt dat beroep niet gehonoreerd - betekenen dat niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden die aan het verblijfsrecht als student zijn verbonden, in welk geval het verblijf kan worden beëindigd.
|
||||
|
||||
Verblijfsbeëindiging kan in deze gevallen echter niet het automatische gevolg zijn. In deze gevallen vindt een evenredigheidstoets plaats. N.B. Indien sprake is van vijf jaren ononderbroken rechtmatig verblijf, is het duurzame verblijfsrecht verkregen. Het feit dat de vreemdeling in die periode niet of niet langer aan de voorwaarden voldeed is in dat geval niet langer relevant.
|
||||
|
||||
|
|
@ -10040,9 +10057,9 @@ Echtgenoten en partners van kennismigranten krijgen op grond van artikel 3.57 Vb
|
|||
|
||||
Indien aan de voorwaarden van het bepaalde in dit hoofdstuk wordt voldaan, wordt aan de vreemdeling op grond van artikel 3.4, eerste lid, onder y, Vb een verblijfsvergunning verleend onder de beperking ‘verblijf als kennismigrant’.
|
||||
|
||||
Op het verblijfsdocument wordt de aantekening geplaatst: ‘TWV niet vereist. Andere arbeid niet toegestaan.
|
||||
Op het verblijfsdocument wordt de aantekening geplaatst: ‘Andere arbeid alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’.
|
||||
|
||||
De arbeidsmarktaantekening ‘TWV niet vereist. Andere arbeid niet toegestaan’ houdt in dat een vreemdeling, die in het bezit is van een verblijfsvergunning als kennismigrant, uitsluitend arbeid als kennismigrant mag verrichten.
|
||||
De arbeidsmarktaantekening ‘Andere arbeid alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’houdt in dat een vreemdeling, die in het bezit is van een verblijfsvergunning als kennismigrant, arbeid als kennismigrant mag verrichten. Voor andere arbeid is een TWV vereist.
|
||||
|
||||
In het geval de kennismigrant drie onafgebroken jaren in het bezit is geweest van een verblijfsvergunning als kennismigrant en hij daarna wijziging van de beperking in arbeid in loondienst aanvraagt, krijgt hij de arbeidsmarktaantekening ‘Arbeid vrij toegestaan; TWV niet vereist’.
|
||||
|
||||
|
|
@ -10931,12 +10948,20 @@ b. die een met een onderzoeksinstelling gesloten gastovereenkomst overlegt, waar
|
|||
3. wat de rechtsbetrekking en de arbeidsvoorwaarden van de vreemdeling zijn; en
|
||||
c. die een garantstelling van de onderzoeksinstelling overlegt.
|
||||
|
||||
Een vooraf erkende instelling die een onderzoeker wil uitnodigen dient met die onderzoeker een gastovereenkomst te sluiten (zie artikel 3.56a Vb, artikel 5 Richtlijn 2005/71 en artikel 6 Richtlijn 2005/71). Hierin verbindt de onderzoeker zich ertoe het onderzoeksproject uit te voeren, terwijl de instelling zich ertoe verplicht de onderzoeker voor dat doel als gast te ontvangen. Gelet op de Richtlijn 2005/71 is de gastovereenkomst vormvrij. Desgewenst kan bij de IND een voorbeeld gastovereenkomst verkregen worden.
|
||||
|
||||
Uit de gastovereenkomst dient in elk geval het volgende te blijken:
|
||||
|
||||
Het onderzoeksproject dient door de instelling te worden goedgekeurd, waarbij getoetst wordt aan het doel en de duur van het onderzoek inclusief de benodigde financiële middelen.
|
||||
|
||||
Er dient een door een notaris of gemeente gewaarmerkte kopie van het vereiste diploma te worden toegevoegd. Voor de beoordeling of de vreemdeling beschikt over een passend diploma wordt aangesloten bij het oordeel van de onderzoeksinstelling.
|
||||
|
||||
Het begrip arbeidsvoorwaarden ziet in dit geval niet noodzakelijkerwijs op een dienstverband maar ook op de aard van de rechtsbetrekking waarin is vastgelegd wat de onderzoeksinstelling de onderzoeker aan faciliteiten biedt en wat van de onderzoeker verwacht wordt.
|
||||
|
||||
Hierbij is van belang dat lesgeven wordt gezien als een onlosmakelijk deel van de werkzaamheden van een onderzoeker, en het verrichten van onderzoek niet van bijkomende aard is, maar het hoofddoel.
|
||||
|
||||
Naast de beleidsregels in deze paragraaf zijn ook de beleidsregels met betrekking tot de algemene voorwaarden van artikel 16 Vw van toepassing (zie B1/4).
|
||||
|
||||
#### 3.1. Middelen van bestaan
|
||||
|
||||
Daarnaast worden in aanvulling op de inkomstenbronnen genoemd in B1/4.3.1, ten aanzien van onderzoekers, tevens aangemerkt als zelfstandig verworven bestaansmiddel de inkomsten uit arbeid in loondienst of arbeid als zelfstandige, gewoonlijk buiten Nederland verricht.
|
||||
|
|
@ -10955,9 +10980,9 @@ Ingevolge artikel 3.68 Vb kan, in afwijking van artikel 3.57 Vb de verblijfsverg
|
|||
|
||||
### 5. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschriften
|
||||
|
||||
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt, mits ook aan de algemene voorwaarden voor verlening van een verblijfsvergunning wordt voldaan, verleend onder de beperking ‘verblijf als onderzoeker in de zin van Richtlijn 2005/71/EG ’.
|
||||
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt, mits ook aan de algemene voorwaarden voor verlening van een verblijfsvergunning wordt voldaan, verleend onder de beperking ‘verblijf als onderzoeker in de zin van Richtlijn 2005/71/EG’.
|
||||
|
||||
Bij de verlening wordt de arbeidsmarktaantekening gesteld ‘‘TWV niet vereist. Andere arbeid niet toegestaan’. Hierbij is van belang dat lesgeven wordt gezien als een onlosmakelijk deel van de werkzaamheden van een onderzoeker, mits het verrichten van onderzoek niet van bijkomende aard is.
|
||||
Bij de verlening wordt de arbeidsmarktaantekening gesteld ‘Andere arbeid alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’.
|
||||
|
||||
Aan de gezinsleden van de onderzoeker wordt de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verleend onder de beperking ‘verblijf bij (naam onderzoeker)’. Bij de verlening aan de gezinsleden wordt de arbeidsmarktaantekening gesteld ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist.
|
||||
|
||||
|
|
@ -11476,7 +11501,7 @@ De verblijfsvergunning van de gezinsleden wordt op grond van artikel 3.59c, twee
|
|||
|
||||
De verblijfsvergunning wordt verleend op grond van artikel 3.4, eerste lid onder cc, Vb onder de beperking ‘houder van een Europese blauwe kaart’. Het verblijfsrecht wordt met toepassing van artikel 3.5, derde lid, Vb aangemerkt als een niet-tijdelijk verblijfsrecht.
|
||||
|
||||
Op het verblijfsdocument wordt de aantekening geplaatst: ‘TWV niet vereist. Andere arbeid niet toegestaan. Een beroep op publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht’.
|
||||
Op het verblijfsdocument wordt de aantekening geplaatst: ‘Andere arbeid alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV. Een beroep op publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht’.
|
||||
|
||||
De verblijfsvergunning voor de echtgeno(o)t(e) of (geregistreerd) partner wordt verleend onder de beperking ‘verblijf bij echtgeno(o)t(e)/(geregistreerd)partner/ (naam). Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue