2020-04-01 | BWBR0017613 | Rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid

This commit is contained in:
Coornhert 2020-04-01 12:00:00 +00:00
parent 3ffb5374f7
commit de064fe326

View file

@ -48,7 +48,7 @@ c. een optreden van de krijgsmacht of een onderdeel daarvan:
1°. in een situatie van oorlog of gewapend conflict;
2°. tijdens een operatie ter handhaving of bevordering van de internationale rechtsorde;
3°. op grond van de Politiewet 1993, de Rijkswet politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba of de Veiligheidswet BES;
3°. op grond van de Politiewet 2012, de Rijkswet politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba of de Veiligheidswet BES;
4°. in het kader van het verlenen van bijstand ingevolge de Aanwijzingen inzake de inzet van de krijgsmacht in Aruba, Curaçao en Sint Maarten.
**3.** Met een Nederlands luchtvaartuig wordt gelijkgesteld een luchtvaartuig dat door een in Nederland gevestigde natuurlijke persoon, rechtspersoon met of zonder winstoogmerk of overheidslichaam met of zonder rechtspersoonlijkheid wordt geëxploiteerd.
@ -495,7 +495,7 @@ Indien de raad beslist tot het houden van een zitting, kan hij bepalen dat degen
**4.** Het proces-verbaal van niet-verschijning levert, behoudens tegenbewijs, volledig bewijs op van hetgeen daarin staat vermeld.
**5.** De voorzitter van de raad kan de officier van justitie bij de arrondissementsrechtbank binnen welker rechtsgebied de raad zitting houdt, verzoeken de getuige of deskundige bij niet verschijnen ter zitting van de raad te dagvaarden en daarbij te voegen een bevel tot medebrenging.
**5.** De voorzitter van de raad kan de officier van justitie in het arrondissement waarin de rechtbank is gelegen waar de raad zitting houdt, verzoeken de getuige of deskundige bij niet verschijnen ter zitting van de raad te dagvaarden en daarbij te voegen een bevel tot medebrenging.
**6.** De natuurlijke personen, bedoeld in artikel 48, tweede lid, onderdeel a, alsmede vertegenwoordigers van de daar bedoelde rechtspersonen of bestuursorganen, hebben het recht op hun verzoek als getuigen ter zitting te worden gehoord indien zij niet door de raad zijn opgeroepen.