diff --git a/wet/wet-belastingen-op-milieugrondslag/BWBR0007168/README.md b/wet/wet-belastingen-op-milieugrondslag/BWBR0007168/README.md index 851c60997ad..e39a6e29430 100644 --- a/wet/wet-belastingen-op-milieugrondslag/BWBR0007168/README.md +++ b/wet/wet-belastingen-op-milieugrondslag/BWBR0007168/README.md @@ -26,11 +26,10 @@ c. een energiebelasting. Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: -a. Onze Minister: Onze Minister van Financiën; -b. vervallen; -c. GN-code: een code als bedoeld in verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PbEG L 256), zoals deze luidt op 1 januari 2002. +a. *Onze Minister:* Onze Minister van Financiën; +b. *GN-code:* de code, bedoeld in Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PbEG 1987, L 256), zoals deze luidde op 19 oktober 1992 onderscheidenlijk, indien het minerale oliën betreft, op 1 januari 2002. -**2.** Bij regeling van Onze Minister kunnen de GN-codes, genoemd in artikel 32, onderdeel a, en artikel 47, eerste lid, onderdelen m en n, worden aangepast indien de overeenkomstige GN-codes zoals opgenomen in de richtlijn nr. 2003/96/EG van de Raad van de Europese Unie van 27 oktober 2003 tot herstructurering van de communautaire regeling voor de belasting van energieproducten en elektriciteit (PbEU L 283), in overeenstemming met artikel 2, lid vijf, van die richtlijn zijn aangepast. In dat geval kan bij regeling van Onze Minister eveneens de datum in het eerste lid, onderdeel c, worden vervangen door de datum van de versie van de in dat onderdeel bedoelde verordening die aan de wijziging van de GN-codes ten grondslag heeft gelegen. +**2.** Bij regeling van Onze Minister kunnen de GN-codes, genoemd in deze wet en de daarop berustende bepalingen worden aangepast indien de overeenkomstige GN-codes zoals opgenomen in Richtlijn 2003/96/EG van de Raad van 27 oktober 2003 tot herstructurering van de communautaire regeling voor de belasting van energieproducten en elektriciteit (PbEU 2003, L 283), in overeenstemming met artikel 2, vijfde lid, van die richtlijn zijn aangepast. In dat geval kan bij regeling van Onze Minister eveneens de laatstgenoemde datum in het eerste lid, onderdeel b, worden vervangen door de datum van de versie van de in dat onderdeel bedoelde verordening die aan de wijziging van de GN-codes ten grondslag heeft gelegen. ## Hoofdstuk II. Grondwaterbelasting @@ -149,7 +148,7 @@ c. in overige gevallen op het tijdstip waarop de levering plaatsvindt. ### Artikel 18 -Het tarief bedraagt € 0,165 per kubieke meter leidingwater. +Het tarief bedraagt € 0,330 per kubieke meter leidingwater. ### Afdeling 5. Vrijstellingen @@ -252,8 +251,8 @@ d. vervaardigen van kolen: elk handelen waarbij of waardoor kolen ontstaan; e. inrichting: iedere plaats waar op grond van de bepalingen van dit hoofdstuk kolen onder schorsing van belasting mogen worden vervaardigd, mogen worden verwerkt, voorhanden mogen zijn, mogen worden ontvangen en mogen worden verzonden; f. plaats voor tijdelijke opslag: plaats die als zodanig is goedgekeurd krachtens artikel 51, eerste lid, van het Communautair douanewetboek; g. lidstaat: lidstaat van de Europese Unie; -h. derde land: elke staat of elk grondgebied waarop het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap niet van toepassing is; -i. communautaire douaneregeling: de communautaire regelingen met betrekking tot douanevervoer, entrepots, actieve veredeling, behandeling onder douanetoezicht, tijdelijke invoer, passieve veredeling en uitvoer naar een derde land (wederuitvoer daaronder begrepen); +h. derde land: elke staat of elk grondgebied waarop het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie niet van toepassing is; +i. EU-douaneregeling: de EU-regelingen met betrekking tot douanevervoer, entrepots, actieve veredeling, behandeling onder douanetoezicht, tijdelijke invoer, passieve veredeling en uitvoer naar een derde land (wederuitvoer daaronder begrepen); j. schorsing van belasting: stelsel waarin van kolen die worden vervaardigd, worden verwerkt, voorhanden zijn of worden vervoerd, op grond van de bepalingen van deze wet de belasting nog niet is geheven; k. ondernemer: ondernemer in de zin van artikel 7 van de Wet op de omzetbelasting 1968; l. uitslag: brengen van kolen buiten een plaats die voor kolen als inrichting is aangewezen; @@ -305,19 +304,19 @@ c. een derde land. Als invoer wordt mede aangemerkt: -a. het in Nederland beëindigen van een communautaire douaneregeling waaronder kolen zijn geplaatst, anders dan door plaatsing onder een andere communautaire douaneregeling; -b. het in Nederland onttrekken van kolen aan een communautaire douaneregeling; -c. het eigen gebruik als brandstof in Nederland van kolen die onder een communautaire douaneregeling zijn geplaatst of binnen een plaats voor tijdelijke opslag. +a. het in Nederland beëindigen van een EU-douaneregeling waaronder kolen zijn geplaatst, anders dan door plaatsing onder een andere EU-douaneregeling; +b. het in Nederland onttrekken van kolen aan een EU-douaneregeling; +c. het eigen gebruik als brandstof in Nederland van kolen die onder een EU-douaneregeling zijn geplaatst of binnen een plaats voor tijdelijke opslag. **2.** Als invoer wordt niet aangemerkt het, met inachtneming van bij op voordracht van Onze Minister vast te stellen algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden: a. brengen van kolen vanuit een derde land naar een inrichting of naar een plaats voor tijdelijke opslag; -b. in Nederland plaatsen onder een communautaire douaneregeling van vanuit een derde land binnengebrachte kolen; -c. brengen van kolen die zijn geplaatst onder een communautaire douaneregeling naar een inrichting; +b. in Nederland plaatsen onder een EU-douaneregeling van vanuit een derde land binnengebrachte kolen; +c. brengen van kolen die zijn geplaatst onder een EU-douaneregeling naar een inrichting; d. brengen van kolen vanuit een plaats voor tijdelijke opslag naar een inrichting; -e. onder ambtelijk toezicht vernietigen van kolen die onder een communautaire douaneregeling zijn geplaatst. +e. onder ambtelijk toezicht vernietigen van kolen die onder een EU-douaneregeling zijn geplaatst. **3.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel. @@ -367,7 +366,7 @@ b. tussenpersoon die de kolen niet zelf in opslag neemt. ### Artikel 41 -Ter zake van de belasting bij invoer zijn de wettelijke bepalingen, bedoeld in artikel 1:1, eerste en tweede lid, van de Algemene Douanewet, met uitzondering van artikel 868 van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek, van overeenkomstige toepassing. +Ter zake van de belasting bij invoer zijn de wettelijke bepalingen, bedoeld in artikel 1:1, eerste en tweede lid, van de Algemene douanewet, met uitzondering van artikel 868 van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek, van overeenkomstige toepassing. ### Afdeling 3. Maatstaf van heffing @@ -379,7 +378,7 @@ De belasting wordt berekend over het gewicht van de kolen, uitgedrukt in kilogra ### Artikel 43 -Het tarief bedraagt per 1000 kilogram kolen € 14,03. +Het tarief bedraagt per 1000 kilogram kolen € 14,27. ### Afdeling 5. Vrijstellingen @@ -425,7 +424,7 @@ a. het vervoer van kolen; b. het leveren van kolen; c. het voorhanden hebben van kolen buiten een inrichting. -**3.** Het tweede lid is niet van toepassing op kolen die zijn geplaatst onder een communautaire douaneregeling. +**3.** Het tweede lid is niet van toepassing op kolen die zijn geplaatst onder een EU-douaneregeling. **4.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel. @@ -439,7 +438,7 @@ c. het voorhanden hebben van kolen buiten een inrichting. Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: -a. motorrijtuig: hetgeen ingevolge artikel 27, vijfde lid, van de Wet op de accijns onder dit begrip wordt verstaan; +a. motorrijtuig: hetgeen ingevolge artikel 1a, eerste lid, onderdeel p, van de Wet op de accijns onder dit begrip wordt verstaan; b. elektriciteitsbeurs: beurs als bedoeld in artikel 86e van de Elektriciteitswet 1998; c. gasbeurs: beurs als bedoeld in artikel 66b van de Gaswet; d. verbruiksperiode: @@ -458,11 +457,16 @@ m. aardgas: producten van de GN-codes 2711 11 00 en 2711 21 00; n. elektriciteit: elektrische energie van de GN-code 2716; o. brandstof: stof – met inbegrip van alle daaraan toegevoegde stoffen – dienende voor verbranding met het doel de daarbij ontstane energie te benutten; p. energie-intensief bedrijf: een zakelijke eenheid als bedoeld in onderdeel t, waar de kosten van de aankoop van energieproducten en elektriciteit ten minste 3,0% van de productiewaarde uitmaken, of waar de verschuldigde energiebelasting en accijns op minerale oliën ten minste 0,5% van de toegevoegde waarde bedraagt; -q. kosten van de aankoop van energieproducten en elektriciteit, productiewaarde en toegevoegde waarde: hetgeen ingevolge artikel 17, eerste lid, onderdeel a, van richtlijn nr. 2003/96/EG van de Raad van de Europese Unie van 27 oktober 2003 tot herstructurering van de communautaire regeling voor de belasting van energieproducten en elektriciteit (PbEU L 283) onder deze begrippen wordt verstaan; +q. kosten van de aankoop van energieproducten en elektriciteit, productiewaarde en toegevoegde waarde: hetgeen ingevolge artikel 17, eerste lid, onderdeel a, van Richtlijn 2003/96/EG van de Raad van 27 oktober 2003 tot herstructurering van de communautaire regeling voor de belasting van energieproducten en elektriciteit (PbEU 2003, L 283) onder deze begrippen wordt verstaan; r. CNG: aardgas dat na compressie geschikt is voor de aanwending in motorrijtuigen; s. CNG-vulstation: een rechtstreeks op het distributienet van aardgas aangesloten inrichting waar uitsluitend aardgas wordt samengeperst tot CNG, dat wordt afgeleverd aan motorrijtuigen; t. zakelijk verbruik: verbruik door een zakelijke eenheid die zelfstandig, op ongeacht welke plaats, leveringen van goederen en diensten verricht, ongeacht het oogmerk of het resultaat van die economische activiteiten. Economische activiteiten omvatten alle werkzaamheden van een fabrikant, handelaar of verrichter van diensten, met inbegrip van de winning van delfstoffen, de landbouw en de uitoefening van vrije of daarmee gelijkgestelde beroepen. Rijks-, regionale en lokale overheden, alsmede andere publiekrechtelijke lichamen worden als zakelijke eenheid aangemerkt voor zover zij werkzaamheden of transacties verrichten die bij een behandeling als niet-zakelijke eenheid tot concurrentieverstoring van enige betekenis zouden leiden; -u. niet-zakelijk verbruik: verbruik anders dan het zakelijk verbruik, bedoeld in onderdeel t. +u. niet-zakelijk verbruik: verbruik anders dan het zakelijk verbruik, bedoeld in onderdeel t; +v. coöperatie: een coöperatie als bedoeld in artikel 53, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek; +w. vereniging van eigenaars: een vereniging van eigenaars als bedoeld in artikel 112, eerste lid, onderdeel e, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek; +x. productie-installatie: een productie-installatie als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel ah, van de Elektriciteitswet 1998, waarvan de aansluiting zich bevindt in een postcodegebied; +y. postcodesysteem: het postcodesysteem, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel j, van de Postwet 2009, dat wordt gebruikt door de verlener van de universele postdienst, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel g, van de Postwet 2009; +z. postcodegebied: een gebied waarbinnen de postcodes in het postcodesysteem beginnen met hetzelfde getal van vier cijfers. **2.** Bij regeling van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Infrastructuur en Milieu worden nadere regels gesteld met betrekking tot de inhoud van het begrip zuivere biomassa. @@ -494,7 +498,7 @@ Vervallen **1.** Met betrekking tot aardgas en elektriciteit wordt de belasting geheven ter zake van de levering via een aansluiting aan de verbruiker, alsmede ter zake van de levering van aardgas via een aansluiting aan een CNG-vulstation. -**2.** Indien de verbruiker, bedoeld in het eerste lid, via een aansluiting elektriciteit op het distributienet heeft ingevoed ter zake waarvan artikel 31c dan wel artikel 95c, derde lid, van de Elektriciteitswet 1998 wordt toegepast, is het eerste lid van toepassing op het positieve saldo van de via de aansluiting geleverde elektriciteit minus de via de aansluiting ingevoede elektriciteit. +**2.** Indien de verbruiker, bedoeld in het eerste lid, via een aansluiting elektriciteit op het distributienet heeft ingevoed ter zake waarvan artikel 31c, eerste en tweede lid, van de Elektriciteitswet 1998 wordt toegepast, is het eerste lid van toepassing op het positieve saldo van de via de aansluiting geleverde elektriciteit minus de via de aansluiting ingevoede elektriciteit. **3.** Indien een levering van aardgas of elektriciteit via een aansluiting wordt verricht aan een organisatorische eenheid die zich bezighoudt met het leveren van aardgas of elektriciteit dan wel aan een verbruiker die op zijn beurt het geleverde product geheel of gedeeltelijk via een aansluiting levert aan een verbruiker, wordt eerstgenoemde levering niet aangemerkt als een levering als bedoeld in het eerste lid. @@ -567,11 +571,12 @@ a. in gevallen waarin een voorschotnota wordt uitgereikt of, indien geen voorsch 1°. op het tijdstip waarop een voorschotnota wordt uitgereikt onderscheidenlijk een voorschotbedrag wordt ontvangen; alsmede 2°. op het tijdstip van de uitreiking van de eindfactuur over een verbruiksperiode, dan wel, bij toepassing van artikel 47, zesde lid, op de laatste dag van het aldaar bedoelde tijdvak van 18 maanden; -b. in andere gevallen op het tijdstip van de uitreiking van de factuur. +b. in gevallen waarin geen voorschotnota wordt uitgereikt of voorschotbedrag wordt ontvangen, maar wel een factuur wordt uitgereikt: op het tijdstip van de uitreiking van de factuur; +c. in overige gevallen: op het tijdstip waarop de levering plaatsvindt. **2.** Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, onder 1°, worden de hoeveelheden aardgas en elektriciteit, waarop de voorschotnota dan wel het voorschotbedrag is gebaseerd, aangemerkt als geleverde hoeveelheden. -**3.** In afwijking van het eerste lid wordt de belasting bij toepassing van artikel 50, vierde lid, verschuldigd op het tijdstip waarop het verbruik plaatsvindt. +**3.** In afwijking van het eerste lid wordt de belasting bij toepassing van artikel 50, vierde lid, verschuldigd op het tijdstip waarop het verbruik plaatsvindt. In geval van een levering op een directe lijn is, in afwijking van de eerste volzin, het eerste lid wel van toepassing. **4.** Indien de verrekening, bedoeld in artikel 47, eerste lid, onderdeel e, leidt tot een lager bedrag dan over de verbruiksperiode aan belasting is voldaan, wordt het verschil in mindering gebracht op de aangifte over het tijdvak waarin de eindfactuur is uitgereikt. @@ -593,21 +598,21 @@ Het tarief bedraagt voor: a. aardgas, met uitzondering van aardgas als bedoeld in onderdeel b, met een bovenste verbrandingswaarde van 35,17 megajoule per Nm^3 voor dat gedeelte van de geleverde hoeveelheid per verbruiksperiode van twaalf maanden per aansluiting dat: -– niet hoger is dan 170 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,1862; -– hoger is dan 170 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 1 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,0439; -– hoger is dan 1 000 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 10 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,0160; -– hoger is dan 10 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,0115; -b. aardgas, met een bovenste verbrandingswaarde van 35,17 megajoule per Nm^3, dat wordt geleverd aan een CNG-vulstation € 0,0959 per kubieke meter; +– niet hoger is dan 170 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,1894; +– hoger is dan 170 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 1 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,0446; +– hoger is dan 1 000 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 10 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,0163; +– hoger is dan 10 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,0117; +b. aardgas, met een bovenste verbrandingswaarde van 35,17 megajoule per Nm^3, dat wordt geleverd aan een CNG-vulstation € 0,1280 per kubieke meter; c. elektriciteit voor dat gedeelte van de geleverde hoeveelheid per verbruiksperiode van twaalf maanden per aansluiting dat: -– niet hoger is dan 10 000 kWh, per kWh € 0,1165; -– hoger is dan 10 000 kWh, maar niet hoger dan 50 000 kWh, per kWh € 0,0424; -– hoger is dan 50 000 kWh, maar niet hoger dan 10 000 000 kWh, per kWh € 0,0113; -– hoger is dan 10 000 000 kWh, per kWh € 0,0010 voor niet-zakelijk verbruik en per kWh € 0,0005 voor zakelijk verbruik. +– niet hoger is dan 10 000 kWh, per kWh € 0,1185; +– hoger is dan 10 000 kWh, maar niet hoger dan 50 000 kWh, per kWh € 0,0431; +– hoger is dan 50 000 kWh, maar niet hoger dan 10 000 000 kWh, per kWh € 0,0115; +– hoger is dan 10 000 000 kWh, per kWh € 0,0010 voor niet-zakelijk verbruik en per kWh € 0,0005 voor zakelijk verbruik. **2.** Bij aardgas met een bovenste verbrandingswaarde die lager of hoger is dan 35,17 megajoule per Nm^3, worden de in het eerste lid, onderdelen a en b, genoemde tarieven naar evenredigheid verlaagd, onderscheidenlijk verhoogd alsmede de hoeveelheidsgrenzen naar evenredigheid verhoogd onderscheidenlijk verlaagd. -**3.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, bedraagt het tarief voor aardgas € 0,1862 per kubieke meter voor de totale hoeveelheid aardgas die wordt geleverd aan een verbruiker die dat aardgas gebruikt voor een installatie voor blokverwarming niet zijnde een installatie voor stadsverwarming waarbij grotendeels gebruik wordt gemaakt van restwarmte. +**3.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, bedraagt het tarief voor aardgas € 0,1894 per kubieke meter voor de totale hoeveelheid aardgas die wordt geleverd aan een verbruiker die dat aardgas gebruikt voor een installatie voor blokverwarming niet zijnde een installatie voor stadsverwarming waarbij grotendeels gebruik wordt gemaakt van restwarmte. **4.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, bedragen de tarieven nihil voor in artikel 48, tweede lid, als aardgas aangemerkte producten voor zover deze als brandstof worden gebruikt in de inrichting waarin zij zijn ontstaan. @@ -617,16 +622,49 @@ c. elektriciteit voor dat gedeelte van de geleverde hoeveelheid per verbruiksper **7.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de toepassing van het eerste lid. +### Artikel 59a + +**1.** Het tarief voor elektriciteit, bedoeld in artikel 59, eerste lid, onderdeel c, wordt voor dat gedeelte van de geleverde hoeveelheid dat niet hoger is dan 10.000 kWh verlaagd met € 0,075 per kWh voor zover de elektriciteit in het kader van een daartoe met een aangewezen coöperatie gesloten overeenkomst wordt geleverd aan een lid van die coöperatie via een aansluiting met een totale maximale doorlaatwaarde van ten hoogste 3x80A. + +**2.** + +De verlaging, bedoeld in het eerste lid, is slechts van toepassing voor de via de aansluiting geleverde elektriciteit, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: + +a. de leden van de coöperatie zijn uitsluitend natuurlijke personen; +b. de onroerende zaak die door middel van de in het eerste lid bedoelde aansluiting met het distributienet is verbonden, dient in hoofdzaak tot gebruik als woning en wordt bewoond door het lid van de coöperatie; +c. de coöperatie heeft in de voor het lid van de coöperatie geldende verbruiksperiode ten minste eenzelfde hoeveelheid door haar opgewekte elektriciteit toegerekend aan dat lid van de coöperatie als de hoeveelheid in die verbruiksperiode geleverde elektriciteit waarvoor de verlaging wordt toegepast; +d. de door de coöperatie opgewekte elektriciteit, bedoeld in onderdeel c, is opgewekt met behulp van een productie-installatie die juridisch en economisch eigendom is van de coöperatie; +e. de productie-installatie, bedoeld in onderdeel d, wordt uitsluitend gebruikt voor de opwekking van elektriciteit door middel van hernieuwbare energiebronnen; +f. de aansluiting via welke de elektriciteit aan het lid wordt geleverd, bevindt zich in hetzelfde postcodegebied als de verbinding van de productie-installatie, bedoeld in onderdeel c, met een net als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van de Elektriciteitswet 1998, dan wel in een aangrenzend postcodegebied; en +g. noch ter zake van de opwekking van de elektriciteit door de coöperatie, noch ter zake van de daartoe gebruikte productie-installatie, is of wordt van rijkswege een financiële tegemoetkoming of subsidie verstrekt. + +**3.** Bij regeling van Onze Minister worden regels gesteld met betrekking tot de aanwijzing en de intrekking van de aanwijzing van een coöperatie als bedoeld in het eerste lid. Behoudens daarbij te bepalen uitzonderingen komen coöperaties waarvan één of meer leden ondernemer zijn in de zin van artikel 7 van de Wet op de omzetbelasting 1968, niet voor aanwijzing in aanmerking. + +**4.** Bij op voordracht van Onze Minister vast te stellen algemene maatregel van bestuur kunnen voorwaarden en beperkingen worden gesteld waaronder de verlaging, bedoeld in het eerste lid, wordt toegepast. + +**5.** Bij regeling van Onze Minister worden nadere regels gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel. + +### Artikel 59b + +Voor de toepassing van het verlaagde tarief, bedoeld in artikel 59a, eerste lid, wordt onder een coöperatie mede verstaan een vereniging van eigenaars, met dien verstande dat in geval van levering van de elektriciteit aan een lid van een vereniging van eigenaars: + +a. in afwijking van artikel 59a, tweede lid, onderdeel a, slechts de voorwaarde wordt gesteld dat het lid van de vereniging van eigenaars zelf een natuurlijke persoon is; +b. de productie-installatie moet zijn aangebracht op of aan het gebouw met toebehoren of de daarbij behorende grond met toebehoren, ter zake waarvan de vereniging van eigenaars is opgericht. + +### Artikel 59c + +Indien de verlaging van het tarief, bedoeld in artikel 59a, eerste lid, wordt verminderd of komt te vervallen, blijven de artikelen 59a en 59b, zoals deze luidden op de dag voorafgaand aan de dag met ingang waarvan de verlaging van het tarief wordt verminderd of komt te vervallen, gedurende maximaal 10 jaren na het tijdstip waarop de coöperatie is aangewezen als bedoeld in artikel 59a, eerste lid, van toepassing ten aanzien van de levering van elektriciteit aan personen ten aanzien van wie op de eerst genoemde dag artikel 59a en, indien het een vereniging van eigenaars betreft, artikel 59b, van toepassing waren. + ### Artikel 60 **1.** In afwijking van artikel 59, eerste lid, onderdeel a, bedraagt het tarief voor aardgas voor verwarming ter bevordering van het groeiproces van tuinbouwproducten als bedoeld in post a 32 van de bij de Wet op de omzetbelasting 1968 behorende Tabel I voor aardgas met een bovenste verbrandingswaarde van 35,17 megajoule per Nm^3, voor dat gedeelte van de geleverde hoeveelheid per verbruiksperiode van twaalf maanden per aansluiting dat: -– niet hoger is dan 170 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,02991; -– hoger is dan 170 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 1 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,02220; -– hoger is dan 1 000 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 10 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,0160; -– hoger is dan 10 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,0115. +– niet hoger is dan 170 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,03042; +– hoger is dan 170 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 1 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,02258; +– hoger is dan 1 000 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 10 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,0163; +– hoger is dan 10 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,0117. **2.** Indien behalve voor het in het eerste lid vermelde doel mede aardgas wordt toegepast in één of meerdere woonhuizen, wordt per verbruiksperiode van twaalf maanden per woonhuis een geleverde hoeveelheid van 5000 kubieke meter in de heffing betrokken naar het tarief, bedoeld in artikel 59, eerste lid, onderdeel a, tenzij de geleverde hoeveelheden voor de verschillende toepassingen en de verschillende woonhuizen afzonderlijk worden gemeten. @@ -704,7 +742,7 @@ Vervallen De teruggaaf, bedoeld in het eerste lid, heeft betrekking op een kalenderjaar en bedraagt het positieve verschil tussen: a. de belasting die ter zake van de in het kalenderjaar ten behoeve van zakelijk verbruik geleverde elektriciteit verschuldigd is en aan de verbruiker in rekening is gebracht; en -b. de belasting die op de voet van artikel 59, eerste lid, onderdeel c, verschuldigd is over een geleverde hoeveelheid van 10 000 000 kWh, dan wel, indien dat meer is, de belasting die verschuldigd zou zijn als het gehele zakelijk verbruik, na aftrek van het gedeelte van het zakelijk verbruik dat is vrijgesteld op grond van artikel 64, eerste of derde lid, belast zou zijn naar een tarief gelijk aan het minimumbelastingniveau per kWh, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Richtlijn 2003/96/EG van de Raad van 27 oktober 2003 tot herstructurering van de communautaire regeling voor de belasting van energieproducten en elektriciteit (PbEU 2003, L 283). +b. de belasting die op de voet van artikel 59, eerste lid, onderdeel c, verschuldigd is over een geleverde hoeveelheid van 10 000 000 kWh, dan wel, indien dat meer is, de belasting die verschuldigd zou zijn als het gehele zakelijk verbruik, na aftrek van het gedeelte van het zakelijk verbruik dat is vrijgesteld op grond van artikel 64, eerste of derde lid, belast zou zijn naar een tarief gelijk aan het minimumbelastingniveau per kWh, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van Richtlijn 2003/96/EG van de Raad van 27 oktober 2003 tot herstructurering van de communautaire regeling voor de belasting van energieproducten en elektriciteit (PbEU 2003, L 283). **3.** De teruggaaf, bedoeld in het eerste lid, valt binnen de bepalingen van Verordening (EG) nr. 800/2008 van de Commissie van 6 augustus 2008 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag met de gemeenschappelijke markt verenigbaar worden verklaard (de algemene groepsvrijstellingsverordening) (PbEU 2008, L 214). De teruggaaf wordt slechts verleend als de verbruiker blijkens een door hem verstrekte verklaring niet in moeilijkheden verkeert.