2008-07-01 | BWBR0013854 | Wet bereikbaarheid en mobiliteit

This commit is contained in:
Coornhert 2008-07-01 12:00:00 +00:00
parent 65e559d8c3
commit de6a4222b0

View file

@ -278,19 +278,17 @@ c. de wegvakken waar plaatsing van een betaalpoort voor het expresbaantarief wor
### Artikel 31
Indien een bestemmingsplan voorschriften bevat die in strijd zijn met een in artikel 3, eerste lid, bedoeld besluit, bepaalt dat besluit dat ter zake de artikelen 32 en 34 van toepassing zijn.
Vervallen
### Artikel 32
**1.** Een in artikel 3, eerste lid, bedoeld besluit geldt als voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel 21 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening. Voor zover het in de eerste volzin bedoelde besluit geldt als voorbereidingsbesluit, is artikel 21, vierde tot en met zesde lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening niet van toepassing. Het besluit geldt niet meer als voorbereidingsbesluit indien voor de plaats die is aangewezen in het besluit een bestemmingsplan in overeenstemming met het besluit in werking is getreden.
**1.** Een in artikel 3, eerste lid, bedoeld besluit geldt als voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel 3.7 van de Wet ruimtelijke ordening. Voor zover het in de eerste volzin bedoelde besluit geldt als voorbereidingsbesluit, is artikel 3.7, vijfde en zesde lid, van de Wet ruimtelijke ordening niet van toepassing. Het besluit geldt niet meer als voorbereidingsbesluit indien voor de plaats die is aangewezen in het besluit een bestemmingsplan of een beheersverordening als bedoeld in artikel 3.38 van die wet in overeenstemming met het besluit in werking is getreden.
**2.** Artikel 50 van de Woningwet is niet van toepassing op aanvragen om een bouwvergunning ter uitvoering van een besluit als bedoeld in artikel 3, eerste lid.
**3.** Voor zover het in artikel 3, eerste lid, bedoelde besluit en het bestemmingsplan niet met elkaar in overeenstemming zijn, geldt het besluit voor de uitvoering daarvan als vrijstelling, als bedoeld in artikel 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening.
**3.** Voor zover het in artikel 3, eerste lid, bedoelde besluit en het bestemmingsplan of de beheersverordening niet met elkaar in overeenstemming zijn, geldt het besluit voor de uitvoering daarvan als projectbesluit als bedoeld in artikel 3.29, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening, onderscheidenlijk als besluit als bedoeld in artikel 3.42, eerste lid, van die wet. Zolang het bestemmingsplan of de beheersverordening nog niet in overeenstemming is met het besluit, verleent het college van burgemeester en wethouders van de gemeente aan de degenen die inzage verlangen in het plan of de verordening, tevens inzage in het besluit.
**4.** Voor zover een bestemmingsplan of een ander besluit voor de uitvoering van werken en werkzaamheden een aanlegvergunning als bedoeld in artikel 14 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening vereist, geldt zodanige eis niet voor de uitvoering van werken en werkzaamheden ter uitwerking van het in artikel 3, eerste lid, bedoelde besluit.
**5.** Voorschriften in een leefmilieuverordening als bedoeld in artikel 9, derde lid, van de Wet op de stads- en dorpsvernieuwing blijven buiten toepassing voor de uitvoering van werken, werkzaamheden en bouwwerken en voor het gebruik van gronden en opstallen ter uitvoering van een in artikel 3, eerste lid, bedoeld besluit, voor zover dat besluit en die voorschriften niet met elkaar in overeenstemming zijn.
**4.** Voor zover een bestemmingsplan, een beheersverordening of een ander besluit voor de uitvoering van werken of werkzaamheden een aanlegvergunning als bedoeld in artikel 3.3, onder a, van de Wet ruimtelijke ordening vereist, geldt zodanige eis niet voor de uitvoering van werken of werkzaamheden ter uitwerking van het in artikel 3, eerste lid, bedoelde besluit.
### Artikel 33
@ -298,9 +296,7 @@ Tegen een besluit als bedoeld in artikel 3, eerste lid, kan een belanghebbende b
### Artikel 34
**1.** De gemeenteraad is verplicht binnen een jaar nadat een in artikel 3, eerste lid, bedoeld besluit onherroepelijk is geworden, het bestemmingsplan overeenkomstig dat besluit vast te stellen of te herzien.
**2.** Indien het bestemmingsplan niet in overeenstemming is met dat besluit, verleent het college van burgemeester en wethouders van de gemeente aan degenen die inzage verlangen in dat plan, tevens inzage in dat besluit.
In afwijking van artikel 3.29, tweede lid, van de Wet ruimtelijke ordening stelt de gemeenteraad binnen een jaar nadat een in artikel 3, eerste lid, bedoeld besluit onherroepelijk is geworden, het bestemmingsplan overeenkomstig dat besluit vast. Artikel 3.13, derde lid, van die wet is van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 35