From de7e4da502042b815a4bff3b5669bc187e01a24b Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Sat, 16 Mar 2013 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2013-03-16 | BWBR0032999 | Inkomstenbelasting, huwelijksvermogensrecht; vergoedingsvorderingen echtgenoten art. 1:87 BW --- .../BWBR0032999/README.md | 8 ++++---- 1 file changed, 4 insertions(+), 4 deletions(-) diff --git a/beleidsregel/inkomstenbelasting-huwelijksvermogensrecht-vergoedingsvorderingen-echtgenoten-ar/BWBR0032999/README.md b/beleidsregel/inkomstenbelasting-huwelijksvermogensrecht-vergoedingsvorderingen-echtgenoten-ar/BWBR0032999/README.md index f8208a05346..3e9bd63589d 100644 --- a/beleidsregel/inkomstenbelasting-huwelijksvermogensrecht-vergoedingsvorderingen-echtgenoten-ar/BWBR0032999/README.md +++ b/beleidsregel/inkomstenbelasting-huwelijksvermogensrecht-vergoedingsvorderingen-echtgenoten-ar/BWBR0032999/README.md @@ -16,7 +16,7 @@ citeertitel: Inkomstenbelasting, huwelijksvermogensrecht; vergoedingsvorderingen ## 1. Inleiding -Per 1 januari 2012 bevat Boek 1 van het BW een regeling voor vergoedingsvorderingen tussen echtgenoten (artikel 1:87 van het BW). De regeling ziet op vergoedingsvorderingen die ontstaan als de ene echtgenoot een goed verkrijgt dat tot zijn eigen vermogen zal behoren en dat ten laste komt van het vermogen van de andere echtgenoot. Deze andere echtgenoot heeft dan recht op vergoeding. Als een echtgenoot een schuld voldoet of aflost ter zake van een goed dat behoort tot het vermogen van de andere echtgenoot, ontstaat ook recht op vergoeding. De hoogte van de vergoedingsvordering wordt mede bepaald door de waardeontwikkeling van de desbetreffende goederen, tenzij afwijkende afspraken zijn gemaakt. De vergoedingsplicht is een brutovergoeding, dat wil zeggen vóór belastingheffing. De regeling geldt ook voor geregistreerd partners. +Per 1 januari 2012 bevat Boek 1 van het BW een regeling voor vergoedingsvorderingen tussen echtgenoten (artikel 1:87 van het BW). De regeling ziet op vergoedingsvorderingen die ontstaan als de ene echtgenoot een goed verkrijgt dat tot zijn eigen vermogen zal behoren en dat ten laste komt van het vermogen van de andere echtgenoot. Deze andere echtgenoot heeft dan recht op vergoeding. Als een echtgenoot een schuld voldoet of aflost ter zake van een goed dat behoort tot het vermogen van de andere echtgenoot, ontstaat ook recht op vergoeding. De hoogte van de vergoedingsvordering wordt mede bepaald door de waardeontwikkeling van de desbetreffende goederen, tenzij afwijkende afspraken zijn gemaakt. De vergoedingsplicht is een brutovergoeding, dat wil zeggen vóór belastingheffing. De regeling geldt ook voor geregistreerd partners. Dit besluit beoogt, vooruitlopend op een definitieve analyse van de gevolgen van het nieuwe huwelijksvermogensrecht op diverse fiscale regelingen, de uitvoeringspraktijk een handvat te bieden in situaties waarin artikel 1:87 BW een rol speelt. Dit besluit betreft alleen situaties waarin geen afwijkende afspraken zijn gemaakt. De in dit besluit opgenomen goedkeuring is gebaseerd op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht. @@ -48,7 +48,7 @@ Als gevolg van artikel 1:87 BW ontstaat bij echtgenoot A een belang bij een goed ## 3. Betekenis voor de uitvoeringspraktijk -Nu het om natuurlijke personen en huwelijksvermogensrecht gaat, zullen de fiscale gevolgen zich concentreren in de toepassing van de Wet IB 2001, de Successiewet 1956 en de Wet op belastingen van rechtsverkeer (overdrachtsbelasting). Voor de Successiewet 1956 geldt dat voor de maatstaf van heffing wordt aangesloten bij de waarde van hetgeen wordt verkregen op grond van het burgerlijk recht. Voor de overdrachtsbelasting heb ik een goedkeuring gegeven voor de situatie dat het goed waarop het vergoedingsrecht ziet, bij verkrijging aan de overdrachtsbelasting is onderworpen (Besluit van 14 november 2011, blkb2011/1803, Stcrt 2011, 2304, onderdeel 7). Zoals eerder aangekondigd worden de mogelijke gevolgen van artikel 1:87 van het BW op diverse fiscale regelingen op dit moment nog nader geanalyseerd (Kamerstukken I 2012/13, 33 405, C, blz. 8). Teneinde de uitvoeringspraktijk niet onnodig in onzekerheid te laten, keur ik vooruitlopend op de definitieve analyse, voor zover nodig, het volgende goed. +Nu het om natuurlijke personen en huwelijksvermogensrecht gaat, zullen de fiscale gevolgen zich concentreren in de toepassing van de Wet IB 2001, de Successiewet 1956 en de Wet op belastingen van rechtsverkeer (overdrachtsbelasting). Voor de Successiewet 1956 geldt dat voor de maatstaf van heffing wordt aangesloten bij de waarde van hetgeen wordt verkregen op grond van het burgerlijk recht. Voor de overdrachtsbelasting heb ik een goedkeuring gegeven voor de situatie dat het goed waarop het vergoedingsrecht ziet, bij verkrijging aan de overdrachtsbelasting is onderworpen (Besluit van 14 november 2011, blkb2011/1803, Stcrt 2011, 2304, onderdeel 7). Zoals eerder aangekondigd worden de mogelijke gevolgen van artikel 1:87 van het BW op diverse fiscale regelingen op dit moment nog nader geanalyseerd (Kamerstukken I 2012/13, 33 405, C, blz. 8). Teneinde de uitvoeringspraktijk niet onnodig in onzekerheid te laten, keur ik vooruitlopend op de definitieve analyse, voor zover nodig, het volgende goed. ### . Goedkeuring @@ -56,8 +56,8 @@ Voor de toepassing van de inkomstenbelasting keur ik voor zover nodig goed dat g Dat betekent dat in de aangifte inkomstenbelasting over het jaar 2012 geen inkomen behoeft te worden aangegeven dat voortvloeit uit het ontstaan van een vergoedingsrecht. Dat geldt zowel voor de echtgenoot die recht heeft op de vergoeding als degene die de plicht tot vergoeding heeft. Het voorgaande ziet dus onder meer op de winst uit onderneming, de terbeschikkingstellingsregeling, de eigenwoningregeling en het aanmerkelijk belang (box 2). Voor box 2 geldt dat doorgaans mogelijke gevolgen al worden voorkomen door de toepassing van artikel 4.17 van de Wet IB 2001. Voor de bepaling van het inkomen uit sparen en beleggen (box 3) behoort voor degene die een vergoedingsrecht heeft, de vordering en dus niet (een deel van) het goed zelf tot de rendementsgrondslag. -Wellicht ten overvloede wil ik nog attenderen op het volgende. Ik vind het niet aanvaardbaar als B in het voorbeeld, opgenomen onder 2, het pand op zijn balans laat staan en dat waardeert op kostprijs of lagere bedrijfswaarde en hij tegelijkertijd de artikel 1:87-schuld aan echtgenoot A op de balans waardeert naar de waarde in het economische verkeer. Goed koopmansgebruik staat immers niet toe een verlies te nemen op de schuld (door toename daarvan) die wordt veroorzaakt en gecompenseerd door een even grote winst op het pand (door waardestijging daarvan; o.a. HR 23 januari 2004, nr. 37.893, LJN AI0670). Verder geldt civielrechtelijk dat het vergoedingsrecht renteloos is. Dit is ook normaal in het maatschappelijke verkeer; er wordt daarom fiscaal geen rente geïmputeerd. +Wellicht ten overvloede wil ik nog attenderen op het volgende. Ik vind het niet aanvaardbaar als B in het voorbeeld, opgenomen onder 2, het pand op zijn balans laat staan en dat waardeert op kostprijs of lagere bedrijfswaarde en hij tegelijkertijd de artikel 1:87-schuld aan echtgenoot A op de balans waardeert naar de waarde in het economische verkeer. Goed koopmansgebruik staat immers niet toe een verlies te nemen op de schuld (door toename daarvan) die wordt veroorzaakt en gecompenseerd door een even grote winst op het pand (door waardestijging daarvan; o.a. HR 23 januari 2004, nr. 37.893, LJN AI0670). Verder geldt civielrechtelijk dat het vergoedingsrecht renteloos is. Dit is ook normaal in het maatschappelijke verkeer; er wordt daarom fiscaal geen rente geïmputeerd. ## 4. Inwerkingtreding -Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2012. +Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2012.