diff --git a/wet/beginselenwet-justitiële-jeugdinrichtingen/BWBR0011756/README.md b/wet/beginselenwet-justitiële-jeugdinrichtingen/BWBR0011756/README.md index 07d8b50183c..93554c22ba5 100644 --- a/wet/beginselenwet-justitiële-jeugdinrichtingen/BWBR0011756/README.md +++ b/wet/beginselenwet-justitiële-jeugdinrichtingen/BWBR0011756/README.md @@ -141,8 +141,9 @@ f. de tijdelijke overplaatsing en de verlenging hiervan, bedoeld in artikel 27, g. de beperking en intrekking van het verlof bedoeld in de artikelen 28, 29, en 30; h. het onderzoek in het lichaam, bedoeld in artikel 36, eerste lid; i. het gedogen van een geneeskundige handeling, bedoeld in artikel 37; -j. de bevestiging van mechanische middelen, bedoeld in artikel 38, eerste lid; -k. de oplegging van een disciplinaire straf, bedoeld in artikel 55, de toepassing van artikel 56, eerste en tweede lid, en artikel 57, derde en vierde lid. +j. het verrichten van geneeskundige behandeling als bedoeld in artikel 51d, onder a of b; +k. de bevestiging van mechanische middelen, bedoeld in artikel 38, eerste lid; +l. de oplegging van een disciplinaire straf, bedoeld in artikel 55, de toepassing van artikel 56, eerste en tweede lid, en artikel 57, derde en vierde lid. **5.** @@ -159,6 +160,18 @@ b. de plaatsing in afzondering, bedoeld in artikel 25, eerste lid. **2.** De directeur verstrekt Onze Minister te allen tijde alle verlangde inlichtingen. Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent de inhoud en de wijze van melding. +### Artikel 5a + +**1.** De directeur stelt voor zijn personeelsleden en medewerkers een meldcode vast waarin stapsgewijs wordt aangegeven hoe met signalen van huiselijk geweld of kindermishandeling wordt omgegaan en die er redelijkerwijs aan bijdraagt dat zo snel en adequaat mogelijk hulp kan worden geboden. + +**2.** Onder huiselijk geweld wordt verstaan: huiselijk geweld als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning. + +**3.** Onder kindermishandeling wordt verstaan: kindermishandeling als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de jeugdzorg. + +**4.** De directeur bevordert de kennis en het gebruik van de meldcode. + +**5.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld uit welke elementen een meldcode in ieder geval bestaat. + ### Paragraaf 3. Toezicht ### Artikel 6 @@ -211,7 +224,7 @@ h. personen aan wie met toepassing van artikel 77b van het Wetboek van Strafrech **2.** Onze Minister bepaalt de bestemming van elke inrichting of afdeling. Onze Minister kan delen van een inrichting als afdeling met een aparte bestemming aanwijzen. -**3.** Inrichtingen of afdelingen daarvan kunnen door Onze Minister worden aangewezen voor de onderbrenging van jeugdigen die een bijzondere opvang of behandeling behoeven. Deze bijzondere opvang of behandeling kan verband houden met de leeftijd, de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van de jeugdige of de uitvoering van het perspectiefplan, alsmede met het delict waarvoor of de titel waarop de jeugdige in een inrichting verblijft. +**3.** Inrichtingen of afdelingen daarvan kunnen door Onze Minister worden aangewezen voor de onderbrenging van jeugdigen die een bijzondere opvang of behandeling behoeven. Deze bijzondere opvang of behandeling kan verband houden met de leeftijd, de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van de jeugdige of de uitvoering van het perspectiefplan dan wel de verrichting van geneeskundige behandeling als bedoeld in artikel 51d, onder a, alsmede met het delict waarvoor of de titel waarop de jeugdige in een inrichting verblijft. **4.** Onze Minister wijst inrichtingen, afdelingen of plaatsen aan, waarin kinderen van de jeugdige tot een in de aanwijzing aangegeven leeftijd met de jeugdige kunnen worden ondergebracht. @@ -219,6 +232,8 @@ h. personen aan wie met toepassing van artikel 77b van het Wetboek van Strafrech **6.** Onze Minister kan ten aanzien van de in het eerste lid onder h. aangeduide personen bepalen dat de tenuitvoerlegging van de maatregel van terbeschikkingstelling kan voortduren ook nadat de leeftijd van 21 jaar is bereikt, maar de behandeling zich tegen onmiddellijke overplaatsing verzet. In deze gevallen wordt de jeugdige zo snel als de behandeling dit toelaat, overgeplaatst naar een inrichting als bedoeld in artikel 1, onderdeel b. van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden. +**7.** Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de aanwezigheid van de benodigde voorzieningen in een inrichting of afdeling voor de verrichting van geneeskundige behandeling als bedoeld in artikel 51d, onder a. In elk geval worden nadere regels gesteld omtrent de beschikbaarheid van een psychiater en een verpleegkundige ten dienste van deze inrichting of afdeling. + ### Artikel 9 **1.** In de inrichting worden mannelijke en vrouwelijke jeugdigen gescheiden ondergebracht. @@ -878,6 +893,64 @@ d. de aansprakelijkheid van de directeur voor de voorwerpen. **4.** In de huisregels kunnen nadere regels worden gesteld omtrent het bezit van contant geld en het gebruik van de rekening-courant. Deze regels kunnen een beperking inhouden van het bedrag waarover de jeugdige ten hoogste in contanten of door middel van zijn rekening-courant mag beschikken. +### Paragraaf 1a. Verblijf in een bijzondere zorgafdeling in verband met de geestelijke gezondheidstoestand + +### Artikel 51a + +Voor de toepassing van deze paragraaf wordt onder gevaar verstaan: + +1. gevaar voor de jeugdige, die het veroorzaakt, hetgeen onder meer bestaat uit: + +a. het gevaar dat de jeugdige zich van het leven zal beroven of zichzelf ernstig lichamelijk letsel zal toebrengen; +b. het gevaar dat de jeugdige maatschappelijk te gronde gaat; +c. het gevaar dat de jeugdige zichzelf in ernstige mate zal verwaarlozen; +d. het gevaar dat de jeugdige met hinderlijk gedrag agressie van anderen zal oproepen. +2. gevaar voor een of meer anderen, hetgeen onder meer bestaat uit: + +a. het gevaar dat de jeugdige een ander van het leven zal beroven of hem ernstig lichamelijk letsel zal toebrengen; +b. het gevaar voor de psychische gezondheid van een ander; +c. het gevaar dat de jeugdige een ander, die aan zijn zorg is toevertrouwd, zal verwaarlozen; +3. gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen. + +### Artikel 51b + +**1.** De directeur draagt zorg dat binnen twee weken na plaatsing op een afdeling voor intensieve zorg als bedoeld in artikel 22a of een afdeling voor intensieve behandeling als bedoeld in artikel 22b, in overleg met de jeugdige een geneeskundige behandelingsplan wordt vastgesteld. + +**2.** Het geneeskundig behandelingsplan is gericht op het zodanig wegnemen van het gevaar dat de stoornis van de geestvermogens de jeugdige doet veroorzaken dat de jeugdige niet langer in verband met zijn geestelijke gezondheidstoestand op een afdeling voor intensieve zorg of intensieve behandeling behoeft te verblijven. Zo mogelijk geschiedt dit door het behandelen van de stoornis. Indien dit niet mogelijk is, geschiedt dit door het anderszins wegnemen van het gevaar. + +**3.** Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent de eisen waaraan een geneeskundig behandelingsplan tenminste moet voldoen en de voorschriften die bij een wijziging daarvan in acht genomen moeten worden. + +### Artikel 51c + +Behandeling van de jeugdige op een afdeling voor intensieve zorg als bedoeld in artikel 22a of een afdeling voor intensieve behandeling als bedoeld in artikel 22b vindt slechts plaats: + +a. voor zover deze is voorzien in het geneeskundig behandelingsplan bedoeld in artikel 51b, eerste lid +b. indien het overleg over het geneeskundig behandelingsplan, bedoeld in artikel 51b, eerste lid, heeft geleid tot overeenstemming met de jeugdige en, indien de jeugdige de leeftijd van zestien jaar nog niet heeft bereikt, met zijn ouders of voogd, stiefouder of pleegouders dan wel de stichting, en +c. indien de jeugdige of, indien de jeugdige de leeftijd van zestien jaar nog niet heeft bereikt, zijn ouders of voogd, stiefouder of pleegouders dan wel de stichting, zich niet tegen de geneeskundige behandeling verzetten. + +### Artikel 51d + +Buiten de situaties bedoeld in artikel 37, kan, indien niet wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 51c, onderdelen b en c, niettemin als uiterste middel behandeling plaatsvinden: + +a. voor zover aannemelijk is dat zonder die behandeling het gevaar dat de stoornis van de geestvermogens de jeugdige doet veroorzaken niet binnen een redelijke termijn kan worden weggenomen, of +b. voor zover dit volstrekt noodzakelijk is om het gevaar dat de stoornis van de geestvermogens de jeugdige binnen de inrichting doet veroorzaken, af te wenden. + +### Artikel 51e + +**1.** Behandeling overeenkomstig artikel 51d, onder a, vindt plaats na een schriftelijke beslissing van de directeur waarin wordt vermeld voor welke termijn zij geldt. + +**2.** Ten behoeve van deze beslissing dient te worden overgelegd een verklaring van de behandelend psychiater alsmede van een psychiater die de jeugdige met het oog daarop kort tevoren heeft onderzocht maar niet bij diens behandeling betrokken was. Uit de verklaringen dient te blijken dat de jeugdige op wie de verklaring betrekking heeft, is gestoord in zijn geestvermogens en dat een geval als bedoeld in artikel 51d, onder a, zich voordoet. De verklaringen moeten met redenen zijn omkleed en ondertekend. + +**3.** De beslissing als bedoeld in het eerste lid wordt gemeld aan de voorzitter van de Commissie van Toezicht. De voorzitter van de Commissie van Toezicht doet onverwijld een melding aan de maandcommissaris. + +**4.** De termijn als bedoeld in het eerste lid is zo kort mogelijk, maar niet langer dan drie maanden, gerekend vanaf de dag waarop de beslissing tot stand komt. De directeur doet onverwijld een afschrift van de beslissing toekomen aan de jeugdige en, indien de jeugdige de leeftijd van 16 jaar nog niet heeft bereikt, tevens aan zijn ouders of voogd, stiefouder of pleegouders dan wel de stichting. + +**5.** Indien na afloop van de termijn als bedoeld in het eerste lid, voortzetting van de behandeling overeenkomstig artikel 51d, onder a, nodig is, geschiedt dit slechts krachtens een schriftelijke beslissing van de directeur. Het bepaalde in de voorgaande volzin is eveneens van toepassing indien binnen zes maanden na afloop van de termijn als bedoeld in artikel 51d, onder a, opnieuw behandeling nodig is. De directeur geeft in zijn beslissing aan waarom van een behandeling alsnog het beoogde effect wordt verwacht. Op zodanige beslissingen is het vierde lid, tweede volzin, van toepassing. + +**6.** Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de toepassing van het eerste, tweede, vierde en vijfde lid alsmede omtrent de toepassing van artikel 51d, onder b. + +**7.** Deze in het zesde lid bedoelde regels betreffen in ieder geval de melding en de registratie van de behandeling alsmede de taak van de behandelend arts. Tevens kunnen categorieën van behandelingsmiddelen of -maatregelen worden aangewezen die niet mogen worden toegepast bij een behandeling overeenkomstig het eerste lid. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voorts ten aanzien van daarbij aangegeven categorieën van behandelingsmiddelen of -maatregelen regels worden gegeven met betrekking tot de wijze waarop tot toepassing daarvan moet worden besloten. + ### Paragraaf 2. Onderwijs en andere activiteiten ### Artikel 52 @@ -1014,15 +1087,16 @@ f. de tijdelijke plaatsing en de verlenging hiervan, bedoeld in artikel 27, eers g. de beperking en de intrekking van verlof, bedoeld in de artikelen 29, tweede lid, 30, derde en vierde lid; h. het onderzoek in het lichaam, bedoeld in artikel 36, eerste lid; i. het gedogen van een geneeskundige handeling, bedoeld in artikel 37; -j. de bevestiging door mechanische middelen, bedoeld in artikel 38, eerste lid; -k. de oplegging van een disciplinaire straf, bedoeld in artikel 55 en de toepassing van de artikelen 56 en 57, derde lid; -l. de observatie door middel van een camera, bedoeld in de artikelen 25a, eerste lid, en 55a, eerste lid. +j. het verrichten van geneeskundige behandeling als bedoeld in artikel 51d, onder a of b; +k. de bevestiging door mechanische middelen, bedoeld in artikel 38, eerste lid; +l. de oplegging van een disciplinaire straf, bedoeld in artikel 55 en de toepassing van de artikelen 56 en 57, derde lid; +m. de observatie door middel van een camera, bedoeld in de artikelen 25a, eerste lid, en 55a, eerste lid. **2.** Van het horen van de jeugdige wordt aantekening gehouden. **3.** -Toepassing van het eerste lid, onder d, e, f, g, h, i en j kan achterwege blijven indien: +Toepassing van het eerste lid, onder d, e, f, g, h, i en k kan achterwege blijven indien: a. de vereiste spoed zich daartegen verzet; b. de gemoedstoestand van de jeugdige daaraan in de weg staat. @@ -1284,6 +1358,8 @@ c. vernietiging van de uitspraak van de beklagcommissie. **3.** Het tweede lid is overeenkomstig van toepassing op de beslissing van Onze Minister, strekkende tot weigering van het verlenen van een machtiging tot deelname aan het scholings- en trainingsprogramma, na het verzoek, bedoeld in artikel 3, zesde lid. De jeugdige heeft ook het recht een beroepschrift in te dienen indien een tijdige beslissing op de aanvraag tot het verlenen van een machtiging uitblijft en tegen de beslissing tot intrekking van die machtiging door Onze Minister. +**3.** Tegen een beslissing als bedoeld in artikel 51e, eerste lid, kan rechtstreeks beroep worden ingesteld bij de Raad. + ### Artikel 78 **1.** Het beroepschrift wordt behandeld door een door de Raad benoemde commissie van drie leden, die wordt bijgestaan door een secretaris.