1998-03-01 | BWBR0003144 | Reglement zee- en kustvisserij 1977

This commit is contained in:
Coornhert 1998-03-01 12:00:00 +00:00
parent ca08d6c375
commit de9f43fd6a

View file

@ -16,20 +16,21 @@ citeertitel: Reglement zee- en kustvisserij 1977
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
vissersvaartuig: vaartuig als bedoeld in artikel 3, onderdeel c, van Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad van de Europese Unie van 20 december 2002 inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid (PbEG L 358) dat:
vissersvaartuig: vaartuig dat gebruikt wordt voor de bedrijfsmatige uitoefening van de visserij dat:
a. overeenkomstig artikel 1, tweede lid, van de Uitvoeringswet Visserijverdrag 1967 als Nederlands geldt en
b. overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens het Besluit registratie vissersvaartuigen 1998 staat geregistreerd;
wet: Visserijwet 1963;
ondernemer: degene te wiens naam het vissersvaartuig in het visserijregister, bedoeld in het Besluit registratie vissersvaartuigen 1998 is geregistreerd;
motorvermogen: maximaal continue-vermogen zonder aftrek van door de motor aangedreven hulpmachines, uitgedrukt in kW, dat de hoofdmotor of hoofdmotoren zonder overbelasting kan respectievelijk, kunnen leveren, en dat mechanisch, elektrisch, hydraulisch of anderszins kan worden aangewend voor de voortstuwing van het vaartuig, zoals is vastgesteld door de Inspectie Verkeer en Waterstaat ingevolge het Vissersvaartuigenbesluit of het Vissersvaartuigenbesluit 2002, of in voorkomend geval blijkt uit een verklaring inzake het maximaal continue-vermogen, opgesteld door de fabrikant of de leverancier;
motorvermogen: maximaal continue vermogen, uitgedrukt in pk/kW, dat de hoofdmotor of hoofdmotoren zonder overbelasting gedurende onbeperkte tijdsduur kan onderscheidenlijk kunnen leveren, hetwelk is vastgelegd in een door de fabrikant ten behoeve van de hoofdmotor of hoofdmotoren afgegeven:
a. afnameprotocol, dat door de Scheepvaartinspectie of door een bij besluit van de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat van 12 september 1972 (*Stb.* 512) aangewezen particulier onderzoekingsbureau is medeondertekend, of
b. verklaring inzake het maximaal continue-vermogen voor zover het in onderdeel *a* genoemde afnameprotocol alleen het afgestelde motorvermogen vermeldt;
boomkor: vistuig dat bestaat uit één net dat is bevestigd aan en in horizontale richting wordt opengehouden door een constructie bestaande uit een boom die ten minste aan elk der uiteinden voorzien is van een slede of een slof, dan wel een soortgelijke constructie waarmee een net in horizontale richting wordt opengehouden;
maaswijdte: wijdte van de maas gemeten overeenkomstig het bepaalde in verordening (EG) nr. 517/2008 van de Commissie van 10 juni 2008 houdende uitvoeringsbepalingen inzake de bepaling van de maaswijdte en de twijndikte van visnetten (PbEG L 151);
maaswijdte: lengte van de zonder bijzondere krachtsinspanning tussen haar eindknopen gestrekte maas, nat gemeten, met dien verstande, dat bij meerwandige netten deze meting wordt toegepast op de boezemmaas, gemeten overeenkomstig het bepaalde in de Verordening (EEG) nr. 2108/84 (*PbEG* L 194/22);
tonnage: tonnage gemeten overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens de Meetbrievenwet 1981 (*Stb.* 122);
@ -39,7 +40,7 @@ investeringsverplichting: rechtens afdwingbare verplichting die is aangegaan voo
### Artikel 2
Tenzij anders is bepaald is dit besluit van toepassing op de visserij in de wateren bedoeld in artikel 1, vierde lid, onderdeel *b* en *c,* van de wet.
Tenzij anders is bepaald is dit besluit van toepassing op de visserij in de wateren bedoeld in artikel 1, vierde lid, onderdeel *b* en *c,* van de Visserijwet 1963.
### Artikel 3
@ -50,12 +51,7 @@ In het belang van de visserij is Onze Minister bevoegd regelen te stellen:
a. ter uitvoering van op grond van internationale overeenkomsten of van besluiten van volkenrechtelijke organisaties opgelegde verplichtingen of verleende bevoegdheden;
b. ter verzekering van de instandhouding dan wel uitbreiding van de visvoorraden.
**2.**
Bij het stellen van regelen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b,
a. kan, voor zover de regelen betrekking hebben op de visserij in de wateren, bedoeld in artikel 1, vierde lid, onderdeel b, van de wet, mede rekening worden gehouden met de belangen van de natuurbescherming;
b. wordt, voor zover de regelen betrekking hebben op de visserij in de wateren, bedoeld in artikel 1, vierde lid, onderdeel c, van de wet, mede rekening gehouden met de belangen van de natuurbescherming.
**2.** Bij het stellen van regelen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel *b,* wordt, voor zover deze betrekking hebben op de visserij in de wateren bedoeld in artikel 1, vierde lid, onderdeel *c,* van de Visserijwet 1963, mede rekening gehouden met de belangen van de natuurbescherming.
**3.** De in het eerste lid bedoelde regelen kunnen betrekking hebben op de visserij op alle dan wel bepaalde door Onze Minister aan te wijzen vissoorten.
@ -75,7 +71,7 @@ e. het vissen met bepaalde vistuigen;
f. het voorhanden hebben van bepaalde vistuigen in bepaalde wateren;
g. de maaswijdte van visnetten en de wijze van vaststelling daarvan;
h. het motorvermogen, de lengte en het tonnage van vissersvaartuigen;
i. het uitzaaien of uitzetten van schelpdieren van de krachtens artikel 1, tweede lid, onderdeel b, van de wet aangewezen soorten.
i. het uitzaaien van oesters of mosselen.
**2.** Indien de in artikel 3, eerste lid, aanhef en onder b, bedoelde regelen een verbod tot het verrichten van bepaalde handelingen inhouden, kan worden bepaald, dat het verbod niet geldt voor degene, die voorzien is van een vergunning van Onze Minister.
@ -85,30 +81,30 @@ i. het uitzaaien of uitzetten van schelpdieren van de krachtens artikel 1, tweed
### Artikel 5
**1.** Degenen die vis van een aanvoerder betrekken en zij, die hun bemiddeling verlenen bij het veilen van vis, zijn verplicht een administratie te voeren en aan Onze Minister periodiek opgave te doen van de hoeveelheden vis behorende tot door Onze Minister aan te wijzen vissoorten door hen van een aanvoerder betrokken onderscheidenlijk aan hen ter veiling aangeboden.
**1.** Degenen die vis van een aanvoerder betrekken en zij, die hun bemiddeling verlenen bij het veilen van vis, zijn verplicht een administratie te voeren en aan de Directeur van de Visserijen periodiek opgave te doen van de hoeveelheden vis behorende tot door Onze Minister aan te wijzen vissoorten door hen van een aanvoerder betrokken onderscheidenlijk aan hen ter veiling aangeboden.
**2.** Onze Minister stelt regelen ten aanzien van de eisen, waaraan de in het eerste lid bedoelde administratie dient te voldoen en ten aanzien van de wijze waarop de aldaar bedoelde opgave dient te geschieden.
### Artikel 6
Vervallen
Tot uitvoering van het bepaalde krachtens dit besluit kan Onze Minister de medewerking van het Produktschap voor Vis en Visprodukten vorderen. De te vorderen medewerking kan betrekking hebben op door het Produktschap bij verordening nader te stellen regelen.
### Artikel 6a
**1.** Het is verboden met een vissersvaartuig met een motorvermogen van meer dan 1471 kW uit te varen, de visserij uit te oefenen of vis aan te landen.
**1.** Het is verboden met een vissersvaartuig met een motorvermogen van meer dan 2.000 pk uit te varen, de visserij uit te oefenen of vis aan te landen.
**2.**
Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op:
a. een vissersvaartuig met een motorvermogen van meer dan 1471 kW dat op de dag van inwerkingtreding van de Tijdelijke regeling beperking capaciteit vissersvaartuigen (*Stcrt.* 1987, 184) staat geregistreerd in het centraal visserijregister, voor zolang nog geen 20 jaren zijn verstreken nadat het vissersvaartuig voor de eerste maal in het centraal visserijregister is geregistreerd en het motorvermogen sinds de dag van inwerkingtreding van de Tijdelijke regeling beperking capaciteit vissersvaartuigen niet is toegenomen;
b. een vissersvaartuig met een motorvermogen van meer dan 1471 kW, waarvoor vóór 25 februari 1987 een investeringsverplichting is aangegaan, en waarvan:
a. een vissersvaartuig met een motorvermogen van meer dan 2.000 pk dat op de dag van inwerkingtreding van de Tijdelijke regeling beperking capaciteit vissersvaartuigen (*Stcrt.* 1987, 184) staat geregistreerd in het centraal visserijregister, voor zolang nog geen 20 jaren zijn verstreken nadat het vissersvaartuig voor de eerste maal in het centraal visserijregister is geregistreerd en het motorvermogen sinds de dag van inwerkingtreding van de Tijdelijke regeling beperking capaciteit vissersvaartuigen niet is toegenomen;
b. een vissersvaartuig met een motorvermogen van meer dan 2.000 pk, waarvoor vóór 25 februari 1987 een investeringsverplichting is aangegaan, en waarvan:
1°. de kiel vóór 25 september 1987 is gelegd of
2°. de aanbouw, herkenbaar als behorend tot een bepaald vissersvaartuig vóór 25 september 1987 is aangevangen en voor deze datum is aangevangen met de samenbouw die ten minste 50.000 kg moet omvatten of één percent van de geschatte massa van al het bouwmateriaal, welke van deze twee waarden de laagste is,
en dat vóór 25 februari 1990 in gebruik is genomen, voor zolang nog geen 20 jaren zijn verstreken nadat het vissersvaartuig voor de eerste maal in het centraal visserijregister is geregistreerd;
c. een vissersvaartuig met een brutotonnage van meer dan 1.200 BT waarmee de pelagische visserij wordt uitgeoefend.
c. een vissersvaartuig met een lengte over alles meer dan 59 meter, waarvoor een document als bedoeld in artikel 10 van de Beschikking regeling vangstbeperking is uitgereikt (*Stcrt.* 1984, 254).
**3.** Onze Minister kan nadere regelen stellen voor een goede werking van het bepaalde in het eerste en tweede lid.
@ -118,8 +114,8 @@ c. een vissersvaartuig met een brutotonnage van meer dan 1.200 BT waarmee de pel
Aan de ondernemer kan een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding worden toegekend in het geval dat:
a. het in de licentie vermelde motorvermogen hoger is dan 1471 kW en de licentie voor dat gedeelte niet meer geldig is op grond van artikel 7*a*, aanhef en onderdeel *b*, van de Beschikking visserijlicentie (*Stcrt.* 1984, 253), voor zover dat gedeelte vóór 25 februari 1987 door aankoop is verkregen, ten hoogste tot het aankoopbedrag daarvan;
b. de ondernemer als rechtstreeks gevolg van het verbod van artikel 3 een met een scheepswerf aangegane investeringsverplichting voor de bouw van een vissersvaartuig met een motorvermogen van meer dan 1471 kW, en waarvan:
a. het in de licentie vermelde motorvermogen hoger is dan 2.000 pk en de licentie voor dat gedeelte niet meer geldig is op grond van artikel 7*a*, aanhef en onderdeel *b*, van de Beschikking visserijlicentie (*Stcrt.* 1984, 253), voor zover dat gedeelte vóór 25 februari 1987 door aankoop is verkregen, ten hoogste tot het aankoopbedrag daarvan;
b. de ondernemer als rechtstreeks gevolg van het verbod van artikel 3 een met een scheepswerf aangegane investeringsverplichting voor de bouw van een vissersvaartuig met een motorvermogen van meer dan 2.000 pk, en waarvan:
1°. de kiel op 25 september 1987 nog niet is gelegd of
2°. de aanbouw, herkenbaar als behorend tot een bepaald vissersvaartuig op 25 september 1987 nog niet is aangevangen en op deze datum nog niet is aangevangen met de samenbouw die ten minste 50.000 kg omvat of één percent van de geschatte massa van al het bouwmateriaal, welke van deze twee waarden de laagste is,