diff --git a/amvb/algemeen-rijksambtenarenreglement/BWBR0001950/README.md b/amvb/algemeen-rijksambtenarenreglement/BWBR0001950/README.md index d3a713df1dd..10d6ece7260 100644 --- a/amvb/algemeen-rijksambtenarenreglement/BWBR0001950/README.md +++ b/amvb/algemeen-rijksambtenarenreglement/BWBR0001950/README.md @@ -1078,7 +1078,8 @@ f) om te beoordelen of de ambtenaar, die een functie vervult als bedoeld in arti g) om te beoordelen of er sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 98, derde lid, aanhef en onderdelen a en b; h) om te beoordelen of de ambtenaar die wegens ziekte volledig ongeschikt is geweest zijn arbeid te verrichten zijn arbeid mag hervatten; i) voorzover dit voortvloeit uit enige wettelijke verplichting; -j) indien hij in verband met de uitoefening van zijn werkzaamheden aan bijzonder gevaar voor zijn gezondheid blootstaat of hij is benoemd in een functie waarvoor bij aanstelling een geneeskundig onderzoek is vereist als bedoeld in artikel 9, vierde lid, onderdeel b. +j) indien hij in verband met de uitoefening van zijn werkzaamheden aan bijzonder gevaar voor zijn gezondheid blootstaat of hij is benoemd in een functie waarvoor bij aanstelling een geneeskundig onderzoek is vereist als bedoeld in artikel 9, vierde lid, onderdeel b; +k) om bij een verzoek als bedoeld in artikel 98, negende lid, te beoordelen of de ambtenaar lichamelijk en psychisch in staat is zijn functie te blijven vervullen. **2.** Onze Minister stelt de ambtenaar buiten dienst indien na een arbeidsgezondheidskundig onderzoek als bedoeld in het eerste lid, blijkt dat sprake is van een zodanige lichamelijke of geestelijke toestand dat de belangen van de ambtenaar, van de dienst of van bij het verrichten van de arbeid betrokken derden zich er tegen verzetten dat de ambtenaar zijn arbeid blijft verrichten. De ambtenaar wordt niet buiten dienst gesteld indien hem andere passende werkzaamheden kunnen worden opgedragen. Indien de ambtenaar buiten dienst wordt gesteld, wordt hij geacht wegens ziekte ongeschikt te zijn tot het verrichten van zijn arbeid, in welk geval de overige bepalingen van dit hoofdstuk van toepassing zijn. @@ -1141,6 +1142,8 @@ a. met ingang van de dag waarop de ambtenaar op grond van artikel 37a, eerste li b. met ingang van de dag waarop de ambtenaar ontslag is verleend; of c. met ingang van de dag volgende op die waarop de ambtenaar is overleden. +**7.** Het eerste lid, tweede volzin, is niet van toepassing op de ambtenaar die na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, wegens ziekte ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid. + ### Artikel 37a **1.** De ambtenaar die ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte is verplicht een andere functie te aanvaarden indien sprake is van passende arbeid. @@ -1181,7 +1184,7 @@ b. met ingang van de dag volgende op die waarop de ambtenaar is overleden. **7.** -In zoverre in afwijking van het derde lid, bedraagt voor de ambtenaar die na het bereiken van de leeftijd van 65 jaar wegens ziekte ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid, de aanvullende uitkering na de eerste 52 weken het verschil tussen: +In zoverre in afwijking van het derde lid, bedraagt voor de ambtenaar die na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, wegens ziekte ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid, de aanvullende uitkering na de eerste 52 weken weken het verschil tussen: a. het bedrag waarop de ambtenaar op grond van artikel 76a van de Ziektewet recht zou hebben gehad indien hem geen andere functie zou zijn opgedragen, vermeerderd met de vakantie-uitkering en eindejaarsuitkering; en b. zijn bezoldiging na herplaatsing, vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering. @@ -1232,7 +1235,7 @@ b. zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen. De doorbetaling van de laatstelijk genoten bezoldiging, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, eindigt in ieder geval: -a. met ingang van de dag waarop de gewezen ambtenaar de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt; of +a. met ingang van de dag waarop de gewezen ambtenaar de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, heeft bereikt; of b. met ingang van de dag volgende op die waarop de gewezen ambtenaar is overleden. **7.** De gewezen ambtenaar die recht heeft op een WIA-uitkering ter zake van de dienstbetrekking die hij voor zijn ontslag vervulde, heeft recht op een aanvullende uitkering indien de arbeidsongeschiktheid is veroorzaakt door een beroepsincident. @@ -1259,7 +1262,7 @@ Het percentage, bedoeld in het achtste lid, onderdeel a, is afhankelijk van de m De aanvullende uitkering, bedoeld in het zevende lid, eindigt: -a. met ingang van de dag waarop de gewezen ambtenaar de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt; of +a. met ingang van de dag waarop de gewezen ambtenaar de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, heeft bereikt; of b. met ingang van de dag volgende op die waarop de gewezen ambtenaar is overleden. **11.** De gewezen ambtenaar aan wie eervol ontslag is verleend op grond van artikel 94a, heeft slechts recht op doorbetaling van zijn laatstelijk genoten bezoldiging of aanvullende uitkering voorzover deze tezamen met de aanvullende uitkering, bedoeld in artikel 4 van het FPU-reglement basis- en aanvullende uitkering, de laatstgenoten bezoldiging niet overschrijdt. @@ -1526,7 +1529,7 @@ b. reeds eerder in overleg met de ambtenaar binnen de termijn kan worden vastges **5.** Door Onze Minister wordt de herplaatsingskandidaat geïnformeerd over het verkorten, verlengen of opschorten van de termijn als bedoeld in het tweede en het derde lid. -**6.** Op verzoek van de herplaatsingskandidaat wordt de termijn, bedoeld in het eerste lid, met maximaal een jaar verlengd ingeval de herplaatsingskandidaat bij het einde van de termijn, bedoeld in het eerste lid, in combinatie met de duur van de bovenwettelijke uitkering, de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt en door deze verlenging recht ontstaat op een bovenwettelijke uitkering op grond van artikel 2, tweede lid, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen werkloosheid voor de sector Rijk. +**6.** Op verzoek van de herplaatsingskandidaat wordt de termijn, bedoeld in het eerste lid, met maximaal een jaar verlengd ingeval de herplaatsingskandidaat bij het einde van de termijn, bedoeld in het eerste lid, in combinatie met de duur van de bovenwettelijke uitkering bij werkloosheid, de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, nog niet heeft bereikt en door deze verlenging recht ontstaat op een bovenwettelijke uitkering bij werkloosheid, op grond van artikel 2, tweede lid, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk. #### Paragraaf . - passende functie @@ -2556,63 +2559,6 @@ c. ingevolge een aanvraag van de ambtenaar. **3.** Artikel 94, tweede tot en met vijfde lid, is zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing. -### Artikel 94b - -**1.** Bij regeling van Onze Minister voor Wonen en Rijksdienst worden functies aangewezen die uit hoofde van de aard van de aan die functies verbonden werkzaamheden als substantieel bezwarend worden aangemerkt. - -**2.** Aan de ambtenaar die is belast met een functie die is aangemerkt als substantieel bezwarend wordt op zijn verzoek eervol ontslag verleend met het oog op een uitkering op grond van het achtste lid, indien onmiddellijk voorafgaand aan het ontslag een aaneengesloten diensttijd van ten minste vijf jaar is doorgebracht in een of meer substantieel bezwarende functies. - -**3.** Het ontslag, bedoeld in het tweede lid, kan niet eerder ingaan dan met ingang van de eerst mogelijke datum waarop het ouderdomspensioen op grond van de overeenkomst, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Wet privatisering ABP, in kan gaan. - -**4.** Op aanvraag van de ambtenaar kan het ontslag voor een gedeelte van de voor hem geldende arbeidsduur worden verleend. Dit gedeelte bedraagt ten minste 10% en ten hoogste 50% van de omvang van de voor hem geldende arbeidsduur. - -**5.** Het vierde lid is niet van toepassing indien de werktijd van de ambtenaar is teruggebracht op grond van artikel 21a, eerste lid. - -**6.** Na het ontslag, bedoeld in het vierde lid, kan op aanvraag van de ambtenaar ontslag worden verleend voor de resterende arbeidsduur. - -**7.** Ontslag uit een substantieel bezwarende functie wordt uiterlijk verleend op de dag waarop de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, is bereikt. - -**8.** De ambtenaar, aan wie op grond van het tweede, vierde of zesde lid voor het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet ontslag is verleend, heeft recht op een uitkering. Onze Minister voor Wonen en Rijksdienst stelt regels over de uitkering. - -**9.** Het tweede tot en met achtste lid zijn niet van toepassing op de ambtenaar die gebruik heeft gemaakt van de op grond van artikel 60, door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vastgestelde regeling. - -### Artikel 94c - -**1.** - -Onze Minister voor Wonen en Rijksdienst stelt bij ministeriële regeling een lijst vast met: - -a. functies waarvan de aanmerking als substantieel bezwarend na 31 maart 2015 vervalt; -b. functies waarvan de aanmerking als substantieel bezwarend is vervallen in de periode van 1 januari 2000 tot en met 31 maart 2015; -c. functies, bedoeld in artikel 3 van het Besluit overgangsrecht FLO-functies, zoals dat luidde op 31 maart 2015. - -**2.** De ambtenaar die een functie als bedoeld in het eerste lid vervult, kan het bevoegd gezag verzoeken om eervol ontslag met het oog op een uitkering als bedoeld in het zevende lid. Dit ontslag kan niet eerder ingaan dan met ingang van de eerst mogelijke datum waarop het ouderdomspensioen op grond van de overeenkomst, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Wet privatisering ABP, in kan gaan. - -**3.** - -Aan de ambtenaar die een functie als bedoeld in het eerste lid, onder a, vervult, wordt ontslag als bedoeld in het tweede lid verleend, indien de ambtenaar voldoet aan de volgende voorwaarden: - -a. de ambtenaar heeft op de dag waarop de aanmerking als substantieel bezwarende functie vervalt een aaneengesloten diensttijd van ten minste vijf jaar doorgebracht in een substantieel bezwarende functie en blijft deze functie vervullen tot zijn ontslag, en -b. de ambtenaar is op de dag waarop de aanmerking als substantieel bezwarende functie vervalt maximaal vijf jaar verwijderd van de eerst mogelijke datum waarop zijn ouderdomspensioen op grond van de overeenkomst, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Wet privatisering ABP, in kan gaan of heeft op die dag een aaneengesloten diensttijd van ten minste twintig jaar doorgebracht in een substantieel bezwarende functie. - -**4.** - -Aan de ambtenaar die een functie als bedoeld in het eerste lid, onder b, vervult, wordt ontslag als bedoeld in het tweede lid verleend, indien de ambtenaar voldoet aan de volgende voorwaarden: - -a. de ambtenaar heeft op de dag waarop de aanmerking als substantieel bezwarende functie is vervallen een aaneengesloten diensttijd van ten minste vijf jaar doorgebracht in een substantieel bezwarende functie en blijft deze functie vervullen tot zijn ontslag, en -b. de ambtenaar is op 1 april 2015 maximaal vijf jaar verwijderd van de eerst mogelijke datum waarop zijn ouderdomspensioen op grond van de overeenkomst, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Wet privatisering ABP, in kan gaan of heeft op de dag waarop de aanmerking als substantieel bezwarende functie is vervallen een aaneengesloten diensttijd van ten minste twintig jaar doorgebracht in een substantieel bezwarende functie. - -**5.** - -Aan de ambtenaar die een functie als bedoeld in het eerste lid, onder c, vervult, wordt ontslag als bedoeld in het tweede lid verleend, indien de ambtenaar voldoet aan de volgende voorwaarden: - -a. de ambtenaar heeft op 1 januari 2000 een aaneengesloten diensttijd van ten minste vijf jaar doorgebracht in een functie als bedoeld in het eerste lid, onder c, en blijft deze functie vervullen tot zijn ontslag, en -b. de ambtenaar is met ingang van 1 april 2015 maximaal vijf jaar verwijderd van de eerst mogelijke datum waarop zijn ouderdomspensioen op grond van de overeenkomst, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Wet privatisering ABP, in kan gaan of heeft op 1 januari 2000 een aaneengesloten diensttijd van ten minste twintig jaar doorgebracht in een FLO-functie. - -**6.** Bij ontslag op grond van het tweede lid zijn artikel 94b, vierde, vijfde en zesde lid, van overeenkomstige toepassing. - -**7.** De ambtenaar aan wie op grond van dit artikel voor het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, ontslag is verleend, heeft recht op een uitkering. Onze Minister voor Wonen en Rijksdienst stelt regels over de uitkering. - ### Artikel 95 **1.** Aan de ambtenaar die is aangesteld in tijdelijke dienst wordt geacht eervol ontslag te zijn verleend zodra de duur van de aanstelling in tijdelijke dienst is verstreken, tenzij sprake is van een stilzwijgende voortzetting als bedoeld in artikel 6, vierde of vijfde lid. @@ -2710,7 +2656,7 @@ d. het ondergaan van lijfsdwang wegens schulden krachtens onherroepelijk geworde e. onherroepelijk geworden veroordeling tot vrijheidsstraf wegens misdrijf; f. ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte; g. onbekwaamheid of ongeschiktheid voor het door hem beklede ambt, anders dan op grond van ziels- of lichaamsgebreken; -h. het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd; +h. het bereiken van de leeftijd van zeventig jaar; i. het bij of in verband met indiensttreding en/of keuring verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen, zonder welke handelwijze niet tot indienstneming of goedkeuring zou zijn overgegaan, tenzij de ambtenaar aannemelijk maakt dat hij te goeder trouw heeft gehandeld. **2.** Een ontslag op grond van het bepaalde in het eerste lid onder *a*, *b*, *f*, *g* en *h* wordt steeds eervol verleend. @@ -2739,9 +2685,15 @@ c. met de duur van het tijdvak dat het UWV op grond van artikel 25, negende lid, **8.** Indien herplaatsing als bedoeld in artikel 37a plaatsvindt in een betrekking voor minder uren dan het aantal waarvoor de ambtenaar was aangesteld, heeft het ontslag uitsluitend betrekking op het meerdere aantal uren. +**9.** Van ontslag als bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, wordt op verzoek van de ambtenaar afgezien voor de duur van telkens ten hoogste één jaar, indien de ambtenaar volgens de uitslag van een arbeidsgezondheidskundig onderzoek als bedoeld in artikel 36a, eerste lid, onderdeel k, in staat is zijn functie te blijven vervullen. + +**10.** Een verzoek als bedoeld in het negende lid wordt door de ambtenaar ten minste drie maanden voor het bereiken van de leeftijd van zeventig jaar of ouder, ingediend. + +**11.** Een arbeidsgezondheidskundig onderzoek als bedoeld in het negende lid wordt niet eerder dan vier maanden voor het bereiken van de leeftijd van zeventig jaar of ouder, bij de ambtenaar uitgevoerd. + ### Artikel 98a -Indien aan de ambtenaar gedurende de tijd, dat hij recht heeft op wachtgeld, daaronder mede begrepen herplaatsingswachtgeld, een uitkering krachtens de Uitkeringsregeling 1966 of een suppletie op grond van de Suppletieregeling gedeeltelijk arbeidsongeschikten sector Rijk , een voor hem passend geachte betrekking is aangeboden en die betrekking binnen een periode van uiterlijk één jaar, nadat hij haar is gaan vervullen, niet passend voor hem blijkt te zijn, kan hem binnen die periode op zijn aanvraag eervol ontslag uit die betrekking worden verleend, welk ontslag ten aanzien van zijn aanspraken op een wachtgeld of uitkering als evenbedoeld, wordt geacht niet door eigen toedoen te zijn verleend. +Indien aan de ambtenaar gedurende de tijd, dat hij recht heeft op wachtgeld een voor hem passend geachte betrekking is aangeboden en die betrekking binnen een periode van uiterlijk één jaar, nadat hij haar is gaan vervullen, niet passend voor hem blijkt te zijn, kan hem binnen die periode op zijn aanvraag eervol ontslag uit die betrekking worden verleend, welk ontslag ten aanzien van zijn aanspraken op een wachtgeld wordt geacht niet door eigen toedoen te zijn verleend. ### Artikel 98b @@ -2812,7 +2764,7 @@ c. indien het gaat om de wees zonder verzorger als bedoeld in onderdeel b, twee Indien de weduwe of weduwnaar een samenlevingscontract sluit dan wel een geregistreerd partnerschap aangaat, eindigt de uitkering met ingang van de maand volgend op de datum van het sluiten van het samenlevingscontract dan wel het aangaan van het geregistreerd partnerschap. -**2.** De uitkering eindigt met ingang van de dag waarop de overledene de leeftijd van 65 jaar zou hebben bereikt, dan wel, indien de partner, zoals dit begrip door de Stichting Pensioenfonds ABP wordt gehanteerd ten aanzien van overheidswerknemers als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet privatisering ABP aan wie een pensioen werd toegekend, hertrouwt, met ingang van de maand volgende op de datum van het hertrouwen. Indien de weduwe of weduwnaar een samenlevingscontract sluit dan wel een geregistreerd partnerschap aangaat, eindigt de uitkering met ingang van de maand volgende op de datum van het sluiten van het samenlevingscontract dan wel van het aangaan van het geregistreerd partnerschap. +**2.** De uitkering eindigt met ingang van de dag waarop de overledene de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, zou hebben bereikt, dan wel, indien de partner, zoals dit begrip door de Stichting Pensioenfonds ABP wordt gehanteerd ten aanzien van overheidswerknemers als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet privatisering ABP aan wie een pensioen werd toegekend, hertrouwt, met ingang van de maand volgende op de datum van het hertrouwen. Indien de weduwe of weduwnaar een samenlevingscontract sluit dan wel een geregistreerd partnerschap aangaat, eindigt de uitkering met ingang van de maand volgende op de datum van het sluiten van het samenlevingscontract dan wel van het aangaan van het geregistreerd partnerschap. **3.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de gewezen ambtenaar ten aanzien van wie artikel 38, derde lid, toepassing heeft gevonden, indien zijn overlijden het rechtstreeks gevolg is van de arbeidsongeschiktheid, bedoeld in dat artikel.