From dec0d5b8171b63aaa23795e1cec5614b251e3ba1 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Fri, 11 Dec 2015 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2015-12-11 | BWBR0017681 | Besluit Onderzoeksraad voor veiligheid --- .../BWBR0017681/README.md | 43 ++++++++++++++----- 1 file changed, 32 insertions(+), 11 deletions(-) diff --git a/amvb/besluit-onderzoeksraad-voor-veiligheid/BWBR0017681/README.md b/amvb/besluit-onderzoeksraad-voor-veiligheid/BWBR0017681/README.md index 6abaefed598..4ccee273a5c 100644 --- a/amvb/besluit-onderzoeksraad-voor-veiligheid/BWBR0017681/README.md +++ b/amvb/besluit-onderzoeksraad-voor-veiligheid/BWBR0017681/README.md @@ -66,8 +66,10 @@ n. staat van de exploitant: staat waarin de exploitant van een luchtvaartuig zij o. staat van registratie: staat waar een luchtvaartuig is geregistreerd; p. exploitant van een luchtvaartuig: iedere natuurlijk persoon, iedere rechtspersoon met of zonder winstoogmerk of ieder overheidslichaam met of zonder rechtspersoonlijkheid dat een of meer luchtvaartuigen exploiteert of voornemens is te exploiteren; q. staat met aanmerkelijk belang: in geval van een voorval met een zeeschip, staat die tot een van de bij ministeriële regeling aangewezen categorieën behoort; -r. spoorweg: het spoorwegsysteem als bedoeld in richtlijn nr. 2004/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake de veiligheid op de communautaire spoorwegen en tot wijziging van richtlijn 95/18/EG van de Raad betreffende de verlening van vergunningen aan spoorwegondernemingen, en van richtlijn 2001/14/EG van de Raad inzake de toewijzing van spoorweginfrastructuurcapaciteit en de heffing van rechten voor het gebruik van spoorweginfrastructuur alsmede inzake veiligheidscertificering («Spoorwegveiligheidsrichtlijn») (PbEG L 220), voor zover dit systeem is aangewezen in het Besluit aanwijzing hoofdspoorwegen; -s. ernstig ongeval in verband met een spoorweg: een botsing of ontsporing van treinen, waarbij ten minste één persoon omkomt of vijf of meer personen ernstig gewond raken of grote schade aan het rollend materieel, de infrastructuur of het milieu wordt veroorzaakt, dan wel een soortgelijk ongeval dat duidelijk consequenties heeft voor de regelgeving op het gebied van de veiligheid op het spoor of het veiligheidsbeheer, waarbij onder «grote schade» wordt verstaan schade waarvan de totale kosten onmiddellijk door de onderzoekende instantie op ten minste € 2 miljoen kunnen worden geraamd. +r. spoorweg: een spoorwegsysteem als bedoeld in richtlijn 2004/49/EG, voor zover dat systeem is aangewezen in het Besluit aanwijzing hoofdspoorwegen; +s. ernstig ongeval in verband met een spoorweg: een botsing of ontsporing van treinen, waarbij ten minste één persoon omkomt of vijf of meer personen ernstig gewond raken of grote schade aan het rollend materieel, de infrastructuur of het milieu wordt veroorzaakt, dan wel een soortgelijk ongeval dat duidelijk consequenties heeft voor de regelgeving op het gebied van de veiligheid op het spoor of het veiligheidsbeheer, waarbij onder «grote schade» wordt verstaan schade waarvan de totale kosten onmiddellijk door de onderzoekende instantie op ten minste € 2 miljoen kunnen worden geraamd; +t. richtlijn 2004/49/EG: richtlijn nr. 2004/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake de veiligheid op de communautaire spoorwegen en tot wijziging van richtlijn 95/18/EG van de Raad betreffende de verlening van vergunningen aan spoorwegondernemingen, en van richtlijn 2001/14/EG van de Raad inzake de toewijzing van spoorweginfrastructuurcapaciteit en de heffing van rechten voor het gebruik van spoorweginfrastructuur alsmede inzake veiligheidscertificering («Spoorwegveiligheidsrichtlijn») (PbEG L 220); +u. Nederlandse spoorwegveiligheidsinstantie: de door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu aangewezen dienst, belast met de taken van de veiligheidsinstantie, bedoeld in artikel 3, onderdeel g, van richtlijn 2004/49/EG. **2.** Onder een luchtvaartongeval wordt mede verstaan een gebeurtenis die samenhangt met het gebruik van een onbemand luchtvaartuig en plaatsvindt tijdens de periode vanaf de start tot en met de landing en waarbij de in het eerste lid onderdeel d onder 1 tot en met 3 genoemde gevolgen zich hebben voorgedaan. @@ -84,7 +86,7 @@ s. ernstig ongeval in verband met een spoorweg: een botsing of ontsporing van tr De artikelen 4, 5, 11a en 11b zijn niet van toepassing op scheepvaartongevallen, waarbij uitsluitend zijn betrokken: a. andere dan in het eerste lid bedoelde schepen in eigendom van of geëxploiteerd door een andere staat voor een niet-commerciële overheidsdienst; -b. schepen die niet mechanisch worden voortgestuwd, houten schepen van eenvoudige bouw en niet voor handel gebruikte plezierjachten en pleziervaartuigen, tenzij deze voor commerciële doeleinden worden of zullen worden bemand en gebruikt voor het vervoer van meer dan 12 passagiers; +b. schepen die niet mechanisch worden voortgestuwd, houten schepen van eenvoudige bouw en niet voor handel gebruikte plezierjachten en pleziervaartuigen, tenzij deze voor commerciële doeleinden worden of zullen worden bemand en gebruikt voor het vervoer van meer dan 12 passagiers; c. vissersvaartuigen met een lengte van minder dan 15 meter. **4.** @@ -92,7 +94,7 @@ c. vissersvaartuigen met een lengte van minder dan 15 meter. Het bepaalde bij of krachtens dit besluit ten aanzien van de staat van de exploitant is slechts van toepassing indien: a. het betrokken luchtvaartuig is geleasd door, gecharterd door of de beschikking daarover door uitwisseling is verkregen door een staat die niet tevens de staat is waar het luchtvaartuig is ingeschreven, en -b. deze staat, geheel of gedeeltelijk, de functies en verplichtingen van de laatstbedoelde staat, die voortvloeien uit annex 13 bij het op 7 december 1994 te Chicago tot stand gekomen Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart, vervult. +b. deze staat, geheel of gedeeltelijk, de functies en verplichtingen van de laatstbedoelde staat, die voortvloeien uit annex 13 bij het op 7 december 1994 te Chicago tot stand gekomen Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart, vervult. ### Paragraaf 3. Onderzoeksverplichtingen @@ -130,9 +132,9 @@ c. Nederland een aanmerkelijk belang heeft bij dat ongeval. **4.** Het onderzoek naar een scheepvaartongeval, waarbij een ro-ro-veerboot of hogesnelheidspassagiersvaartuig is betrokken en waarvoor de raad een onderzoeksverplichting heeft, wordt in ieder geval door de raad geleid, totdat de raad met het daartoe bevoegde onderzoeksorgaan van de staat of staten met een aanmerkelijk belang overeenstemming bereikt welke staat de leiding van het onderzoek overneemt. -**5.** Indien de raad de leiding heeft over een onderzoek naar een scheepvaartongeval, is samenwerking met een onderzoeksinstantie van een andere staat dan een lidstaat van de Europese Unie uitsluitend mogelijk onder de voorwaarden, gesteld in Richtlijn nr. 2009/18/EG van het Europees parlement en van de Raad van Europese Unie van 23 april 2009 tot vaststelling van de grondbeginselen voor het onderzoek van ongevallen in de zeescheepvaartsector en tot wijziging van de Richtlijn 1999/35/EG van de Raad en Richtlijn 2002/59/EG van het Europees Parlement en de Raad (PbEU L 131). +**5.** Indien de raad de leiding heeft over een onderzoek naar een scheepvaartongeval, is samenwerking met een onderzoeksinstantie van een andere staat dan een lidstaat van de Europese Unie uitsluitend mogelijk onder de voorwaarden, gesteld in Richtlijn nr. 2009/18/EG van het Europees parlement en van de Raad van Europese Unie van 23 april 2009 tot vaststelling van de grondbeginselen voor het onderzoek van ongevallen in de zeescheepvaartsector en tot wijziging van de Richtlijn 1999/35/EG van de Raad en Richtlijn 2002/59/EG van het Europees Parlement en de Raad (PbEU L 131). -**6.** Indien een onderzoeksinstantie van een andere staat dan een lidstaat van de Europese Unie de leiding heeft over het onderzoek naar een scheepvaartongeval, is samenwerking door de raad met die onderzoeksinstantie uitsluitend mogelijk wanneer het onderzoek wordt uitgevoerd overeenkomstig de regels, gesteld in de Code of the International Standards and Recommended Practices for a Safety Investigation into a Marine Casualty or Marine Incident zoals vastgesteld bij resolutie MSC.255(84) van de International Maritime Organisation van 16 mei 2008. +**6.** Indien een onderzoeksinstantie van een andere staat dan een lidstaat van de Europese Unie de leiding heeft over het onderzoek naar een scheepvaartongeval, is samenwerking door de raad met die onderzoeksinstantie uitsluitend mogelijk wanneer het onderzoek wordt uitgevoerd overeenkomstig de regels, gesteld in de Code of the International Standards and Recommended Practices for a Safety Investigation into a Marine Casualty or Marine Incident zoals vastgesteld bij resolutie MSC.255(84) van de International Maritime Organisation van 16 mei 2008. ### Artikel 6 @@ -150,7 +152,7 @@ c. Nederland een aanmerkelijk belang heeft bij dat ongeval. ### Artikel 8 -**1.** De raad stelt onverwijld een onderzoek in naar een zwaar ongeval als bedoeld in richtlijn nr. 96/82/EG van de Raad van de Europese Unie van 9 december 1996 betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken (PbEG L 010). +**1.** De raad stelt onverwijld een onderzoek in naar een zwaar ongeval als bedoeld in richtlijn nr. 96/82/EG van de Raad van de Europese Unie van 9 december 1996 betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken (PbEG L 010). **2.** De raad is niet gehouden een in het eerste lid bedoeld onderzoek in te stellen indien één van de uitsluitingen, genoemd in artikel 4 van de in het eerste lid genoemde richtlijn, van toepassing zijn. @@ -160,6 +162,15 @@ c. Nederland een aanmerkelijk belang heeft bij dat ongeval. **2.** Indien niet kan worden vastgesteld of een ongeval als bedoeld in het eerste lid in Nederland of een ander land heeft plaatsgevonden, of indien het heeft plaatsgevonden op of vlakbij een grensinstallatie van Nederland en een ander land, worden tussen de raad en het bevoegde onderzoeksorgaan in het andere land afspraken gemaakt wie het onderzoek gaat verrichten of wordt afgesproken dat gezamenlijk onderzoek wordt verricht. Ingeval het onderzoek wordt verricht door de raad, wordt het orgaan in het andere land uitgenodigd aan het onderzoek deel te nemen en volledig over de uitkomsten van het onderzoek ingelicht. +### Artikel 8b + +Bij een beslissing als bedoeld in artikel 41, eerste lid, van de rijkswet, omtrent het instellen van een onderzoek naar een ongeval of incident in verband met een spoorweg, niet zijnde een ernstig ongeval in verband met een spoorweg, houdt de raad rekening met: + +a. de ernst van het ongeval of incident, +b. de vraag of het ongeval of incident deel uitmaakt van een reeks ongevallen of incidenten die van belang zijn voor het systeem als geheel, +c. de consequenties van het ongeval of incident voor de veiligheid op het spoor in de Europese Unie, en +d. verzoeken van infrastructuurbeheerders, spoorwegondernemingen, de Nederlandse spoorwegveiligheidsinstantie of andere lidstaten. + ### Paragraaf 4. Meldingsplichten ### Artikel 9 @@ -173,7 +184,7 @@ b. in geval van een luchtvaartongeval of een ernstig luchtvaartincident op of in c. in geval van een luchtvaartongeval of een ernstig luchtvaartincident met een Nederlands luchtvaartuig boven volle zee of in het buitenland: de gezagvoerder en de exploitant van het luchtvaartuig; d. in geval van een scheepvaartongeval of een scheepvaartincident dat voldoet aan de criteria, genoemd in artikel 4, eerste lid, de onderdelen a tot en met c: de kapitein en de exploitant van een schip dat betrokken is bij het ongeval, en daartoe door het bevoegde gezag, bedoeld in de Scheepvaartverkeerswet, aangewezen personen werkzaam bij de desbetreffende scheepvaartbegeleidingsdienst indien dat ongeval heeft plaatsgevonden in de Europese wateren; e. in geval van een scheepvaartongeval met andere schepen dan zeeschepen varende in de Europese wateren onder Nederlandse jurisdictie: de kapitein en de exploitant van het schip; -f. in geval van een voorval in verband met een spoorweg of een andere railweg in Nederland: de exploitant van een railvoertuig dat betrokken is bij het ongeval, de betrokken verkeersleiding en de betrokken beheerder van de betrokken railweg of daarmee vergelijkbare geleider; +f. in geval van een voorval in verband met een spoorweg of een andere railweg in Nederland: de exploitant van een railvoertuig dat betrokken is bij het voorval, de Nederlandse spoorwegveiligheidsinstantie, de betrokken verkeersleiding en de betrokken beheerder van de betrokken railweg of daarmee vergelijkbare geleider; g. in geval van een voorval in verband met een buisleiding in Nederland: de exploitant van een buisleiding die betrokken is bij het ongeval; h. in geval van een voorval als bedoeld in artikel 47 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat voorzover de voorvallen aan hem zijn gemeld; i. in geval van een voorval als bedoeld in artikel 6.60 van de Wet luchtvaart: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat voorzover de voorvallen aan hem zijn gemeld; @@ -188,7 +199,7 @@ k. in geval van een luchtvaartongeval of een ernstig luchtvaartincident als bedo **1.** -Bij een besluit van de raad als bedoeld in artikel 41, eerste lid, van de rijkswet, om onderzoek te doen naar een scheepvaartongeval of incident, houdt de raad rekening met: +Bij een beslissing van de raad als bedoeld in artikel 41, eerste lid, van de rijkswet, om onderzoek te doen naar een scheepvaartongeval of incident, houdt de raad rekening met: a. de ernst van het ongeval of incident; b. het type vaartuig of lading dat betrokken is bij het ongeval of incident, en @@ -208,11 +219,21 @@ Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over het toezenden van het rapp ### Artikel 11a -De raad voert het onderzoek naar een scheepvaartongeval, waarbij een zeeschip is betrokken, uit overeenkomstig de methodologie, bedoeld in artikel 2, onder e, van de Verordening nr. 1406/2002 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 27 juni 2002 tot oprichting van een Europees Agentschap voor maritieme veiligheid (PbEG L 208). Afwijking van deze methodologie is mogelijk, voor zover de onderzoeker dit noodzakelijk acht voor het bereiken van de onderzoeksdoelstellingen. +De raad voert het onderzoek naar een scheepvaartongeval, waarbij een zeeschip is betrokken, uit overeenkomstig de methodologie, bedoeld in artikel 2, onder e, van de Verordening nr. 1406/2002 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 27 juni 2002 tot oprichting van een Europees Agentschap voor maritieme veiligheid (PbEG L 208). Afwijking van deze methodologie is mogelijk, voor zover de onderzoeker dit noodzakelijk acht voor het bereiken van de onderzoeksdoelstellingen. ### Artikel 11b -Bij een onderzoek naar een scheepvaartongeval, waarbij een zeeschip is betrokken, wordt voor aangelegenheden die niet reeds in de rijkswet en de daarop berustende bepalingen expliciet geregeld zijn, de Code of the International Standards and Recommended Practices for a Safety Investigation into a Marine Casualty or Marine Incident zoals vastgesteld bij resolutie MSC.255(84) van de International Maritime Organisation van 16 mei 2008 in acht genomen. +Bij een onderzoek naar een scheepvaartongeval, waarbij een zeeschip is betrokken, wordt voor aangelegenheden die niet reeds in de rijkswet en de daarop berustende bepalingen expliciet geregeld zijn, de Code of the International Standards and Recommended Practices for a Safety Investigation into a Marine Casualty or Marine Incident zoals vastgesteld bij resolutie MSC.255(84) van de International Maritime Organisation van 16 mei 2008 in acht genomen. + +### Artikel 11c + +Bij het onderzoek naar een scheepvaartongeval, een ernstig scheepvaartongeval of een zeer ernstig scheepvaartongeval wordt rekening gehouden met de relevante bepalingen van de IMO-richtsnoeren betreffende de billijke behandeling van zeelieden bij ongevallen op zee, bedoeld in artikel 3, vierde lid, van richtlijn 2009/18/EG van het Europees parlement en van de Raad van Europese Unie van 23 april 2009 tot vaststelling van de grondbeginselen voor het onderzoek van ongevallen in de zeescheepvaartsector en tot wijziging van de Richtlijn 1999/35/EG van de Raad en Richtlijn 2002/59/EG van het Europees Parlement en de Raad (PbEU L 131). + +### Artikel 11d + +**1.** Indien de raad naar aanleiding van een onderzoek naar een voorval in verband met een spoorweg een aanbeveling doet, richt hij deze tot de Nederlandse spoorwegveiligheidsinstantie, en, als de aard van de aanbeveling dat vereist, tot andere bestuursorganen of tot andere lidstaten. + +**2.** De Nederlandse spoorwegveiligheidsinstantie en de in het eerste lid bedoelde andere bestuursorganen alsmede andere lidstaten tot welke de aanbevelingen zijn gericht, laten de raad ten minste eenmaal per jaar weten welke maatregelen zij naar aanleiding van de aanbeveling hebben genomen of nog zullen nemen. ### Paragraaf 6. Informatiemateriaal