diff --git a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-b/BWBR0012289/README.md b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-b/BWBR0012289/README.md index 1ebffb0ea0c..9cb208fa403 100644 --- a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-b/BWBR0012289/README.md +++ b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-b/BWBR0012289/README.md @@ -68,25 +68,22 @@ Van deze bevoegdheid maakt de IND in ieder geval geen gebruik als het een intrek -Op grond van artikel 2f, eerste lid, Vw juncto artikel 1.22 Vb kan de IND de erkenning als referent schorsen als sprake is van in ieder geval één van de volgende omstandigheden: +Op grond van artikel 2f, eerste lid, Vw juncto artikel 1.22 Vb schorst de IND de erkenning als referent omdat ernstige twijfels bestaan over de betrouwbaarheid van de erkend referent als één van de volgende omstandigheden zich voordoet: -• de IND heeft een ernstig vermoeden dat de referent niet meer voldoet aan de voorwaarden voor erkenning, als bedoeld in artikel 2e Vw; -• de IND doet aangifte bij de officier van justitie of bij een van zijn hulpofficieren tegen de referent of raakt bekend met de omstandigheid dat een ander overheidsorgaan aangifte heeft gedaan tegen de referent, dat er een opsporingsonderzoek is opgestart of vervolging is ingesteld tegen de referent die de voorwaarden voor erkenning raakt; -• de IND heeft een klacht ingediend tegen een referent bij de Landelijke Commissie Gedragscode internationale student in het Nederlands hoger onderwijs, die de voorwaarden voor erkenning raakt; -• de Inspectie van het Onderwijs heeft een onderzoek ingesteld naar een referent, dat de voorwaarden voor erkenning raakt; of +• de IND doet aangifte bij de officier van justitie of bij een van zijn hulpofficieren tegen de referent of raakt bekend met de omstandigheid dat een ander overheidsorgaan aangifte heeft gedaan tegen de referent, dat er een opsporingsonderzoek is opgestart of vervolging is ingesteld tegen de referent; +• de IND heeft een klacht ingediend tegen een referent bij de Landelijke Commissie Gedragscode internationale student in het Nederlands hoger onderwijs; +• de Inspectie van het Onderwijs heeft een onderzoek ingesteld naar een referent; of • de Inspectie SZW heeft een onderzoek naar fraude door de referent ingesteld in verband met het niet naleven van bepalingen uit de Wav of de Wml. Een schorsing van de erkenning duurt drie maanden. De IND verlengt de schorsing steeds met drie maanden als advies van derden of de uitkomst van onderzoek door derden of het OM moet worden afgewacht om een besluit omtrent de erkenning als referent te kunnen nemen. -Op grond van artikel 2g Vw trekt de IND de erkenning als referent in als de in dit artikel genoemde feiten zich voordoen. Op grond van artikel 2g, aanhef en onder c, Vw geldt dat de IND de erkenning als referent ook intrekt als zich één van de volgende gevallen voordoet: +De IND trekt op grond van artikel 2g, aanhef en onder c, Vw de erkenning als referent in als zich één van de volgende omstandigheden voordoet: -• de referent is voor de derde keer beboet wegens het niet naleven van de zorg- of informatieplicht waarbij de overtreding door de IND als ernstig is gekwalificeerd. Hierbij wordt verwezen naar paragraaf 9.1.3.2. van dit hoofdstuk; +• de referent is voor de derde keer beboet wegens het niet naleven van de zorg- of informatieplicht waarbij de overtreding door de IND als ernstig is gekwalificeerd. Hierbij wordt verwezen naar paragraaf 9 van dit hoofdstuk; • de referent weigert om zijn medewerking te verlenen aan nalevingstoezicht door de IND; • de referent niet zorgvuldig toetst of de vreemdeling wiens overkomst hij wenst aan de verblijfsvoorwaarden voldoet; of • de referent heeft bij kennis of vermoedens van misstanden met betrekking tot het verblijf van de vreemdeling in Nederland niet adequaat opgetreden. -Op grond artikel 1.15a VV kan de IND de erkenning als referent intrekken als de in dit artikel genoemde feiten zich voordoen. - #### 2.3. Beoordeling continuïteit en solvabiliteit van de onderneming Hoofdregel is dat de IND voor de beoordeling of de continuïteit en solvabiliteit van de startende onderneming (als bedoeld in artikel 1.13, tweede lid, VV) voldoende is gewaarborgd advies opvraagt bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). @@ -1255,102 +1252,304 @@ De IND beschouwt een verklaring van het tolkencentrum als bewijsmiddel, waaruit • wanneer de eerstvolgende datum is waarop een tolk in de gewenste taal beschikbaar is; of • dat tijdig een tolk is aangevraagd, maar deze niet tijdig beschikbaar is. -### 9. Handhaving +### 9. Bestuurlijke boete -#### 9.1. Bestuurlijke boete +#### 9.1. Inleiding -##### 9.1.1. Inleiding +Uit artikel 55a Vw volgt dat de IND boetes op kan leggen aan zowel de (erkend) referent als aan de vreemdeling. -De IND legt bij een overtreding van een wettelijke verplichting een bestuurlijke boete op aan de referent. In afwijking hiervan legt de IND de bestuurlijke boete op aan de vreemdeling als: +De IND kan een bestuurlijke boete in ieder geval aan de referent opleggen in het geval van een overtreding van één van de volgende wettelijke verplichtingen: -• de vreemdeling geen referent heeft; of -• aannemelijk is dat de vreemdeling op de hoogte was van het feit dat zijn referent niet langer voldeed aan zijn wettelijke verplichtingen als referent. +1. De zorgplicht van de erkend referent; +2. De informatieplicht van de referent; +3. Het volledig en naar waarheid afleggen van eigen verklaringen; en +4. De administratieplicht van de referent. -Als de IND het aannemelijk acht dat de vreemdeling op de hoogte is van het feit dat zijn referent niet langer voldoet aan zijn wettelijke verplichtingen als referent, stelt de IND de vreemdeling op de hoogte van de bevindingen en geeft hem een termijn van twee weken om de gegevens te controleren en eventuele wijzigingen aan te brengen. Als de vreemdeling binnen de termijn van twee weken geen gebruik maakt van deze mogelijkheid of bewust zijn gegevens niet aanvult of wijzigt, legt de IND de bestuurlijke boete aan de vreemdeling op. +De IND kan een bestuurlijke boete opleggen aan een vreemdeling als sprake is van het overtreden van de informatieplicht. -##### 9.1.2. Waarschuwing +De IND kan een bestuurlijke boete alleen opleggen aan de vreemdeling als: -Als de referent of vreemdeling voor de eerste keer een wettelijke verplichting overtreedt, geeft de IND een waarschuwing. Een waarschuwing blijft gedurende 24 maanden van kracht. Wanneer door de ernst van een overtreding een waarschuwing niet op zijn plaats is, legt de IND zonder eerst te waarschuwen, een bestuurlijke boete op. +a. de vreemdeling geen referent heeft; +b. het aannemelijk is dat de vreemdeling op de hoogte was van het feit dat zijn referent niet langer voldeed aan zijn wettelijke verplichtingen als referent; of +c. het gegevens betreft waar alleen de vreemdeling van op de hoogte is. -Als de referent of vreemdeling binnen 24 maanden nadat hij een waarschuwing heeft gekregen opnieuw dezelfde wettelijke verplichting overtreedt, legt de IND aan de overtreder een bestuurlijke boete op. +Ad b: -##### 9.1.3. Opleggen van een bestuurlijke boete +De IND kan geen bestuurlijke boete opleggen als de vreemdeling binnen twee weken nadat hij op de hoogte raakte van het feit dat de referent niet langer aan zijn wettelijke verplichting voldeed, de IND die informatie verstrekt. -Wanneer de IND voornemens is om een bestuurlijke boete op te leggen wegens een overtreding van een wettelijke verplichting maakt de IND van deze overtreding een rapport op, zoals bedoeld in artikel 5:48 Awb. Dit rapport vermeldt: +Ad c: -• de dagtekening; -• de naam van de overtreder; -• de overtreding; -• het overtreden voorschrift; en zo nodig -• een aanduiding van de plaats waar en het tijdstip waarop de overtreding is geconstateerd. +De vreemdeling heeft zich niet gehouden aan de uit artikel 4.43, eerste lid, Vb voortvloeiende termijn van vier weken. -Bij het voornemen tot oplegging van de bestuurlijke boete aan de referent of vreemdeling voegt de IND een afschrift van het rapport toe. +De IND stelt de vreemdeling schriftelijk op de hoogte dat de referent niet langer aan zijn wettelijke verplichtingen voldoet als de IND grond heeft om aan te nemen dat de vreemdeling daarvan niet op de hoogte is. De vreemdeling krijgt een termijn van twee weken om de gegevens te controleren en wijzigingen aan te brengen. -Als de IND de referent of vreemdeling in de gelegenheid stelt om mondeling zijn zienswijze te geven op het voornemen of de beschikking om hem een bestuurlijke boete op te leggen, wijst de IND de vreemdeling of referent op zijn zwijgrecht, omdat hij niet verplicht is om over de overtreding een verklaring af te leggen. +De IND kan ook een bestuurlijke boete opleggen aan de vreemdeling in de volgende gevallen: -Een opgelegde bestuurlijke boete blijft gedurende 24 maanden van kracht. Op grond van artikel 55a, derde lid, Vw legt de IND een bestuurlijke boete op die 50 procent meer bedraagt dan de maximale bestuurlijke boete als opgenomen in artikel 55a, eerste lid, Vw als de referent of vreemdeling binnen 24 maanden nogmaals de wettelijke verplichting overtreedt waarvoor hij eerder is beboet. +− de vreemdeling wordt op grond van artikel 4.38 Vb gevorderd informatie te verschaffen; en +− de vreemdeling verschaft de gevraagde informatie niet of houdt zich niet aan de in de vordering bedoelde termijn. -De IND kan in geval van zeer ernstige schending of grove overtreding direct overgaan tot aangifte bij het OM. Van een zeer ernstige schending of grove overtreding is in ieder geval sprake als: +#### 9.2. Waarschuwing -• het een zeer ernstige overtreding van de zorgplicht betreft; -• het een overtreding betreft die gericht is op het bewust misbruiken van (verblijfsrechtelijke) procedures; of -• er sprake is van uitbuiting in het kader van mensenhandel. +De IND beoordeelt aan de hand van paragraaf B9/5 Vc of er aanleiding bestaat een bestuurlijke boete op te leggen zonder dat de referent of de vreemdeling eerst wordt gewaarschuwd voor de begane overtreding(en). -De IND doet geen aangifte van een strafbaar feit bij de officier van justitie of bij een van zijn hulpofficieren als de IND of een ander bestuursorgaan de referent of vreemdeling wegens dezelfde gedraging al een boete heeft opgelegd (artikel 5:44 Awb). +Een waarschuwing blijft gedurende 24 maanden van kracht. Een waarschuwing op grond van artikel 55a Vw is geen besluit in de zin van de Awb. Op een waarschuwing zijn derhalve de voorbereidingsvereisten voor een beschikking, zoals het indienen van een zienswijze op een voornemen, niet van toepassing. Tevens is het niet mogelijk om rechtsmiddelen in te dienen tegen een waarschuwing. -###### 9.1.3.1. Berekening hoogte van de bestuurlijke boete +Als de referent of de vreemdeling binnen 24 maanden nadat hij een eerste waarschuwing heeft gekregen opnieuw dezelfde wettelijke verplichting overtreedt, kan de IND ook een bestuurlijke boete opleggen bij een mindere ernstige overtreding als bedoeld in paragraaf B1/9.5 Vc. -Als sprake is van meerdere overtredingen van verschillende of dezelfde wettelijke verplichting(en), legt de IND een bestuurlijke boete op die bestaat uit de som van de per overtreding berekende boetebedragen. De hoogte van de (totale) bestuurlijke boete is niet gemaximeerd. Als de referent bijvoorbeeld de administratieplicht voor vijf vreemdelingen heeft overtreden en de informatieplicht voor één vreemdeling, kan de IND hem een bestuurlijke boete opleggen die in totaal zes maal het maximale boetebedrag als bedoeld in artikel 55a, eerste of derde lid Vw bedraagt. +#### 9.3. Opleggen van een bestuurlijke boete -De IND houdt bij het bepalen van de hoogte van de bestuurlijke boete conform artikel 5:46 Awb rekening met: +De IND stelt de referent of vreemdeling in de gelegenheid om een zienswijze te geven op het voornemen om hem een bestuurlijke boete op te leggen. Dit kan schriftelijk of mondeling. In het laatste geval geeft de IND de in artikel 5:10a Awb bedoelde cautie, wat inhoudt dat de IND erop wijst dat de vreemdeling of referent niet verplicht is tot antwoorden omtrent de overtredingen. -• de ernst van de overtreding; -• de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten; en -• de omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd. +De IND geeft deze cautie ook in de volgende gevallen: -Als sprake is van meerdere overtredingen van verschillende of dezelfde wettelijke verplichting(en), legt de IND een bestuurlijke boete op die bestaat uit de som van de per overtreding berekende boetebedragen. De hoogte van de (totale) bestuurlijke boete is niet gemaximeerd. +− vanaf het moment dat de referent, de vreemdeling of iemand anders tijdens een contactmoment (bijvoorbeeld aan de telefoon) met informatie komt die kan duiden op boetewaardig gedrag; of +− vanaf het moment dat de referent of vreemdeling wordt verhoord met het oog op het opleggen van een bestuurlijke boete. -###### 9.1.3.2. Ernst van de overtreding +De IND legt op grond van artikel 5:53, tweede lid, Awb geen boete op zonder dat een rapport als bedoeld in artikel 5:48 Awb is uitgebracht en de referent of de vreemdeling de gelegenheid heeft gekregen om hierop een zienswijze naar voren te brengen. De IND maakt een rapport van bevindingen op waarin het volgende staat: -De IND legt een bestuurlijke boete op van maximaal 100 procent van het bedrag dat opgenomen is in artikel 55a, eerste of derde lid, Vw, als sprake is van een overtreding van een wettelijke verplichting die als ernstig wordt aangemerkt. Als sprake is van een minder ernstige overtreding matigt de IND het boetebedrag tot 50 procent van de maximale bestuurlijke boete zoals opgenomen in artikel 55a, eerste of derde lid, Vw. +− de dagtekening; +− de naam van de overtreder; +− de overtreding; +− het overtreden voorschrift; en zo nodig +− een aanduiding van de plaats waar en het tijdstip waarop de overtreding is geconstateerd. -De IND beschouwt de volgende overtredingen van een wettelijke verplichting door de vreemdeling of referent in ieder geval als ernstig: +De medewerker van de IND die het rapport van bevindingen opstelt, neemt in het rapport de relevante omstandigheden van het geval op, waaronder ook ontlastende omstandigheden. -• een overtreding van de zorgplicht; of -• een overtreding van de informatieplicht die tot intrekking van de verblijfsvergunning van de vreemdeling of de erkenning van de referent leidt of zou hebben geleid. +Als daartoe aanleiding bestaat, dan neemt de IND voorafgaand aan het opstellen van het rapport contact op met de referent en/of de vreemdeling. Dit om vast te kunnen stellen of er sprake is van een overtreding van een wettelijke verplichting. Er is in ieder geval aanleiding om contact op te nemen met de referent als het voor de IND op basis van een schriftelijke controle van de administratie van de referent niet duidelijk is of de referent voldoende invulling heeft gegeven aan de zorgplicht en de referent hierover nog niet is bevraagd. -De IND beschouwt de volgende overtredingen van een wettelijke verplichting door de referent of de vreemdeling in ieder geval als minder ernstig: +Op basis van het rapport van bevindingen wordt door een andere medewerker van de IND dan de opsteller van het rapport van bevindingen beoordeeld of er aanleiding bestaat om een boete op te leggen. Bij het voornemen tot oplegging van de bestuurlijke boete moet de IND altijd een afschrift van het rapport van bevindingen toevoegen. -• een overtreding van de informatieplicht door een niet erkende referent, als de informatie die verstrekt had moeten worden, niet leidt of geleid zou hebben tot intrekking van de verblijfsvergunning; of -• een overtreding van de administratieplicht door een niet erkende referent of vreemdeling. +De medewerker van de IND moet bij de beoordeling of er aanleiding bestaat om een boete op te leggen beoordelen of het rapport van bevindingen voldoende informatie bevat om een voornemen uit te brengen. Als dat niet het geval is moet de medewerker van de IND: -###### 9.1.3.3. Verwijtbaarheid van de overtreding +− een verzoek voor een aanvullend rapport van bevindingen indienen bij de opsteller van het rapport van bevindingen; of +− zelf aanvullend onderzoek verrichten. -De IND legt geen bestuurlijke boete op als de overtreding van een wettelijke verplichting de referent of vreemdeling niet te verwijten is. +De IND legt geen bestuurlijke boete op aan de referent of de vreemdeling als: -Een verminderde mate van verwijtbaarheid geeft aanleiding het boetebedrag dat overblijft nadat de IND de ernst van de overtreding heeft meegewogen, te matigen met 50 procent. Bijvoorbeeld, als een natuurlijk persoon een overtreding heeft begaan die de IND aanmerkt als een minder ernstige overtreding en hiernaast sprake is van een verminderde mate van verwijtbaarheid, kan de IND een bestuurlijke boete opleggen die € 375 bedraagt. Dit bedrag is als volgt berekend. De maximale bestuurlijke boete van € 1500, die de IND conform artikel 55a, eerste lid, Wv, kan opleggen aan een natuurlijk persoon, is eerst verminderd met 50 procent omdat het een minder ernstige overtreding betreft. Vervolgens is het boetebedrag dat hierna overblijft, € 750, verminderd met 50 procent omdat sprake is van een verminderde mate van verwijtbaarheid. +− wegens dezelfde overtreding reeds eerder een bestuurlijke boete is opgelegd (artikel 5:43 Awb); +− tegen de overtreder wegens dezelfde gedraging een strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting is begonnen, dan wel een strafbeschikking is uitgevaardigd (artikel 5:44, eerste lid, Awb); of +− na de zienswijze is meegedeeld dat geen bestuurlijke boete wordt opgelegd (artikel 5:50, tweede lid, aanhef en onderdeel a, Awb). -Van een verminderde verwijtbaarheid is in ieder geval sprake als: +De IND betrekt bij de beoordeling of sprake is van dezelfde overtreding of gedraging in de zin van artikel 5:43 dan wel 5:44 Awb ieder geval: -• de overtreding het gevolg is van een andere onvermijdelijke handeling; of -• de referent aannemelijk maakt dat de overtreding het gevolg is van dwang door derden. +• de aard van de overtreden normen; en +• de daaraan ten grondslag liggende gedragingen. -#### 9.2. Verhalen van de kosten van uitzetting op de referent +De IND neemt in ieder geval niet aan dat sprake is van dezelfde gedraging als er sprake is van samenloop tussen: + +− een boete op grond van artikel 55a Vw wegens schending van de informatieplicht enerzijds; en +− een bestuurlijke boete of strafrechtelijke vervolging op grond van wettelijke bepalingen die niet voortvloeien uit de Vw. + +Anders dan de informatieplicht, strekken wettelijke bepalingen die niet voortvloeien uit de Vw er niet toe dat de IND binnen een bepaalde termijn over de rechtens juiste gegevens wordt geïnformeerd. De IND neemt in ieder geval aan dat er sprake is van dezelfde gedraging als wegens schending van dezelfde wettelijke verplichting reeds vervolging plaatsvindt of heeft plaatsgevonden op grond van artikel 108 Vw. + +De IND gaat direct over tot aangifte bij het OM als er sprake is van een zeer ernstige schending of grove overtreding. Hiervan is in ieder geval sprake als: + +− het een zeer ernstige overtreding van de zorgplicht betreft; +− het een overtreding betreft die gericht is op het bewust misbruiken van (verblijfsrechtelijke) procedures; of +− er sprake is van uitbuiting in het kader van mensenhandel. + +#### 9.4. Berekening hoogte van de bestuurlijke boete + +Gelet op artikel 5:46 Awb houdt de IND bij het bepalen van de hoogte van de bestuurlijke boete rekening met: + +− de ernst van de overtreding (paragraaf 9.5 en 9.7 Vc); +− de verwijtbaarheid (paragraaf 9.6 en 9.7 Vc); en +− de omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd en de evenredigheid (paragraaf 9.8 Vc) + +De IND gaat over tot matiging van de bestuurlijke boete aan de hand van de volgende uitgangspunten: + +− bij matiging tot nihil wordt géén bestuurlijke boete opgelegd. De IND gaat behoudens het volledig ontbreken van verwijtbaarheid, in dat geval wel over tot het opleggen van een schriftelijke waarschuwing; +− matigingsfactoren worden gecombineerd toegepast. + +De IND voert – als eerste afweging van omstandigheden in het kader van artikel 5:46 Awb – per wettelijke verplichting afzonderlijk beleid ten aanzien van de ernst van de overtreding en in voorkomende gevallen ook ten aanzien van de verwijtbaarheid. + +Zie voor deze uitwerking per wettelijke verplichting paragraaf 9.7.1 Vc (de zorgplicht), paragraaf 9.7.2. Vc (de inlichtingenplicht) en paragraaf 9.7.3 Vc (de administratieplicht). + +#### 9.5. De ernst van de overtreding + +Als de IND niet eerder aan een referent of een vreemdeling een bestuurlijke boete heeft opgelegd of een waarschuwing heeft gegeven voor de betreffende wettelijke verplichting, gaat de IND alleen over tot het opleggen van een bestuurlijke boete als de ernst van de overtreding dat rechtvaardigt. + +De IND hanteert als hoofdregel dat de ernst van de overtreding het rechtvaardigt om zonder waarschuwing een bestuurlijke boete op te leggen als het bepaalde in paragraaf B1/9.7 Vc bij de eerste afweging van de ernst aanleiding geeft om tenminste 50 procent van het maximaal toepasselijke boetebedrag op te leggen. + +Als in een zaak sprake is van omstandigheden die aanleiding geven om af te wijken van de in het beleid opgenomen uitgangspunten, dan kan dat voor de IND aanleiding zijn om een op de zaak toegespitst boetebedrag vast te stellen. Dit kan tot een hoger boetebedrag leiden dan hetgeen in paragraaf B1/9.7 als uitgangspunt is gekozen. De IND maakt terughoudend en enkel op grond van niet reeds bij het beleid betrokken factoren gebruik van de mogelijkheid om een hoger bedrag vast te stellen. + +De IND legt voor een overtreding een bestuurlijke boete op die ten hoogste gelijk is aan de in artikel 55a Vw opgenomen (maximale) normen. + +De IND legt een bestuurlijke boete op die bestaat uit de som van de per overtreding berekende boetebedragen als sprake is van meerdere overtredingen van verschillende of dezelfde wettelijke verplichting(en). De hoogte van de (totale) op te leggen bestuurlijke boete is niet gemaximeerd. Als de referent de zorgplicht voor vijf vreemdelingen heeft overtreden en de informatieplicht voor één vreemdeling, kan de IND de referent ten aanzien van alle zes de overtredingen een bestuurlijke boete opleggen. Het totaalbedrag hiervan kan ten hoogste zes maal het toepasselijke boetebedrag als bedoeld in artikel 55a, eerste of derde lid, Vw bedragen. + +De IND beperkt in het geval van een schending van de administratieplicht van meerdere vreemdelingen de hoogte van de totaal op te leggen bestuurlijke boete als de (erkend) referent: + +− ten aanzien van die individuele vreemdelingen wel een administratie voert; +− die administraties onvolledig zijn wegens dezelfde reden; en +− de schending van de administratieplicht niet dusdanig ernstig is dat dat afzonderlijke oplegging van bestuurlijke boetes per individueel geval rechtvaardigt. + +In dit geval stelt de IND op de gebruikelijke wijze de hoogte van de eerste bestuurlijke boete vast en voor iedere volgende overtreding van de administratieplicht legt de IND een boete op van 20 procent van het bedrag van de eerste boete. + +Als de IND eerder een bestuurlijke boete heeft opgelegd, en de (erkend) referent of vreemdeling pleegt binnen een periode van 24 maanden opnieuw een overtreding van dezelfde wettelijke verplichting, dan verhoogt de IND op grond van artikel 55a, derde lid, Vw de op te leggen boete met 50 procent. + +#### 9.6. Verwijtbaarheid van de overtreding + +De IND legt geen bestuurlijke boete op als de overtreding van de wettelijke verplichting de referent of de vreemdeling niet te verwijten is. + +Van het vorenstaand is in ieder geval sprake in de volgende gevallen: + +a. de overtreding is het gevolg van een andere onvermijdelijke handeling; of +b. de referent of de vreemdeling heeft aannemelijk gemaakt dat de overtreding het gevolg is van niet aan de referent toe te rekenen handelen door derden. + +Ad b: + +Handelen door derden wordt in ieder geval aan de referent toegerekend als de referent werkzaamheden aan deze derden heeft uitbesteed. + +De IND stelt de bestuurlijke boete, naast de beoordeling van de ernst, vast aan de hand van de mate van verwijtbaarheid. De IND hanteert daarbij de volgende uitgangspunten: + +a. Opzet dan wel grove schuld: 100 procent, te verminderen tot 75 procent. +b. Normale verwijtbaarheid: 50 procent. +c. Verminderde verwijtbaarheid: 25 procent. + +Ad a: + +Als er gelet op de aard van de normschending niet reeds van opzet of grove schuld kan worden uitgegaan levert de IND afdoende bewijs voor de aanwezigheid van opzet of grove schuld. De IND kan zich baseren op feiten die door de referent of de vreemdeling niet of niet voldoende zijn weersproken. + +De IND gaat in het geval van opzet steeds uit van 100 procent van het op te leggen boetebedrag. In het geval van opzet is er immers sprake van het willens en wetens schenden van een wettelijke verplichting. Bij grove schuld gaat het in de regel om ernstige nalatigheid, onzorgvuldigheid, onachtzaamheid, roekeloosheid of de betrokkene is onoordeelkundig met als gevolg dat wettelijke verplichtingen niet behoorlijk worden nageleefd. De IND beoordeelt aan de hand van de omstandigheden van het geval of grove schuld aanleiding geeft om uit te gaan van maximale verwijtbaarheid of van verminderde verwijtbaarheid van 75 procent. Daarbij kent de IND in ieder geval betekenis toe aan de bijzondere verantwoordelijkheid van de erkend referent om op adequate wijze invulling te geven aan zijn verplichtingen. + +Ad c: + +De referent dan wel de vreemdeling levert afdoende bewijs van feiten en omstandigheden die aanleiding kunnen geven voor verlaging van de bestuurlijke boete omdat sprake is van verminderde verwijtbaarheid. Als de IND op de hoogte is van bijzondere omstandigheden inzake de verwijtbaarheid wordt bij het opleggen van de bestuurlijke boete hiermee rekening gehouden. + +De IND gaat ten aanzien van ondernemingen, rechtspersonen en andere organisaties uit van verminderde verwijtbaarheid als er ten tijde van het begaan van de overtreding: + +− sprake was van adequate maatregelen door de onderneming, de rechtspersoon of een andere organisatie om te voorkomen dat er wettelijke verplichtingen worden geschonden. Daarbij betrekt de IND ook of gebleken is dat de onderneming, de rechtspersoon of de andere organisatie in andere gevallen grotendeels heeft voldaan aan de wettelijke verplichting ten aanzien waarvan hem een boete wordt opgelegd; of +− sprake was van meerdere omstandigheden die niet op zichzelf voldoende zijn om verminderde verwijtbaarheid aan te nemen, maar wel in onderlinge samenhang. + +De IND gaat bij natuurlijke personen uit van verminderde verwijtbaarheid op basis van een individuele beoordeling van de omstandigheden van het geval. Daarbij kan eveneens sprake zijn van meerdere omstandigheden die niet op zichzelf voldoende zijn om verminderde verwijtbaarheid aan te nemen, maar wel in onderlinge samenhang. + +#### 9.7. Uitwerking wettelijke verplichtingen + +##### 9.7.1. De zorgplicht + +De IND beschouwt schending van de zorgplicht als een ernstige overtreding. In een dergelijk geval is er – ten aanzien van de ernst van de overtreding – in beginsel aanleiding om uit te gaan van 100 procent van het toepasselijke boetebedrag. + +De IND gaat bij het niet nakomen van de zorgplicht in de regel er van uit dat: + +− tenminste sprake is van grove schuld – gelet op de positie van de erkend referent en de op hem rustende verantwoordelijkheden; en +− de niet-nakoming van de zorgplicht het aannemen van maximale verwijtbaarheid rechtvaardigt. + +De IND ziet enkel aanleiding om tot matiging van de bestuurlijke boete over te gaan als de referent – zowel ten aanzien van de individuele vreemdeling als in zijn algemeenheid – kan aantonen dat er sprake is van een daadwerkelijke en serieuze inspanning om invulling te geven aan de op hem rustende zorgplicht. Bij deze beoordeling betrekt de IND alle wettelijke verplichtingen die de referent heeft op grond van de zorgplicht. Er is voor de IND in ieder geval geen aanleiding om de bestuurlijke boete te matigen als een erkend referent aan verschillende elementen van een op hem rustende zorgplicht heeft voldaan, maar hij ten aanzien van andere elementen van de op hem rustende zorgplicht geen serieus te nemen inspanningen heeft verricht. Deze situatie doet zich in ieder geval voor als een erkend referent zich houdt aan een deel van zijn zorgplicht, maar aan ander deel niet. + +De IND matigt de bestuurlijke boete met maximaal 50 procent. + +##### 9.7.2. De informatieplicht + +De IND bepaalt de ernst van de overtreding in ieder geval aan de hand van de volgende elementen: + +− de aard van de niet (tijdig) gemelde informatie; en +− of de informatie uit eigen beweging is gemeld. + +De IND betrekt bij de verdere afweging van de ernst steeds de overige omstandigheden van het geval, voor zover nog niet verdisconteerd in de beleidsregels. + +De IND legt wegens schending van de informatieplicht zonder waarschuwing een boete op als de gecombineerde matiging van de bestuurlijke boete op grond van paragraaf B1/9.7.2.1 en B1/9.7.2.2 Vc leidt tot een bestuurlijke boete van tenminste 50 procent van het maximale boetebedrag. + +###### 9.7.2.1. De aard van de niet-gemelde gegevens + +De IND gaat bij het schenden van de informatieplicht in beginsel uit van de volgende boetebedragen: + +a. Een boetebedrag van 50 procent als er geen sprake is van verminderde of verhoogde ernst. +b. Een boetebedrag van 100 procent in het geval van verhoogde ernst. + +Ad b: + +De IND beschouwt een schending van de informatieplicht als een schending met een verhoogde ernst in ieder geval in één van de volgende situaties: + +− Het verstrekken van kennelijk onjuiste informatie/gegevens of het achterhouden van gegevens door de referent of de vreemdeling. Dit geldt in ieder geval in de situatie dat een vreemdeling van meet af aan of overwegend niet heeft voldaan aan de voorwaarden of er (schijn)constructies zijn gehanteerd. +− Eigen verklaringen door de referent die niet volledig en naar waarheid zijn opgesteld, zoals bedoeld in artikel 2t, tweede lid, Vw of artikel 24a, tweede lid, Vw. + +De IND gaat alleen uit van een boetebedrag van 100 procent als de aard van de onjuiste eigen verklaringen dit rechtvaardigt. + +− Het nalaten van het verstrekken van gegevens die betrekking hebben op de zorgplicht door de referent. Te denken valt aan de situatie waarin de referent niet (langer) op adequate wijze kan voldoen aan zijn zorgplicht en de referent daar te laat of geen melding van maakt bij de IND. + +c. Een boetebedrag van 25 procent in gevallen van verminderde ernst. + +Als er sprake is van verminderde ernst, bestaat er aanleiding om het boetebedrag te matigen tot 25 procent van het toepasselijke boetebedrag. Er is in ieder geval sprake van verminderde ernst als het vaststaat dat er geen vreemdelingrechtelijk of een ander voordeel (bijvoorbeeld financieel) is ontstaan door het niet tijdig doorgeven van de relevante gegevens. De IND neemt in ieder geval aan dat hier sprake van is als de referent er niet (tijdig) aan de IND heeft gemeld dat niet meer aan de voorwaarden wordt voldaan en daarbij vaststaat dat de betreffende vreemdeling op dat moment ook daadwerkelijk Nederland heeft verlaten. + +###### 9.7.2.2. Verdere matiging wegens melden uit eigen beweging + +De IND ziet aanleiding om tot (verdere) matiging van de bestuurlijke boete vanwege schending van de informatieplicht over te gaan over te gaan als de relevante informatie *uit eigen beweging* te laat worden verstrekt. De IND matigt de bestuurlijke boete in dat geval met 50 procent. + +De IND neemt in ieder geval niet aan dat er sprake is van het uit eigen beweging verstrekken van informatie als: + +• de informatie wordt verstrekt nadat de IND of andere organisaties de referent en/of de vreemdeling al dan niet in het kader van de handhaving hebben benaderd en redelijkerwijs kan worden aangenomen dat het melden van de informatie daarmee verband houdt; +• de IND op andere wijze kennis heeft genomen van de informatie; +• de IND wegens een lopend onderzoek reeds bekend is of had kunnen zijn met de verstrekte informatie, bijvoorbeeld in het kader van een verblijfsrechtelijke procedure. + +##### 9.7.3. De administratieplicht + +De IND ziet in een overtreding van de administratieplicht aanleiding om uit te gaan van een boetebedrag van 50 procent van het toepasselijke boetebedrag, waarbij de IND steeds beziet of er redenen zijn om te matigen of om een hogere boete op te leggen. + +De ernst van de overtreding kan de IND aanleiding geven om bij het opleggen van een boete uit te gaan van maximale ernst. Dit kan bijvoorbeeld aan de orde zijn als de erkend referent in het geheel geen administratie bijhoudt. + +In het geval van verminderde ernst bij overtreding van de administratieplicht bestaat er aanleiding om de bestuurlijke boete te matigen tot minder dan 50 procent, maar niet verder dan tot 25 procent van het toepasselijke boetebedrag. De IND gaat uit van deze maximale matiging als de administratie voor het overgrote deel compleet is. De IND gaat alleen uit van verminderde ernst als de ontbrekende stukken onverwijld aan de administratie worden toegevoegd. + +De IND gaat in het kader van de administratieplicht in beginsel uit van maximale verwijtbaarheid. Daarbij is van belang dat er sprake is van een duidelijk omschreven en met beperkte inspanningen te realiseren verplichting. + +De IND beoordeelt een overtreding van de verplichting van de referent om binnen twee weken het gewijzigde adres ter plaatse waar de administratie wordt gevoerd door te geven als volgt: bij de eerste schending van deze verplichting legt de IND in beginsel een waarschuwing op, tenzij er sprake is van bijkomende omstandigheden zoals het actief doorgeven van een onjuist adres. + +De IND betrekt bij de vraag of een bestuurlijke boete moet worden opgelegd in ieder geval of het juiste adres ten tijde van het begaan van de overtreding reeds in het handelsregister was opgenomen. De IND legt in het geval het adres ook in het handelsregister onbekend was, in beginsel een bestuurlijke boete op van 100 procent van het toepasselijke boetebedrag. + +#### 9.8. De omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd en de evenredigheid + +De IND betrekt alle relevante omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd bij de vaststelling van de hoogte van de boete. Deze omstandigheden kunnen leiden tot verdergaande matiging dan de eerste afweging die daartoe reeds in het beleid is gemaakt. In het kader van de evenredigheid betrekt de IND in ieder geval de financiële draagkracht en de overschrijding van de termijn. + +Het is aan de referent of de vreemdeling om te stellen en te onderbouwen dat zijn financiële draagkracht een lagere bestuurlijke boete rechtvaardigt. Daartoe moet een zo volledig mogelijk inzicht worden gegeven in de financiële draagkracht. Daartoe kan gebruik worden gemaakt van door de IND opgestelde draagkrachtformulieren ten behoeve van natuurlijke personen en zakelijke referenten. + +Er is in ieder geval geen aanleiding om een lagere boete op te leggen als de beperkingen in financiële draagkracht onvoldoende worden onderbouwd. Dit geldt zowel voor natuurlijke personen als zakelijke referenten. + +Als de IND aan een natuurlijk persoon een bestuurlijke boete oplegt, dan matigt de IND de boete op basis van de financiële draagkracht in ieder geval als: + +• de persoon in kwestie minder dan het wettelijk minimumloon uit arbeid ontvangt; en +• voorzienbaar is dat de bestuurlijke boete daaruit moet worden betaald. + +De IND neemt als uitgangspunt voor het instellen van een betalingsregeling voor een natuurlijk persoon dat: + +• de bestuurlijke boete binnen een periode van respectievelijk 24, 18, 12 en 6 maanden voldaan moet kunnen worden in het geval het boetebedrag in het kader van verwijtbaarheid wordt vastgesteld op respectievelijk 100 procent, 75 procent, 50 procent en 25 procent; en +• het maximaal te betalen bedrag 10 procent van het toepasselijk wettelijk minimumloon bedraagt, vermenigvuldigd met het aantal hierboven bedoelde maanden. + +De IND hanteert voor zakelijke referenten in beginsel dezelfde termijnen voor een betalingsregeling met dien verstande dat: + +• bij overtreding van de zorgplicht en/of het meermaals begaan van ernstige overtredingen de IND uit kan gaan van een langere termijn van maximaal 48 maanden; en +• de IND het maximale bedrag op individuele wijze vaststelt, waarbij in ieder geval de rechtsvorm van het bedrijf wordt betrokken. + +In het kader van de evenredigheidtoets kan de IND met zowel een natuurlijk persoon als een zakelijke referent een betalingsregeling treffen met een looptijd die aansluit bij de hierboven genoemde termijnen. Voor een betalingsregeling moet in beide gevallen een schriftelijk verzoek worden ingediend bij de IND. + +De IND beslist op grond van artikel 5:51 Awb binnen dertien weken na de dagtekening van het rapport van bevindingen. In het geval van een voorlegging aan het OM leidt dit tot opschorting van voornoemde beslistermijn. De beslistermijn wordt opgeschort met ingang van de dag daarop de gedragingen aan het OM zijn voorgelegd, tot de dag waarop het bestuursorgaan (in dit geval de IND) weer bevoegd wordt een bestuurlijke boete op te leggen (artikel 5:51, tweede lid, Awb). + +Indien wegens dezelfde overtreding meerdere rapporten van bevindingen worden uitgebracht, hanteert de IND de datum van het rapport van bevindingen met de laatste dagtekening. + +Overschrijding van de beslistermijn door de IND heeft niet tot gevolg dat de bevoegdheid tot het opleggen van een boete vervalt of die boete voor matiging in aanmerking komt. + +De IND ziet in een langer durende overschrijding van de termijn wel aanleiding om de boete te matigen aan de hand van de volgende uitgangspunten: + +− als er meer dan 1 maand na het verstrijken van de 13 weken termijn nog geen voornemen is uitgebracht, matigt de IND de boete met 5 procent; +− als er meer dan 3 maanden na de 13 weken termijn nog geen voornemen is uitgebracht, matigt de IND de boete met 10 procent; en +− Voor iedere volgende drie maanden matigt de IND de boete steeds met 5 procent extra. + +### 10. Verhalen van de kosten van uitzetting op de referent + +#### 10.1. Geen kostenverhaal op de referent In aanvulling op artikel 6.4, derde lid, Vb, verhaalt de IND de kosten van uitzetting van de vreemdeling in de volgende gevallen niet op de (gewezen) referent: -• de referent toont door middel van objectief waardeerbare bescheiden aan dat de vreemdeling uit eigen beweging is teruggekeerd naar zijn land van herkomst of naar een land waar zijn toelating is gewaarborgd. -• De referent toont aan dat bij rechterlijk vonnis een faillissement uitgesproken is en de rechtspersoon of onderneming ontbonden en uitgeschreven is uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel. -• De referent toont aan dat bij rechterlijk vonnis de toepassing van de schuldsaneringsregeling is uitgesproken en de schuldsaneringsregeling nog van kracht is. -• De referent is overleden. De mogelijkheid van het verhalen van de kosten van uitzetting vervalt als dit op het moment van overlijden nog niet onherroepelijk is. Het te claimen bedrag vervalt dan voor zover het op dat tijdstip nog niet is betaald. +− de referent toont door middel van objectief waardeerbare bescheiden aan dat de vreemdeling uit eigen beweging is teruggekeerd naar zijn land van herkomst of naar een land waar zijn toelating is gewaarborgd; +− de referent toont aan dat bij rechterlijk vonnis een faillissement uitgesproken is en de rechtspersoon of onderneming ontbonden en uitgeschreven is uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel; +− de referent toont aan dat bij rechterlijk vonnis de toepassing van de schuldsaneringsregeling is uitgesproken en de schuldsaneringsregeling nog van kracht is; of +− de referent is overleden. De mogelijkheid van het verhalen van de kosten van uitzetting vervalt als dit op het moment van overlijden nog niet onherroepelijk is. Het te claimen bedrag vervalt dan voor zover het op dat tijdstip nog niet is betaald. -##### 9.2.1. Kosten van uitzetting +#### 10.2. Kosten van uitzetting De kosten voor een vliegticket en een vervangend document voor grensoverschrijding, zoals opgenomen in bijlage 22 van het VV behorende bij artikel 6.2a VV, zijn variabel. Dit betekent dat de IND de daadwerkelijke kosten die de overheid hiervoor heeft gemaakt, in rekening brengt bij de referent. Voor de kosten van het vervoer naar het vliegveld of naar de grens brengt de IND de vastgestelde tarieven zoals opgenomen in bijlage 22 van het VV (zie artikel 6.2a VV) in rekening. -De vreemdeling wordt tijdens de procedure tot uitzetting in de gelegenheid gesteld om zelf, of via de (gewezen) referent, op eigen kosten een vliegticket te boeken. Als de vreemdeling hier niet voor kiest, volgt hieruit dat de IND de kosten die DT&V maakt voor een vliegticket volledig op de (gewezen) referent verhaalt. +De vreemdeling wordt door DT&V tijdens de procedure tot uitzetting in de gelegenheid gesteld om zelf, of via de (gewezen) referent, op eigen kosten een vliegticket te boeken. ## B2. Uitwisseling