From defeb6116951690f34a7fad2e23509bf2dff5cd2 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Sat, 1 Aug 2009 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2009-08-01 | BWBR0011453 | Wet studiefinanciering 2000 --- wet/wet-studiefinanciering-2000/BWBR0011453/README.md | 10 +++++----- 1 file changed, 5 insertions(+), 5 deletions(-) diff --git a/wet/wet-studiefinanciering-2000/BWBR0011453/README.md b/wet/wet-studiefinanciering-2000/BWBR0011453/README.md index 268dc533896..570ab2ce088 100644 --- a/wet/wet-studiefinanciering-2000/BWBR0011453/README.md +++ b/wet/wet-studiefinanciering-2000/BWBR0011453/README.md @@ -65,7 +65,7 @@ c. opleiding buiten Nederland als bedoeld in artikel 2.13a en waarvan de IB-Groe **partner**: partner als bedoeld in artikel 3 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, -**peiljaar**: tweede jaar voorafgaand aan het jaar waarin het studiefinancieringstijdvak aanvangt, dan wel het jaar waarvoor de draagkracht in de zin van hoofdstuk 6 wordt vastgesteld, +**peiljaar**: tweede jaar voorafgaand aan het jaar waarin het studiefinancieringstijdvak aanvangt, dan wel het tweede jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de draagkracht in de zin van hoofdstuk 6 wordt vastgesteld, **prestatiebeurs**: rentedragende lening die onder voorwaarden kan worden omgezet in een gift, waarbij de rente teniet gaat, niet zijnde de rentedragende lening die niet kan worden omgezet in een gift, @@ -189,7 +189,7 @@ b. 18 jaren is of ouder: met ingang van de eerste dag van de maand waarin hij ho **3.** Voor studiefinanciering kan een studerende in aanmerking komen tot en met de maand waarin hij de leeftijd van 30 jaren heeft bereikt. -**4.** In afwijking van het derde lid behoudt een studerende bij het bereiken van de leeftijd van 30 jaren zijn aanspraak tot de maand volgend op de maand waarin hij de leeftijd van 34 jaren heeft bereikt, zolang hij zonder onderbreking studiefinanciering geniet. +**4.** In afwijking van het derde lid behoudt een studerende bij het bereiken van de leeftijd van 30 jaren zijn aanspraak, zolang hij zonder onderbreking studiefinanciering geniet. ### Paragraaf 2.2. Beroepsonderwijs @@ -447,7 +447,7 @@ c. een combinatie van de onderdelen a en b. Op het bruto kortingsbedrag, bedoeld in het vierde lid, worden in mindering gebracht: a. de ingevolge hoofdstuk 6 vastgestelde termijnen over een jaar of, indien dit minder is, de berekende draagkracht indien de ouder tevens debiteur is, en -b. € 363,– voor ieder kind dat in het studiejaar dat aanvangt in het jaar voorafgaand aan het studiefinancieringstijdvak, onder de werking van de hoofdstukken 3 of 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten valt. +b. € 363,– voor ieder kind dat in het studiejaar dat aanvangt in het jaar voorafgaand aan het studiefinancieringstijdvak, onder de werking van de hoofdstukken 3 of 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten of van artikel 2, derde tot en met vijfde lid, van de Wet op het kindgebonden budget valt. **6.** Vervallen. @@ -482,7 +482,7 @@ Indien voor een ouder voor de inkomstenbelasting na het peiljaar – naast de al **2.** De aanvullende beurs van een studerende wordt verminderd met de in het eerste lid bedoelde veronderstelde ouderlijke bijdrage. De vermindering is nihil, indien de veronderstelde ouderlijke bijdrage negatief is. -**3.** Indien een ouder meer dan een kind heeft dat recht heeft op studiefinanciering en dat met betrekking tot de desbetreffende maand een aanvullende beurs heeft aangevraagd, wordt het maandbedrag, bedoeld in het eerste lid, verdeeld over deze kinderen. +**3.** Indien een ouder meer dan een kind heeft dat recht heeft op studiefinanciering, met uitzondering van het kind dat tevens valt onder artikel 3.9, vijfde lid, onder b, en dat met betrekking tot de desbetreffende maand een aanvullende beurs heeft aangevraagd, wordt het maandbedrag, bedoeld in het eerste lid, verdeeld over deze kinderen. ### Artikel 3.14 @@ -1525,7 +1525,7 @@ Vervallen ### Artikel 11.1 -Per 1 januari van ieder kalenderjaar past Onze Minister de bedragen, genoemd in de artikelen 3.4, tweede lid, 3.9, derde lid, 3.17, eerste lid, 3.18, met uitzondering van de maximale aanvullende beurs, 4.7, 4.18, 5.2 en 10.3, aan op een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te geven wijze aan de hand van de loon- of prijsontwikkelingen in het tweede daaraan voorafgaande kalenderjaar. De aangepaste bedragen treden in de plaats van de in de eerste volzin bedoelde bedragen. +Per 1 januari van ieder kalenderjaar past Onze Minister de bedragen, genoemd in de artikelen 3.4, tweede lid, 3.9, derde lid, 3.18, met uitzondering van de maximale aanvullende beurs, 4.7, 4.18, 5.2 en 10.3, aan op een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te geven wijze aan de hand van de loon- of prijsontwikkelingen in het tweede daaraan voorafgaande kalenderjaar. De aangepaste bedragen treden in de plaats van de in de eerste volzin bedoelde bedragen. ### Artikel 11.2