diff --git a/amvb/uitvoeringsbesluit-loonbelasting-1965/BWBR0002489/README.md b/amvb/uitvoeringsbesluit-loonbelasting-1965/BWBR0002489/README.md index 3459b4ea41c..421b589cc35 100644 --- a/amvb/uitvoeringsbesluit-loonbelasting-1965/BWBR0002489/README.md +++ b/amvb/uitvoeringsbesluit-loonbelasting-1965/BWBR0002489/README.md @@ -69,6 +69,12 @@ Het eerste lid is niet van toepassing met betrekking tot de arbeidsverhouding va a. zijn arbeidsverhouding tevens is een arbeidsverhouding als bedoeld in artikel 2 of artikel 3 van de wet, ongeacht of hij ingevolge het bij of krachtens die artikelen bepaalde al dan niet werknemer is; b. hij als bestuurder van een vereniging of stichting werkzaam is voor die vereniging of stichting. +### Artikel 2ca + +**1.** Als dienstbetrekking wordt beschouwd de arbeidsverhouding van degene, die als sekswerker persoonlijk arbeid verricht. + +**2.** Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder sekswerker: degene die tegen betaling seksuele handelingen met of voor een ander verricht. + ### Artikel 2d Waar in de artikelen 2b en 2c wordt verwezen naar een in artikel 8, eerste lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag genoemd bedrag, wordt, indien toepassing is gegeven aan artikel 14 van die wet, als zodanig in aanmerking genomen het daarbij laatstelijk in de plaats daarvan gestelde bedrag. @@ -89,15 +95,25 @@ e. anders dan bij wijze van beroep, als auteur of redactiemedewerker werkzaam is **3.** Voor de toepassing van het tweede lid, onderdeel a, wordt degene die melkvervoer verricht krachtens een vervoersovereenkomst en die daarvoor een eigen vervoermiddel pleegt te gebruiken, geacht dit vervoer te verrichten in de uitoefening van een bedrijf. +**4.** + +Artikel 2ca is niet van toepassing: + +a. met betrekking tot de arbeidsverhouding van degene, die arbeid verricht in de uitoefening van een bedrijf of in de zelfstandige uitoefening van een beroep; +b. met betrekking tot de arbeidsverhouding van degene, die het verrichten van de arbeid rechtstreeks is overeengekomen met een natuurlijk persoon ten behoeve van diens persoonlijke aangelegenheden; +c. indien wordt voldaan aan bij ministeriële regeling te stellen regels. + ### Artikel 2f -Indien een arbeidsverhouding, beoordeeld uitsluitend aan de hand van de eerste leden van de artikelen 2 tot en met 2*c*, op grond van meer dan één van die leden als dienstbetrekking wordt beschouwd, vindt alleen dat artikel toepassing in het eerste lid waarvan zulks voor de eerste maal geschiedt. +**1.** Indien een arbeidsverhouding, beoordeeld uitsluitend aan de hand van de eerste leden van de artikelen 2 tot en met 2c, op grond van meer dan één van die leden als dienstbetrekking wordt beschouwd, vindt alleen dat artikel toepassing in het eerste lid waarvan zulks voor de eerste maal geschiedt. + +**2.** Indien een arbeidsverhouding zowel op grond van artikel 2ca, als op grond van artikel 2, 2a, 2b of 2c als dienstbetrekking wordt beschouwd, vindt alleen artikel 2ca toepassing. Voor de toepassing van de eerste volzin wordt artikel 2e, vierde lid, buiten beschouwing gelaten. ### Artikel 2g **1.** -Als dienstbetrekking wordt voorts beschouwd, zo nodig in afwijking van artikel 5 van de wet, de arbeidsverhouding welke niet reeds op grond van de wet of de artikelen 2 tot en met 2c, in samenhang met artikel 2e, als dienstbetrekking wordt beschouwd, mits: +Als dienstbetrekking wordt voorts beschouwd, zo nodig in afwijking van artikel 5 van de wet, de arbeidsverhouding welke niet reeds op grond van de wet of de artikelen 2 tot en met 2ca, in samenhang met artikel 2e, als dienstbetrekking wordt beschouwd, mits: a. de werkzaamheden van degene die de arbeid verricht, geen belastbare winst in zin van de Wet inkomstenbelasting 2001 genereren; b. degene die de arbeid verricht, door middel van een gezamenlijke verklaring van hemzelf en de beoogde inhoudingsplichtige voor de eerste beoogde inhouding van loonbelasting aan de inspecteur meldt dat zijn arbeidsverhouding als dienstbetrekking moet worden beschouwd. @@ -110,7 +126,9 @@ Als dienstbetrekking wordt voorts beschouwd de arbeidsverhouding van degene die ### Artikel 3 -Als degene tot wie de dienstbetrekking bestaat, wordt in de gevallen, bedoeld in de artikelen 2a, 2c en 2g, beschouwd degene op wie de verplichting rust het loon te betalen. +**1.** Als degene tot wie de dienstbetrekking bestaat, wordt in de gevallen, bedoeld in de artikelen 2a, 2c, 2ca en 2g, beschouwd degene op wie de verplichting rust het loon te betalen. + +**2.** Ingeval van een sekswerker wordt degene met wie of voor wie de seksuele handelingen worden verricht, niet beschouwd als degene tot wie de dienstbetrekking bestaat. ### Artikel 3a @@ -134,7 +152,7 @@ Vervallen Bij ministeriële regeling worden loonbelastingtabellen vastgesteld voor: -a. uitvoerders van aangenomen werk, hun hulpen en degenen wier arbeidsverhouding ingevolge artikel 2b of artikel 2c, als dienstbetrekking wordt beschouwd; +a. uitvoerders van aangenomen werk, hun hulpen, degenen wier arbeidsverhouding ingevolge artikel 2b of artikel 2c als dienstbetrekking wordt beschouwd en bij ministeriële regeling aangewezen sekswerkers wier arbeidsverhouding op grond van artikel 2g als dienstbetrekking wordt beschouwd; b. degenen die uitkeringen ontvangen ingevolge de Wet werk en bijstand. **2.** De belasting naar het belastbare loon dat wordt genoten door de in het eerste lid bedoelde werknemers, bedraagt het in de voor hen geldende loonbelastingtabel aangewezen percentage van het tabelloon, met dien verstande dat dit percentage wordt verhoogd tot 52 ingeval de werknemer zijn naam, adres of woonplaats niet aan de inhoudingsplichtige heeft verstrekt dan wel, ingeval de werknemer loon uit tegenwoordige dienstbetrekking geniet, zijn identiteit niet is vastgesteld overeenkomstig artikel 28, onderdeel e, van de wet, alsmede ingeval de werknemer ter zake onjuiste gegevens heeft verstrekt en de inhoudingsplichtige dit weet of redelijkerwijs moet weten. @@ -310,8 +328,8 @@ g. perioden waarin de werknemer een tot zijn huishouden behorend kind heeft verz | Indien bij een eindloonloonstelsel bij de toepassing van artikel 18a van de wet een percentage per dienstjaar wordt toegepast van | wordt het in artikel 18a, achtste lid, onderdeel a, eerste volzin, bedoelde bedrag vervangen door 70% van | | | --- | --- | --- | | meer dan | maar niet meer dan | | -| – | 1,8% | € 10 097 | -| 1,8% | 1,9% | € 11 172 | +| – | 1,8% | € 10 309 | +| 1,8% | 1,9% | € 11 407 | **2.** @@ -320,13 +338,15 @@ g. perioden waarin de werknemer een tot zijn huishouden behorend kind heeft verz | Indien bij een middelloonstelsel bij de toepassing van artikel 18a van de wet een percentage per dienstjaar wordt toegepast van | wordt het in artikel 18a, achtste lid, onderdeel a, eerste volzin, bedoelde bedrag vervangen door 70% van | | | --- | --- | --- | | meer dan | maar niet meer dan | | -| – | 2,05% | € 10 097 | -| 2,05% | 2,15% | € 11 172 | +| – | 2,05% | € 10 309 | +| 2,05% | 2,15% | € 11 407 | **3.** Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot een op een beschikbare-premiestelsel gebaseerd ouderdomspensioen als bedoeld in artikel 18a, derde lid, van de wet. **4.** De vorige leden zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot partnerpensioen en wezenpensioen, met dien verstande dat daarbij de in het eerste lid en het tweede lid opgenomen percentages naar evenredigheid worden verlaagd overeenkomstig de verhouding tussen de in artikel 18b, eerste en tweede lid, onderscheidenlijk artikel 18c, eerste en tweede lid, van de wet genoemde percentages per dienstjaar en die in artikel 18a van de wet. +**5.** Bij het begin van het kalenderjaar worden de in het eerste en tweede lid bedoelde bedragen bij ministeriële regeling vervangen door andere. Deze bedragen worden berekend door de te vervangen bedragen te vermenigvuldigen met de verhouding tussen het ingevolge artikel 18a, achtste lid, onderdeel a, eerste volzin, van de wet in het kalenderjaar in aanmerking te nemen bedrag en het ingevolge artikel 18a, achtste lid, onderdeel a, eerste volzin, van de wet in het vorige kalenderjaar in aanmerking te nemen bedrag. + ### Artikel 10ab **1.** @@ -391,6 +411,8 @@ e. een overbruggingspensioen voorzover dat dient ter overbrugging van een uitker **6.** Indien de aanwijzing wordt ingetrokken, worden de aanspraken ingevolge een pensioenregeling niet op het onmiddellijk daaraan voorafgaande tijdstip aangemerkt als loon uit vroegere dienstbetrekking van de werknemers of gewezen werknemers, dan wel indien een werknemer of gewezen werknemer is overleden, van de gerechtigden tot de aanspraken, indien de aanspraken onder door Onze Minister te stellen voorwaarden alsnog overgaan op een verzekeraar van een pensioen die voldoet aan de in artikel 19a van de wet gestelde voorwaarden. +**7.** Onze Minister maakt het aanwijzen als een verzekeraar als bedoeld in het eerste lid, dan wel het aanwijzen als een pensioenfonds als bedoeld in het tweede lid, op een daartoe geschikte wijze publiek bekend. Indien Onze Minister een aanwijzing intrekt, maakt hij die intrekking ook op een daartoe geschikte wijze publiek bekend. + ### Artikel 10e Vervallen @@ -423,7 +445,7 @@ a. termijnen van lijfrenten, aan een meerderjarige verstrekt door een lichaam da b. uitkeringen ingevolge de Ziektewet en ingevolge de Ongevallenwet 1921, de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 en de Zeeongevallenwet 1919 in verbinding met de Liquidatiewet ongevallenwetten; c. uitkeringen ingevolge de Algemene Ouderdomswet, de Algemene nabestaandenwet, hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 2, van de Wet arbeid en zorg, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen en de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten; d. uitkeringen ingevolge de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945, ingevolge de Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers en ingevolge de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet; -e. vervallen; +e. uitkeringen ingevolge artikel 10 van de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten; f. uitkeringen ingevolge de Algemene Oorlogsongevallenregeling (Staatsblad van Nederlandsch-Indië 1946 (nr. 48) en de beschikking van de Luitenant-Gouverneur-Generaal van Nederlandsch-Indië van 5 november 1946, nr. 6 (Staatsblad van Nederlandsch-Indië 1946, nr. 118), alsmede op deze uitkeringen betrekking hebbende toe- en bijslagen; g. uitkeringen ingevolge de Wet werk en bijstand alsmede de in artikel 3a bedoelde uit het familierecht voortvloeiende periodieke uitkeringen of verstrekkingen; h. uitkeringen ingevolge de Werkloosheidswet; @@ -437,9 +459,7 @@ o. uitkeringen ingevolge de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbei p. uitkeringen ingevolge de Wet inkomensvoorziening kunstenaars en ingevolge de Wet werk en inkomen kunstenaars; q. premies door gemeenten verstrekt in het kader van artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Wet werk en bijstand; r. uitkeringen als bedoeld in de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten; -s. inkomensondersteunende uitkeringen ingevolge artikel 108, eerste lid, van de Gemeentewet; -t. uitkeringen ingevolge de Tijdelijke regeling tegemoetkoming AOW’ers; -u. uitkeringen ingevolge de Tijdelijke regeling tegemoetkoming Anw-ers, zoals die luidde op 31 december 2006. +s. inkomensondersteunende uitkeringen ingevolge artikel 108, eerste lid, van de Gemeentewet. **2.** De in het eerste lid bedoelde inkomsten worden aangemerkt als loon uit vroegere arbeid. @@ -476,8 +496,8 @@ b. uiterlijk een maand na afloop van een optreden of sportbeoefening dan wel een Indien zulks door of namens de artiest of beroepssporter dan wel het gezelschap wordt aangegeven, wordt de inhoudingsplichtige die met betrekking tot het optreden of de sportbeoefening niet beschikt over een kopie van een kostenvergoedingsbeschikking, geacht te beschikken over: -a. ingeval de artiest of beroepssporter geen deel uitmaakt van een gezelschap: een individuele kostenvergoedingsbeschikking tot het door de artiest of beroepssporter aangegeven bedrag met een maximum van € 136 per optreden of sportbeoefening; -b. in het geval van een gezelschap: een gezelschapskostenvergoedingsbeschikking tot het door het gezelschap aangegeven bedrag, met per optreden of sportbeoefening een maximum van € 136 vermenigvuldigd met het aantal leden van het gezelschap. +a. ingeval de artiest of beroepssporter geen deel uitmaakt van een gezelschap: een individuele kostenvergoedingsbeschikking tot het door de artiest of beroepssporter aangegeven bedrag met een maximum van € 163 per optreden of sportbeoefening; +b. in het geval van een gezelschap: een gezelschapskostenvergoedingsbeschikking tot het door het gezelschap aangegeven bedrag, met per optreden of sportbeoefening een maximum van € 163 vermenigvuldigd met het aantal leden van het gezelschap. **8.**