2013-07-01 | BWBR0024096 | Leidraad Invordering 2008

This commit is contained in:
Coornhert 2013-07-01 12:00:00 +00:00
parent 4f7eb668d1
commit df3fe8c64b

View file

@ -3,7 +3,7 @@ titel: Leidraad Invordering 2008
bwb_id: BWBR0024096
type: beleidsregel
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2013-04-01'
datum_inwerkingtreding: '2013-06-26'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0024096
citeertitel: Leidraad Invordering 2008
---
@ -90,7 +90,7 @@ Een andere bepaling uit de Awb die van toepassing is bij invordering is artikel
Dit laatste zal slechts bij hoge uitzondering aan de orde zijn. Het afwijken van beleidsregels leidt in de regel immers tot schending van het gelijkheidsbeginsel. Er moet dus sprake zijn van daadwerkelijk bijzondere omstandigheden op grond waarvan onverkorte toepassing van de leidraad onevenredig nadeel voor de betrokkene zou opleveren. Dit criterium gaat aanzienlijk verder dan een belangenafweging als bedoeld in artikel 3:4 Awb.
Naast het zoveel mogelijk handelen in overeenstemming met de Awb moet de ontvanger bij zijn handelen de algemene beginselen van behoorlijk bestuur in acht te nemen, ook als sprake is van privaatrechtelijke handelingen (beslag, executoriale verkoop en dergelijke).
Naast het zoveel mogelijk handelen in overeenstemming met de Awb moet de ontvanger bij zijn handelen de algemene beginselen van behoorlijk bestuur in acht te nemen, ook als sprake is van privaatrechtelijke handelingen (beslag, executoriale verkoop en dergelijke). Dit betekent onder meer dat als de belastingschuldige aannemelijk heeft gemaakt dat er gegronde twijfels zijn bij de verschuldigdheid van een onherroepelijk geworden belastingaanslag, de ontvanger desgevraagd de belastingaanslag marginaal toetst. Wanneer bij de marginale toetsing blijkt dat een belastingaanslag in materiële zin niet verschuldigd kan worden geacht, neemt de ontvanger voor een dergelijke aanslag geen invorderingsmaatregelen. Onder invorderingsmaatregelen worden niet alleen dwangmaatregelen zoals de tenuitvoerlegging van een dwangbevel, maar ook de verrekening met belastingteruggaven begrepen. Genomen invorderingsmaatregelen draait de ontvanger zoveel mogelijk terug. Onder een onherroepelijk vaststaande belastingaanslag wordt in dit verband verstaan een belastingaanslag waartegen geen bezwaar of beroep meer open staat en waarvoor evenmin een ambtshalve beoordeling mogelijk is in verband met termijnoverschrijding.
#### 1.1.6. Keuze uit verschillende invorderingsmaatregelen
@ -1143,6 +1143,10 @@ d. de onder c vermelde voorwaarde geldt niet voor aanslagen in de motorrijtuigen
Voor deze aanslagen geldt naast de voorwaarden genoemd onder a en b als extra voorwaarde dat op het tijdstip waarop de vordering plaatsvindt sprake moet zijn van een motorrijtuigenbelastingschuld die door middel van reguliere invorderingsmiddelen (voor particulieren: de vordering; voor ondernemers: de tenuitvoerlegging van het dwangbevel) naar verwachting niet zal worden voldaan binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf genoemd tijdstip.
#### 19.1.8. Vordering ten laste van de echtgenoot
Als de echtgenoot van de belastingschuldige recht heeft op gelden, penningen of periodieke betalingen die in de huwelijksgemeenschap vallen, dan kan de ontvanger een vordering ten laste van de echtgenoot doen. De bekendmaking van de vordering dient zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen acht dagen na het doen van de vordering, te geschieden aan de belastingschuldige en de echtgenoot afzonderlijk.
### 19.2. De faillissementsvordering
#### 19.2.1. Aan te melden schulden in faillissement
@ -1493,6 +1497,14 @@ In twijfelgevallen wordt de zaak vooraf aan het oordeel van de directeur onderwo
## 22bis. Mededeling
In aansluiting op artikel 22bis van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
uitzondering verplichte mededeling ex artikel 22bis, tweede lid, van de wet;
de onverkorte mededelingsverplichting;
de normale uitoefening van het bedrijf of beroep;
de reactietermijn van de ontvanger na een mededeling;
het overleg naar aanleiding van een mededeling ex artikel 22bis, tweede lid, van de wet.
### Artikel 22bis.1
**1.**
@ -1943,9 +1955,9 @@ De ontvanger zal een betalingsregeling in ieder geval niet toestaan als de betal
#### 25.4.2. Uitstel en autobelasting
De motorrijtuigenbelasting behoort tot de kosten die onverbrekelijk samenhangen met het houden van een motorrijtuig. De ontvanger wijst een verzoek om een betalingsregeling voor motorrijtuigenbelasting om die reden af, tenzij voldaan is aan de voorwaarden genoemd in artikel 25.5.3 van deze leidraad.
De motorrijtuigenbelasting behoort tot de kosten die onverbrekelijk samenhangen met het houden van een motorrijtuig. De ontvanger wijst een verzoek om een betalingsregeling voor motorrijtuigenbelasting om die reden af, tenzij voldaan is aan de voorwaarden genoemd in de artikelen 25.5.3 of 25.6.2D van deze leidraad.
In beginsel wijst de ontvanger verzoeken af om betalingsregelingen voor de belasting van personenautos en motorrijwielen en voor de belasting zware motorvoertuigen. Dit vanwege het zakelijke karakter van die belastingen.
In beginsel wijst de ontvanger verzoeken af om betalingsregelingen voor de belasting van personenautos en motorrijwielen en voor de belasting zware motorvoertuigen. Dit vanwege het specifieke karakter van die belastingen.
#### 25.4.3. Verrekening tijdens een betalingsregeling
@ -2117,6 +2129,18 @@ Als de belastingschuldige bij de ontvanger bezwaar maakt tegen de beslissing op
Als de ontvanger op dat moment aanleiding ziet om een voor de belastingschuldige gunstigere beslissing te nemen, geeft hij echter een nieuwe beschikking. Als de belastingschuldige het ook met de nieuwe beschikking niet eens is, dan kan hij daartegen binnen tien dagen in beroep gaan bij de directeur.
## 25a. Uitstel van betaling exitheffingen
In aansluiting op artikel 25a van de wet beschrijft dit artikel het beleid over de zekerheid die de ontvanger verlangt bij het verlenen van uitstel van betaling ter zake van exitheffingen.
### 25a.1. Beoordeling zekerheid bij uitstel van betaling ter zake van exitheffingen
Aan het uitstel van betaling voor exitheffingen kan de voorwaarde worden verbonden om zekerheid te stellen. De beoordeling of sprake is van voldoende zekerheid is een taak van de ontvanger. De ontvanger bepaalt dus bij het verlenen van uitstel van betaling voor exitheffingen of en tot welk bedrag de belastingschuldige zekerheid moet stellen. De hoogte van de zekerheid hoeft niet in alle gevallen gelijk te zijn aan het bedrag van de exitheffing. Naarmate het invorderingsrisico voor de ontvanger groter is, zal de mate waarin zekerheid wordt verlangd ook toenemen. Factoren die van invloed zijn op de omvang van de te stellen zekerheid zijn:
de verwachte duur van het uitstel: hoe langer het uitstel duurt, des te groter het invorderingsrisico;
het fiscale gedrag van de ondernemer in kwestie: is aan de aangifte- en betalingsverplichtingen voldaan;
de aard van de activa van de onderneming.
## 26. Kwijtschelding van belastingen
In aansluiting op artikel 26 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
@ -2298,8 +2322,8 @@ Studenten in het hoger en middelbaar beroepsonderwijs hebben recht op een normbu
De inkomsten van een student worden gesteld op een forfaitair bedrag.
A. Voor studenten in het hoger onderwijs is dit het bedrag voor het normbudget voor levensonderhoud verminderd met een forfaitair bedrag voor boeken en leermiddelen groot € 57.
B. Voor studenten in het middelbaar beroepsonderwijs is dit het bedrag voor het normbudget voor levensonderhoud verminderd met een forfaitair bedrag voor boeken en leermiddelen groot € 50 en met het bedrag aan onderwijsretributie groot € 85,92.
A. Voor studenten in het hoger onderwijs is dit het bedrag voor het normbudget voor levensonderhoud verminderd met een forfaitair bedrag voor boeken en leermiddelen groot € 58.
B. Voor studenten in het middelbaar beroepsonderwijs is dit het bedrag voor het normbudget voor levensonderhoud verminderd met een forfaitair bedrag voor boeken en leermiddelen groot € 51 en met het bedrag aan onderwijsretributie.
Als de belastingschuldige naast studiefinanciering beschikt over eigen inkomsten wordt eveneens uitgegaan van de forfaitaire inkomsten, zoals hiervoor berekend onder A en B. Als de daadwerkelijk genoten studiefinanciering (exclusief het ontvangen collegegeldkrediet voor studenten in het hoger onderwijs) en de eigen inkomsten uitstijgen boven de voor het desbetreffende huishoudtype maximaal geldende kosten van bestaan worden om de betalingscapaciteit te kunnen berekenen de navolgende formules gebruikt:
@ -2349,7 +2373,7 @@ Van de kunstenaar die in het voorafgaande kalenderjaar geen Wik-uitkering heeft
#### 26.2.19. Normpremie ziektekostenverzekering begrepen in de bijstandsuitkering
De normpremie, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de zorgtoeslag, voor zover is begrepen in de bijstandsnorm, bedraagt voor een alleenstaande of een alleenstaande ouder € 49 per maand en voor echtgenoten € 92 per maand.
De normpremie, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de zorgtoeslag, voor zover is begrepen in de bijstandsnorm, bedraagt voor een alleenstaande of een alleenstaande ouder €35 per maand en voor echtgenoten € 75 per maand.
#### 26.2.20. Onderhoud gezinsleden in het buitenland
@ -3314,6 +3338,8 @@ De melding van betalingsonmacht kan niet worden gedaan voor zover het betreft ee
Een schriftelijk verzoek om uitstel van betaling dan wel een schriftelijk verzoek of brief niet zijnde de melding van betalingsonmacht als bedoeld in artikel 36.5.1 waaruit betalingsproblemen blijken, merkt de ontvanger in beginsel aan als een schriftelijke melding van betalingsonmacht. Daarbij geldt dat in het verzoek of de brief inzicht gegeven moet worden in de oorzaak van de betalingsproblemen. Wanneer in het schriftelijke verzoek of de brief geen inzicht wordt gegeven in de omstandigheden die ertoe hebben geleid dat de verschuldigde belasting niet op aangifte is afgedragen of voldaan of niet is betaald, gelden het verzoek en de brief niet als melding van betalingsonmacht.
Een verzoek om kort uitstel van betaling voor ondernemers als bedoeld in artikel 25.6.2D wordt in beginsel niet aangemerkt als een melding van betalingsonmacht.
#### 36.5.3. Melding betalingsonmacht ten kantore
Bij ieder gesprek ten kantore waarin de (tijdelijke) betalingsproblemen van de belastingschuldige ter sprake komen, wijst de ontvanger op de meldingsplicht. De ontvanger licht ook de implicaties van de melding toe. De ontvanger reikt in alle gevallen een formulier uit waarmee de belastingschuldige de betalingsonmacht schriftelijk kan melden.
@ -3600,9 +3626,9 @@ Als deze genoemde feiten blijken nadat tot aansprakelijkstelling is overgegaan,
Als de aansprakelijkheid betrekking heeft op de afkoop van meer dan één contract, dan moet toerekening van het totaal verschuldigde bedrag over de negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen plaatsvinden aan de onderscheiden contracten, naar evenredigheid van de betaalde premies.
## 44b. en
## 44b
Er zijn in deze leidraad op de artikelen 44b en 44c van de wet geen beleidsregels gemaakt.
Er zijn in deze leidraad op artikel 44b van de wet geen beleidsregels gemaakt.
## 45
@ -3931,7 +3957,7 @@ Het verstrekken van andere informatie dan hiervoor genoemd, is in strijd met de
## 68. tot en met 72
Er zijn in deze leidraad op de artikelen 68, 69, 70, 71 en 72 van de wet geen beleidsregels gemaakt.
Er zijn in deze leidraad op de artikelen 68, 69, 70, 70a, 70c, 71 en 72 van de wet geen beleidsregels gemaakt.
## 73. Insolventieprocedures
@ -4403,13 +4429,13 @@ De inspecteur zal dan een (nieuwe) belastingaanslag opleggen naar aanleiding van
### 74.3. Duur van het uitstel op basis van
De uitsteltermijn voor een conserverende aanslag als bedoeld in artikel 25, zesde lid, van de wet vangt aan vanaf de dag na de vervaldag van de voor die aanslag geldende enige of laatste betalingstermijn.
De uitsteltermijn voor een conserverende aanslag als bedoeld in artikel 70b van de wet vangt aan vanaf de dag na de vervaldag van de voor die aanslag geldende enige of laatste betalingstermijn.
Het uitstel eindigt als één van de volgende omstandigheden zich voordoet:
de woning is geen eigen woning meer in de zin van artikel 3.111, Wet inkomstenbelasting 2001;
de belastingschuldige geniet een voordeel als bedoeld in artikel 3.116, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 (uitkering op kapitaalverzekering);
er wordt niet meer voldaan aan de voorwaarden van de regeling met betrekking tot de kapitaalverzekering eigen woning, als bedoeld in artikel 3.116, derde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001.
de belastingschuldige geniet een voordeel als bedoeld in artikel 3.116, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 (uitkering op kapitaalverzekering), zoals dat artikel luidde op 31 december 2012, dan wel artikel 10bis.4, eerste lid;
er wordt niet meer voldaan aan de voorwaarden van de regeling met betrekking tot de kapitaalverzekering eigen woning, als bedoeld in artikel 3.116, derde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, zoals dat artikel luidde op 31 december 2012, dan wel artikel 10bis.4, derde lid.
### 74.4. Nadere voorwaarden voor voortzetting uitstel op basis van
@ -4713,7 +4739,7 @@ Het volgende beleid is in dit artikel opgenomen:
geen verdere invorderingsmaatregelen treffen;
overige internationale invordering.
### 78.1. Doen van een verzoek
### 78.1. Doen van een verzoek in situaties die buiten de werking van de EU-Richtlijn 2010/24 vallen
Een verzoek om bijstand bij de invordering in een andere staat wordt in beginsel pas gedaan wanneer de ontvanger mag aannemen dat het treffen van invorderingsmaatregelen in Nederland niet of niet geheel tot betaling van de schuld zal leiden. Er hoeft niet te worden gewacht tot een daadwerkelijke invorderingsprocedure is gestart of is afgerond.
@ -4928,7 +4954,7 @@ De Belastingdienst/Toeslagen houdt de invordering van de toeslagschuld aan als e
### 79.15. Uitbetaling van toeslagen aan een derde die failliet is gegaan of dreigt te failleren
Belastingdienst/Toeslagen wijkt in de twee volgende situaties af van artikel 25, tweede lid, Awir:
Belastingdienst/Toeslagen past artikel 25, tweede lid, van de Awir in elk geval toe in de volgende situaties.
1. Belastingdienst/Toeslagen is tijdig bekend met het feit dat ten aanzien van de derde het faillissement of surseance van betaling is uitgesproken. De betalingen aan deze failliete derde zullen worden stopgezet.
2. Belastingdienst/Toeslagen weet tijdig dat de Belastingdienst het faillissement van de derde heeft aangevraagd of dat de bestuurder van de betreffende instelling zijn eigen faillissement heeft aangevraagd. Belastingdienst/Toeslagen houdt de betalingen aan.