2002-01-01 | BWBR0007925 | Douanebesluit
This commit is contained in:
parent
04f148ae5c
commit
df41a1ee75
1 changed files with 51 additions and 61 deletions
|
|
@ -17,12 +17,9 @@ citeertitel: Douanebesluit
|
|||
Dit besluit en de daarop berustende bepalingen verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. binnenkomend luchtvaartuig: een luchtvaartuig dat in Nederland landt, terzake van welke landing de in artikelen 40 en 43 van het Communautair douanewetboek bedoelde formaliteiten moeten worden vervuld;
|
||||
b. binnenkomend schip: een schip dat in Nederland vanuit zee binnenkomt, terzake van welke binnenkomst de in artikelen 40 en 43 van het Communautair douanewetboek bedoelde formaliteiten moeten worden vervuld;
|
||||
c. douanekantoor van uitgang: onverminderd het bepaalde in artikel 793, tweede lid, van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek, de haven of luchthaven van waaruit de goederen, over zee dan wel door de lucht het douanegebied van de Gemeenschap verlaten;
|
||||
d. de Post: de Koninklijke TPG Post BV;
|
||||
e. brieven en postzendingen: brieven en postzendingen als bedoeld in artikel 1, onderdelen b en c, van de Postwet, voorzover zij onder de verplichting, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van die wet, vallen;
|
||||
f. beheerder vrije zone controletype II: de persoon aan wie vergunning is verleend de vrije zone controletype II te beheren;
|
||||
g. operateur: de belanghebbende, bedoeld in artikel 799 van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek.
|
||||
b. laatste kantoor: het laatste douanekantoor voordat de goederen Nederland over zee dan wel door de lucht verlaten;
|
||||
c. de Post: de TNT Post Groep N.V.;
|
||||
d. brieven en postzendingen: brieven en postzendingen als bedoeld in artikel 1, onderdelen b en c, van de Postwet, voorzover zij onder de verplichting, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van die wet, vallen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
|
|
@ -38,35 +35,42 @@ Indien op grond van wettelijke bepalingen een vergunning dan wel goedkeuring van
|
|||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
**1.** Binnenkomende schepen en de daarin of daarop aanwezige goederen worden langs bij ministeriële regeling aangewezen vaarwaters overgebracht naar een haven ressorterende onder een bij ministeriële regeling aangewezen douanekantoor, alwaar de in artikel 40 van het Communautair douanewetboek bedoelde formaliteit van aanbrengen wordt vervuld.
|
||||
**1.** Schepen en de daarin of daarop aanwezige goederen die over zee worden binnengebracht, worden langs bij ministeriële regeling aangewezen vaarwaters overgebracht naar een bij ministeriële regeling aangewezen douanekantoor, alwaar de in de artikelen 40 en 43 van het Communautair douanewetboek bedoelde formaliteiten worden vervuld.
|
||||
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen eveneens plaatsen als bedoeld in artikel 38, eerste lid, onderdeel a, van het Communautair douanewetboek worden aangewezen, alwaar voor schepen en de daarin of daarop aanwezige goederen onder bij ministeriële regeling gestelde voorwaarden de in artikel 40 van het Communautair douanewetboek bedoelde formaliteit van het aanbrengen wordt vervuld.
|
||||
**2.** In aanvulling op het in het eerste lid bepaalde kunnen bij ministeriële regeling eveneens plaatsen bedoeld in artikel 38, eerste lid, onderdeel a, van het Communautair douanewetboek worden aangewezen waar schepen en de daarin of daarop aanwezige goederen onder bij ministeriële regeling gestelde voorwaarden kunnen worden aangebracht.
|
||||
|
||||
**3.** Aldaar wordt onverwijld een opgave gedaan met betrekking tot het schip en de in het schip aanwezige provisie.
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
**1.** De summiere aangifte, bedoeld in artikel 43 van het Communautair douanewetboek, houdt aangifte in van alle bij het douanekantoor, bedoeld in artikel 4, te lossen goederen. Voor de in het schip aanwezige provisie wordt een afzonderlijke summiere aangifte gedaan.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In de in artikel 43 van het Communautair douanewetboek bedoelde summiere aangifte wordt door de aangever een onderscheid gemaakt tussen:
|
||||
|
||||
a. goederen welke voldoen aan artikel 9, tweede lid, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap;
|
||||
b. andere goederen.
|
||||
|
||||
**2.** Aan het douanekantoor, bedoeld in artikel 4, wordt in voorkomend geval tevens een summiere aangifte gedaan voor de goederen die zullen worden gelost bij een ander in Nederland gelegen douanekantoor als bedoeld in artikel 4 voor zover het schip zich anders dan over zee naar dat douanekantoor zal begeven.
|
||||
|
||||
**3.** Op verzoek van belanghebbende kan aan het douanekantoor, bedoeld in artikel 4, een summiere aangifte worden gedaan voor de goederen welke zullen worden gelost bij een ander in Nederland gelegen douanekantoor als bedoeld in artikel 4, indien het schip zich over zee naar dat laatst genoemde douanekantoor zal begeven.
|
||||
|
||||
**4.** Een binnengekomen schip mag van het douanekantoor, bedoeld in artikel 4, niet vertrekken zonder toestemming van de inspecteur.
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
**1.** Communautaire goederen mogen nadat zij zijn gelost eerst worden weggevoerd nadat ten genoegen van de inspecteur is aangetoond dat deze goederen de communautaire status hebben.
|
||||
**1.** Een binnengekomen schip mag van het douanekantoor, bedoeld in artikel 4, niet vertrekken zonder toestemming van de inspecteur.
|
||||
|
||||
**2.** Indien binnen het douanegebied van de Gemeenschap voor goederen een bewijs van de communautaire status is afgegeven, dient dit bewijs aan de inspecteur te worden overgelegd alvorens de goederen waarop dit bewijs betrekking heeft kunnen worden weggevoerd.
|
||||
**2.** De in artikel 5, eerste lid, onderdeel *a*, bedoelde goederen mogen, nadat zij zijn gelost, eerst worden weggevoerd nadat ten genoegen van de inspecteur is aangetoond dat deze goederen voldoen aan het gestelde in artikel 9, tweede lid, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap.
|
||||
|
||||
**3.** Indien binnen het douanegebied van de Gemeenschap voor goederen een bewijs van herkomst is afgegeven dient dit bewijs aan de inspecteur te worden overgelegd alvorens de goederen waarop dit bewijs betrekking heeft kunnen worden weggevoerd. De inspecteur trekt het bewijs van herkomst in.
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
Aan de gezagvoerder van een binnengekomen schip wordt op diens verzoek, gedaan overeenkomstig bij ministeriële regeling te stellen regels, een akte van afrekening afgegeven door de inspecteur nadat alle als te lossen aangegeven goederen overeenkomstig wettelijke bepalingen zijn gelost. Indien bij binnenkomst is opgegeven dat geen goederen worden gelost, wordt op dat moment de akte van afrekening ongevraagd afgegeven.
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De artikelen 4 en 5 zijn niet van toepassing op de volgende schepen, mits zij in de Gemeenschap thuishoren, overeenkomstig hun bestemming worden gebezigd en geen goederen meevoeren waarvoor bij het in het vrije verkeer brengen rechten bij invoer zijn verschuldigd:
|
||||
De artikelen 4 en 5 zijn niet van toepassing op de volgende schepen, mits zij in Nederland thuishoren, overeenkomstig hun bestemming worden gebezigd en geen goederen meevoeren waarvoor bij het in het vrije verkeer brengen rechten bij invoer zijn verschuldigd:
|
||||
|
||||
a. oorlogsschepen;
|
||||
b. pleziervaartuigen welke op hun reis niet een buitenlandse haven hebben aangedaan;
|
||||
|
|
@ -89,11 +93,17 @@ f. bij ministeriële regeling aangewezen vaartuigen van openbare diensten.
|
|||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
Binnenkomende luchtvaartuigen worden zonder tussenlanding overgebracht naar een bij ministeriële regeling aangewezen internationale luchthaven ressorterende onder een bij ministeriële regeling aangewezen douanekantoor alwaar de formaliteit van aanbrengen, bedoeld in artikel 40 van het Communautair douanewetboek, wordt vervuld.
|
||||
**1.** Binnenkomende luchtvaartuigen worden zonder tussenlanding overgebracht naar een bij ministeriële regeling aangewezen internationale luchthaven.
|
||||
|
||||
**2.** Met een binnenkomend luchtvaartuig mag slechts worden geland gedurende de dagen en uren waarop de internationale luchthaven daarvoor is opengesteld.
|
||||
|
||||
**3.** Het luchtvaartuig wordt geplaatst op het gedeelte van de luchthaven dat door de inspecteur daarvoor is aangewezen.
|
||||
|
||||
**4.** Met inachtneming van de dagen en uren waarop het desbetreffende douanekantoor is geopend, worden onverwijld de formaliteiten als bedoeld in de artikelen 40 en 43 van het Communautair douanewetboek vervuld.
|
||||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
||||
De summiere aangifte, bedoeld in artikel 43 van het Communautair douanewetboek, houdt aangifte in van alle te lossen goederen bij het douanekantoor, bedoeld in artikel 10.
|
||||
De summiere aangifte, bedoeld in artikel 43 van het Communautair douanewetboek, houdt opgave in van hetzij alle op de internationale luchthaven te lossen goederen, hetzij de verklaring dat aldaar geen goederen zullen worden gelost.
|
||||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
|
|
@ -158,7 +168,7 @@ De in artikel 212 van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek bedoe
|
|||
De aangifte ten uitvoer wordt gedaan:
|
||||
|
||||
a. ten aanzien van goederen welke worden uitgevoerd ter voldoening aan de verplichting welke voortvloeit uit de douaneregeling waaronder zij waren geplaatst, op de voor het doen van de aangifte ten uitvoer aangewezen plaats, indien deze plaats in de wettelijke bepalingen of in de op de betreffende douaneregeling betrekking hebbende vergunning is aangewezen;
|
||||
b. in andere gevallen bij de inspecteur onder wie de exporteur ressorteert of onder wie de plaats ressorteert waar de goederen zijn verpakt of met het oog op de uitvoer in of op het vervoermiddel zijn geladen.
|
||||
b. in andere gevallen op een plaats gelegen in het ambtsgebied van de inspecteur waar de exporteur is gevestigd of waar de goederen zijn verpakt of met het oog op de uitvoer in of op het vervoermiddel zijn geladen.
|
||||
|
||||
**2.** De inspecteur kan bepalen dat in de gevallen, andere dan die bedoeld in het eerste lid, onderdeel *a*, waarin het wenselijk wordt geacht om de controle van de aangifte ten uitvoer te laten plaatsvinden op een douanekantoor zo dicht mogelijk gelegen bij de plaats waar de exporteur is gevestigd of waar de goederen zijn verpakt of met het oog op de uitvoer in of op het vervoermiddel zijn geladen, de aangifte ten uitvoer wordt gedaan op een door hem aan te wijzen douanekantoor.
|
||||
|
||||
|
|
@ -234,7 +244,7 @@ Indien in een douane-entrepot een overmaat wordt vastgesteld, worden de te veel
|
|||
|
||||
De entreposeur die zodanige wijziging wenst te brengen in de door hem gevoerde administratie dat daardoor de wijze waarop toezicht op het douane-entrepot wordt uitgeoefend, wordt beïnvloed, onderwerpt de voorgenomen wijziging aan goedkeuring van de inspecteur. De wijziging wordt niet aangebracht dan na verkregen goedkeuring.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 4. Verlaten van het douanegebied, vrije entrepots en vrije zones
|
||||
## Hoofdstuk 4. Verlaten van het douanegebied en vrije entrepots
|
||||
|
||||
### Paragraaf 1. Verlaten van het douanegebied van de Gemeenschap
|
||||
|
||||
|
|
@ -244,45 +254,53 @@ Onverminderd artikel 41, dienen goederen welke voor uitvoer zijn vrijgegeven, te
|
|||
|
||||
### Artikel 31
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** Ter uitvoering van het bepaalde in artikel 793, eerste lid, van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek begeeft de gezagvoerder van een over zee uitgaand schip zich naar een plaats waar een douanekantoor van uitgang is gevestigd. Aldaar aangekomen geeft hij van zijn voornemen met het schip uit te gaan kennis aan de inspecteur, met opgave van de ligplaats van het schip.
|
||||
|
||||
**2.** Ter uitvoering van het bepaalde in artikel 793, eerste lid, van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek begeeft de gezagvoerder van een uitgaand luchtvaartuig zich naar het gedeelte van de internationale luchthaven dat door de inspecteur daarvoor is aangewezen en geeft hij van zijn voornemen met het luchtvaartuig uit te gaan kennis aan de inspecteur.
|
||||
|
||||
### Artikel 32
|
||||
|
||||
Ter uitvoering van artikel 183 van het Communautair douanewetboek wordt van een schip of een luchtvaartuig dat het douanegebied van de Gemeenschap via zee of door de lucht zal verlaten aangifte ten uitklaring gedaan van het schip of het luchtvaartuig en alle bij het douanekantoor van uitgang aangebrachte goederen overeenkomstig de bij ministeriële regeling vast te stellen bepalingen.
|
||||
**1.** Bij het laatste kantoor wordt aangifte tot uitklaring gedaan van alle bij dat kantoor aangebrachte goederen.
|
||||
|
||||
**2.** Ten aanzien van met een luchtvaartuig uitgaande goederen houdt de aangifte echter hetzij opgave in van alle op de internationale luchthaven geladen goederen, hetzij de verklaring dat geen goederen zijn geladen.
|
||||
|
||||
### Artikel 33
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** De gezagvoerder van een uitgaand schip dat over zee is binnengekomen, dient aan de inspecteur de akte van afrekening te overhandigen.
|
||||
|
||||
**2.** Een ter zee uitgaand schip wordt behoudens tegenbewijs voor de toepassing van het eerste lid aangemerkt als over zee te zijn binnengekomen.
|
||||
|
||||
**3.** De verplichting van het eerste lid geldt niet, indien de gezagvoerder aantoont dat het schip bij binnenkomst overeenkomstig artikel 8, eerste lid, is vrijgesteld van het bepaalde in de artikelen 4 en 5.
|
||||
|
||||
### Artikel 34
|
||||
|
||||
**1.** Een schip of luchtvaartuig dat het douanegebied van de Gemeenschap ter zee of door de lucht zal verlaten mag niet vertrekken uit de haven of van de luchthaven van binnenkomst zonder dat de inspecteur daarvoor toestemming heeft verleend.
|
||||
**1.** Een ter zee uitgaand schip mag van de plaats waar het laatste kantoor is gevestigd niet vertrekken zonder dat de inspecteur op verzoek, gedaan overeenkomstig de bij ministeriële regeling vast te stellen bepalingen, door het afgeven van een akte van uitklaring daarvoor toestemming heeft verleend. De akte van uitklaring wordt slechts afgegeven indien de gezagvoerder aan zijn verplichtingen met betrekking tot de aan het laatste kantoor te vervullen formaliteiten heeft voldaan.
|
||||
|
||||
**2.** Bij het douanekantoor van uitgang aangebrachte goederen die ter zee of door de lucht het douanegebied van de Gemeenschap zullen verlaten, mogen niet worden weggevoerd zonder toestemming van de inspecteur.
|
||||
**2.** Door de lucht uitgaande goederen mogen van het laatste kantoor niet worden weggevoerd zonder toestemming van de inspecteur.
|
||||
|
||||
### Artikel 35
|
||||
|
||||
**1.** Ter uitvoering van artikel 183, eerste lid, van het Communautair douanewetboek worden goederen die ter zee het douanegebied van de Gemeenschap verlaten vanuit de haven, of in voorkomende gevallen van de bij ministeriële regeling aangewezen plaatsen als genoemd in artikel 4, tweede lid, rechtstreeks langs de daartoe bij ministeriële regeling aangewezen vaarwaters buiten het douanegebied van de Gemeenschap gebracht.
|
||||
**1.** Ter zee uitgaande goederen worden van het laatste kantoor, of in voorkomende gevallen van de bij ministeriële regeling aangewezen plaatsen als genoemd in artikel 4, tweede lid, rechtstreeks langs de daartoe bij ministeriële regeling aangewezen vaarwaters naar de grens gevoerd.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid kan onder bij ministeriële regeling vast te stellen voorwaarden worden toegestaan dat goederen die ter zee het douanegebied van de Gemeenschap zullen verlaten, worden overgeladen in een uitgaand schip op de daartoe bij ministeriële regeling aangewezen plaatsen als genoemd in artikel 4, tweede lid.
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid kan onder bij ministeriële regeling vast te stellen voorwaarden worden toegestaan dat ter zee uitgaande goederen worden overgeladen in een uitgaand schip op de daartoe bij ministeriële regeling aangewezen plaatsen als genoemd in artikel 4, tweede lid.
|
||||
|
||||
**3.** Ter uitvoering van artikel 183 van het Communautair douanewetboek worden goederen die het douanegebied van de Gemeenschap door de lucht zullen verlaten van de luchthaven buiten het douanegebied van de Gemeenschap gebracht zonder tussenlanding elders dan op een internationale luchthaven.
|
||||
**3.** Door de lucht uitgaande goederen worden van het laatste kantoor zonder tussenlanding elders dan op een internationale luchthaven naar de grens gevoerd.
|
||||
|
||||
### Artikel 36
|
||||
|
||||
**1.** Schepen welke ingevolge artikel 8, eerste lid, bij binnenkomst uit zee zijn vrijgesteld van het bepaalde in de artikelen 4 en 5, behoeven bij het uitgaan ter zee niet te worden aangebracht bij een douanekantoor van uitgang.
|
||||
**1.** Schepen welke ingevolge artikel 8, eerste lid, bij binnenkomst uit zee zijn vrijgesteld van het bepaalde in de artikelen 4 en 5, behoeven bij het uitgaan ter zee niet te worden aangebracht bij een laatste kantoor.
|
||||
|
||||
**2.** Evenmin behoeven aan een douanekantoor van uitgang worden aangebracht schepen welke over zee van de ene in Nederland gelegen haven naar de andere gaan.
|
||||
**2.** Evenmin behoeven aan een laatste kantoor te worden aangebracht schepen welke over zee van het ene in Nederland gelegen douanekantoor naar het andere gaan.
|
||||
|
||||
**3.** Luchtvaartuigen welke ingevolge artikel 12 bij binnenkomst zijn vrijgesteld van het bepaalde in artikel 10, behoeven bij het uitgaan niet te worden aangebracht bij een douanekantoor van uitgang.
|
||||
**3.** Luchtvaartuigen welke ingevolge artikel 12 bij binnenkomst zijn vrijgesteld van het bepaalde in artikel 10, behoeven bij het uitgaan niet te worden aangebracht bij een laatste kantoor.
|
||||
|
||||
**4.** De voorgaande leden zijn niet van toepassing indien ter zake van de uitvoer, wederuitvoer, dan wel met het oog op de verkrijging van kwijtschelding of terugbetaling van rechten bij invoer aan het douanekantoor van uitgang formaliteiten moeten worden vervuld.
|
||||
**4.** De voorgaande leden zijn niet van toepassing indien ter zake van de uitvoer dan wel met het oog op de verkrijging van kwijtschelding of terugbetaling van rechten bij invoer aan het douanekantoor van uitgang formaliteiten moeten worden vervuld.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. Uitgaande opslag
|
||||
|
||||
### Artikel 37
|
||||
|
||||
**1.** Goederen welke voor uitvoer zijn vrijgegeven kunnen, in afwachting van het verlaten van de Gemeenschap, op de voet van deze paragraaf worden opgeslagen in een opslaginrichting die in gebruik is als ruimte voor tijdelijke opslag als genoemd in artikel 185 van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek. Zodanige opslag kan ook plaatsvinden in een douane-entrepot van het type B of C, zonder dat de goederen onder het stelsel van douane-entrepots worden geplaatst.
|
||||
**1.** Goederen welke voor uitvoer zijn vrijgegeven kunnen, in afwachting van het uitgaan, op de voet van deze paragraaf worden opgeslagen in een opslaginrichting die in gebruik is als ruimte voor tijdelijke opslag als genoemd in artikel 185 van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek. Zodanige opslag kan ook plaatsvinden in een douane-entrepot van het type B of C, zonder dat de goederen onder het stelsel van douane-entrepots worden geplaatst.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is eveneens van toepassing op goederen welke worden vervoerd onder een regeling voor douanevervoer en waarvan, overeenkomstig de aanduidingen op de ten behoeve van dat vervoer aanvaarde aangifte, het kantoor van bestemming buiten Nederland is gelegen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -321,7 +339,7 @@ f. de goederen aan bepaalde onderzoekingen worden onderworpen en worden bemonste
|
|||
|
||||
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op uitgaande goederen waarvoor het bezwaarlijk is deze met het oog op de in dat lid bedoelde behandelingen in een ruimte voor tijdelijke opslag of in een entrepot van het type B of C op te slaan.
|
||||
|
||||
**3.** Indien het ten gevolge van dringende noodzakelijkheid niet mogelijk is om toestemming te vragen alvorens uitgaande goederen een behandeling als bedoeld in het eerste lid te laten ondergaan, wordt daarvan onverwijld kennis gegeven aan de inspecteur.
|
||||
**3.** Indien het ten gevolge van dringende noodzakelijkheid niet mogelijk is om toestemming te vragen alvorens uitgaande goederen een behandeling als bedoeld in het eerste lid te laten ondergaan, wordt daarvan onverwijld kennis gegeven aan de inspecteur in wiens ambtsgebied de behandeling heeft plaatsgevonden.
|
||||
|
||||
**4.** De inspecteur geeft desgevraagd een verklaring af omtrent de staat waarin de goederen na de behandeling verkeren.
|
||||
|
||||
|
|
@ -345,34 +363,6 @@ De in artikel 799 van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek bedoe
|
|||
|
||||
**2.** Buiten de kantooruren van de inspecteur mag alleen met toestemming van de inspecteur in de vrije entrepots worden gewerkt.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 5. Vrije zones
|
||||
|
||||
### Artikel 46a
|
||||
|
||||
**1.** Op aanvraag als bedoeld in artikel 800 van de Toepassingsverordening Communautair douanewetboek kunnen bij ministeriële regeling vrije zones controletype II als bedoeld in artikel 168 bis van het Communautair douanewetboek worden aangewezen.
|
||||
|
||||
**2.** De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt ingediend bij de inspecteur en dient te geschieden door de beoogd beheerder van de vrije zone controletype II.
|
||||
|
||||
### Artikel 46b
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De beheerder vrije zone controletype II dient ervoor te zorgen dat:
|
||||
|
||||
a. goederen tijdens hun verblijf in de vrije zone controletype II niet aan het douanetoezicht worden onttrokken;
|
||||
b. de verplichtingen worden nagekomen welke voortvloeien uit de opslag, de veredeling, de behandeling, de aan- of verkoop van goederen in een vrije zone controletype II;
|
||||
c. wordt voldaan aan de bijzondere voorwaarden die in de vergunning zijn vastgesteld.
|
||||
|
||||
**2.** De operateur is altijd verantwoordelijk voor het nakomen van de verplichtingen die voortvloeien uit de plaatsing van de goederen in de vrije zone controletype II.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste lid kan in de vergunning worden bepaald dat de in dat lid onder a en b bedoelde verplichtingen uitsluitend bij de operateur berusten.
|
||||
|
||||
**4.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden vastgesteld ten aanzien de werking van de vrije zone controletype II.
|
||||
|
||||
### Artikel 46c
|
||||
|
||||
De beheerder vrije zone controletype II of de operateur die zodanige wijziging wenst te brengen in of aan een in de vrije zone controletype II gelegen gebouw, dan wel in de door hem gevoerde administratie, dat daardoor de wijze waarop toezicht op de vrije zone controletype II wordt uitgeoefend wordt beïnvloed, onderwerpt de voorgenomen wijziging aan goedkeuring van de inspecteur. De wijziging wordt niet aangebracht dan na verkregen goedkeuring.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 5. Bijzondere regelingen
|
||||
|
||||
### Paragraaf 1. Postzendingen
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue