2014-05-03 | BWBR0012790 | Besluit zeevisvaartbemanning

This commit is contained in:
Coornhert 2014-05-03 12:00:00 +00:00
parent 0b177e5b99
commit df44c2a29f

View file

@ -163,7 +163,7 @@ Bij regeling van Onze Minister kan aanvulling van het aantal bemanningsleden wor
**1.** Aan boord van elk vissersvaartuig is een voldoende aantal geoefende bemanningsleden om de groepsreddingmiddelen en de tewaterlatingsvoorzieningen, die vereist zijn om alle opvarenden in geval van nood te ontschepen, te bedienen.
**2.** Over elke te gebruiken reddingboot heeft een sloepsgast, in het bezit van het certificaat, bedoeld in artikel 44 de leiding; tevens is een plaatsvervanger, in het bezit van dit certificaat, aangewezen.
**2.** Over elke te gebruiken reddingboot heeft een zeevarende, in het bezit van het certificaat, bedoeld in artikel 45 de leiding; tevens is een plaatsvervanger, in het bezit van dit certificaat, aangewezen.
## Hoofdstuk 4. Nadere regels met betrekking tot vaarbevoegdheidsbewijzen
@ -175,7 +175,7 @@ Bij regeling van Onze Minister kunnen de volgende, nader te omschrijven aanvulli
### Artikel 19
**1.** Tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald wordt de ervaring of diensttijd uitgedrukt in jaren behaald aan boord van vissersvaartuigen, na de verkrijging van de bevoegdheid om tenminste als stuurman-werktuigkundige aan boord van een vissersvaartuig dienst te doen.
**1.** Tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald wordt de ervaring of diensttijd behaald aan boord van vissersvaartuigen, na de verkrijging van de bevoegdheid om tenminste als stuurman-werktuigkundige aan boord van een vissersvaartuig dienst te doen.
**2.** Bij regeling van Onze Minister wordt bepaald welke ervaring, niet opgedaan aan boord van vissersvaartuigen, in aanmerking wordt genomen.
@ -187,7 +187,7 @@ Een vaarbevoegdheidsbewijs voor de zeevisvaart is geldig tot ten hoogste vijf ja
**1.** Een vaarbevoegdheidsbewijs wordt afgegeven indien de aanvrager aantoont te voldoen aan de ingevolge dit besluit vereiste beroepsvereisten, ervaring en medische geschiktheid.
**2.** Een vaarbevoegdheidsbewijs kan vernieuwd worden, indien de houder in de periode van vijf jaar voorafgaand aan de datum van de aanvraag tot vernieuwing ten minste 1 jaar heeft dienstgedaan in een naar het oordeel van Onze Minister relevante functie waarvoor een vaarbevoegdheid is vereist en die door de houder op grond van de aan hem toegekende vaarbevoegdheden mocht worden vervuld, dan wel in een andere, naar het oordeel van Onze Minister daarmee vergelijkbare functie.
**2.** Een vaarbevoegdheidsbewijs kan vernieuwd worden, indien de houder in de periode van vijf jaar voorafgaand aan de datum van de aanvraag tot vernieuwing ten minste 12 maanden heeft dienstgedaan in een naar het oordeel van Onze Minister relevante functie waarvoor een vaarbevoegdheid is vereist en die door de houder op grond van de aan hem toegekende vaarbevoegdheden mocht worden vervuld, dan wel in een andere, naar het oordeel van Onze Minister daarmee vergelijkbare functie.
**3.** In het geval, genoemd in het tweede lid, wordt het vaarbevoegdheidsbewijs dat is vernieuwd ingenomen of zonodig ongeldig gemaakt.
@ -255,37 +255,37 @@ d. het diploma voor de zeevisvaart SW VI.
Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs als schipper zeevisvaart aan boord van vissersvaartuigen op reizen in onbeperkt vaargebied, is ten minste vereist:
a. het kennisbewijs stuurman-werktuigkundige zeevisvaart SW4, het kennisbewijs stuurman voor de zeevisvaart S 4 dan wel het diploma voor de zeevisvaart S IV-v;
a. het kennisbewijs stuurman-werktuigkundige zeevisvaart SW4, het kennisbewijs stuurman voor de zeevisvaart S 4 dan wel het diploma voor de zeevisvaart S IV-v;
b. het algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie,
c. het certificaat sloepsgast;
c. het certificaat reddingmiddelen;
d. het certificaat radarnavigator, en
e. een diensttijd van drie jaren aan boord van vissersvaartuigen met een lengte van 24 meter of meer, waarvan tenminste een jaar als plaatsvervangend schipper.
e. een diensttijd van 36 maanden aan boord van vissersvaartuigen met een lengte van 24 meter of meer, waarvan tenminste 12 maanden als plaatsvervangend schipper.
### Artikel 26
Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs als schipper zeevisvaart aan boord van vissersvaartuigen met een lengte van minder dan 60 meter met een voortstuwingsvermogen van minder dan 3000 kW, op reizen in onbeperkt vaargebied, is ten minste vereist:
a. het kennisbewijs stuurman-werktuigkundige voor de zeevisvaart SW 5 dan wel het diploma voor de zeevisvaart SW V,
a. het kennisbewijs stuurman-werktuigkundige voor de zeevisvaart SW 5 dan wel het diploma voor de zeevisvaart SW V,
b. het algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie,
c. het certificaat radarnavigator, en
d. een diensttijd van drie jaren, waarvan tenminste een jaar als plaatsvervangend schipper.
d. een diensttijd van 36 maanden, waarvan tenminste 12 maanden als plaatsvervangend schipper.
### Artikel 27
Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs als schipper zeevisvaart aan boord van vissersvaartuigen met een lengte van minder dan 45 meter en een voortstuwingsvermogen van minder dan 1125 kW, op reizen binnen vaargebied I, is ten minste vereist
a. het kennisbewijs stuurman-werktuigkundige voor de zeevisvaart SW 6 dan wel het diploma voor de zeevisvaart SW VI,
a. het kennisbewijs stuurman-werktuigkundige voor de zeevisvaart SW 6 dan wel het diploma voor de zeevisvaart SW VI,
b. het beperkte certificaat maritieme radiocommunicatie,
c. een diensttijd van twee jaar.
c. een diensttijd van 24 maanden.
### Artikel 28
Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs als schipper zeevisvaart aan boord van vissersvaartuigen met een lengte van minder dan 24 meter en een voortstuwingsvermogen van minder dan 750 kW, op reizen in onbeperkt vaargebied, is ten minste vereist:
a. het kennisbewijs stuurman-werktuigkundige voor de zeevisvaart SW 6 dan wel het diploma voor de zeevisvaart SW VI,
a. het kennisbewijs stuurman-werktuigkundige voor de zeevisvaart SW 6 dan wel het diploma voor de zeevisvaart SW VI,
b. het algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie,
c. het certificaat radarwaarnemer, en
d. een diensttijd van drie jaren.
d. een diensttijd van 36 maanden.
### Artikel 29
@ -293,17 +293,17 @@ Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs als schipper zeevisvaart aan boor
a. het kennisbewijs stuurman-werktuigkundige voor de zeevisvaart SW 6 dan wel het diploma voor de zeevisvaart SW VI,
b. het beperkte certificaat maritieme radiocommunicatie,
c. een diensttijd van een jaar.
c. een diensttijd van 12 maanden.
### Artikel 30
Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs als plaatsvervangend schipper zeevisvaart aan boord van vissersvaartuigen op reizen in onbeperkt vaargebied is ten minste vereist:
a. het kennisbewijs stuurman-werktuigkundige voor de zeevisvaart SW 4, het kennisbewijs stuurman voor de zeevisvaart S 4 dan wel het diploma voor de zeevisvaart S IV-v,
a. het kennisbewijs stuurman-werktuigkundige voor de zeevisvaart SW 4, het kennisbewijs stuurman voor de zeevisvaart S 4 dan wel het diploma voor de zeevisvaart S IV-v,
b. het algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie;
c. het certificaat sloepsgast;
c. het certificaat reddingmiddelen;
d. het certificaat radarnavigator, en
e. een diensttijd van twee jaren.
e. een diensttijd van 24 maanden.
### Artikel 31
@ -312,7 +312,7 @@ Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs als plaatsvervangend schipper zee
a. het kennisbewijs stuurman-werktuigkundige voor de zeevisvaart SW 5 dan wel het diploma voor de zeevisvaart SW V,
b. het algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie,
c. het certificaat radarwaarnemer; en
d. een diensttijd van een jaar.
d. een diensttijd van 12 maanden.
### Artikel 32
@ -321,7 +321,7 @@ Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs als plaatsvervangend schipper zee
a. het kennisbewijs stuurman-werktuigkundige voor de zeevisvaart SW 6 dan wel het diploma voor de zeevisvaart SW VI;
b. het algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie;
c. het certificaat radarwaarnemer, en
d. een diensttijd van een jaar.
d. een diensttijd van 12 maanden.
### Artikel 33
@ -349,13 +349,13 @@ Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs als stuurman-werktuigkundige zeev
a. het kennisbewijs stuurman-werktuigkundige voor de zeevisvaart SW5, dan wel het diploma voor de zeevisvaart SW V;
b. het algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie;
c. het certificaat radarwaarnemer, en
d. een diensttijd van één jaar.
d. een diensttijd van 12 maanden.
### Artikel 35
Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs als werktuigkundige zeevisvaart aan boord van vissersvaartuigen op reizen in onbeperkt vaargebied is ten minste vereist:
a. het kennisbewijs werktuigkundige voor de zeevisvaart W IV-v dan wel het diploma voor de zeevisvaart W IV-v, het kennisbewijs werktuigkundige voor de zeevisvaart W 4 dan wel het diploma werktuigkundige voor de zeevisvaart W IV-v;
a. het kennisbewijs werktuigkundige voor de zeevisvaart W IV-v dan wel het diploma voor de zeevisvaart W IV-v, het kennisbewijs werktuigkundige voor de zeevisvaart W 4 dan wel het diploma werktuigkundige voor de zeevisvaart W IV-v;
b. een leeftijd van 18 jaar.
### Paragraaf 4. Vaarbevoegdheidsbewijzen op grond van Dienstdiploma's
@ -393,15 +393,15 @@ b. een door Onze Minister erkende opleiding of exameninstelling.
### Artikel 39a
Voor het verkrijgen van de kennisbewijzen stuurman-werktuigkundige voor de zeevisvaart SW 4, respectievelijk stuurman voor de zeevisvaart S 4 of werktuigkundige voor de zeevisvaart W 4 is betrokkene opgeleid overeenkomstig een kwalificatiedossier als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs dat voor de beroepsopleiding Visserij officier is vastgesteld.
Voor het verkrijgen van de kennisbewijzen stuurman-werktuigkundige voor de zeevisvaart SW 4, respectievelijk stuurman voor de zeevisvaart S 4 of werktuigkundige voor de zeevisvaart W 4 is betrokkene opgeleid overeenkomstig een kwalificatiedossier als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs dat voor de beroepsopleiding Visserij officier is vastgesteld.
### Artikel 40
Voor het verkrijgen van het kennisbewijs stuurman-werktuigkundige voor de zeevisvaart SW 5 heeft betrokkene:
Voor het verkrijgen van het kennisbewijs stuurman-werktuigkundige voor de zeevisvaart SW 5 heeft betrokkene:
1. met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van een opleiding die ten minste voldoet aan de syllabus opgenomen in Bijlage I;
2. deelgenomen aan een goedgekeurde cursus basis veiligheidstraining vissersvaartuigen; en
3. een goedgekeurde stage aan boord van vissersvaartuigen van ten minste één jaar als onderdeel van vorenbedoelde opleiding vervuld, onder het bijhouden van een goedgekeurd stageboek, of anders een goedgekeurde diensttijd van ten minste twee jaar aan boord van vissersvaartuigen, en heeft gedurende deze stage of diensttijd buitengaats wachtdienst op de brug gelopen onder toezicht van de schipper of van een daartoe bevoegd bemanningslid, gedurende een periode van ten minste zes maanden, en heeft gedurende ten minste zes maanden dienstgedaan in de machinekamer.
3. een goedgekeurde stage aan boord van vissersvaartuigen van ten minste één jaar als onderdeel van vorenbedoelde opleiding vervuld, onder het bijhouden van een goedgekeurd stageboek, of anders een goedgekeurde diensttijd van ten minste 24 maanden aan boord van vissersvaartuigen, en heeft gedurende deze stage of diensttijd buitengaats wachtdienst op de brug gelopen onder toezicht van de schipper of van een daartoe bevoegd bemanningslid, gedurende een periode van ten minste zes maanden, en heeft gedurende ten minste zes maanden dienstgedaan in de machinekamer.
### Artikel 41
@ -409,7 +409,7 @@ Voor het verkrijgen van het kennisbewijs stuurmanwerktuigkundige voor de zeevisv
1. met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van een opleiding die ten minste voldoet aan de syllabus opgenomen in Bijlage II;
2. deelgenomen aan een goedgekeurde cursus basis veiligheidstraining vissersvaartuigen, en
3. een goedgekeurde stage aan boord van vissersvaartuigen van ten minste zes maanden als onderdeel van vorenbedoelde opleiding vervuld, onder bijhouding van een goedgekeurd stageboek, of anders een goedgekeurde diensttijd van ten minste twee jaar aan boord van zeevisservaartuigen, en heeft gedurende deze stage of diensttijd buitengaats wachtdienst op de brug gelopen onder toezicht van de schipper of van een daartoe bevoegd bemanningslid, gedurende een periode van ten minste drie maanden, en heeft gedurende ten minste drie maanden dienstgedaan in de machinekamer.
3. een goedgekeurde stage aan boord van vissersvaartuigen van ten minste zes maanden als onderdeel van vorenbedoelde opleiding vervuld, onder bijhouding van een goedgekeurd stageboek, of anders een goedgekeurde diensttijd van ten minste 24 maanden aan boord van zeevisservaartuigen, en heeft gedurende deze stage of diensttijd buitengaats wachtdienst op de brug gelopen onder toezicht van de schipper of van een daartoe bevoegd bemanningslid, gedurende een periode van ten minste drie maanden, en heeft gedurende ten minste drie maanden dienstgedaan in de machinekamer.
### Artikel 42
@ -452,10 +452,10 @@ Voor het verkrijgen van het certificaat basis veiligheidstraining vissersvaartui
### Artikel 45
Voor het verkrijgen van het certificaat sloepsgast is met goed gevolg een door Onze Minister erkende opleiding en training afgerond die voldoet aan:
Voor het verkrijgen van het certificaat reddingmiddelen is met goed gevolg een door Onze Minister erkende opleiding en training afgerond die voldoet aan:
voorschrift VI/2, paragraaf 1, van de bijlage bij het STCW Verdrag, en
sectie A-VI/2, paragraaf 1 tot en met 4 van de STCW-Code.
voorschrift VI/2, paragraaf 1, van de bijlage bij het STCW Verdrag, en
sectie A-VI/2, paragraaf 1 tot en met 4 van de STCW-Code.
#### Paragraaf Brandbestrijding voor gevorderden
@ -469,22 +469,7 @@ Vervallen
### Artikel 47
**1.**
Voor de afgifte van het certificaat scheepsgezondheidszorg B (Beperkt), heeft de aanvrager met goed gevolg een door Onze Minister erkende training en opleiding afgerond die voldoet aan Richtlijn nr. 92/29/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 31 maart 1992 betreffende de minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid ter bevordering van een betere medische hulpverlening aan boord van schepen (Pb EG L 113; deze opleiding omvat in elk geval:
a. kennis van de beginselen van de fysiologie, van de ziekteverschijnselen en van de therapie;
b. elementaire kennis op het gebied van de preventieve gezondheidszorg, waaronder begrepen de hygiëne;
c. elementaire kennis van profylactische maatregelen;
d. praktische kennis van elementaire medische handelingen;
e. kennis van de wijze van evacuatie van patiënten;
f. kennis van de wijze waarop de middelen voor medische consultatie op afstand moeten worden gebruikt.
**2.** Voor de afgifte van een certificaat scheepsgezondheidszorg O voldoet de aanvrager aan het bepaalde in het eerste lid en heeft ter verwerving van praktische kennis van elementaire medische handelingen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, een praktijk stage vervuld op een afdeling voor spoedeisende hulp in een algemeen ziekenhuis van een bij regeling van Onze Minister vast te stellen duur, dan wel met goed gevolg een vergelijkbare training voltooid die voldoet aan bij regeling van Onze Minister vast te stellen eisen.
**3.** Voor de afgifte van een verlenging van de geldigheidsduur van het certificaat scheepsgezondheidszorg B heeft de aanvrager met goed gevolg een door Onze Minister erkende bijscholingscursus gevolgd die tenminste de in het eerste lid genoemde onderdelen a tot en met f omvat.
**4.** Voor de afgifte van een verlenging van de geldigheidsduur van het certificaat scheepsgezondheidszorg O voldoet de aanvrager aan het bepaalde in het derde lid en heeft een herhalingsstage vervuld op een afdeling voor spoedeisende hulp in een algemeen ziekenhuis van een bij regeling van Onze Minister vast te stellen duur, dan wel met goed gevolg een vergelijkbare training voltooid die voldoet aan bij regeling van Onze Minister te stellen eisen.
Bij regeling van Onze Minister worden de beroepsvereisten vastgesteld voor de verkrijging van het certificaat medische eerste hulp aan boord en van het certificaat medische zorg aan boord.
#### Paragraaf Scheepskok
@ -769,19 +754,17 @@ f. de brand- en waterdichte deuren, met uitzondering van die ter afsluiting van
### Artikel 73
**1.** De schipper en het bemanningslid aan wie, onder de verantwoordelijkheid van de schipper, de zorg voor het gebruik en het beheer van de medische uitrusting is overgedragen zijn in het bezit van het certificaat scheepsgezondheidszorg O (Onbeperkt), bedoeld in artikel 47, tweede lid, of , wanneer aan het vissersvaartuig een bemanningscertificaat is afgegeven voor een beperkt vaargebied dat zich niet verder uitstrekt dan vaargebied II, van het certificaat scheepsgezondheidszorg B (Beperkt), bedoeld in artikel 47, eerste lid.
**1.** De schipper en de zeevarende die is aangewezen om medische hulp aan boord van het vissersvaartuig te verlenen, zijn in het bezit van het certificaat medische eerste hulp aan boord en van het certificaat medische zorg aan boord.
**2.** Voor de toepassing van het eerste lid worden bezitters van het kennisbewijs SW 5 en het diploma S IV-v geacht in het bezit te zijn van het certificaat scheepsgezondheidszorg B.
**2.** Wanneer aan het vissersvaartuig een bemanningscertificaat is afgegeven voor een beperkt vaargebied dat zich niet verder uitstrekt dan vaargebied II, zijn, in afwijking van het eerste lid, de schipper en de zeevarende die is aangewezen om medische hulp aan boord van het vissersvaartuig te verlenen, in het bezit van het certificaat medische eerste hulp aan boord.
**3.** De in het eerste lid bedoelde personen volgen ten minste eenmaal in de vijf jaar een bijscholingscursus als bedoeld in artikel 47, derde lid, die voor personen aan boord van vissersvaartuigen waarvoor een bemanningscertificaat is afgegeven voor onbeperkt vaargebied mede een herhalingsstage als bedoeld in artikel 47, vierde lid, omvat.
**4.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld ter uitvoering van dit artikel.
**3.** Een zeevarende als bedoeld in het eerste of tweede lid toont door middel van een certificaat met tussenpozen van niet meer dan 5 jaar aan een passende herhalingstraining te hebben gevolgd.
### Artikel 74
**1.** Op een vissersvaartuig dat op een internationaal traject van meer dan drie dagen vaart, met een bemanning en overig personeel van honderd personen of meer die, in welke hoedanigheid ook, aan boord ten behoeve van het schip in dienst of tewerkgesteld zijn, inclusief stagiairs en leerlingen alsmede personen die werkzaam zijn als loods, is een arts aanwezig.
**2.** Indien aan het bepaalde in het eerste lid is voldaan, kan in afwijking van het bepaalde in artikel 73, eerste lid, voor de schipper en het bemanningslid aan wie, onder verantwoordelijkheid van de schipper het beheer van de medische uitrusting is overgedragen, op vissersvaartuigen in onbeperkt vaargebied worden volstaan met het bezit van het certificaat scheepsgezondheidszorg B, bedoeld in artikel 47, eerste lid.
**2.** Indien aan het bepaalde in het eerste lid is voldaan, kan in afwijking van het bepaalde in artikel 73, eerste lid, voor de schipper en het bemanningslid aan wie, onder verantwoordelijkheid van de schipper het beheer van de medische uitrusting is overgedragen, op vissersvaartuigen in onbeperkt vaargebied worden volstaan met het bezit van het certificaat medische eerste hulp aan boord, genoemd in artikel 47.
**3.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere eisen worden gesteld ten aanzien van de bekwaamheid van de in het eerste lid genoemde arts.
@ -817,15 +800,17 @@ Bij regeling van Onze Minister kunnen, ter uitvoering van Verdragen of van beslu
### Artikel 79
De op het tijdstip van inwerkingtreding van de wet ten behoeve van de medische of scheidsrechterlijke keuring van zeevarenden aangewezen artsen en medisch specialisten blijven aangewezen tot het tijdstip dat de aanwijzing met inachtneming van dit besluit wordt ingetrokken.
Certificaten sloepsgast die zijn afgegeven op grond van artikel 45 van dit besluit, zoals dat luidde voor het tijdstip waarop artikel II, onderdeel D, van het besluit van 31 maart 2014, houdende wijziging van algemene maatregelen van bestuur op het terrein van de scheepvaart in verband met de implementatie van de wijziging van de bijlage bij het STCW-Verdrag en de STCW-Code en van richtlijn 2012/35/EU en enige andere onderwerpen op het terrein van de zeevaartbemanning (Stb. 150), in werking treedt, behouden hun geldigheid en worden voor de toepassing van dit besluit gelijkgesteld aan het in de artikelen 25, onderdeel c, 30, onderdeel c, en 45, genoemde certificaat reddingmiddelen.
### Artikel 80
Tot vijf jaar na inwerkingtreding van dit besluit behoeven houders van diploma's afgegeven ingevolge de Wet op de Zeevischvaartdiploma's, Stb. 1935, 455, niet in het bezit te zijn een vaarbevoegdheidsbewijs indien overigens wordt voldaan aan de verplichtingen genoemd in paragraaf 3 van hoofdstuk 4 van dit besluit, en de betreffende bemanningsleden bevoegd zijn voor de functie waarin wordt dienstgedaan.
**1.** Certificaten scheepsgezondheidszorg B die zijn afgegeven op grond van artikel 47, eerste lid, van dit besluit, zoals dat luidde voor het tijdstip waarop artikel II, onderdeel K, van het in artikel 79 bedoelde besluit in werking treedt, behouden hun geldigheid overeenkomstig de daarop aangegeven einddatum en worden voor de toepassing van dit besluit gelijkgesteld aan het in de artikelen 73, eerste en tweede lid, en 74, tweede lid, genoemde certificaat medische eerste hulp aan boord en het in artikel 73, eerste lid, genoemde certificaat medische zorg aan boord.
**2.** Certificaten scheepsgezondheidszorg O die zijn afgegeven op grond van artikel 47, tweede lid, van dit besluit, zoals dat luidde voor het in het eerste lid bedoelde tijdstip, behouden hun geldigheid overeenkomstig de daarop aangegeven einddatum en worden voor de toepassing van dit besluit gelijkgesteld aan het in de artikelen 73, eerste en tweede lid, en 74, tweede lid, genoemde certificaat medische eerste hulp aan boord en het in artikel 73, eerste lid, genoemde certificaat medische zorg aan boord.
### Artikel 81
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Vervallen
### Artikel 82