2019-02-22 | BWBR0014483 | Besluit fiscale eenheid 2003

This commit is contained in:
Coornhert 2019-02-22 12:00:00 +00:00
parent e5f80e4449
commit df6142d79c

View file

@ -81,7 +81,7 @@ Een bij een maatschappij op het voegingstijdstip nog niet uitgewerkte aanspraak
### Artikel 7a
In geval van voeging van een maatschappij treedt de fiscale eenheid voor de toepassing van afdeling 2.3 van de wet in de plaats van die maatschappij.
In geval van voeging van een maatschappij treedt de fiscale eenheid voor de toepassing van afdeling 2.3 van de wet en de artikelen 13ab, 15e, tiende en elfde lid, en 23e van de wet in de plaats van die maatschappij.
### Artikel 7b
@ -113,7 +113,7 @@ De door een lichaam gekozen gedragslijn met betrekking tot de waardering van act
**3.** Indien de vervreemding van aandelen in een dochtermaatschappij niet leidt tot de verbreking van de fiscale eenheid ten aanzien van die dochtermaatschappij, worden voordelen uit of in verband met die vervreemding bij het bepalen van de winst niet in aanmerking genomen voor zover deze bij afwezigheid van de fiscale eenheid ook niet in aanmerking zouden worden genomen.
### Afdeling 3. Verrekening voorvoegingsverliezen
### Afdeling 3. In aftrek brengen voorvoegingsrenten en verrekening voorvoegingsverliezen
### Artikel 10a
@ -190,47 +190,53 @@ Indien tot het vermogen van een ontvoegde dochtermaatschappij een deelneming beh
**2.** In afwijking van het eerste lid treedt een ontvoegde dochtermaatschappij voor de toepassing van afdeling 2.3 van de wet niet in de plaats van de fiscale eenheid met betrekking tot een immaterieel activum waarop artikel 15ai van de wet toepassing heeft gevonden.
**3.** Voor zover een ontvoegde dochtermaatschappij een belang in een gecontroleerd lichaam heeft, treedt die dochtermaatschappij voor de toepassing van de artikelen 13ab, 15e, tiende en elfde lid, en 23e van de wet met betrekking tot dat lichaam in de plaats van de fiscale eenheid.
## Hoofdstuk III. Specifieke bepalingen bij een juridische splitsing of juridische fusie binnen fiscale eenheid
### Artikel 17
**1.** Indien bij een splitsing als bedoeld in artikel 14a, eerste lid, van de wet van een tot een fiscale eenheid behorende dochtermaatschappij die dochtermaatschappij ophoudt te bestaan, de verkrijgende rechtspersonen deel uitmaken van dezelfde fiscale eenheid en al hetgeen in het kader van de splitsing is verkregen tot het vermogen van die fiscale eenheid gaat behoren, wordt op verzoek van de moedermaatschappij de fiscale eenheid ten aanzien van de splitsende dochtermaatschappij geacht niet te zijn verbroken en vinden vanaf het tijdstip van splitsing de hierna weergegeven bijzondere regelingen toepassing.
**2.** De verrekening als bedoeld in artikel 15ae van de wet van voorvoegingsverliezen van de splitsende dochtermaatschappij met de belastbare winst van de fiscale eenheid en de verrekening van een verlies van de fiscale eenheid met de voor het voegingstijdstip van de splitsende dochtermaatschappij genoten belastbare winst van die dochtermaatschappij, vindt plaats alsof er geen splitsing heeft plaatsgevonden.
**2.** Het in aanmerking nemen van voorvoegingsrenten als bedoeld in artikel 15aha van de wet van de splitsende dochtermaatschappij bij het bepalen van de winst van de fiscale eenheid vindt plaats alsof er geen splitsing heeft plaatsgevonden.
**3.** Bij ontvoeging van een verkrijgende rechtspersoon kunnen voorvoegingsverliezen van de gesplitste dochtermaatschappij en fiscale eenheidsverliezen welke toerekenbaar zijn aan de gesplitste dochtermaatschappij op verzoek van de verkrijgende rechtspersoon en de moedermaatschappij en onder nader door de inspecteur te stellen voorwaarden worden meegegeven met de verkrijgende rechtspersoon voor zover deze de activiteiten van de gesplitste dochtermaatschappij heeft voortgezet. De in de eerste volzin bedoelde voorwaarden mogen slechts strekken ter verzekering van de heffing en de invordering van belasting welke verschuldigd zou zijn of zou worden indien geen ontvoeging van de verkrijgende rechtspersoon had plaatsgevonden.
**3.** De verrekening als bedoeld in artikel 15ae van de wet van voorvoegingsverliezen van de splitsende dochtermaatschappij met de belastbare winst van de fiscale eenheid en de verrekening van een verlies van de fiscale eenheid met de voor het voegingstijdstip van de splitsende dochtermaatschappij genoten belastbare winst van die dochtermaatschappij, vindt plaats alsof er geen splitsing heeft plaatsgevonden.
**4.** De verkrijgende rechtspersonen treden met betrekking tot al hetgeen in het kader van de splitsing is verkregen in de plaats van de splitsende dochtermaatschappij.
**4.** Bij ontvoeging van een verkrijgende rechtspersoon kunnen voorvoegingsrenten en voorvoegingsverliezen van de gesplitste dochtermaatschappij en voortgewentelde saldi aan renten van de fiscale eenheid en fiscale eenheidsverliezen welke toerekenbaar zijn aan de gesplitste dochtermaatschappij op verzoek van de verkrijgende rechtspersoon en de moedermaatschappij en onder nader door de inspecteur te stellen voorwaarden worden meegegeven met de verkrijgende rechtspersoon voor zover deze de activiteiten van de gesplitste dochtermaatschappij heeft voortgezet. De in de eerste volzin bedoelde voorwaarden mogen slechts strekken ter verzekering van de heffing en de invordering van belasting welke verschuldigd zou zijn of zou worden indien geen ontvoeging van de verkrijgende rechtspersoon had plaatsgevonden.
**5.** Voor de toepassing van een regeling ter voorkoming van dubbele belasting, vindt de overbrenging van vanwege een andere Mogendheid geheven belasting van de gesplitste dochtermaatschappij van voor het tijdstip van splitsing, plaats alsof de splitsing niet heeft plaatsgevonden
**5.** De verkrijgende rechtspersonen treden met betrekking tot al hetgeen in het kader van de splitsing is verkregen in de plaats van de splitsende dochtermaatschappij.
**6.** De overbrenging van deelnemingsverrekening of verrekening bij buitenlandse ondernemingswinsten van de gesplitste dochtermaatschappij van voor het tijdstip van splitsing, vindt plaats alsof de splitsing niet heeft plaatsgevonden.
**6.** Voor de toepassing van een regeling ter voorkoming van dubbele belasting, vindt de overbrenging van vanwege een andere Mogendheid geheven belasting van de gesplitste dochtermaatschappij van voor het tijdstip van splitsing, plaats alsof de splitsing niet heeft plaatsgevonden
**7.** Aftrekbeperkingen uit hoofde van de artikelen 15ab, tweede lid, of 15ad van de wet of artikel 7b blijven doorlopen alsof de splitsing niet heeft plaatsgevonden.
**7.** De overbrenging van deelnemingsverrekening of verrekening bij buitenlandse ondernemingswinsten van de gesplitste dochtermaatschappij van voor het tijdstip van splitsing, vindt plaats alsof de splitsing niet heeft plaatsgevonden.
**8.** Het verzoek bedoeld in het eerste lid wordt gedaan uiterlijk bij de aangifte over het boekjaar waarin de splitsing heeft plaatsgevonden.
**8.** Aftrekbeperkingen uit hoofde van artikel 15ab, tweede lid, van de wet of artikel 7b blijven doorlopen alsof de splitsing niet heeft plaatsgevonden.
**9.** Met betrekking tot een verzoek als bedoeld in het derde lid is artikel 15af, derde lid, van de wet van overeenkomstige toepassing.
**9.** Het verzoek bedoeld in het eerste lid wordt gedaan uiterlijk bij de aangifte over het boekjaar waarin de splitsing heeft plaatsgevonden.
**10.** Met betrekking tot een verzoek als bedoeld in het vierde lid zijn de artikelen 15af, derde lid, en 15ahb, vierde lid, van de wet van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 18
**1.** Indien bij een fusie als bedoeld in artikel 14b, eerste lid, van de wet een tot een fiscale eenheid behorende dochtermaatschappij ophoudt te bestaan, de verkrijgende rechtspersoon deel uitmaakt van dezelfde fiscale eenheid en al hetgeen in het kader van de fusie is verkregen tot het vermogen van die fiscale eenheid gaat behoren, wordt op verzoek van de moedermaatschappij de fiscale eenheid ten aanzien van de verdwijnende dochtermaatschappij geacht niet te zijn verbroken en vinden vanaf het tijdstip van fusie de hierna weergegeven bijzondere regelingen toepassing.
**2.** De verrekening als bedoeld in artikel 15ae van de wet van voorvoegingsverliezen van de verdwijnende dochtermaatschappij met de belastbare winst van de fiscale eenheid en de verrekening van een verlies van de fiscale eenheid met de voor het voegingstijdstip van de verdwijnende dochtermaatschappij genoten belastbare winst van die dochtermaatschappij, vindt plaats alsof er geen fusie heeft plaatsgevonden.
**2.** Het in aanmerking nemen van voorvoegingsrenten als bedoeld in artikel 15aha van de wet van de verdwijnende dochtermaatschappij bij het bepalen van de winst van de fiscale eenheid vindt plaats alsof er geen fusie heeft plaatsgevonden.
**3.** Bij ontvoeging van de verkrijgende rechtspersoon kunnen voorvoegingsverliezen van de verdwenen dochtermaatschappij en fiscale eenheidsverliezen welke toerekenbaar zijn aan de verdwenen dochtermaatschappij op verzoek van de verkrijgende rechtspersoon en onder nader door de inspecteur te stellen voorwaarden worden meegegeven met de verkrijgende rechtspersoon voor zover deze de activiteiten van de verdwenen dochtermaatschappij heeft voortgezet. De in de eerste volzin bedoelde voorwaarden mogen slechts strekken ter verzekering van de heffing en de invordering van belasting welke verschuldigd zou zijn of zou worden indien geen ontvoeging van de verkrijgende rechtspersoon had plaatsgevonden.
**3.** De verrekening als bedoeld in artikel 15ae van de wet van voorvoegingsverliezen van de verdwijnende dochtermaatschappij met de belastbare winst van de fiscale eenheid en de verrekening van een verlies van de fiscale eenheid met de voor het voegingstijdstip van de verdwijnende dochtermaatschappij genoten belastbare winst van die dochtermaatschappij, vindt plaats alsof er geen fusie heeft plaatsgevonden.
**4.** De verkrijgende rechtspersoon treedt met betrekking tot al hetgeen in het kader van de fusie is verkregen in de plaats van een verdwijnende dochtermaatschappij.
**4.** Bij ontvoeging van de verkrijgende rechtspersoon kunnen voorvoegingsrenten en voorvoegingsverliezen van de verdwenen dochtermaatschappij en de voortgewentelde saldi aan renten en fiscale eenheidsverliezen welke toerekenbaar zijn aan de verdwenen dochtermaatschappij op verzoek van de verkrijgende rechtspersoon en onder nader door de inspecteur te stellen voorwaarden worden meegegeven met de verkrijgende rechtspersoon voor zover deze de activiteiten van de verdwenen dochtermaatschappij heeft voortgezet. De in de eerste volzin bedoelde voorwaarden mogen slechts strekken ter verzekering van de heffing en de invordering van belasting welke verschuldigd zou zijn of zou worden indien geen ontvoeging van de verkrijgende rechtspersoon had plaatsgevonden.
**5.** Voor de toepassing van een regeling ter voorkoming van dubbele belasting, vindt de overbrenging van vanwege een andere Mogendheid geheven belasting van de verdwenen dochtermaatschappij van voor het tijdstip van fusie, plaats alsof de fusie niet heeft plaatsgevonden
**5.** De verkrijgende rechtspersoon treedt met betrekking tot al hetgeen in het kader van de fusie is verkregen in de plaats van een verdwijnende dochtermaatschappij.
**6.** De overbrenging van deelnemingsverrekening of verrekening bij buitenlandse ondernemingswinsten van de verdwenen dochtermaatschappij van voor het tijdstip van fusie, vindt plaats alsof de fusie niet heeft plaatsgevonden.
**6.** Voor de toepassing van een regeling ter voorkoming van dubbele belasting, vindt de overbrenging van vanwege een andere Mogendheid geheven belasting van de verdwenen dochtermaatschappij van voor het tijdstip van fusie, plaats alsof de fusie niet heeft plaatsgevonden
**7.** Aftrekbeperkingen uit hoofde van de artikelen 15ab, tweede lid, of 15ad van de wet of artikel 7b blijven doorlopen alsof de fusie niet heeft plaatsgevonden.
**7.** De overbrenging van deelnemingsverrekening of verrekening bij buitenlandse ondernemingswinsten van de verdwenen dochtermaatschappij van voor het tijdstip van fusie, vindt plaats alsof de fusie niet heeft plaatsgevonden.
**8.** Het verzoek bedoeld in het eerste lid wordt gedaan uiterlijk bij de aangifte over het boekjaar waarin de fusie heeft plaatsgevonden.
**8.** Aftrekbeperkingen uit hoofde van artikel 15ab, tweede lid, van de wet of artikel 7b blijven doorlopen alsof de fusie niet heeft plaatsgevonden.
**9.** Met betrekking tot een verzoek als bedoeld het derde lid is artikel 15af, derde lid, van de wet van overeenkomstige toepassing.
**9.** Het verzoek bedoeld in het eerste lid wordt gedaan uiterlijk bij de aangifte over het boekjaar waarin de fusie heeft plaatsgevonden.
**10.** Met betrekking tot een verzoek als bedoeld in het vierde lid zijn de artikelen 15af, derde lid, en 15ahb, vierde lid, van de wet van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 18a
@ -502,34 +508,39 @@ Rechtsverhoudingen tussen een dochtermaatschappij van een fiscale eenheid en het
### Artikel 39
**1.** Indien de fiscale eenheid met een buitenlandse belastingplichtige eindigt omdat die belastingplichtige de plaats van werkelijke leiding verplaatst naar Nederland en direct aansluitend aan het ontvoegingstijdstip een nieuwe fiscale eenheid tot stand komt, wordt er voor de toepassing van de artikelen 15ab, 15ae, 15af, 15ag, 15ai en 15aj van de wet en artikel 7b geacht geen ontvoeging te hebben plaatsgevonden.
**1.** Indien de fiscale eenheid met een buitenlandse belastingplichtige eindigt omdat die belastingplichtige de plaats van werkelijke leiding verplaatst naar Nederland en direct aansluitend aan het ontvoegingstijdstip een nieuwe fiscale eenheid tot stand komt, wordt er voor de toepassing van de artikelen 15ab, 15ae, 15af, 15ag, 15aha, 15ahb, 15ai en 15aj van de wet en artikel 7b geacht geen ontvoeging te hebben plaatsgevonden.
**2.** De aansluitende fiscale eenheid treedt voor de toepassing van de artikelen 15ab, tweede lid, 15ad, 15ai, 15aj, zevende lid, en 20, tweede lid, van de wet en artikel 7b in de plaats van de voorafgaande fiscale eenheid.
**2.** De aansluitende fiscale eenheid treedt voor de toepassing van de artikelen 15ab, tweede lid, 15ai, 15aj, zevende lid, 15b, vijfde lid, en 20, tweede lid, van de wet en artikel 7b in de plaats van de voorafgaande fiscale eenheid.
### Artikel 40
**1.** Indien de fiscale eenheid met een binnenlandse belastingplichtige eindigt omdat die belastingplichtige de plaats van werkelijke leiding verplaatst naar het buitenland met achterlating in Nederland van een vaste inrichting en direct aansluitend aan het ontvoegingstijdstip een nieuwe fiscale eenheid tot stand komt, wordt er voor de toepassing van de artikelen 15ab, 15ae, 15af en 15ag van de wet en artikel 7b geacht geen ontvoeging te hebben plaatsgevonden. Voorts blijft artikel 15ai van de wet buiten toepassing, behoudens voorzover het vermogensbestanddelen betreft die zijn overgedragen door een onderdeel van de belastingplichtige dat als gevolg van de verplaatsing van de plaats van de werkelijke leiding geen deel meer uitmaakt van de fiscale eenheid.
**1.** Indien de fiscale eenheid met een binnenlandse belastingplichtige eindigt omdat die belastingplichtige de plaats van werkelijke leiding verplaatst naar het buitenland met achterlating in Nederland van een vaste inrichting en direct aansluitend aan het ontvoegingstijdstip een nieuwe fiscale eenheid tot stand komt, wordt er voor de toepassing van de artikelen 15ab, 15ae, 15af, 15ag, 15aha en 15ahb van de wet en artikel 7b geacht geen ontvoeging te hebben plaatsgevonden. Voorts blijft artikel 15ai van de wet buiten toepassing, behoudens voorzover het vermogensbestanddelen betreft die zijn overgedragen door een onderdeel van de belastingplichtige dat als gevolg van de verplaatsing van de plaats van de werkelijke leiding geen deel meer uitmaakt van de fiscale eenheid.
**2.** Bij een voortzetting van de fiscale eenheid op de voet van het eerste lid, wordt er voor de toepassing van artikel 15aj, eerste, tweede of zevende lid, van de wet geacht geen ontvoeging te hebben plaatsgevonden, behoudens voor zover de herinvesteringsreserve is gevormd door, onderscheidenlijk het voornemen tot herinvestering uitsluitend bestond bij, onderscheidenlijk de schuldvordering of de deelneming werd gehouden door, een onderdeel van de belastingplichtige dat als gevolg van de verplaatsing van de plaats van werkelijke leiding geen deel meer uitmaakt van de fiscale eenheid.
**3.** De aansluitende fiscale eenheid treedt voor de toepassing van de artikelen 15ab, tweede lid, 15ad, 15ai, 15aj, zevende lid, en 20, tweede lid, van de wet en artikel 7b in de plaats van de voorafgaande fiscale eenheid. Bij de toepassing van artikel 15ai van de wet geldt het in de plaats treden niet voorzover afrekening op grond van het eerste lid of artikel 15c van de wet heeft plaatsgevonden.
**3.** De aansluitende fiscale eenheid treedt voor de toepassing van de artikelen 15ab, tweede lid, 15ai, 15aj, zevende lid, 15b, vijfde lid, en 20, tweede lid, van de wet en artikel 7b in de plaats van de voorafgaande fiscale eenheid. Bij de toepassing van artikel 15ai van de wet geldt het in de plaats treden niet voorzover afrekening op grond van het eerste lid of artikel 15c van de wet heeft plaatsgevonden.
### Afdeling 6. Voortzetting fiscale eenheid in andere situaties dan zetelverplaatsing
### Afdeling 5. Voortzetting fiscale eenheid in andere situaties dan zetelverplaatsing
### Artikel 41
**1.**
Ingeval sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 15, tiende lid, onderdelen d, e, f of g, van de wet en direct aansluitend aan het ontvoegingstijdstip een nieuwe fiscale eenheid tot stand komt, wordt een maatschappij voor de toepassing van de artikelen 15ab, 15ae, 15af, 15ag, 15ai en 15aj van de wet en artikel 7b geacht niet te zijn ontvoegd indien:
Ingeval sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 15, tiende lid, onderdelen d, e, f of g, van de wet en direct aansluitend aan het ontvoegingstijdstip een nieuwe fiscale eenheid tot stand komt, wordt een maatschappij voor de toepassing van de artikelen 15ab, 15ae, 15af, 15ag, 15aha, 15ahb, 15ai en 15aj van de wet en artikel 7b geacht niet te zijn ontvoegd indien:
a. die maatschappij deel uitmaakt van de aansluitende fiscale eenheid, en
b. de voorgaande fiscale eenheid ten aanzien van die maatschappij niet zou zijn beëindigd indien de bij die voorafgaande fiscale eenheid of de aansluitende fiscale eenheid betrokken topmaatschappij en de eventueel betrokken tussenmaatschappijen in Nederland zouden zijn gevestigd en als moedermaatschappij, onderscheidenlijk dochtermaatschappij, deel zouden hebben uitgemaakt van de fiscale eenheid.
**2.** De aansluitende fiscale eenheid, bedoeld in het eerste lid, treedt voor de toepassing van de artikelen 15ab, tweede lid, 15ad, 15ai, 15aj, zevende lid, en 20, tweede lid, van de wet en artikel 7b in de plaats van de voorafgaande fiscale eenheid. Bij de toepassing van artikel 15ai van de wet geldt het in de plaats treden niet voor zover afrekening als gevolg van toepassing van de artikelen 15, tiende lid, en 15ai van de wet heeft plaatsgevonden.
**2.** De aansluitende fiscale eenheid, bedoeld in het eerste lid, treedt voor de toepassing van de artikelen 15ab, tweede lid, 15ai, 15aj, zevende lid, 15b, vijfde lid, en 20, tweede lid, van de wet en artikel 7b in de plaats van de voorafgaande fiscale eenheid. Bij de toepassing van artikel 15ai van de wet geldt het in de plaats treden niet voor zover afrekening als gevolg van toepassing van de artikelen 15, tiende lid, en 15ai van de wet heeft plaatsgevonden.
**3.** Indien bij een voortzetting van de fiscale eenheid als bedoeld in het eerste lid de moedermaatschappij is gewijzigd, kunnen bij een latere ontvoeging uit de aansluitende fiscale eenheid niet meer verliezen van de voorafgaande fiscale eenheid achterblijven bij de nieuwe moedermaatschappij dan mogelijk zou zijn geweest wanneer de moedermaatschappij niet was gewijzigd. Voor de toepassing van de eerste volzin worden de verliezen van de voorafgaande fiscale eenheid geacht bij de moedermaatschappij van die fiscale eenheid te zijn opgekomen, tenzij op het moment van voortzetting van de fiscale eenheid met overeenkomstige toepassing van artikel 15af van de wet aannemelijk wordt gemaakt dat de verliezen aan een andere maatschappij zijn toe te rekenen.
**3.**
**4.** Indien bij een voortzetting van de fiscale eenheid als bedoeld in het eerste lid tevens een maatschappij van de aansluitende fiscale eenheid deel gaat uitmaken die geen deel uitmaakte van de voorafgaande fiscale eenheid, worden voor de toepassing van artikel 15ae van de wet de maatschappijen die ook deel uitmaakten van de voorafgaande fiscale eenheid als bestaande fiscale eenheid beschouwd.
Indien bij een voortzetting van de fiscale eenheid als bedoeld in het eerste lid de moedermaatschappij is gewijzigd, kunnen bij een latere ontvoeging uit de aansluitende fiscale eenheid niet meer voortgewentelde saldi aan renten en verliezen van de voorafgaande fiscale eenheid achterblijven bij de nieuwe moedermaatschappij dan mogelijk zou zijn geweest wanneer de moedermaatschappij niet was gewijzigd. Voor de toepassing van de eerste volzin worden:
a. de verliezen van de voorafgaande fiscale eenheid geacht bij de moedermaatschappij van die fiscale eenheid te zijn opgekomen, tenzij op het moment van voortzetting van de fiscale eenheid met overeenkomstige toepassing van artikel 15af van de wet aannemelijk wordt gemaakt dat de verliezen aan een andere maatschappij zijn toe te rekenen;
b. de voortgewentelde saldi aan renten van de voorafgaande fiscale eenheid voor de toepassing van de eerste volzin geacht bij de moedermaatschappij van die fiscale eenheid te zijn opgekomen, tenzij op het moment van voortzetting van de fiscale eenheid met overeenkomstige toepassing van artikel 15ahb van de wet aannemelijk wordt gemaakt dat de voortgewentelde saldi aan renten aan een andere maatschappij zijn toe te rekenen.
**4.** Indien bij een voortzetting van de fiscale eenheid als bedoeld in het eerste lid tevens een maatschappij van de aansluitende fiscale eenheid deel gaat uitmaken die geen deel uitmaakte van de voorafgaande fiscale eenheid, worden voor de toepassing van de artikelen 15ae en 15aha van de wet de maatschappijen die ook deel uitmaakten van de voorafgaande fiscale eenheid als bestaande fiscale eenheid beschouwd.
**5.** Het eerste tot en met vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing indien een fiscale eenheid als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de wet eindigt als gevolg van een ontvoeging van de moedermaatschappij en direct aansluitend aan het ontvoegingstijdstip een nieuwe fiscale eenheid als bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de wet tot stand komt tussen twee of meer dochtermaatschappijen van die fiscale eenheid waarbij de ontvoegde moedermaatschappij als topmaatschappij fungeert.