2009-07-01 | BWBR0009386 | Arbeidstijdenbesluit vervoer
This commit is contained in:
parent
8ded7f3c28
commit
df62a84814
1 changed files with 36 additions and 35 deletions
|
|
@ -29,11 +29,11 @@ In dit besluit wordt verstaan onder wet: de Arbeidstijdenwet.
|
|||
Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt, voor zover niet anders is bepaald, verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. *Onze Ministers:* Onze Ministers van Verkeer en Waterstaat en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
|
||||
b. *verordening (EG) nr. 561/2006:* verordening (EG) nr. 561/2006 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 15 maart 2006 tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer, tot wijziging van Verordeningen (EEG) nr. 3821/85 en (EG) nr. 2135/98 van de Raad en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 3820/85 van de Raad (PbEU L 102);
|
||||
b. *verordening (EG) nr. 561/2006:* verordening (EG) nr. 561/2006 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 15 maart 2006 tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer, tot wijziging van Verordeningen (EEG) nr. 3821/85 en (EG) nr. 2135/98 van de Raad en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 3820/85 van de Raad (PbEU L 102);
|
||||
c. *verordening (EEG) nr. 3821/85:*
|
||||
verordening (EEG) nr. 3821/85 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 december 1985 betreffende de invoering van een controle-apparaat bij het wegvervoer (PbEG L 370);
|
||||
d. *verordening (EG) nr. 2135/98:*
|
||||
verordening (EG) nr. 2135/98 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 24 september 1998 (PbEG L 274) tot wijziging van verordening (EEG) nr. 3821/85 betreffende het controleapparaat in het wegvervoer en tot wijziging van richtlijn nr. 88/599/EEG betreffende standaardprocedures voor de controle op de toepassing van verordening (EEG) nr. 3820/85 en verordening (EEG) nr. 3821/85;
|
||||
verordening (EG) nr. 2135/98 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 24 september 1998 (PbEG L 274) tot wijziging van verordening (EEG) nr. 3821/85 betreffende het controleapparaat in het wegvervoer en tot wijziging van richtlijn nr. 88/599/EEG betreffende standaardprocedures voor de controle op de toepassing van verordening (EEG) nr. 3820/85 en verordening (EEG) nr. 3821/85;
|
||||
e. *vrachtauto: *motorrijtuig als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, van de Wet goederenvervoer over de weg, alsmede een losse trekker als bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen;
|
||||
f. *bus:* motorrijtuig als bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van de Wet personenvervoer 2000;
|
||||
g. *taxi:* auto waarmee taxivervoer wordt verricht als bedoeld in artikel 1, onderdeel j, van de Wet personenvervoer 2000;
|
||||
|
|
@ -44,8 +44,8 @@ k. *bestuurderskaart:* tachograafkaart als bedoeld in bijlage IB, hoofdstuk I, o
|
|||
l. *werkplaatskaart:* tachograafkaart als bedoeld in bijlage IB, hoofdstuk I, onder qq, van verordening (EEG) nr. 3821/85;
|
||||
m. *bedrijfskaart:* tachograafkaart als bedoeld in bijlage IB, hoofdstuk I, onder l, van verordening (EEG) nr. 3821/85;
|
||||
n. *controlekaart:* tachograafkaart, als bedoeld in bijlage IB, hoofdstuk I, onder o, van verordening (EEG) nr. 3821/85;
|
||||
o. richtlijn 2002/15/EG: richtlijn 2002/15/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 11 maart 2002 betreffende de organisatie van de arbeidstijd van personen die mobiele werkzaamheden in het wegvervoer uitoefenen (PbEG L 80);
|
||||
p. AETR-verdrag: de op 1 juli 1970 te Genève tot stand gekomen Europese Overeenkomst nopens de arbeidsvoorwaarden voor de bemanningen van motorrijtuigen in het Internationale vervoer over de weg (Trb. 1994, 123).
|
||||
o. richtlijn 2002/15/EG: richtlijn 2002/15/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 11 maart 2002 betreffende de organisatie van de arbeidstijd van personen die mobiele werkzaamheden in het wegvervoer uitoefenen (PbEG L 80);
|
||||
p. AETR-verdrag: de op 1 juli 1970 te Genève tot stand gekomen Europese Overeenkomst nopens de arbeidsvoorwaarden voor de bemanningen van motorrijtuigen in het Internationale vervoer over de weg (Trb. 1994, 123).
|
||||
|
||||
**2.** Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt onder «bestuurder» en «week» verstaan hetgeen onder deze begrippen wordt verstaan in artikel 4, onderdelen c en i, van verordening (EG) nr. 561/2006.
|
||||
|
||||
|
|
@ -61,7 +61,7 @@ Artikel 11:3, eerste lid, van de wet is niet van toepassing op overtredingen die
|
|||
|
||||
### Artikel 2.2:2
|
||||
|
||||
Paragraaf 5.1 en – voorzover aangeduid als beboetbare feiten – de paragrafen 5.2 tot en met 5.5 en de daarop berustende bepalingen en artikel 11:1 van de wet zijn van overeenkomstige toepassing op de bestuurder die geen werkgever of werknemer is in de zin van de wet.
|
||||
Paragraaf 5.1 en – voorzover aangeduid als overtredingen – de paragrafen 5.2 tot en met 5.5 en de daarop berustende bepalingen en artikel 11:1 van de wet zijn van overeenkomstige toepassing op de bestuurder die geen werkgever of werknemer is in de zin van de wet.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2.3. Toepasselijkheid van dit hoofdstuk
|
||||
|
||||
|
|
@ -438,7 +438,7 @@ b. het vervoer geheel in Nederland wordt verricht.
|
|||
|
||||
### Artikel 2.7:5
|
||||
|
||||
**1.** Met ingang van 10 september 2008 is artikel 2.7:2 niet van toepassing op een bestuurder van een voertuig waarvoor een rijbewijs van een van de categorieën D1, E bij D1, D of E bij D, bedoeld in artikel 3 van richtlijn nr. 91/439/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 29 juli 1991 betreffende het rijbewijs (PbEG L 237), of een als gelijkwaardig erkend rijbewijs vereist is.
|
||||
**1.** Met ingang van 10 september 2008 is artikel 2.7:2 niet van toepassing op een bestuurder van een voertuig waarvoor een rijbewijs van een van de categorieën D1, E bij D1, D of E bij D, bedoeld in artikel 3 van richtlijn nr. 91/439/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 29 juli 1991 betreffende het rijbewijs (PbEG L 237), of een als gelijkwaardig erkend rijbewijs vereist is.
|
||||
|
||||
**2.** Een wijziging van de in het eerste lid genoemde richtlijn gaat voor de toepassing van dit artikel gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven.
|
||||
|
||||
|
|
@ -620,7 +620,7 @@ d. arbeid, verricht door personen van 18 jaar of ouder aan boord van luchtvaartu
|
|||
|
||||
### Artikel 4.2:2
|
||||
|
||||
Paragraaf 5.1 en – voorzover aangeduid als beboetbare feiten – de paragrafen 5.2 tot en met 5.5 van de wet en de daarop berustende bepalingen zijn van overeenkomstige toepassing op een lid van het boordpersoneel dat geen werkgever of werknemer is in de zin van de wet.
|
||||
Paragraaf 5.1 en – voorzover aangeduid als overtredingen – de paragrafen 5.2 tot en met 5.5 van de wet en de daarop berustende bepalingen zijn van overeenkomstige toepassing op een lid van het boordpersoneel dat geen werkgever of werknemer is in de zin van de wet.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4.3. Toepasselijkheid van het hoofdstuk
|
||||
|
||||
|
|
@ -896,9 +896,10 @@ c. 900 uren per jaar.
|
|||
|
||||
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. *bemanningslid:* hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, onderdeel b, van de Wet vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart;
|
||||
a. *bemanningslid:* hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, van de Binnenvaartwet;
|
||||
b. *jeugdig bemanningslid:* een bemanningslid van 16 of 17 jaar;
|
||||
c. rusttijd, exploitatiewijze A1, exploitatiewijze A2 en exploitatiewijze B: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onderdelen q, r, s en t, van het Besluit vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart.
|
||||
c. *rusttijd:* hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 23.06 van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn 1995;
|
||||
d. Exploitatiewijze A1, exploitatiewijze A2 en exploitatiewijze B: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 23.05 van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn 1995.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf . Gelijkstelling met rusttijd
|
||||
|
||||
|
|
@ -914,13 +915,13 @@ c. rusttijd, exploitatiewijze A1, exploitatiewijze A2 en exploitatiewijze B: het
|
|||
|
||||
### Artikel 5.2:1
|
||||
|
||||
Artikel 4:3 en hoofdstuk 5 van de wet en de daarop berustende bepalingen zijn niet van toepassing op arbeid, verricht op schepen als bedoeld in artikel 4, onderdelen a, b, d, e, f en g, van de Wet vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart.
|
||||
Artikel 4:3 en hoofdstuk 5 van de wet en de daarop berustende bepalingen zijn niet van toepassing op arbeid, verricht op schepen als bedoeld in artikel 12, tweede lid, onderdelen a, b en c, van het Binnenvaartbesluit.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf . Uitbreiding van de toepasselijkheid van de wet
|
||||
|
||||
### Artikel 5.2:2
|
||||
|
||||
Paragraaf 5.1 en – voorzover aangeduid als beboetbare of strafbare feiten – de paragrafen 5.2 tot en met 5.5 en de daarop berustende bepalingen van de wet zijn van overeenkomstige toepassing op bemanningsleden die geen werkgever of werknemer zijn in de zin van de wet.
|
||||
Paragraaf 5.1 en – voorzover aangeduid als overtredingen of strafbare feiten – de paragrafen 5.2 tot en met 5.5 en de daarop berustende bepalingen van de wet zijn van overeenkomstige toepassing op bemanningsleden die geen werkgever of werknemer zijn in de zin van de wet.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 5.3. Toepasselijkheid van dit hoofdstuk
|
||||
|
||||
|
|
@ -928,9 +929,9 @@ Paragraaf 5.1 en – voorzover aangeduid als beboetbare of strafbare feiten –
|
|||
|
||||
### Artikel 5.3:1
|
||||
|
||||
**1.** Met uitsluiting van hetgeen in het Arbeidstijdenbesluit is bepaald, is dit hoofdstuk van toepassing op arbeid, verricht door een bemanningslid aan boord van schepen waarop de Wet vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart van toepassing is.
|
||||
**1.** Met uitsluiting van hetgeen in het Arbeidstijdenbesluit is bepaald, is dit hoofdstuk van toepassing op arbeid, verricht door een bemanningslid aan boord van schepen waarop de Binnenvaartwet van toepassing is.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid en met uitsluiting van hetgeen in het Arbeidstijdenbesluit is bepaald, is paragraaf 6.6 van overeenkomstige toepassing op arbeid, verricht door bemanningsleden aan boord van de in dat lid bedoelde schepen gedurende de tijd dat dit schip dienst doet in havensleepdienst als bedoeld in artikel 6.1:1, onderdeel b.
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid en met uitsluiting van hetgeen in het Arbeidstijdenbesluit is bepaald, is paragraaf 6.6 van overeenkomstige toepassing op arbeid, verricht door bemanningsleden aan boord van de in dat lid bedoelde schepen gedurende de tijd dat dit schip dienst doet in havensleepdienst als bedoeld in artikel 6.1:1, onderdeel b.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 5.4. Registratie
|
||||
|
||||
|
|
@ -938,9 +939,9 @@ Paragraaf 5.1 en – voorzover aangeduid als beboetbare of strafbare feiten –
|
|||
|
||||
### Artikel 5.4:1
|
||||
|
||||
**1.** De rusttijden van een bemanningslid worden geregistreerd overeenkomstig artikel 27, eerste lid, van het Besluit vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart.
|
||||
**1.** De rusttijden van een bemanningslid worden geregistreerd overeenkomstig het bepaalde krachtens artikel 31 van het Binnenvaartbesluit.
|
||||
|
||||
**2.** Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing aan boord van schepen als bedoeld in artikel 28, eerste lid, van het Besluit vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart.
|
||||
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing aan boord van veerboten en veerponten.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf . Bewaartermijn arbeidstijdenregistratie
|
||||
|
||||
|
|
@ -960,13 +961,13 @@ In plaats van paragraaf 5.2 van de wet wordt deze paragraaf toegepast.
|
|||
|
||||
### Artikel 5.5:2
|
||||
|
||||
Voor de toepassing van de artikelen 5.5:3 tot en met 5.5:5 wordt rekening gehouden met de rust- en vaartijden, vervuld gedurende een tijdvak van 48 uren, onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip waarop het schip de binnenwateren is binnengevaren.
|
||||
Voor de toepassing van de artikelen 5.5:3 tot en met 5.5:5 houdt de gezagvoerder rekening met de rust- en vaartijden, vervuld gedurende een tijdvak van 48 uren, onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip waarop het schip de binnenwateren is binnengevaren.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf . Dagvaart
|
||||
|
||||
### Artikel 5.5:3
|
||||
|
||||
**1.** Een bemanningslid dat arbeid verricht bij exploitatiewijze A1, heeft een ononderbroken rusttijd van ten minste 8 uren in een aaneengesloten periode van 24 uren, te rekenen vanaf het einde van iedere ononderbroken rusttijd van ten minste 8 uren.
|
||||
**1.** De werkgever en de gezagvoerend schipper organiseren de arbeid zodanig, dat een bemanningslid dat arbeid verricht bij exploitatiewijze A1, een ononderbroken rusttijd heeft van ten minste 8 uren in een aaneengesloten tijdruimte van 24 uren, te rekenen vanaf het einde van iedere ononderbroken rusttijd van ten minste 8 uren.
|
||||
|
||||
**2.** De in het eerste lid bedoelde rusttijd is gelegen buiten de vaartijd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -974,7 +975,7 @@ Voor de toepassing van de artikelen 5.5:3 tot en met 5.5:5 wordt rekening gehoud
|
|||
|
||||
### Artikel 5.5:4
|
||||
|
||||
**1.** Een bemanningslid dat arbeid verricht bij exploitatiewijze A2, heeft een rusttijd van ten minste 8 uren, waarvan ten minste 6 uren ononderbroken in een aaneengesloten periode van 24 uren, te rekenen vanaf het einde van iedere ononderbroken rusttijd van ten minste 6 uren.
|
||||
**1.** De werkgever en de gezagvoerend schipper organiseren de arbeid zodanig, dat een bemanningslid dat arbeid verricht bij exploitatiewijze A2, een rusttijd heeft van ten minste 8 uren, waarvan ten minste 6 uren ononderbroken in een aaneengesloten tijdruimte van 24 uren, te rekenen vanaf het einde van iedere ononderbroken rusttijd van ten minste 6 uren.
|
||||
|
||||
**2.** De in het eerste lid bedoelde ononderbroken rusttijd is gelegen buiten de vaartijd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -982,7 +983,7 @@ Voor de toepassing van de artikelen 5.5:3 tot en met 5.5:5 wordt rekening gehoud
|
|||
|
||||
### Artikel 5.5:5
|
||||
|
||||
Een bemanningslid dat arbeid verricht bij exploitatiewijze B, heeft een rusttijd van ten minste 24 uren, waarvan ten minste tweemaal 6 uren ononderbroken, in een aaneengesloten periode van 48 uren, te rekenen vanaf het begin van een rusttijd van ten minste 6 uren.
|
||||
De werkgever en de gezagvoerend schipper organiseren de arbeid zodanig, dat een bemanningslid dat arbeid verricht bij exploitatiewijze B, een rusttijd heeft van ten minste 24 uren, waarvan ten minste tweemaal 6 uren ononderbroken, in een aaneengesloten tijdruimte van 48 uren, te rekenen vanaf het begin van een rusttijd van ten minste 6 uren.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf . Maximale wekelijkse arbeidstijd
|
||||
|
||||
|
|
@ -1072,7 +1073,7 @@ b. pleziervaartuigen die uitsluitend als zodanig worden gebezigd voor zover zij
|
|||
|
||||
### Artikel 6.2:2
|
||||
|
||||
Paragraaf 5.1 van de wet en – voorzover aangeduid als beboetbare feiten – de paragrafen 5.2 tot en met 5.5. van de wet en de daarop berustende bepalingen zijn van overeenkomstige toepassing op de kapitein die zonder werknemer te zijn in de zin van de wet arbeid verricht aan boord van zeeschepen.
|
||||
Paragraaf 5.1 van de wet en – voorzover aangeduid als overtredingen – de paragrafen 5.2 tot en met 5.5. van de wet en de daarop berustende bepalingen zijn van overeenkomstige toepassing op de kapitein die zonder werknemer te zijn in de zin van de wet arbeid verricht aan boord van zeeschepen.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 6.3. Toepasselijkheid van het hoofdstuk
|
||||
|
||||
|
|
@ -1124,7 +1125,7 @@ De scheepsbeheerder bewaart de werklijsten ten minste 3 jaren, gerekend vanaf he
|
|||
|
||||
### Artikel 6.5:1
|
||||
|
||||
In plaats van paragraaf 5.2 van de wet wordt deze paragraaf toegepast op arbeid, verricht aan boord van een zeeschip als bedoeld in artikel 6.1:1, onderdeel a, onder 1°, met uitzondering van de tijd waarin dit zeeschip in havensleepdienst dienst doet.
|
||||
In plaats van paragraaf 5.2 van de wet wordt deze paragraaf toegepast op arbeid, verricht aan boord van een zeeschip als bedoeld in artikel 6.1:1, onderdeel a, onder 1°, met uitzondering van de tijd waarin dit zeeschip in havensleepdienst dienst doet.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf . Schepelingen van 18 jaar en ouder
|
||||
|
||||
|
|
@ -1193,7 +1194,7 @@ De kapitein organiseert de wettelijk voorgeschreven oefeningen en appèls zodani
|
|||
|
||||
### Artikel 6.6:1
|
||||
|
||||
In plaats van paragraaf 5.2 van de wet wordt deze paragraaf toegepast op arbeid, verricht aan boord van een zeeschip als bedoeld in artikel 6.1:1, onderdeel a, onder 1°, gedurende de tijd waarin dit zeeschip in havensleepdienst dienst doet, alsmede, in aanvulling op artikel 6.3:1, eerste lid, op arbeid, verricht aan boord van een havensleepboot als bedoeld in artikel 1, onder i, van de Wet vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart, gedurende de tijd waarin deze havensleepboot in havensleepdienst dienst doet.
|
||||
In plaats van paragraaf 5.2 van de wet wordt deze paragraaf toegepast op arbeid, verricht aan boord van een zeeschip als bedoeld in artikel 6.1:1, onderdeel a, onder 1°, gedurende de tijd waarin dit zeeschip in havensleepdienst dienst doet, alsmede, in aanvulling op artikel 6.3:1, eerste lid, op arbeid, verricht aan boord van een sleepboot als bedoeld in artikel 1 van het Binnenvaartbesluit, gedurende de tijd waarin deze havensleepboot in havensleepdienst dienst doet.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf . Wekelijkse onafgebroken rusttijd kapitein en schepelingen van 18 jaar of ouder
|
||||
|
||||
|
|
@ -1440,7 +1441,7 @@ Met uitsluiting van hetgeen in het Arbeidstijdenbesluit is bepaald is dit hoofds
|
|||
|
||||
### Artikel 7.2:2
|
||||
|
||||
Paragraaf 5.1 van de wet en – voorzover aangewezen als beboetbare feiten – de paragrafen 5.2 tot en met 5.5 van de wet en de daarop berustende bepalingen zijn van overeenkomstige toepassing op de registerloods die zonder werkgever of werknemer in de zin van de wet te zijn arbeid verricht aan boord van zeeschepen.
|
||||
Paragraaf 5.1 van de wet en – voorzover aangewezen als overtredingen – de paragrafen 5.2 tot en met 5.5 van de wet en de daarop berustende bepalingen zijn van overeenkomstige toepassing op de registerloods die zonder werkgever of werknemer in de zin van de wet te zijn arbeid verricht aan boord van zeeschepen.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 7.3. Arbeids- en rusttijden
|
||||
|
||||
|
|
@ -1466,49 +1467,49 @@ In plaats van paragraaf 5.2 van de wet wordt deze paragraaf toegepast.
|
|||
|
||||
De registerloods mag na 4 aaneengesloten uren loodsen op afstand vanaf de wal pas weer op deze wijze dienst verrichten na ten minste 8 aaneengesloten uren rust.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 8. Beboetbare feiten en daarmee samenhangende bepalingen
|
||||
## Hoofdstuk 8. Overtredingen en daarmee samenhangende bepalingen
|
||||
|
||||
### Paragraaf . Beboetbaarstelling wegvervoer
|
||||
### Paragraaf . Overtredingen wegvervoer
|
||||
|
||||
### Artikel 8:1
|
||||
|
||||
**1.** Het niet naleven van de artikelen 2.4:1, eerste tot en met vijfde lid, 2.4:2, eerste lid, 2.4:3, eerste lid, 2.4:4, 2.4:8 tot en met 2.4:10, 2.4:11, derde lid, 2.4:13, tweede tot en met vijfde lid, 2.4:15, 2.5:1, tweede lid, 2.5:3, 2.5:4, tweede lid, 2.5:4a, vijfde lid, 2.5:5, derde lid, 2.5:6, eerste tot en met derde lid, 2.5:7, vijfde lid, 2.5:8, vijfde lid, 2.5:9, derde lid, 2.6:1, derde lid, 2.7:1, 2.7:2 en 2.7:4, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, alsmede het bepaalde krachtens de artikelen 2.4:1, zesde lid, 2.4:2, derde lid, 2.4:3, derde lid, 2.4:12, onderdelen e, f en g, of 2.4:13, eerste lid, levert een beboetbaar feit op.
|
||||
**1.** Het niet naleven van de artikelen 2.4:1, eerste tot en met vijfde lid, 2.4:2, eerste lid, 2.4:3, eerste lid, 2.4:4, 2.4:8 tot en met 2.4:10, 2.4:11, derde lid, 2.4:13, tweede tot en met vijfde lid, 2.4:15, 2.5:1, tweede lid, 2.5:3, 2.5:4, tweede lid, 2.5:4a, vijfde lid, 2.5:5, derde lid, 2.5:6, eerste tot en met derde lid, 2.5:7, vijfde lid, 2.5:8, vijfde lid, 2.5:9, derde lid, 2.6:1, derde lid, 2.7:1, 2.7:2 en 2.7:4, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, alsmede het bepaalde krachtens de artikelen 2.4:1, zesde lid, 2.4:2, derde lid, 2.4:3, derde lid, 2.4:12, onderdelen e, f en g, of 2.4:13, eerste lid, levert een overtreding op.
|
||||
|
||||
**2.** Behoudens de artikelen 2.4:4 en 2.4:13, tweede tot en met vijfde lid, wordt, indien de bestuurder werknemer is, ingeval van het niet naleven van een tot de bestuurder gerichte bepaling de werkgever aangemerkt als degene die die bepaling niet heeft nageleefd.
|
||||
|
||||
**3.** Het tweede lid is niet van toepassing indien de werkgever aantoont dat door hem de nodige bevelen zijn gegeven, de nodige maatregelen zijn genomen, de nodige middelen zijn verschaft en het redelijkerwijs te vorderen toezicht is gehouden om de naleving van de bepaling te verzekeren.
|
||||
|
||||
### Paragraaf . Beboetbaarstelling spoorvervoer
|
||||
### Paragraaf . Overtredingen spoorvervoer
|
||||
|
||||
### Artikel 8:2
|
||||
|
||||
Het niet naleven van de artikelen 3.2:1, 3.3:1, tweede, derde en zevende lid, 3.3:2, tweede, vierde en vijfde lid, 3.3:3, tweede lid, onder a en b, en vierde lid, en 3.3:4, eerste lid, levert een beboetbaar feit op.
|
||||
|
||||
### Paragraaf . Beboetbaarstelling luchtvaart
|
||||
### Paragraaf . Overtredingen luchtvaart
|
||||
|
||||
### Artikel 8.3
|
||||
|
||||
Het niet naleven van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 4.4:1, 4.4:2, 4.5:2, 4.5:3, 4.5:4, 4.5:5, 4.5:6, 4.8:3, derde lid, 4.8:4, vierde lid, 4.8:5, achtste lid, 4.8:6, derde lid, 4.8:7, 4.8:8, eerste en vijfde lid, 4.8:9, vierde lid, 4.8:10, vijfde lid, 4.9:1, tweede lid, 4.10:1, eerste lid, laatste volzin en tweede lid, alsmede van de EG-verordening, genoemd in artikel 4.1:5, bijlage III, onderdelen 1.1090 onder 1 en 2, 1.1100, 1.1105, 1.1110 onder 1.3 en 1.4.2, 1.1115, 1.1125 en 1.1135 levert een beboetbaar feit op.
|
||||
Het niet naleven van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 4.4:1, 4.4:2, 4.5:2, 4.5:3, 4.5:4, 4.5:5, 4.5:6, 4.8:3, derde lid, 4.8:4, vierde lid, 4.8:5, achtste lid, 4.8:6, derde lid, 4.8:7, 4.8:8, eerste en vijfde lid, 4.8:9, vierde lid, 4.8:10, vijfde lid, 4.9:1, tweede lid, 4.10:1, eerste lid, laatste volzin en tweede lid, alsmede van de EG-verordening, genoemd in artikel 4.1:5, bijlage III, onderdelen 1.1090 onder 1 en 2, 1.1100, 1.1105, 1.1110 onder 1.3 en 1.4.2, 1.1115, 1.1125 en 1.1135 levert een overtreding op.
|
||||
|
||||
### Paragraaf . Strafbaarstelling binnenvaart
|
||||
|
||||
### Artikel 8:3A
|
||||
|
||||
Het niet naleven van artikel 5.5:6, vierde lid, levert een strafbaar feit op.
|
||||
Het niet naleven van de artikelen 5.5:2, 5.5:3, eerste lid, 5.5:4, eerste lid, 5.5:5, 5.5:6, vierde lid en 5.5:7 levert een beboetbaar feit op.
|
||||
|
||||
### Paragraaf . Beboetbaarstelling zeevaart, havensleepdienst en zeevisserij
|
||||
### Paragraaf . Overtredingen zeevaart, havensleepdienst en zeevisserij
|
||||
|
||||
### Artikel 8:4
|
||||
|
||||
**1.** Het niet naleven van de artikelen 6.4:1, eerste lid, 6.4:2, eerste, tweede en derde lid, 6.4:3, 6.5:2, 6.5:3, 6.5:4, 6.5:5, eerste lid, 6.5:6, 6.5:7, tweede lid, 6.6:3, eerste, vierde en vijfde lid, 6.6:4, 6.6:5, eerste tot en met derde lid, 6.6:6, eerste en derde lid, 6.7:1, 6.7:2, tweede lid, alsmede het bepaalde krachtens de artikelen 6.4:1, tweede lid, en 6.4:2, vierde lid, levert een beboetbaar feit op.
|
||||
**1.** Het niet naleven van de artikelen 6.4:1, eerste lid, 6.4:2, eerste, tweede en derde lid, 6.4:3, 6.5:2, 6.5:3, 6.5:4, 6.5:5, eerste lid, 6.5:6, 6.5:7, tweede lid, 6.6:3, eerste, vierde en vijfde lid, 6.6:4, 6.6:5, eerste tot en met derde lid, 6.6:6, eerste en derde lid, 6.7:1, 6.7:2, tweede lid, alsmede het bepaalde krachtens de artikelen 6.4:1, tweede lid, en 6.4:2, vierde lid, levert een overtreding op.
|
||||
|
||||
**2.** Het niet naleven van de artikelen 6A.1:4, 6A.2:2, 6A.2:3. 6A.2:4, 6A.2:5, 6A.2:6, 6A.2:7, tweede lid, 6A.3:1 en 6A.3:2, tweede lid, levert een beboetbaar feit op.
|
||||
**2.** Het niet naleven van de artikelen 6A.1:4, 6A.2:2, 6A.2:3. 6A.2:4, 6A.2:5, 6A.2:6, 6A.2:7, tweede lid, 6A.3:1 en 6A.3:2, tweede lid, levert een overtreding op.
|
||||
|
||||
### Paragraaf . Beboetbaarstelling loodsen
|
||||
### Paragraaf . Overtredingen loodsen
|
||||
|
||||
### Artikel 8:5
|
||||
|
||||
Het niet-naleven van de artikelen 7.3:2, 7.3:3 en 7.3:4 levert een beboetbaar feit op.
|
||||
Het niet-naleven van de artikelen 7.3:2, 7.3:3 en 7.3:4 levert een overtreding op.
|
||||
|
||||
### Paragraaf . Vorderen van afgifte van een bestuurderskaart
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue