2005-12-01 | BWBR0003630 | Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984
This commit is contained in:
parent
00a2e87000
commit
df86ef7723
1 changed files with 2 additions and 2 deletions
|
|
@ -344,7 +344,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
De ambtenaar heeft recht op een eindejaarsuitkering ter grootte van:
|
||||
|
||||
a. 0,4% van het door hem in het jaar genoten salaris; en
|
||||
a. 0,8% van het door hem in het jaar genoten salaris; en
|
||||
b. een door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vast te stellen nominaal bedrag.
|
||||
|
||||
**2.** Indien voor de ambtenaar op grond van artikel 18, tweede lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, of op grond van een bepaling van dezelfde strekking in een soortgelijke regeling het feitelijke genot van de bezoldiging is teruggebracht tot het bedrag van het op de ambtenaar te verhalen gedeelte van de pensioenbijdrage, wordt hij voor de toepassing van het eerste lid geacht geen salaris te genieten.
|
||||
|
|
@ -367,7 +367,7 @@ b. een door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vast te
|
|||
|
||||
**2.** De vakantie-uitkering per maand bedraagt ten minste € 137,22 vermenigvuldigd met de voor de ambtenaar geldende arbeidsduurfactor. Bij genot van slechts een gedeelte van zijn bezoldiging, op andere gronden dan vermeld in het derde lid, wordt de vakantie-uitkering naar evenredigheid verminderd.
|
||||
|
||||
**3.** Wanneer de ambtenaar op grond van de artikelen 17 t/m 20d of van artikel 37 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement of op grond van bepalingen van dezelfde strekking in een soortgelijke regeling slechts een gedeelte van zijn bezoldiging geniet, wordt hij voor de toepassing van het eerste lid geacht in het genot van zijn volle bezoldiging te zijn, met dien verstande dat wanneer het feitelijke genot van de bezoldiging is teruggebracht tot het bedrag van het op de ambtenaar te verhalen gedeelte van de pensioenbijdrage, hij voor de toepassing van het eerste lid wordt geacht geen bezoldiging te genieten.
|
||||
**3.** Wanneer de ambtenaar op grond van de artikelen 17 tot en met 20d, 37 of 37a van het Algemeen Rijksambtenarenreglement of op grond van bepalingen van dezelfde strekking in een soortgelijke regeling slechts een gedeelte van zijn bezoldiging geniet, wordt hij voor de toepassing van het eerste lid geacht in het genot van zijn volle bezoldiging te zijn, met dien verstande dat wanneer het feitelijke genot van de bezoldiging is teruggebracht tot het bedrag van het op de ambtenaar te verhalen gedeelte van de pensioenbijdrage, hij voor de toepassing van het eerste lid wordt geacht geen bezoldiging te genieten.
|
||||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue