2005-01-01 | BWBR0002516 | Aanwijzingsbesluit verzekerden Zfw

This commit is contained in:
Coornhert 2005-01-01 12:00:00 +00:00
parent 66e92da1a0
commit df8fb2dbd8

View file

@ -23,7 +23,7 @@ f. degene, die zijn woonplaats hier te lande heeft en anders dan krachtens of an
g. degene, die zijn woonplaats hier te lande heeft en die een uitkering geniet ter zake van vervroegde uittreding uit het arbeidsproces, mits hij op de dag, voorafgaande aan die met ingang waarvan de uitkering wordt toegekend, verzekerd was op grond van de Ziekenfondswet. Onder een uitkering ter zake van vervroegde uittreding uit het arbeidsproces wordt verstaan een uitkering ingevolge een van rijkswege dan wel bij of krachtens collectieve arbeidsovereenkomst vastgestelde regeling ter zake van vervroegde uittreding uit het arbeidsproces of een ter zake van vervroegde uittreding uit het arbeidsproces getroffen regeling voor personen van 55 jaar of ouder waarbij het uitkeringspercentage op ten minste 70% van het laatstgenoten loon is vastgesteld;
h. degene, die zijn woonplaats hier te lande heeft en de wachtdagen vervult voor de uitkering van ziekengeld op grond van artikel 46 van de Ziektewet, mits hij op de dag, waarop de verzekering eindigde ter zake waarvan artikel 46 toepassing vindt, verzekerd was op grond van de Ziekenfondswet;
i. degene, die zijn woonplaats hier te lande heeft en ziekengeld krachtens Hoofdstuk II van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen dan wel arbeidsongeschiktheidsuitkering krachtens Hoofdstuk III van die wet ontvangt, mits - voor zover de uitkering werd toegekend krachtens Hoofdstuk III van genoemde wet - deze werd berekend naar een arbeidsongeschiktheid van tenminste 45%;
j. degene die een uitkering ontvangt ingevolge artikel 9 van de Wet inkomensvoorziening kunstenaars;
j. degene die een uitkering ontvangt ingevolge de Wet werk en inkomen kunstenaars;
k. degene wiens dienstbetrekking is geëindigd anders dan door opzegging met inachtneming van de rechtens geldende termijn, en die in verband met de eindiging van die dienstbetrekking recht heeft op inkomsten, indien hij op de dag voorafgaande aan die waarop de dienstbetrekking is geëindigd, verzekerd was ingevolge de Ziekenfondswet, voor de duur van de bij opzegging rechtens geldende termijn;
l. degene, die werkloos is en die geen recht heeft op een uitkering ingevolge artikel 16, 17a of 20 van de Werkloosheidswet, en die een vervangende uitkering ontvangt ingevolge artikel 24C van de collectieve arbeidsovereenkomst voor het Schilders-, Afwerkings- en Glaszetbedrijf en die op de dag, voorafgaande aan die met ingang waarvan de vervangende uitkering wordt toegekend, verzekerd was ingevolge de Ziekenfondswet;
m. gedurende het kalenderjaar waarop de verklaring ziet, maar uiterlijk tot de eerste dag van de maand waarin hij de leeftijd van 65 jaar bereikt, degene die een verklaring heeft ontvangen als bedoeld in artikel 3d, tweede lid, van de Ziekenfondswet, en van wie nadien wordt vastgesteld dat hij over het jaar waarop de verklaring ziet, niet voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 3d, eerste lid, van de Ziekenfondswet, tenzij de afgifte van de verklaring het gevolg is van het feit dat deze persoon de rijksbelastingdienst of het ziekenfonds ten onrechte niet heeft gemeld dat hij niet langer voldoet aan de voorwaarden van artikel 3d, eerste lid, van de Ziekenfondswet;
@ -221,13 +221,13 @@ Voor de verzekering van degenen, bedoeld in artikel 1, onder h, n, s en u, is al
### Artikel 10a
**1.** Voor de verzekering van verzekerden, bedoeld in artikel 1, onder j, wordt van de uitkering, herleid tot een bruto-bedrag, die zij hebben genoten in het tijdvak waarover de betaling loopt, een premie geheven tot een door Onze Minister en Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid tezamen te bepalen percentage.
**1.** Voor de verzekering van verzekerden, bedoeld in artikel 1, onder j, wordt van de uitkering, die zij hebben genoten in het tijdvak waarover de betaling loopt, een premie geheven tot een door Onze Minister en Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid tezamen te bepalen percentage.
**2.** Het bepaalde krachtens artikel 15, derde en vijfde lid, van de Ziekenfondswet is van overeenkomstige toepassing. Het orgaan dat de uitkering doet, wordt als werkgever beschouwd en de uitkering wordt als loon aangemerkt.
**3.** Onze Minister kan voorschriften geven met betrekking tot de vaststelling, de invordering, de afdracht en de verantwoording van de premie.
**4.** De ingevolge het eerste lid afgedragen premie kan niet worden teruggevorderd indien na de definitieve vaststelling van de hoogte van de uitkering, bedoeld in artikel 10 van de Wet inkomensvoorziening kunstenaars, de als renteloze geldlening verleende uitkering, bedoeld in artikel 9 van die wet, geheel of ten dele niet wordt omgezet in een bedrag om niet.
**4.** De ingevolge het eerste lid afgedragen premie kan niet worden teruggevorderd indien na de definitieve vaststelling van de hoogte van de uitkering, bedoeld in artikel 16 van de Wet werk en inkomen kunstenaars, de verleende uitkering, bedoeld in artikel 15 van die wet, geheel of gedeeltelijk wordt teruggevorderd.
### Artikel 10b
@ -354,7 +354,7 @@ Voor de verzekering van verzekerden als bedoeld in artikel 1, onder y, wordt gee
**1.** Degenen, bedoeld in de artikelen 1, onder bb, hh, ii, onderdeel 3, jj, onderdeel 2, kk, onderdeel 2, 15b en 15c, derde lid, en in artikel 3, eerste lid, onder c, en in artikel 3c van de Ziekenfondswet, zijn een premie verschuldigd over het ouderdomspensioen, de toeslag en de vakantie-uitkering, waarop zij aanspraak hebben krachtens de Algemene Ouderdomswet, alsmede over hun inkomsten uit of in verband met het verrichten van arbeid in het bedrijfs- en beroepsleven. Onze Minister bepaalt welke inkomsten worden beschouwd als inkomsten uit of in verband met het verrichten van arbeid in het bedrijfs- en beroepsleven.
**2.** Over het ouderdomspensioen, de toeslag en de vakantie-uitkering waarop de verzekerde aanspraak heeft krachtens de Algemene Ouderdomswet, is een premie verschuldigd tot een door Onze Minister en Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid tezamen te bepalen percentage. De premie wordt per maand berekend over het ouderdomspensioen en de toeslag, met inbegrip van de vakantie-uitkering. Geen premie is verschuldigd over de overlijdensuitkering, bedoeld in artikel 18 van de Algemene Ouderdomswet, en de vakantie-uitkering, bedoeld in artikel 32 in verbinding met artikel 18, van die wet.
**2.** Over het ouderdomspensioen, de toeslag, de vakantie-uitkering en de tegemoetkoming waarop de verzekerde aanspraak heeft krachtens de Algemene Ouderdomswet of de Tijdelijke regeling tegemoetkoming AOW-ers, is een premie verschuldigd tot een door Onze Minister en Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid tezamen te bepalen percentage. De premie wordt per maand berekend over het ouderdomspensioen en de toeslag, met inbegrip van de vakantie-uitkering. Geen premie is verschuldigd over de overlijdensuitkering, bedoeld in artikel 18 van de Algemene Ouderdomswet, en de vakantie-uitkering, bedoeld in artikel 32 in verbinding met artikel 18, van die wet.
**3.** Over de inkomsten van de verzekerde uit of in verband met het verrichten van arbeid in het bedrijfs- of beroepsleven wordt een premie geheven tot een door Onze Minister en Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te zamen te bepalen percentage.