From dfbab03579174c3bb0448bdd6656cbb5aea0f7d0 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Fri, 30 Mar 2007 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2007-03-30 | BWBR0003245 | Wet milieubeheer --- wet/wet-milieubeheer/BWBR0003245/README.md | 101 ++++++++++++++++++++- 1 file changed, 98 insertions(+), 3 deletions(-) diff --git a/wet/wet-milieubeheer/BWBR0003245/README.md b/wet/wet-milieubeheer/BWBR0003245/README.md index 2b2c5dd5cc8..2b4aa58ab2f 100644 --- a/wet/wet-milieubeheer/BWBR0003245/README.md +++ b/wet/wet-milieubeheer/BWBR0003245/README.md @@ -126,6 +126,8 @@ verwijdering: de handelingen die zijn genoemd in bijlage II A bij richtlijn nr. waterkwaliteitsbeheerder: het bestuursorgaan dat bevoegd is tot vergunningverlening ingevolge de Wet verontreiniging oppervlaktewateren; +RIVM: Rijksinstituut voor volksgezondheid en milieu, genoemd in de Wet op het RIVM. + **2.** In deze wet en de daarop berustende bepalingen: @@ -532,7 +534,7 @@ In dit hoofdstuk wordt onder Onze Ministers verstaan: Onze Minister, te zamen me ### Artikel 4.2 -**1.** Het Rijksinstituut voor volksgezondheid en milieu, hierna aan te duiden als RIVM, brengt eenmaal in de vier jaar aan Onze Minister een wetenschappelijk rapport uit, waarin de ontwikkeling van de kwaliteit van het milieu wordt beschreven over een door Onze Minister aan te geven periode van ten minste de eerstvolgende tien jaar. In ieder geval wordt die ontwikkeling beschreven, uitgaande van de voor die periode meest waarschijnlijke ontwikkeling van de omstandigheden die daarvoor van belang zijn. Tevens worden in het rapport beschrijvingen opgenomen, die telkens uitgaan van andere ontwikkelingen van die omstandigheden, die zich, naar redelijkerwijs kan worden verondersteld, in de betrokken periode zouden kunnen voordoen. Het rapport wordt uitgebracht ten minste 6 maanden en ten hoogste 12 maanden voordat Onze Ministers het eerstvolgende nationale milieubeleidsplan vaststellen. Om aan deze verplichting te kunnen voldoen in gevallen waarin de geldingsduur van een nationaal milieubeleidsplan met toepassing van artikel 4.6, tweede lid, wordt verlengd, kan worden afgeweken van de in de eerste volzin gestelde termijn van vier jaar. +**1.** Het RIVM brengt eenmaal in de vier jaar aan Onze Minister een wetenschappelijk rapport uit, waarin de ontwikkeling van de kwaliteit van het milieu wordt beschreven over een door Onze Minister aan te geven periode van ten minste de eerstvolgende tien jaar. In ieder geval wordt die ontwikkeling beschreven, uitgaande van de voor die periode meest waarschijnlijke ontwikkeling van de omstandigheden die daarvoor van belang zijn. Tevens worden in het rapport beschrijvingen opgenomen, die telkens uitgaan van andere ontwikkelingen van die omstandigheden, die zich, naar redelijkerwijs kan worden verondersteld, in de betrokken periode zouden kunnen voordoen. Het rapport wordt uitgebracht ten minste 6 maanden en ten hoogste 12 maanden voordat Onze Ministers het eerstvolgende nationale milieubeleidsplan vaststellen. Om aan deze verplichting te kunnen voldoen in gevallen waarin de geldingsduur van een nationaal milieubeleidsplan met toepassing van artikel 4.6, tweede lid, wordt verlengd, kan worden afgeweken van de in de eerste volzin gestelde termijn van vier jaar. **2.** Het RIVM brengt jaarlijks aan Onze Minister een wetenschappelijk rapport uit, waarin de ontwikkeling van de kwaliteit van het milieu wordt beschreven, die het resultaat is van de uitvoering van de beleidsmaatregelen die van invloed zijn op die kwaliteit en die in het jaar waarop het rapport betrekking heeft, van kracht waren. Daarbij wordt in ieder geval aangegeven in hoeverre die maatregelen hebben bijgedragen aan de verwezenlijking van de resultaten, waarvan in het geldende nationale milieubeleidsplan is aangegeven dat zij voor het betrokken jaar zijn beoogd. Tevens wordt aangegeven hoe de beschreven ontwikkeling van de kwaliteit van het milieu zich verhoudt tot de ontwikkeling daarvan die is beschreven in de overeenkomstige eerder uitgebrachte rapporten. Indien zich onvoorzien een omstandigheid voordoet die belangrijke gevolgen kan hebben voor de ontwikkeling van de kwaliteit van het milieu op langere termijn, en Onze Minister daarom verzoekt, neemt het RIVM in een rapport tevens een beschrijving op van die ontwikkeling die daarvan het resultaat kan zijn. @@ -3199,6 +3201,95 @@ Vervallen ### Titel 12.2. Registratie gegevens externe veiligheid inrichtingen, transportroutes en buisleidingen +### Artikel 12.11* + +**1.** + +In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: + +a. bevoegd gezag: + +1°. bestuursorgaan dat bevoegd is een vergunning krachtens artikel 8.1 te verlenen; +2°. bestuursorgaan waaraan krachtens artikel 8.41, tweede lid, onder a, een melding wordt gericht; +3°. Onze Minister voor zover de bevoegdheid tot vergunningverlening betrekking heeft op inrichtingen als bedoeld in artikel 15, onder b, van de Kernenergiewet; +4°. Onze Minister van Verkeer en Waterstaat voor openbare wegen en vaarwegen voorzover deze door het Rijk worden beheerd en voor krachtens artikel 2 van de Spoorwegwet aangewezen hoofdspoorwegen; +5°. gedeputeerde staten voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door de provincie worden beheerd; +6°. burgemeester en wethouders voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door de gemeente worden beheerd; +7°. dagelijks bestuur van het waterschap voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door het waterschap worden beheerd; +8°. Onze Minister van Economische Zaken voor buisleidingen voor zover die door of namens het Rijk worden beheerd en voor buisleidingen waarvoor door het Rijk concessie is verleend; +9°. Onze Minister van Economische Zaken voor inrichtingen waarop de Mijnbouwwet van toepassing is; +b. gevaarlijke stoffen: + +1°. voor zover het betreft inrichtingen en buisleidingen: stoffen die ingevolge de Wet milieugevaarlijke stoffen zijn ingedeeld in een categorie als bedoeld in artikel 34, tweede lid, alsmede splijtstoffen en radioactieve stoffen als bedoeld in artikel 1 van de Kernenergiewet; +2°. voor zover het betreft transportroutes: stoffen die ingevolge de Wet vervoer gevaarlijke stoffen als gevaarlijk zijn aangewezen; +c. transportroute: openbare weg, krachtens artikel 2 van de Spoorwegwet aangewezen hoofdspoorweg of vaarweg; +d. buisleiding: vaste leiding waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd en die geen deel uitmaakt van een inrichting; +e. externe veiligheid: veiligheid buiten inrichtingen waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn of krachtens een vergunning als bedoeld in artikel 8.1 aanwezig mogen zijn en veiligheid buiten transportroutes en buisleidingen waarover of waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd, voor zover die veiligheid kan worden beïnvloed door een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken. + +**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere stoffen dan bedoeld in het eerste lid, onder b, worden aangewezen die, voor zover het betreft inrichtingen en buisleidingen, voor de toepassing van deze titel en de daarop gebaseerde bepalingen worden aangemerkt als gevaarlijke stof. + +### Artikel 12.12 + +**1.** Er is een openbaar register dat gegevens bevat over de externe veiligheid. + +**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden de categorieën van inrichtingen, transportroutes en buisleidingen aangewezen dan wel mede de gevallen waarover het register gegevens bevat inzake de externe veiligheid. + +**3.** Het register wordt beheerd door het RIVM. + +**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de gegevens die door het RIVM in het register worden opgenomen. + +**5.** Bij of krachtens de in het vierde lid bedoelde maatregel kunnen tevens regels worden gesteld omtrent de vorm, inrichting en de toegankelijkheid van het register en de wijze waarop het register wordt bijgehouden. + +### Artikel 12.13 + +**1.** Het bevoegd gezag is verplicht gegevens over externe veiligheid aan het RIVM te verstrekken, evenals de wijzigingen die in deze gegevens optreden. + +**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de te verstrekken gegevens. Voor zover deze regels betrekking hebben op gegevens in verband met het vervoer van gevaarlijke stoffen over een transportroute onderscheidenlijk door een buisleiding worden deze regels gesteld in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, onderscheidenlijk Onze Minister van Economische Zaken. + +**3.** Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent het tijdstip waarop de gegevens, bedoeld in het eerste lid, dienen te worden verstrekt. + +**4.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop de gegevens door het bevoegd gezag aan het RIVM worden verstrekt. + +### Artikel 12.14 + +**1.** Degene die een inrichting drijft waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn, degene die een buisleiding gebruikt voor het vervoer van gevaarlijke stoffen of degene aan wie een concessie voor die buisleiding is verleend, verstrekt op verzoek van het bevoegd gezag de gegevens benodigd voor de uitvoering van artikel 12.13, eerste lid, en voert de voor de totstandkoming van de gegevens benodigde berekeningen uit. + +**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op degene die gevaarlijke stoffen voor vervoer aanbiedt en op degene aan wie een concessie voor het beheer van de hoofdspoorweginfrastructuur is verleend voor zover de hoofdspoorweg wordt gebruikt voor het vervoer van gevaarlijke stoffen, met dien verstande dat geen gegevens hoeven te worden verstrekt voor zover voor de totstandkoming van de gegevens berekeningen moeten worden uitgevoerd. + +**3.** Het eerste en tweede lid blijven buiten toepassing voor zover de gegevens reeds door het bevoegd gezag zijn verkregen of door het bevoegd gezag op grond van het vijfde lid kunnen worden verkregen. + +**4.** Tot de ingevolge het eerste lid op verzoek van het bevoegd gezag te verstrekken gegevens behoren mede de berekeningen die aan de te verstrekken gegevens ten grondslag liggen. + +**5.** Een bestuursorgaan dat beschikt over gegevens benodigd voor de uitvoering van artikel 12.13, eerste lid, verstrekt op verzoek van het bevoegd gezag die gegevens. + +**6.** De verstrekking van gegevens, bedoeld in het eerste lid, heeft geen betrekking op het uitvoeren van nieuwe berekeningen in verband met de vaststelling van besluiten krachtens de Wet op de Ruimtelijke Ordening die betrekking hebben op het gebied dat van belang is voor de externe veiligheid, indien reeds eerder berekeningen ingevolge het eerste lid aan het bevoegd gezag zijn verstrekt, dan wel anderszins bij dat gezag beschikbaar zijn. + +**7.** Het verzoek om gegevens te verstrekken wordt schriftelijk gedaan en vermeldt een termijn van ten hoogste drie maanden waarbinnen aan het verzoek moet worden voldaan. + +**8.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de op grond van het eerste en tweede lid te verstrekken gegevens, en de wijze waarop deze aan het bevoegd gezag worden verstrekt. Voor zover deze regels betrekking hebben op het vervoer van gevaarlijke stoffen over een transportroute of door een buisleiding worden deze regels gesteld in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat onderscheidenlijk Onze Minister van Economische Zaken. + +### Artikel 12.15 + +**1.** Het RIVM maakt de door het bevoegd gezag verstrekte gegevens zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen 8 weken na ontvangst geschikt voor weergave in het register. + +**2.** Het RIVM maakt de door het bevoegd gezag verstrekte gegevens in het register niet voor een ieder toegankelijk dan nadat het bevoegd gezag met de door het RIVM voorgestelde weergave heeft ingestemd. Het bevoegd gezag beslist hierover binnen vier weken na ontvangst van de voorgestelde weergave. Alvorens in te stemmen met de voorgestelde weergave zendt het bevoegd gezag ten minste twee weken voordat wordt ingestemd aan degene die de inrichting drijft waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn, onderscheidenlijk degene die een buisleiding gebruikt voor het vervoer van gevaarlijke stoffen, onderscheidenlijk degene aan wie een concessie voor die buisleiding is verleend, een afschrift van de voorgestelde weergave. + +### Artikel 12.16 + +**1.** Op verzoek verstrekt het RIVM een afschrift van in het register opgenomen gegevens over de externe veiligheid. + +**2.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de vorm en wijze van het verstrekken door het RIVM van de gegevens, bedoeld in het eerste lid. + +**3.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot in rekening te brengen vergoedingen voor het op verzoek vervaardigen van afschriften van in het register opgenomen gegevens. De vergoeding bedraagt niet meer dan de werkelijke kosten. + +### Artikel 12.17 + +**1.** Een verzoek tot herstel van een fout in het register bevat de redenen voor dat verzoek en zo mogelijk de aan te brengen wijzigingen. Het verzoek wordt gericht tot het bevoegd gezag. + +**2.** Uiterlijk binnen acht weken na de dag van ontvangst van een verzoek als bedoeld in het eerste lid beslist het bevoegd gezag op het verzoek. Het bevoegd gezag deelt zijn beslissing mede aan de verzoeker en aan degene die de betreffende inrichting drijft onderscheidenlijk degene die de betreffende buisleiding gebruikt, onderscheidenlijk degene aan wie een concessie voor die buisleiding is verleend, waarop het verzoek tot herstel van een fout betrekking heeft. + +**3.** Op de beslissing van het bevoegd gezag tot herstel van een fout is artikel 12.13 van overeenkomstige toepassing. + ## Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen ### Afdeling 13.1. Algemeen @@ -5363,7 +5454,11 @@ Indien bij de voorbereiding van een besluit dat is aangewezen krachtens artikel ### Artikel 19.8 -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Indien in de gegevens die ingevolge artikel 12.12, vierde lid, door het RIVM in het register, bedoeld in artikel 12.12, eerste lid, moeten worden opgenomen gegevens voorkomen of kunnen worden afgeleid waarvan de geheimhouding op grond van artikel 10, zevende lid, onder b, van de Wet openbaarheid van bestuur gerechtvaardigd is, kan het bevoegd gezag op een daartoe strekkend verzoek van degene die de inrichting drijft waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn, onderscheidenlijk degene die een buisleiding gebruikt voor het vervoer van gevaarlijke stoffen, onderscheidenlijk degene aan wie een concessie voor die buisleiding is verleend, of uit eigen beweging in afwijking van artikel 12.13, eerste lid, besluiten dat die gegevens niet aan het RIVM worden verstrekt onderscheidenlijk niet wordt ingestemd met de voorgestelde weergave, bedoeld in artikel 12.15, tweede lid. + +**2.** Op een verzoek tot geheimhouding beslist het bevoegd gezag binnen vier weken na ontvangst. + +**3.** Indien een verzoek tot geheimhouding is gedaan, verstrekt het bevoegd gezag de gegevens ingevolge artikel 12.13, eerste lid, over de externe veiligheid betreffende die inrichting of buisleiding niet onderscheidenlijk geeft het bevoegd gezag geen instemming als bedoeld in artikel 12.15, tweede lid, totdat de beslissing op het verzoek onherroepelijk is geworden. ## Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter @@ -5599,7 +5694,7 @@ Voor de uitvoering van deze wet ten aanzien van gebieden die niet deel uitmaken **3.** De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens paragraaf 2.2, hoofdstuk 7 of paragraaf 14.2, wordt Ons gedaan door Onze Minister en Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens titel 12.1 wordt Ons gedaan door Onze Minister en, voor zover het onderdelen van het milieubeleid betreft die tot hun verantwoordelijkheid behoren, Onze Ministers van Verkeer en Waterstaat, van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en van Economische Zaken. Indien het een of meer inrichtingen betreft, die onder Onze Minister van Defensie ressorteren, wordt de voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens de artikelen 12.1, tweede lid, 12.4 en 12.5 Ons mede door hem gedaan. -**4.** Het ontwerp van een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 1.1, eerste, derde, zesde, zevende of achtste lid, 2.2, derde lid, 5.1, eerste lid, 5.3, eerste lid, 7.1, derde lid, 7.2, eerste lid, 7.7, 8.2, 8.2a, 8.5, 8.7, 8.15, 8.17, tweede lid, 8.19, 8.20, tweede lid, 8.35, 8.40, 8.44, 8.45, 8.49, vijfde lid, 10.2, tweede lid, 10.15, eerste lid, 10.16, eerste lid, 10.17, eerste lid, 10.18, 10.19, eerste lid, 10.22, tweede lid, 10.28, eerste lid, 10.29, eerste lid, 10.30, derde lid, 10.32, 10.41, eerste en tweede lid, 10.42, eerste lid, 10.43, eerste lid, 10.44, derde lid, 10.46, eerste lid, 10.47, eerste lid, 10.48, eerste lid, 10.51, eerste lid, 10.52, eerste lid, 10.54, derde lid, 10.61, eerste lid, 12.1, tweede lid, 12.4, 12.5,15.13, eerste lid, 15.32, eerste of tweede lid, 15.46, vijfde lid, 16.1, derde lid, 16.12, derde lid, in verbinding met 16.49, tweede lid, 16.50 of 16.53, tweede lid, dan wel artikel 18.3 wordt overgelegd aan de beide kamers der Staten-Generaal en in de Staatscourant bekendgemaakt. Aan een ieder wordt de gelegenheid geboden binnen een bij die bekendmaking vast te stellen termijn van ten minste vier weken opmerkingen over het ontwerp schriftelijk ter kennis van Onze Minister te brengen. +**4.** Het ontwerp van een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 1.1, eerste, derde, zesde, zevende of achtste lid, 2.2, derde lid, 5.1, eerste lid, 5.3, eerste lid, 7.1, derde lid, 7.2, eerste lid, 7.7, 8.2, 8.2a, 8.5, 8.7, 8.15, 8.17, tweede lid, 8.19, 8.20, tweede lid, 8.35, 8.40, 8.44, 8.45, 8.49, vijfde lid, 10.2, tweede lid, 10.15, eerste lid, 10.16, eerste lid, 10.17, eerste lid, 10.18, 10.19, eerste lid, 10.22, tweede lid, 10.28, eerste lid, 10.29, eerste lid, 10.30, derde lid, 10.32, 10.41, eerste en tweede lid, 10.42, eerste lid, 10.43, eerste lid, 10.44, derde lid, 10.46, eerste lid, 10.47, eerste lid, 10.48, eerste lid, 10.51, eerste lid, 10.52, eerste lid, 10.54, derde lid, 10.61, eerste lid, 12.1, tweede lid, 12.4, 12.5, 12.11, tweede lid, 12.12, tweede en vierde lid, 12.13, tweede en derde lid, 12.16, derde lid, 15.13, eerste lid, 15.32, eerste of tweede lid, 15.46, vijfde lid, 16.1, derde lid, 16.12, derde lid, in verbinding met 16.49, tweede lid, 16.50 of 16.53, tweede lid, dan wel artikel 18.3 wordt overgelegd aan de beide kamers der Staten-Generaal en in de Staatscourant bekendgemaakt. Aan een ieder wordt de gelegenheid geboden binnen een bij die bekendmaking vast te stellen termijn van ten minste vier weken opmerkingen over het ontwerp schriftelijk ter kennis van Onze Minister te brengen. **5.** Een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het vierde lid wordt, nadat hij is vastgesteld, toegezonden aan de beide kamers der Staten-Generaal. Hij treedt niet eerder in werking dan vier weken na de datum van uitgifte van het *Staatsblad* waarin hij is geplaatst. Een krachtens artikel 5.1, eerste lid, vastgestelde algemene maatregel van bestuur treedt in werking op een tijdstip dat, nadat vier weken na de toezending ervan aan de beide kamers der Staten-Generaal zijn verstreken, bij koninklijk besluit wordt vastgesteld, tenzij binnen die termijn door of namens een der kamers der Staten-Generaal of door ten minste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van een der kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het in de algemene maatregel van bestuur geregelde onderwerp bij wet wordt geregeld. In dat geval wordt een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend en wordt de algemene maatregel van bestuur onverwijld ingetrokken.