2002-12-31 | BWBR0008114 | Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk

This commit is contained in:
Coornhert 2002-12-31 12:00:00 +00:00
parent 560d6821a2
commit dffc36c2d4

View file

@ -100,23 +100,6 @@ c. die op de dag van ontslag 60 jaar of ouder is, met een duur gelijk aan 78% va
**4.** Voor de toepassing van dit artikel wordt de uitkering krachtens de Ziektewet steeds geacht onverminderd door betrokkene te zijn genoten.
### Artikel 5a
**1.**
De uitkering krachtens de Wet arbeid en zorg die betrokkene heeft, wordt
a. in verband met haar zwangerschap en bevalling gedurende ten minste 16 weken aangevuld tot 100% van het voor haar geldende dagloon, en wel voor de periode
1°. die aanvangt zes weken voor de vermoedelijke datum van bevalling, zoals aangegeven in een schriftelijke verklaring van een arts of verloskundige, tot en met de dag van de bevalling. Indien de betrokkene dat wenst, vangt het recht op uitkering in verband met zwangerschap aan op een later tijdstip, doch uiterlijk vier weken voor de dag na de vermoedelijk datum van bevalling; en
2°. die aanvangt op de dag na de bevalling en bedraagt tien aaneengesloten weken of zoveel meer als het aantal dagen dat de uitkering in verband met zwangerschap minder dan zes weken heeft geduurd; of
b. in verband met adoptie gedurende ten hoogste vier aaneengesloten weken vanaf twee weken vóór de eerste dag dat de feitelijke opneming ter adoptie een aanvang heeft genomen of zal nemen, aangevuld tot 100% van het voor betrokkene geldende dagloon; of
c. in verband met het opnemen van een pleegkind gedurende ten hoogste vier aaneengesloten weken vanaf twee weken vóór de eerste dag dat de feitelijke opneming van het pleegkind een aanvang heeft genomen of zal nemen, aangevuld tot 100% van het voor betrokkene geldende dagloon.
**2.** Indien het recht op uitkering krachtens de Werkloosheidswet na afloop van de periode, waarin de Wet arbeid en zorg, op betrokkene van toepassing is geweest, herleeft, tellen zowel de termijn waarover betrokkene voorafgaand aan deze periode recht heeft gehad op een uitkering krachtens de Werkloosheidswet als de termijn waarin de Wet arbeid en zorg op hem of haar van toepassing is geweest met inachtneming van hetgeen hieromtrent in artikel 43, tweede en derde lid, van de Werkloosheidswet is bepaald, mee voor het vaststellen van de hoogte van de aanvullende uitkering bedoeld in artikel 4 van dit besluit.
**3.** Voor de toepassing van dit artikel wordt de uitkering krachtens de Wet arbeid en zorg steeds geacht onverminderd door betrokkene te zijn genoten.
### Artikel 6
**1.** Zo spoedig mogelijk na het overlijden van betrokkene wordt de uitkering bedoeld in artikel 35 van de Ziektewet aangevuld tot 100% van het voor betrokkene geldende dagloon over een tijdvak van 3 maanden.
@ -233,10 +216,7 @@ Onze Minister is belast met de uitvoering van dit besluit.
### Artikel 22
Ontslaguitkeringen die zijn toegekend krachtens het Rijkswachtgeldbesluit 1959, de Uitkeringsregeling 1966 en de Regeling wachtgeld en uitkering bij privatisering, zoals die luidden op 31 december 2002, blijven uitsluitend gehandhaafd voor wat betreft:
a. de hoogte en de duur;
b. de anticumulatie, mits er in de zes maanden voorafgaand aan 31 december 2002 gedurende ten minste drie maanden neveninkomsten uit arbeid of bedrijf zijn genoten. De anticumulatie blijft alsdan gehandhaafd gedurende ten hoogste tien jaar dan wel gedurende ten hoogste 15 jaar indien betrokkene op 31 december 2002 50 jaar of ouder is.
Vervallen
### Artikel 22a
@ -248,7 +228,7 @@ Vervallen
### Artikel 24
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2001, met uitzondering van artikel 23, dat in werking treedt met ingang van 1 januari 2003.
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2001.
### Artikel 25