2005-07-01 | BWBR0008691 | Mededingingswet
This commit is contained in:
parent
da4e073b82
commit
e006ac83fe
1 changed files with 244 additions and 118 deletions
|
|
@ -3,7 +3,7 @@ titel: Mededingingswet
|
|||
bwb_id: BWBR0008691
|
||||
type: wet
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2002-02-15'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2004-12-09'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0008691
|
||||
citeertitel: Mededingingswet
|
||||
---
|
||||
|
|
@ -17,13 +17,13 @@ citeertitel: Mededingingswet
|
|||
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. Onze Minister: Onze Minister van Economische Zaken;
|
||||
b. mededingingsautoriteit: de Nederlandse mededingingsautoriteit, genoemd in artikel 2, eerste lid;
|
||||
c. directeur-generaal: de directeur-generaal van de mededingingsautoriteit;
|
||||
b. mededingingsautoriteit: de Nederlandse Mededingingsautoriteit, genoemd in artikel 2, eerste lid;
|
||||
c. raad: de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit;
|
||||
d. Verdrag: het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap;
|
||||
e. overeenkomst: een overeenkomst in de zin van artikel 85, eerste lid, van het Verdrag;
|
||||
f. onderneming: een onderneming in de zin van artikel 85, eerste lid, van het Verdrag;
|
||||
g. ondernemersvereniging: een ondernemersvereniging in de zin van artikel 85, eerste lid, van het Verdrag;
|
||||
h. onderling afgestemde feitelijke gedragingen: onderling afgestemde feitelijke gedragingen in de zin van artikel 85, eerste lid, van het Verdrag;
|
||||
e. overeenkomst: een overeenkomst in de zin van artikel 81, eerste lid, van het Verdrag;
|
||||
f. onderneming: een onderneming in de zin van artikel 81, eerste lid, van het Verdrag;
|
||||
g. ondernemersvereniging: een ondernemersvereniging in de zin van artikel 81, eerste lid, van het Verdrag;
|
||||
h. onderling afgestemde feitelijke gedragingen: onderling afgestemde feitelijke gedragingen in de zin van artikel 81, eerste lid, van het Verdrag;
|
||||
i. economische machtspositie: positie van een of meer ondernemingen die hen in staat stelt de instandhouding van een daadwerkelijke mededinging op de Nederlandse markt of een deel daarvan te verhinderen door hun de mogelijkheid te geven zich in belangrijke mate onafhankelijk van hun concurrenten, hun leveranciers, hun afnemers of de eindgebruikers te gedragen;
|
||||
j. overtreding: een handeling die in strijd is met het bepaalde bij of krachtens deze wet;
|
||||
k. onderzoek: handelingen die worden verricht met het oog op de vaststelling dat al dan niet een overtreding is begaan;
|
||||
|
|
@ -32,35 +32,145 @@ m. verordening 1/2003: verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van de Europese U
|
|||
n. verordening 139/2004: verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad van de Europese Unie van 20 januari 2004 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen (PbEG L 24);
|
||||
o. mededingingsverordening: verordening genoemd in de onderdelen m en n.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 2. De Nederlandse mededingingsautoriteit
|
||||
## Hoofdstuk 2. De Nederlandse Mededingingsautoriteit
|
||||
|
||||
### Paragraaf 1. Algemeen
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
**1.** Er is een Nederlandse mededingingsautoriteit, die ressorteert onder Onze Minister.
|
||||
**1.** Er is een Nederlandse Mededingingsautoriteit.
|
||||
|
||||
**2.** Aan het hoofd van de mededingingsautoriteit staat een directeur-generaal.
|
||||
**2.** De raad van bestuur vormt het bestuur van de mededingingsautoriteit.
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
**1.** De mededingingsautoriteit heeft tot taak het verrichten van werkzaamheden ten behoeve van de uitvoering van deze wet alsmede ten behoeve van de uitvoering van andere wetten, voor zover dat in de desbetreffende wet is bepaald.
|
||||
**1.** De raad bestaat uit drie leden, onder wie de voorzitter.
|
||||
|
||||
**2.** De werkzaamheden in verband met de uitvoering van de artikelen 60, 61, 62, 78 en 79 worden verricht door personen die niet betrokken zijn geweest bij de opstelling van het in artikel 59, eerste lid, onderscheidenlijk 77, eerste lid, bedoelde rapport en het daaraan voorafgaande onderzoek.
|
||||
**2.** Benoeming, schorsing en ontslag van de leden geschieden op voordracht van Onze Minister bij koninklijk besluit. Benoeming vindt plaats op grond van deskundigheid op het gebied van de taken waarmee de raad is belast.
|
||||
|
||||
**3.** De voorzitter wordt benoemd voor een periode van ten hoogste zes jaar en de overige leden worden benoemd voor een periode van ten hoogste vier jaar. De leden kunnen eenmaal worden herbenoemd voor een periode van ten hoogste vier jaar.
|
||||
|
||||
**4.** Een lid van de raad kan op eigen verzoek worden ontslagen. Hij kan voorts worden geschorst of ontslagen wegens ongeschiktheid of onbekwaamheid voor de vervulde functie dan wel wegens andere zwaarwegende in zijn persoon gelegen redenen.
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister legt algemene aanwijzingen aan de directeur-generaal met betrekking tot de uitoefening van de hem in deze wet toegekende bevoegdheden vast in beleidsregels.
|
||||
**1.** Een lid van de raad vervult geen nevenfuncties die ongewenst zijn met het oog op een goede vervulling van zijn functie of de handhaving van zijn onafhankelijkheid of van het vertrouwen daarin.
|
||||
|
||||
**2.** Algemene aanwijzingen als bedoeld in het eerste lid kunnen betrekking of mede betrekking hebben op de wijze waarop de directeur-generaal bij de toepassing van artikel 6, derde lid, andere belangen dan economische belangen in zijn afweging moet betrekken.
|
||||
**2.** Een lid van de raad meldt het voornemen tot het aanvaarden van een nevenfunctie anders dan uit hoofde van zijn functie aan Onze Minister.
|
||||
|
||||
**3.** De bekendmaking van de beleidsregels geschiedt door plaatsing in de *Staatscourant*.
|
||||
**3.** Nevenfuncties van een lid van de raad, anders dan uit hoofde van zijn functie worden openbaar gemaakt. Openbaarmaking geschiedt door het ter inzage leggen van een opgave van deze nevenfuncties bij de mededingingsautoriteit en bij Onze Minister.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister geeft zijn aanwijzingen aan de directeur-generaal met betrekking tot de uitoefening in individuele gevallen van de hem in deze wet toegekende bevoegdheden uitsluitend in schriftelijke vorm. De desbetreffende aanwijzing wordt gevoegd bij de op de zaak betrekking hebbende stukken.
|
||||
**4.** Een lid van de raad heeft geen financiële of andere belangen bij ondernemingen waardoor zijn onpartijdigheid in het geding kan zijn.
|
||||
|
||||
### Artikel 4a
|
||||
|
||||
Onze Minister stelt de bezoldiging en de overige regels ten aanzien van de rechtspositie van de leden van de raad vast.
|
||||
|
||||
### Artikel 4b
|
||||
|
||||
**1.** De raad stelt een bestuursreglement vast, waarin in ieder geval regels over de werkwijze en procedures zijn opgenomen. In het reglement worden tevens regels opgenomen over de verdeling van de werkzaamheden bij de voorbereiding van de besluiten van de raad.
|
||||
|
||||
**2.** Het bestuursreglement behoeft de goedkeuring van Onze Minister. De goedkeuring kan worden onthouden wegens strijd met het recht of op de grond dat het bestuursreglement naar het oordeel van Onze Minister een goede taakuitoefening door de raad kan belemmeren.
|
||||
|
||||
**3.** Het bestuursreglement wordt na de goedkeuring van Onze Minister bekend gemaakt in de Staatscourant.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. Taken en bevoegdheden
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
**1.** De directeur-generaal brengt jaarlijks vóór 1 mei aan Onze Minister verslag uit over de werkzaamheden van de mededingingsautoriteit in het afgelopen jaar.
|
||||
De raad is belast met taken ter uitvoering van deze wet, alsmede ter uitvoering van andere wetten, voor zover dat in de desbetreffende wet is bepaald.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister brengt het verslag, vergezeld van zijn bevindingen daaromtrent alsmede van een toelichting omtrent zijn bemoeienissen met beslissingen van de directeur-generaal in individuele gevallen, vóór 1 juli daarop volgend ter kennis van de beide kamers van de Staten-Generaal.
|
||||
### Artikel 5a
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister stelt ten behoeve van de uitvoering van de in artikel 5 bedoelde taken personeel ter beschikking van de raad.
|
||||
|
||||
**2.** Het personeel staat onder gezag van de raad en legt over werkzaamheden uitsluitend aan hem verantwoording af.
|
||||
|
||||
**3.** De raad stelt een mandaatregeling op ten aanzien van de bevoegdheden van het personeel.
|
||||
|
||||
**4.** In de mandaatregeling worden regels gesteld omtrent het verlenen van een algemeen mandaat met betrekking tot de uitvoering van de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet en kunnen regels worden gesteld in het kader van de uitvoering van andere wetten.
|
||||
|
||||
**5.** De raad voorziet in een specifieke organisatorische eenheid die wordt belast met uitvoering en toezicht op de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet.
|
||||
|
||||
**6.** De in het derde lid bedoelde regeling behoeft de goedkeuring van Onze Minister. Onze Minister onthoudt zijn goedkeuring indien naar zijn oordeel de mandaatregeling een goede taakuitoefening door de raad kan belemmeren. De regeling wordt na goedkeuring door de raad bekendgemaakt in de Staatscourant.
|
||||
|
||||
**7.** Indien Onze Minister van oordeel is dat de mandaatregeling een goede taakuitoefening belemmert, kan hij de raad verzoeken de mandaatregeling te wijzigen.
|
||||
|
||||
**8.** Indien de raad binnen drie maanden geen gevolg heeft gegeven aan een verzoek als bedoeld in het zevende lid kan Onze Minister de raad opdragen de mandaatregeling op een door hem gewenste wijze aan te passen.
|
||||
|
||||
### Artikel 5b
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister kan de raad opdragen werkzaamheden te verrichten in het kader van de uitvoering van regelgeving op het gebied van de mededinging op grond van het Verdrag, voor zover daarin niet reeds bij of krachtens de wet is voorzien, alsmede werkzaamheden op het gebied van de mededinging in verband met andere verdragen of internationale afspraken.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister kan de raad instructies geven met betrekking tot het verrichten van de in het eerste lid bedoelde werkzaamheden, alsmede met betrekking tot het door de raad in te nemen standpunt in een adviescomité als bedoeld in artikel 14, tweede lid, van verordening 1/2003 en artikel 19, vierde lid, van verordening 139/2004, met dien verstande dat een instructie inzake een standpunt in een adviescomité geen betrekking heeft op de mededingingsaspecten van een individueel geval.
|
||||
|
||||
### Artikel 5c
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister kan, al dan niet op verzoek van een van Onze andere Ministers, de raad opdragen een rapportage uit te brengen inzake de effecten voor de mededinging van voorgenomen of geldende regelgeving of van een voorgenomen of een geldend besluit.
|
||||
|
||||
**2.** De raad kan een in het eerste lid bedoelde rapportage ook uit eigen beweging uitbrengen.
|
||||
|
||||
**3.** Het uitbrengen van een rapportage aan een van Onze andere Ministers geschiedt door tussenkomst van Onze Minister.
|
||||
|
||||
**4.** Op verzoek van een of beide Kamers van de Staten-Generaal brengt de raad met tussenkomst van Onze Minister een rapportage uit aan de beide Kamers der Staten-Generaal. Onze Minister zendt de rapportage onverwijld naar de beide Kamers der Staten-Generaal. Onze Minister kan de rapportage doen vergezellen van zijn bevindingen.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3. Informatievoorziening, sturing en toezicht
|
||||
|
||||
### Artikel 5d
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister kan beleidsregels vaststellen met betrekking tot de uitoefening van de aan de raad toegekende bevoegdheden.
|
||||
|
||||
**2.** Beleidsregels met betrekking tot de uitoefening van de in deze wet aan de raad toegekende bevoegdheden kunnen betrekking hebben of mede betrekking hebben op de wijze waarop de raad bij toepassing van artikel 6, derde lid, andere belangen dan economische belangen in zijn afweging moet betrekken.
|
||||
|
||||
**3.** De bekendmaking van de beleidsregels geschiedt door plaatsing in de Staatscourant.
|
||||
|
||||
### Artikel 5e
|
||||
|
||||
**1.** De raad verstrekt desgevraagd aan Onze Minister alle voor de uitoefening van diens taak benodigde inlichtingen. Onze Minister kan inzage vorderen van alle zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister kan, nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn opmerkingen te maken, nadere regels vaststellen met betrekking tot de gegevensuitwisseling tussen Onze Minister en de raad.
|
||||
|
||||
### Artikel 5f
|
||||
|
||||
**1.** Indien naar het oordeel van Onze Minister de raad bij de uitoefening van zijn taak ernstig in gebreke blijft, kan Onze Minister de noodzakelijke voorzieningen treffen.
|
||||
|
||||
**2.** De voorzieningen worden, spoedeisende gevallen uitgezonderd, niet eerder getroffen dan nadat de raad in de gelegenheid is gesteld om binnen een door Onze Minister te stellen termijn alsnog zijn taak naar behoren uit te voeren.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de in het eerste lid bedoelde taakverwaarlozing betrekking heeft op werkzaamheden ten behoeve van de uitvoering van een andere wet als bedoeld in artikel 5, treft Onze Minister de voorzieningen na overleg met Onze andere Minister wie het aangaat.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister stelt de beide kamers der Staten-Generaal onverwijld in kennis van door hem getroffen voorzieningen als bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 5g
|
||||
|
||||
**1.** De raad stelt jaarlijks voor 1 juli een jaarverslag op. Het jaarverslag heeft betrekking op de uitvoering van deze wet en op de uitvoering van andere wetten als bedoeld in artikel 5 voor zover in die wet niet is voorzien in een afzonderlijke verplichting tot het opstellen van een verslag.
|
||||
|
||||
**2.** Het verslag wordt gezonden aan Onze Minister en in voorkomend geval mede aan Onze andere Minister wie het aangaat en wordt algemeen verkrijgbaar gesteld.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister brengt het verslag, vergezeld van zijn bevindingen daaromtrent alsmede van de bevindingen van Onze andere Minister, bedoeld in het tweede lid, voor 1 september ter kennis van de beide kamers der Staten-Generaal.
|
||||
|
||||
### Artikel 5h
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister zendt elke vijf jaar aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en doelmatigheid van het functioneren van de raad.
|
||||
|
||||
**2.** Voor zover het verslag betrekking heeft op de werkzaamheden ten behoeve van de uitvoering van een andere wet als bedoeld in artikel 5, stelt Onze Minister het verslag op na overleg met Onze andere Minister wie het aangaat.
|
||||
|
||||
### Artikel 5i
|
||||
|
||||
**1.** De raad zendt jaarlijks voor 1 april aan Onze Minister de ontwerp-begroting voor het daaropvolgende jaar.
|
||||
|
||||
**2.** Indien gedurende het jaar aanmerkelijke verschillen ontstaan of dreigen te ontstaan tussen de werkelijke en de begrote baten en lasten dan wel inkomsten en uitgaven, doet de raad daarvan onverwijld mededeling aan Onze Minister onder vermelding van de oorzaak van de verschillen.
|
||||
|
||||
### Artikel 5j
|
||||
|
||||
De raad draagt op de voet van de ter zake voor de Rijksdienst geldende voorschriften zorg voor de nodige technische en organisatorische voorzieningen ter beveiliging van de gegevens bij de mededingingsautoriteit tegen verlies of aantasting en tegen onbevoegde kennisneming, wijziging of verstrekking van die gegevens.
|
||||
|
||||
### Artikel 5k
|
||||
|
||||
De raad verschaft aan Onze Minister periodiek informatie over de geleverde en te leveren prestaties.
|
||||
|
||||
### Artikel 5l
|
||||
|
||||
De raad kan uitvoeringsregels vaststellen ter uitvoering van de aan hem opgedragen taken. Van de uitvoeringsregels doet de raad mededeling in de Staatscourant.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 3. Mededingingsafspraken
|
||||
|
||||
|
|
@ -107,13 +217,11 @@ b. de gezamenlijke omzet in het voorafgaande kalenderjaar van de bij de desbetre
|
|||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
**1.** De directeur-generaal kan op een overeenkomst tussen ondernemingen, een besluit van een ondernemersvereniging of een onderling afgestemde feitelijke gedraging van ondernemingen waarop krachtens artikel 7, eerste of derde lid, artikel 6, eerste lid, niet van toepassing is, bij beschikking alsnog artikel 6, eerste lid, van toepassing verklaren, indien die overeenkomst, dat besluit of die gedraging gezien de marktverhoudingen op de relevante markt in aanzienlijke mate afbreuk doet aan de mededinging.
|
||||
**1.** De raad kan op een overeenkomst tussen ondernemingen, een besluit van een ondernemersvereniging of een onderling afgestemde feitelijke gedraging van ondernemingen waarop krachtens artikel 7, eerste of derde lid, artikel 6, eerste lid, niet van toepassing is, bij beschikking alsnog artikel 6, eerste lid, van toepassing verklaren, indien die overeenkomst, dat besluit of die gedraging gezien de marktverhoudingen op de relevante markt in aanzienlijke mate afbreuk doet aan de mededinging.
|
||||
|
||||
**2.** De directeur-generaal deelt zijn voornemen een beschikking te geven als bedoeld in het eerste lid schriftelijk en met redenen omkleed mee aan belanghebbenden.
|
||||
**2.** Op de voorbereiding van de beschikking is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van afdeling 4.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht stelt de directeur-generaal, alvorens toepassing te geven aan het eerste lid, belanghebbenden in de gelegenheid schriftelijk of mondeling hun zienswijze kenbaar te maken.
|
||||
|
||||
**4.** Een beschikking als bedoeld in het eerste lid treedt niet eerder in werking dan zes weken na de datum van haar bekendmaking.
|
||||
**3.** De beschikking treedt niet eerder in werking dan zes weken na de datum van haar terinzagelegging overeenkomstig artikel 3:44, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene wet bestuursrecht.
|
||||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
|
|
@ -129,23 +237,21 @@ Voor overeenkomsten, besluiten en gedragingen als bedoeld in artikel 6, eerste l
|
|||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
Artikel 6, eerste lid, geldt niet voor overeenkomsten tussen ondernemingen, besluiten van ondernemersverenigingen en onderling afgestemde feitelijke gedragingen van ondernemingen waarvoor krachtens een verordening van de Raad van de Europese Unie of een verordening van de Commissie van de Europese Gemeenschappen artikel 85, eerste lid, van het Verdrag buiten toepassing is verklaard.
|
||||
Artikel 6, eerste lid, geldt niet voor overeenkomsten tussen ondernemingen, besluiten van ondernemersverenigingen en onderling afgestemde feitelijke gedragingen van ondernemingen waarvoor krachtens een verordening van de Raad van de Europese Unie of een verordening van de Commissie van de Europese Gemeenschappen artikel 81, eerste lid, van het Verdrag buiten toepassing is verklaard.
|
||||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
**1.** Artikel 6, eerste lid, geldt niet voor overeenkomsten tussen ondernemingen, besluiten van ondernemersverenigingen en onderling afgestemde feitelijke gedragingen van ondernemingen die de handel tussen de lid-staten van de Europese Gemeenschappen niet ongunstig kunnen beïnvloeden of waardoor de mededinging binnen de gemeenschappelijke markt niet wordt verhinderd, beperkt of vervalst doch die, indien dat wel het geval zou zijn, zouden zijn vrijgesteld krachtens een verordening als bedoeld in artikel 12.
|
||||
|
||||
**2.** De directeur-generaal kan op een overeenkomst tussen ondernemingen, een besluit van een ondernemersvereniging of een onderling afgestemde feitelijke gedraging van ondernemingen waarop krachtens het eerste lid artikel 6, eerste lid, niet van toepassing is, bij beschikking alsnog artikel 6, eerste lid, van toepassing verklaren, indien zich omstandigheden voordoen als die welke krachtens de desbetreffende verordening kunnen leiden tot de buitentoepassingverklaring van die verordening.
|
||||
**2.** De raad kan op een overeenkomst tussen ondernemingen, een besluit van een ondernemersvereniging of een onderling afgestemde feitelijke gedraging van ondernemingen waarop krachtens het eerste lid artikel 6, eerste lid, niet van toepassing is, bij beschikking alsnog artikel 6, eerste lid, van toepassing verklaren, indien zich omstandigheden voordoen als die welke krachtens de desbetreffende verordening kunnen leiden tot de buitentoepassingverklaring van die verordening.
|
||||
|
||||
**3.** De directeur-generaal deelt zijn voornemen een beschikking te geven als bedoeld in het tweede lid schriftelijk en met redenen omkleed mee aan belanghebbenden.
|
||||
**3.** Op de voorbereiding van de beschikking is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
|
||||
|
||||
**4.** In afwijking van afdeling 4.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht stelt de directeur-generaal, alvorens toepassing te geven aan het tweede lid, belanghebbenden in de gelegenheid schriftelijk of mondeling hun zienswijze kenbaar te maken.
|
||||
|
||||
**5.** Een beschikking als bedoeld in het tweede lid treedt niet eerder in werking dan zes weken na de datum van haar bekendmaking.
|
||||
**4.** De beschikking treedt niet eerder in werking dan zes weken na de datum van haar terinzagelegging overeenkomstig artikel 3:44, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene wet bestuursrecht.
|
||||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
Artikel 6, eerste lid, geldt niet voor overeenkomsten tussen ondernemingen, besluiten van ondernemersverenigingen en onderling afgestemde feitelijke gedragingen van ondernemingen waarvoor een op grond van artikel 85, derde lid, van het Verdrag verleende ontheffing geldt.
|
||||
Artikel 6, eerste lid, geldt niet voor overeenkomsten tussen ondernemingen, besluiten van ondernemersverenigingen en onderling afgestemde feitelijke gedragingen van ondernemingen waarvoor een op grond van artikel 81, derde lid, van het Verdrag verleende ontheffing geldt.
|
||||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
|
|
@ -156,13 +262,11 @@ Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald, zo nodig onder voorschrif
|
|||
a. beperkingen op te leggen die voor het bereiken van deze doelstellingen niet onmisbaar zijn, of
|
||||
b. de mogelijkheid te geven, voor een wezenlijk deel van de betrokken goederen en diensten de mededinging uit te schakelen.
|
||||
|
||||
**2.** In een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid kan worden bepaald dat de directeur-generaal op een overeenkomst, besluit of gedraging waarvoor krachtens die maatregel artikel 6, eerste lid, niet geldt, bij beschikking alsnog artikel 6, eerste lid, van toepassing kan verklaren, indien wordt voldaan aan de in die algemene maatregel van bestuur genoemde vereisten.
|
||||
**2.** In een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid kan worden bepaald dat de raad op een overeenkomst, besluit of gedraging waarvoor krachtens die maatregel artikel 6, eerste lid, niet geldt, bij beschikking alsnog artikel 6, eerste lid, van toepassing kan verklaren, indien wordt voldaan aan de in die algemene maatregel van bestuur genoemde vereisten.
|
||||
|
||||
**3.** De directeur-generaal deelt zijn voornemen een beschikking te geven als bedoeld in het tweede lid schriftelijk en met redenen omkleed mee aan belanghebbenden.
|
||||
**3.** Op de voorbereiding van de beschikking is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
|
||||
|
||||
**4.** In afwijking van afdeling 4.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht stelt de directeur-generaal, alvorens toepassing te geven aan het tweede lid, belanghebbenden in de gelegenheid schriftelijk of mondeling hun zienswijze kenbaar te maken.
|
||||
|
||||
**5.** Een beschikking als bedoeld in het tweede lid treedt niet eerder in werking dan zes weken na de datum van haar bekendmaking.
|
||||
**4.** De beschikking treedt niet eerder in werking dan zes weken na de datum van haar terinzagelegging overeenkomstig artikel 3:44, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene wet bestuursrecht.
|
||||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
|
|
@ -212,7 +316,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 25
|
||||
|
||||
**1.** Voor zover de toepassing van artikel 24, eerste lid, de vervulling van bij wettelijk voorschrift of door een bestuursorgaan aan een onderneming opgedragen beheer van een dienst van algemeen economisch belang verhindert, kan de directeur-generaal op aanvraag verklaren dat artikel 24, eerste lid, niet van toepassing is op een daarbij aangewezen gedraging.
|
||||
**1.** Voor zover de toepassing van artikel 24, eerste lid, de vervulling van bij wettelijk voorschrift of door een bestuursorgaan aan een onderneming opgedragen beheer van een dienst van algemeen economisch belang verhindert, kan de raad op aanvraag verklaren dat artikel 24, eerste lid, niet van toepassing is op een daarbij aangewezen gedraging.
|
||||
|
||||
**2.** Een beschikking als bedoeld in het eerste lid kan onder beperkingen worden gegeven; aan een beschikking kunnen voorschriften worden verbonden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -263,7 +367,7 @@ c. ondernemingen die voor een redelijke periode met het beheer van een dienst va
|
|||
|
||||
### Artikel 25e
|
||||
|
||||
Indien de Commissie van de Europese Gemeenschappen verzoekt om terbeschikkingstelling van gegevens als bedoeld in artikel 25b, eerste lid, verstrekt de onderneming die dit aangaat, de directeur-generaal op diens verzoek binnen de door hem gestelde termijn de desbetreffende gegevens. De directeur-generaal doet de gegevens toekomen aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen.
|
||||
Indien de Commissie van de Europese Gemeenschappen verzoekt om terbeschikkingstelling van gegevens als bedoeld in artikel 25b, eerste lid, verstrekt de onderneming die dit aangaat, de raad op diens verzoek binnen de door hem gestelde termijn de desbetreffende gegevens. De raad doet de gegevens toekomen aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen.
|
||||
|
||||
### Artikel 25f
|
||||
|
||||
|
|
@ -294,7 +398,7 @@ c. de totstandbrenging van een gemeenschappelijke onderneming die duurzaam alle
|
|||
|
||||
In afwijking van artikel 27 wordt niet als concentratie beschouwd:
|
||||
|
||||
a. het door kredietinstellingen of andere financiële instellingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdelen *a* en *c*, van de Wet toezicht kredietwezen 1992, verzekeraars als bedoeld in artikel 1, onderdeel *h*, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 of verzekeraars als bedoeld in artikel 1, onderdeel *c*, van de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf, tot wier normale werkzaamheden de verhandeling van effecten voor eigen rekening of voor rekening van derden behoort, tijdelijk houden van deelnemingen die zij in een onderneming hebben verworven ten einde deze deelnemingen weer te verkopen, mits zij de aan deze deelnemingen verbonden stemrechten niet uitoefenen om het marktgedrag van deze onderneming te bepalen, of zij deze stemrechten slechts uitoefenen om de verkoop van deze deelnemingen voor te bereiden, en deze verkoop plaatsvindt binnen een jaar na de verwerving;
|
||||
a. het door kredietinstellingen of andere financiële instellingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdelen *a* en c, van de Wet toezicht kredietwezen 1992, verzekeraars als bedoeld in artikel 1, onderdeel h, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 of verzekeraars als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf, tot wier normale werkzaamheden de verhandeling van effecten voor eigen rekening of voor rekening van derden behoort, tijdelijk houden van deelnemingen die zij in een onderneming hebben verworven ten einde deze deelnemingen weer te verkopen, mits zij de aan deze deelnemingen verbonden stemrechten niet uitoefenen om het marktgedrag van deze onderneming te bepalen, of zij deze stemrechten slechts uitoefenen om de verkoop van deze deelnemingen voor te bereiden, en deze verkoop plaatsvindt binnen een jaar na de verwerving;
|
||||
b. het verkrijgen van zeggenschap door
|
||||
|
||||
1°. curatoren als bedoeld in artikel 68, eerste lid, van de Faillissementswet;
|
||||
|
|
@ -307,9 +411,9 @@ b. het verkrijgen van zeggenschap door
|
|||
8°. personen als bedoeld in artikel 27, derde lid, onderdeel *a*, van de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf;
|
||||
9°. bewindvoerders als bedoeld in artikel 70, eerste lid, van de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf;
|
||||
10°. personen als bedoeld in artikel 70, negende lid, van de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf;
|
||||
c. het verwerven van participaties in het kapitaal als bedoeld in artikel 27, onder *b*, door participatiemaatschappijen mits de aan de deelname verbonden stemrechten slechts worden uitgeoefend om de volle waarde van deze beleggingen veilig te stellen.
|
||||
c. het verwerven van participaties in het kapitaal als bedoeld in artikel 27, onder b, door participatiemaatschappijen mits de aan de deelname verbonden stemrechten slechts worden uitgeoefend om de volle waarde van deze beleggingen veilig te stellen.
|
||||
|
||||
**2.** De in het eerste lid, onder *a*, genoemde termijn kan op verzoek door de directeur-generaal worden verlengd wanneer de desbetreffende instellingen of verzekeraars aantonen dat de verkoop binnen de gestelde termijn redelijkerwijs niet mogelijk was.
|
||||
**2.** De in het eerste lid, onder a, genoemde termijn kan op verzoek door de raad worden verlengd wanneer de desbetreffende instellingen of verzekeraars aantonen dat de verkoop binnen de gestelde termijn redelijkerwijs niet mogelijk was.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. Toepassingsbereik concentratietoezicht
|
||||
|
||||
|
|
@ -367,60 +471,60 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 34
|
||||
|
||||
Het is verboden een concentratie tot stand te brengen voordat het voornemen daartoe aan de directeur-generaal is gemeld en vervolgens vier weken zijn verstreken.
|
||||
Het is verboden een concentratie tot stand te brengen voordat het voornemen daartoe aan de raad is gemeld en vervolgens vier weken zijn verstreken.
|
||||
|
||||
### Artikel 35
|
||||
|
||||
**1.** Bij een melding worden de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gegevens verstrekt. Artikel 4:4 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Indien niet is voldaan aan het eerste lid of indien de verstrekte gegevens onvoldoende zijn voor de beoordeling van een melding, kan de directeur-generaal van degene die de melding heeft gedaan, aanvulling van de melding verlangen.
|
||||
**2.** Indien niet is voldaan aan het eerste lid of indien de verstrekte gegevens onvoldoende zijn voor de beoordeling van een melding, kan de raad van degene die de melding heeft gedaan, aanvulling van de melding verlangen.
|
||||
|
||||
**3.** Door een onderneming bij de melding verstrekte gegevens die door die onderneming als vertrouwelijk zijn aangemerkt, worden niet eerder openbaar gemaakt dan nadat een week is verstreken na de bekendmaking van de daartoe strekkende beschikking van de directeur-generaal.
|
||||
**3.** Door een onderneming bij de melding verstrekte gegevens die door die onderneming als vertrouwelijk zijn aangemerkt, worden niet eerder openbaar gemaakt dan nadat een week is verstreken na de bekendmaking van de daartoe strekkende beschikking van de raad.
|
||||
|
||||
**4.** Indien met betrekking tot de in het derde lid bedoelde beschikking van de directeur-generaal een verzoek om een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht is gedaan, wordt de termijn, genoemd in de artikelen 34 en 37, eerste en derde lid, opgeschort tot de dag waarop de schriftelijke uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank, bedoeld in artikel 93, eerste lid, is bekendgemaakt.
|
||||
**4.** Indien met betrekking tot de in het derde lid bedoelde beschikking van de raad een verzoek om een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht is gedaan, wordt de termijn, genoemd in de artikelen 34 en 37, eerste en derde lid, opgeschort tot de dag waarop de schriftelijke uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank, bedoeld in artikel 93, eerste lid, is bekendgemaakt.
|
||||
|
||||
### Artikel 36
|
||||
|
||||
Van een ontvangen melding wordt door de directeur-generaal zo spoedig mogelijk mededeling gedaan in de *Staatscourant*.
|
||||
Van een ontvangen melding wordt door de raad zo spoedig mogelijk mededeling gedaan in de *Staatscourant*.
|
||||
|
||||
### Artikel 37
|
||||
|
||||
**1.** De directeur-generaal deelt binnen vier weken na het ontvangen van een melding mede of voor het tot stand brengen van de concentratie, waarop die melding betrekking heeft, een vergunning is vereist.
|
||||
**1.** De raad deelt binnen vier weken na het ontvangen van een melding mede of voor het tot stand brengen van de concentratie, waarop die melding betrekking heeft, een vergunning is vereist.
|
||||
|
||||
**2.** De directeur-generaal kan bepalen dat voor een concentratie een vergunning is vereist, indien hij reden heeft om aan te nemen dat als gevolg van die concentratie een economische machtspositie kan ontstaan of worden versterkt die tot gevolg heeft dat een daadwerkelijke mededinging op de Nederlandse markt of een deel daarvan op significante wijze wordt belemmerd.
|
||||
**2.** De raad kan bepalen dat voor een concentratie een vergunning is vereist, indien hij reden heeft om aan te nemen dat als gevolg van die concentratie een economische machtspositie kan ontstaan of worden versterkt die tot gevolg heeft dat een daadwerkelijke mededinging op de Nederlandse markt of een deel daarvan op significante wijze wordt belemmerd.
|
||||
|
||||
**3.** Indien niet binnen vier weken toepassing is gegeven aan het eerste lid is voor de concentratie geen vergunning vereist. De in de vorige volzin bedoelde termijn vangt aan met ingang van de eerstvolgende dag na ontvangst van de melding die niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is in de zin van de Algemene termijnenwet.
|
||||
|
||||
**4.** Door de mededeling van de directeur-generaal dat voor een concentratie geen vergunning is vereist, houdt het in artikel 34 vervatte verbod met betrekking tot die concentratie op te gelden.
|
||||
**4.** Door de mededeling van de raad dat voor een concentratie geen vergunning is vereist, houdt het in artikel 34 vervatte verbod met betrekking tot die concentratie op te gelden.
|
||||
|
||||
**5.** Van een mededeling van de directeur-generaal als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan in de *Staatscourant*.
|
||||
**5.** Van een mededeling van de raad als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan in de *Staatscourant*.
|
||||
|
||||
### Artikel 38
|
||||
|
||||
De in de artikelen 34 en 37, eerste en derde lid, genoemde termijn van vier weken wordt opgeschort met ingang van de dag waarop de directeur-generaal op grond van artikel 35, tweede lid, aanvulling van de melding verlangt tot de dag waarop die aanvulling is gegeven.
|
||||
De in de artikelen 34 en 37, eerste en derde lid, genoemde termijn van vier weken wordt opgeschort met ingang van de dag waarop de raad op grond van artikel 35, tweede lid, aanvulling van de melding verlangt tot de dag waarop die aanvulling is gegeven.
|
||||
|
||||
### Artikel 39
|
||||
|
||||
**1.** Artikel 34 geldt niet in geval van een openbaar overname of ruilaanbod gericht op het verkrijgen van een deelname in het kapitaal van een onderneming, mits daarvan onverwijld aan de directeur-generaal melding wordt gedaan, en de verkrijger de aan de deelname in het kapitaal verbonden stemrechten niet uitoefent.
|
||||
**1.** Artikel 34 geldt niet in geval van een openbaar overname of ruilaanbod gericht op het verkrijgen van een deelname in het kapitaal van een onderneming, mits daarvan onverwijld aan de raad melding wordt gedaan, en de verkrijger de aan de deelname in het kapitaal verbonden stemrechten niet uitoefent.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Indien de directeur-generaal ter zake van een melding als bedoeld in het eerste lid mededeelt dat op grond van artikel 37, eerste lid, een vergunning is vereist, dient de concentratie:
|
||||
Indien de raad ter zake van een melding als bedoeld in het eerste lid mededeelt dat op grond van artikel 37, eerste lid, een vergunning is vereist, dient de concentratie:
|
||||
|
||||
a. indien niet binnen vier weken na die mededeling een vergunning is aangevraagd, dan wel de aanvraag om een vergunning wordt ingetrokken of de vergunning wordt geweigerd, binnen dertien weken ongedaan te worden gemaakt;
|
||||
b. indien de vergunning onder beperkingen wordt verleend of daaraan voorschriften worden verbonden, binnen dertien weken na de verlening daarmee in overeenstemming te worden gebracht.
|
||||
|
||||
**3.** De directeur-generaal kan, op verzoek van degene die een melding heeft gedaan als bedoeld in het eerste lid, bepalen dat, in afwijking van het eerste lid, de in dat lid bedoelde stemrechten mogen worden uitgeoefend om de volle waarde van diens belegging te handhaven.
|
||||
**3.** De raad kan, op verzoek van degene die een melding heeft gedaan als bedoeld in het eerste lid, bepalen dat, in afwijking van het eerste lid, de in dat lid bedoelde stemrechten mogen worden uitgeoefend om de volle waarde van diens belegging te handhaven.
|
||||
|
||||
### Artikel 40
|
||||
|
||||
**1.** De directeur-generaal kan om gewichtige redenen op verzoek van degene die een melding heeft gedaan, ontheffing verlenen van het in artikel 34 gestelde verbod.
|
||||
**1.** De raad kan om gewichtige redenen op verzoek van degene die een melding heeft gedaan, ontheffing verlenen van het in artikel 34 gestelde verbod.
|
||||
|
||||
**2.** Een ontheffing kan onder beperkingen worden verleend; aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Indien de directeur-generaal na het verlenen van een ontheffing als bedoeld in het eerste lid ter zake van de betrokken melding mededeelt dat op grond van artikel 37, eerste lid, een vergunning is vereist, en de concentratie tot stand is gebracht voor de mededeling daarvan, dient de concentratie:
|
||||
Indien de raad na het verlenen van een ontheffing als bedoeld in het eerste lid ter zake van de betrokken melding mededeelt dat op grond van artikel 37, eerste lid, een vergunning is vereist, en de concentratie tot stand is gebracht voor de mededeling daarvan, dient de concentratie:
|
||||
|
||||
a. indien niet binnen vier weken na die mededeling een vergunning is aangevraagd, dan wel de aanvraag om een vergunning wordt ingetrokken of de vergunning wordt geweigerd, binnen dertien weken ongedaan te worden gemaakt;
|
||||
b. indien de vergunning onder beperkingen wordt verleend of daaraan voorschriften worden verbonden, binnen dertien weken na de verlening daarmee in overeenstemming te worden gebracht.
|
||||
|
|
@ -439,25 +543,25 @@ b. indien de vergunning onder beperkingen wordt verleend of daaraan voorschrifte
|
|||
|
||||
### Artikel 42
|
||||
|
||||
**1.** Een aanvraag om vergunning wordt ingediend bij de directeur-generaal.
|
||||
**1.** Een aanvraag om vergunning wordt ingediend bij de raad.
|
||||
|
||||
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald welke gegevens bij een aanvraag dienen te worden verstrekt.
|
||||
|
||||
**3.** Door een onderneming bij de aanvraag verstrekte gegevens die door die onderneming als vertrouwelijk zijn aangemerkt, worden niet eerder openbaar gemaakt dan nadat een week is verstreken na de bekendmaking van de daartoe strekkende beschikking van de directeur-generaal.
|
||||
**3.** Door een onderneming bij de aanvraag verstrekte gegevens die door die onderneming als vertrouwelijk zijn aangemerkt, worden niet eerder openbaar gemaakt dan nadat een week is verstreken na de bekendmaking van de daartoe strekkende beschikking van de raad.
|
||||
|
||||
**4.** Indien met betrekking tot de in het derde lid bedoelde beschikking van de directeur-generaal een verzoek om een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht is gedaan, wordt de termijn, genoemd in artikel 44, eerste lid, opgeschort tot de dag waarop de schriftelijke uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank, bedoeld in artikel 93, eerste lid, is bekendgemaakt.
|
||||
**4.** Indien met betrekking tot de in het derde lid bedoelde beschikking van de raad een verzoek om een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht is gedaan, wordt de termijn, genoemd in artikel 44, eerste lid, opgeschort tot de dag waarop de schriftelijke uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank, bedoeld in artikel 93, eerste lid, is bekendgemaakt.
|
||||
|
||||
**5.** Van een ontvangen aanvraag wordt door de directeur-generaal zo spoedig mogelijk mededeling gedaan in de *Staatscourant*.
|
||||
**5.** Van een ontvangen aanvraag wordt door de raad zo spoedig mogelijk mededeling gedaan in de *Staatscourant*.
|
||||
|
||||
### Artikel 43
|
||||
|
||||
Een onderneming verstrekt desgevraagd aan de directeur-generaal de inlichtingen omtrent bedrijfsgegevens van die onderneming, die voor de beoordeling van een aanvraag om een vergunning redelijkerwijs nodig zijn.
|
||||
Een onderneming verstrekt desgevraagd aan de raad de inlichtingen omtrent bedrijfsgegevens van die onderneming, die voor de beoordeling van een aanvraag om een vergunning redelijkerwijs nodig zijn.
|
||||
|
||||
### Artikel 44
|
||||
|
||||
**1.** De directeur-generaal geeft zijn beschikking op de aanvraag binnen dertien weken na ontvangst van die aanvraag. Het niet binnen dertien weken geven van een beschikking wordt gelijkgesteld met het verlenen van een vergunning.
|
||||
**1.** De raad geeft zijn beschikking op de aanvraag binnen dertien weken na ontvangst van die aanvraag. Het niet binnen dertien weken geven van een beschikking wordt gelijkgesteld met het verlenen van een vergunning.
|
||||
|
||||
**2.** Indien een aanvraag is ingediend voordat blijkens een mededeling van de directeur-generaal voor de desbetreffende concentratie een vergunning is vereist, wordt deze niet in behandeling genomen alvorens die mededeling is bekendgemaakt. De in het eerste lid genoemde termijn vangt aan op het moment van die bekendmaking.
|
||||
**2.** Indien een aanvraag is ingediend voordat blijkens een mededeling van de raad voor de desbetreffende concentratie een vergunning is vereist, wordt deze niet in behandeling genomen alvorens die mededeling is bekendgemaakt. De in het eerste lid genoemde termijn vangt aan op het moment van die bekendmaking.
|
||||
|
||||
**3.** De beschikking wordt, nadat zij is bekendgemaakt, ter inzage gelegd bij de mededingingsautoriteit. Gegevens die ingevolge artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur niet voor verstrekking in aanmerking komen, worden niet ter inzage gelegd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -465,11 +569,11 @@ Een onderneming verstrekt desgevraagd aan de directeur-generaal de inlichtingen
|
|||
|
||||
### Artikel 45
|
||||
|
||||
De directeur-generaal kan een vergunning intrekken indien de verstrekte gegevens zodanig onjuist waren dat op de aanvraag anders zou zijn beslist als de juiste gegevens wel bekend zouden zijn geweest.
|
||||
De raad kan een vergunning intrekken indien de verstrekte gegevens zodanig onjuist waren dat op de aanvraag anders zou zijn beslist als de juiste gegevens wel bekend zouden zijn geweest.
|
||||
|
||||
### Artikel 46
|
||||
|
||||
**1.** De directeur-generaal kan om gewichtige redenen op verzoek van degene die een vergunning heeft aangevraagd, ontheffing verlenen van het in artikel 41, eerste lid, gestelde verbod tot op die aanvraag onherroepelijk is beslist.
|
||||
**1.** De raad kan om gewichtige redenen op verzoek van degene die een vergunning heeft aangevraagd, ontheffing verlenen van het in artikel 41, eerste lid, gestelde verbod tot op die aanvraag onherroepelijk is beslist.
|
||||
|
||||
**2.** Een ontheffing kan onder beperkingen worden verleend; aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -479,11 +583,11 @@ De directeur-generaal kan een vergunning intrekken indien de verstrekte gegevens
|
|||
|
||||
### Artikel 47
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister kan, nadat de directeur-generaal een vergunning voor het tot stand brengen van een concentratie heeft geweigerd, op een daartoe strekkende aanvraag besluiten die vergunning te verlenen indien naar zijn oordeel gewichtige redenen van algemeen belang die zwaarder wegen dan de te verwachten belemmering van de mededinging, daartoe nopen.
|
||||
**1.** Onze Minister kan, nadat de raad een vergunning voor het tot stand brengen van een concentratie heeft geweigerd, op een daartoe strekkende aanvraag besluiten die vergunning te verlenen indien naar zijn oordeel gewichtige redenen van algemeen belang die zwaarder wegen dan de te verwachten belemmering van de mededinging, daartoe nopen.
|
||||
|
||||
**2.** Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid kan worden gedaan tot vier weken nadat de beschikking van de directeur-generaal om een vergunning te weigeren onherroepelijk is geworden.
|
||||
**2.** Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid kan worden gedaan tot vier weken nadat de beschikking van de raad om een vergunning te weigeren onherroepelijk is geworden.
|
||||
|
||||
**3.** Indien een aanvraag als bedoeld in het eerste lid is gedaan wordt de behandeling van beroepschriften inzake de beschikking van de directeur-generaal opgeschort, totdat op die aanvraag onherroepelijk is beslist.
|
||||
**3.** Indien een aanvraag als bedoeld in het eerste lid is gedaan wordt de behandeling van beroepschriften inzake de beschikking van de raad opgeschort, totdat op die aanvraag onherroepelijk is beslist.
|
||||
|
||||
### Artikel 48
|
||||
|
||||
|
|
@ -501,9 +605,9 @@ Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald welke gegevens bij een tot
|
|||
|
||||
### Artikel 50
|
||||
|
||||
**1.** Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast de bij besluit van de directeur-generaal aangewezen ambtenaren van de mededingingsautoriteit.
|
||||
**1.** Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast de bij besluit van de raad aangewezen ambtenaren van de mededingingsautoriteit.
|
||||
|
||||
**2.** De krachtens het eerste lid aangewezen ambtenaren beschikken met het oog op de toepassing van de bevoegdheid van de directeur-generaal, bedoeld in artikel 9, eerste lid, artikel 13, tweede lid, artikel 15, tweede lid, en artikel 89a, eerste lid, over de bevoegdheden, die hun zijn toegekend ter uitoefening van het toezicht.
|
||||
**2.** De krachtens het eerste lid aangewezen ambtenaren beschikken met het oog op de toepassing van de bevoegdheid van de raad, bedoeld in artikel 9, eerste lid, artikel 13, tweede lid, artikel 15, tweede lid, en artikel 89a, eerste lid, over de bevoegdheden, die hun zijn toegekend ter uitoefening van het toezicht.
|
||||
|
||||
**3.** Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de *Staatscourant*.
|
||||
|
||||
|
|
@ -527,6 +631,10 @@ Indien de in artikel 52, eerste lid, bedoelde ambtenaren een redelijk vermoeden
|
|||
|
||||
De in artikel 52, eerste lid, bedoelde ambtenaren zijn bevoegd om bedrijfsruimten en voorwerpen te verzegelen gedurende de tijd gelegen tussen 18.00 en 8.00 uur, voor zover dat voor de uitoefening van de in artikel 5:17 van de Algemene wet bestuursrecht bedoelde bevoegdheden redelijkerwijs noodzakelijk is.
|
||||
|
||||
### Artikel 54a
|
||||
|
||||
De werkzaamheden in verband met de uitvoering van de artikelen 60, 61, 62, 78 en 79 worden verricht door personen die niet betrokken zijn geweest bij de opstelling van het in artikel 59, eerste lid, onderscheidenlijk 77, eerste lid, bedoelde rapport en het daaraan voorafgaande onderzoek.
|
||||
|
||||
### Artikel 55
|
||||
|
||||
De in artikel 52, eerste lid, bedoelde ambtenaren oefenen de hun in artikel 5:17 van de Algemene wet bestuursrecht toegekende bevoegdheid zo nodig uit met behulp van de sterke arm.
|
||||
|
|
@ -539,30 +647,30 @@ De in artikel 52, eerste lid, bedoelde ambtenaren oefenen de hun in artikel 5:17
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Ingeval van overtreding van artikel 6, eerste lid, of van artikel 24, eerste lid, kan de directeur-generaal de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie de overtreding kan worden toegerekend:
|
||||
Ingeval van overtreding van artikel 6, eerste lid, of van artikel 24, eerste lid, kan de raad de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie de overtreding kan worden toegerekend:
|
||||
|
||||
a. een boete opleggen;
|
||||
b. een last onder dwangsom opleggen.
|
||||
|
||||
**2.** Een boete en een last onder dwangsom kunnen te zamen worden opgelegd.
|
||||
|
||||
**3.** De directeur-generaal legt geen boete op indien de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie de overtreding kan worden toegerekend aannemelijk maakt dat hem van de overtreding geen verwijt kan worden gemaakt.
|
||||
**3.** De raad legt geen boete op indien de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie de overtreding kan worden toegerekend aannemelijk maakt dat hem van de overtreding geen verwijt kan worden gemaakt.
|
||||
|
||||
**4.** Een bestuurder van een rechtspersoon wordt niet beschouwd als een natuurlijke persoon als bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 57
|
||||
|
||||
**1.** De in artikel 56, eerste lid, onder *a*, bedoelde boete bedraagt ten hoogste € 450 000, of, indien dat meer is, 10% van de omzet van de onderneming dan wel, indien de overtreding door een ondernemersvereniging is begaan, van de gezamenlijke omzet van de daarvan deel uitmakende ondernemingen, in het boekjaar voorafgaande aan de beschikking.
|
||||
**1.** De in artikel 56, eerste lid, onder a, bedoelde boete bedraagt ten hoogste € 450 000, of, indien dat meer is, 10% van de omzet van de onderneming dan wel, indien de overtreding door een ondernemersvereniging is begaan, van de gezamenlijke omzet van de daarvan deel uitmakende ondernemingen, in het boekjaar voorafgaande aan de beschikking.
|
||||
|
||||
**2.** Bij de vaststelling van de hoogte van de boete houdt de directeur-generaal in ieder geval rekening met de ernst en de duur van de overtreding.
|
||||
**2.** Bij de vaststelling van de hoogte van de boete houdt de raad in ieder geval rekening met de ernst en de duur van de overtreding.
|
||||
|
||||
**3.** De berekening van de omzet, bedoeld in het eerste lid, geschiedt op de voet van het bepaalde in artikel 377, zesde lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek voor de netto-omzet.
|
||||
|
||||
### Artikel 58
|
||||
|
||||
**1.** Een last onder dwangsom als bedoeld in artikel 56, eerste lid, onder *b*, strekt ertoe de overtreding ongedaan te maken of verdere overtreding dan wel herhaling van de overtreding te voorkomen. Aan een last kunnen voorschriften worden verbonden inzake het verstrekken van gegevens aan de directeur-generaal.
|
||||
**1.** Een last onder dwangsom als bedoeld in artikel 56, eerste lid, onder b, strekt ertoe de overtreding ongedaan te maken of verdere overtreding dan wel herhaling van de overtreding te voorkomen. Aan een last kunnen voorschriften worden verbonden inzake het verstrekken van gegevens aan de raad.
|
||||
|
||||
**2.** Een last geldt voor een door de directeur-generaal te bepalen termijn van ten hoogste twee jaren.
|
||||
**2.** Een last geldt voor een door de raad te bepalen termijn van ten hoogste twee jaren.
|
||||
|
||||
**3.** De artikelen 5:32, vierde en vijfde lid, 5:33, 5:34, eerste lid, en 5:35 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -570,7 +678,7 @@ b. een last onder dwangsom opleggen.
|
|||
|
||||
### Artikel 59
|
||||
|
||||
**1.** Indien de directeur-generaal na afloop van het onderzoek een redelijk vermoeden heeft dat een overtreding als bedoeld in artikel 56, eerste lid, is begaan en dat daarvoor een boete of een last onder dwangsom dient te worden opgelegd, doet hij een rapport opmaken.
|
||||
**1.** Indien de raad na afloop van het onderzoek een redelijk vermoeden heeft dat een overtreding als bedoeld in artikel 56, eerste lid, is begaan en dat daarvoor een boete of een last onder dwangsom dient te worden opgelegd, doet hij een rapport opmaken.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -584,7 +692,7 @@ e. het overtreden wettelijk voorschrift.
|
|||
|
||||
**3.** Een afschrift van het rapport wordt toegezonden aan de in het tweede lid, onder *c*, bedoelde onderneming of ondernemersvereniging.
|
||||
|
||||
**4.** Op verzoek van de belanghebbende die het rapport wegens zijn gebrekkige kennis van de Nederlandse taal onvoldoende begrijpt, draagt de directeur-generaal er zoveel mogelijk zorg voor dat de inhoud van het rapport aan de betrokkene wordt meegedeeld in een voor hem begrijpelijke taal.
|
||||
**4.** Op verzoek van de belanghebbende die het rapport wegens zijn gebrekkige kennis van de Nederlandse taal onvoldoende begrijpt, draagt de raad er zoveel mogelijk zorg voor dat de inhoud van het rapport aan de betrokkene wordt meegedeeld in een voor hem begrijpelijke taal.
|
||||
|
||||
### Artikel 60
|
||||
|
||||
|
|
@ -592,9 +700,9 @@ e. het overtreden wettelijk voorschrift.
|
|||
|
||||
**2.** Het rapport en alle verder op de zaak betrekking hebbende stukken worden gedurende een periode van ten minste vier weken voor belanghebbenden ter inzage gelegd. Bij de in het eerste lid bedoelde oproeping wordt vermeld waar en wanneer de stukken ter inzage zullen liggen.
|
||||
|
||||
**3.** De artikelen 3:11, tweede en derde lid, en 3:13, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zijn van toepassing.
|
||||
**3.** De artikelen 3:11, tweede en derde lid, en 3:16, van de Algemene wet bestuursrecht zijn van toepassing.
|
||||
|
||||
**4.** Indien een onderneming of ondernemersvereniging als bedoeld in artikel 59, tweede lid, onder *c*, haar zienswijze mondeling naar voren brengt, draagt de directeur-generaal er op verzoek van degene die de Nederlandse taal onvoldoende begrijpt, zorg voor dat een tolk wordt benoemd die de betrokkene bij het horen kan bijstaan, tenzij redelijkerwijs kan worden aangenomen dat daaraan geen behoefte bestaat.
|
||||
**4.** Indien een onderneming of ondernemersvereniging als bedoeld in artikel 59, tweede lid, onder c, haar zienswijze mondeling naar voren brengt, draagt de raad er op verzoek van degene die de Nederlandse taal onvoldoende begrijpt, zorg voor dat een tolk wordt benoemd die de betrokkene bij het horen kan bijstaan, tenzij redelijkerwijs kan worden aangenomen dat daaraan geen behoefte bestaat.
|
||||
|
||||
### Artikel 61
|
||||
|
||||
|
|
@ -606,7 +714,7 @@ e. het overtreden wettelijk voorschrift.
|
|||
|
||||
### Artikel 62
|
||||
|
||||
**1.** De directeur-generaal beslist bij beschikking omtrent het opleggen van een boete of een last onder dwangsom.
|
||||
**1.** De raad beslist bij beschikking omtrent het opleggen van een boete of een last onder dwangsom.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -617,13 +725,13 @@ b. indien een last wordt opgelegd: de inhoud van de last en de termijn waarvoor
|
|||
c. de overtreding ter zake waarvan de boete of last wordt opgelegd, alsmede het overtreden wettelijk voorschrift;
|
||||
d. de in artikel 59, tweede lid, bedoelde gegevens.
|
||||
|
||||
**3.** Op verzoek van degene tot wie de beschikking is gericht, die de beschikking wegens zijn gebrekkige kennis van de Nederlandse taal onvoldoende begrijpt, draagt de directeur-generaal er zoveel mogelijk zorg voor dat de in die beschikking vermelde informatie aan hem wordt meegedeeld in een voor hem begrijpelijke taal.
|
||||
**3.** Op verzoek van degene tot wie de beschikking is gericht, die de beschikking wegens zijn gebrekkige kennis van de Nederlandse taal onvoldoende begrijpt, draagt de raad er zoveel mogelijk zorg voor dat de in die beschikking vermelde informatie aan hem wordt meegedeeld in een voor hem begrijpelijke taal.
|
||||
|
||||
### Artikel 63
|
||||
|
||||
**1.** De werking van een beschikking als bedoeld in artikel 62, eerste lid, wordt opgeschort totdat de beroepstermijn is verstreken of, indien beroep is ingesteld, op het beroep is beslist.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid geldt niet voor zover in de beschikking een last onder dwangsom is opgelegd, en de directeur-generaal zulks in de beschikking uitdrukkelijk heeft bepaald.
|
||||
**2.** Het eerste lid geldt niet voor zover in de beschikking een last onder dwangsom is opgelegd, en de raad zulks in de beschikking uitdrukkelijk heeft bepaald.
|
||||
|
||||
### Artikel 64
|
||||
|
||||
|
|
@ -639,9 +747,9 @@ De bevoegdheid tot het opleggen van een boete of een last onder dwangsom als bed
|
|||
|
||||
### Artikel 66
|
||||
|
||||
**1.** De directeur-generaal kan een last onder dwangsom wijzigen of intrekken.
|
||||
**1.** De raad kan een last onder dwangsom wijzigen of intrekken.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van afdeling 4.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht stelt de directeur-generaal, alvorens toepassing te geven aan het eerste lid, belanghebbenden in de gelegenheid schriftelijk of mondeling hun zienswijze kenbaar te maken.
|
||||
**2.** In afwijking van afdeling 4.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht stelt de raad, alvorens toepassing te geven aan het eerste lid, belanghebbenden in de gelegenheid schriftelijk of mondeling hun zienswijze kenbaar te maken.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 5. Invordering van de boete
|
||||
|
||||
|
|
@ -655,7 +763,7 @@ De bevoegdheid tot het opleggen van een boete of een last onder dwangsom als bed
|
|||
|
||||
### Artikel 68
|
||||
|
||||
**1.** Bij gebreke van betaling binnen de in artikel 67, derde lid, bedoelde termijn van twee weken kan de directeur-generaal de verschuldigde boete, verhoogd met de krachtens artikel 67, tweede lid, verschuldigde rente en de op de aanmaning en invordering betrekking hebbende kosten, invorderen bij dwangbevel.
|
||||
**1.** Bij gebreke van betaling binnen de in artikel 67, derde lid, bedoelde termijn van twee weken kan de raad de verschuldigde boete, verhoogd met de krachtens artikel 67, tweede lid, verschuldigde rente en de op de aanmaning en invordering betrekking hebbende kosten, invorderen bij dwangbevel.
|
||||
|
||||
**2.** Het dwangbevel wordt op kosten van degene die de boete is verschuldigd bij deurwaardersexploit betekend en levert een executoriale titel op in de zin van het Tweede Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
|
||||
|
||||
|
|
@ -669,9 +777,9 @@ De bevoegdheid tot het opleggen van een boete of een last onder dwangsom als bed
|
|||
|
||||
### Artikel 69
|
||||
|
||||
**1.** De directeur-generaal kan degene die jegens de in artikel 50, eerste lid, artikel 52, eerste lid, of artikel 89g, eerste lid, bedoelde ambtenaren in strijd handelt met artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, een boete opleggen van ten hoogste € 450 000,- of, indien het een onderneming of een ondernemersvereniging betreft en indien dat meer is, van ten hoogste 1% van de omzet van de onderneming, onderscheidenlijk van de gezamenlijke omzet van de ondernemingen die van de vereniging deel uitmaken, in het boekjaar voorafgaande aan de beschikking.
|
||||
**1.** De raad kan degene die jegens de in artikel 50, eerste lid, artikel 52, eerste lid, of artikel 89g, eerste lid, bedoelde ambtenaren in strijd handelt met artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, een boete opleggen van ten hoogste € 450 000,- of, indien het een onderneming of een ondernemersvereniging betreft en indien dat meer is, van ten hoogste 1% van de omzet van de onderneming, onderscheidenlijk van de gezamenlijke omzet van de ondernemingen die van de vereniging deel uitmaken, in het boekjaar voorafgaande aan de beschikking.
|
||||
|
||||
**2.** De directeur-generaal legt geen boete op indien de belanghebbende aannemelijk maakt dat hem van de overtreding geen verwijt kan worden gemaakt.
|
||||
**2.** De raad legt geen boete op indien de belanghebbende aannemelijk maakt dat hem van de overtreding geen verwijt kan worden gemaakt.
|
||||
|
||||
**3.** Artikel 184 van het Wetboek van Strafrecht is niet van toepassing op de in het eerste lid bedoelde overtreding.
|
||||
|
||||
|
|
@ -679,7 +787,7 @@ De bevoegdheid tot het opleggen van een boete of een last onder dwangsom als bed
|
|||
|
||||
### Artikel 70
|
||||
|
||||
**1.** Ingeval de in artikel 69, eerste lid, bedoelde overtreding een weigering inhoudt medewerking te verlenen aan de toepassing van artikel 5:17, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan de directeur-generaal een last onder dwangsom opleggen om inzage te verlenen in in die last aangegeven zakelijke gegevens en bescheiden.
|
||||
**1.** Ingeval de in artikel 69, eerste lid, bedoelde overtreding een weigering inhoudt medewerking te verlenen aan de toepassing van artikel 5:17, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan de raad een last onder dwangsom opleggen om inzage te verlenen in in die last aangegeven zakelijke gegevens en bescheiden.
|
||||
|
||||
**2.** Een boete als bedoeld in artikel 69, eerste lid, en een last als bedoeld in het eerste lid van dit artikel, kunnen te zamen worden opgelegd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -691,14 +799,14 @@ De bevoegdheid tot het opleggen van een boete of een last onder dwangsom als bed
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De directeur-generaal kan ingeval van overtreding van artikel 25b, eerste, tweede of derde lid, of van artikel 25e, eerste volzin, de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie de overtreding kan worden toegerekend:
|
||||
De raad kan ingeval van overtreding van artikel 25b, eerste, tweede of derde lid, of van artikel 25e, eerste volzin, de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie de overtreding kan worden toegerekend:
|
||||
|
||||
a. een boete opleggen van ten hoogste € 22 500;
|
||||
b. een last onder dwangsom opleggen, die ertoe strekt de overtreding ongedaan te maken of verdere overtreding dan wel herhaling van de overtreding te voorkomen.
|
||||
|
||||
**2.** Een boete en een last onder dwangsom kunnen tezamen worden opgelegd.
|
||||
|
||||
**3.** De directeur-generaal legt geen boete op indien de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie de overtreding kan worden toegerekend aannemelijk maakt dat hem van de overtreding geen verwijt kan worden gemaakt.
|
||||
**3.** De raad legt geen boete op indien de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie de overtreding kan worden toegerekend aannemelijk maakt dat hem van de overtreding geen verwijt kan worden gemaakt.
|
||||
|
||||
**4.** De artikelen 5:32, vierde en vijfde lid, 5:33, 5:34, eerste lid, en 5:35 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van toepassing op de in het eerste lid, onder b, bedoelde last.
|
||||
|
||||
|
|
@ -706,21 +814,21 @@ b. een last onder dwangsom opleggen, die ertoe strekt de overtreding ongedaan te
|
|||
|
||||
### Artikel 71
|
||||
|
||||
Indien op grond van artikel 40, tweede lid, of van artikel 46, tweede lid, aan een ontheffing als in het desbetreffende artikel bedoeld verbonden voorschriften niet worden nageleefd, kan de directeur-generaal de natuurlijke persoon of rechtspersoon, aan wie die overtreding kan worden toegerekend, een boete opleggen van ten hoogste € 4 500.
|
||||
Indien op grond van artikel 40, tweede lid, of van artikel 46, tweede lid, aan een ontheffing als in het desbetreffende artikel bedoeld verbonden voorschriften niet worden nageleefd, kan de raad de natuurlijke persoon of rechtspersoon, aan wie die overtreding kan worden toegerekend, een boete opleggen van ten hoogste € 4 500.
|
||||
|
||||
### Artikel 72
|
||||
|
||||
De directeur-generaal kan degene, die in strijd handelt met artikel 43, een boete opleggen van ten hoogste € 4 500.
|
||||
De raad kan degene, die in strijd handelt met artikel 43, een boete opleggen van ten hoogste € 4 500.
|
||||
|
||||
### Artikel 73
|
||||
|
||||
De directeur-generaal kan degene die onjuiste of onvolledige gegevens verstrekt bij een melding van een concentratie op grond van artikel 34 of bij een aanvraag om een vergunning voor het tot stand brengen van een concentratie als bedoeld in artikel 41, eerste lid, een boete opleggen van ten hoogste € 22 500.
|
||||
De raad kan degene die onjuiste of onvolledige gegevens verstrekt bij een melding van een concentratie op grond van artikel 34 of bij een aanvraag om een vergunning voor het tot stand brengen van een concentratie als bedoeld in artikel 41, eerste lid, een boete opleggen van ten hoogste € 22 500.
|
||||
|
||||
### Artikel 74
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De directeur-generaal kan ingeval van overtreding van:
|
||||
De raad kan ingeval van overtreding van:
|
||||
|
||||
1°. artikel 34,
|
||||
2°. artikel 39, tweede lid, onder *a* of *b*,
|
||||
|
|
@ -739,7 +847,7 @@ b. een last onder dwangsom opleggen, die ertoe strekt de overtreding ongedaan te
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Indien op grond van artikel 41, vierde lid, aan een vergunning verbonden voorschriften niet worden nageleefd, kan de directeur-generaal de natuurlijke persoon of rechtspersoon, aan wie deze overtreding kan worden toegerekend,
|
||||
Indien op grond van artikel 41, vierde lid, aan een vergunning verbonden voorschriften niet worden nageleefd, kan de raad de natuurlijke persoon of rechtspersoon, aan wie deze overtreding kan worden toegerekend,
|
||||
|
||||
a. een boete opleggen van ten hoogste € 22 500;
|
||||
b. een last onder dwangsom opleggen die ertoe strekt alsnog de desbetreffende voorschriften te doen naleven.
|
||||
|
|
@ -770,19 +878,19 @@ e. het overtreden wettelijk voorschrift.
|
|||
|
||||
**3.** Een afschrift van het rapport wordt toegezonden aan de in het tweede lid, onder *c*, bedoelde persoon.
|
||||
|
||||
**4.** Op verzoek van de belanghebbende die het rapport wegens zijn gebrekkige kennis van de Nederlandse taal onvoldoende begrijpt, draagt de directeur-generaal er zoveel mogelijk zorg voor dat de inhoud van het rapport aan de betrokkene wordt meegedeeld in een voor hem begrijpelijke taal.
|
||||
**4.** Op verzoek van de belanghebbende die het rapport wegens zijn gebrekkige kennis van de Nederlandse taal onvoldoende begrijpt, draagt de raad er zoveel mogelijk zorg voor dat de inhoud van het rapport aan de betrokkene wordt meegedeeld in een voor hem begrijpelijke taal.
|
||||
|
||||
### Artikel 78
|
||||
|
||||
**1.** In afwijking van afdeling 4.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht worden de belanghebbenden schriftelijk opgeroepen om naar keuze schriftelijk of mondeling hun zienswijze naar voren te brengen omtrent het in artikel 77, eerste lid, bedoelde rapport.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de directeur-generaal voornemens is een last onder dwangsom op te leggen, stelt hij belanghebbenden tevens in de gelegenheid schriftelijk of mondeling hun zienswijze kenbaar te maken over de voorgenomen last.
|
||||
**2.** Indien de raad voornemens is een last onder dwangsom op te leggen, stelt hij belanghebbenden tevens in de gelegenheid schriftelijk of mondeling hun zienswijze kenbaar te maken over de voorgenomen last.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de belanghebbende zijn zienswijze mondeling naar voren brengt, draagt de directeur-generaal er op verzoek van de belanghebbende die de Nederlandse taal onvoldoende begrijpt, zorg voor dat een tolk wordt benoemd die de belanghebbende kan bijstaan, tenzij redelijkerwijs kan worden aangenomen dat daaraan geen behoefte bestaat.
|
||||
**3.** Indien de belanghebbende zijn zienswijze mondeling naar voren brengt, draagt de raad er op verzoek van de belanghebbende die de Nederlandse taal onvoldoende begrijpt, zorg voor dat een tolk wordt benoemd die de belanghebbende kan bijstaan, tenzij redelijkerwijs kan worden aangenomen dat daaraan geen behoefte bestaat.
|
||||
|
||||
### Artikel 79
|
||||
|
||||
**1.** Een boete als bedoeld in de artikelen 69, eerste lid, 70a, eerste lid, onder a, 71, 72, 73, 74, eerste lid, onder *a*, en 75, eerste lid, onder *a*, en een last als bedoeld in de artikelen 70, eerste lid, 70a, eerste lid, onder b, artikel 74, eerste lid, onder *b*, en artikel 75, eerste lid, onder *b*, wordt opgelegd bij beschikking van de directeur-generaal.
|
||||
**1.** Een boete als bedoeld in de artikelen 69, eerste lid, 70a, eerste lid, onder a, 71, 72, 73, 74, eerste lid, onder *a*, en 75, eerste lid, onder *a*, en een last als bedoeld in de artikelen 70, eerste lid, 70a, eerste lid, onder b, artikel 74, eerste lid, onder *b*, en artikel 75, eerste lid, onder *b*, wordt opgelegd bij beschikking van de raad.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -792,7 +900,7 @@ a. indien een boete wordt opgelegd: de te betalen geldsom, alsmede een toelichti
|
|||
b. indien een last wordt opgelegd: de inhoud van de last en de termijn waarvoor deze geldt;
|
||||
c. de in artikel 77, tweede lid, bedoelde gegevens.
|
||||
|
||||
**3.** Op verzoek van degene tot wie de beschikking is gericht, die de beschikking wegens zijn gebrekkige kennis van de Nederlandse taal onvoldoende begrijpt, draagt de directeur-generaal er zoveel mogelijk zorg voor dat de in die beschikking vermelde informatie aan de betrokkene wordt meegedeeld in een voor hem begrijpelijke taal.
|
||||
**3.** Op verzoek van degene tot wie de beschikking is gericht, die de beschikking wegens zijn gebrekkige kennis van de Nederlandse taal onvoldoende begrijpt, draagt de raad er zoveel mogelijk zorg voor dat de in die beschikking vermelde informatie aan de betrokkene wordt meegedeeld in een voor hem begrijpelijke taal.
|
||||
|
||||
**4.** De beschikking dient te worden gegeven binnen dertien weken nadat een rapport als bedoeld in artikel 77, eerste lid, is opgemaakt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -800,7 +908,7 @@ c. de in artikel 77, tweede lid, bedoelde gegevens.
|
|||
|
||||
**1.** De werking van een beschikking als bedoeld in artikel 79, eerste lid, wordt opgeschort totdat de beroepstermijn is verstreken of, indien beroep is ingesteld, op het beroep is beslist.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid geldt niet voorzover in de beschikking een last onder dwangsom is opgelegd, en de directeur-generaal zulks in de beschikking uitdrukkelijk heeft bepaald.
|
||||
**2.** Het eerste lid geldt niet voorzover in de beschikking een last onder dwangsom is opgelegd, en de raad zulks in de beschikking uitdrukkelijk heeft bepaald.
|
||||
|
||||
### Artikel 81
|
||||
|
||||
|
|
@ -818,7 +926,7 @@ De bevoegdheid tot het opleggen van een boete of een last onder dwangsom als bed
|
|||
|
||||
### Artikel 83
|
||||
|
||||
**1.** De directeur-generaal kan een voorlopige last onder dwangsom opleggen, indien naar zijn voorlopig oordeel aannemelijk is dat artikel 6, eerste lid, of artikel 24, eerste lid, is overtreden, en onverwijlde spoed, gelet op de belangen van de door de overtreding getroffen ondernemingen of het belang van instandhouding van een daadwerkelijke mededinging, dat vereist.
|
||||
**1.** De raad kan een voorlopige last onder dwangsom opleggen, indien naar zijn voorlopig oordeel aannemelijk is dat artikel 6, eerste lid, of artikel 24, eerste lid, is overtreden, en onverwijlde spoed, gelet op de belangen van de door de overtreding getroffen ondernemingen of het belang van instandhouding van een daadwerkelijke mededinging, dat vereist.
|
||||
|
||||
**2.** Een voorlopige last verplicht de natuurlijke persoon of rechtspersoon, aan wie de overtreding voorshands kan worden toegerekend, tot het verrichten of nalaten van in die last omschreven feitelijke gedragingen of rechtshandelingen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -826,15 +934,15 @@ De bevoegdheid tot het opleggen van een boete of een last onder dwangsom als bed
|
|||
|
||||
### Artikel 84
|
||||
|
||||
**1.** De directeur-generaal deelt zijn voornemen een voorlopige last op te leggen schriftelijk en met redenen omkleed mee aan de belanghebbenden.
|
||||
**1.** De raad deelt zijn voornemen een voorlopige last op te leggen schriftelijk en met redenen omkleed mee aan de belanghebbenden.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van afdeling 4.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht stelt de directeur-generaal belanghebbenden in de gelegenheid schriftelijk of mondeling hun zienswijze kenbaar te maken over het in het eerste lid bedoelde voornemen.
|
||||
**2.** In afwijking van afdeling 4.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht stelt de raad belanghebbenden in de gelegenheid schriftelijk of mondeling hun zienswijze kenbaar te maken over het in het eerste lid bedoelde voornemen.
|
||||
|
||||
### Artikel 85
|
||||
|
||||
**1.** De directeur-generaal beslist zo spoedig mogelijk bij beschikking omtrent het opleggen van een voorlopige last.
|
||||
**1.** De raad beslist zo spoedig mogelijk bij beschikking omtrent het opleggen van een voorlopige last.
|
||||
|
||||
**2.** Indien een voorlopige last wordt opgelegd, kan de directeur-generaal in zijn beschikking bepalen wanneer deze vervalt.
|
||||
**2.** Indien een voorlopige last wordt opgelegd, kan de raad in zijn beschikking bepalen wanneer deze vervalt.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -849,7 +957,7 @@ Op een beschikking omtrent een voorlopige last is artikel 65 van overeenkomstige
|
|||
|
||||
### Artikel 87
|
||||
|
||||
**1.** De directeur-generaal kan een voorlopige last opheffen of wijzigen.
|
||||
**1.** De raad kan een voorlopige last opheffen of wijzigen.
|
||||
|
||||
**2.** De artikelen 84, 85 en 86 zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -857,7 +965,7 @@ Op een beschikking omtrent een voorlopige last is artikel 65 van overeenkomstige
|
|||
|
||||
### Artikel 88
|
||||
|
||||
De directeur-generaal wordt aangemerkt als de mededingingsautoriteit voor Nederland in de zin van verordening 1/2003 en als bevoegde autoriteit in de zin van verordening 139/2004 en oefent de krachtens de verordeningen op grond van artikel 83 van het Verdrag bestaande bevoegdheid uit om de artikelen 81 en 82 van het Verdrag toe te passen, alsmede de krachtens artikel 84 van het Verdrag bestaande bevoegdheid om te beslissen over de toelaatbaarheid van mededingingsafspraken en over het misbruik maken van een machtspositie op de gemeenschappelijke markt.
|
||||
De raad wordt aangemerkt als de mededingingsautoriteit voor Nederland in de zin van verordening 1/2003 en als bevoegde autoriteit in de zin van verordening 139/2004 en oefent de krachtens de verordeningen op grond van artikel 83 van het Verdrag bestaande bevoegdheid uit om de artikelen 81 en 82 van het Verdrag toe te passen, alsmede de krachtens artikel 84 van het Verdrag bestaande bevoegdheid om te beslissen over de toelaatbaarheid van mededingingsafspraken en over het misbruik maken van een machtspositie op de gemeenschappelijke markt.
|
||||
|
||||
### Artikel 89
|
||||
|
||||
|
|
@ -865,11 +973,11 @@ Ter zake van de uitoefening van de in artikel 88 bedoelde bevoegdheden zijn de h
|
|||
|
||||
### Artikel 89a
|
||||
|
||||
**1.** De directeur-generaal oefent de krachtens artikel 29, tweede lid, van verordening 1/2003 bestaande bevoegdheid uit tot het buiten toepassing verklaren van een groepsvrijstelling.
|
||||
**1.** De raad oefent de krachtens artikel 29, tweede lid, van verordening 1/2003 bestaande bevoegdheid uit tot het buiten toepassing verklaren van een groepsvrijstelling.
|
||||
|
||||
**2.** Op de voorbereiding van de beschikking is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** Een beschikking op grond van het eerste lid treedt niet eerder in werking dan zes weken na de datum van haar terinzagelegging.
|
||||
**3.** Een beschikking op grond van het eerste lid treedt niet eerder in werking dan zes weken na de datum van haar terinzagelegging overeenkomstig artikel 3:44, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene wet bestuursrecht.
|
||||
|
||||
### Artikel 89b
|
||||
|
||||
|
|
@ -946,11 +1054,11 @@ Uitreiking of toezending geschiedt in dat geval, zodra het belang van dit doel h
|
|||
|
||||
### Artikel 89h
|
||||
|
||||
**1.** De directeur-generaal of de Commissie van de Europese Gemeenschappen kan, niet optredende als partij, bij de behandeling van een beroep bij de administratieve rechter schriftelijke opmerkingen maken ingevolge artikel 15, derde lid, eerste alinea, van verordening 1/2003, indien de directeur-generaal of de Commissie van de Europese Gemeenschappen de wens daartoe te kennen heeft gegeven. De rechter kan daarvoor een termijn bepalen. Met toestemming van de rechter kunnen zij ter zitting ook mondelinge opmerkingen maken.
|
||||
**1.** De raad of de Commissie van de Europese Gemeenschappen kan, niet optredende als partij, bij de behandeling van een beroep bij de administratieve rechter schriftelijke opmerkingen maken ingevolge artikel 15, derde lid, eerste alinea, van verordening 1/2003, indien de raad of de Commissie van de Europese Gemeenschappen de wens daartoe te kennen heeft gegeven. De rechter kan daarvoor een termijn bepalen. Met toestemming van de rechter kunnen zij ter zitting ook mondelinge opmerkingen maken.
|
||||
|
||||
**2.** Op een verzoek ingevolge artikel 15, derde lid, tweede alinea, van verordening 1/2003 verstrekt de rechter aan de directeur-generaal en de Commissie van de Europese Gemeenschappen alle in die bepaling bedoelde stukken. Partijen kunnen binnen een door de rechter te bepalen termijn hun mening geven over de te verstrekken stukken.
|
||||
**2.** Op een verzoek ingevolge artikel 15, derde lid, tweede alinea, van verordening 1/2003 verstrekt de rechter aan de raad en de Commissie van de Europese Gemeenschappen alle in die bepaling bedoelde stukken. Partijen kunnen binnen een door de rechter te bepalen termijn hun mening geven over de te verstrekken stukken.
|
||||
|
||||
**3.** Partijen kunnen binnen een door de rechter te bepalen termijn reageren op de opmerkingen van de directeur-generaal of de Commissie van de Europese Gemeenschappen. De rechter kan partijen in staat stellen op elkaars opmerkingen te reageren.
|
||||
**3.** Partijen kunnen binnen een door de rechter te bepalen termijn reageren op de opmerkingen van de raad of de Commissie van de Europese Gemeenschappen. De rechter kan partijen in staat stellen op elkaars opmerkingen te reageren.
|
||||
|
||||
### Artikel 89i
|
||||
|
||||
|
|
@ -970,13 +1078,13 @@ Ingevolge artikel 15, tweede lid, van verordening 1/2003 verstrekt de griffier o
|
|||
|
||||
### Artikel 90
|
||||
|
||||
Gegevens of inlichtingen omtrent een onderneming, welke in verband met enige werkzaamheid ten behoeve van de uitvoering van deze wet zijn verkregen, met uitzondering van inlichtingen als bedoeld in artikel 28, eerste lid, van verordening 1/2003 en artikel 17, eerste lid, van verordening 139/2004, mogen uitsluitend voor de toepassing van deze wet en de mededingingsverordeningen worden gebruikt.
|
||||
Gegevens of inlichtingen omtrent een onderneming, welke in verband met enige werkzaamheid ten behoeve van de uitvoering van deze wet zijn verkregen, met uitzondering van inlichtingen als bedoeld in artikel 28, eerste lid, van verordening 1/2003 en artikel 17, eerste lid, van verordening 139/2004, mogen uitsluitend voor de toepassing van deze wet, de mededingingsverordeningen, de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet worden gebruikt.
|
||||
|
||||
### Artikel 91
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 90 is de directeur-generaal bevoegd gegevens of inlichtingen, verkregen bij de uitoefening van de hem in deze wet opgedragen taken, te verstrekken aan:
|
||||
In afwijking van artikel 90 is de raad bevoegd gegevens of inlichtingen, verkregen bij de uitoefening van de hem in deze wet opgedragen taken, te verstrekken aan:
|
||||
|
||||
1°. een buitenlandse instelling, die op grond van nationale wettelijke regels is belast met de toepassing van mededingingsregels, voor zover die gegevens of inlichtingen van betekenis zijn of kunnen zijn voor de uitoefening van de taak van die instelling en de verstrekking ervan naar het oordeel van de directeur-generaal in het belang is van de Nederlandse economie,
|
||||
1°. een buitenlandse instelling, die op grond van nationale wettelijke regels is belast met de toepassing van mededingingsregels, voor zover die gegevens of inlichtingen van betekenis zijn of kunnen zijn voor de uitoefening van de taak van die instelling en de verstrekking ervan naar het oordeel van de raad in het belang is van de Nederlandse economie,
|
||||
2°. een bestuursorgaan dat op grond van een andere wettelijke regeling dan deze wet is belast met taken die de toepassing of mede de toepassing van bepalingen omtrent mededinging betreffen, voor zover die gegevens of inlichtingen van betekenis zijn of kunnen zijn voor de uitoefening van de genoemde taken van dat bestuursorgaan,
|
||||
|
||||
mits
|
||||
|
|
@ -990,7 +1098,7 @@ b. voldoende is gewaarborgd dat de gegevens of inlichtingen niet zullen worden g
|
|||
|
||||
**1.** Over een bezwaar tegen een beschikking als bedoeld in artikel 62, eerste lid, adviseert een commissie als bedoeld in artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht.
|
||||
|
||||
**2.** De leden van de in het eerste lid bedoelde adviescommissie zijn niet werkzaam bij het Ministerie van Economische Zaken.
|
||||
**2.** De leden van de in het eerste lid bedoelde adviescommissie zijn niet werkzaam bij het Ministerie van Economische Zaken of bij de mededingingsautoriteit. Een lid van de raad kan evenmin deel uitmaken van een dergelijke adviescommissie.
|
||||
|
||||
### Artikel 93
|
||||
|
||||
|
|
@ -998,6 +1106,24 @@ b. voldoende is gewaarborgd dat de gegevens of inlichtingen niet zullen worden g
|
|||
|
||||
**2.** Ten aanzien van besluiten als bedoeld in de artikelen 37, eerste lid, en 44, eerste lid, blijft artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht buiten toepassing.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 12a. Bijdragen
|
||||
|
||||
### Artikel 93a
|
||||
|
||||
**1.** Overeenkomstig bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels is een vergoeding verschuldigd voor het geven van een beschikking als bedoeld in de artikelen 25, 37, 40, 44, 46 en 47 voor ten hoogste de kosten die gemoeid zijn met het geven van die beschikkingen.
|
||||
|
||||
**2.** Een vergoeding als bedoeld in het eerste lid is verschuldigd door de aanvrager, dan wel, indien sprake is van een beschikking op grond van de artikelen 37 of 40, door degene die de melding heeft gedaan.
|
||||
|
||||
**3.** Indien een ingevolge het eerste lid verschuldigd bedrag niet is betaald binnen de termijn, gesteld bij algemene maatregel van bestuur, wordt het desbetreffende bedrag vermeerderd met de wettelijke rente, te rekenen vanaf de dag waarop die termijn is verstreken.
|
||||
|
||||
**4.** Indien niet is betaald binnen de termijn bedoeld in het derde lid, wordt degene die het bedrag is verschuldigd schriftelijk bevolen binnen twee weken alsnog het bedrag, verhoogd met de wettelijke rente en de kosten voor de aanmaning, te betalen.
|
||||
|
||||
### Artikel 93b
|
||||
|
||||
**1.** Bij gebreke van betaling binnen de in artikel 93a, vierde lid, gestelde termijn kan het verschuldigde bedrag, verhoogd met de wettelijke rente en de op de aanmaning betrekking hebbende kosten, worden ingevorderd bij dwangbevel.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 68, tweede, derde en vierde lid, is van toepassing.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 13. Wijzigingen in andere wetten
|
||||
|
||||
### Artikel 94
|
||||
|
|
@ -1068,7 +1194,7 @@ De straffen en maatregelen, gesteld op overtredingen van voorschriften gesteld b
|
|||
|
||||
**1.** De hoofdstukken van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende hoofdstukken of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 16 vervalt vijf jaar na het tijdstip van inwerkingtreding.
|
||||
**2.** Vervallen.
|
||||
|
||||
**3.** Artikel 32 vervalt twee jaar na het tijdstip van inwerkingtreding.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue