2016-09-01 | BWBR0035091 | Besluit diergeneeskundigen

This commit is contained in:
Coornhert 2016-09-01 12:00:00 +00:00
parent a70a4a8d30
commit e03fd73481

View file

@ -44,16 +44,16 @@ b. maximaal 30 weken wanneer het dieren van legkippenrassen betreft;
*overzetten van een embryo of eicel:* inbrengen in de gastmoeder van een embryo of eicel;
*pluimvee:* hoenderachtigen, eenden of ganzen;
*Richtlijn 1996/22/EG:*
Richtlijn 96/22/EG van de Raad van 29 april 1996 betreffende het verbod op het gebruik, in de veehouderij, van bepaalde stoffen met hormonale werking en van bepaalde stoffen met thyreostatische werking, alsmede van bèta-agonisten en tot intrekking van de Richtlijnen 81/602/EEG, 88/146/EEG en 88/299/EEG (PbEG 1996, L 125);
Richtlijn 96/22/EG van de Raad van 29 april 1996 betreffende het verbod op het gebruik, in de veehouderij, van bepaalde stoffen met hormonale werking en van bepaalde stoffen met thyreostatische werking, alsmede van bèta-agonisten en tot intrekking van de Richtlijnen 81/602/EEG, 88/146/EEG en 88/299/EEG (PbEG 1996, L 125);
*Richtlijn 1999/74/EG:*
Richtlijn 1999/74/EG van de Raad van 19 juli 1999 tot vaststelling van minimumnormen voor de bescherming van legkippen (PbEG 1999, L 203);
Richtlijn 1999/74/EG van de Raad van 19 juli 1999 tot vaststelling van minimumnormen voor de bescherming van legkippen (PbEG 1999, L 203);
*Richtlijn 2001/82/EG:*
Richtlijn 2001/82/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 november 2001 tot vaststelling van een communautair wetboek betreffende geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik (PbEG 2001, L 82);
Richtlijn 2001/82/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 november 2001 tot vaststelling van een communautair wetboek betreffende geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik (PbEG 2001, L 82);
*Richtlijn 2007/43/EG:*
Richtlijn 2007/43/EG van de Raad van 28 juni 2007 tot vaststelling van minimumvoorschriften voor de bescherming van vleeskuikens (PbEU 2007, L182);
Richtlijn 2007/43/EG van de Raad van 28 juni 2007 tot vaststelling van minimumvoorschriften voor de bescherming van vleeskuikens (PbEU 2007, L182);
*specific pathogen free dier:* dier dat gegarandeerd vrij is van vooraf bepaalde specifieke micro-organismen;
*transvaginale follikelpunctie:* met een holle naald door de vaginawand aanprikken van een eiblaasje van de eierstok met als doel het verkrijgen van een of meerdere eicellen;
*Verordening (EU) nr. 470/2009:* Verordening (EU) nr. 270/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 tot vaststelling van communautaire procedures voor het vaststellen van grenswaarden voor residuen van farmacologisch werkzame stoffen in levensmiddelen van dierlijke oorsprong, tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 2377/90 van de Raad en tot wijziging van Richtlijn 2001/82/EG van het Europees Parlement en de Raad en van Verordening (EG) nr. 726/2004 van het Europees Parlement en de Raad (PbEU 2009, L 152);
*Verordening (EU) nr. 470/2009:* Verordening (EU) nr. 270/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 tot vaststelling van communautaire procedures voor het vaststellen van grenswaarden voor residuen van farmacologisch werkzame stoffen in levensmiddelen van dierlijke oorsprong, tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 2377/90 van de Raad en tot wijziging van Richtlijn 2001/82/EG van het Europees Parlement en de Raad en van Verordening (EG) nr. 726/2004 van het Europees Parlement en de Raad (PbEU 2009, L 152);
*verzamelcentrum:* plaats in Nederland ten behoeve van de verzameling van dieren;
*wachttermijn:* termijn die, overeenkomstig de bij of krachtens de wet gestelde regels en de voorschriften bij de vergunning voor het in de handel brengen van een diergeneesmiddel, ten minste na de laatste toepassing van dat diergeneesmiddel aan een dier moet verstrijken alvorens tot productie van levensmiddelen, afkomstig van dat dier, kan worden overgegaan;
*wet:*
@ -70,7 +70,7 @@ Als lichamelijke ingrepen als bedoeld in artikel 2.8, tweede lid, onderdeel b, v
a. het verrichten van lichamelijke ingrepen betreffende het onvruchtbaar maken van dieren, met uitzondering van mannelijke varkens;
b. het inbrengen van een injectienaald;
c. het aanbrengen van een oormerk ter bestrijding van vliegen, tenzij reeds een oormerk als bedoeld in artikel 2.6, onderdeel c, of een bij of krachtens enig ander wettelijk voorschrift verplicht of toegestaan oormerk is aangebracht;
c. het aanbrengen van een oormerk ter bestrijding van vliegen, tenzij reeds een oormerk als bedoeld in artikel 2.6, onderdeel c, of een bij of krachtens enig ander wettelijk voorschrift verplicht of toegestaan oormerk is aangebracht;
d. het verwijderen van bijspenen;
e. het verrichten van een endoscopische geslachtsbepaling bij diersoorten zonder geslachtsdimorfisme;
f. het verrichten van een keizersnede ter verkrijging van specific pathogen free dieren of gnotobionten;
@ -86,16 +86,16 @@ b. het verwijderen van een deel van de achterste teen bij mannelijke kippen, mit
1°. het dier niet ouder is dan twee dagen, en
2°. het dier bestemd is voor de fokkerij waarbij nakomelingen gewoonlijk worden gehouden voor menselijke consumptie;
c. vervallen;
d. het verkorten van de boven- of ondersnavel bij kalkoenen en kippen, niet zijnde vleeskuikens als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel e, van Richtlijn 2007/43/EG, mits:
d. het verkorten van de boven- of ondersnavel bij kalkoenen en kippen, niet zijnde vleeskuikens als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel e, van Richtlijn 2007/43/EG, mits:
1°. het dier jonger is dan tien dagen;
2°. de ingreep bij een legkip als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, van Richtlijn 1999/74/EG, dient ter voorkoming van pikkerij en kannibalisme;
3°. het dier:
I. gehouden wordt of aantoonbaar bestemd is om te worden gehouden in een huisvestingssysteem waarvan de gebruiker kan aantonen dat het op 1 september 2001 reeds bestond en nadien niet is herbouwd of verbouwd;
I. gehouden wordt of aantoonbaar bestemd is om te worden gehouden in een huisvestingssysteem waarvan de gebruiker kan aantonen dat het op 1 september 2001 reeds bestond en nadien niet is herbouwd of verbouwd;
II. gehouden wordt of aantoonbaar bestemd is om te worden gehouden in een huisvestingssysteem waarin de kippen of kalkoenen zich vrijelijk over de vloer van de stal of op en naar verschillende niveaus van de stal kunnen bewegen of in een aangepast kooihuisvestingssysteem en gebruik gemaakt wordt van de infraroodmethode om de snavels te verkorten, met uitzondering van de gevallen waarin het dier is geïmporteerd en waarvan in het land van herkomst de snavel niet is verkort of het dier nakomeling is van een jong moederdier;
e. vervallen;
f. het aanbrengen van een neuskapje bij fazanten, mits het dier gehouden wordt of aantoonbaar bestemd is om te worden gehouden in een huisvestingssysteem waarvan de gebruiker kan aantonen dat het op 1 september 2001 reeds bestond en nadien niet is herbouwd of verbouwd.
f. het aanbrengen van een neuskapje bij fazanten, mits het dier gehouden wordt of aantoonbaar bestemd is om te worden gehouden in een huisvestingssysteem waarvan de gebruiker kan aantonen dat het op 1 september 2001 reeds bestond en nadien niet is herbouwd of verbouwd.
### Artikel 2.3
@ -176,13 +176,6 @@ n. het verwijderen van de kammen bij wit bevederde mannelijke kippen, mits:
**2.** Bij een dier worden ten hoogste twee lichamelijke ingrepen ter identificatie als bedoeld in artikel 2.6 verricht.
**3.**
In afwijking van het tweede lid, kan een derde lichamelijke ingreep worden verricht indien het betreft:
a. vervallen;
b. het subcutaan of intramusculair aanbrengen van micro-elektronica bij honden en katten.
### Paragraaf 2. Verrichten van diergeneeskundige handelingen
### Artikel 2.8
@ -192,9 +185,9 @@ b. het subcutaan of intramusculair aanbrengen van micro-elektronica bij honden e
Als diergeneeskundige handelingen als bedoeld in artikel 2.9, derde lid, van de wet worden aangewezen:
a. het beroepsmatig verrichten van ingrepen als bedoeld in de artikelen 2.2, onderdelen b, c en e, 2.5, onderdeel e, 2.6, onderdelen a, b, c, d, f, j, k, l, m en n;
b. het beroepsmatig verrichten van de ingreep, bedoeld in artikel 2.1, onderdeel b, bij vissen;
c. het beroepsmatig verrichten van de ingreep, bedoeld in artikel 2.2, onderdeel d, mits de ingreep bij een legkip als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, van Richtlijn 1999/74/EG, wordt uitgevoerd door gekwalificeerd personeel;
d. het beroepsmatig verrichten van de ingreep, bedoeld in artikel 2.6, onderdeel e, mits het dier niet ouder is dan twee dagen;
b. het beroepsmatig verrichten van de ingreep, bedoeld in artikel 2.1, onderdeel b, bij vissen;
c. het beroepsmatig verrichten van de ingreep, bedoeld in artikel 2.2, onderdeel d, mits de ingreep bij een legkip als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, van Richtlijn 1999/74/EG, wordt uitgevoerd door gekwalificeerd personeel;
d. het beroepsmatig verrichten van de ingreep, bedoeld in artikel 2.6, onderdeel e, mits het dier niet ouder is dan twee dagen;
e. het beroepsmatig openleggen van zoolzweren bij runderen, schapen en geiten;
f. het beroepsmatig injecteren van een mineralenoplossing bij gevogelte, mits:
@ -218,7 +211,7 @@ h. het beroepsmatig toepassen van een diergeneesmiddel waarvan toepassing kracht
De handelingen, bedoeld in het eerste lid, zijn:
a. het uitvoeren van een behandeling of het onderzoeken van een dier met het oog op het voorkomen, genezen, verzachten, onderkennen of opheffen van een aandoening, dierziekte, zoönose, ziekteverschijnsel, gebrek, of van in- of uitwendig letsel of pijn, daaronder niet begrepen een operatie;
b. het toepassen van een diergeneesmiddel waarvan toepassing krachtens een voorschrift als bedoeld in artikel 2.19, derde lid, onderdeel a, van de wet is toegestaan, waaronder begrepen het verrichten van een lichamelijke ingreep, indien die ingreep onderdeel uitmaakt van de voor dat diergeneesmiddel voorgeschreven toedieningswijze, voor zover deze handeling niet krachtens een ander wettelijk voorschrift aan anderen is voorbehouden;
b. het toepassen van een diergeneesmiddel waarvan toepassing krachtens een voorschrift als bedoeld in artikel 2.19, derde lid, onderdeel a, van de wet is toegestaan, waaronder begrepen het verrichten van een lichamelijke ingreep, indien die ingreep onderdeel uitmaakt van de voor dat diergeneesmiddel voorgeschreven toedieningswijze, voor zover deze handeling niet krachtens een ander wettelijk voorschrift aan anderen is voorbehouden;
c. het verlenen van hulp met betrekking tot de geboorte van een vrucht van een dier, daaronder niet begrepen een operatie;
d. het verrichten van handelingen ter ondersteuning van een dierenarts tijdens door de dierenarts uit te voeren handelingen met betrekking tot het verwijderen van een vrucht van een dier, respectievelijk onvruchtbaar maken van een dier;
e. inbrengen van een injectienaald ten behoeve van het afnemen van bloed.
@ -255,9 +248,9 @@ c. met goed gevolg een examen heeft afgelegd na de opleiding, bedoeld in onderde
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent:
a. de eisen waaraan een opleiding als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, dient te voldoen;
b. de inrichting van een examen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, en
c. de voorwaarden waaraan is voldaan teneinde een examen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, te mogen afleggen.
a. de eisen waaraan een opleiding als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, dient te voldoen;
b. de inrichting van een examen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, en
c. de voorwaarden waaraan is voldaan teneinde een examen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, te mogen afleggen.
**4.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop het uitoefenen van dierfysiotherapie wordt verricht.
@ -276,7 +269,7 @@ Het uitoefenen van dierfysiotherapie wordt uitsluitend toegepast bij een dier na
De handelingen, bedoeld in het eerste lid zijn:
a. handelingen met betrekking tot het winnen en overzetten van embryos of eicellen bij dieren;
b. het toepassen van een diergeneesmiddel waarvan toepassing krachtens een voorschrift als bedoeld in artikel 2.19, derde lid, onderdeel a, van de wet is toegestaan, waaronder begrepen het verrichten van een lichamelijke ingreep, indien die ingreep onderdeel uitmaakt van de voor dat diergeneesmiddel voorgeschreven toedieningswijze, voor zover deze handeling niet krachtens een ander wettelijk voorschrift aan anderen is voorbehouden.
b. het toepassen van een diergeneesmiddel waarvan toepassing krachtens een voorschrift als bedoeld in artikel 2.19, derde lid, onderdeel a, van de wet is toegestaan, waaronder begrepen het verrichten van een lichamelijke ingreep, indien die ingreep onderdeel uitmaakt van de voor dat diergeneesmiddel voorgeschreven toedieningswijze, voor zover deze handeling niet krachtens een ander wettelijk voorschrift aan anderen is voorbehouden.
**3.**
@ -474,7 +467,7 @@ d. dat ex tempore als bedoeld in artikel 1.1 van het Besluit diergeneesmiddelen
**2.** Een diergeneesmiddel als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b of onderdeel c, kan slechts worden toegepast indien een diergeneesmiddel als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, niet toepasbaar of beschikbaar is.
**3.** Een bereiding ex tempore als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, kan slechts worden toegepast, indien een diergeneesmiddel als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onderdeel b, of onderdeel c, niet toepasbaar of beschikbaar is.
**3.** Een bereiding ex tempore als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, kan slechts worden toegepast, indien een diergeneesmiddel als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onderdeel b, of onderdeel c, niet toepasbaar of beschikbaar is.
**4.** In afwijking van het eerste lid kan de dierenarts het diergeneesmiddel onder zijn verantwoordelijkheid door iemand anders laten toepassen.
@ -499,7 +492,7 @@ d. 500 graaddagen voor visvlees.
**1.** In afwijking van artikel 5.2, vijfde lid, bedraagt de wachttermijn na toepassing van een homeopathisch diergeneesmiddel als bedoeld in de artikelen 3.4 en 3.5 van het Besluit diergeneesmiddelen nul dagen, indien de toepassing van de farmacologisch werkzame stof in het diergeneesmiddel bij het betrokken dier in overeenstemming is met een krachtens artikel 27, eerste lid, van Verordening (EU) 470/2009 vastgestelde EU-verordening.
**2.** Bij ministeriële regeling worden in het belang van de volksgezondheid, diergezondheid, dierenwelzijn of het milieu regels gesteld voor de toepassing van homeopathische diergeneesmiddelen als bedoeld in het eerste lid, waarvoor overeenkomstig artikel 16, eerste lid, van Richtlijn 2001/82/EG vóór 31 december 1993 of met toepassing van artikel 19, tweede lid, van Richtlijn 2001/82/EG, met betrekking tot gezelschapsdieren of exotische dieren, een vergunning voor het in de handel brengen is verstrekt.
**2.** Bij ministeriële regeling worden in het belang van de volksgezondheid, diergezondheid, dierenwelzijn of het milieu regels gesteld voor de toepassing van homeopathische diergeneesmiddelen als bedoeld in het eerste lid, waarvoor overeenkomstig artikel 16, eerste lid, van Richtlijn 2001/82/EG vóór 31 december 1993 of met toepassing van artikel 19, tweede lid, van Richtlijn 2001/82/EG, met betrekking tot gezelschapsdieren of exotische dieren, een vergunning voor het in de handel brengen is verstrekt.
**3.** Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op een diervoeder met medicinale werking.
@ -563,21 +556,21 @@ Bij ontstentenis van benoemde leden van dezelfde beroepsgroep als de beklaagde,
### Artikel 7.1
**1.** Artikel 2.2, onderdeel a, vervalt met ingang van 1 januari 2018.
**1.** Artikel 2.2, onderdeel a, vervalt met ingang van 1 januari 2018.
**2.** In artikel 2.2, onderdeel b, vervallen met ingang van 1 januari 2015 de woorden: of voor de productie van vaccineieren.
**2.** In artikel 2.2, onderdeel b, vervallen met ingang van 1 januari 2015 de woorden: of voor de productie van vaccineieren.
**3.** Artikel 2.2, onderdelen b en f, vervallen met ingang van 1 september 2021.
**3.** Artikel 2.2, onderdelen b en f, vervallen met ingang van 1 september 2021.
**4.** Artikel 2.2, onderdelen c en e, vervallen met ingang van 1 januari 2015.
**4.** Artikel 2.2, onderdelen c en e, vervallen met ingang van 1 januari 2015.
**5.** Artikel 2.2, onderdeel d, vervalt met ingang van 1 september 2018.
**5.** Artikel 2.2, onderdeel d, vervalt met ingang van 1 september 2018.
**6.** Artikel 2.6, onderdelen l en m, vervallen met ingang van 1 januari 2018.
**6.** Artikel 2.6, onderdelen l en m, vervallen met ingang van 1 januari 2018.
**7.** Artikel 2.7, derde lid, onderdeel a, vervalt met ingang van 1 juni 2015.
**7.** Artikel 2.7, derde lid, onderdeel a, vervalt met ingang van 1 juni 2015.
**8.** Artikel 2.7, derde lid, onderdeel b, vervalt met ingang van 1 september 2016.
**8.** Artikel 2.7, derde lid, onderdeel b, vervalt met ingang van 1 september 2016.
### Artikel 7.2
@ -589,9 +582,9 @@ Bij ontstentenis van benoemde leden van dezelfde beroepsgroep als de beklaagde,
### Artikel 7.3
**1.** Tot 1 januari 2018 laat Onze Minister tot het beroepsmatig verrichten van de in artikel 3.1, tweede lid bedoelde diergeneeskundige handelingen toe, degene die beschikt over een krachtens de Wet educatie en beroepsonderwijs vastgestelde combinatie van deelkwalificaties die recht geeft op de erkenning dierenartsassistent paraveterinair als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van het Besluit paraveterinairen, zoals dit luidde onmiddellijk voor inwerkingtreding van dit besluit.
**1.** Tot 1 januari 2018 laat Onze Minister tot het beroepsmatig verrichten van de in artikel 3.1, tweede lid bedoelde diergeneeskundige handelingen toe, degene die beschikt over een krachtens de Wet educatie en beroepsonderwijs vastgestelde combinatie van deelkwalificaties die recht geeft op de erkenning dierenartsassistent paraveterinair als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van het Besluit paraveterinairen, zoals dit luidde onmiddellijk voor inwerkingtreding van dit besluit.
**2.** Tot 1 januari 2018 laat Onze Minister tot het beroepsmatig verrichten van de in artikel 3.6, tweede lid bedoelde diergeneeskundige handelingen toe, degene die beschikt over een krachtens de Wet educatie en beroepsonderwijs vastgestelde combinatie van deelkwalificaties die recht geeft op de erkenning embryotransplanteur of embryotransplanteur/-winner als bedoeld in artikel 6 van het Besluit paraveterinairen, zoals dit luidde onmiddellijk voor inwerkingtreding van dit besluit.
**2.** Tot 1 januari 2018 laat Onze Minister tot het beroepsmatig verrichten van de in artikel 3.6, tweede lid bedoelde diergeneeskundige handelingen toe, degene die beschikt over een krachtens de Wet educatie en beroepsonderwijs vastgestelde combinatie van deelkwalificaties die recht geeft op de erkenning embryotransplanteur of embryotransplanteur/-winner als bedoeld in artikel 6 van het Besluit paraveterinairen, zoals dit luidde onmiddellijk voor inwerkingtreding van dit besluit.
**3.** De artikelen 3.13 tot en met 3.16, 4.5 en 4.6 zijn van overeenkomstige toepassing op een toelating als bedoeld in het eerst en tweede lid.