2008-08-01 | BWBR0005360 | Uitvoeringsbesluit accijns
This commit is contained in:
parent
95c455f7be
commit
e05172e7e2
1 changed files with 9 additions and 9 deletions
|
|
@ -127,11 +127,11 @@ b. indien het een accijnsgoed betreft dat vanuit een accijnsgoederenplaats geleg
|
|||
|
||||
**2.** Het geleidedocument wordt opgemaakt door de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats van waaruit de accijnsgoederen worden overgebracht.
|
||||
|
||||
**3.** Indien het terugzendingsexemplaar van het geleidedocument niet wordt terugontvangen voorzien van de op grond van de wettelijke bepalingen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel *a*, van de Douanewet, vereiste aantekening dat de daarin omschreven accijnsgoederen het grondgebied van de Gemeenschap hebben verlaten, stelt de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats van waaruit de accijnsgoederen zijn verzonden de inspecteur daarvan in kennis uiterlijk binnen drie maanden na de datum van verzending van de accijnsgoederen.
|
||||
**3.** Indien het terugzendingsexemplaar van het geleidedocument niet wordt terugontvangen voorzien van de op grond van de wettelijke bepalingen, bedoeld in artikel 1:1, eerste en tweede lid, van de Algemene douanewet, vereiste aantekening dat de daarin omschreven accijnsgoederen het grondgebied van de Gemeenschap hebben verlaten, stelt de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats van waaruit de accijnsgoederen zijn verzonden de inspecteur daarvan in kennis uiterlijk binnen drie maanden na de datum van verzending van de accijnsgoederen.
|
||||
|
||||
**4.** Het brengen, bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel *e*, van de wet, van een accijnsgoed vanuit een accijnsgoederenplaats naar een derde land, dient in de gevallen waarin dit geschiedt met toepassing van de communautaire douaneregeling douanevervoer, te kunnen worden aangetoond met een voor uitvoer afgetekend exemplaar van de op grond van de wettelijke bepalingen, bedoeld in artikel 2, tweede lid , onderdeel *a*, van de Douanewet, vereiste aangifte ten uitvoer.
|
||||
**4.** Het brengen, bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel e, van de wet, van een accijnsgoed vanuit een accijnsgoederenplaats naar een derde land, dient in de gevallen waarin dit geschiedt met toepassing van de communautaire douaneregeling douanevervoer, te kunnen worden aangetoond met een voor uitvoer afgetekend exemplaar van de op grond van de wettelijke bepalingen, bedoeld in artikel 1:1, eerste en tweede lid, van de Algemene douanewet, vereiste aangifte ten uitvoer.
|
||||
|
||||
**5.** Indien het brengen, bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel *e*, van de wet, van een accijnsgoed vanuit een accijnsgoederenplaats naar een derde land, geschiedt met toepassing van de communautaire douaneregeling douanevervoer ten behoeve waarvan gebruik wordt gemaakt van enig document, is artikel 2*a*, zevende lid, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**5.** Indien het brengen, bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel e, van de wet, van een accijnsgoed vanuit een accijnsgoederenplaats naar een derde land, geschiedt met toepassing van de communautaire douaneregeling douanevervoer ten behoeve waarvan gebruik wordt gemaakt van enig document, is artikel 2a, zevende lid, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**6.** In de gevallen waarin het brengen van een accijnsgoed vanuit een accijnsgoederenplaats naar een derde land overeenkomstig het eerste lid dient te worden aangetoond met een geleidedocument en het douanekantoor van uitgang, bedoeld in artikel 793 van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek, is gelegen in een andere lidstaat dan Nederland, is artikel 2b van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -201,15 +201,15 @@ d. de geautoriseerde handtekening van de vergunninghouder.
|
|||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
**1.** Het brengen, bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdeel *a* en *d*, van de wet, van een accijnsgoed vanuit een derde land of vanuit een plaats voor tijdelijke opslag naar een accijnsgoederenplaats die voor dat soort accijnsgoed als zodanig is aangewezen, alsmede het brengen, bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdeel *c*, van de wet, van een accijnsgoed dat is geplaatst onder een communautaire douaneregeling naar een accijnsgoederenplaats die voor dat soort accijnsgoed als zodanig is aangewezen, dienen bij het op grond van de wettelijke bepalingen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel *a*, van de Douanewet, aangeven voor het vrije verkeer van dat accijnsgoed te worden aangetoond met een vervoersopdracht, waarop een verklaring is gesteld van de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats waarnaar de accijnsgoederen zullen worden overgebracht dat de accijnsgoederen worden overgebracht naar zijn accijnsgoederenplaats en in de administratie van zijn accijnsgoederenplaats worden opgenomen.
|
||||
**1.** Het brengen, bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdeel a en d, van de wet, van een accijnsgoed vanuit een derde land of vanuit een plaats voor tijdelijke opslag naar een accijnsgoederenplaats die voor dat soort accijnsgoed als zodanig is aangewezen, alsmede het brengen, bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdeel c, van de wet, van een accijnsgoed dat is geplaatst onder een communautaire douaneregeling naar een accijnsgoederenplaats die voor dat soort accijnsgoed als zodanig is aangewezen, dienen bij het op grond van de wettelijke bepalingen, bedoeld in artikel 1:1, eerste en tweede lid, van de Algemene douanewet, aangeven voor het vrije verkeer van dat accijnsgoed te worden aangetoond met een vervoersopdracht, waarop een verklaring is gesteld van de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats waarnaar de accijnsgoederen zullen worden overgebracht dat de accijnsgoederen worden overgebracht naar zijn accijnsgoederenplaats en in de administratie van zijn accijnsgoederenplaats worden opgenomen.
|
||||
|
||||
**2.** De accijnsgoederen dienen binnen één maand na het tijdstip waarop de op grond van de wettelijke bepalingen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel *a*, van de Douanewet, vereiste aangifte is gedaan hun bestemming te hebben bereikt.
|
||||
**2.** De accijnsgoederen dienen binnen één maand na het tijdstip waarop de op grond van de wettelijke bepalingen, bedoeld in artikel 1:1, eerste en tweede lid, van de Algemene douanewet, vereiste aangifte is gedaan hun bestemming te hebben bereikt.
|
||||
|
||||
**3.** De vervoersopdracht wordt opgemaakt door de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats waarnaar de accijnsgoederen worden overgebracht, dan wel in diens opdracht.
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
Het brengen, bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdeel a, van de wet, van een accijnsgoed vanuit een derde land naar een plaats voor tijdelijke opslag, het in Nederland plaatsen, bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdeel b, onder een communautaire douaneregeling van een vanuit een derde land binnengebracht accijnsgoed, alsmede het onder ambtelijk toezicht vernietigen, bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdeel e, van een accijnsgoed dat onder een communautaire douaneregeling is geplaatst, dienen te geschieden met inachtneming van de formaliteiten die op grond van de wettelijke bepalingen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, van de Douanewet, moeten worden vervuld.
|
||||
Het brengen, bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdeel a, van de wet, van een accijnsgoed vanuit een derde land naar een plaats voor tijdelijke opslag, het in Nederland plaatsen, bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdeel b, onder een communautaire douaneregeling van een vanuit een derde land binnengebracht accijnsgoed, alsmede het onder ambtelijk toezicht vernietigen, bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdeel e, van een accijnsgoed dat onder een communautaire douaneregeling is geplaatst, dienen te geschieden met inachtneming van de formaliteiten die op grond van de wettelijke bepalingen, bedoeld in artikel 1:1, eerste en tweede lid, van de Algemene douanewet, moeten worden vervuld.
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
|
|
@ -566,7 +566,7 @@ Voor de toepassing van de teruggaaf voor onder ambtelijk toezicht vernietigde ac
|
|||
|
||||
### Artikel 30
|
||||
|
||||
Voor de toepassing van de teruggaaf van accijns voor accijnsgoederen die zijn gebracht naar een derde land of zijn geplaatst onder een communautaire douaneregeling met als bestemming een derde land, dient bij het verzoek om teruggaaf een exemplaar van de op grond van de wettelijke bepalingen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel *a*, van de Douanewet, vereiste aangifte ten uitvoer te worden overgelegd waaruit blijkt dat de daarin omschreven accijnsgoederen hun bestemming hebben bereikt.
|
||||
Voor de toepassing van de teruggaaf van accijns voor accijnsgoederen die zijn gebracht naar een derde land of zijn geplaatst onder een communautaire douaneregeling met als bestemming een derde land, dient bij het verzoek om teruggaaf een exemplaar van de op grond van de wettelijke bepalingen, bedoeld in artikel 1:1, eerste en tweede lid, van de Algemene douanewet, vereiste aangifte ten uitvoer te worden overgelegd waaruit blijkt dat de daarin omschreven accijnsgoederen hun bestemming hebben bereikt.
|
||||
|
||||
### Artikel 31
|
||||
|
||||
|
|
@ -670,10 +670,10 @@ Met betrekking tot het verlenen, het aanpassen en het intrekken van op grond van
|
|||
|
||||
### Artikel 38
|
||||
|
||||
In een douane-entrepot of een vrij entrepot in de zin van de wettelijke bepalingen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, van de Douanewet, mogen voorhanden zijn:
|
||||
In een douane-entrepot of een vrij entrepot in de zin van de wettelijke bepalingen, bedoeld in artikel 1:1, eerste en tweede lid, van de Algemene douanewet, mogen voorhanden zijn:
|
||||
|
||||
a. niet-communautaire accijnsgoederen als bedoeld in artikel 4, onderdeel 8, van het Communautair douanewetboek;
|
||||
b. communautaire accijnsgoederen als bedoeld in artikel 4, onderdeel 7, van het Communautair douanewetboek die met toepassing van hoofdstuk 4, paragraaf 2, van het Douanebesluit worden opgeslagen.
|
||||
b. communautaire accijnsgoederen als bedoeld in artikel 4, onderdeel 7, van het Communautair douanewetboek die voor uitvoer zijn vrijgegeven en die in afwachting van het verlaten van de Gemeenschap worden opgeslagen in een douane-entrepot van het type B of C, met toepassing van artikel 106, eerste lid, onderdeel a, van het Communautair douanewetboek in samenhang met artikel 534 van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek.
|
||||
|
||||
### Artikel 39
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue