From e0771d0a6f51cd3108735ff0a51cd93bb66dbb86 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Mon, 1 Dec 2003 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2003-12-01 | BWBR0007477 | Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf --- .../BWBR0007477/README.md | 215 ++++++++++++++---- 1 file changed, 173 insertions(+), 42 deletions(-) diff --git a/wet/wet-toezicht-natura-uitvaartverzekeringsbedrijf/BWBR0007477/README.md b/wet/wet-toezicht-natura-uitvaartverzekeringsbedrijf/BWBR0007477/README.md index 8d446549481..2cfd9f5f73d 100644 --- a/wet/wet-toezicht-natura-uitvaartverzekeringsbedrijf/BWBR0007477/README.md +++ b/wet/wet-toezicht-natura-uitvaartverzekeringsbedrijf/BWBR0007477/README.md @@ -80,7 +80,7 @@ Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt het slu **3.** De Pensioen- & Verzekeringskamer werkt, in de gevallen bedoeld in het eerste lid, waar nodig samen op basis van een of meer daartoe met een autoriteit als bedoeld in het eerste lid overeen te komen regelingen. Deze regelingen betreffen in elk geval afspraken over het stellen van gemeenschappelijke eisen, het coördineren van werkzaamheden uit hoofde van ieders uitoefening van het toezicht en het uitwisselen van gegevens en inlichtingen. -**4.** De Pensioen- & Verzekeringskamer verstrekt aan een autoriteit als bedoeld in het eerste lid dan wel de autoriteit die is belast met de uitvoering van de Wet inzake de geldtransactiekantoren de gegevens of inlichtingen die zij verkregen heeft bij de vervulling van de haar ingevolge deze wet opgedragen taak en die betrekking hebben op de deskundigheid van personen als bedoeld in artikel 18, eerste en derde lid, onderscheidenlijk de handelingen en antecedenten van personen als bedoeld in artikel 18, tweede en vierde lid, voor zover de Pensioen- & Verzekeringskamer van oordeel is dat deze gegevens of inlichtingen van belang zijn of zouden kunnen zijn voor het toezicht dat door die andere autoriteit wordt uitgeoefend. +**4.** De Pensioen- & Verzekeringskamer verstrekt aan een autoriteit als bedoeld in het eerste lid dan wel de autoriteit die is belast met de uitvoering van de Wet inzake de geldtransactiekantoren de gegevens of inlichtingen die zij verkregen heeft bij de vervulling van de haar ingevolge deze wet opgedragen taak en die betrekking hebben op de deskundigheid van personen als bedoeld in artikel 18, eerste en derde lid, onderscheidenlijk de voornemens, de handelingen en de antecedenten van personen als bedoeld in artikel 18, tweede en vierde lid, voor zover de Pensioen- & Verzekeringskamer van oordeel is dat deze gegevens of inlichtingen van belang zijn of zouden kunnen zijn voor het toezicht dat door die andere autoriteit wordt uitgeoefend. **5.** De verplichting als bedoeld in het vierde lid geldt niet in het geval de gegevens of inlichtingen zijn verkregen van een buitenlandse instantie als bedoeld in artikel 88, eerste lid. @@ -139,6 +139,7 @@ a. een programma van werkzaamheden; b. een authentiek afschrift van de akte van oprichting; c. een exemplaar van zijn statuten; d. een lijst met namen en adressen van zijn bestuurders en commissarissen. +e. de voorgenomen maatregelen, gericht op het bevorderen en handhaven van een integere bedrijfsvoering, met uitzondering van de maatregelen ter naleving van de effectentypische gedragsregels, bedoeld in artikel 18a van de Wet toezicht effectenverkeer 1995. **2.** @@ -201,7 +202,7 @@ De personen die het dagelijks beleid van een verzekeraar bepalen, verrichten hun ### Artikel 19 -De geschiktheid van de houders van een gekwalificeerde deelneming in de onderneming van de aanvrager dient naar het oordeel van de Pensioen- & Verzekeringskamer voldoende te zijn met het oog op een gezonde en prudente bedrijfsvoering van de verzekeraar. +De geschiktheid van de houders van een gekwalificeerde deelneming in de onderneming van de aanvrager dient naar het oordeel van de Pensioen- & Verzekeringskamer voldoende te zijn met het oog op een gezonde, prudente en integere bedrijfsvoering van de verzekeraar. Onder integere bedrijfsvoering wordt in dit artikel verstaan de bedrijfsvoering met uitzondering van het deel dat wordt geregeld door de effectentypische gedragsregels, bedoeld in artikel 18a van de Wet toezicht effectenverkeer 1995. ### Artikel 20 @@ -225,11 +226,15 @@ b. financiële middelen tot dekking van de te verwachten kosten voor de inrichti Een verzekeraar die een vergunning aanvraagt dient: a. naar het recht van de staat van zijn zetel rechtspersoon te zijn; -b. in de staat van zijn zetel bevoegd te zijn tot uitoefening van het natura-uitvaartverzekeringsbedrijf en dit bedrijf vanuit een vestiging in die staat daadwerkelijk uit te oefenen; +b. in de staat van zijn zetel bevoegd te zijn tot uitoefening van het natura-uitvaartverzekeringsbedrijf, dit bedrijf vanuit een vestiging in die staat daadwerkelijk uit te oefenen en bevoegd te zijn een bijkantoor in Nederland te openen; c. met betrekking tot zijn gehele in en buiten Nederland uitgeoefende natura-uitvaartverzekeringsbedrijf over een solvabiliteitsmarge te beschikken, die ten minste overeenkomt met de ingevolge artikel 40 vereiste solvabiliteitsmarge; d. met inachtneming van artikel 47, tweede lid, te beschikken over het minimum bedrag van het garantiefonds bedoeld in artikel 40, tweede lid; e. het in onderdeel *d* bedoelde minimum bedrag van het garantiefonds aan te houden in bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen waarden volgens de daarbij te stellen regels; -f. te beschikken over financiële middelen tot dekking van de te verwachten kosten voor de inrichting van de administratie en van het produktienet in Nederland. +f. te beschikken over financiële middelen tot dekking van de te verwachten kosten voor de inrichting van de administratie en van het produktienet in Nederland; +g. zowel in zijn bijkantoor als in de staat van zijn zetel te beschikken over een goede administratieve organisatie en adequate interne controleprocedures; en +h. zowel in zijn bijkantoor als in de staat van zijn zetel te beschikken over adequate maatregelen, gericht op het bevorderen en handhaven van een integere bedrijfsvoering. + +Onder integere bedrijfsvoering wordt in dit lid verstaan de bedrijfsvoering met uitzondering van het deel dat wordt geregeld door de effectentypische gedragsregels, bedoeld in artikel 18a van de Wet toezicht effectenverkeer 1995. **2.** In de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels, bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, kan worden voorgeschreven dat de verzekeraar voor bepaalde handelingen toestemming van de Pensioen- & Verzekeringskamer behoeft. @@ -313,27 +318,33 @@ b. de verzekeraar aanzeggen, dat de Pensioen- & Verzekeringskamer van de aanwijz **2.** De personen en instellingen tot wie de aanwijzing is gericht, volgen deze binnen de door de Pensioen- & Verzekeringskamer gestelde termijn op. -**3.** De personen en instellingen tot wie de aanwijzing is gericht, informeren de Pensioen- & Verzekeringskamer binnen de door de haar gestelde termijn over de maatregelen die zijn getroffen om aan de aanwijzing gevolg te geven. +**3.** De personen en instellingen tot wie de aanwijzing is gericht, informeren de Pensioen- & Verzekeringskamer binnen de door haar gestelde termijn over de maatregelen die zijn getroffen om aan de aanwijzing gevolg te geven. **4.** De verzekeraar geeft geen gevolg aan algemene of bijzondere instructies van personen op wie een aanwijzing van de Pensioen- & Verzekeringskamer als bedoeld in het eerste lid betrekking heeft. ### Artikel 28 -**1.** Een verzekeraar verstrekt aan de Pensioen- & Verzekeringskamer binnen de door haar te bepalen termijn de inlichtingen die zij voor de vervulling van de haar bij of krachtens deze wet opgelegde taak mocht verlangen. +**1.** -**2.** +De Pensioen- & Verzekeringskamer kan bij: -Het eerste lid is tevens van toepassing op: +- verzekeraars; +- vertegenwoordigers; +- ondernemingen of instellingen die met een verzekeraar met zetel in Nederland in een groep zijn verbonden; +- ondernemingen of instellingen die een gekwalificeerde deelneming houden in een verzekeraar met zetel in Nederland; +- ondernemingen of instellingen waarop onderdeel c niet van toepassing is en waarin door een verzekeraar met zetel in Nederland of door een lid of meer leden te zamen van een in onderdeel c bedoelde groep voor meer dan vijftig procent rechtstreeks of middellijk wordt deelgenomen; +- pools waarin verzekeraars ter egalisering van risico's samenwerken en daarmee vergelijkbare vormen van samenwerking tussen verzekeraars op verzekeringstechnisch gebied; +- een ieder die zich naar het oordeel van de Pensioen- & Verzekeringskamer voordoet als verzekeraar, -a. ondernemingen of instellingen die met een verzekeraar met zetel in Nederland in een groep zijn verbonden; -b. ondernemingen of instellingen die een gekwalificeerde deelneming houden in een verzekeraar met zetel in Nederland; -c. ondernemingen of instellingen waarop onderdeel *a* niet van toepassing is en waarin door een verzekeraar met zetel in Nederland of door een lid of meer leden te zamen van een in onderdeel *a* bedoelde groep voor meer dan vijftig procent rechtstreeks of middellijk wordt deelgenomen; -d. pools waarin verzekeraars ter egalisering van risico’s samenwerken en daarmee vergelijkbare vormen van samenwerking tussen verzekeraars op verzekeringstechnisch gebied; -e. een ieder die zich naar het oordeel van de Pensioen- & Verzekeringskamer voordoet als verzekeraar. +alle inlichtingen inwinnen of doen inwinnen, die redelijkerwijs nodig zijn voor de uitoefening van de taken en bevoegdheden die zij op grond van deze wet heeft en teneinde na te gaan of de bij of krachtens deze wet gestelde bepalingen worden nageleefd. + +**2.** Degene van wie de inlichtingen, bedoeld in het eerste lid, worden verlangd, verstrekt deze binnen de door de Pensioen- & Verzekeringskamer te stellen termijn. + +**3.** Ten aanzien van personen die door de Pensioen- & Verzekeringskamer zijn belast met het inwinnen van inlichtingen of met de uitoefening van andere taken en bevoegdheden die de Pensioen- & Verzekeringskamer heeft op grond van het bij of krachtens deze wet bepaalde, zijn de artikelen 5:12, 5:13, 5:15, 5:16, 5:17 en 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat indien een onderzoek als bedoeld in artikel 89, eerste lid, wordt ingesteld, degene bij wie het onderzoek wordt ingesteld en die niet ingevolge deze wet onder toezicht staat, slechts is gehouden tot het verlenen van inzage in zakelijke gegevens en bescheiden. ### Artikel 29 -**1.** De Pensioen- & Verzekeringskamer kan getuigen en deskundigen alsmede bestuurders en commissarissen van een verzekeraar en van een in artikel 28, tweede lid, bedoelde onderneming, instelling of pool en de betrokken vertegenwoordiger oproepen. Indien deze vertegenwoordiger rechtspersoon is, geldt deze bevoegdheid ten aanzien van de bestuurders en commissarissen van de vertegenwoordiger en ten aanzien van de door hem aangewezen natuurlijke persoon die hem vertegenwoordigt bij de uitoefening van zijn bevoegdheden en bij de nakoming van zijn verplichtingen. +**1.** De Pensioen- & Verzekeringskamer kan getuigen en deskundigen alsmede bestuurders en commissarissen van een verzekeraar en van een in artikel 28, eerste lid, bedoelde onderneming, instelling of pool en de betrokken vertegenwoordiger oproepen. Indien deze vertegenwoordiger rechtspersoon is, geldt deze bevoegdheid ten aanzien van de bestuurders en commissarissen van de vertegenwoordiger en ten aanzien van de door hem aangewezen natuurlijke persoon die hem vertegenwoordigt bij de uitoefening van zijn bevoegdheden en bij de nakoming van zijn verplichtingen. **2.** Deze personen zijn verplicht op die oproeping te verschijnen. @@ -355,17 +366,29 @@ e. een ieder die zich naar het oordeel van de Pensioen- & Verzekeringskamer voor ### Artikel 30 -Bij of krachtens de in artikel 31a bedoelde algemene maatregel van bestuur kan worden voorgeschreven dat verzekeraars bepaalde gegevens ter zake van de integere bedrijfsvoering aan de Pensioen- & Verzekeringskamer melden. +Bij of krachtens de in artikel 31a bedoelde algemene maatregel van bestuur kan worden voorgeschreven dat verzekeraars bepaalde gegevens ter zake van de integere bedrijfsvoering aan de Pensioen- & Verzekeringskamers melden. Onder integere bedrijfsvoering wordt in dit artikel verstaan de bedrijfsvoering met uitzondering van het deel dat wordt geregeld door de effectentypische gedragsregels, bedoeld in artikel 18a van de Wet toezicht effectenverkeer 1995. ### Artikel 31 **1.** Een verzekeraar draagt zorg voor een goede administratieve organisatie en adequate interne controleprocedures. -**2.** De Pensioen- & Verzekeringskamer kan verzekeraars aanbevelingen en algemene richtlijnen voor hun bedrijfsvoering geven met betrekking tot de administratieve organisatie - met inbegrip van de financiële administratie - en de interne controle alsmede met het oog op het voorkomen van belangenconflicten. +**2.** De Pensioen- & Verzekeringskamer kan aan verzekeraars regels stellen voor hun bedrijfsvoering met betrekking tot de administratieve organisatie – met inbegrip van de financiële administratie – en de interne controle. ### Artikel 31a -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Een verzekeraar draagt zorg voor adequate maatregelen, gericht op het bevorderen en handhaven van een integere bedrijfsvoering. + +**2.** + +Met het oog op een integere bedrijfsvoering worden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan verzekeraars regels gesteld ter zake van: + +a. het tegengaan van verstrengeling van tegenstrijdige belangen; +b. het voorkomen van betrokkenheid van de verzekeraar en van zijn werknemers bij strafbare feiten die het vertrouwen in de verzekeraar of in de financiële markten in het algemeen schaden; +c. het voorkomen van betrokkenheid van de verzekeraar en van zijn werknemers bij handelingen die anderszins in het maatschappelijk verkeer zodanig onaanvaardbaar zijn, dat deze het vertrouwen in de verzekeraar of in de financiële markten in het algemeen schaden; +d. het vaststellen van de identiteit, de aard en de achtergrond van de cliënten van de verzekeraar; +e. andere bij algemene maatregel van bestuur te noemen onderwerpen. + +**3.** Onder integere bedrijfsvoering wordt in dit artikel verstaan de bedrijfsvoering met uitzondering van het deel dat wordt geregeld door de effectentypische gedragsregels, bedoeld in artikel 18a van de Wet toezicht effectenverkeer 1995. ### Artikel 32 @@ -505,15 +528,50 @@ Voorts wordt vermeld de mate waarin en de voorwaarden waaronder het in de eerste ### Artikel 40a -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Een verzekeraar die voornemens is een bijkantoor te openen buiten Nederland, stelt de Pensioen- & Verzekeringskamer daarvan schriftelijk in kennis. + +**2.** + +De kennisgeving geschiedt onder opgave van: + +a. de staat waarin de verzekeraar voornemens is het bijkantoor te openen; +b. een programma van werkzaamheden, met betrekking waartoe bij ministeriële regeling nadere regels worden gesteld en waarin met name de aard van de overeenkomsten van natura-uitvaartverzekering die door het bijkantoor zullen worden gesloten en de voorziene organisatiestructuur – met inbegrip van de financiële administratie en de interne controle – ten behoeve van het bijkantoor zijn vermeld; +c. het adres van het bijkantoor; en +d. de naam en het adres van de vertegenwoordiger en, zo de vertegenwoordiger rechtspersoon is, de naam en het adres van de natuurlijke persoon, bedoeld in artikel 40c, tweede lid. + +**3.** De verzekeraar doet de in het tweede lid bedoelde gegevens vergezeld gaan van een vertaling voor zover de Pensioen- & Verzekeringskamer zulks verlangt. + +**4.** + +Indien de verzekeraar, gezien de werkzaamheden die hij vanuit het bijkantoor voornemens is te verrichten, niet voldoet of naar het oordeel van de Pensioen- & Verzekeringskamer niet zal kunnen voldoen aan de bij of krachtens deze wet gestelde eisen ten aanzien van: + +a. de deskundigheid, de voornemens, de handelingen of de antecedenten van de personen die het dagelijks beleid van de verzekeraar bepalen of van de vertegenwoordiger en, zo de vertegenwoordiger rechtspersoon is, de deskundigheid, de voornemens, de handelingen of de antecedenten van de natuurlijke persoon, bedoeld in artikel 40c, tweede lid; +b. de technische voorzieningen; +c. de solvabiliteitsmarge; +d. de administratieve organisatie; en +e. de maatregelen, gericht op het bevorderen en handhaven van een integere bedrijfsvoering, + +geeft de Pensioen- & Verzekeringskamer geen toestemming voor opening van het bijkantoor. Onder integere bedrijfsvoering wordt in dit lid verstaan de bedrijfsvoering met uitzondering van het deel dat wordt geregeld door de effectentypische gedragsregels, bedoeld in artikel 18a van de Wet toezicht effectenverkeer 1995. + +**5.** De Pensioen- & Verzekeringskamer maakt binnen zes weken na ontvangst van de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, haar beslissing over het verlenen van toestemming voor het openen van het bijkantoor bekend aan de verzekeraar. ### Artikel 40b -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Een verzekeraar meldt een wijziging van de gegevens, bedoeld in artikel 40a, tweede lid, onderdelen b tot en met d, ten minste een maand tevoren schriftelijk aan de Pensioen- & Verzekeringskamer. + +**2.** De verzekeraar doet de in het eerste lid bedoelde gegevens vergezeld gaan van een vertaling voor zover de Pensioen- & Verzekeringskamer zulks verlangt. + +**3.** Indien de verzekeraar beschikt over de ingevolge artikel 40 vereiste solvabiliteitsmarge en de Pensioen- & Verzekeringskamer geen bedenkingen heeft tegen de wijziging maakt zij dit aan de verzekeraar bekend. + +**4.** Indien het voornemen bestaat om de bedrijfsuitoefening vanuit het bijkantoor te staken, stelt de verzekeraar de Pensioen- & Verzekeringskamer daarvan ten minste een maand tevoren schriftelijk in kennis. Zodra de verzekeraar zijn voornemen uitvoert, meldt hij dit onverwijld aan de Pensioen- & Verzekeringskamer. ### Artikel 40c -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** De vertegenwoordiger, bedoeld in artikel 40a, heeft ten aanzien van de uitoefening van het verzekeringsbedrijf vanuit het bijkantoor van rechtswege alle bevoegdheden die de verzekeraar bezit, tenzij het recht van de staat waar het bijkantoor is gevestigd zich daartegen verzet. Hij maakt daarvan gebruik voor zover de Pensioen- & Verzekeringskamer zulks verlangt. + +**2.** Is de vertegenwoordiger een rechtspersoon, dan wijst hij op zijn beurt een natuurlijk persoon aan die hem bij uitsluiting van ieder ander vertegenwoordigt bij de uitoefening van zijn bevoegdheden en bij de nakoming van zijn verplichtingen. + +**3.** Artikel 18, eerste en tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op de natuurlijke persoon die als vertegenwoordiger is aangesteld en op de natuurlijke persoon, bedoeld in het tweede lid. ### Paragraaf 3. Verzekeraars met zetel buiten Nederland @@ -746,7 +804,7 @@ De intrekking van de vergunning verplicht de verzekeraar zijn bedrijf af te wikk ### Artikel 66 -**1.** Wanneer het belang der gezamenlijke schuldeisers bij de afwikkeling van het bedrijf van een verzekeraar een bijzondere voorziening vordert, kan de rechtbank binnen welker rechtsgebied de verzekeraar zijn woonplaats heeft, op verzoek van de Pensioen- & Verzekeringskamer de noodregeling uitspreken, ongeacht of de verzekeraar nog over een vergunning beschikt dan wel of deze is ingetrokken of vervallen. +**1.** Wanneer het belang der gezamenlijke schuldeisers bij de afwikkeling van het bedrijf van een verzekeraar een bijzondere voorziening vordert, kan de rechtbank binnen welker rechtsgebied de verzekeraar zijn woonplaats heeft, op verzoek van de Pensioen- & Verzekeringskamer de noodregeling uitspreken, ongeacht of de verzekeraar over een vergunning beschikt of heeft beschikt. **2.** Bij het uitspreken van de noodregeling benoemt de rechtbank één of meer bewindvoerders. De Pensioen- & Verzekeringskamer kan voor de benoeming voordrachten doen. @@ -784,7 +842,7 @@ De intrekking van de vergunning verplicht de verzekeraar zijn bedrijf af te wikk ### Artikel 68 -Vervallen +Op verzoek van de bewindvoerders benoemt de rechtbank een van haar leden tot rechter-commissaris die toezicht houdt op de vereffening welke plaats heeft ingevolge artikel 72a. Met betrekking tot de beschikkingen van de rechter-commissaris, gegeven ter uitvoering van het in de eerste volzin bepaalde, zijn de artikelen 66 en 67, eerste lid, van de Faillissementswet van overeenkomstige toepassing. Het tweede lid van artikel 67 van die wet is van overeenkomstige toepassing voor zover de daarin opgesomde artikelen in artikel 72a van overeenkomstige toepassing zijn verklaard. Hetgeen in de genoemde artikelen is bepaald met betrekking tot de curator onderscheidenlijk de gefailleerde is van toepassing op de bewindvoerders onderscheidenlijk de verzekeraar dan wel het bijkantoor. ### Artikel 69 @@ -827,7 +885,7 @@ b. naheffingen opleggen en innen tot het in de statuten van een onderlinge waarb **3.** -Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor: +Onverminderd het bepaalde in artikel 72a, geldt het in het eerste lid bepaalde niet voor: a. vorderingen die door pand of hypotheek op goederen van de verzekeraar zijn gedekt; b. termijnen van huurkoop. @@ -838,7 +896,25 @@ b. termijnen van huurkoop. ### Artikel 72a -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** De bewindvoerders kunnen uitkeringen doen op vorderingen die niet voortvloeien uit handelingen met de verzekeraar na het uitspreken van de noodregeling verricht, voor zover dit gelet op de liquiditeitspositie van de verzekeraar verantwoord is te achten en indien is voldaan aan de volgende leden. + +**2.** De bewindvoerders maken een staat op waaruit blijken de aard en het bedrag van de baten en schulden van de verzekeraar, de namen en woonplaatsen van de schuldeisers alsmede het bedrag der vorderingen van iedere schuldeiser. Een door de bewindvoerders gewaarmerkt afschrift van deze staat wordt ter kosteloze inzage van een ieder ter griffie van de rechtbank neergelegd. + +**3.** Op verzoek van de bewindvoerders bepaalt de rechter-commissaris de dag waarop uiterlijk de vorderingen moeten worden ingediend, en voorts dag, uur en plaats, waarop de verificatievergadering zal worden gehouden. De bewindvoerders geven van deze beschikkingen onmiddellijk aan alle bekende schuldeisers schriftelijk kennis en doen daarvan aankondiging in een of meer door de rechter-commissaris aan te wijzen dagbladen. De artikelen 110 tot en met 113 van de Faillissementswet zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat hetgeen is bepaald met betrekking tot de curator onderscheidenlijk de gefailleerde van toepassing is op de bewindvoerders onderscheidenlijk de verzekeraar dan wel het bijkantoor. Artikel 78, vierde lid, onderdeel e, is van overeenkomstige toepassing. + +**4.** Een afschrift van de lijst van voorlopig erkende schuldvorderingen en van de lijst van betwiste vorderingen wordt door de bewindvoerders ter griffie van de rechtbank neergelegd om aldaar gedurende veertien dagen voorafgaande aan de verificatievergadering kosteloos voor een ieder ter inzage te liggen. De bewindvoerders geven alle bekende schuldeisers voor het begin van deze periode schriftelijk van de nederlegging bericht waarbij zij een nadere oproeping tot de verificatievergadering voegen. Voorts doen de bewindvoerders van de nederlegging mededeling in een of meer door de rechter-commissaris aan te wijzen dagbladen. + +**5.** Met betrekking tot de verificatie zijn de artikelen 59, 119 tot en met 122, 123 tot en met 127, 129, 132 tot en met 137, 260, eerste lid, 261 en 262, eerste en derde lid, van de Faillissementswet van overeenkomstige toepassing. Daarbij zijn de bepalingen met betrekking tot de curator onderscheidenlijk de gefailleerde van toepassing op de bewindvoerders onderscheidenlijk de verzekeraar. In afwijking van de in artikel 127, eerste lid, van de Faillissementswet genoemde termijn geldt de termijn die ingevolge het derde lid van dit artikel voor de indiening van vorderingen is bepaald. De vorderingen welke opeisbaar worden op of na de datum van de beschikking, bedoeld in artikel 66, eerste lid, worden geverifieerd voor de waarde welke zij hebben op het tijdstip waarop deze vorderingen opeisbaar worden, met dien verstande dat dit ten aanzien van vorderingen welke vallen onder de werking van artikel 74, eerste lid, slechts geldt voor zover deze bepaling niet reeds op deze vorderingen is toegepast. + +**6.** De bestuurders van de verzekeraar dan wel de vertegenwoordigers van het bijkantoor wonen de verificatievergadering bij teneinde aldaar alle inlichtingen over de oorzaken van de in artikel 66, eerste lid, bedoelde toestand en de staat van de boedel te geven die hen door de rechter-commissaris worden gevraagd. De schuldeisers kunnen de rechter-commissaris verzoeken omtrent bepaalde door hen op te geven punten inlichtingen aan de bestuurders dan wel aan de vertegenwoordigers van het bijkantoor te vragen. De vragen aan de bestuurders dan wel aan de vertegenwoordigers van het bijkantoor gesteld en de door hen gegeven antwoorden worden in het proces-verbaal opgetekend. In afwijking van het bepaalde in artikel 121, vierde lid, van de Faillissementswet levert het proces-verbaal van de verificatievergadering ten aanzien van de verbintenissen van de verzekeraar welke ingevolge artikel 74, eerste lid, worden overgedragen slechts kracht van gewijsde op voor zover de desbetreffende bedingen niet worden gewijzigd. + +**7.** Na de verificatie van de schuldvorderingen maken de bewindvoerders een uitdelingslijst op. Zij onderwerpen die aan de goedkeuring van de rechter-commissaris. De lijst houdt in een staat van ontvangsten en uitgaven, daaronder begrepen het loon van de bewindvoerders, de namen van de schuldeisers, en voorts het geverifieerde bedrag van ieders vordering en de daarop te ontvangen uitkering. De artikelen 180, tweede lid, 181 en 182, eerste lid, van de Faillissementswet zijn van overeenkomstige toepassing. Onverminderd het bepaalde in het tiende lid is artikel 233 van die wet eveneens van overeenkomstige toepassing. + +**8.** Bij het opmaken van de uitdelingslijst wordt met betrekking tot de vorderingen die zijn betwist of waarvan de voorrang is betwist of die voorwaardelijk zijn toegelaten een bedrag aan liquide middelen afgezonderd tot tenminste het beloop van het totaal van de bedragen die bij de toepassing van dit artikel op deze vorderingen zullen kunnen worden uitgekeerd, dan wel wordt deze uitkering op andere wijze zeker gesteld. + +**9.** De door de rechter-commissaris goedgekeurde uitdelingslijst wordt door de bewindvoerders ter griffie van de rechtbank neergelegd om aldaar gedurende veertien dagen kosteloos voor de schuldeisers ter inzage te liggen. De bewindvoerders doen van de nederlegging mededeling in een of meer door de rechter-commissaris aan te wijzen dagbladen. Voorts geven de bewindvoerders aan ieder der erkende en voorwaardelijk toegelaten schuldeisers schriftelijk van de nederlegging kennis, onder vermelding van het voor hem uitgetrokken bedrag. De artikelen 184 tot en met 186, 187, eerste, tweede en derde lid, 189 en 191 van de Faillissementswet zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat hetgeen daarin is bepaald met betrekking tot de curator van toepassing is op de bewindvoerders en dat in afwijking van de in artikel 184 van de Faillissementswet bedoelde termijn geldt de in de eerste zin van dit lid genoemde termijn. Indien ten gevolge van het krachtens artikel 184 dan wel artikel 186 van de Faillissementswet gedane verzet een verificatiegeschil ontstaat, wordt ten aanzien van de vorderingen waarop dit verzet betrekking heeft, het achtste lid van dit artikel overeenkomstig toegepast, en kan vervolgens, nadat voor zoveel nodig tevens dienovereenkomstig wijziging van de overige in de ter inzage neergelegde lijst opgenomen uitkeringsbedragen heeft plaats gehad, met inachtneming van het overigens in dit artikel bepaalde, tot uitkering worden overgegaan. Indien het gedane verzet niet tot een verificatiegeschil leidt, kan met inachtneming van het bij de beschikking op het verzet bepaalde tot uitkering worden overgegaan zodra die beschikking in kracht van gewijsde is gegaan. + +**10.** In afwijking van de laatste zin van het zevende lid kan op geverifieerde vorderingen welke opeisbaar worden op of na de datum van de beschikking als bedoeld in artikel 66, eerste lid, voor zover artikel 74, eerste lid, niet reeds op deze vorderingen werd toegepast, een uitkering eerst worden gedaan zodra deze vorderingen opeisbaar zijn geworden. Tot dat tijdstip wordt een bedrag aan liquide middelen afgezonderd tot ten minste het beloop van het totaal van de bedragen die bij de toepassing van dit artikel op deze vorderingen zullen kunnen worden uitgekeerd, dan wel wordt deze uitkering op andere wijze zeker gesteld. ### Artikel 73 @@ -867,6 +943,8 @@ b. verkorting van de duur van overeenkomsten van natura-uitvaartverzekering. **5.** De overdracht en de wijziging, bedoeld in het eerste lid, onderdeel *a*, worden ten aanzien van alle andere belanghebbenden dan de betrokken verzekeraars van kracht met ingang van de tweede dag, volgende op die van de dagtekening van de *Staatscourant* waarin de publikatie is geplaatst. Op de overdracht zijn de artikelen 52, eerste, tweede, vierde en vijfde lid, 53, eerste, tweede en vierde lid, en 54 niet van toepassing. +**6.** Wijzigingen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, laten onverlet de uitkeringen die overeenkomstig artikel 72a zijn gedaan voor de dag van de indiening van het verzoek om de machtiging als bedoeld in het eerste lid. + ### Artikel 74a **1.** Een vereniging waarvan ten minste 35% van de verzekeringnemers van de verzekeraar ten aanzien waarvan de noodregeling is uitgesproken lid is, kan zich aanmelden bij de bewindvoerders. @@ -901,7 +979,8 @@ a. het tijdstip waarop de termijnen, in de artikelen 43 en 45 van de Faillisseme b. een beroep op verrekening kan in afwijking van artikel 53 van de Faillissementswet slechts worden gedaan indien de vordering en de schuldplichtigheid beide zijn ontstaan voor het tijdstip waarop de beschikking, houdende machtiging, uitvoerbaar is geworden, of voortvloeien uit een handeling voor dat tijdstip met de gefailleerde verricht; c. handelingen, ingevolge artikel 70 door of namens de bewindvoerders verricht gedurende de tijd dat de machtiging van kracht was, worden beschouwd als handelingen van de curator, terwijl boedelschulden, gedurende die tijd ontstaan, ook in het faillissement als boedelschulden zullen gelden; d. de boedel is niet aansprakelijk voor verbintenissen van de verzekeraar die in strijd met artikel 70, eerste en zesde lid, zijn aangegaan gedurende de tijd dat de machtiging van kracht was, dan voor zover deze daardoor is gebaat; -e. vorderingen uit overeenkomsten van natura-uitvaartverzekering kunnen in afwijking van artikel 110, eerste lid, van de Faillissementswet worden ingediend door overlegging van de polis of een afschrift daarvan, zonder dat de waarde van de vordering behoeft te worden vermeld. Voor zover de curator de vordering erkent, stelt hij de omvang daarvan vast. +e. vorderingen uit overeenkomsten van natura-uitvaartverzekering kunnen in afwijking van artikel 110, eerste lid, van de Faillissementswet worden ingediend door overlegging van de polis of een afschrift daarvan, zonder dat de waarde van de vordering behoeft te worden vermeld. Voor zover de curator de vordering erkent, stelt hij de omvang daarvan vast; +e. overigens is, voor zover niet reeds ingevolge artikel 72a tot volledige uitvoering gekomen, het bepaalde in titel I van de Faillissementswet van toepassing. ### Artikel 78a @@ -945,8 +1024,9 @@ d. de vorderingen en rechten betreffende prestaties, die zijn ontstaan of nog zu Een verklaring van geen bezwaar voor een handeling als bedoeld in het eerste lid wordt verleend, tenzij: a. de Pensioen- & Verzekeringskamer van oordeel is dat de handeling in strijd zou zijn of zou kunnen komen met het belang van degenen die als verzekeringnemers of verzekerden betrokken zijn of zullen worden bij overeenkomsten van natura-uitvaartverzekering, gesloten of te sluiten door een rechtstreeks of middellijk bij de handeling betrokken verzekeraar; -b. de Pensioen- & Verzekeringskamer van oordeel is dat de handeling zou leiden of zou kunnen leiden tot een ongewenste ontwikkeling van het verzekeringswezen; of -c. Onze Minister van oordeel is dat de handeling zou leiden of zou kunnen leiden tot een ongewenste ontwikkeling van het verzekeringswezen. +b. de Pensioen- & Verzekeringskamer van oordeel is dat de handeling zou leiden of zou kunnen leiden tot een ongewenste ontwikkeling van het verzekeringswezen; +c. de Pensioen- & Verzekeringskamer van oordeel is dat een integere bedrijfsvoering onvoldoende is gewaarborgd, waarbij onder integere bedrijfsvoering wordt verstaan de bedrijfsvoering met uitzondering van het deel dat wordt geregeld door de effectentypische gedragsregels, bedoeld in artikel 18a van de Wet toezicht effectenverkeer 1995; of +d. Onze Minister van oordeel is dat de handeling zou leiden of zou kunnen leiden tot een ongewenste ontwikkeling van het verzekeringswezen. **5.** Aan een verklaring van geen bezwaar voor een handeling als bedoeld in het eerste lid kunnen op grond van de overwegingen als bedoeld in het vierde lid, onderdelen a, b en c, onderscheidenlijk het vierde lid, onderdeel d, beperkingen worden gesteld en voorschriften worden verbonden. @@ -965,9 +1045,9 @@ Een verklaring van geen bezwaar voor een handeling als bedoeld in het eerste lid a. de Pensioen- & Verzekeringskamer van oordeel is dat de handeling zou leiden of zou kunnen leiden tot een invloed op de betrokken verzekeraar die in strijd is met het belang van degenen die als verzekeringnemers of verzekerden betrokken zijn of zullen worden bij overeenkomsten van natura-uitvaartverzekering, gesloten of te sluiten door een rechtstreeks of middellijk bij de handeling betrokken verzekeraar; b. de Pensioen- & Verzekeringskamer van oordeel is dat de handeling ertoe zou leiden of zou kunnen leiden dat de betrokken verzekeraar behoort of zou gaan behoren tot een groep waarbinnen de formele of feitelijke zeggenschapsstructuur in zodanige mate ondoorzichtig is dat deze een belemmering zou vormen voor het adequaat uitoefenen van toezicht op de verzekeraar; c. de Pensioen- & Verzekeringskamer van oordeel is dat de handeling zou leiden of zou kunnen leiden tot een ongewenste ontwikkeling van het verzekeringswezen; of -d. Onze Minister van oordeel is dat de handeling zou leiden of zou kunnen leiden tot een ongewenste ontwikkeling van het verzekeringswezen. +d. de Pensioen- & Verzekeringskamer van oordeel is dat een integere bedrijfsvoering onvoldoende is gewaarborgd, waarbij onder integere bedrijfsvoering wordt verstaan de bedrijfsvoering met uitzondering van het deel dat wordt geregeld door de effectentypische gedragsregels, bedoeld in artikel 18a van de Wet toezicht effectenverkeer 1995; of -**3.** Aan een verklaring van geen bezwaar voor een handeling als bedoeld in het eerste lid kunnen op grond van de overwegingen als bedoeld in het tweede lid, onderdelen a, b, c en d, onderscheidenlijk het tweede lid, onderdeel e, beperkingen worden gesteld en voorschriften worden verbonden. +**3.** Aan een verklaring van geen bezwaar voor een handeling als bedoeld in het eerste lid kunnen op grond van de overwegingen als bedoeld in het tweede lid, onderdelen *a* tot en met *c*, onderscheidenlijk het tweede lid, onderdeel *d*, beperkingen worden gesteld en voorschriften worden verbonden. **4.** Ingeval het houden, het verwerven of het vergroten van een gekwalificeerde deelneming in een verzekeraar als bedoeld in het eerste lid is verricht, zonder dat voor die handeling een verklaring van geen bezwaar is verkregen of de bij de verklaring van geen bezwaar gestelde beperkingen in acht zijn genomen, is de in overtreding zijnde natuurlijke persoon of rechtspersoon gehouden binnen een door Onze Minister dan wel vanwege Onze Minister door de Pensioen- & Verzekeringskamer te bepalen termijn de verrichte handeling ongedaan te maken dan wel de beperkingen alsnog in acht te nemen. Deze verplichting vervalt op het tijdstip waarop en voor zover voor de desbetreffende handeling alsnog een verklaring van geen bezwaar wordt verleend dan wel de niet in acht genomen beperkingen worden ingetrokken. @@ -1010,8 +1090,9 @@ c. indien niet alsnog binnen de termijn als bedoeld in artikel 81, zevende lid, Indien zich met betrekking tot een verleende verklaring van geen bezwaar omstandigheden voordoen of feiten bekend worden welke: a. naar het oordeel van de Pensioen- & Verzekeringskamer tot strijd met het belang leiden of zouden kunnen leiden van degenen die als verzekeringnemers of verzekerden betrokken zijn of zullen worden bij overeenkomsten van natura-uitvaartverzekering, gesloten of te sluiten door een rechtstreeks of middellijk bij de handeling betrokken verzekeraar onderscheidenlijk tot een invloed op de betrokken verzekeraar die in strijd is met het belang van degenen die als verzekeringnemers of verzekerden betrokken zijn of zullen worden bij overeenkomsten van natura-uitvaartverzekering, gesloten of te sluiten door een rechtstreeks of middellijk bij de handeling betrokken verzekeraar; -b. naar het oordeel van de Pensioen- & Verzekeringskamer ertoe leiden of zouden kunnen leiden dat de betrokken verzekeraar zou gaan behoren tot een groep waarbinnen de formele of feitelijke zeggenschapsstructuur in zodanige mate ondoorzichtig is dat deze een belemmering zou vormen voor het adequaat uitoefenen van toezicht op de verzekeraar; of -c. naar het oordeel van de Pensioen- & Verzekeringskamer of Onze Minister leiden of zouden kunnen leiden tot een ongewenste ontwikkeling van het verzekeringswezen; +b. naar het oordeel van de Pensioen- & Verzekeringskamer ertoe leiden of zouden kunnen leiden dat de betrokken verzekeraar zou gaan behoren tot een groep waarbinnen de formele of feitelijke zeggenschapsstructuur in zodanige mate ondoorzichtig is dat deze een belemmering zou vormen voor het adequaat uitoefenen van toezicht op de verzekeraar; +c. naar het oordeel van de Pensioen- & Verzekeringskamer ertoe leiden of zouden kunnen leiden dat een integere bedrijfsvoering onvoldoende is gewaarborgd, waarbij onder integere bedrijfsvoering wordt verstaan de bedrijfsvoering met uitzondering van het deel dat wordt geregeld door de effectentypische gedragsregels, bedoeld in artikel 18a van de Wet toezicht effectenverkeer 1995; of +d. naar het oordeel van de Pensioen- & Verzekeringskamer of Onze Minister leiden of zouden kunnen leiden tot een ongewenste ontwikkeling van het verzekeringswezen; en derhalve zo zij voor het tijdstip waarop de verklaring van geen bezwaar werd verleend zich hadden voorgedaan, of bekend waren geweest, een verklaring van geen bezwaar zou zijn geweigerd dan wel de verklaring van geen bezwaar onder het stellen van beperkingen of het verbinden van voorschriften zou zijn verleend, kan Onze Minister, de Pensioen- & Verzekeringskamer gehoord, dan wel in door Onze Minister bepaalde gevallen vanwege Onze Minister de Pensioen- & Verzekeringskamer, aan de verklaring van geen bezwaar nadere beperkingen stellen of nadere voorschriften verbinden of de verklaring van geen bezwaar intrekken. @@ -1021,7 +1102,7 @@ en derhalve zo zij voor het tijdstip waarop de verklaring van geen bezwaar werd ### Artikel 85 -**1.** Iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon wiens gekwalificeerde deelneming in een verzekeraar met zetel in Nederland zodanig wijzigt, dat de omvang van deze deelneming onder de 10, 20, 33 of 50 procent daalt of, dat de verzekeraar ophoudt een dochtermaatschappij te zijn, stelt de Pensioen- & Verzekeringskamer daarvan in kennis. +**1.** Iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon wiens gekwalificeerde deelneming in een verzekeraar met zetel in Nederland zodanig wijzigt, dat de omvang van deze deelneming onder de 10, 20, 33 of 50 procent daalt of, dat de verzekeraar ophoudt een dochtermaatschappij te zijn, stelt de Pensioen- & Verzekeringskamer daarvan vooraf in kennis. **2.** Een verzekeraar met zetel in Nederland stelt, voor zover hem bekend, de Pensioen- & Verzekeringskamer in de maand juli van elk jaar in kennis van de identiteit van iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die een gekwalificeerde deelneming in deze verzekeraar houdt. Tevens stelt een verzekeraar met zetel in Nederland, zodra zulks hem bekend wordt, de Pensioen- & Verzekeringskamer in kennis van iedere verwerving, afstoting of wijziging van een gekwalificeerde deelneming in deze verzekeraar waardoor de omvang van deze deelneming boven onderscheidenlijk onder de 10, 20, 33 of 50 procent stijgt onderscheidenlijk daalt of waardoor de verzekeraar een dochtermaatschappij wordt onderscheidenlijk ophoudt een dochtermaatschappij te zijn. @@ -1037,7 +1118,7 @@ Het is verboden in Nederland te bemiddelen bij of op andere soortgelijke wijze m **2.** Het is aan een ieder die uit hoofde van de toepassing van deze wet of van krachtens deze wet genomen besluiten enige taak vervult, verboden van gegevens of inlichtingen, ingevolge deze wet verstrekt of van een instantie als bedoeld in de artikelen 88, eerste lid, of 88*a*, eerste lid, ontvangen, of van gegevens of inlichtingen, bij het onderzoek van zakelijke gegevens en bescheiden verkregen, verder of anders gebruik te maken of daaraan verder of anders bekendheid te geven dan voor de uitoefening van zijn taak of door deze wet wordt geëist. -**3.** Het eerste en tweede lid laten, ten aanzien van degene op wie het tweede lid van toepassing is, onverlet de toepasselijkheid van de bepalingen van het Wetboek van Strafvordering welke betrekking hebben op het als getuige of deskundige in strafzaken afleggen van een verklaring omtrent gegevens of inlichtingen verkregen bij de vervulling van zijn ingevolge deze wet opgedragen taak. +**3.** Het eerste en tweede lid laten, ten aanzien van degene op wie het tweede lid van toepassing is, onverlet de toepasselijkheid van de bepalingen van het Wetboek van Strafvordering. **4.** Het eerste en tweede lid laten evenzo, ten aanzien van degene op wie het tweede lid van toepassing is, onverlet de toepasselijkheid van de bepalingen van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en van artikel 66 van de Faillissementswet welke betrekking hebben op het als getuige of als partij in een comparitie van partijen dan wel als deskundige in burgerlijke zaken afleggen van een verklaring omtrent gegevens of inlichtingen verkregen bij de vervulling van zijn ingevolge deze wet opgedragen taak, voor zover het gaat om gegevens of inlichtingen omtrent een verzekeraar die in staat van faillissement is verklaard of op grond van een rechterlijke uitspraak is ontbonden. Het in de vorige volzin bepaalde geldt niet voor gegevens of inlichtingen die betrekking hebben op verzekeraars die betrokken zijn of zijn geweest bij een poging de desbetreffende verzekeraar in staat te stellen zijn bedrijf voort te zetten. @@ -1085,13 +1166,11 @@ b. indien de gegevens of inlichtingen zijn verkregen van Nederlandse of buitenla **2.** Degene aan wie gegevens of inlichtingen als bedoeld in het eerste lid worden gevraagd, verstrekt deze gegevens of inlichtingen binnen een door de Pensioen- & Verzekeringskamer te stellen termijn. -**3.** Degene bij wie een onderzoek als bedoeld in het eerste lid wordt ingesteld, verleent aan de persoon die het onderzoek verricht alle medewerking die nodig is voor een goede uitvoering van dat onderzoek, met dien verstande dat degene bij wie het onderzoek wordt ingesteld slechts kan worden verplicht tot het verlenen van inzage in de zakelijke gegevens en bescheiden. - ### Artikel 90 **1.** De Pensioen- & Verzekeringskamer kan toestaan dat een functionaris van een buitenlandse instantie als bedoeld in artikel 89, eerste lid, deelneemt aan de uitvoering van een verzoek als bedoeld in dat lid. -**2.** De verplichting, omschreven in het derde lid van artikel 89, geldt eveneens jegens de in het eerste lid bedoelde functionaris. +**2.** Degene bij wie een onderzoek als bedoeld in artikel 89, eerste lid, wordt ingesteld, verleent aan de in het eerste lid bedoelde functionaris alle medewerking die nodig is voor een goede uitvoering van dat onderzoek, met dien verstande dat degene bij wie het onderzoek wordt ingesteld en die niet ingevolge deze wet onder toezicht staat, slechts is gehouden tot het verlenen van inzage in zakelijke gegevens en bescheiden. **3.** De in het eerste lid bedoelde functionaris volgt de aanwijzingen op van de persoon die met de uitvoering van het verzoek is belast. @@ -1145,7 +1224,7 @@ c. deze zijn ontvangen van een instantie als bedoeld in artikel 88, eerste lid, ### Artikel 93b -**1.** Onze Minister en de Pensioen- & Verzekeringskamer kunnen een last onder dwangsom opleggen ter zake van overtreding van voorschriften gesteld, bij of krachtens de artikelen 11, 17, eerste tot en met derde lid, 17, vierde lid, eerste volzin, 17, vijfde lid, 18, eerste tot en met vierde lid, 18a, 22, eerste lid, onderdeel e, 22, tweede lid, 23, tweede lid, laatste volzin, 23, derde lid, eerste volzin, 23, derde lid, laatste volzin, 23, vierde lid, tweede volzin, 23, vijfde lid, 25, 27, tweede lid, 27, derde lid, onderdeel a, 27, vijfde lid, eerste volzin, 27a, tweede tot en met vierde lid, 28, eerste en tweede lid, 29, zesde lid, laatste volzin, 30, tweede en derde lid, 31, eerste lid, 32, eerste lid, 32, tweede lid, tweede volzin, 33, eerste tot en met derde lid, vijfde volzin, 33, vijfde en zesde lid, 33, zevende lid, eerste volzin, 33a, eerste lid, eerste en derde volzin, 33c, eerste lid, 34, eerste en tweede lid, 35, eerste, vierde en vijfde lid, 36, eerste lid, 36, tweede lid, tweede volzin, 37, 38, eerste tot en met vijfde lid, 39, eerste en tweede lid, 40, eerste, derde en vierde lid, 41, 44, tweede lid, 45, eerste tot en met vierde lid, 46, 47, eerste en tweede lid, 48, 49, eerste tot en met derde lid, 50, 51, eerste lid, 51, tweede lid, eerste volzin, 51, vierde lid, 54, eerste en vijfde lid, 55, derde lid, 56, eerste en tweede lid, 57, eerste, tweede en vierde lid, 58, 59, eerste lid, 63, 64, eerste lid, 81, eerste, zesde en zevende lid, 82, eerste, vierde en zesde lid, 84, zevende lid, 86, 89, tweede en derde lid, 90, tweede lid, en 92, eerste lid, voor zover zij zijn belast met de uitvoering van het toezicht ter zake van die artikelen. +**1.** Onze Minister en de Pensioen- & Verzekeringskamer kunnen een last onder dwangsom opleggen ter zake van overtreding van voorschriften gesteld, bij of krachtens de artikelen 11, 17, eerste tot en met derde lid, 17, vierde lid, eerste volzin, 17, vijfde lid, 18, eerste tot en met vierde lid, 18a, 22, eerste lid, onderdeel e, 22, tweede lid, 23, tweede lid, laatste volzin, 23, derde lid, eerste volzin, 23, derde lid, laatste volzin, 23, vierde lid, tweede volzin, 23, vijfde lid, 25, 27, tweede lid, 27, derde lid, onderdeel a, 27, vijfde lid, eerste volzin, 27a, tweede tot en met vierde lid, 28, tweede en derde lid, voor zover het betreft het voorschrift van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht en het voorschrift inzage te verlenen in zakelijke gegevens en bescheiden, 29, zesde lid, laatste volzin, 30, 31, eerste en tweede lid, 31a, eerste en tweede lid, 32, eerste lid, 32, tweede lid, tweede volzin, 33, eerste tot en met derde lid, vijfde volzin, 33, vijfde en zesde lid, 33, zevende lid, eerste volzin, 33a, eerste lid, eerste en derde volzin, 33c, eerste lid, 34, eerste en tweede lid, 35, eerste, vierde en vijfde lid, 36, eerste lid, 36, tweede lid, tweede volzin, 37, 38, eerste tot en met vijfde lid, 39, eerste en tweede lid, 40, eerste, derde en vierde lid, 40c, eerste lid, laatste volzin, 40c, tweede lid, 41, 44, tweede lid, 45, eerste tot en met vierde lid, 46, 47, eerste en tweede lid, 48, 49, eerste tot en met derde lid, 50, 51, eerste lid, 51, tweede lid, eerste volzin, 51, vierde lid, 54, eerste en vijfde lid, 55, derde lid, 56, eerste en tweede lid, 57, eerste, tweede en vierde lid, 58, 59, eerste lid, 63, 64, eerste lid, 81, eerste, zesde en zevende lid, 82, eerste, vierde en zesde lid, 84, zevende lid, 86, 89, tweede lid, 90, tweede lid, en 92, eerste lid, voor zover zij zijn belast met de uitvoering van het toezicht ter zake van die artikelen. **2.** De artikelen 5:32, tweede tot en met vijfde lid, en 5:33 tot en met 5:35 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van toepassing. @@ -1153,7 +1232,7 @@ c. deze zijn ontvangen van een instantie als bedoeld in artikel 88, eerste lid, ### Artikel 93c -**1.** Onze Minister en de Pensioen- & Verzekeringskamer kunnen een bestuurlijke boete opleggen ter zake van overtreding van voorschriften gesteld, bij of krachtens de artikelen 11, 17, eerste tot en met derde lid, 17, vierde lid, eerste volzin, 17, vijfde lid, 18, eerste tot en met vierde lid, 18a, 22, eerste lid, onderdeel e, 22, tweede lid, 23, tweede lid, laatste volzin, 23, derde lid, eerste volzin, 23, derde lid, laatste volzin, 23, vierde lid, tweede volzin, 23, vijfde lid, 25, 26, eerste lid, eerste en tweede volzin, 26, tweede lid, 27, tweede lid, 27, derde lid, onderdeel a, 27, vijfde lid, eerste volzin, 27a, tweede tot en met vierde lid, 28, eerste en tweede lid, 29, zesde lid, laatste volzin, 30, tweede en derde lid, 31, eerste lid, 32, eerste lid, 32, tweede lid, tweede volzin, 33, eerste tot en met derde lid, vijfde volzin, 33, vijfde en zesde lid, 33, zevende lid, eerste volzin, 33a, eerste lid, eerste en derde volzin, 33a, tweede en derde lid, 33b, 33c, eerste lid, 34, eerste en tweede lid, 35, eerste tot en met vijfde lid, 36, eerste lid, 36, tweede lid, tweede volzin, 37, 38, eerste tot en met vijfde lid, 39, eerste en tweede lid,40, eerste en derde tot en met vijfde lid, 41, 44, eerste en tweede lid, 45, eerste tot en met vierde lid, 46, 47, eerste en tweede lid, 48, 49, eerste tot en met derde lid, 50, 51, eerste lid, 51, tweede lid, eerste volzin, 51, vierde lid, 54, eerste en vijfde lid, 55, derde lid, 56, eerste en tweede lid, 57, eerste, tweede en vierde lid, 58, 59, eerste lid, 63, 64, eerste lid, 81, eerste, zesde en zevende lid, 82, eerste, vierde en zesde lid, 84, zevende lid, 85, eerste en tweede lid, 86, 89, tweede en derde lid, 90, tweede lid, en 92, eerste lid, voor zover zij zijn belast met de uitvoering van het toezicht ter zake van die artikelen. +**1.** Onze Minister en de Pensioen- & Verzekeringskamer kunnen een bestuurlijke boete opleggen ter zake van overtreding van voorschriften gesteld, bij of krachtens de artikelen 11, 17, eerste tot en met derde lid, 17, vierde lid, eerste volzin, 17, vijfde lid, 18, eerste tot en met vierde lid, 18a, 22, eerste lid, onderdeel e, 22, tweede lid, 23, tweede lid, laatste volzin, 23, derde lid, eerste volzin, 23, derde lid, laatste volzin, 23, vierde lid, tweede volzin, 23, vijfde lid, 25, 26, eerste lid, eerste en tweede volzin, 26, tweede lid, 27, tweede lid, 27, derde lid, onderdeel a, 27, vijfde lid, eerste volzin, 27a, tweede tot en met vierde lid, 28, tweede en derde lid, voor zover het betreft het voorschrift van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht en het voorschrift inzage te verlenen in zakelijke gegevens en bescheiden, 29, zesde lid, laatste volzin, 30, 31, eerste en tweede lid, 31a, eerste en tweede lid, 32, eerste lid, 32, tweede lid, tweede volzin, 33, eerste tot en met derde lid, vijfde volzin, 33, vijfde en zesde lid, 33, zevende lid, eerste volzin, 33a, eerste lid, eerste en derde volzin, 33a, tweede en derde lid, 33b, 33c, eerste lid, 34, eerste en tweede lid, 35, eerste tot en met vijfde lid, 36, eerste lid, 36, tweede lid, tweede volzin, 37, 38, eerste tot en met vijfde lid, 39, eerste en tweede lid,40, eerste en derde tot en met vijfde lid, 40a, eerste tot en met derde lid, 40b, eerste, tweede en vierde lid, 40c, eerste lid, laatste volzin, 40c, tweede lid,41, 44, eerste en tweede lid, 45, eerste tot en met vierde lid, 46, 47, eerste en tweede lid, 48, 49, eerste tot en met derde lid, 50, 51, eerste lid, 51, tweede lid, eerste volzin, 51, vierde lid, 54, eerste en vijfde lid, 55, derde lid, 56, eerste en tweede lid, 57, eerste, tweede en vierde lid, 58, 59, eerste lid, 63, 64, eerste lid, 81, eerste, zesde en zevende lid, 82, eerste, vierde en zesde lid, 84, zevende lid, 85, eerste en tweede lid, 86, 89, tweede lid, 90, tweede lid, en 92, eerste lid, voor zover zij zijn belast met de uitvoering van het toezicht ter zake van die artikelen. **2.** De bestuurlijke boete komt toe aan de staat indien deze door de Minister van Financiën is opgelegd, of aan de Pensioen- & Verzekeringskamer indien deze door haar is opgelegd. @@ -1161,7 +1240,7 @@ c. deze zijn ontvangen van een instantie als bedoeld in artikel 88, eerste lid, ### Artikel 93d -**1.** Het bedrag van de boete wordt bepaald op de wijze als voorzien in de bijlage, met dien verstande dat de boete voor een afzonderlijke overtreding ten hoogste € 900 000 bedraagt. +**1.** Het bedrag van de boete wordt bepaald op de wijze als voorzien in de bijlage, met dien verstande dat de boete voor een afzonderlijke overtreding ten hoogste € 900 000 bedraagt. **2.** De bijlage bepaalt bij elke daarin omschreven overtreding het bedrag van de deswege op te leggen boete. @@ -1169,7 +1248,7 @@ c. deze zijn ontvangen van een instantie als bedoeld in artikel 88, eerste lid, **4.** Onze Minister, dan wel de Pensioen- & Verzekeringskamer voor zover zij bevoegd is een boete op te leggen, kan het bedrag van de boete lager stellen dan in de bijlage is bepaald, indien het bedrag van de boete in een bepaald geval op grond van bijzondere omstandigheden onevenredig hoog is. -**5.** Voor overtreding van voorschriften gesteld bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur op grond van de artikelen 22, eerste lid, onderdeel e, 25, eerste lid, 33, vijfde lid, 38, eerste lid, laatste volzin, 38, tweede lid, tweede volzin, 38, vierde lid, eerste volzin, 38, vijfde lid, 40, eerste en vierde lid, 45, eerste lid, laatste volzin, 45, tweede lid, tweede volzin, 45, vierde en vijfde lid, en 92, eerste lid, wordt het bedrag van de boete bepaald op de wijze als voorzien in de bijlage behorend bij die algemene maatregel van bestuur, met dien verstande dat de boete voor een afzonderlijke overtreding ten hoogste € 900 000 bedraagt. +**5.** Voor overtreding van voorschriften gesteld bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur op grond van de artikelen 22, eerste lid, onderdeel e, 25, eerste lid, 31a, tweede lid, 33, vijfde lid, 38, eerste lid, laatste volzin, 38, tweede lid, tweede volzin, 38, vierde lid, eerste volzin, 38, vijfde lid, 40, eerste en vierde lid, 45, eerste lid, laatste volzin, 45, tweede lid, tweede volzin, 45, vierde en vijfde lid, en 92, eerste lid, wordt het bedrag van de boete bepaald op de wijze als voorzien in de bijlage behorend bij die algemene maatregel van bestuur, met dien verstande dat de boete voor een afzonderlijke overtreding ten hoogste € 900 000 bedraagt. ### Artikel 93e @@ -1205,7 +1284,7 @@ c. de termijn, bedoeld in artikel 93i, eerste lid, waarbinnen de boete moet word **2.** De boete wordt vermeerderd met de wettelijke rente, te rekenen vanaf de dag waarop sedert de bekendmaking van de beschikking zes weken zijn verstreken, tenzij het een overtreding betreft die op grond van artikel 93f, tweede lid, is aangewezen. -**3.** Indien de boete niet tijdig is betaald, stuurt Onze Minister, dan wel de Pensioen- & Verzekeringskamer indien zij de boete heeft opgelegd, schriftelijk een aanmaning om binnen twee weken de boete, verhoogd met de kosten van de aanmaning, alsnog te betalen. De aanmaning bevat de aanzegging, dat de boete, voor zover deze niet binnen de gestelde termijn wordt betaald, overeenkomstig het derde lid zal worden ingevorderd. +**3.** Indien de boete niet tijdig is betaald, stuurt Onze Minister, dan wel de Pensioen- & Verzekeringskamer indien zij de boete heeft opgelegd, schriftelijk een aanmaning om binnen twee weken de boete, verhoogd met de kosten van de aanmaning, alsnog te betalen. De aanmaning bevat de aanzegging, dat de boete, voor zover deze niet binnen de gestelde termijn wordt betaald, overeenkomstig het vierde lid zal worden ingevorderd. **4.** Bij gebreke van tijdige betaling kan Onze Minister, dan wel de Pensioen- & Verzekeringskamer indien zij de boete heeft opgelegd, de boete, verhoogd met de kosten van de aanmaning en van de invordering, bij dwangbevel invorderen. @@ -1241,6 +1320,58 @@ De werkzaamheden in verband met het opleggen van een dwangsom of van een boete w ## Hoofdstuk 10C. Openbaarmaking van overtredingen +### Artikel 93n + +**1.** + +De Pensioen- & Verzekeringskamer kan, in afwijking van artikel 87, teneinde de naleving van deze wet te bevorderen ter openbare kennis brengen: + +- haar weigering om een aangevraagde vergunning, ontheffing of verklaring van geen bezwaar te verlenen, wanneer deze weigering niet meer in beroep kan worden getroffen en de aanvrager handelt als was hem de vergunning, ontheffing of verklaring van geen bezwaar verleend; +- het feit dat een verzekeraar het natura-uitvaartverzekeringsbedrijf uitoefent zonder in het bezit te zijn van de ingevolge artikel 11 vereiste vergunning; +- het feit dat een verzekeraar diensten verricht naar Nederland zonder te hebben voldaan aan de procedure die ingevolge artikel 49 is vereist voor verzekeraars met zetel buiten Nederland. + +### Artikel 93o + +Degene jegens wie door de Pensioen- & Verzekeringskamer een handeling is verricht waaraan hij in redelijkheid de gevolgtrekking kan verbinden dat de Pensioen- & Verzekeringskamer zijn handelen of nalaten op grond van artikel 93n ter openbare kennis zal brengen, is niet verplicht ter zake daarvan enige verklaring af te leggen. Hij wordt hiervan in kennis gesteld alvorens hem mondeling om informatie wordt gevraagd. + +### Artikel 93p + +**1.** De Pensioen- & Verzekeringskamer geeft, indien zij voornemens is op grond van artikel 93n een feit ter openbare kennis te brengen, de betrokkene daarvan kennis onder vermelding van de gronden waarop het voornemen berust. + +**2.** In aanvulling op artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht, is de Pensioen- & Verzekeringskamer niet gehouden de betrokkene in de gelegenheid te stellen om zijn zienswijze naar voren te brengen, indien van de betrokkene geen adres bekend is en het adres ook niet met een redelijke inspanning kan worden verkregen. + +### Artikel 93q + +De beschikking om op grond van artikel 93n een feit ter openbare kennis te brengen vermeldt in ieder geval: + +- het feit dat ter openbare kennis wordt gebracht; +- de wijze waarop het feit ter openbare kennis wordt gebracht; en +- de termijn waarna het feit ter openbare kennis wordt gebracht. + +### Artikel 93r + +Tenzij de bevordering van de naleving van deze wet geen uitstel toelaat, wordt de werking van de beschikking om op grond van artikel 93n een feit ter openbare kennis te brengen opgeschort totdat de beroepstermijn is verstreken of, indien beroep is ingesteld, op het beroep is beslist. + +### Artikel 93s + +In afwijking van artikel 3:40 van de Algemene wet bestuursrecht treedt de beschikking in werking op de dag waarop het feit ter openbare kennis is gebracht zonder dat de werking voor de duur van de beroepstermijn of, indien beroep is ingesteld, van het beroep wordt opgeschort, indien van de betrokkene geen adres bekend is en het adres ook niet met een redelijke inspanning kan worden verkregen. + +### Artikel 93t + +**1.** De bevoegdheid om op grond van artikel 93n een feit ter openbare kennis te brengen vervalt indien ter zake van het feit een strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting een aanvang heeft genomen, dan wel het recht tot strafvordering is vervallen ingevolge artikel 74 van het Wetboek van Strafrecht. + +**2.** Het recht tot strafvervolging met betrekking tot een feit als bedoeld in artikel 93n vervalt, indien de Pensioen- & Verzekeringskamer het feit reeds ter openbare kennis heeft gebracht. + +### Artikel 93u + +**1.** De bevoegdheid om op grond van artikel 93n een feit ter openbare kennis te brengen vervalt drie jaren na de dag waarop het feit heeft plaats gehad. + +**2.** De termijn bedoeld in het eerste lid wordt gestuit door de bekendmaking van de beschikking waarbij het feit ter openbare kennis wordt gebracht. + +### Artikel 93v + +De werkzaamheden in verband met het op grond van artikel 93n ter openbare kennis brengen van een feit worden verricht door personen die niet betrokken zijn geweest bij het vaststellen van het feit en het daaraan voorafgaande onderzoek. + ## Hoofdstuk 11. Overgangsbepalingen ### Artikel 94 @@ -1333,4 +1464,4 @@ Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. Deze wet wordt aangehaald als: Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf. -## Bijlage . bedoeld in artikel 93d, eerste lid, van de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf +## Bijlage . bedoeld in