From e089a090d6b6b9e32ce4623586f1c7ac80cc7863 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Sat, 2 May 2009 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2009-05-02 | BWBR0005108 | Waterschapswet --- wet/waterschapswet/BWBR0005108/README.md | 47 ++++++++++++++---------- 1 file changed, 28 insertions(+), 19 deletions(-) diff --git a/wet/waterschapswet/BWBR0005108/README.md b/wet/waterschapswet/BWBR0005108/README.md index 5d95ad57068..8b23c16df21 100644 --- a/wet/waterschapswet/BWBR0005108/README.md +++ b/wet/waterschapswet/BWBR0005108/README.md @@ -72,9 +72,9 @@ Het opheffen of instellen van een waterschap dan wel het vaststellen van een reg ### Artikel 7 -**1.** Indien de besturen van twee of meer provincies niet of niet binnen redelijke termijn tot overeenstemming komen over de opheffing of instelling van een waterschap voor de waterstaatkundige verzorging van een in hun provincies gelegen gebied, dan wel over de vaststelling of wijziging van een reglement voor een dergelijk waterschap, omdat zij van mening verschillen over hetzij de noodzaak hetzij de inhoud van het te nemen besluit, kan daarin bij algemene maatregel van bestuur worden voorzien. Artikel 18*a* van de Wet op de Raad van State is van overeenkomstige toepassing. +**1.** Indien de besturen van twee of meer provincies niet of niet binnen redelijke termijn tot overeenstemming komen over de opheffing of instelling van een waterschap voor de waterstaatkundige verzorging van een in hun provincies gelegen gebied, dan wel over de vaststelling of wijziging van een reglement voor een dergelijk waterschap, omdat zij van mening verschillen over hetzij de noodzaak hetzij de inhoud van het te nemen besluit, kan daarin bij algemene maatregel van bestuur worden voorzien. Artikel 18a van de Wet op de Raad van State is van overeenkomstige toepassing. -**2.** Alvorens een voordracht tot die algemene maatregel van bestuur te doen, geeft Onze Minister van Verkeer en Waterstaat overeenkomstige toepassing aan artikel 4, eerste tot en met vierde lid, en hoort hij gedeputeerde staten van de desbetreffende provincies. +**2.** Alvorens een voordracht tot die algemene maatregel van bestuur te doen, geeft Onze Minister van Verkeer en Waterstaat overeenkomstige toepassing aan artikel 4, eerste en tweede lid, en hoort hij gedeputeerde staten van de desbetreffende provincies. **3.** Artikel 4 van de Waterstaatswet 1900 (*Stb.* 176) is op het in het eerste lid bedoelde geval niet van toepassing. @@ -121,13 +121,13 @@ Het bestuur van een waterschap bestaat uit een algemeen bestuur, een dagelijks b In het algemeen bestuur zijn de volgende categorieën van belanghebbenden vertegenwoordigd: a. de ingezetenen; -b. degenen die krachtens eigendom, bezit of beperkt recht het genot hebben van ongebouwde onroerende zaken, niet zijnde natuurterreinen als bedoeld in artikel 116, onder d; -c. degenen die krachtens eigendom, bezit of beperkt recht het genot hebben van natuurterreinen als bedoeld in artikel 116, onder d; +b. degenen die krachtens eigendom, bezit of beperkt recht het genot hebben van ongebouwde onroerende zaken, niet zijnde natuurterreinen als bedoeld in artikel 116, onder c; +c. degenen die krachtens eigendom, bezit of beperkt recht het genot hebben van natuurterreinen als bedoeld in artikel 116, onder c; d. degenen die krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebouwde onroerende zaken in gebruik hebben als bedrijfsruimte. ### Artikel 13 -**1.** Het algemeen bestuur bestaat uit een bij reglement vastgesteld aantal leden van tenminste achttien en ten hoogste dertig leden. +**1.** Het algemeen bestuur bestaat uit een bij reglement vastgesteld aantal leden van ten minste achttien en ten hoogste dertig leden. **2.** Voor de bepaling van het aantal vertegenwoordigers van elk van de in artikel 12 bedoelde categorieën wordt in aanmerking genomen de aard en de omvang van het belang of de belangen die de categorie heeft bij de uitoefening van de taken van het waterschap. @@ -304,7 +304,8 @@ m. wethouder; n. lid van het dagelijks bestuur van een deelgemeente; o. ombudsman of lid van de ombudscommissie als bedoeld in artikel 51b, eerste lid; p. ambtenaar, door of vanwege het waterschapsbestuur aangesteld of daaraan ondergeschikt; -q. ambtenaar, door of vanwege de provincie aangesteld, tot wiens taak behoort het verrichten van werkzaamheden in het kader van het toezicht op het waterschap. +q. ambtenaar, door of vanwege de provincie aangesteld, tot wiens taak behoort het verrichten van werkzaamheden in het kader van het toezicht op het waterschap; +r. lid van het algemeen bestuur of van het dagelijks bestuur van een ander waterschap. **3.** Zodra een lid van het algemeen bestuur blijkt niet te voldoen aan een der in het eerste lid bedoelde vereisten of blijkt een in het tweede lid bedoelde betrekking te vervullen, houdt deze op lid te zijn. In dat geval is artikel X 5 van de Kieswet van overeenkomstige toepassing. @@ -468,7 +469,7 @@ Zij die behoren tot het algemeen bestuur van het waterschap en anderen die deeln **3.** Gedeputeerde staten kunnen, indien het reglement dat bepaalt, ontheffing verlenen van het bepaalde in het tweede lid. Geen ontheffing wordt verleend indien het de ombudsman of een lid van de ombudscommissie betreft als bedoeld in artikel 51b, eerste lid. -**4.** De zittingsduur van het dagelijks bestuur is vier jaar. Bij toepassing van artikel 28, eerste lid, is de zittingsduur dienovereenkomstig korter of langer. De leden van het dagelijks bestuur, met uitzondering van de voorzitter, treden af tegelijk met het optreden van de leden van het nieuwe algemeen bestuur. +**4.** De zittingsduur van het dagelijks bestuur is vier jaar. Bij toepassing van artikel 27, eerste lid, is de zittingsduur dienovereenkomstig korter of langer. De leden van het dagelijks bestuur, met uitzondering van de voorzitter, treden af tegelijk met het optreden van de leden van het nieuwe algemeen bestuur. **5.** Niettemin kan het algemeen bestuur een of meer leden van het dagelijks bestuur, met uitzondering van de voorzitter, ontslag verlenen, indien deze het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezitten. Op het ontslagbesluit zijn de artikelen 4:8 en 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing. @@ -921,7 +922,7 @@ De in artikel 56 omschreven bevoegdheid tot regeling en bestuur berust bij het a ### Artikel 79 -**1.** Het algemeen bestuur stelt een verordening vast waarin regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding van de door dat bestuur te nemen besluiten worden betrokken. +**1.** Het algemeen bestuur stelt een verordening vast waarin regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding van het beleid van dat bestuur worden betrokken. **2.** De in het eerste lid bedoelde inspraak wordt verleend door toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, voorzover in de verordening niet anders is bepaald. @@ -1161,7 +1162,7 @@ Indien het algemeen bestuur de jaarrekening dan wel een indemniteitsbesluit niet De verordening bevat in ieder geval: a. regels voor waardering en afschrijving van activa; -b. grondslagen voor de berekening van de door het waterschapsbestuur in rekening te brengen prijzen en van tarieven voor rechten als bedoeld in artikel 115, eerste lid onder a en b; +b. grondslagen voor de berekening van de door het waterschapsbestuur in rekening te brengen prijzen en van tarieven voor rechten als bedoeld in artikel 115, eerste lid; c. regels inzake de algemene doelstellingen en de te hanteren richtlijnen en limieten van de financieringsfunctie. ### Artikel 109 @@ -1252,9 +1253,9 @@ c. het behandelen van verzoeken tot het verlenen van vergunningen of ontheffinge Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: -a. ingezetenen: degene die, blijkens de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, bij het begin van het kalenderjaar woonplaats heeft in het gebied van het waterschap en die aldaar gebruik heeft van woonruimte, met dien verstande dat in geval van gebruik van woonruimte door de leden van een gezamenlijke huishouding het door een door de in artikel 123, derde lid, onderdeel b, bedoelde ambtenaar van het waterschap aan te wijzen lid van dat huishouden; +a. ingezetene: degene die blijkens de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens bij het begin van het kalenderjaar woonplaats heeft in het gebied van het waterschap en die aldaar gebruik heeft van woonruimte, met dien verstande dat gebruik van woonruimte door de leden van een gezamenlijke huishouding wordt aangemerkt als gebruik door een lid van dat huishouden, dat wordt aangewezen door de in artikel 123, derde lid, onderdeel b, bedoelde ambtenaar van het waterschap; b. woonruimte: een ruimte die blijkens zijn inrichting bestemd is om als een afzonderlijk geheel te voorzien in woongelegenheid en waarvan de delen blijkens de inrichting van die ruimte niet bestemd zijn om afzonderlijk in gebruik te worden gegeven; -c. natuurterreinen: ongebouwde onroerende zaken waarvan de inrichting en het beheer geheel of nagenoeg geheel en duurzaam zijn afgestemd op het behoud of de ontwikkeling van natuur. Onder natuurterreinen worden mede verstaan bossen en open wateren met een oppervlakte van tenminste één hectare. +c. natuurterreinen: ongebouwde onroerende zaken waarvan de inrichting en het beheer geheel of nagenoeg geheel en duurzaam zijn afgestemd op het behoud of de ontwikkeling van natuur. Onder natuurterreinen worden mede verstaan bossen en open wateren met een oppervlakte van ten minste één hectare. ### Artikel 117 @@ -1322,7 +1323,7 @@ b. de opstaller voorrang boven de erfpachter, onderscheidenlijk de beklemde meie De toedeling van het kostendeel voor de categorie, bedoeld in artikel 117, onderdeel a, wordt bepaald aan de hand van de gemiddelde inwonerdichtheid per vierkante kilometer in het gebied van het waterschap. Het door het waterschap bij verordening, als bedoeld onder het eerste lid, te bepalen kostenaandeel bedraagt: a. minimaal 20% en maximaal 30% wanneer het aantal inwoners per vierkante kilometer niet meer bedraagt dan 500; -b. minimaal 31% en maximaal 40% wanneer het aantal inwoners per vierkante kilometer meer bedraagt dan 500 maar niet meer dan 1000; +b. minimaal 31% en maximaal 40% wanneer het aantal inwoners per vierkante kilometer meer bedraagt dan 500, maar niet meer dan 1000; c. minimaal 41% en maximaal 50% wanneer het aantal inwoners per vierkante kilometer meer bedraagt dan 1000. **3.** Het algemeen bestuur kan de in het tweede lid genoemde maximale percentages verhogen tot 40, onderscheidenlijk 50 en 60 %. @@ -1331,7 +1332,7 @@ c. minimaal 41% en maximaal 50% wanneer het aantal inwoners per vierkante kilome **5.** De in het eerste lid bedoelde verordening behoeft de goedkeuring van gedeputeerde staten. Het besluit tot vaststelling van de verordening wordt binnen vier weken na de vaststelling door het algemeen bestuur toegezonden aan gedeputeerde staten, met de naar voren gebrachte bedenkingen en overwegingen daaromtrent van het algemeen bestuur. -**6.** De in het eerste lid bedoelde verordening wordt tenminste eenmaal in de vijf jaren herzien. +**6.** De in het eerste lid bedoelde verordening wordt ten minste eenmaal in de vijf jaren herzien. ### Artikel 121 @@ -1344,7 +1345,7 @@ b. ter zake van ongebouwde onroerende zaken als bedoeld in artikel 117, onderdee c. ter zake van ongebouwde onroerende zaken als bedoeld in artikel 117, onderdeel c: de oppervlakte, waarbij het tarief wordt gesteld op een gelijk bedrag per hectare; d. ter zake van gebouwde onroerende zaken als bedoeld in artikel 117, onderdeel d: de waarde die voor de onroerende zaak wordt bepaald op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor het kalenderjaar, waarbij het tarief wordt gesteld op een vast percentage van de waarde. -**2.** In afwijking in zoverre van het eerste lid, onderdeel d, wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf voor de heffingen ter zake van gebouwde onroerende zaken de waarde van onroerende zaken of onderdelen daarvan als bedoeld in artikel 220d, eerste lid, onderdelen c, h en j, van de Gemeentewet en van waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen die dienen als woning, buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet reeds is geschied bij de bepaling van de in het eerste lid, onderdeel d, bedoelde waarde. +**2.** In afwijking in zoverre van het eerste lid, onderdeel d, wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf voor de heffing ter zake van gebouwde onroerende zaken de waarde van onroerende zaken of onderdelen daarvan als bedoeld in artikel 220d, eerste lid, onderdelen c, h en j, van de Gemeentewet en van waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen die dienen als woning, buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet reeds is geschied bij de bepaling van de in het eerste lid, onderdeel d, bedoelde waarde. **3.** Bij de toepassing van het tweede lid is het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken van overeenkomstige toepassing. @@ -1373,11 +1374,13 @@ b. krachtens eigendom, bezit of beperkt recht het genot hebben van ongebouwde on c. krachtens eigendom, bezit of beperkt recht het genot hebben van natuurterreinen; d. krachtens eigendom, bezit of beperkt recht het genot hebben van gebouwde onroerende zaken. +**3.** Op het tweede lid is artikel 116 van toepassing. + ### Artikel 122b **1.** Het algemeen bestuur stelt ten behoeve van de in artikel 122a bedoelde heffing een verordening vast, waarin voor elk van de categorieën van heffingplichtigen de toedeling van het kostendeel is opgenomen. -**2.** Bij reglement wordt bepaald aan welke regels de toedeling van het kostendeel, bedoeld in het eerste lid, voldoet. Daarbij kunnen de artikelen 118, 119 en 121 van overeenkomstige toepassing worden verklaard. +**2.** Bij reglement wordt bepaald aan welke regels de toedeling van het kostendeel, bedoeld in het eerste lid, voldoet. Daarbij kunnen de artikelen 118 tot en met 121 van overeenkomstige toepassing worden verklaard. **3.** De heffing, bedoeld in artikel 122a, kan onderdeel uitmaken van de in artikel 117 bedoelde heffing. @@ -1456,7 +1459,9 @@ b. het aantal vervuilingseenheden met betrekking tot de gewichtshoeveelheden van ### Artikel 122g -Het aantal vervuilingseenheden wordt berekend met behulp van door meting, bemonstering en analyse verkregen gegevens, overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels. +**1.** Het aantal vervuilingseenheden wordt berekend met behulp van door meting, bemonstering en analyse verkregen gegevens, overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels. + +**2.** Bij de maatregel kan worden bepaald dat ter uitvoering van die maatregel nadere regels worden gesteld bij verordening van het algemeen bestuur. ### Artikel 122h @@ -1487,8 +1492,8 @@ Het aantal vervuilingseenheden wordt berekend met behulp van door meting, bemons Het aantal vervuilingseenheden in een kalenderjaar kan geheel of gedeeltelijk door middel van schatting worden vastgesteld indien door de heffingplichtige: a. de meting, bemonstering en analyse niet of niet geheel is geschied in overeenstemming met de in artikel 122g bedoelde regels; -b. bepaling van de vervuilingswaarde op grond van artikel 122h, eerste lid, of 122i eerste of vierde lid, niet mogelijk is; -c. bepaling van de vervuilingswaarde op grond van artikel 122k, vierde lid wel mogelijk is, maar door de heffingplichtige gedurende het heffingsjaar geen verzoek als bedoeld in dat artikel is gedaan. +b. het aantal vervuilingseenheden niet is berekend met behulp van meting, bemonstering en analyse en bepaling van de vervuilingswaarde op basis van artikel 122h, eerste lid, 122i, eerste of tweede lid, of 122k, eerste lid of vierde lid, niet mogelijk is; +c. het aantal vervuilingseenheden niet is berekend met behulp van meting, bemonstering, bepaling van de vervuilingswaarde op basis van artikel 122k, vierde lid, wel mogelijk is, maar door de heffingplichtige gedurende het heffingsjaar geen verzoek als bedoeld in dat artikel is gedaan. ### Artikel 122k @@ -1527,6 +1532,10 @@ De onderstaande tabel bevat klassen met bijbehorende klassegrenzen en afvalwater **4.** Indien het aantal vervuilingseenheden met betrekking tot het zuurstofverbruik in een kalenderjaar voor de bedrijfsruimte of onderdeel van een bedrijfsruimte meer dan 1000 bedraagt en door de heffingplichtige aannemelijk is gemaakt dat de berekening van dit aantal overeenkomstig het eerste lid niet resulteert in een lager aantal vervuilingseenheden dan de berekening van dit aantal overeenkomstig artikel 122g is het eerste lid op verzoek van de heffingplichtige van overeenkomstige toepassing. +### Artikel 122l + +Nadere regels met betrekking tot de zuiveringsheffing kunnen worden gesteld bij verordening van het algemeen bestuur. + ### Hoofdstuk XVIII. De heffing en invordering van waterschapsbelastingen ### Artikel 123 @@ -1779,7 +1788,7 @@ Vervallen **2.** Artikel 73, tweede tot en met vierde lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de terinzagelegging geschiedt gelijktijdig met de bekendmaking van het besluit, voor de tijd van zes weken. -**3.** Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van het besluit van gedeputeerde staten, inhoudende de goedkeuring van een verordening als bedoeld in artikel 120, eerste lid. +**3.** Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van het besluit van gedeputeerde staten, inhoudende de goedkeuring van een verordening als bedoeld in artikel 120, eerste lid, of 122b, eerste lid. ### Artikel 152