2006-09-02 | BWBR0012288 | Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
This commit is contained in:
parent
e18c6ca2de
commit
e09bbab8ad
1 changed files with 65 additions and 83 deletions
|
|
@ -9893,97 +9893,79 @@ Het beleid zoals weergegeven in het gelijknamige hoofdstuk van 13 juli 2004 kom
|
|||
|
||||
#### 1. Datum
|
||||
|
||||
Deze versie van dit hoofdstuk is vastgesteld op 17 maart 2003.
|
||||
Deze versie van dit hoofdstuk is vastgesteld op 16 augustus 2006.
|
||||
|
||||
20036401-04-200317-03-2003HKUIT03-1272(AUB)20036401-04-200317-03-2003HKUIT03-1272(AUB)03-04-2003
|
||||
200616931-08-200616-08-20062006/28200616931-08-200616-08-20062006/2802-09-2006
|
||||
|
||||
#### 2. Geldigheid
|
||||
#### 2. Achtergrond
|
||||
|
||||
Het beleid en de instructies in dit hoofdstuk zijn geldig vanaf 3 april 2003.
|
||||
Dit hoofdstuk bevat het landgebonden asielbeleid voor Libië. Het landgebonden asielbeleid is een uitwerking van het algemene beleid van C1 tot en met C6 en kan niet worden gezien als een uitzonderingsregeling. De algemene wet- en regelgeving blijft steeds de basis voor de individuele beoordeling van een asielaanvraag.
|
||||
|
||||
De beleidsconclusies in dit hoofdstuk zijn mede gebaseerd op de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage, zittinghoudende te Rotterdam, van 5 oktober 2005 (Awb 04/48272). Er is besloten tot een beleidswijziging van asielaanvragen van Libische asielzoekers. Deze beleidswijziging is neergelegd in een brief aan de Voorzitter van de Tweede Kamer van 10 juli 2006 en is gepubliceerd in de Stcrt. van 17 juli 2006.
|
||||
|
||||
Op 10 juli 2006 heeft de Minister de Voorzitter van de Tweede Kamer bericht dat het kabinet heeft besloten tot instelling van het besluitmoratorium als bedoeld in artikel 43, aanhef en onder a, Vw voor asielzoekers afkomstig uit Libië. Dit artikel ziet op de naar verwachting korte periode van onzekerheid die zal bestaan over de situatie in Libië op grond waarvan redelijkerwijs niet kan worden beslist of de asielaanvraag op één van de gronden in artikel 29 Vw kan worden toegewezen. Het besluitmoratorium voor asielzoekers uit Libië is ingesteld naar aanleiding van het volgende. In het ambtsbericht Libië van 20 november 2002 van de Minister van BuZa staat op pagina 10 in de paragraaf over de procedure bij terugkeer vermeld, dat “…indien een uitgeprocedeerde Libische asielzoeker na terugkeer in Libië wordt gedetineerd, mishandeling of foltering tijdens detentie niet kan worden uitgesloten”. Omdat in dezelfde paragraaf wordt gesteld, dat “er (..) een essentieel verschil (is) tussen de behandeling van personen die worden verdacht van oppositionele activiteiten in of buiten Libië en personen die daarvan niet worden verdacht”, heeft hogergenoemde rechtbank geconcludeerd dat het niet duidelijk is op welke categorie teruggekeerde asielzoekers het ambtsbericht betrekking heeft. Het beleid ging er vooralsnog van uit dat er alleen risico bestond voor personen die verdacht waren van oppositionele activiteiten. Het ministerie van BuZa kan op dit moment deze informatie bevestigen noch ontkennen vanwege onvoldoende onderzoeksmogelijkheden. Na de zomer van 2006 zal het ministerie van BuZa opnieuw bezien, of zich nieuwe onderzoeksmogelijkheden aandienen.
|
||||
|
||||
Gelet op de onmogelijkheid om thans te beslissen op asielaanvragen als gevolg van de uitspraak van de rechtbank en het vermoeden dat onderzoek zal kunnen uitwijzen dat niet-opposanten van het regime geen gevaar lopen te worden mishandeld, dient het besluitmoratorium gebaseerd te worden op de in artikel 43, aanhef en onder a, Vw genoemde grond. Immers, er zal naar verwachting voor een korte periode onzekerheid bestaan over de situatie in het land van herkomst en op grond daarvan kan redelijkerwijs niet worden beslist of de aanvraag op een van de gronden genoemd in artikel 29 Vw wordt toegewezen.
|
||||
|
||||
Gegeven de onzekere situatie kan van de in Nederland verblijvende Libische asielzoekers niet in redelijkheid worden verlangd dat zij op korte termijn naar Libië terugkeren. Daarom dient een vertrekmoratorium aan het besluitmoratorium te worden gekoppeld, dat gebaseerd dient te worden op artikel 45, lid 4 van de Vw.
|
||||
|
||||
Het vertrek- en besluitmoratorium wordt vooralsnog ingesteld tot 1 januari 2007.
|
||||
|
||||
Dit hoofdstuk bevat de uitvoeringsconsequenties van het door de Minister vastgestelde beleid.
|
||||
|
||||
Voor een beschrijving van de actuele situatie wordt verwezen naar het ambtsbericht van de Minister van BuZa van november 2002.
|
||||
|
||||
#### 3. Besluitmoratorium
|
||||
|
||||
Ten aanzien van asielzoekers uit Libië is een besluit genomen in de zin van artikel 43 Vw.
|
||||
|
||||
Het besluitmoratorium is ingesteld tot 1 januari 2007. Dit betekent dat tot 1 januari 2007 de individuele beslistermijn van aanvragen waarvan die termijn nog niet is volgelopen, wordt verlengd met een jaar. Het kan voorkomen dat (ook) de (verlengde) beslistermijn reeds is verstreken. Echter het ligt voor de hand, gezien de uitspraak van de rechtbank, dat het niet mogelijk is zorgvuldig te beslissen op deze aanvragen.
|
||||
|
||||
Het besluit ziet niet op de volgende categorieën:
|
||||
|
||||
• Dublin-claimanten (zie artikel 30, eerste lid, onder a, Vw);
|
||||
• Libiërs die rechtmatig verblijf hebben op een nadere grond als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e of l, Vw (zie artikel 30, eerste lid, onder b, Vw);
|
||||
• Libiërs die al eerder een aanvraag tot een verblijfsvergunning (asiel of regulier) hebben ingediend waarop nog niet onherroepelijk is beslist en op grond van die aanvraag rechtmatig verblijf hebben als bedoeld in artikel 8, onder f, g en h, Vw (zie artikel 30, eerste lid, onder c, Vw);
|
||||
• Libiërs die op grond van verdragsverplichtingen tussen Nederland en een ander land zullen worden overgedragen aan dat land van eerder verblijf (zie artikel 30, eerste lid, onder d, Vw);
|
||||
• Libiërs die hebben verbleven in een derde land dat partij is bij het Vluchtelingenverdrag en niet aannemelijk hebben gemaakt dat het bedoelde land die verdragsverplichtingen ten aanzien van hen niet nakomt (zie artikel 31, tweede lid, onder h, Vw);
|
||||
• Libiërs die in een ander land van eerder verblijf zullen worden toegelaten totdat zij elders duurzame bescherming hebben gevonden( zie artikel 31, tweede lid, onder i, Vw);
|
||||
• Libiërs die een gevaar vormen voor de nationale veiligheid, die zijn veroordeeld wegens een zodanig ernstig misdrijf als bedoeld in artikel 33, tweede lid, Vluchtelingenverdrag of die zich schuldig hebben gemaakt aan misdrijven als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag (zie artikel 31, tweede lid, onder k, Vw juncto artikel 3.107 Vb en in het bijzonder C1/5.13.3).
|
||||
|
||||
Op aanvragen van Libische asielzoekers die behoren tot de bovengenoemde categorieën kan tijdens het besluitmoratorium worden beslist.
|
||||
|
||||
Onder de werking van het besluitmoratorium zullen de individuele vreemdelingen wel in de gelegenheid worden gesteld zich omtrent de asielaanvraag te doen horen.
|
||||
|
||||
#### 4. Vertrekmoratorium
|
||||
|
||||
Ten aanzien van asielzoekers uit Libië is een besluit genomen in de zin van artikel 45, vierde lid, Vw.
|
||||
|
||||
Voor asielzoekers afkomstig uit Libië geldt een vertrekmoratorium. Van het vertrekmoratorium zijn de volgende categorieën uitgezonderd:
|
||||
|
||||
• Dublinclaimanten (zie artikel 30, eerste lid, onder a, Vw);
|
||||
• Libiërs die rechtmatig verblijf hebben op een andere grond als bedoeld in artikel 8 , onder a tot en met e en l, Vw (zie artikel 30, eerste lid, onder b Vw):
|
||||
• Libiërs die al eerder een aanvraag tot een verblijfsvergunning (asiel of regulier) hebben ingediend waarop nog niet onherroepelijk is beslist en die op grond van die aanvraag rechtmatig verblijf hebben als bedoeld in artikel 8, onder f, g en h, Vw (zie artikel 30, eerste lid, onder c, Vw);
|
||||
• Libiërs die op grond van verdragsverplichtingen tussen Nederland en een ander land zullen worden overgedragen aan dat land van eerder verblijf (zie artikel 30, eerste lid, onder d, Vw);
|
||||
• Libiërs die hebben verbleven in een derde land dat partij is bij het Vluchtelingenverdrag en niet aannemelijk hebben gemaakt dat het bedoelde land die verdragsverplichtingen ten aanzien van hen niet nakomt (zie artikel 31, tweede lid, onder h, Vw);
|
||||
• Libiërs die in een ander land van eerder verblijf zullen worden toegelaten todat zij elders duurzame bescherming hebben gevonden (zie artikel 31, tweede lid, onder i, Vw);
|
||||
• Libiërs die een gevaar vormen voor de openbare orde of nationale veiligheid (zie artikel 31, tweede lid, onder k, Vw. Het betreft hier dus het volledige openbare orde beleid).
|
||||
|
||||
Het recht op opvang en voorzieningen dat voortvloeit uit dit vertrekmoratorium eindigt van rechtswege wanneer het vertrekmoratorium afloopt.
|
||||
|
||||
Het gestelde onder C1/6 geldt.
|
||||
|
||||
##### 4.1. Verkrijgen van opvang wanneer de opvang reeds was beëindigd
|
||||
|
||||
Om opnieuw voor opvang in aanmerking te komen, is geen nieuwe asielaanvraag noodzakelijk. Wel moet men eerder een asielaanvraag hebben ingediend en moet men zich melden bij het AC Ter Apel om voor opvang in aanmerking te komen. Om logistieke redenen kan na de aanmelding besloten worden betrokkene door te verwijzen naar de Tijdelijke Noodvoorziening, alvorens te beoordelen of betrokkene conform het geldende vertrekmoratorium in aanmerking komt voor opvang.
|
||||
|
||||
20036401-04-200317-03-2003HKUIT03-1272(AUB)20036401-04-200317-03-2003HKUIT03-1272(AUB)03-04-2003
|
||||
200616931-08-200616-08-20062006/28200616931-08-200616-08-20062006/2802-09-2006
|
||||
|
||||
#### 3. Achtergrond
|
||||
#### 5. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
|
||||
|
||||
Op 20 november 2002 heeft de Minister van Buitenlandse Zaken een ambtsbericht uitgebracht over de terugkeer naar Libië van afgewezen asielzoekers.
|
||||
Dit hoofdstuk bevat de uitvoeringsconsequenties van het door de Minister vastgestelde beleid.
|
||||
|
||||
20036401-04-200317-03-2003HKUIT03-1272(AUB)20036401-04-200317-03-2003HKUIT03-1272(AUB)03-04-2003
|
||||
Het beleid zoals neergelegd in C1/5.13.3 is van toepassing. Voor wat betreft de procedure in 1F-zaken wordt verwezen naar C3/10.14. Voor de procedure omtrent getuigen van oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid wordt verwezen naar C3/10.15.
|
||||
|
||||
#### 4. Beoordeling van asielaanvragen van Libische asielzoekers
|
||||
#### 6. Overgangsrecht
|
||||
|
||||
Bij de beoordeling van asielaanvragen van Libiërs moet in ogenschouw worden genomen dat Libië geen parlement, politieke partijen of regering kent, zoals in Nederland of andere Westerse landen. Tevens moet bij de beoordeling worden betrokken dat de Libische wetgeving oppositie tegen het huidige regime verbiedt. Ook partijpolitieke activiteiten zijn niet toegestaan. Zie hiervoor pagina 4 en verder van het ambtsbericht van de Minister van Buitenlandse Zaken van 20 november 2002.
|
||||
Indien de asielzoeker aannemelijk maakt dat hij op grond van zijn politieke activiteiten te vrezen heeft voor een op zijn persoon gerichte vervolging door de Libische autoriteiten, komt hij in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid onder a, Vreemdelingenwet. Hetzelfde geldt, indien een Libische asielzoeker aannemelijk maakt dat hij op grond van één van de gronden genoemd in het Vluchtelingenverdrag op zijn persoon gerichte vervolging te vrezen heeft van de zijde van de Libische autoriteiten.
|
||||
Indien betrokkene hiervoor niet in aanmerking komt, dient bij de verdere beoordeling van de asielaanvraag te worden meegenomen dat alle Libiërs die langere tijd in het buitenland hebben verbleven bij terugkeer zullen worden ondervraagd door de Libische veiligheidsdiensten. Uit het ambtsbericht valt op te maken dat er geen exacte termijn van verblijf in het buitenland is aan te geven op grond waarvan de Libische autoriteiten een terugkerende Libiër zullen verhoren. Ook een mogelijke associatie met in het buitenland verblijvende leden van de oppositie of een mogelijke associatie met oppositionele activiteiten kunnen indicaties zijn om een terugkerende Libiër te onderwerpen aan een ondervraging.
|
||||
Indien aannemelijkheid is dat betrokkene bij terugkeer verdacht zal worden van oppositionele activiteiten, kritiek op het huidige Libische systeem of contacten met of associatie met een opposant of oppositie die al dan niet in het buitenland verblijven, komt betrokkene in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid onder b, Vreemdelingenwet. Er is dan sprake van een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM bij terugkeer naar Libië.
|
||||
Uit het ambtsbericht blijkt ook dat personen die Libië verlaten, worden onderworpen aan zeer strikte controles. Bij het horen van asielzoekers uit Libië dient goed te worden gevraagd op welke wijze zij het land hebben verlaten. Een legale uitreis dient te worden meegewogen in de beoordeling van het asielrelaas, waarbij het aan de asielzoeker is om aannemelijk te maken dat sprake is van gegronde vrees voor vervolging of een reëel risico van schending van artikel 3 EVRM bij terugkeer naar Libië.
|
||||
Het enkele feit dat een persoon legaal is uitgereisd, is evenwel geen reden om geen status te verlenen. Zie ook paragraaf 5.3.
|
||||
Het enkele feit dat betrokkene in Nederland een asielverzoek heeft ingediend is geen reden om betrokkene een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen op grond van artikel 29, eerste lid, onder b, Vreemdelingenwet.
|
||||
Een asielzoeker die aannemelijk kan maken dat de Libische autoriteiten hem verdenken van oppositionele activiteiten die in het buitenland zijn gestart en op grond hiervan hem zullen vervolgen, kan in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid onder b, Vreemdelingenwet, ook indien hij legaal is uitgereisd.
|
||||
|
||||
20036401-04-200317-03-2003HKUIT03-1272(AUB)20036401-04-200317-03-2003HKUIT03-1272(AUB)03-04-2003
|
||||
|
||||
##### 4.1. Dienstplichtigen en deserteurs
|
||||
|
||||
Het normale beleid, zoals weergegeven in subparagraaf C1/4.2.12 is van toepassing. Ten aanzien van Libië heeft zich niet de situatie voorgedaan dat militaire acties in totaliteit door de internationale gemeenschap zijn veroordeeld als strijdig met de grondbeginselen voor humaan gedrag of met de fundamentele normen die gelden tijdens een gewapend conflict.
|
||||
|
||||
20036401-04-200317-03-2003HKUIT03-1272(AUB)20036401-04-200317-03-2003HKUIT03-1272(AUB)03-04-2003
|
||||
|
||||
#### 5. Bijzondere aandachtspunten
|
||||
|
||||
In deze paragraaf wordt ingegaan op meer algemene omstandigheden die van belang (kunnen) zijn bij de beoordeling of de asielzoeker in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel.
|
||||
|
||||
20036401-04-200317-03-2003HKUIT03-1272(AUB)20036401-04-200317-03-2003HKUIT03-1272(AUB)03-04-2003
|
||||
|
||||
##### 5.1. Vlucht- en/of vestigingsalternatief
|
||||
|
||||
Het algemene beleid, zoals weergegeven in subparagraaf C1/3.3.3 is van toepassing.
|
||||
|
||||
20036401-04-200317-03-2003HKUIT03-1272(AUB)20036401-04-200317-03-2003HKUIT03-1272(AUB)03-04-2003
|
||||
|
||||
##### 5.2. Traumatabeleid
|
||||
|
||||
Het algemene beleid, zoals weergegeven in paragraaf C1/4.4 is van toepassing. Voor het overige zijn er met betrekking tot Libië geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
20036401-04-200317-03-2003HKUIT03-1272(AUB)20036401-04-200317-03-2003HKUIT03-1272(AUB)03-04-2003
|
||||
|
||||
##### 5.3. Legale uitreis
|
||||
|
||||
In de praktijk worden personen die Libië verlaten onderworpen aan zeer strikte controles. Het enkele feit dat een asielzoeker legaal is uitgereisd is echter geen reden om geen status te verlenen.
|
||||
|
||||
20036401-04-200317-03-2003HKUIT03-1272(AUB)20036401-04-200317-03-2003HKUIT03-1272(AUB)03-04-2003
|
||||
|
||||
#### 6. Procedurele aspecten
|
||||
|
||||
Geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
20036401-04-200317-03-2003HKUIT03-1272(AUB)20036401-04-200317-03-2003HKUIT03-1272(AUB)03-04-2003
|
||||
|
||||
#### 7. Terugkeer en uitzetting
|
||||
|
||||
##### 7.1. Terugkeer
|
||||
|
||||
Indien na een zorgvuldige beoordeling is vast komen te staan dat de asielzoeker niet in aanmerking komt voor toelating op één van de gronden genoemd in artikel 29, eerste lid, Vreemdelingenwet of ambtshalve niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, kan naar Libië worden teruggekeerd.
|
||||
|
||||
20036401-04-200317-03-2003HKUIT03-1272(AUB)20036401-04-200317-03-2003HKUIT03-1272(AUB)03-04-2003
|
||||
|
||||
##### 7.2. Uitzetting
|
||||
|
||||
Er zijn geen beleidsmatige belemmeringen om naar Libië te verwijderen.
|
||||
|
||||
20036401-04-200317-03-2003HKUIT03-1272(AUB)20036401-04-200317-03-2003HKUIT03-1272(AUB)03-04-2003
|
||||
|
||||
##### 7.3. Categoriale bescherming
|
||||
|
||||
Asielzoekers uit Libië komen niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, onder d, Vreemdelingenwet (zie paragraaf C1/4.5).
|
||||
|
||||
20036401-04-200317-03-2003HKUIT03-1272(AUB)20036401-04-200317-03-2003HKUIT03-1272(AUB)03-04-2003
|
||||
|
||||
##### 7.4. Vertrekmoratorium
|
||||
|
||||
Ten aanzien van asielzoekers uit Libië is geen besluit genomen in de zin van artikel 45, vierde lid, Vreemdelingenwet.
|
||||
|
||||
20036401-04-200317-03-2003HKUIT03-1272(AUB)20036401-04-200317-03-2003HKUIT03-1272(AUB)03-04-2003
|
||||
Het beleid zoals weergegeven in het gelijknamige hoofdstuk van 17 maart 2003 komt te vervallen met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze versie van het hoofdstuk.
|
||||
|
||||
### [8/52]. Het asielbeleid ten aanzien van Mauritanië
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue