From e0ac52fbab91465f8bb298b54329f28666333615 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Wed, 1 Jul 2009 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2009-07-01 | BWBR0007671 | Arbeidstijdenwet --- wet/arbeidstijdenwet/BWBR0007671/README.md | 174 +++++---------------- 1 file changed, 43 insertions(+), 131 deletions(-) diff --git a/wet/arbeidstijdenwet/BWBR0007671/README.md b/wet/arbeidstijdenwet/BWBR0007671/README.md index e0ac3f34f26..b7d03e352b1 100644 --- a/wet/arbeidstijdenwet/BWBR0007671/README.md +++ b/wet/arbeidstijdenwet/BWBR0007671/README.md @@ -105,8 +105,6 @@ f. een medezeggenschapsregeling voor de in artikel 53b van de Wet op de ondernem ### Artikel 1:7 -**1.** - In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; @@ -121,13 +119,6 @@ e. pauze: een periode van ten minste 15 achtereenvolgende minuten, waarmee de ar f. Dienst Wegverkeer: de dienst, bedoeld in artikel 4a van de Wegenverkeerswet 1994; g. consignatie: een periode tussen twee opeenvolgende diensten of tijdens een pauze, waarin de werknemer uitsluitend verplicht is bereikbaar te zijn om in geval van onvoorziene omstandigheden op oproep zo spoedig mogelijk de bedongen arbeid te verrichten. -**2.** - -In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: - -a. beboetbaar feit: een handelen of nalaten waardoor deze wet en de daarop berustende bepalingen niet worden nageleefd en terzake waarvan een boete kan worden opgelegd; -b. boete: de bestuurlijke sanctie die bestaat uit de onvoorwaardelijke verplichting tot het betalen van een bepaalde geldsom aan de Staat. - ## Hoofdstuk 2. Toepassingsgebied ### Paragraaf 2.1. Gehele of gedeeltelijke uitsluiting van de toepasselijkheid @@ -793,11 +784,11 @@ c. bedoeld in artikel 9:2 ten behoeve van het installeren, onderzoeken of herste **1.** Een toezichthouder kan bevelen, dat, indien artikel 3:2, eerste lid, naar zijn oordeel in ernstige mate wordt overtreden, een kind de arbeid staakt. -**2.** Een toezichthouder kan bevelen dat, indien arbeid wordt verricht die naar zijn oordeel in ernstige mate in strijd is met de bij deze wet en de daarop berustende bepalingen gegeven regels inzake arbeids- en rusttijden of deugdelijke registratie, voor zover aangeduid als beboetbare of strafbare feiten, een kind, de werknemer of een persoon als bedoeld in artikel 2:7, die arbeid staakt tot op een nader te bepalen tijdstip. Het tijdstip wordt niet later gesteld dan dat, waarop hervatting van de arbeid wettelijk weer geoorloofd is onderscheidenlijk deugdelijk kan worden uitgevoerd. +**2.** Een toezichthouder kan bevelen dat, indien arbeid wordt verricht die naar zijn oordeel in ernstige mate in strijd is met de bij deze wet en de daarop berustende bepalingen gegeven regels inzake arbeids- en rusttijden of deugdelijke registratie, voor zover aangeduid als overtredingen in de zin van artikel 10:1 of overtredingen of misdrijven in de zin van artikel 2, derde lid, van de Wet op de economische delicten, een kind, de werknemer of een persoon als bedoeld in artikel 2:7, die arbeid staakt tot op een nader te bepalen tijdstip. Het tijdstip wordt niet later gesteld dan dat, waarop hervatting van de arbeid wettelijk weer geoorloofd is onderscheidenlijk deugdelijk kan worden uitgevoerd. **3.** Voor zover het in het eerste en tweede lid bedoelde bevel op enigerlei andere wijze dan schriftelijk wordt gegeven, wordt zij binnen 7 dagen, nadat het bevel is gegeven, schriftelijk bevestigd. -**4.** Degene, die een bevel als bedoeld in het eerste en tweede lid, heeft gegeven, is bevoegd met betrekking tot de uitvoering ervan de nodige maatregelen te treffen, met inbegrip van de toepassing van bestuursdwang, de nodige aanwijzingen te geven en de hulp van de sterke arm in te roepen. +**4.** Degene, die een bevel als bedoeld in het eerste en tweede lid, heeft gegeven, is bevoegd met betrekking tot de uitvoering ervan de nodige maatregelen te treffen, met inbegrip van de oplegging van een last onder bestuursdwang, de nodige aanwijzingen te geven en de hulp van de sterke arm in te roepen. **5.** Degene die het bevel heeft gegeven, kan dit bevel te allen tijde intrekken. @@ -807,13 +798,13 @@ c. bedoeld in artikel 9:2 ten behoeve van het installeren, onderzoeken of herste **1.** Een ieder, wie zulks aangaat, gedraagt zich overeenkomstig een bevel als bedoeld in artikel 8:2, eerste en tweede lid, en een maatregel of aanwijzing als bedoeld in het vierde lid van dat artikel. -**2.** Een gedraging in strijd met het eerste lid is een misdrijf. +**2.** Een gedraging in strijd met het eerste lid is een misdrijf in de zin van artikel 2, derde lid, van de Wet op de economische delicten. ### Paragraaf 8.3. Geheimhouding ### Artikel 8:4 -De toezichthouders zijn, behoudens tegenover hen aan wier gezag zij uit hoofde van hun ambt zijn onderworpen, verplicht tot geheimhouding van de namen van de personen door wie een klacht is ingediend of aangifte is gedaan van een overtreding van deze wet en de daarop berustende bepalingen, behoudens wanneer deze personen hen schriftelijk hebben verklaard tegen de mededeling van hun namen geen bedenkingen te hebben. +De toezichthouders zijn, behoudens tegenover hen aan wier gezag zij uit hoofde van hun ambt zijn onderworpen, verplicht tot geheimhouding van de namen van de personen door wie een klacht is ingediend of aangifte is gedaan van een overtreding of misdrijf in de zin van artikel 2, derde lid, van de Wet op de economische delicten voor zover betrekking hebbend op deze wet en de daarop berustende bepalingen, behoudens wanneer deze personen hen schriftelijk hebben verklaard tegen de mededeling van hun namen geen bedenkingen te hebben. ### Paragraaf 8.4. Controlemiddelen toezichthouders @@ -859,36 +850,17 @@ c. de aanvraag van een goedkeuring als bedoeld in artikel 9:1, derde lid. ## Hoofdstuk 10. Bestuursrechtelijke handhaving -### Paragraaf 10.1. Beboetbare feiten +### Paragraaf 10.1. Overtredingen -#### Paragraaf . Aanwijzing beboetbare feiten +#### Paragraaf . Aanwijzing overtredingen ### Artikel 10:1 -Als beboetbaar feit wordt aangemerkt het niet naleven van de artikelen 3:2, eerste en vierde lid, 3:3, tweede lid, 3:4, 3:5, eerste lid, 4:1, zesde lid, 4:3, eerste lid, 4:6, 5:3, eerste en tweede lid, 5:4, eerste lid, 5:5, eerste en tweede lid, 5:7, eerste en tweede lid, 5:8, eerste tot en met vijfde lid, zevende en negende lid, 5:9, eerste tot en met zevende lid, 5:14, derde lid, 5:15, zevende lid, 5:16, eerste lid, voor zover het niet naleven van dit artikellid een beboetbaar feit oplevert, 8:6, tweede lid, alsmede – voor zover aangeduid als beboetbare feiten – de voorschriften krachtens de artikelen 2:7, eerste lid, 4:3, tweede tot en met vierde lid, 5:12, eerste en tweede lid, 8:1, vijfde lid, en 9:2, eerste lid, ten aanzien van het gebruik van middelen ten behoeve van het installeren, onderzoeken of herstellen van een apparaat als bedoeld in artikel 9:1, eerste lid. - -#### Paragraaf . Aanduiding pleger beboetbaar feit +Als overtreding wordt aangemerkt het niet naleven van de artikelen 3:2, eerste en vierde lid, 3:3, tweede lid, 3:4, 3:5, eerste lid, 4:1, zesde lid, 4:3, eerste lid, 4:6, 5:3, eerste en tweede lid, 5:4, eerste lid, 5:5, eerste en tweede lid, 5:7, eerste en tweede lid, 5:8, eerste tot en met vijfde lid, zevende en negende lid, 5:9, eerste tot en met zevende lid, 5:14, derde lid, 5:15, zevende lid, 5:16, eerste lid, voor zover het niet naleven van dit artikellid een overtreding oplevert, 8:6, tweede lid, alsmede – voor zover aangeduid als overtredingen – de voorschriften krachtens de artikelen 2:7, eerste lid, 4:3, tweede tot en met vierde lid, 5:12, eerste en tweede lid, 8:1, vijfde lid, en 9:2, eerste lid, ten aanzien van het gebruik van middelen ten behoeve van het installeren, onderzoeken of herstellen van een apparaat als bedoeld in artikel 9:1, eerste lid. ### Artikel 10:2 -**1.** Beboetbare feiten kunnen worden begaan door natuurlijke personen en rechtspersonen. - -**2.** - -Indien een beboetbaar feit wordt begaan door een rechtspersoon, kan de boete worden opgelegd aan: - -1°. de rechtspersoon, of -2°. degene die opdracht heeft gegeven tot een handelen of nalaten waardoor de verplichtingen die voortvloeien uit deze wet of de daarop berustende bepalingen niet zijn nageleefd alsmede tegen hem die feitelijke leiding heeft gegeven aan die gedraging, of -3°. de onder 1° en 2° genoemde tezamen. - -**3.** - -Voor de toepassing van het eerste en tweede lid wordt met een rechtspersoon gelijkgesteld: - -1°. de vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid, -2°. de maatschap, -3°. de rederij en -4°. het doelvermogen. +Vervallen ### Paragraaf 10.2. Het boeterapport @@ -896,143 +868,87 @@ Voor de toepassing van het eerste en tweede lid wordt met een rechtspersoon geli ### Artikel 10:3 -**1.** Indien een toezichthouder constateert, dat een beboetbaar feit is begaan, maakt hij daarvan zo spoedig mogelijk een rapport op. +**1.** -**2.** +Onverminderd artikel 5:48, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht vermeldt het rapport in ieder geval: -Het rapport is gedagtekend en vermeldt in ieder geval: +a. de bij de overtreding betrokken persoon of personen; +b. het officiële nummer waaronder het desbetreffende vervoermiddel is geregistreerd, voor zover in verband met de overtreding van belang. -a. de naam van degene die het beboetbare feit heeft gepleegd; -b. de aard van het beboetbare feit onder vermelding van het wettelijke voorschrift dat niet is nageleefd; -c. de aanduiding van de plaats waar en het tijdstip waarop het beboetbare feit is begaan; -d. de bij het beboetbare feit betrokken persoon of personen; -e. de natuurlijke of rechtspersoon op wie de verplichting rust tot naleving van het beboetbare wettelijke voorschrift; -f. het officiële nummer waaronder het betreffende vervoermiddel is geregistreerd, voor zover in verband met het beboetbare feit van belang. - -**3.** Indien de toezichthouder, bedoeld in het eerste lid, jegens de in het tweede lid, onderdeel e, bedoelde persoon een handeling verricht waaraan deze in redelijkheid de gevolgtrekking kan verbinden dat jegens hem wegens het begaan van een beboetbaar feit een rapport als bedoeld in het eerste lid zal worden opgemaakt, is die persoon niet langer verplicht terzake enige verklaring af te leggen. De in de eerste volzin bedoelde persoon wordt hiervan in kennis gesteld alvorens hem mondeling om informatie wordt gevraagd. - -**4.** Het rapport wordt toegezonden aan de op grond van artikel 10:5, eerste en tweede lid, aangewezen ambtenaar. - -**5.** Gelijktijdig met de toezending, bedoeld in het vierde lid, wordt het rapport in afschrift toegezonden of uitgereikt aan de persoon, bedoeld in het tweede lid, onderdeel e. - -**6.** Indien de in het vijfde lid bedoelde persoon het rapport wegens zijn gebrekkige kennis van de Nederlandse taal onvoldoende begrijpt, zorgt de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, er zoveel mogelijk voor dat de in het rapport vermelde informatie aan hem wordt medegedeeld in een voor hem begrijpelijke taal. +**2.** Het rapport wordt toegezonden aan de op grond van artikel 10:5, eerste of tweede lid, aangewezen ambtenaar. ### Paragraaf 10.3. Oplegging van de boete -#### Paragraaf . Kennisgeving boete oplegging - ### Artikel 10:4 -**1.** Indien de op grond van artikel 10:5 aangewezen ambtenaar voornemens is om de natuurlijke persoon of rechtspersoon op wie de verplichtingen rusten welke voortvloeien uit deze wet en de daarop berustende bepalingen, voor zover het niet naleven daarvan is aangeduid als beboetbaar feit, een boete op te leggen, wordt deze hiervan schriftelijk in kennis gesteld onder vermelding van de gronden waarop het voornemen berust. - -**2.** In afwijking van afdeling 4.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht stelt de op grond van artikel 10:5 aangewezen ambtenaar binnen een door hem te bepalen termijn de persoon, bedoeld in het eerste lid, in de gelegenheid om schriftelijk of zo nodig mondeling zijn zienswijze naar voren te brengen alvorens de boete wordt opgelegd. - -**3.** Indien de persoon, bedoeld in het tweede lid, zijn zienswijze mondeling naar voren brengt en hij de Nederlandse taal onvoldoende begrijpt, zorgt de op grond van artikel 10:5 aangewezen ambtenaar ervoor dat een tolk wordt benoemd die hem kan bijstaan, tenzij redelijkerwijs kan worden aangenomen dat daaraan geen behoefte bestaat. +Vervallen #### Paragraaf . Het opleggen van de boete ### Artikel 10:5 -**1.** Een daartoe door Onze Minister aangewezen, onder hem ressorterende ambtenaar legt de boete op aan de natuurlijke of rechtspersoon op wie de verplichtingen rusten welke voortvloeien uit deze wet en de daarop berustende bepalingen, voor zover het niet naleven daarvan is aangeduid als beboetbaar feit. +**1.** Een daartoe door Onze Minister aangewezen, onder hem ressorterende ambtenaar legt de bestuurlijke boete op aan de natuurlijke of rechtspersoon op wie de verplichtingen rusten welke voortvloeien uit deze wet en de daarop berustende bepalingen, voor zover het niet naleven daarvan is aangeduid als overtreding. -**2.** Voor zover het de in artikel 5:12, tweede lid, onderscheiden categorieën van arbeid betreft legt een daartoe door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat en Onze Minister tezamen aangewezen ambtenaar de boete op aan de natuurlijke persoon of rechtspersoon op wie de verplichtingen rusten welke voortvloeien uit deze wet en de daarop berustende bepalingen, voor zover het niet naleven daarvan is aangeduid als beboetbaar feit. +**2.** Voor zover het de in artikel 5:12, tweede lid, onderscheiden categorieën van arbeid betreft legt een daartoe door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat en Onze Minister tezamen aangewezen ambtenaar de bestuurlijke boete op aan de natuurlijke persoon of rechtspersoon op wie de verplichtingen rusten welke voortvloeien uit deze wet en de daarop berustende bepalingen, voor zover het niet naleven daarvan is aangeduid als overtreding. -**3.** De terzake van deze wet en de daarop berustende bepalingen gestelde beboetbare feiten, gelden ten opzichte van elk persoon, met of ten aanzien van wie het beboetbare feit is begaan, en met betrekking tot elke dag in de loop waarvan dit beboetbare feit is begaan. +**3.** De ter zake van deze wet en de daarop berustende bepalingen gestelde overtredingen gelden ten opzichte van elke persoon, met of ten aanzien van wie de overtreding is begaan, en met betrekking tot elke dag in de loop waarvan deze overtreding is begaan. -**4.** Indien een werknemer die in dienst is van een buiten Nederland gevestigde werkgever in diens opdracht arbeid verricht voor een in Nederland gevestigde werkgever, rusten de verplichtingen welke voortvloeien uit deze wet en de daarop berustende bepalingen, voor zover deze zijn aangeduid als beboetbare feiten, mede op de hiervoor bedoelde in Nederland gevestigde werkgever. +**4.** Indien een werknemer die in dienst is van een buiten Nederland gevestigde werkgever in diens opdracht arbeid verricht voor een in Nederland gevestigde werkgever, rusten de verplichtingen welke voortvloeien uit deze wet en de daarop berustende bepalingen, voor zover deze zijn aangeduid als overtredingen, mede op de hiervoor bedoelde in Nederland gevestigde werkgever. -#### Paragraaf . Geen oplegging van de boete +#### Paragraaf . Geen oplegging van de bestuurlijke boete ### Artikel 10:6 -**1.** Geen boete wordt opgelegd indien de natuurlijke persoon op wie de verplichtingen rusten welke voortvloeien uit deze wet en de daarop berustende bepalingen, bedoeld in artikel 10:1, is overleden. +Geen bestuurlijke boete wordt opgelegd, indien een gedraging die in strijd is met deze wet of de daarop berustende bepalingen, tevens een strafbaar feit als bedoeld in artikel 11:3, eerste tot en met derde lid, oplevert. -**2.** Geen boete wordt opgelegd, indien een beboetbaar feit tevens een strafbaar feit, als bedoeld in artikel 11:3, eerste tot en met derde lid, oplevert. - -#### Paragraaf . De hoogte van de boete +#### Paragraaf . De hoogte van de bestuurlijke boete ### Artikel 10:7 **1.** -De boete die ten hoogste voor een beboetbaar feit kan worden opgelegd, is, indien begaan door: +De bestuurlijke boete die ten hoogste voor een overtreding kan worden opgelegd, is, indien begaan door: a. een natuurlijke persoon, gelijk aan de geldsom van ten hoogste € 11 250, b. een rechtspersoon, gelijk aan de geldsom van ten hoogste € 45 000. -**2.** Onverminderd het eerste lid verhoogt de op grond van artikel 10:5 aangewezen ambtenaar de op te leggen boete met 50%, indien op de dag van het constateren van het beboetbare feit nog geen 24 maanden zijn verstreken nadat een eerder beboetbaar feit bestaande uit het niet naleven van eenzelfde wettelijke verplichting is geconstateerd en de boete wegens het eerdere beboetbare feit onherroepelijk is geworden. +**2.** Onverminderd het eerste lid verhoogt de op grond van artikel 10:5, eerste of tweede lid, aangewezen ambtenaar de op te leggen bestuurlijke boete met 50%, indien op de dag van het constateren van de overtreding nog geen 24 maanden zijn verstreken nadat een eerdere overtreding bestaande uit het niet naleven van eenzelfde wettelijke verplichting is geconstateerd en de boete wegens de eerdere overtreding onherroepelijk is geworden. -**3.** Onze Minister stelt beleidsregels vast waarin de boetebedragen voor de beboetbare feiten worden vastgesteld. Voor beboetbare feiten begaan door personen, bedoeld in artikel 5:12, tweede lid, stellen Onze Minister van Verkeer en Waterstaat en Onze Minister tezamen beleidsregels vast waarin de boetebedragen voor die feiten worden vastgesteld. +**3.** Onze Minister stelt beleidsregels vast waarin de boetebedragen voor de overtredingen worden vastgesteld. Voor overtredingen begaan door personen, bedoeld in artikel 5:12, tweede lid, stellen Onze Minister van Verkeer en Waterstaat en Onze Minister tezamen beleidsregels vast waarin de boetebedragen voor die overtredingen worden vastgesteld. Artikel 5:53 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing indien een artikel gesteld bij of krachtens de wet op grond waarvan een bestuurlijke boete kan worden opgelegd, niet is nageleefd. **4.** In afwijking van artikel 8:69 van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechter in beroep of hoger beroep de hoogte van de boete ook ten nadele van de belanghebbende wijzigen. -#### Paragraaf . De boetebeschikking - ### Artikel 10:8 -**1.** Een boete wordt opgelegd bij beschikking van de op grond van artikel 10:5 aangewezen ambtenaar. - -**2.** - -In de beschikking wordt in ieder geval vermeld: - -a. de hoogte van de boete; -b. het beboetbare feit ter zake waarvan de boete opgelegd wordt; -c. de bij het beboetbare feit betrokken persoon of personen; -d. degene op wie de verplichting rust tot naleving van deze wet en de daarop berustende bepalingen, voor zover deze zijn aangeduid als beboetbare feiten. -e. de termijn waarbinnen de boete moet worden betaald. - -**3.** De beschikking wordt gegeven binnen 13 weken na dagtekening van het boeterapport, bedoeld in artikel 10:3. - -**4.** Indien de in het tweede lid, onderdeel d, bedoelde persoon die de inhoud van de beschikking wegens zijn gebrekkige kennis van de Nederlandse taal onvoldoende begrijpt, zorgt de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, er zoveel mogelijk voor dat de in die beschikking vermelde informatie aan hem wordt medegedeeld in een voor hem begrijpelijke taal. - -#### Paragraaf . Vervaltermijn +Vervallen ### Artikel 10:9 -**1.** De bevoegdheid om een boete op te leggen vervalt na verloop van 2 jaren na de dag waarop het beboetbare feit is geconstateerd. +Vervallen -**2.** De beslissing om een boete op te leggen stuit de in het eerste lid bedoelde termijn. +### Paragraaf 10.4. Inlichtingenplicht en terugbetaling -### Paragraaf 10.4. Aanmaning en invordering - -#### Paragraaf . Betaling van de boete +#### Paragraaf . Inlichtingenplicht jegens de boeteoplegger ### Artikel 10:10 -**1.** De boete wordt betaald binnen 6 weken nadat de beschikking, bedoeld in artikel 10:8, is bekendgemaakt. - -**2.** Degene aan wie een boete is opgelegd, verstrekt desgevraagd aan de daartoe op grond van artikel 10:5, eerste en tweede lid, aangewezen ambtenaar de inlichtingen die redelijkerwijs voor de tenuitvoerlegging van de boete nodig zijn. - -**3.** Bij overlijden van de natuurlijke persoon aan wie een boete is opgelegd, vervalt de opgelegde boete voor zover deze nog niet is geïnd. - -#### Paragraaf . Aanmaning +De persoon aan wie een bestuurlijke boete is opgelegd, verstrekt desgevraagd aan de daartoe op grond van artikel 10:5, eerste en tweede lid, aangewezen ambtenaar de inlichtingen die redelijkerwijs voor de tenuitvoerlegging van de bestuurlijke boete nodig zijn. ### Artikel 10:11 -**1.** Bij gebreke van betaling maant de op grond van artikel 10:5 aangewezen ambtenaar degene aan wie de boete is opgelegd schriftelijk aan binnen een termijn van 2 weken alsnog aan zijn verplichtingen te voldoen. De verschuldigde boete wordt verhoogd met de kosten die op de aanmaning betrekking hebben. - -**2.** De aanmaning bevat de aanzegging, dat de boete, voor zover deze binnen de in de aanmaning gestelde termijn niet wordt voldaan, wordt ingevorderd overeenkomstig artikel 10:12. - -#### Paragraaf . Dwangbevel +Vervallen ### Artikel 10:12 -**1.** Bij gebreke van betaling vordert de op grond van artikel 10:5 aangewezen ambtenaar van degene aan wie de boete is opgelegd de verschuldigde boete, verhoogd met de op de aanmaning en invordering betrekking hebbende kosten, bij dwangbevel in. - -**2.** Het dwangbevel wordt op kosten van de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie de boete is opgelegd bij deurwaardersexploit betekend en levert een executoriale titel op in de zin van Boek 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. - -**3.** Gedurende 6 weken na de dag van betekening van het dwangbevel staat verzet tegen het dwangbevel open door dagvaarding van de Staat. - -**4.** Het verzet kan niet worden gegrond op de stelling dat de beschikking, bedoeld in artikel 10:10, niet is ontvangen of dat de bij die beschikking opgelegde boete ten onrechte of op een te hoge geldsom is vastgesteld. - -**5.** Het verzet schorst de tenuitvoerlegging niet, tenzij de voorzieningenrechter desgevraagd anders beslist. +Vervallen ### Paragraaf 10.5. Terugbetaling +#### Paragraaf . Terugbetaling + ### Artikel 10:13 -Indien een boete ten onrechte is opgelegd, wordt de betaalde geldsom, vermeerderd met de wettelijke rente, binnen 6 weken nadat is vastgesteld dat de boete ten onrechte is opgelegd, aan de rechthebbende terugbetaald. +Indien een bestuurlijke boete ten onrechte is opgelegd, wordt deze binnen zes weken nadat is vastgesteld dat de bestuurlijke boete ten onrechte is vastgesteld, aan de rechthebbende terugbetaald. ### Paragraaf 10.6. Bijzondere voorschriften voor bestuurders van motorrijtuigen zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland @@ -1054,34 +970,30 @@ c. kenteken: het kenteken waaronder een voertuig in het buitenland is geregistre ### Artikel 10:15 -In afwijking van de paragrafen 10.2 tot en met 10.4, met uitzondering van de artikelen 10:7 eerste en derde lid, en 10:9, kan deze paragraaf worden toegepast indien het beboetbare feit heeft plaatsgevonden met of door middel van een voertuig waarvan aannemelijk is dat de houder van het kenteken geen bekende woon- of verblijfplaats in Nederland heeft of dat de bestuurder van een voertuig in Nederland geen bekende woon- of verblijfplaats heeft. +In afwijking van de paragrafen 10.2 tot en met 10.4, met uitzondering van artikel 10:7 eerste en derde lid, kan deze paragraaf worden toegepast indien de overtreding heeft plaatsgevonden met of door middel van een voertuig waarvan aannemelijk is dat de houder van het kenteken geen bekende woon- of verblijfplaats in Nederland heeft of dat de bestuurder van een voertuig in Nederland geen bekende woon- of verblijfplaats heeft. ### Artikel 10:16 -**1.** Een boete wordt opgelegd bij beschikking van de in artikel 8:1, eerste lid, en in artikel 8:1, tweede lid, ten aanzien van de in artikel 5:12, tweede lid, onderdeel a, ten aanzien van arbeid verricht in of op motorrijtuigen, bedoelde toezichthouder. +**1.** Een bestuurlijke boete wordt opgelegd door de toezichthouder, bedoeld in artikel 8:1, eerste lid, en in artikel 8:1, tweede lid, ten aanzien van de in artikel 5:12, tweede lid, onderdeel a, bedoelde personen ten aanzien van arbeid door hen verricht in of op motorrijtuigen. **2.** -In de beschikking wordt in ieder geval vermeld: +Onverminderd artikel 5:48, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht vermeldt de beschikking in ieder geval: -a. de naam van degene die het beboetbare feit heeft gepleegd; -b. de aanduiding van de plaats waar en het tijdstip waarop het beboetbare feit is begaan; -c. het beboetbare feit ter zake waarvan de boete opgelegd wordt; -d. de hoogte van de boete; -e. het officiële nummer waaronder het betreffende voertuig is geregistreerd; -f. de houder van het kenteken. +a. het officiële nummer waaronder het desbetreffende voertuig is geregistreerd; +b. de houder van het kenteken. #### Paragraaf . Betaling van de boete ### Artikel 10:17 -De in artikel 10:16 bedoelde toezichthouders kunnen vorderen dat de boete terstond wordt voldaan. +De in artikel 10:16 bedoelde toezichthouders kunnen vorderen dat de bestuurlijke boete terstond wordt voldaan. #### Paragraaf . Voorlopige maatregelen ### Artikel 10:18 -De in artikel 10:16 bedoelde toezichthouders zijn bevoegd bij wijze van voorlopige maatregel het voertuig naar een door hen aangewezen plaats te doen overbrengen en in bewaring te stellen, dan wel aan het voertuig een mechanisch hulpmiddel te doen aanbrengen, waardoor verhinderd wordt dat het voertuig wordt weggereden. Zij kunnen vorderen dat, alvorens het voertuig aan de bestuurder wordt teruggegeven, naast de kosten van overbrenging en bewaring eveneens de boete zal worden voldaan. +De in artikel 10:16 bedoelde toezichthouders zijn bevoegd bij wijze van voorlopige maatregel het voertuig naar een door hen aangewezen plaats te doen overbrengen en in bewaring te stellen, dan wel aan het voertuig een mechanisch hulpmiddel te doen aanbrengen, waardoor verhinderd wordt dat het voertuig wordt weggereden. Zij kunnen vorderen dat, alvorens het voertuig aan de bestuurder wordt teruggegeven, naast de kosten van overbrenging en bewaring eveneens de bestuurlijke boete zal worden voldaan. ## Hoofdstuk 11. Strafbaarstelling en daarmee samenhangende bepalingen @@ -1107,9 +1019,9 @@ De Nederlandse strafwet is mede van toepassing op de Nederlander en de in Nederl **2.** Het niet naleven van artikel 3:2, eerste en vierde lid, en 3:3, tweede lid, wordt aangemerkt als een strafbaar feit indien een kind bij het verrichten van arbeid een ongeval overkomt dat ernstig lichamelijk of geestelijk letsel of de dood ten gevolge heeft of indien redelijkerwijs te verwachten is dat de hiervoor genoemde gevolgen aan het verrichten van arbeid zijn verbonden. -**3.** Bij arbeid verricht door de in artikel 5:12, tweede lid, bedoelde personen wordt het niet naleven van de artikelen 5:3, eerste en tweede lid, 5:4, eerste lid, 5:5, eerste en tweede lid, 5:7, eerste en tweede lid, 5:8, eerste tot en met vijfde lid, zevende en negende lid, 5:9, eerste tot en met zevende lid, 5:14, derde lid, 5:15, zevende lid, 5:16, eerste lid, voor zover het niet naleven van dit artikellid een beboetbaar feit oplevert alsmede – voor zover aangeduid als beboetbare feiten – de voorschriften krachtens de artikelen 2:7, eerste lid, en 5:12, tweede lid, aangemerkt als strafbaar feit, als daardoor de verkeersveiligheid ernstig in gevaar is gebracht of redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de verkeersveiligheid ernstig in gevaar is gebracht. +**3.** Bij arbeid verricht door de in artikel 5:12, tweede lid, bedoelde personen wordt het niet naleven van de artikelen 5:3, eerste en tweede lid, 5:4, eerste lid, 5:5, eerste en tweede lid, 5:7, eerste en tweede lid, 5:8, eerste tot en met vijfde lid, zevende en negende lid, 5:9, eerste tot en met zevende lid, 5:14, derde lid, 5:15, zevende lid, 5:16, eerste lid, voor zover het niet naleven van dit artikellid een overtreding oplevert alsmede – voor zover aangeduid als overtredingen – de voorschriften krachtens de artikelen 2:7, eerste lid, en 5:12, tweede lid, aangemerkt als strafbaar feit, als daardoor de verkeersveiligheid ernstig in gevaar is gebracht of redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de verkeersveiligheid ernstig in gevaar is gebracht. -**4.** Een strafbaar feit als bedoeld in dit artikel is een overtreding. +**4.** Een strafbaar feit als bedoeld in dit artikel is een overtreding in de zin van artikel 2, derde lid, van de Wet op de economische delicten. ### Paragraaf . Strafoplegging