2011-05-07 | BWBR0020368 | Wet op het financieel toezicht

This commit is contained in:
Coornhert 2011-05-07 12:00:00 +00:00
parent 9978414684
commit e0c04aa9ec

View file

@ -1279,30 +1279,6 @@ b. belangrijke sancties of bijzondere maatregelen.
**7.** De Nederlandsche Bank kan het inwinnen van advies als bedoeld in het zesde lid in spoedeisende gevallen achterwege laten. In dat geval deelt zij de toezichthoudende instanties van andere lidstaten haar besluit onverwijld mede.
### Artikel 1:51c
**1.** Indien de Nederlandsche Bank toezicht houdt op een in Nederland gelegen bijkantoor van een beleggingsonderneming of bank met zetel in een andere lidstaat, kan zij de toezichthoudende instantie van een andere lidstaat die toezicht houdt op geconsolideerde basis of indien geen toezicht op geconsolideerde basis wordt uitgeoefend, de toezichthoudende instantie van de lidstaat van de zetel van de desbetreffende beleggingsonderneming of bank verzoeken het bijkantoor als significant aan te merken.
**2.**
Het verzoek vermeldt de redenen waarom het bijkantoor als significant kan worden aangemerkt, en met name:
a. indien het een bank betreft, of het marktaandeel in depositos van het in Nederland gelegen bijkantoor meer dan 2 procent bedraagt;
b. de vermoedelijke gevolgen van een opschorting of beëindiging van de werkzaamheden van een beleggingsonderneming of bank als bedoeld in het eerste lid voor de liquiditeit van de markt en de betalings-, clearing- en afwikkelingssystemen in Nederland; of
c. de omvang en het belang van het bijkantoor, wat het aantal cliënten betreft, binnen het bancaire of financiële stelsel in Nederland.
**3.** Indien de Nederlandsche Bank toezicht houdt op een beleggingsonderneming of bank met zetel in Nederland of toezicht op geconsolideerde basis houdt op een Nederlandse beleggingsonderneming of Nederlandse bank en een verzoek ontvangt van een toezichthoudende instantie van een andere lidstaat om een in die lidstaat gelegen bijkantoor van deze financiële onderneming als significant aan te merken, neemt zij nadat overeenstemming met de andere betrokken toezichthoudende instanties is bereikt over de kwalificatie van het bijkantoor als significant een besluit over de kwalificatie van een bijkantoor als significant.
**4.** Indien binnen twee maanden na een verzoek van de Nederlandsche Bank, bedoeld in het eerste lid, geen besluit over de kwalificatie van een bijkantoor is genomen, beslist de Nederlandsche Bank, uiterlijk twee maanden daarna of het bijkantoor significant is. Bij deze beslissing houdt de Nederlandsche Bank rekening met de standpunten en voorbehouden van de betrokken toezichthoudende instanties.
**5.** De Nederlandsche Bank zendt een besluit, bedoeld in het derde en vierde lid, aan de betrokken toezichthoudende instanties.
### Artikel 1:51d
**1.** Indien de Nederlandsche Bank toezicht houdt op een beleggingsonderneming of bank met zetel in Nederland, zendt zij de toezichthoudende instantie van een lidstaat waar een significant bijkantoor van deze financiële onderneming is gelegen de informatie, bedoeld in artikel 1:51a, derde lid, onderdelen c en d, en voert zij de toezichtactiviteiten, bedoeld in artikel 3:278b, eerste lid, onderdeel c, in samenwerking met die toezichthoudende instantie uit.
**2.** Indien de Nederlandsche Bank toezicht houdt op een in Nederland gelegen significant bijkantoor van een beleggingsonderneming of bank met zetel in een andere lidstaat, werkt zij, in de uitvoering van de toezichttaken, bedoeld in artikel 3:278b, eerste lid, onderdeel c, samen met de toezichthoudende instantie van de zetel van de desbetreffende financiële onderneming.
### Artikel 1:52
**1.** De toezichthouder kan ten behoeve van de uitvoering van zijn taak op grond van deze paragraaf van een ieder inlichtingen vorderen, indien dat voor de vervulling van de taak van een toezichthoudende instantie in een andere lidstaat nodig is.
@ -1529,11 +1505,11 @@ c. onder zeggenschap staat van een natuurlijke persoon of rechtspersoon die teve
### Artikel 1:62
De Nederlandsche Bank stelt de toezichthoudende instantie van de desbetreffende lidstaat in de gelegenheid advies uit te brengen alvorens zij een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:95 verleent of een mededeling als bedoeld in artikel 3:108, vierde lid, doet, indien de beleggingsonderneming of kredietinstelling waarin de aanvrager een gekwalificeerde deelneming wil houden ten gevolge van de gekwalificeerde deelneming dochtermaatschappij zou worden of anderszins onder de zeggenschap zou komen van de aanvrager, en de aanvrager:
De Nederlandsche Bank stelt de toezichthoudende instantie van de desbetreffende lidstaat in de gelegenheid advies uit te brengen alvorens zij een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:95 verleent, indien de aanvrager:
a. een beleggingsonderneming, herverzekeraar, kredietinstelling, levensverzekeraar of schadeverzekeraar of beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten is waaraan in een andere lidstaat een vergunning is verleend;
b. de moedermaatschappij is van een beleggingsonderneming, herverzekeraar, kredietinstelling, levensverzekeraar of schadeverzekeraar of beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten waaraan in een andere lidstaat een vergunning is verleend; of
c. een persoon is die anderszins zeggenschap heeft over een beleggingsonderneming, herverzekeraar, kredietinstelling, levensverzekeraar of schadeverzekeraar of beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten waaraan in een andere lidstaat een vergunning is verleend.
a. een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten, beleggingsonderneming, herverzekeraar, kredietinstelling, levensverzekeraar of schadeverzekeraar is waaraan in een andere lidstaat een vergunning is verleend;
b. de moedermaatschappij is van een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten, beleggingsonderneming, herverzekeraar, kredietinstelling, levensverzekeraar of schadeverzekeraar als bedoeld onder a; of
c. een persoon is die anderszins zeggenschap heeft over een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten, beleggingsonderneming, herverzekeraar, kredietinstelling, levensverzekeraar of schadeverzekeraar als bedoeld onder a.
### Artikel 1:63
@ -1613,9 +1589,8 @@ De Autoriteit Financiële Markten stelt de Commissie van de Europese Gemeenschap
De Nederlandsche Bank stelt de Commissie van de Europese Gemeenschappen in kennis van:
a. een verleende verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:95 voor een gekwalificeerde deelneming in een bank, beleggingsonderneming, herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar, indien door de gekwalificeerde deelneming de bank, beleggingsonderneming, herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar een dochteronderneming wordt van een financiële onderneming waarop het recht van toepassing is van een staat die geen lidstaat is; en
b. een gedane mededeling als bedoeld in artikel 3:108, vierde lid, indien door de gekwalificeerde deelneming de elektronischgeldinstelling een dochteronderneming wordt van een financiële onderneming waarop het recht van toepassing is van een staat die geen lidstaat is;
c. een besluit tot instemming als bedoeld in artikel 3:275, zesde of achtste lid.
a. een verleende verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:95 voor een gekwalificeerde deelneming in een kredietinstelling, beleggingsonderneming, herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar, indien door de gekwalificeerde deelneming de kredietinstelling, beleggingsonderneming, herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar een dochteronderneming wordt van een financiële onderneming waarop het recht van toepassing is van een staat die geen lidstaat is; en
b. een besluit tot instemming als bedoeld in artikel 3:275, zesde of achtste lid.
### Artikel 1:71
@ -2037,7 +2012,7 @@ c. hij heeft ingestemd met een portefeuilleoverdracht als bedoeld in de artikele
Het bij of krachtens deze afdeling met betrekking tot een vergunning bepaalde is van overeenkomstige toepassing op:
a. een verklaring van ondertoezichtstelling als bedoeld in artikel 3:110;
b. een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in de artikelen 3:95, 3:96 en 5:32;
b. een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 5:32d;
c. een ontheffing als bedoeld in de artikelen 2:23, 2:55, 2:60, 2:65, 2:75, 2:80, 2:86, 2:92, 2:96, 3:5, 3:6, 3:7, 4:3, 5:26 en 5:81, voor zover het een ontheffing betreft van artikel 5:74, eerste lid, of artikel 5:79, met dien verstande dat de ontheffing ook geheel of gedeeltelijk kan worden verleend; en
d. een instemming als bedoeld in artikel 3:116 met dien verstande dat indien een toezichthoudende instantie van een andere lidstaat advies of instemming over de voorgenomen overdracht geeft, de beslistermijn wordt opgeschort met maximaal de termijn die die toezichthoudende instantie ter beschikking staat ingevolge artikel 3:118, vijfde lid.
@ -2058,15 +2033,14 @@ c. de behandeling van kennisgevingen als bedoeld in artikel 3:103 die rechtstree
Het eerste lid is niet van toepassing op:
a. aanvragen van een vergunning ten behoeve van het oprichten van dochtermaatschappijen die tevens dochtermaatschappijen zijn van een financiële onderneming die in een lidstaat een vergunning heeft voor het uitoefenen van het bedrijf van kredietinstelling, levensverzekeraar, schadeverzekeraar of voor het verlenen van financiële diensten als beheerder of beleggingsonderneming;
b. aanvragen voor een verklaring van geen bezwaar voor gekwalificeerde deelnemingen die tevens gekwalificeerde deelnemingen zijn van een financiële onderneming die in een lidstaat een vergunning heeft voor het uitoefenen van een bedrijf van kredietinstelling, levensverzekeraar, schadeverzekeraar of voor het verlenen van financiële diensten als beheerder of beleggingsonderneming;
c. kennisgevingen van een voornemen van een gekwalificeerde deelneming in een elektronischgeldinstelling die tevens gekwalificeerde deelnemingen zijn van een financiële onderneming die in een lidstaat een vergunning heeft voor het uitoefenen van een bedrijf van kredietinstelling, levensverzekeraar, schadeverzekeraar of voor het verlenen van financiële diensten als beheerder of beleggingsonderneming.
b. aanvragen voor een verklaring van geen bezwaar voor gekwalificeerde deelnemingen die tevens gekwalificeerde deelnemingen zijn van een financiële onderneming die in een lidstaat een vergunning heeft voor het uitoefenen van een bedrijf van kredietinstelling, levensverzekeraar, schadeverzekeraar of voor het verlenen van financiële diensten als beheerder of beleggingsonderneming.
**3.**
Indien in een staat die geen lidstaat is de markttoegang en de concurrentiemogelijkheden voor financiële ondernemingen met zetel in een lidstaat beperkter zijn dan voor financiële ondernemingen met een zetel in een staat die geen lidstaat is, stelt de toezichthouder de Commissie van de Europese Gemeenschappen desgevraagd in kennis van:
a. aanvragen voor een vergunning voor het uitoefenen van het bedrijf van kredietinstelling, levensverzekeraar, schadeverzekeraar of voor het verlenen van financiële diensten als beheerder of beleggingsonderneming, die rechtstreeks of middellijk zijn ingediend door een financiële onderneming waarop het recht van toepassing is van de staat die geen lidstaat is;
b. aanvragen voor een verklaring van geen bezwaar voor gekwalificeerde deelnemingen in een bank, beheerder of beleggingsonderneming, levensverzekeraar of schadeverzekeraar die rechtstreeks of middellijk zijn ingediend door financiële ondernemingen waarop het recht van toepassing is van de staat die geen lidstaat is, ten gevolge waarvan die bank, beleggingsonderneming, levensverzekeraar of schadeverzekeraar dochtermaatschappij zou worden van de aanvrager.
b. aanvragen voor een verklaring van geen bezwaar voor gekwalificeerde deelnemingen in een kredietinstelling, beheerder of beleggingsonderneming, levensverzekeraar of schadeverzekeraar die rechtstreeks of middellijk zijn ingediend door financiële ondernemingen waarop het recht van toepassing is van de staat die geen lidstaat is, ten gevolge waarvan die kredietinstelling, beleggingsonderneming, levensverzekeraar of schadeverzekeraar dochtermaatschappij zou worden van de aanvrager.
#### Afdeling 1.6.1a. Verklaringen van geen bezwaar als bedoeld in
@ -2197,7 +2171,7 @@ Vergunningen en ontheffingen, verleend ingevolge deze wet, zijn persoonlijk en n
### Artikel 2:2
Indien de toezichthouder bij de verlening van een vergunning een ontheffing als bedoeld in artikel 2:5, derde lid, 2:7, derde lid, 2:12, zesde lid, 2:17, derde lid, 2:21, derde lid, 2:26b, vijfde lid, 2:26e, derde lid, 2:31, vijfde lid, 2:32, derde lid, 2:37, derde lid, 2:41, derde lid, 2:42, derde lid, 2:49, derde lid, 2:51, derde lid, 2:54b, vierde lid, 2:54e, derde lid, 2:58, derde lid, 2:63, derde lid, 2:67, vijfde lid, 2:68, vierde lid, 2:78, derde lid, 2:83, derde lid, 2:89, derde lid, 2:94, derde lid, of 2:99, zesde lid, verleent, geldt die ontheffing tevens als een ontheffing van de dienovereenkomstige regels ingevolge het Deel Prudentieel toezicht financiële ondernemingen onderscheidenlijk het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen.
Indien de toezichthouder bij de verlening van een vergunning een ontheffing als bedoeld in artikel 2:5, derde lid, 2:7, derde lid, 2:12, vierde lid, 2:17, derde lid, 2:21, derde lid, 2:26b, vierde lid, 2:26e, derde lid, 2:31, vierde lid, 2:32, derde lid, 2:37, derde lid, 2:41, derde lid, 2:42, derde lid, 2:49, derde lid, 2:51, derde lid, 2:54b, vierde lid, 2:54e, derde lid, 2:58, derde lid, 2:63, derde lid, 2:67, vijfde lid, 2:68, vierde lid, 2:78, derde lid, 2:83, derde lid, 2:89, derde lid, 2:94, derde lid, of 2:99, zesde lid, verleent, geldt die ontheffing tevens als een ontheffing van de dienovereenkomstige regels ingevolge het Deel Prudentieel toezicht financiële ondernemingen onderscheidenlijk het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen.
### Artikel 2:3
@ -2361,73 +2335,6 @@ met dien verstande dat voor de toepassing van de onderdelen a tot en met d en f
**4.** De Nederlandsche Bank kan binnen twee maanden na ontvangst van de kennisgeving de clearinginstelling mededelen welke voorwaarden om redenen van algemeen belang door de clearinginstelling in acht moeten worden genomen bij het uitoefenen van haar bedrijf vanuit het in Nederland gelegen bijkantoor.
#### Afdeling 2.2.1.a. Uitoefenen van bedrijf van elektronischgeldinstelling
##### Paragraaf 2.2.1a.1. Vergunningplicht en eisen voor elektronischgeldinstellingen met zetel in Nederland
### Artikel 2:10a
**1.** Het is een ieder met zetel in Nederland verboden zonder een daartoe door de Nederlandsche Bank verleende vergunning elektronisch geld uit te geven.
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op financiële ondernemingen die voor het uitoefenen van het bedrijf van bank een door de Nederlandsche Bank op grond van dit deel verleende vergunning hebben, voor zover het aan hen ingevolge die vergunning is toegestaan elektronisch geld uit te geven.
### Artikel 2:10b
**1.**
De Nederlandsche Bank verleent op aanvraag aan een rechtspersoon een vergunning als bedoeld in artikel 2:10a, eerste lid, indien de aanvrager aantoont dat zal worden voldaan aan het bepaalde ingevolge:
a. artikel 3:8 met betrekking tot de deskundigheid van de in dat artikel bedoelde personen;
b. artikel 3:9 met betrekking tot de betrouwbaarheid van de personen die het beleid bepalen of mede bepalen;
c. artikel 3:10, eerste en tweede lid, met betrekking tot het beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening;
d. artikel 3:15, eerste en tweede lid, met betrekking tot het minimum aantal personen dat het dagelijks beleid bepaalt en de plaats van waaruit zij hun werkzaamheden verrichten;
e. artikel 3:16, eerste en tweede lid, met betrekking tot de zeggenschapsstructuur;
f. artikel 3:17, eerste en tweede lid, met betrekking tot de inrichting van de bedrijfsvoering;
g. artikel 3:29a met betrekking tot het veiligstellen van middelen die zijn ontvangen van betaaldienstgebruikers of in ruil voor elektronisch geld;
h. artikel 3:53, eerste en derde lid, met betrekking tot het minimum eigen vermogen;
i. artikel 3:57, eerste tot en met derde lid, met betrekking tot de solvabiliteit.
**2.** De aanvraag van de vergunning geschiedt onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens.
**3.** De Nederlandsche Bank beslist op de aanvraag, in afwijking van artikel 1:102, derde lid, binnen drie maanden na ontvangst van de aanvraag, of, indien de aanvraag onvolledig is, binnen drie maanden na ontvangst van alle voor het nemen van de beslissing benodigde gegevens.
**4.** Artikel 4:14 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.
### Artikel 2:10c
**1.** Een elektronischgeldinstelling met zetel in Nederland die voornemens is betaaldiensten te verlenen door tussenkomst van een betaaldienstagent, stelt de Nederlandsche Bank hiervan in kennis onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens.
**2.** Indien de Nederlandsche Bank overeenkomstig het eerste lid de gegevens heeft ontvangen en zij ervan overtuigd is dat de gegevens correct zijn, schrijft zij de betaaldienstagent in in het register, bedoeld in artikel 1:107.
##### Paragraaf 2.2.1a.2. Vrijstelling
### Artikel 2:10d
Bij ministeriële regeling kan geheel of gedeeltelijk vrijstelling worden geregeld van artikel 2:10a, eerste lid. Aan deze gehele of gedeeltelijke vrijstelling kunnen voorschriften worden verbonden.
##### Paragraaf 2.2.1a.3. Bijkantoren en agenten van en verrichten van diensten door elektronischgeldinstellingen met zetel in een andere lidstaat
### Artikel 2:10e
**1.** Een elektronischgeldinstelling met zetel in een andere lidstaat kan overgaan tot het verrichten van haar werkzaamheden vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor, dan wel door middel van het verrichten van diensten naar Nederland, indien zij een door de toezichthoudende instantie van die lidstaat daartoe verleende vergunning heeft en de toezichthoudende instantie van de lidstaat waar zij haar zetel heeft, kennis heeft gegeven van het voornemen diensten te gaan verrichten naar Nederland dan wel werkzaamheden te gaan verrichten vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor.
**2.** Onverminderd het eerste lid, kan een elektronischgeldinstelling met zetel in een andere lidstaat, indien zij een door de toezichthoudende instantie van die lidstaat daartoe verleende vergunning heeft die deze werkzaamheden toelaat, door tussenkomst van een in Nederland werkzaam zijnde betaaldienstagent, overgaan tot het verlenen van betaaldiensten.
##### Paragraaf 2.2.1a.4. Elektronischgeldinstellingen met zetel in een staat die geen lidstaat is
### Artikel 2:10f
**1.**
Het is een ieder met zetel in een staat die geen lidstaat is verboden:
a. in Nederland het bedrijf van elektronischgeldinstelling uit te oefenen;
b. vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor het bedrijf van elektronischgeldinstelling uit te oefenen in een andere lidstaat.
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op financiële ondernemingen die voor het uitoefenen van het bedrijf van bank een door de Nederlandsche Bank op grond van dit deel verleende vergunning hebben, voor zover het aan hen ingevolge die vergunning is toegestaan elektronisch geld uit te geven.
**3.** Het eerste lid is niet van toepassing op elektronischgeldinstellingen met zetel in een door Onze Minister aan te wijzen staat.
#### Afdeling 2.2.2. Uitoefenen van bedrijf van kredietinstelling en financiële instelling
##### Paragraaf 2.2.2.1. Vergunningplicht en -eisen voor kredietinstellingen met zetel in Nederland
@ -2460,13 +2367,9 @@ k. artikel 3:63, eerste en tweede lid, met betrekking tot de liquiditeit.
**2.** Indien de aanvraag een bank met zetel in Nederland betreft waarin een gekwalificeerde deelneming wordt gehouden, verleent de Nederlandsche Bank, onverminderd het eerste lid, een vergunning indien de houder van de gekwalificeerde deelneming een verklaring van geen bezwaar overeenkomstig artikel 3:95, tweede lid, heeft aangevraagd, en de Nederlandsche Bank van oordeel is dat voldaan is aan het bepaalde ingevolge de artikelen 3:99 tot en met 3:101 met betrekking tot de verklaring van geen bezwaar.
**3.** Indien de aanvraag een bank met zetel in Nederland betreft waarin een gekwalificeerde deelneming wordt gehouden waarop artikel 3:97 van toepassing is, verleent de Nederlandsche Bank, onverminderd het eerste lid en in afwijking van het tweede lid, een vergunning tenzij de deelneming zou kunnen leiden of zou leiden tot een ongewenste ontwikkeling van de financiële sector of naar het oordeel van de Nederlandsche Bank een van de overwegingen, bedoeld in artikel 3:100, aanhef, onderdeel a of b, of 3:101, aanhef, onderdeel a of b, aan de verlening van een verklaring van geen bezwaar in de weg staat.
**3.** De aanvraag van de vergunning geschiedt onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens.
**4.** Indien de aanvraag een elektronischgeldinstelling met zetel in Nederland betreft waarin een gekwalificeerde deelneming wordt gehouden, verleent de Nederlandsche Bank, onverminderd het eerste lid, een vergunning tenzij het voornemen, bedoeld in artikel 3:108, eerste lid, zou kunnen leiden of zou leiden tot een invloed op de betrokken elektronischgeldinstelling waardoor de financiële soliditeit van de elektronischgeldinstelling in gevaar komt.
**5.** De aanvraag van de vergunning geschiedt onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens.
**6.** De Nederlandsche Bank kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk ontheffing verlenen van het eerste lid, aanhef en onderdeel c, f, g, i, j of k, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die de in het eerste lid genoemde artikelen beogen te bereiken anderszins worden bereikt.
**4.** De Nederlandsche Bank kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk ontheffing verlenen van het eerste lid, aanhef en onderdeel c, f, g, i, j of k, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die de in het eerste lid genoemde artikelen beogen te bereiken anderszins worden bereikt.
### Artikel 2:13
@ -2641,11 +2544,9 @@ k. artikel 3:70 met betrekking tot het boekjaar.
**2.** Indien de aanvraag een herverzekeraar met zetel in Nederland betreft waarin een gekwalificeerde deelneming wordt gehouden, verleent de Nederlandsche Bank, onverminderd het eerste lid, een vergunning indien de houder van de gekwalificeerde deelneming een verklaring van geen bezwaar overeenkomstig artikel 3:95, tweede lid, heeft aangevraagd, en de Nederlandsche Bank van oordeel is dat voldaan is aan het bepaalde ingevolge de artikelen 3:99 tot en met 3:101 met betrekking tot de verklaring van geen bezwaar.
**3.** Indien de aanvraag een herverzekeraar met zetel in Nederland betreft waarin een gekwalificeerde deelneming wordt gehouden waarop artikel 3:97 van toepassing is, verleent de Nederlandsche Bank, onverminderd het eerste lid en in afwijking van het tweede lid, een vergunning tenzij de deelneming zou kunnen leiden of zou leiden tot een ongewenste ontwikkeling van de financiële sector of naar het oordeel van de Nederlandsche Bank een van de overwegingen, bedoeld in artikel 3:100, aanhef, onderdeel a of b, of 3:101, aanhef, onderdeel a of b, aan de verlening van een verklaring van geen bezwaar in de weg staat.
**3.** De aanvraag geschiedt onder vermelding van de herverzekeringsactiviteit, en onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens.
**4.** De aanvraag geschiedt onder vermelding van de herverzekeringsactiviteit, en onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens.
**5.** De Nederlandsche Bank kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk ontheffing verlenen van het eerste lid, aanhef en onderdeel c, d, f, g of k, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die de in het eerste lid genoemde artikelen beogen te bereiken anderszins worden bereikt.
**4.** De Nederlandsche Bank kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk ontheffing verlenen van het eerste lid, aanhef en onderdeel c, d, f, g of k, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die de in het eerste lid genoemde artikelen beogen te bereiken anderszins worden bereikt.
##### Paragraaf 2.2.2a.2. Bijkantoren van en verrichting van diensten door herverzekeraars met zetel in een andere lidstaat
@ -2778,11 +2679,9 @@ k. artikel 3:70, eerste lid, met betrekking tot het boekjaar.
**2.** Indien de aanvraag een verzekeraar met zetel in Nederland betreft waarin een gekwalificeerde deelneming wordt gehouden, verleent de Nederlandsche Bank, onverminderd het eerste lid, een vergunning indien de houder van de gekwalificeerde deelneming een verklaring van geen bezwaar overeenkomstig artikel 3:95, tweede lid, heeft aangevraagd, en de Nederlandsche Bank van oordeel is dat voldaan is aan het bepaalde ingevolge de artikelen 3:99 tot en met 3:101 met betrekking tot de verklaring van geen bezwaar.
**3.** Indien de aanvraag een verzekeraar met zetel in Nederland betreft waarin een gekwalificeerde deelneming wordt gehouden waarop artikel 3:97 van toepassing is, verleent de Nederlandsche Bank, onverminderd het eerste lid en in afwijking van het tweede lid, een vergunning tenzij de deelneming zou kunnen leiden of zou leiden tot een ongewenste ontwikkeling van de financiële sector of naar het oordeel van de Nederlandsche Bank een van de overwegingen, bedoeld in artikel 3:100, aanhef, onderdeel a of b, of 3:101, aanhef, onderdeel a of b, aan de verlening van een verklaring van geen bezwaar in de weg staat.
**3.** De aanvraag van de vergunning geschiedt onder vermelding van de branche of branches waarvoor de vergunning wordt aangevraagd en onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens.
**4.** De aanvraag van de vergunning geschiedt onder vermelding van de branche of branches waarvoor de vergunning wordt aangevraagd en onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens.
**5.** De Nederlandsche Bank kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk ontheffing verlenen van het eerste lid, aanhef en onderdeel c, d, f, g of k, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die de in het eerste lid genoemde artikelen beogen te bereiken anderszins worden bereikt.
**4.** De Nederlandsche Bank kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk ontheffing verlenen van het eerste lid, aanhef en onderdeel c, d, f, g of k, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die de in het eerste lid genoemde artikelen beogen te bereiken anderszins worden bereikt.
### Artikel 2:32
@ -3890,22 +3789,6 @@ Het bepaalde in dit hoofdstuk, met uitzondering van de artikelen 2:117 en 2:118,
**4.** De Nederlandsche Bank neemt een besluit binnen drie maanden na ontvangst van de aanvraag.
#### Afdeling 2.3.1a. Uitoefenen van het bedrijf van elektronischgeldinstelling met zetel in Nederland
##### Paragraaf 2.3.1a.1. Verrichten van diensten door een elektronischgeldinstelling met zetel in Nederland naar een andere lidstaat
### Artikel 2:107a
**1.** Een elektronischgeldinstelling met zetel in Nederland die voornemens is vanuit een bijkantoor in een andere lidstaat of door middel van het verrichten van diensten naar een andere lidstaat haar bedrijf uit te oefenen, gaat daar slechts toe over nadat zij kennis heeft gegeven van haar voornemen aan de Nederlandsche Bank.
**2.** Een elektronischgeldinstelling met zetel in Nederland die voornemens is door tussenkomst van een agent, naar een andere lidstaat betaaldiensten te verlenen, gaat daar slechts toe over nadat zij kennis heeft gegeven van haar voornemen aan de Nederlandsche Bank.
**3.** Bij de in het eerste en tweede lid bedoelde kennisgeving verstrekt de elektronischgeldinstelling bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens.
**4.** De Nederlandsche Bank verstrekt de in het derde lid bedoelde gegevens binnen een maand na ontvangst aan de toezichthoudende instantie van de andere lidstaat.
**5.** De Nederlandsche Bank gaat over tot inschrijving van het bijkantoor of de betaaldienstagent, bedoeld in het eerste of tweede lid, in het register, bedoeld in artikel 1:107, tenzij de toezichthoudende instantie van de andere lidstaat aan de Nederlandsche Bank heeft meegedeeld dat zij het vermoeden heeft dat met de voorgenomen vestiging van het bijkantoor of door de inschakeling van de betaaldienstagent in strijd met het recht zal worden gehandeld. Indien inschrijving op het tijdstip van ontvangst van de in de vorige volzin bedoelde mededeling reeds heeft plaatsgevonden, haalt de Nederlandsche Bank deze door.
#### Afdeling 2.3.2. Uitoefenen van bedrijf van kredietinstelling en financiële instelling
##### Paragraaf 2.3.2.1. Bijkantoor en verrichten van diensten door een kredietinstelling naar een andere lidstaat
@ -4425,10 +4308,6 @@ Een verzekeraar met zetel in Nederland heeft de rechtsvorm van naamloze vennoots
**2.** Artikel 1:107, tweede lid, is niet van toepassing.
### Artikel 3:20b
Een entiteit voor risico-acceptatie, herverzekeraar, bank, levensverzekeraar of schadeverzekeraar met zetel in een andere lidstaat die haar onderscheidenlijk zijn bedrijf uitoefent vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor of diensten verricht naar Nederland dient in die lidstaat bevoegd te zijn tot de uitoefening van dat bedrijf.
##### Paragraaf 3.3.3.2. Financiële ondernemingen met zetel in een staat die geen lidstaat is
### Artikel 3:21
@ -4487,7 +4366,7 @@ Artikel 3:24 is van overeenkomstige toepassing op entiteiten voor risico-accepta
### Artikel 3:29
**1.** Een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, financiële instelling, kredietinstelling of verzekeraar met zetel in Nederland geeft kennis van wijzigingen met betrekking tot onderwerpen waarover ingevolge artikel 2:3b, 2:5, tweede lid, 2:12, vijfde lid, 2:13, tweede lid, 2:26b, vierde lid, 2:31, vierde lid, 2:32, tweede lid, 2:33, tweede lid, 2:49, tweede lid, 2:54b, derde lid, 2:107, tweede lid, 2:108, tweede lid, 2:111, tweede lid, 2:112, tweede lid, 2:115, tweede lid, 2:117, derde lid, 2:118, tweede lid, 2:120, tweede lid, 2:121, tweede lid, verstrekking van gegevens is voorgeschreven, aan de Nederlandsche Bank.
**1.** Een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, financiële instelling, kredietinstelling of verzekeraar met zetel in Nederland geeft kennis van wijzigingen met betrekking tot onderwerpen waarover ingevolge artikel 2:3b, 2:5, tweede lid, 2:12, derde lid, 2:13, tweede lid, 2:26b, derde lid, 2:31, derde lid, 2:32, tweede lid, 2:33, tweede lid, 2:49, tweede lid, 2:54b, derde lid, 2:107, tweede lid, 2:108, tweede lid, 2:111, tweede lid, 2:112, tweede lid, 2:115, tweede lid, 2:117, derde lid, 2:118, tweede lid, 2:120, tweede lid, 2:121, tweede lid, verstrekking van gegevens is voorgeschreven, aan de Nederlandsche Bank.
**2.** Een clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, financiële instelling, kredietinstelling of verzekeraar met zetel in Nederland geeft, onverminderd het eerste lid, kennis van wijzigingen met betrekking tot onderwerpen waarover ingevolge artikel 2:108, tweede lid, 2:112, tweede lid, of 2:115, tweede lid, verstrekking van gegevens is voorgeschreven, aan de toezichthoudende instantie van de lidstaat waar de financiële onderneming haar bedrijf uitoefent vanuit een bijkantoor.
@ -4610,10 +4489,6 @@ Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met
**3.** Artikel 3:34 is van overeenkomstige toepassing op elektronischgeldinstellingen met zetel in een andere lidstaat die vanuit een bijkantoor dan wel door middel van het verrichten van diensten in Nederland hun bedrijf uitoefenen.
### Artikel 3:39a
De artikelen 3:29a, 3:29b, 3:29c en 3:34 zijn van overeenkomstige toepassing op betaaldienstverleners met zetel in een andere lidstaat en elektronischgeldinstellingen met zetel in een andere lidstaat die vanuit een bijkantoor dan wel door middel van het verrichten van diensten in Nederland hun bedrijf uitoefenen.
### Artikel 3:40
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot het adres van de door een levensverzekeraar of schadeverzekeraar met zetel in een andere lidstaat aangestelde vertegenwoordiger waaraan rechtsgeldig mededelingen kunnen worden gedaan, en wordt geregeld onder welke omstandigheden de vertegenwoordiger ophoudt vertegenwoordiger te zijn.
@ -5101,33 +4976,31 @@ Artikel 3:89 is van overeenkomstige toepassing op actuarissen die het onderzoek,
**1.**
Het is verboden, anders dan na verkregen verklaring van geen bezwaar van de Nederlandsche Bank of, in de gevallen, bedoeld in artikel 3:97, van Onze Minister, een gekwalificeerde deelneming te houden, te verwerven of te vergroten dan wel enige zeggenschap verbonden aan een gekwalificeerde deelneming uit te oefenen in een:
Het is verboden, anders dan na verkregen verklaring van geen bezwaar van de Nederlandsche Bank, een gekwalificeerde deelneming te houden, te verwerven of zodanig te vergroten dat een bovengrens als bedoeld in artikel 3:102, eerste lid, wordt bereikt of overschreden, dan wel enige zeggenschap verbonden aan een gekwalificeerde deelneming uit te oefenen in een:
a. bank met zetel in Nederland;
a. kredietinstelling met zetel in Nederland;
b. beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten met zetel in Nederland;
c. beleggingsonderneming met zetel in Nederland;
d. entiteit voor risico-acceptatie met zetel in Nederland; of
d. entiteit voor risico-acceptatie; of
e. verzekeraar met zetel in Nederland.
**2.** De aanvrager van een verklaring van geen bezwaar dient de aanvraag in bij de Nederlandsche Bank onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens. De aanvraag van een verklaring van geen bezwaar voor een gekwalificeerde deelneming in een financiële onderneming als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b of c, kan evenwel bij de Autoriteit Financiële Markten worden ingediend, indien die financiële onderneming op het moment van de aanvraag van de verklaring van geen bezwaar geen vergunning heeft.
**3.** De Nederlandsche Bank zendt een aanvraag van een verklaring van geen bezwaar voor een handeling als bedoeld in artikel 3:97, eerste lid, vergezeld van haar advies, door aan Onze Minister.
### Artikel 3:96
**1.**
Het is een bank met zetel in Nederland verboden, anders dan na verkregen verklaring van geen bezwaar van de Nederlandsche Bank of, in de gevallen, bedoeld in artikel 3:97, eerste lid, van Onze Minister:
Het is een bank met zetel in Nederland verboden, anders dan na verkregen verklaring van geen bezwaar van de Nederlandsche Bank:
a. haar eigen vermogen door terugbetaling van kapitaal of uitkering van reserves te verminderen dan wel een uitkering te doen uit de post omvattende de dekking voor algemene bankrisicos, bedoeld in artikel 424 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
b. een gekwalificeerde deelneming in een bank, een beleggingsonderneming, een financiële instelling, of een verzekeraar te verwerven dan wel te vergroten, indien het balanstotaal van die bank, beleggingsonderneming, financiële instelling of verzekeraar ten tijde van de verwerving onderscheidenlijk de vergroting, meer bedraagt dan een procent van het geconsolideerde balanstotaal van de bank, bedoeld in de aanhef;
c. een gekwalificeerde deelneming in een onderneming, niet zijnde een financiële onderneming als bedoeld in onderdeel b, te verwerven dan wel te vergroten, indien het bedrag dat wordt betaald voor de verwerving van die gekwalificeerde deelneming onderscheidenlijk voor de vergroting van die gekwalificeerde deelneming tezamen met de bedragen die voor de verwerving en voor eerdere vergrotingen van die deelnemingen zijn betaald, meer bedraagt dan een procent van het geconsolideerde aanwezige eigen vermogen van de bank, bedoeld in de aanhef;
b. een gekwalificeerde deelneming te verwerven of te vergroten in een kredietinstelling, beleggingsonderneming of verzekeraar met zetel in een staat die geen lidstaat is of in een financiële instelling waaraan geen verklaring van ondertoezichtstelling is verleend als bedoeld in artikel 3:110, indien het balanstotaal van die kredietinstelling, beleggingsonderneming, verzekeraar of financiële instelling ten tijde van de verwerving onderscheidenlijk de vergroting, meer bedraagt dan een procent van het geconsolideerde balanstotaal van de bank, bedoeld in de aanhef;
c. een gekwalificeerde deelneming in een onderneming, niet zijnde een kredietinstelling, beleggingsonderneming, financiële instelling of verzekeraar met zetel in Nederland of in een andere lidstaat of in een staat die geen lidstaat is, te verwerven of te vergroten, indien het bedrag dat wordt betaald voor die verwerving, onderscheidenlijk die vergroting, tezamen met de bedragen die voor eerdere verwerving en vergroting van een deelneming in die onderneming zijn betaald, meer bedraagt dan een procent van het geconsolideerde aanwezige eigen vermogen van de bank, bedoeld in de aanhef;
d. de activa en passiva van een andere onderneming of instelling geheel of voor een belangrijk deel al dan niet middellijk over te nemen indien het totaalbedrag van de over te nemen activa of van de over te nemen passiva meer bedraagt dan een procent van het geconsolideerde balanstotaal van de bank, bedoeld in de aanhef;
e. een fusie aan te gaan met een andere onderneming of instelling indien het balanstotaal van de onderneming of instelling waarmee de fusie wordt aangegaan meer bedraagt dan een procent van het geconsolideerde balanstotaal van de bank, bedoeld in de aanhef;
f. over te gaan tot financiële of vennootschappelijke reorganisatie;
g. een beherend vennoot tot de bank te doen toetreden.
**2.** De aanvrager van een verklaring van geen bezwaar dient de aanvraag in bij de Nederlandsche Bank onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens. De Nederlandsche Bank zendt een aanvraag van een verklaring van geen bezwaar voor een handeling als bedoeld in artikel 3:97, eerste lid, vergezeld van haar advies, door aan Onze Minister.
**2.** De aanvrager van een verklaring van geen bezwaar dient de aanvraag in bij de Nederlandsche Bank onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens.
**3.** Het eerste lid is niet van toepassing op gekwalificeerde deelnemingen in vennootschappen wier activa op het moment van verwerving van de gekwalificeerde deelneming door de bank voor meer dan negentig procent uit liquide middelen bestaan. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt bepaald welke middelen tot de liquide middelen mogen worden gerekend.
@ -5137,38 +5010,7 @@ g. een beherend vennoot tot de bank te doen toetreden.
### Artikel 3:97
**1.**
Onze Minister beslist op een aanvraag van een verklaring van geen bezwaar voor:
a. het houden, het verwerven dan wel het vergroten van een gekwalificeerde deelneming als bedoeld in artikel 3:95, eerste lid, aanhef en onderdeel a, dan wel het uitoefenen van enige zeggenschap verbonden aan een gekwalificeerde deelneming, in een bank met zetel in Nederland die gerekend naar balanstotaal per ultimo van het jaar voorafgaand aan de aanvraag behoorde tot de vijf grootste banken met zetel in Nederland door:
1°. een bank met zetel in Nederland die gerekend naar balanstotaal per ultimo van het jaar voorafgaand aan de aanvraag behoorde tot de vijf grootste banken met zetel in Nederland;
2°. een levensverzekeraar, schadeverzekeraar of natura-uitvaartverzekeraar met zetel in Nederland die gerekend naar bruto premie-inkomen over het jaar voorafgaand aan de aanvraag behoorde tot de vijf grootste verzekeraars, uitgezonderd herverzekeraars, met zetel in Nederland;
3°. een herverzekeraar met zetel in Nederland die gerekend naar bruto premie-inkomen over het jaar voorafgaand aan de aanvraag, behoorde tot de vijf grootste herverzekeraars met zetel in Nederland; of
4°. een ieder die niet behoort tot de categorieën, bedoeld onder 1°, 2° of 3°, in geval van een voorgenomen belang van meer dan twintig procent;
b. het houden, het verwerven dan wel het vergroten van een gekwalificeerde deelneming als bedoeld in artikel 3:95, eerste lid, aanhef en onderdeel e, dan wel het uitoefenen van enige zeggenschap verbonden aan een gekwalificeerde deelneming, in een verzekeraar met zetel in Nederland die gerekend naar bruto premie-inkomen over het jaar voorafgaand aan de aanvraag behoorde tot de vijf grootste verzekeraars met zetel in Nederland door:
1°. een bank met zetel in Nederland die gerekend naar balanstotaal per ultimo van het jaar voorafgaand aan de aanvraag behoorde tot de vijf grootste banken met zetel in Nederland;
2°. een levensverzekeraar, schadeverzekeraar of natura-uitvaartverzekeraar met zetel in Nederland die gerekend naar bruto premie-inkomen over het jaar voorafgaand aan de aanvraag behoorde tot de vijf grootste verzekeraars, uitgezonderd herverzekeraars, met zetel in Nederland;
3°. een herverzekeraar met zetel in Nederland die gerekend naar bruto premie-inkomen over het jaar voorafgaand aan de aanvraag, behoorde tot de vijf grootste herverzekeraars met zetel in Nederland; of
4°. een ieder die niet behoort tot de categorieën, bedoeld onder 1°, 2° of 3°, in geval van een voorgenomen belang van meer dan twintig procent;
c. het verwerven dan wel het vergroten van een gekwalificeerde deelneming als bedoeld in artikel 3:96, eerste lid, aanhef en onderdeel b, door een bank met zetel in Nederland die gerekend naar balanstotaal per ultimo van het jaar voorafgaand aan de aanvraag behoorde tot de vijf grootste banken met zetel in Nederland in:
1°. een bank met zetel in Nederland die gerekend naar balanstotaal per ultimo van het jaar voorafgaand aan de aanvraag behoorde tot de vijf grootste banken met zetel in Nederland;
2°. een bank met zetel in een andere lidstaat of in een staat die geen lidstaat is, indien het balanstotaal van die bank per ultimo van het jaar voorafgaand aan de aanvraag meer bedroeg dan vijf procent van het balanstotaal van de verwervende bank per ultimo van het jaar voorafgaand aan de aanvraag;
3°. een levensverzekeraar, schadeverzekeraar of natura-uitvaartverzekeraar met zetel in Nederland die gerekend naar bruto premie-inkomen over het jaar voorafgaand aan de aanvraag behoorde tot de vijf grootste verzekeraars, uitgezonderd herverzekeraars, met zetel in Nederland; of
4°. een herverzekeraar met zetel in Nederland die gerekend naar bruto premie-inkomen over het jaar voorafgaand aan de aanvraag, behoorde tot de vijf grootste herverzekeraars met zetel in Nederland; en
d. het aangaan van een fusie als bedoeld in artikel 3:96, eerste lid, onderdeel e, door een bank met zetel in Nederland die gerekend naar balanstotaal per ultimo van het jaar voorafgaand aan de aanvraag behoorde tot de vijf grootste banken met zetel in Nederland met:
1°. een bank met zetel in Nederland die gerekend naar balanstotaal per ultimo van het jaar voorafgaand aan de aanvraag behoorde tot de vijf grootste banken met zetel in Nederland; of
2°. een bank met zetel in een andere lidstaat of in een staat die geen lidstaat is, indien het balanstotaal van die bank per ultimo van het jaar voorafgaand aan de aanvraag meer bedroeg dan vijf procent van het balanstotaal van de verwervende bank per ultimo van het jaar voorafgaand aan de aanvraag.
**2.** Onze Minister verleent een verklaring van geen bezwaar voor een handeling als bedoeld in het eerste lid, tenzij de handeling zou kunnen leiden of zou leiden tot een ongewenste ontwikkeling van de financiële sector of naar het oordeel van de Nederlandsche Bank een of meer van de overwegingen, bedoeld in artikel 3:100, aanhef, onderdeel a of b, of 3:101, aanhef, onderdeel a of b, de verlening van een verklaring van geen bezwaar in de weg staan.
**3.** Indien Onze Minister ingevolge het eerste lid beslist op een aanvraag van een verklaring van geen bezwaar, heeft hij ten aanzien van de naleving van het ingevolge deze afdeling bepaalde van rechtswege alle bevoegdheden die de Nederlandsche Bank heeft op grond van de afdelingen 1.4.1 en 1.4.2 alsmede alle bevoegdheden die de Nederlandsche Bank heeft op grond van deze afdeling.
**4.** Het eerste lid, onderdeel a, onder 3°, onderdeel b, onder 3° en onderdeel c, onder 4°, is niet van toepassing ten aanzien van herverzekeraars met een bruto premie-inkomen over het jaar voorafgaand aan de aanvraag dat lager is dan een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen bedrag.
Vervallen
### Artikel 3:98
@ -5178,7 +5020,7 @@ d. het aangaan van een fusie als bedoeld in artikel 3:96, eerste lid, onderdeel
### Artikel 3:99
**1.** De betrouwbaarheid van de aanvrager en houder van een verklaring van geen bezwaar die op grond van zijn gekwalificeerde deelneming het beleid van de betrokken onderneming zou kunnen bepalen of mede bepalen of zou bepalen of mede bepalen staat buiten twijfel.
**1.** De betrouwbaarheid van de houder van een verklaring van geen bezwaar die op grond van zijn gekwalificeerde deelneming het beleid van de betrokken onderneming zal bepalen of mede bepalen of zal kunnen bepalen of mede bepalen staat buiten twijfel.
**2.** De betrouwbaarheid staat buiten twijfel wanneer dat eenmaal door een toezichthouder voor de toepassing van deze wet is vastgesteld, zolang niet een wijziging in de relevante feiten of omstandigheden een redelijke aanleiding geeft tot een nieuwe beoordeling.
@ -5186,11 +5028,18 @@ d. het aangaan van een fusie als bedoeld in artikel 3:96, eerste lid, onderdeel
### Artikel 3:100
De Nederlandsche Bank verleent een verklaring van geen bezwaar voor een handeling als bedoeld in artikel 3:95, eerste lid, tenzij:
**1.**
a. de handeling zou kunnen leiden of zou leiden tot een invloed op de desbetreffende financiële onderneming waardoor een gezonde en prudente bedrijfsuitoefening van die onderneming in gevaar komt;
b. in het geval van een handeling als bedoeld in artikel 3:95, eerste lid en aanhef, onderdeel a, d of e, de handeling ertoe zou kunnen leiden of zou leiden dat de betrokken financiële onderneming in een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur wordt verbonden met personen die in zodanige mate ondoorzichtig is dat deze een belemmering zou vormen voor het adequaat uitoefenen van toezicht op die financiële onderneming; of
c. in het geval van een handeling als bedoeld in artikel 3:95, eerste lid en aanhef, onderdeel a, d of e, de handeling zou kunnen leiden of zou leiden tot een ongewenste ontwikkeling van de financiële sector.
De Nederlandsche Bank verleent een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:95, eerste lid, tenzij:
a. de betrouwbaarheid van de aanvrager van de verklaring van geen bezwaar of van de personen die op grond van de voorgenomen gekwalificeerde deelneming het beleid van de financiële onderneming zullen bepalen of mede bepalen of zullen kunnen bepalen of mede bepalen niet buiten twijfel staat;
b. de personen die op grond van de voorgenomen gekwalificeerde deelneming het dagelijks beleid van de financiële onderneming zullen bepalen terzake niet deskundig zijn;
c. de financiële soliditeit van de aanvrager, rekening houdend met de bedrijfsactiviteiten van de financiële onderneming, niet is gewaarborgd;
d. de financiële onderneming als gevolg van de gekwalificeerde deelneming niet zal kunnen blijven voldoen aan de prudentiële regels die ingevolge deze wet zijn gesteld;
e. er goede redenen zijn om te vermoeden dat in verband met de voorgenomen verwerving of vergroting geld wordt of werd witgewassen of terrorisme wordt of werd gefinancierd of dat gepoogd wordt of werd geld wit te wassen of terrorisme te financieren in de zin van de Wet voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme of dat de voorgenomen verwerving of vergroting het risico daarop zou kunnen vergroten; of
f. onvolledige of onjuiste informatie is verstrekt door de aanvrager.
**2.** Met betrekking tot de betrouwbaarheid, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, zijn het tweede en derde lid van artikel 3:99 van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 3:101
@ -5217,17 +5066,17 @@ b. verworven dan wel nog te verwerven middellijke deelnemingen, niet zijnde deel
**1.**
Een ieder geeft de Nederlandsche Bank vooraf kennis van een wijziging van zijn gekwalificeerde deelneming in een financiële onderneming, niet zijnde een entiteit voor risico-acceptatie, als bedoeld in artikel 3:95, eerste lid:
Een ieder geeft de Nederlandsche Bank vooraf kennis van een wijziging van zijn gekwalificeerde deelneming in een financiële onderneming, niet zijnde een entiteit voor risico-acceptatie als bedoeld in artikel 3:95, eerste lid:
a. waardoor de omvang van deze deelneming boven de 20, 33, 50 of 95 procent stijgt, 100 procent wordt dan wel waardoor de betrokken financiële onderneming een dochtermaatschappij wordt; of
b. waardoor de omvang van deze deelneming onder de 10, 20, 33, 50, 95 of 100 procent daalt dan wel waardoor de betrokken financiële onderneming ophoudt een dochtermaatschappij te zijn.
a. waardoor de omvang van deze deelneming boven de 20, 33 of 50 procent stijgt of waardoor de financiële onderneming een dochtermaatschappij wordt; of
b. waardoor de omvang van deze deelneming onder de 10, 20, 33 of 50 procent daalt of waardoor de financiële onderneming ophoudt een dochtermaatschappij te zijn.
**2.**
Een financiële onderneming, niet zijnde een entiteit voor risico-acceptatie, als bedoeld in artikel 3:95, eerste lid, geeft, voorzover haar bekend, de Nederlandsche Bank in de maand juli van elk jaar kennis van de identiteit van iedere persoon die een gekwalificeerde deelneming in deze financiële onderneming houdt. Tevens geeft de financiële onderneming, niet zijnde een entiteit voor risico-acceptatie, zodra zulks haar bekend wordt, de Nederlandsche Bank kennis van iedere verwerving, afstoting of wijziging van een gekwalificeerde deelneming in deze financiële onderneming:
a. waardoor de omvang van deze deelneming boven de 20, 33, 50 of 95 procent stijgt, 100 procent wordt dan wel waardoor de betrokken financiële onderneming een dochtermaatschappij wordt; of
b. waardoor de omvang van deze deelneming onder de 10, 20, 33, 50, 95 of 100 procent daalt dan wel waardoor de betrokken financiële onderneming ophoudt een dochtermaatschappij te zijn.
a. waardoor de omvang van deze deelneming boven de 20, 33 of 50 procent stijgt of waardoor de betrokken financiële onderneming een dochtermaatschappij wordt; of
b. waardoor de omvang van deze deelneming onder de 10, 20, 33 of 50 procent daalt of waardoor de betrokken financiële onderneming ophoudt een dochtermaatschappij te zijn.
**3.** Een entiteit voor risico-acceptatie of herverzekeraar geeft, zodra zulks haar of hem bekend wordt, de Nederlandsche Bank kennis van iedere afstoting of wijziging van een gekwalificeerde deelneming in haar of hem waardoor de omvang van deze deelneming onder de 10 procent daalt.
@ -5235,7 +5084,7 @@ b. waardoor de omvang van deze deelneming onder de 10, 20, 33, 50, 95 of 100 pro
### Artikel 3:104
**1.** Onverminderd de artikelen 1:102, tweede lid, en 1:105, eerste lid, aanhef en onderdeel c, kan de Nederlandsche Bank aan een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:95, eerste lid, of 3:96, eerste lid, beperkingen stellen dan wel voorschriften verbinden op grond van de in artikel 3:100 of 3:101 genoemde overwegingen.
**1.** Onverminderd de artikelen 1:102, tweede lid, en 1:106a, kan de Nederlandsche Bank aan een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:95, eerste lid, of 3:96, eerste lid, beperkingen stellen dan wel voorschriften verbinden met het oog op de belangen die artikel 3:100, onderscheidenlijk 3:101 beoogt te beschermen.
**2.** Indien enige zeggenschap, verbonden aan een gekwalificeerde deelneming in een financiële onderneming als bedoeld in artikel 3:95, eerste lid, is uitgeoefend zonder dat een verklaring van geen bezwaar is verkregen of dat de bij de verklaring van geen bezwaar gestelde beperkingen in acht zijn genomen, is een mede door de uitgeoefende zeggenschap tot stand gekomen besluit vernietigbaar. Het besluit kan worden vernietigd op vordering van de Nederlandsche Bank. Het besluit wordt in dat geval door de rechtbank binnen wier rechtsgebied de financiële onderneming haar zetel heeft, vernietigd indien het besluit zonder dat de desbetreffende zeggenschap zou zijn uitgeoefend anders zou hebben geluid of niet zou zijn genomen, tenzij voor het tijdstip van de uitspraak alsnog een verklaring van geen bezwaar wordt verleend of de niet in acht genomen beperkingen worden ingetrokken. De rechtbank regelt voorzover nodig de gevolgen van de vernietiging.
@ -5249,18 +5098,13 @@ b. waardoor de omvang van deze deelneming onder de 10, 20, 33, 50, 95 of 100 pro
**3.**
Onverminderd de artikelen 1:104 en 1:105, eerste lid, aanhef en onderdeel c, kan de Nederlandsche Bank de verklaring van geen bezwaar geheel of gedeeltelijk intrekken:
Onverminderd de artikelen 1:104, 1:105, eerste lid, aanhef en onderdeel b, en 1:106a, kan de Nederlandsche Bank de verklaring van geen bezwaar geheel of gedeeltelijk intrekken:
a. indien aan de houder een nieuwe verklaring van geen bezwaar wordt verleend die betrekking heeft of mede betrekking heeft op handelingen waarvoor de in te trekken verklaring van geen bezwaar was verleend; of
b. indien de houder van een verklaring van geen bezwaar niet de gedragslijn volgt die de Nederlandsche Bank op grond van artikel 1:75 aan die houder heeft voorgeschreven.
a. indien aan de houder een nieuwe verklaring van geen bezwaar wordt verleend die betrekking heeft of mede betrekking heeft op handelingen waarvoor de in te trekken verklaring van geen bezwaar was verleend;
b. indien de houder van een verklaring van geen bezwaar niet de gedragslijn volgt die de Nederlandsche Bank op grond van artikel 1:75 aan die houder heeft voorgeschreven; of
c. indien de aanvrager de verwerving of vergroting niet binnen de termijn, bedoeld in artikel 1:106e, heeft voltooid.
**4.**
Onverminderd de artikelen 1:104 en 1:105, eerste lid, aanhef en onderdeel c, kan de Nederlandsche Bank aan een verklaring van geen bezwaar nadere beperkingen stellen dan wel daaraan nadere voorschriften verbinden of de verklaring van geen bezwaar intrekken indien zich met betrekking tot de handeling waarvoor de verklaring van geen bezwaar is verleend omstandigheden voordoen of feiten bekend worden welke:
a. in het geval van een handeling zouden kunnen leiden of zouden leiden tot een invloed op de betrokken financiële onderneming waardoor een gezonde en prudente bedrijfsuitoefening van die onderneming in gevaar komt;
b. in het geval van een handeling als bedoeld in artikel 3:95, eerste lid, onderdeel a, d of e, ertoe zouden kunnen leiden of zouden leiden dat de betrokken financiële onderneming in een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur met personen wordt verbonden die in zodanige mate ondoorzichtig is dat deze een belemmering zou vormen voor het adequaat uitoefenen van toezicht op die financiële onderneming; of
c. in geval van een handeling als bedoeld in artikel 3:95, eerste lid, onderdeel a, d of e, of een handeling als bedoeld in artikel 3:96, eerste lid, zouden kunnen leiden of zouden leiden tot een ongewenste ontwikkeling van de financiële sector.
**4.** Onverminderd de artikelen 1:104, 1:105, eerste lid, aanhef en onderdeel b, en 1:106a, kan de Nederlandsche Bank aan een verklaring van geen bezwaar nadere beperkingen stellen dan wel daaraan nadere voorschriften verbinden of de verklaring van geen bezwaar intrekken indien zich met betrekking tot de handeling waarvoor de verklaring van geen bezwaar is verleend omstandigheden voordoen of feiten bekend worden die, indien zij zich ten tijde van de verlening van de verklaring van geen bezwaar zouden hebben voorgedaan of bekend zouden zijn geweest, aanleiding zouden hebben gegeven tot het stellen van deze beperkingen, het verbinden van deze voorschriften of het niet verlenen van de verklaring van geen bezwaar.
**5.** De Nederlandsche Bank deelt de wijziging of de intrekking van een verklaring van geen bezwaar mede aan de betrokken financiële onderneming.
@ -5280,31 +5124,13 @@ De Nederlandsche Bank deelt Onze Minister eens per jaar de gegevens mede waarove
### Artikel 3:108
**1.** Een ieder die voornemens is een gekwalificeerde deelneming in een elektronischgeldinstelling met zetel in Nederland te houden, te verwerven of zodanig te vergroten dat daardoor de omvang van deze deelneming de 20, 33, of 50 procent overschrijdt dan wel die elektronischgeldinstelling een dochtermaatschappij wordt, dan wel enige zeggenschap verbonden aan een gekwalificeerde deelneming in die elektronischgeldinstelling uit te oefenen, geeft, alvorens daartoe over te gaan, de Nederlandsche Bank van zijn voornemen schriftelijk kennis. Het is een ieder verboden om aan dit voornemen gevolg te geven zolang de mededeling, bedoeld in het vierde lid, niet is gedaan.
**2.** Een ieder wiens gekwalificeerde deelneming in een elektronischgeldinstelling, bedoeld in het eerste lid, zodanig wijzigt dat de omvang van de deelneming onder de 10, 20, 33, of 50 procent daalt, of dat de elektronischgeldinstelling, bedoeld in het eerste lid, ophoudt een dochtermaatschappij te zijn, stelt de Nederlandsche Bank daarvan in kennis.
**3.** De elektronischgeldinstelling geeft, voorzover haar bekend, de Nederlandsche Bank in de maand juli van elk jaar kennis van de identiteit van een ieder die een gekwalificeerde deelneming in deze elektronischgeldinstelling houdt. Tevens geeft een elektronischgeldinstelling, zodra zulks haar bekend wordt, de Nederlandsche Bank kennis van iedere verwerving, afstoting of wijziging van een gekwalificeerde deelneming in deze elektronischgeldinstelling waardoor de omvang van deze deelneming boven onderscheidenlijk onder de 10, 20, 33, of 50 procent stijgt onderscheidenlijk daalt of waardoor de elektronischgeldinstelling een dochtermaatschappij wordt onderscheidenlijk ophoudt een dochtermaatschappij te zijn.
**4.** Indien het voornemen, bedoeld in het eerste lid, niet zou kunnen leiden of zou leiden tot een invloed op de betrokken elektronischgeldinstelling waardoor de financiële soliditeit van de elektronischgeldinstelling in gevaar komt, deelt de Nederlandsche Bank degene die de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, heeft gedaan mede dat geen bezwaar bestaat tegen het voornemen.
**5.** Ingeval het uitoefenen van enige zeggenschap verbonden aan een gekwalificeerde deelneming in een elektronischgeldinstelling als bedoeld in het eerste lid geschiedt, zonder dat voor het houden, het verwerven of het vergroten van de gekwalificeerde deelneming de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, is gedaan, is een mede door de uitgeoefende zeggenschap tot stand gekomen besluit vernietigbaar. Het besluit kan worden vernietigd op vordering van de Nederlandsche Bank. Het besluit wordt in dat geval door de rechtbank, binnen het rechtsgebied waarvan de elektronischgeldinstelling haar zetel heeft, vernietigd, indien het besluit zonder dat de desbetreffende zeggenschap zou zijn uitgeoefend, anders zou hebben geluid dan wel niet zou zijn genomen. De rechtbank regelt voorzover nodig de gevolgen van de vernietiging.
### Artikel 3:108a
**1.** Degene die aan de Nederlandsche Bank een kennisgeving verstrekt als bedoeld in artikel 3:103, eerste lid, over een wijziging van zijn gekwalificeerde deelneming in een elektronischgeldinstelling, verstrekt daarbij mede informatie over de grootte van de voorgenomen deelneming alsmede een opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens.
**2.** Indien de Nederlandsche Bank gelet op de door de kandidaat-verwerver uitgeoefende invloed op de bedrijfsvoering van de instelling, bezwaren heeft tegen de verwerving als bedoeld in artikel 3:103, eerste lid, maakt de Nederlandsche Bank deze bezwaren kenbaar uiterlijk binnen 8 weken na ontvangst van de mededeling bedoeld in het eerste lid, kenbaar.
**3.** Indien op het moment dat de Nederlandsche Bank haar bezwaren kenbaar maakt, de verwerving van de deelneming al heeft plaatsgevonden, neemt de Nederlandsche Bank passende maatregelen. Die maatregelen kunnen bindende aanwijzingen, sancties tegen bestuurders of managers of de schorsing van de uitoefening van de stemrechten die verbonden zijn aan de aandelen welke door de betrokken aandeelhouders of vennoten worden gehouden, omvatten.
**4.** Wanneer een deelneming wordt verworven ondanks bezwaar van de Nederlandsche Bank, kan deze bepalen, onverminderd andere te treffen sancties, dat de uitoefening van de stemrechten van de verkrijger wordt geschorst of dat de uitgebrachte stemmen nietig zijn.
De artikelen 3:95 en 3:103 zijn niet van toepassing ten aanzien van gekwalificeerde deelnemingen die beleggingsondernemingen of kredietinstellingen houden als gevolg van het verlenen van een beleggingsdienst als bedoeld in onderdeel e en f van de definitie van het verlenen van een beleggingsdienst, indien de hieruit voortvloeiende stemrechten niet worden uitgeoefend of anderszins gebruikt worden om zeggenschap uit te oefenen in de uitgevende instelling en de betreffende gekwalificeerde deelneming binnen een jaar na verwerving wordt overgedragen.
##### Paragraaf 3.3.11.2. Banken met zetel in een staat die geen lidstaat is
### Artikel 3:109
De artikelen 3:96, 3:97, eerste lid, aanhef en onderdelen c en d, tweede en derde lid, 3:99, 3:101, 3:102, eerste en derde lid, 3:104, eerste lid, 3:105, tweede, derde en vierde lid, aanhef, onderdelen a en c, en zesde lid, zijn van overeenkomstige toepassing op in Nederland gelegen bijkantoren van banken met zetel in een staat die geen lidstaat is die een vergunning als bedoeld in artikel 2:20 hebben.
De artikelen 3:96, 3:99, 3:101, 3:102, eerste en derde lid, 3:104, eerste lid, 3:105, tweede, derde, vierde lid en zesde lid zijn van overeenkomstige toepassing op in Nederland gelegen bijkantoren van banken met zetel in een staat die geen lidstaat is die een vergunning als bedoeld in artikel 2:20 hebben.
### Hoofdstuk 3.4. Regels voor bepaalde ondernemingen werkzaam op de financiële markten
@ -5353,7 +5179,7 @@ f. artikel 4:14, tweede lid, onderdeel c, onder 1° tot en met 6°, met betrekki
g. artikel 4:87 met betrekking tot het treffen van adequate maatregelen ter bescherming van de rechten van cliënten; en
h. artikel 4:91a met betrekking tot de regels die gelden voor het handelsproces en de afhandeling van transacties in een multilaterale handelsfaciliteit indien de aanvrager voornemens is een multilaterale handelsfaciliteit te exploiteren.
**6.** De artikelen 3:8, 3:9, 3:10, 3:15, 3:16, 3:17, 3:18, 3:33, 3:53, 3:57, 3:95, eerste lid, aanhef en onderdeel a, tweede lid, eerste volzin, derde lid, 3:99, 3:100, 3:102, eerste en tweede lid, 3:103 en 3:105, zijn van overeenkomstige toepassing op financiële instellingen die een verklaring van ondertoezichtstelling hebben.
**6.** De artikelen 3:8, 3:9, 3:10, 3:15, 3:16, 3:17, 3:18, 3:33, 3:53, 3:57, 3:95, eerste lid, aanhef en onderdeel a, tweede lid, eerste volzin, 3:99, 3:100, 3:102, eerste en tweede lid, 3:103 en 3:105, zijn van overeenkomstige toepassing op financiële instellingen die een verklaring van ondertoezichtstelling hebben.
**7.** Artikel 1:48 is van overeenkomstige toepassing.
@ -5369,7 +5195,7 @@ a. de centrale kredietinstelling en de aangesloten banken hoofdelijk instaan voo
b. de centrale kredietinstelling in voldoende mate bevoegd is voor de naleving van deze wet noodzakelijke instructies te geven aan de aangesloten banken; en
c. het ingevolge de artikelen 3:57 en 3:63 uitgeoefende toezicht op de centrale kredietinstelling en de aangesloten banken op geconsolideerde basis wordt uitgeoefend.
**2.** De Nederlandsche Bank kan ten aanzien van een bank die behoort tot een groep die is vrijgesteld ingevolge het eerste lid bepalen dat de artikelen 1:75, 1:104, 2:12, eerste en derde lid, 2:13, eerste en tweede lid, 3:8, 3:9, 3:15, 3:16, 3:19, 3:29, 3:53, 3:71, 3:72, 3:88, 4:14, 4:87 en 4:88 geheel of gedeeltelijk buiten toepassing blijven.
**2.** De Nederlandsche Bank kan ten aanzien van een bank die behoort tot een groep die is vrijgesteld ingevolge het eerste lid bepalen dat de artikelen 1:75, 1:104, 2:12, eerste lid, 2:13, eerste en tweede lid, 3:8, 3:9, 3:15, 3:16, 3:19, 3:29, 3:53, 3:71, 3:72, 3:88, 4:14, 4:87 en 4:88 geheel of gedeeltelijk buiten toepassing blijven.
**3.**
@ -5880,7 +5706,7 @@ De artikelen 3:136, 3:137 en 3:138, eerste en vierde lid, eerste volzin, zijn va
**1.** Deze paragraaf is van toepassing op levensverzekeraars met zetel in Nederland die een vergunning als bedoeld in artikel 2:27, eerste lid, hebben.
**2.** Deze paragraaf en de artikelen 3:8, 3:9, 3:15, 3:17, 3:18, 3:70, 3:71, 3:95, 3:97, 3:99 en 1:79 tot en met 1:88, zijn van overeenkomstige toepassing op opvanginstellingen die het bedrijf van levensverzekeraar uitsluitend als herverzekeraar uitoefenen in de zin van artikel 3:152, tweede lid.
**2.** Deze paragraaf en de artikelen 1:79 tot en met 1:88, 3:8, 3:9, 3:15, 3:17, 3:18, 3:70, 3:71, 3:95 en 3:99, zijn van overeenkomstige toepassing op opvanginstellingen die het bedrijf van levensverzekeraar uitsluitend als herverzekeraar uitoefenen in de zin van artikel 3:152, tweede lid.
### Artikel 3:150
@ -7191,32 +7017,6 @@ b. plant en coördineert zij de toezichtactiviteiten in normale omstandigheden e
**7.** Indien een Nederlandse financiële EU-moederholding een beleggingsonderneming en een kredietinstelling als dochteronderneming heeft, en die kredietinstelling haar zetel in Nederland heeft, oefent de Nederlandsche Bank het toezicht op geconsolideerde basis uit op alle dochterondernemingen.
### Artikel 3:278c
**1.** Indien de Nederlandsche Bank toezicht houdt op geconsolideerde basis, beslist zij na overleg met de toezichthoudende instanties van andere lidstaten die toezicht houden op dochterondernemingen van een Nederlandse EU-moederbeleggingsonderneming, Nederlandse EU-moederbank of Nederlandse financiële EU-moederholding, op grond van de evaluatie, bedoeld in artikel 3:18a, of het geconsolideerde toetsingsvermogen van de groep toereikend is gelet op haar financiële situatie en risicoprofiel en hoeveel toetsingsvermogen voor elke entiteit binnen de groep op geconsolideerde basis noodzakelijk is.
**2.** Een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt genomen binnen vier maanden na verzending van de evaluatie, bedoeld in artikel 3:18a, aan de betrokken toezichthoudende instanties.
**3.** Bij het nemen van een besluit als bedoeld in het eerste lid worden de risicobeoordelingen in aanmerking genomen die door de betrokken toezichthoudende instanties op grond van de artikelen 123 en 124 van de herziene richtlijn banken zijn verricht met betrekking tot de dochterondernemingen.
**4.** Bij een geschil over een besluit als bedoeld in het eerste lid kan de Nederlandsche Bank op eigen initiatief indien zij toezicht houdt op geconsolideerde basis of op verzoek van een van de betrokken toezichthoudende instanties de Europese Bankenautoriteit raadplegen.
**5.** Indien het overleg met de betrokken toezichthoudende instanties van andere lidstaten niet binnen de termijn, bedoeld in het tweede lid, tot overeenstemming heeft geleid, neemt de Nederlandsche Bank onverwijld een besluit op grond van de evaluatie, bedoeld in artikel 3:18a, of het geconsolideerde toetsingsvermogen van de groep toereikend is gelet op haar financiële situatie en risicoprofiel, waarbij zij de door de betrokken toezichthoudende instanties verrichte risicobeoordelingen van de dochterondernemingen in aanmerking neemt.
**6.** Onverminderd artikel 3:47 van de Algemene wet bestuursrecht bevat een besluit als bedoeld in het vierde en vijfde lid de risicobeoordelingen, standpunten en voorbehouden van de betrokken toezichthoudende instanties van de andere lidstaten.
**7.** De Nederlandsche Bank doet van het besluit onverwijld mededeling aan de betrokken toezichthoudende instanties en aan de EU-moederbeleggingsonderneming of EU-moederbank.
**8.** De Nederlandsche Bank actualiseert jaarlijks de besluiten of in uitzonderlijke gevallen op verzoek van een betrokken toezichthoudende instantie van een andere lidstaat.
### Artikel 3:278d
**1.** Indien het overleg met de betrokken toezichthoudende instanties van andere lidstaten niet binnen de termijn, bedoeld in artikel 3:278c, tweede lid, tot overeenstemming heeft geleid, neemt de Nederlandsche Bank, indien zij toezicht houdt op dochterondernemingen van een EU-moederbeleggingsonderneming of EU-moederbank of een EU-moederholding op niet-geconsolideerde basis of op subgeconsolideerde basis, onverwijld een besluit op grond van de evaluatie bedoeld in artikel 3:18a, of het toetsingsvermogen van de dochteronderneming toereikend is gelet op haar financiële situatie en risicoprofiel.
**2.** De Nederlandsche Bank besluit over de toepassing van de artikelen 3:18a en 3:111a, tweede lid, nadat zij de door de betrokken toezichthoudende instantie die toezicht houdt op geconsolideerde basis geuite standpunten en voorbehouden in aanmerking heeft genomen.
**3.** De Nederlandsche Bank actualiseert jaarlijks het besluit, bedoeld in het tweede lid.
### Artikel 3:279
**1.** Een Nederlandse beleggingsonderneming, Nederlandse kredietinstelling of financiële holding met zetel in Nederland waarop ingevolge deze afdeling toezicht op geconsolideerde basis wordt uitgeoefend, zorgt voor een volledige consolidatie van beleggingsondernemingen, kredietinstellingen en financiële instellingen die haar dochterondernemingen zijn.
@ -8103,14 +7903,6 @@ Van de artikelen 4:28 en 4:29 kan niet ten nadele van de consument worden afgewe
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de omwisseling, bedoeld in het eerste lid.
### Artikel 4:31a
Een elektronischgeldinstelling betaalt de nominale waarde van het aangehouden elektronisch geld terug wanneer de houder van het elektronisch geld daarom verzoekt en neemt daarbij artikel 521a van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek in acht.
### Artikel 4:31b
Een elektronischgeldinstelling legt de terugbetalingsrechten van personen die betalingen met het door de elektronischgeldinstelling uitgegeven elektronisch geld aanvaarden, vast in een overeenkomst met die personen.
##### Paragraaf 4.3.1.3. Krediet
### Artikel 4:32