From e0df06fb8c41959304bc53909f228d6ccd1f0fae Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Mon, 1 Jul 2013 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2013-07-01 | BWBR0002507 | Wet aanpassing pensioenvoorzieningen Bijstandkorps --- .../BWBR0002507/README.md | 20 +++++++++---------- 1 file changed, 10 insertions(+), 10 deletions(-) diff --git a/wet/wet-aanpassing-pensioenvoorzieningen-bijstandkorps/BWBR0002507/README.md b/wet/wet-aanpassing-pensioenvoorzieningen-bijstandkorps/BWBR0002507/README.md index a39314e5bff..9d49f26a2d3 100644 --- a/wet/wet-aanpassing-pensioenvoorzieningen-bijstandkorps/BWBR0002507/README.md +++ b/wet/wet-aanpassing-pensioenvoorzieningen-bijstandkorps/BWBR0002507/README.md @@ -66,11 +66,11 @@ Vervallen In deze afdeling wordt verstaan onder: -a. pensioen: een pensioen als bedoeld in artikel 1, onder *a*, met inbegrip van de daarop verleende toeslagen; +a. pensioen: een pensioen als bedoeld in artikel 1, onder a, met inbegrip van de daarop verleende toeslagen; b. ander pensioen: een pensioen, als bedoeld in artikel 16, tweede lid jo. vierde lid, van het pensioenreglement. c. algemeen ouderdomspensioen: een bruto ouderdomspensioen als bedoeld in de Algemene Ouderdomswet met inbegrip van de daarbij behorende vakantie-uitkering voorzover deze niet behoren tot de overlijdensuitkering krachtens die wet; d. algemeen weduwenpensioen en algemeen wezenpensioen: een weduwenpensioen of een tijdelijke weduwenuitkering onderscheidenlijk een wezenpensioen, als bedoeld in de Algemene Weduwen- en Wezenwet zoals die wet laatstelijk luidde. -e. «algemene nabestaandenuitkering», «algemene halfwezenuitkering» en «algemene wezenuitkering»: uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet. +e. «algemene nabestaandenuitkering» en «algemene wezenuitkering»: uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet. ### Artikel 9a @@ -148,9 +148,9 @@ Het wezenpensioen, waarop twee of meer volle wezen aanspraak hebben, wordt, indi ### Artikel 17 -**1.** Bij gelijktijdige aanspraak op een weduwepensioen, onderscheidenlijk een wezenpensioen en een algemene nabestaandenuitkering, een algemene halfwezenuitkering onderscheidenlijk een algemene wezenuitkering wordt, voor zover de tijdvakken, waarop het pensioen en de algemene uitkering geacht worden betrekking te hebben, samenvallen, de betaling van het weduwepensioen, onderscheidenlijk het wezenpensioen iedere maand beperkt naar reden van 2 percent van de algemene nabestaandenuitkering, de algemene halfwezenuitkering onderscheidenlijk de algemene wezenuitkering per samenvallend jaar. +**1.** Bij gelijktijdige aanspraak op een weduwepensioen, onderscheidenlijk een wezenpensioen en een algemene nabestaandenuitkering, onderscheidenlijk een algemene wezenuitkering wordt, voor zover de tijdvakken, waarop het pensioen en de algemene uitkering geacht worden betrekking te hebben, samenvallen, de betaling van het weduwepensioen, onderscheidenlijk het wezenpensioen iedere maand beperkt naar reden van 2 percent van de algemene nabestaandenuitkering, onderscheidenlijk de algemene wezenuitkering per samenvallend jaar. -**2.** Indien aanspraak bestaat op een algemene nabestaandenuitkering op grond van artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene nabestaandenwet of een algemene halfwezenuitkering op grond van artikel 22, eerste lid, onderdeel a, van die wet, doch geen van de in evengenoemde bepalingen bedoelde kinderen recht heeft op een wezenpensioen, wordt de beperking berekend naar de algemene nabestaandenuitkering onderscheidenlijk de algemene halfwezenuitkering die geldt voor degenen op wie artikel 17, eerste lid, onderscheidenlijk artikel 25, eerste lid, van de Algemene nabestaandenwet toepassing vindt. +**2.** Indien aanspraak bestaat op een algemene nabestaandenuitkering op grond van artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene nabestaandenwet, doch geen van de in evengenoemde bepaling bedoelde kinderen recht heeft op een wezenpensioen, wordt de beperking berekend naar de algemene nabestaandenuitkering die geldt voor degenen op wie artikel 17, tweede lid, van de Algemene nabestaandenwet toepassing vindt. **3.** Het bepaalde in artikel 12 is van overeenkomstige toepassing. @@ -162,7 +162,7 @@ Indien aanspraak bestaat op een weduwenpensioen of een wezenpensioen en tevens a ### Artikel 19 -Op schriftelijk verzoek van de weduwe, die aantoont, dat een rente of uitkering, als bedoeld in artikel 19, onder 2e der Ongevallenwet 1921, artikel 40, onder 2e der Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922, onderscheidenlijk artikel 2, tweede lid, der Zeeongevallenwet 1919, daaronder begrepen de daarop verleende toe- en bijslagen anders dan ingevolge de Wet compensatie premie Algemene Ouderdomswet ongevallenrentetrekkers, is beperkt wegens samenloop met een algemene nabestaandenuitkering of een algemene halfwezenuitkering wordt het bedrag van die beperking in mindering gebracht op het bedrag van de beperking van het weduwenpensioen. +Op schriftelijk verzoek van de weduwe, die aantoont, dat een rente of uitkering, als bedoeld in artikel 19, onder 2e der Ongevallenwet 1921, artikel 40, onder 2e der Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922, onderscheidenlijk artikel 2, tweede lid, der Zeeongevallenwet 1919, daaronder begrepen de daarop verleende toe- en bijslagen anders dan ingevolge de Wet compensatie premie Algemene Ouderdomswet ongevallenrentetrekkers, is beperkt wegens samenloop met een algemene nabestaandenuitkering wordt het bedrag van die beperking in mindering gebracht op het bedrag van de beperking van het weduwenpensioen. ### Artikel 19a @@ -194,9 +194,9 @@ b. met ingang van de maand volgende op die waarin de weduwe hertrouwt, als partn ### Artikel 19c -**1.** Indien ter zake van het overlijden van een gepensioneerde recht op een weduwepensioen als bedoeld in deze regeling ontstaat, heeft de weduwe die op 1 januari 1998 de leeftijd van 55 jaar heeft bereikt in afwijking van artikel 19b recht op een toeslag voor de tijd die bij de berekening van het pensioen in aanmerking is genomen. Dit recht bestaat indien en voor zolang recht bestaat op een nabestaandenuitkering krachtens de Algemene nabestaandenwet, die krachtens artikel 67, derde of negende lid, van de Algemene nabestaandenwet vanaf 1 januari 1998 wordt verminderd wegens de omstandigheid dat de weduwe vanaf een tijdstip voor 1 juli 1996 met dezelfde persoon ononderbroken ongehuwd samenwoont. +**1.** Indien ter zake van het overlijden van een gepensioneerde recht op een weduwepensioen als bedoeld in deze regeling ontstaat, heeft de weduwe die op 1 januari 1998 de leeftijd van 55 jaar heeft bereikt in afwijking van artikel 19b recht op een toeslag voor de tijd die bij de berekening van het pensioen in aanmerking is genomen. Dit recht bestaat indien en voor zolang recht bestaat op een nabestaandenuitkering krachtens de Algemene nabestaandenwet, die krachtens artikel 67, derde of zesde lid, van de Algemene nabestaandenwet vanaf 1 januari 1998 wordt verminderd wegens de omstandigheid dat de weduwe vanaf een tijdstip voor 1 juli 1996 met dezelfde persoon ononderbroken ongehuwd samenwoont. -**2.** De toeslag, bedoeld in het eerste lid, bedraagt per pensioentellend jaar 2,5% van het verschil tussen 75 % van de krachtens de artikelen 14 en 30 van de Algemene nabestaandenwet vastgestelde nabestaandenuitkering en de krachtens artikel 67, derde of negende lid, van de Algemene nabestaandenwet verminderde nabestaandenuitkering. De toeslag bedraagt niet meer dan 75% van de krachtens de artikelen 14 en 30 van de Algemene nabestaandenwet vastgestelde nabestaandenuitkering. De toeslag wordt vanaf 1 januari 1998 vastgesteld met inachtneming van de bedragen vanaf die datum en wordt vervolgens telkens nader vastgesteld aan de hand van de ontwikkelingen van de bedragen van de Algemene nabestaandenwet. +**2.** De toeslag, bedoeld in het eerste lid, bedraagt per pensioentellend jaar 2,5% van het verschil tussen 75 % van de krachtens de artikelen 14 en 30 van de Algemene nabestaandenwet vastgestelde nabestaandenuitkering en de krachtens artikel 67, derde of zesde lid, van de Algemene nabestaandenwet verminderde nabestaandenuitkering. De toeslag bedraagt niet meer dan 75% van de krachtens de artikelen 14 en 30 van de Algemene nabestaandenwet vastgestelde nabestaandenuitkering. De toeslag wordt vanaf 1 januari 1998 vastgesteld met inachtneming van de bedragen vanaf die datum en wordt vervolgens telkens nader vastgesteld aan de hand van de ontwikkelingen van de bedragen van de Algemene nabestaandenwet. **3.** @@ -220,7 +220,7 @@ Indien zowel beperking van de uitbetaling van een pensioen krachtens het bepaald ### Artikel 21 -**1.** Indien een betrokkene een algemeen ouderdomspensioen, een algemene nabestaandenuitkering, een algemene halfwezenuitkering of een algemene wezenuitkering gaat genieten, of indien in het bedrag daarvan een wijziging wordt aangebracht op grond van persoonlijke omstandigheden van hemzelf, zijn echtgenoot of zijn kinderen, dan wel het genot van een algemene nabestaandenuitkering, een algemene halfwezenuitkering of een algemene wezenuitkering eindigt, is hij gehouden hiervan onverwijld kennis te geven aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. +**1.** Indien een betrokkene een algemeen ouderdomspensioen, een algemene nabestaandenuitkering of een algemene wezenuitkering gaat genieten, of indien in het bedrag daarvan een wijziging wordt aangebracht op grond van persoonlijke omstandigheden van hemzelf, zijn echtgenoot of zijn kinderen, dan wel het genot van een algemene nabestaandenuitkering of een algemene wezenuitkering eindigt, is hij gehouden hiervan onverwijld kennis te geven aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. **2.** Indien de belanghebbende de in het vorige lid bedoelde kennisgeving niet onverwijld doet, gaat een vermindering van de beperking niet vroeger in dan een jaar voor de eerste dag van de maand waarin de kennisgeving wordt gedaan of waarin ambtshalve vermindering van de beperking plaatsvond. @@ -228,7 +228,7 @@ Indien zowel beperking van de uitbetaling van een pensioen krachtens het bepaald ### Artikel 22 -Indien een algemeen ouderdomspensioen, een algemene nabestaandenuitkering, een algemene halfwezenuitkering of een algemene wezenuitkering wordt toegekend of herzien over een tijdvak, waarover reeds een pensioen werd uitbetaald, kan de Sociale verzekeringsbank hetgeen dientengevolge te veel aan pensioen werd genoten, ten behoeve van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, inhouden op het algemeen ouderdomspensioen, het algemeen weduwenpensioen of het algemeen wezenpensioen, voor zover betrekking hebbende op evengenoemd tijdvak. +Indien een algemeen ouderdomspensioen, een algemene nabestaandenuitkering of een algemene wezenuitkering wordt toegekend of herzien over een tijdvak, waarover reeds een pensioen werd uitbetaald, kan de Sociale verzekeringsbank hetgeen dientengevolge te veel aan pensioen werd genoten, ten behoeve van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, inhouden op het algemeen ouderdomspensioen, het algemeen weduwenpensioen of het algemeen wezenpensioen, voor zover betrekking hebbende op evengenoemd tijdvak. ### Artikel 23 @@ -242,7 +242,7 @@ De bepalingen van deze afdeling blijven buiten toepassing ten aanzien van degene **2.** Ingeval het vorige lid is toegepast wordt voor volgende berekeningen van de beperking het pensioen geacht te zijn vermeerderd met het bedrag, waarmede de beperking ingevolge het vorige lid is verminderd. -**3.** Met ingang van de dag waarop voor belanghebbende na 30 juni 1964 recht op een lager bedrag aan algemeen ouderdomspensioen, algemeen weduwenpensioen of algemeen wezenpensioen onderscheidenlijk op of na 1 juli 1996 aan een algemene nabestaandenuitkering, een algemene halfwezenuitkering, of een algemene wezenuitkering ontstaat, wordt het in het vorige lid bedoelde bedrag zodanig lager gesteld, alsof de omstandigheid die tot wijziging leidde reeds op 30 juni 1964 aanwezig was geweest. +**3.** Met ingang van de dag waarop voor belanghebbende na 30 juni 1964 recht op een lager bedrag aan algemeen ouderdomspensioen, algemeen weduwenpensioen of algemeen wezenpensioen onderscheidenlijk op of na 1 juli 1996 aan een algemene nabestaandenuitkering, of een algemene wezenuitkering ontstaat, wordt het in het vorige lid bedoelde bedrag zodanig lager gesteld, alsof de omstandigheid die tot wijziging leidde reeds op 30 juni 1964 aanwezig was geweest. ### Artikel 25