2018-07-01 | BWBR0012289 | Vreemdelingencirculaire 2000 (B)
This commit is contained in:
parent
7dda123fdf
commit
e0ec8a712d
1 changed files with 66 additions and 64 deletions
|
|
@ -404,9 +404,12 @@ De IND verstrekt een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel
|
|||
|
||||
#### 4.1. Mvv-vereiste
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.71, derde lid, Vb wijst de IND de aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd niet af wegens het ontbreken van een geldige mvv als dit leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard (de hardheidsclausule).
|
||||
Op grond van artikel 17, eerste lid, onder c, Vw wijst de IND de aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd niet af wegens het ontbreken van een geldige mvv als:
|
||||
|
||||
De IND past de hardheidsclausule als bedoeld in artikel 3.71, derde lid, Vb in ieder geval toe bij een aanvraag voor een verblijfsvergunning van een vreemdeling van wie de terugkeer in verband met een medische noodsituatie leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.
|
||||
• het voor de vreemdeling gelet op zijn gezondheidssituatie niet verantwoord is om te reizen; of
|
||||
• als er binnen drie maanden bij het uitblijven van behandeling een medische noodsituatie zal ontstaan.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.71, derde lid, Vb wijst de IND de aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd niet af wegens het ontbreken van een geldige mvv als dit leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard (de hardheidsclausule).
|
||||
|
||||
De IND past de hardheidsclausule als bedoeld in artikel 3.71, derde lid, Vb in ieder geval niet toe als de vreemdeling:
|
||||
|
||||
|
|
@ -414,8 +417,7 @@ De IND past de hardheidsclausule als bedoeld in artikel 3.71, derde lid, Vb in i
|
|||
• stelt dat aan een of meer voorwaarden voor vrijstelling slechts op een onderdeel niet is voldaan;
|
||||
• stelt dat aan alle voorwaarden voor verlening van de verblijfsvergunning voor het gestelde verblijfsdoel is voldaan, afgezien van het mvv-vereiste;
|
||||
• asielgerelateerde gronden aanvoert;
|
||||
• als asielzoeker is uitgeprocedeerd;
|
||||
• aangeeft dat de noodzakelijke medische behandeling aan terugkeer – teneinde een mvv te verkrijgen – naar het land van herkomst in de weg staat, maar niet heeft aangetoond dat sprake is van een medische noodsituatie; of
|
||||
• als asielzoeker is uitgeprocedeerd; of
|
||||
• meer dan twee jaar na afloop van een eerder verleende verblijfsvergunning voor bepaalde tijd om verlenging of wijziging hiervan heeft gevraagd tenzij het overschrijden van deze termijn niet aan de vreemdeling is toe te rekenen.
|
||||
|
||||
#### 4.2. Geldig document voor grensoverschrijding
|
||||
|
|
@ -1828,7 +1830,7 @@ De IND neemt aan dat de vreemdeling zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoe
|
|||
|
||||
In aanvulling op artikel 3.31 Vb:
|
||||
|
||||
de IND wijst de aanvraag om een GVVA voor het verrichten van arbeid voor een religieuze of levensbeschouwelijke organisatie af als de vreemdeling het basisexamen inburgering in het buitenland niet heeft behaald of afgelegd, tenzij de vreemdeling hiervan is vrijgesteld. Voor het inburgeringsvereiste zie paragraaf B1/4.7 Vc.
|
||||
de IND wijst de aanvraag om een GVVA voor het verrichten van arbeid voor een religieuze of levensbeschouwelijke organisatie af als de vreemdeling het basisexamen inburgering in het buitenland niet heeft behaald of afgelegd, tenzij de vreemdeling hiervan is vrijgesteld. Voor het inburgeringsvereiste buitenland zie paragraaf B1/4.7 Vc.
|
||||
|
||||
##### 2.1.5. Arbeid in het kader van de Regeling internationaal handelsverkeer
|
||||
|
||||
|
|
@ -2958,8 +2960,8 @@ De IND toetst de aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde ti
|
|||
|
||||
De IND verleent de verblijfsvergunning regulier onder de beperking familie- of gezinslid als aan alle volgende vereisten van de Wobka als bedoeld in artikel 3.26, eerste lid, Vb is voldaan:
|
||||
|
||||
• de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft een beginseltoestemming afgegeven (artikel 2 Wobka);
|
||||
• de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft ingestemd met de opneming van het buitenlandse adoptiekind in het gezin van de aspirant-adoptiefouders;
|
||||
• de Minister voor Rechtsbescherming heeft een beginseltoestemming afgegeven (artikel 2 Wobka);
|
||||
• de Minister voor Rechtsbescherming heeft ingestemd met de opneming van het buitenlandse adoptiekind in het gezin van de aspirant-adoptiefouders;
|
||||
• er is een medische verklaring met betrekking tot het buitenlandse adoptiekind (artikel 8, aanhef en onder b, Wobka) overgelegd waaruit blijkt dat het kind niet lijdt aan een gevaarlijke besmettelijke of langdurige lichamelijke of geestelijke ziekte. Dit vereiste zal er niet toe leiden dat een gehandicapt kind nooit zou kunnen worden opgenomen. Als uit de medische verklaring blijkt dat het kind al op tbc is getest, hoeft het kind niet alsnog (hier te lande) een onderzoek naar tbc te ondergaan, voor zover dit onderzoek op grond van zijn nationaliteit vereist is;
|
||||
• de afstand door de biologische ouder(s) van het buitenlandse adoptiekind is naar behoren geregeld (artikel 8, aanhef onder d, Wobka); en
|
||||
• de autoriteiten in het land van herkomst stemmen in met de opneming van het buitenlandse adoptiekind in het gezin van de aspirant-adoptiefouders (artikel 8, aanhef en onder e, Wobka).
|
||||
|
|
@ -2968,7 +2970,7 @@ De IND wijst de aanvraag af als bij het ontbreken van een geldig document voor g
|
|||
|
||||
De IND handelt de aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf ten behoeve van het adoptiekind versneld – binnen twee weken – af als deze wordt ingediend door de bemiddelende, vergunninghoudende instantie namens de aspirant-adoptiefouders.
|
||||
|
||||
Nadat de IND heeft gecontroleerd dat de beginseltoestemming is afgegeven en de leges zijn betaald, geeft de IND de toestemming aan de Nederlandse vertegenwoordiging voor het land van herkomst voor afgifte van de machtiging tot voorlopig verblijf. Hierbij geldt het voorbehoud dat de volgende bewijsmiddelen worden overgelegd bij de Nederlandse vertegenwoordiging:
|
||||
Nadat de IND heeft gecontroleerd of de beginseltoestemming is afgegeven en de Statement of approval (bij Verdragsadopties) dan wel de beginseltoestemming op naam (bij niet Verdragsadopties) en de leges zijn betaald, geeft de IND de toestemming aan de Nederlandse vertegenwoordiging in het land van herkomst voor afgifte van de machtiging tot voorlopig verblijf. Hierbij geldt het voorbehoud dat de volgende bewijsmiddelen worden overgelegd bij de Nederlandse vertegenwoordiging:
|
||||
|
||||
• de afstandsverklaring van de biologisch ouders;
|
||||
• de verklaring van de bevoegde autoriteiten waaruit moet blijken dat zij hebben ingestemd met de opneming van het buitenlandse adoptiekind in het gezin van de aspirant-adoptiefouders;
|
||||
|
|
@ -4203,63 +4205,55 @@ De IND verleent de verblijfsvergunning, als bedoeld in artikel 3.50, eerste lid,
|
|||
|
||||
#### 8.1. Algemene verblijfsvoorwaarden
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.51, eerste lid, aanhef en onder a, sub 1, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als:
|
||||
Op grond van artikel 3.51, eerste lid, aanhef en onder a, sub 1, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verband houdend met niet-tijdelijke humanitaire gronden, als:
|
||||
|
||||
1. gedurende vijf jaren geen grond is geweest voor intrekking van de verblijfsvergunning;
|
||||
2. de vreemdeling het inburgeringsexamen heeft behaald of hiervan is vrijgesteld of ontheven; en
|
||||
2. de vreemdeling het inburgeringsexamen heeft behaald of ingevolge artikel 3.80a Vb hiervan is vrijgesteld of ontheven; en
|
||||
3. de vreemdeling voldoet aan de algemene toelatingsvoorwaarden van artikel 16, eerste lid, Vw, met uitzondering van de subcategorieën b, c en k.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.51, tweede lid, aanhef en onder a en b, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verband houdend met niet-tijdelijke humanitaire gronden, als:
|
||||
|
||||
• de vreemdeling het inburgeringsexamen heeft behaald of ingevolge artikel 3.80a Vb hiervan is vrijgesteld of ontheven; en
|
||||
• de vreemdeling voldoet aan de algemene toelatingsvoorwaarden van artikel 16, eerste lid Vw, met uitzondering van de subcategorieën c en k.
|
||||
|
||||
##### 8.1.1. Verblijfsgat
|
||||
|
||||
De IND werpt een verblijfsgat niet tegen als voldaan wordt aan alle hierna genoemde voorwaarden:
|
||||
|
||||
• het verblijfsgat is ontstaan doordat de vreemdeling de verlengingsaanvraag niet-tijdig heeft ingediend;
|
||||
• de vreemdeling heeft de aanvraag voor verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingediend binnen de redelijke termijn van twee jaar. Zie paragraaf B1/6.1 Vc;
|
||||
• de vreemdeling heeft gedurende vijf jaar voorafgaand aan de indiening van de aanvraag voor verlening van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van niet-tijdelijk humanitaire gronden, onafgebroken voldaan aan de inhoudelijke voorwaarden van de oorspronkelijk aan hem verleende verblijfsvergunning.
|
||||
• de vreemdeling heeft de aanvraag voor verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingediend binnen de redelijke termijn van twee jaar (zie paragraaf B1/6.1 Vc); en
|
||||
• de vreemdeling heeft gedurende vijf jaar voorafgaand aan de indiening van de aanvraag voor verlening van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van niet-tijdelijke humanitaire gronden, onafgebroken voldaan aan de inhoudelijke voorwaarden van de oorspronkelijk aan hem verleende verblijfsvergunning.
|
||||
|
||||
De IND verlangt niet dat de vreemdeling gedurende de acht jaren als bedoeld artikel 3.80a, tweede lid, aanhef en onder b, Vb ononderbroken was ingeschreven als ingezetene in de BRP of rechtmatig in Nederland verbleef.
|
||||
##### 8.1.2. Vrijstellingen en ontheffingen inburgeringsvereiste
|
||||
|
||||
De IND ontheft de vreemdeling op grond van artikel 3.80a, derde lid, Vb van het inburgeringsvereiste als deze aantoont vanwege zijn psychische of lichamelijke belemmering of verstandelijke handicap niet in staat te zijn om binnen vijf jaren het inburgeringsexamen te behalen.
|
||||
De IND verlangt niet dat de vreemdeling gedurende de acht jaren als bedoeld in artikel 3.80a, tweede lid, aanhef en onder b, Vb ononderbroken was ingeschreven als ingezetene in de BRP of rechtmatig in Nederland verbleef.
|
||||
|
||||
De IND ontheft de vreemdeling op grond van artikel 3.80a, derde lid, Vb van het inburgeringsvereiste als deze aantoont vanwege zijn psychische of lichamelijke belemmering of verstandelijke handicap niet in staat te zijn om binnen vijf jaren het inburgeringsexamen te behalen. De procedure hiervoor is terug te vinden in bijlage 4 van de Regeling inburgering.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.80a, vierde lid, Vb past de IND in ieder geval de hardheidsclausule toe als:
|
||||
|
||||
a. de vreemdeling met voldoende inzet minimaal 600 uur heeft deelgenomen aan een inburgeringscursus bij een instelling met het Blik op Werk Keurmerk en minimaal 4 keer niet is geslaagd voor onderdelen van het inburgeringsexamen; of
|
||||
b. de vreemdeling met voldoende inzet minimaal 600 uur heeft deelgenomen aan een alfabetiseringscursus bij een instelling met het Blik op Werk Keurmerk en de vreemdeling aangetoond heeft met een door DUO afgenomen toets naar het leervermogen dat de vreemdeling niet het leervermogen heeft om het inburgeringsexamen te halen; of
|
||||
c. de vreemdeling tegen zijn of haar wil in het land van herkomst is achtergelaten en voldoet aan de voorwaarden van artikel 3.51, eerste lid, aanhef en onder a, sub 1, Vb.
|
||||
a. de vreemdeling ten minste 600 uur heeft deelgenomen aan een inburgeringscursus, een cursus Nederlands als tweede taal of een combinatie daarvan bij een cursusinstelling met het Blik op Werk keurmerk en ten minste viermaal heeft deelgenomen aan de niet behaalde onderdelen van het inburgeringsexamen, waarvan ten hoogste twee van de examenpogingen de overeenkomstige onderdelen van het staatsexamen Nederlands als tweede taal betreffen;
|
||||
b. de vreemdeling minimaal 600 uur heeft deelgenomen aan een alfabetiseringscursus bij een cursusinstelling met het Blik op Werk Keurmerk en de vreemdeling aangetoond heeft met een door DUO afgenomen toets naar het leervermogen dat de vreemdeling niet het leervermogen heeft om het inburgeringsexamen te halen;
|
||||
c. de vreemdeling ten minste 600 uur heeft deelgenomen aan een alfabetiseringscursus en een daaropvolgende inburgeringscursus, beide aan een cursusinstelling met het Blik op werk keurmerk, waarvan ten minste 300 uur besteed is aan de alfabetiseringscursus, en uit een door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid afgenomen toets blijkt dat de inburgeringsplichtige niet het leervermogen heeft om het inburgeringsexamen te halen; of
|
||||
d. de vreemdeling tegen zijn of haar wil in het land van herkomst is achtergelaten en voldoet aan de voorwaarden van artikel 3.51, eerste lid, aanhef en onder a, sub 1, Vb.
|
||||
|
||||
Vanaf 1 juli 2013 zal DUO advies geven of iemand voldoet aan de criteria genoemd onder a en b (naar aanleiding van de zogenaamde inspanningstoets). De IND gaat bij de beoordeling van deze ontheffingsgrond in beginsel uit van de door de vreemdeling overgelegd advies van DUO. De vreemdeling die in aanmerking wil komen voor deze ontheffingsgrond moet deze inspanningstoets zelf aanvragen bij DUO. Voor het aanmeldformulier en meer informatie over deze procedure raadpleeg de website van DUO www.inburgeren.nl.
|
||||
DUO geeft advies of iemand voldoet aan de criteria genoemd onder a, b en c. De IND gaat bij de beoordeling van deze ontheffingsgrond in beginsel uit van het door de vreemdeling overgelegde advies van DUO. De vreemdeling die in aanmerking wil komen voor deze ontheffingsgrond moet het advies zelf aanvragen bij DUO. Voor het aanmeldformulier en meer informatie over deze procedure raadpleeg de website van DUO www.inburgeren.nl.
|
||||
|
||||
In het kader van de overgangsregeling per 1 juli 2013 past de IND ook de
|
||||
|
||||
hardheidsclausule toe als de vreemdeling ondanks aantoonbaar geleverde
|
||||
|
||||
inspanning de vreemdeling redelijkerwijs niet in staat kan worden geacht het inburgeringsexamen te behalen.
|
||||
|
||||
Hiervan is sprake als:
|
||||
|
||||
• de vreemdeling niet gealfabetiseerd is in zijn eigen taal en de Nederlandse taal;
|
||||
• van de vreemdeling gezien zijn leeftijd en overige omstandigheden, niet kan worden verwacht dat hij Nederlands leert lezen en schrijven binnen een periode van vijf jaar; en
|
||||
• de vreemdeling de toets gesproken Nederlands (TGN) op A2 niveau heeft behaald.
|
||||
|
||||
De IND gaat bij de beoordeling van deze ontheffingsgrond in beginsel uit van een door de vreemdeling overgelegde verklaring met een advies (naar aanleiding van het zogenaamde haalbaarheidsonderzoek) van het ROC Amsterdam. Vanaf 1 juli 2013 wordt dit haalbaarheidsonderzoek niet meer door het ROC Amsterdam gedaan. Alle adviezen van aanvragen voor een haalbaarheidsonderzoek ingediend vóór 1 juli 2013 worden meegenomen in de besluitvorming. Op de dag van de indiening van de aanvraag mag dit advies niet ouder zijn dan vijf jaar.
|
||||
Tot 1 juli 2013 kon een vreemdeling zich wenden tot het ROC Amsterdam voor een advies op basis van het zogenaamde haalbaarheidsonderzoek. Adviezen die bij het ROC zijn aangevraagd vóór 1 juli 2013 zullen nog worden meegenomen door de IND bij de beoordeling van het verzoek om ontheffing.
|
||||
|
||||
De IND neemt het ROC-advies niet over als:
|
||||
|
||||
• de IND constateert dat de vreemdeling in een vreemdelingrechtelijke procedure verklaringen heeft afgelegd die in tegenstrijd zijn met het advies; of
|
||||
• op een andere manier dan uit een vreemdelingrechtelijke procedure blijkt dat de vreemdeling een opleiding heeft afgerond.
|
||||
• dit advies op de dag van de indiening van de aanvraag ouder is dan vijf jaar;
|
||||
• de IND constateert dat de vreemdeling in een vreemdelingenrechtelijke procedure verklaringen heeft afgelegd die in tegenstrijd zijn met het advies; of
|
||||
• op een andere manier dan uit een vreemdelingenrechtelijke procedure blijkt dat de vreemdeling een opleiding heeft afgerond.
|
||||
|
||||
Niet-bijzondere gevallen in het kader van de hardheidsclausule
|
||||
De IND maakt in ieder geval geen gebruik van de bevoegdheid om de hardheidsclausule toe te passen op grond van artikel 3.80a, vierde lid, Vb als de vreemdeling stelt dat hij:
|
||||
|
||||
De IND maakt in ieder geval geen gebruik van de bevoegdheid om de hardheidsclausule toe te passen op grond van artikel 3.80a, vierde lid, Vb als de vreemdeling stelt:
|
||||
|
||||
• geen aanbod tot een inburgeringsvoorziening te hebben gekregen;
|
||||
• geen inburgeringsvoorziening opgelegd te hebben gekregen;
|
||||
• geen aanbod tot een taalkennisvoorziening te hebben gekregen;
|
||||
• geen taalkennisvoorziening opgelegd heeft gekregen; of
|
||||
• nooit te hebben geweten het inburgeringsexamen te moeten behalen.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.51, tweede lid, aanhef en onder a en b, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als:
|
||||
|
||||
• de vreemdeling het inburgeringsexamen heeft behaald of hiervan is vrijgesteld of ontheven (zie ad 2 hierboven);en
|
||||
• de vreemdeling voldoet aan de algemene toelatingsvoorwaarden van artikel 16, eerste lid Vw, met uitzondering van de subcategorieën c en k.
|
||||
• geen aanbod tot een inburgeringsvoorziening heeft gekregen;
|
||||
• geen inburgeringsvoorziening heeft opgelegd gekregen;
|
||||
• geen aanbod tot een taalkennisvoorziening heeft gekregen;
|
||||
• geen taalkennisvoorziening heeft opgelegd gekregen; of
|
||||
• nooit heeft geweten dat hij het inburgeringsexamen moet behalen.
|
||||
|
||||
#### 8.2. Bijzondere voorwaarden na een (huwelijks)relatie
|
||||
|
||||
|
|
@ -4283,7 +4277,7 @@ De IND wijst de aanvraag op grond van artikel 3.51, eerste lid, aanhef en onder
|
|||
|
||||
#### 8.5. Gezinsleden van houders van een verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd onder de beperking ‘niet-tijdelijke humanitaire gronden’ verleend na verblijf in het kader van medische behandeling
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.51, derde lid, aanhef en onder h, Vb verleent de IND een verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd onder de beperking ‘niet-tijdelijke humanitaire gronden’ alleen aan de vreemdeling die aan de volgende voorwaarden voldoet:
|
||||
Op grond van artikel 3.51, derde lid, aanhef en onder a, Vb verleent de IND een verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd onder de beperking ‘niet-tijdelijke humanitaire gronden’ alleen aan de vreemdeling die aan de volgende voorwaarden voldoet:
|
||||
|
||||
• de hoofdpersoon bij wie verblijf is verleend, is op grond van artikel 3.51, lid 1, onderdeel a, ten tweede, of artikel 3.51, lid 1, onderdeel b, Vb, in het bezit is gesteld van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘niet-tijdelijke humanitaire gronden’ na:
|
||||
|
||||
|
|
@ -4611,10 +4605,13 @@ De IND past bij het familielid van een Nederlander hoofdstuk 8, afdeling 2, para
|
|||
|
||||
Een vreemdeling heeft rechtmatig verblijf op grond van artikel 8 onder e, Vw als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
|
||||
|
||||
a. de vreemdeling heeft een minderjarig kind (dat wil zeggen: beneden de achttien jaar) dat in het bezit is van de Nederlandse nationaliteit; en
|
||||
b. tussen de vreemdeling en het kind bestaat een zodanige afhankelijkheidsverhouding dat het kind gedwongen zou zijn het grondgebied van de Unie te verlaten als aan de vreemdeling een verblijfsrecht wordt geweigerd.
|
||||
a. de vreemdeling moet zijn identiteit en nationaliteit aannemelijk maken door het overleggen van een geldig document voor grensoverschrijding of een geldige identiteitskaart. Als de vreemdeling hieraan niet kan voldoen, moet hij zijn identiteit en nationaliteit ondubbelzinnig aantonen met andere middelen;
|
||||
b. de vreemdeling heeft een minderjarig kind (dat wil zeggen: beneden de achttien jaar) dat in het bezit is van de Nederlandse nationaliteit;
|
||||
c. de vreemdeling verricht al dan niet gezamenlijk met de andere ouder daadwerkelijke zorgtaken ten behoeve van het minderjarige kind; en
|
||||
d. tussen de vreemdeling en het kind bestaat een zodanige afhankelijkheidsverhouding dat het kind gedwongen zou zijn het grondgebied van de Unie te verlaten als aan de vreemdeling een verblijfsrecht wordt geweigerd.
|
||||
|
||||
*Ad b.*
|
||||
• De IND verstaat onder zorgtaken ook opvoedingstaken.
|
||||
• De IND merkt zorg- en/of opvoedingstaken met een marginaal karakter niet aan als daadwerkelijke zorgtaken ten behoeve van het minderjarige kind, tenzij het marginale karakter van de zorg- en/of opvoedingstaken de vreemdeling niet is aan te rekenen. Dit wordt de vreemdeling niet aangerekend als hij/zij kan aantonen dat de andere ouder de omgang met het kind frustreert.
|
||||
|
||||
Bij de beoordeling of sprake is van een zodanig afhankelijkheidsverhouding dat het kind gedwongen zou zijn het grondgebied van de Unie te verlaten als aan de vreemdeling een verblijfsrecht wordt geweigerd, betrekt de IND, in het hogere belang van het kind, alle relevante omstandigheden, meer in het bijzonder:
|
||||
|
||||
|
|
@ -4622,7 +4619,7 @@ Bij de beoordeling of sprake is van een zodanig afhankelijkheidsverhouding dat h
|
|||
• zijn lichamelijke en emotionele ontwikkeling; en
|
||||
• de mate van zijn affectieve relatie zowel met de Nederlandse ouder als met de vreemdeling, evenals het risico dat voor het evenwicht van het kind zou ontstaan als het van deze laatste zou worden gescheiden.
|
||||
|
||||
De IND neemt in ieder geval aan dat sprake is van een zodanige afhankelijkheidsverhouding dat het kind gedwongen zou zijn het grondgebied van de Unie te verlaten als aan de vreemdeling een verblijfsrecht wordt geweigerd, als de vreemdeling daadwerkelijk zorg- en/of opvoedingstaken verricht (ongeacht de omvang en de frequentie).
|
||||
De IND kan niet vaststellen dat sprake is van rechtmatig verblijf op grond van artikel 8 onder e, Vw als de vreemdeling onvoldoende gegevens verschaft waarmee kan worden aangetoond dat aan bovengenoemde voorwaarden wordt voldaan.
|
||||
|
||||
In aanvulling op artikel 8.7, tweede lid, Vb stelt de IND adoptiefkinderen gelijk met rechtstreekse bloedverwanten in neergaande lijn.
|
||||
|
||||
|
|
@ -4650,9 +4647,9 @@ In aanvulling op artikel 8.12, eerste lid, aanhef en onder a, Vb beschouwt de IN
|
|||
|
||||
De IND verstrekt een sticker ’verblijfsaantekening gemeenschapsonderdaan’ (bijlage 7h, VV) met de arbeidsmarktaantekening ‘arbeid toegestaan; tewerkstellingsvergunning niet vereist’ aan de uit een derde land afkomstige vreemdeling als bedoeld in artikel 8.7, tweede, derde of vierde lid Vb, als:
|
||||
|
||||
• Hij verblijft in een andere EU-lidstaat, én;
|
||||
• Hij arbeid verricht in Nederland, én;
|
||||
• De burger van de Unie op dat moment eveneens zijn rechten van vrij verkeer in Nederland uitoefent (door in Nederland arbeid te verrichten)
|
||||
• hij verblijft in een andere EU-lidstaat, én;
|
||||
• hij arbeid verricht in Nederland, én;
|
||||
• de burger van de Unie op dat moment eveneens zijn rechten van vrij verkeer in Nederland uitoefent (door in Nederland arbeid te verrichten).
|
||||
|
||||
In de overige gevallen geldt dat het uit een derde land afkomstige familielid van een burger van de Unie die op grond van het EU-recht verblijft in een andere EU-lidstaat alleen in Nederland arbeid mag verrichten als de werkgever beschikt over een geldige tewerkstellingsvergunning, tenzij de Wav anders bepaalt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -4907,11 +4904,11 @@ De IND verleent de verblijfsvergunning die is ontleend aan artikel 7, Besluit 1/
|
|||
|
||||
De IND ontzegt of beëindigt het verblijfsrecht van een Turkse werknemer en zijn gezinsleden die vallen onder de reikwijdte van artikel 6, eerste lid, of 7, Besluit 1/80, als sprake is van één van de volgende gevallen:
|
||||
|
||||
a. het persoonlijk gedrag van vreemdeling vormt een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving;
|
||||
a. het persoonlijk gedrag van de vreemdeling vormt een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving;
|
||||
b. de vreemdeling die het verblijf ontleent aan artikel 6, eerste lid, Besluit 1/80 verricht geen legale arbeid meer:
|
||||
c. na detentie of bij vrijwillige werkloosheid als de Turkse werknemer ten minste één jaar maar minder dan drie jaar legale arbeid heeft verricht bij dezelfde werkgever;
|
||||
d. na detentie of bij vrijwillige werkloosheid als de Turkse werknemer drie jaar onafgebroken legale arbeid heeft verricht bij dezelfde werkgever en hij niet binnen drie maanden een nieuwe dienstbetrekking vindt tenzij hij na afloop van deze drie maanden aantoont dat hij daadwerkelijk op zoek is naar werk en een reële kans daarop heeft;
|
||||
e. de vreemdeling heeft het grondgebied van Nederland voor zes maanden of langer verlaten, tenzij de reden hiervan is: een ernstige ziekte, het vervullen van de militaire dienstplicht of een andere bijzondere omstandigheid en het een afwezigheid betreft van niet langer dan één jaar; of
|
||||
e. bij verplaatsing van het hoofdverblijf buiten Nederland; of
|
||||
f. de verblijfsvergunning is verleend op grond van het verstrekken van onjuiste gegevens of het achterhouden van gegevens die tot afwijzing van de oorspronkelijke aanvraag tot het verlenen of verlengen zouden hebben geleid.
|
||||
|
||||
De IND trekt de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd niet met terugwerkende kracht in omdat niet langer wordt voldaan aan de beperking waaronder de verblijfsvergunning is verleend, als:
|
||||
|
|
@ -4927,6 +4924,14 @@ Als na drie maanden een reële kans op werk is ontstaan, verlengt de IND de term
|
|||
|
||||
De IND ontzegt of beëindigt het verblijfsrecht van een vreemdeling die valt onder de reikwijdte van artikel 6, eerste lid, of 7, Besluit 1/80, niet met terugwerkende kracht tenzij het verblijfsrecht op frauduleuze wijze is verkregen.
|
||||
|
||||
De IND neemt aan dat geen sprake is van verplaatsing van het hoofdverblijf buiten Nederland als de vreemdeling:
|
||||
|
||||
• korter dan zes achtereenvolgende maanden buiten Nederland heeft verbleven; of
|
||||
• Nederland heeft verlaten om belangrijke redenen, zoals zwangerschap en bevalling, ernstige ziekte, studie of beroepsopleiding, gedurende een eenmalige periode van ten hoogste twaalf maanden; of
|
||||
• Nederland heeft verlaten voor de vervulling van de militaire dienstplicht.
|
||||
|
||||
Als de vreemdeling als werknemer of als gezinslid van een werknemer gedurende tenminste vijf jaar ononderbroken rechtmatig verblijf in Nederland heeft gehad op grond van artikel 6 of 7 Besluit 1/80 neemt de IND verplaatsing van het hoofdverblijf aan als de vreemdeling meer dan twee achtereenvolgende jaren buiten Nederland heeft verbleven.
|
||||
|
||||
#### 4.5. Bewijsmiddelen
|
||||
|
||||
De IND beschouwt in ieder geval als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat sprake is van legale arbeid:
|
||||
|
|
@ -5284,26 +5289,23 @@ Voor verplaatsing van het hoofdverblijf wordt verwezen naar paragraaf B1/6.2.1.
|
|||
|
||||
#### 2.6. Inburgeringsvereiste
|
||||
|
||||
In aanvulling op artikel 3.96a, tweede lid, aanhef en onder b, Vb geldt dat de IND niet verlangt dat de vreemdeling gedurende acht jaar *ononderbroken* was ingeschreven in de GBA of rechtmatig in Nederland verbleef.
|
||||
In aanvulling op artikel 3.96a, tweede lid, aanhef en onder b, Vb geldt dat de IND niet verlangt dat de vreemdeling gedurende acht jaar ononderbroken was ingeschreven in de BRP of rechtmatig in Nederland verbleef.
|
||||
|
||||
##### 2.6.1. Ontheffing vanwege een psychische of lichamelijke belemmering of verstandelijke handicap
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.96a, derde lid, Vb ontheft de IND de vreemdeling van de wettelijke verplichting het inburgeringsexamen te behalen als hij aantoont dat hij een zodanige psychische of lichamelijke belemmering of verstandelijke handicap heeft, dat hij binnen vijf jaren niet in staat is om het inburgeringsexamen te behalen.
|
||||
De IND ontheft de vreemdeling op grond van artikel 3.96a, derde lid, Vb van het inburgeringsvereiste als deze aantoont vanwege zijn psychische of lichamelijke belemmering of verstandelijke handicap niet in staat te zijn om binnen vijf jaren het inburgeringsexamen te behalen. De procedure hiervoor is terug te vinden in bijlage 4 van de Regeling inburgering.
|
||||
|
||||
##### 2.6.2. Ontheffing met een beroep op de hardheidsclausule
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.96a, vierde lid, Vb past de IND in ieder geval de hardheidsclausule toe als de vreemdeling ondanks aantoonbaar geleverde inspanning redelijkerwijs niet in staat kan worden geacht het inburgeringsexamen te behalen.
|
||||
Op grond van artikel 3.96a, vierde lid, Vb past de IND in ieder geval de hardheidsclausule toe als de vreemdeling ondanks aantoonbaar geleverde inspanning redelijkerwijs niet in staat kan worden geacht het inburgeringsexamen te behalen. In dit verband wordt verwezen naar paragraaf B9/8.1.2 Vc.
|
||||
|
||||
In dit verband wordt verwezen naar paragraaf B9/8.1, ad 2 Vc.
|
||||
|
||||
De IND maakt in ieder geval geen gebruik van de in artikel 3.96a, vierde lid, Vb gegeven bevoegdheid als de vreemdeling stelt dat hij:
|
||||
De IND maakt in ieder geval geen gebruik van de bevoegdheid om de hardheidsclausule toe te passen op grond van artikel 3.96a, vierde lid, Vb als de vreemdeling stelt dat hij:
|
||||
|
||||
• geen aanbod tot een inburgeringsvoorziening heeft gekregen;
|
||||
• geen inburgeringsvoorziening heeft opgelegd gekregen;
|
||||
• geen aanbod tot een taalkennisvoorziening heeft gekregen;
|
||||
• geen taalkennisvoorziening heeft opgelegd gekregen; of
|
||||
|
||||
nooit heeft geweten dat hij het inburgeringsexamen moet behalen.
|
||||
• nooit heeft geweten dat hij het inburgeringsexamen moet behalen.
|
||||
|
||||
#### 2.7. Bijzondere categorieën verblijfsvergunning onbepaalde tijd
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue