diff --git a/amvb/besluit-voorkoming-dubbele-belasting-2001/BWBR0012095/README.md b/amvb/besluit-voorkoming-dubbele-belasting-2001/BWBR0012095/README.md index 6e9609c3c72..ef126fd72f8 100644 --- a/amvb/besluit-voorkoming-dubbele-belasting-2001/BWBR0012095/README.md +++ b/amvb/besluit-voorkoming-dubbele-belasting-2001/BWBR0012095/README.md @@ -72,9 +72,23 @@ c. onder royalty's verstaan: vergoedingen van welke aard ook voor: ### Artikel 6 -Voor de toepassing van dit besluit worden als ontwikkelingsland aangewezen: +**1.** Voor de toepassing van dit besluit worden als ontwikkelingslanden aangewezen de Mogendheden die zijn opgenomen in de door het «Development Assistance Committee» van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling meest recent vastgestelde «List of Recipients of Official Development Assistance», met uitzondering van de daarin opgenomen hoge middeninkomenslanden. Deze aanwijzing is voor Mogendheden die in de loop van een kalenderjaar worden aangewezen, van kracht met ingang van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar van bekendmaking van genoemde lijst. -Afghanistan, Algerije, Angola, Belize, Benin, Bhutan, Bolivia, Botswana, Burkina Faso, Burundi, Cambodja, de Centraal Afrikaanse Republiek, Colombia, de Comoren, de Republiek Congo, Costa Rica, Cuba, de Democratische Republiek Congo, Djibouti, Dominica, de Dominicaanse Republiek, Ecuador, El Salvador, Equatoriaal-Guinea, Eritrea, Ethiopië, Fiji, Gambia, Grenada, Guatemala, Guinee, Guinee-Bissau, Guyana, Haïti, Honduras, Irak, Iran, Ivoorkust, Jamaica, Jemen, Kaapverdië, Kameroen, Kenia, Kiribati, Laos, Lesotho, Libanon, Liberia, Madagaskar, de Malediven, Mali, de Marshalleilanden, Mauritanië, Malawi, Micronesië, Mongolië, Mozambique, Myanmar, Namibië, Nepal, Nicaragua, Niger, Noord-Korea, de Palau-eilanden, de door de Palestijnse Autoriteit bestuurde gebieden, Papoea-Nieuw-Guinea, Paraguay, Peru, Ruanda, St. Vincent en de Grenadines, de Salomonseilanden, Sao Tome en Principe, Senegal, Sierra Leone, Soedan, Somalië, Swaziland, Syrië, Tanzania, Togo, Tonga, Tsjaad, Tuvalu, Vanuatu, West Samoa en Zuid Soedan. +**2.** + +In afwijking van het eerste lid worden eveneens als ontwikkelingsland aangewezen de Mogendheden die: + +a. als hoge middeninkomenslanden zijn opgenomen op de lijst, bedoeld in het eerste lid; en +b. als ontwikkelingsland waren aangewezen bij dit artikel zoals dat luidde op 31 december 2016; en +c. worden aangewezen als landen waarop een door Onze Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking krachtens artikel 3 van de Kaderwet subsidies Ministerie van Buitenlandse Zaken genomen besluit met het oog op het financieren van activiteiten van het midden- en kleinbedrijf dat ontwikkelingsrelevante investeringen wil doen, van toepassing is. + +De aanwijzing is voor de toepassing van dit besluit voor Mogendheden die in de loop van een kalenderjaar gaan voldoen aan de voorwaarden, genoemd in de onderdelen a, b en c, van kracht met ingang van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin aan de voorwaarden wordt voldaan. + +**3.** Een Mogendheid die ingevolge het eerste en tweede lid in de loop van een kalenderjaar, ten opzichte van het daaraan voorgaande kalenderjaar ingevolge het eerste of tweede lid niet meer als ontwikkelingsland is aangewezen, wordt voor de toepassing van dit besluit nog als ontwikkelingsland aangemerkt gedurende dat jaar en de daaropvolgende twee kalenderjaren. + +**4.** Voorts worden voor de jaren 2017 en 2018 als ontwikkelingsland aangewezen: Belize, Botswana, Costa Rica, Cuba, Dominica, de Dominicaanse Republiek, Ecuador, Fiji, Grenada, Iran, Irak, Jamaica, de Malediven, de Marshall eilanden, Namibië, de Palau-eilanden, St. Vincent and the Grenadines en Tonga. + +**5.** De termijn, bedoeld in het derde of vierde lid, kan met betrekking tot een Mogendheid bij regeling van Onze Minister van Financiën, na overleg met Onze Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, worden verlengd. ## Hoofdstuk 2. Inkomstenbelasting @@ -290,14 +304,7 @@ Op schriftelijk verzoek van de belastingplichtige blijft artikel 19 buiten toepa ### Artikel 21a -**1.** - -Aan een binnenlandse belastingplichtige wordt, in afwijking in zoverre van artikel 19, eerste lid, ter verrekening van vanwege een andere Mogendheid geheven belasting, voorts een vermindering van inkomstenbelasting verleend voor in het inkomen uit aanmerkelijk belang begrepen dividenden uit die andere Mogendheid, indien: - -a. die dividenden worden geacht bij hem op te komen op grond van artikel 2.14a van de Wet inkomstenbelasting 2001, en -b. die dividenden zijn onderworpen aan een belasting naar het inkomen, die vanwege die andere Mogendheid, al dan niet aan de bron, bij die binnenlandse belastingplichtige zelf of bij het desbetreffende afgezonderde particuliere vermogen wordt geheven. - -**2.** Artikel 19, tweede tot en met zesde lid, en de artikelen 20 en 21 zijn van overeenkomstige toepassing. +Vervallen ### Afdeling 4. Inkomen uit sparen en beleggen @@ -327,15 +334,20 @@ c. rechten op aandelen in de winst van een onderneming waarvan de leiding binnen **1.** De in artikel 22 bedoelde vrijstelling voor buitenlands voordeel uit sparen en beleggen wordt toegepast door een vermindering te verlenen op de verschuldigde inkomstenbelasting. -**2.** De in het eerste lid bedoelde vermindering is gelijk aan het bedrag dat tot de belasting die zonder de toepassing van dit besluit volgens de Wet inkomstenbelasting 2001 over het belastbare inkomen uit sparen en beleggen verschuldigd zou zijn, in dezelfde verhouding staat als het forfaitair rendement, bedoeld in artikel 5.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001, van de rendementsgrondslag in het buitenland staat tot het noemerinkomen. De vermindering kan, met inachtneming van de verminderingen volgens andere regelen ter voorkoming van dubbele belasting, niet meer bedragen dan de belasting die zonder de toepassing van dit besluit volgens de Wet inkomstenbelasting 2001 over het belastbare inkomen uit sparen en beleggen verschuldigd zou zijn. +**2.** De in het eerste lid bedoelde vermindering is gelijk aan het bedrag dat tot de belasting die zonder de toepassing van dit besluit volgens de Wet inkomstenbelasting 2001 over het belastbare inkomen uit sparen en beleggen verschuldigd zou zijn, in dezelfde verhouding staat als het forfaitaire rendement van de rendementsgrondslag in het buitenland staat tot het noemerinkomen. De vermindering kan, met inachtneming van de verminderingen volgens andere regelen ter voorkoming van dubbele belasting, niet meer bedragen dan de belasting die zonder de toepassing van dit besluit volgens de Wet inkomstenbelasting 2001 over het belastbare inkomen uit sparen en beleggen verschuldigd zou zijn. **3.** Indien de belastingplichtige niet het gehele jaar binnenlands belastingplichtige is, wordt voor de in het tweede lid bedoelde vermindering het naar tijdsgelang herleide forfaitaire rendement, bedoeld in artikel 5.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001, van de rendementsgrondslag in het buitenland over de periode dat hij in Nederland woonde in aanmerking genomen. Gedeelten van kalendermaanden worden hierbij verwaarloosd. Als noemerinkomen geldt de som van het naar tijdsgelang herleide noemerinkomen over de periode dat de belastingplichtige in Nederland woonde en het naar tijdsgelang herleide belastbare inkomen uit sparen en beleggen in Nederland over de periode dat hij niet in Nederland woonde. **4.** Onder de belasting die zonder de toepassing van dit besluit volgens de Wet inkomstenbelasting 2001 verschuldigd zou zijn over het belastbare inkomen uit sparen en beleggen wordt verstaan: de over het kalenderjaar berekende belasting op het belastbare inkomen uit sparen en beleggen, bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van de Wet inkomstenbelasting 2001. -**5.** Onder noemerinkomen wordt verstaan het belastbare inkomen uit sparen en beleggen. +**5.** -**6.** In afwijking van het vijfde lid, wordt, indien het inkomen van een belastingplichtige hoofdzakelijk uit een Mogendheid afkomstig is en die Mogendheid bij de belastingheffing van het inkomen de persoonlijke- en gezinssituatie van de belastingplichtige volledig in aanmerking neemt, of op grond van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie gehouden is de persoonlijke- en gezinssituatie volledig in aanmerking te nemen, het noemerinkomen vermeerderd met de op het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen in het jaar in mindering gebrachte persoonsgebonden aftrek, alsmede met het forfaitair rendement, bedoeld in artikel 5.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001, van het in aanmerking genomen heffingvrije vermogen. De vorige volzin is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot een Mogendheid, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die als zij een zodanige lidstaat zou zijn, gehouden zou zijn om op grond van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie de persoonlijke- en gezinssituatie volledig in aanmerking te nemen. +Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder: + +a. het forfaitaire rendement van de rendementsgrondslag in het buitenland: het bedrag dat tot het forfaitaire rendement, bedoeld in artikel 5.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001, berekend over de grondslag sparen en beleggen, in dezelfde verhouding staat als de rendementsgrondslag in het buitenland staat tot de grondslag sparen en beleggen; +b. het noemerinkomen: het belastbare inkomen uit sparen en beleggen. + +**6.** In afwijking van het vijfde lid, wordt, indien het inkomen van een belastingplichtige hoofdzakelijk uit een Mogendheid afkomstig is en die Mogendheid bij de belastingheffing van het inkomen de persoonlijke- en gezinssituatie van de belastingplichtige volledig in aanmerking neemt, of op grond van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie gehouden is de persoonlijke- en gezinssituatie volledig in aanmerking te nemen, het noemerinkomen vermeerderd met de op het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen in het jaar in mindering gebrachte persoonsgebonden aftrek. De vorige volzin is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot een Mogendheid, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die als zij een zodanige lidstaat zou zijn, gehouden zou zijn om op grond van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie de persoonlijke- en gezinssituatie volledig in aanmerking te nemen. ### Artikel 24a @@ -345,14 +357,7 @@ c. rechten op aandelen in de winst van een onderneming waarvan de leiding binnen ### Artikel 24b -**1.** - -De in artikel 22 bedoelde vrijstelling voor buitenlands voordeel uit sparen en beleggen in de zin van artikel 23 wordt, in afwijking in zoverre van artikel 22, voorts toegepast door een vermindering te verlenen op de verschuldigde inkomstenbelasting, indien: - -a. dat buitenlandse voordeel wordt geacht bij de binnenlandse belastingplichtige op te komen op grond van artikel 2.14a van de Wet inkomstenbelasting 2001, en -b. dat buitenlandse voordeel is onderworpen aan een belasting naar het inkomen, die vanwege een andere Mogendheid, al dan niet aan de bron, bij die binnenlandse belastingplichtige zelf of bij het desbetreffende afgezonderde particuliere vermogen wordt geheven. - -**2.** Artikel 24, tweede tot en met zesde lid, en artikel 24a zijn van overeenkomstige toepassing. +Vervallen #### Paragraaf 2. Verrekening @@ -376,17 +381,6 @@ c. de dividenden, interest en royalty's zijn onderworpen aan een belasting naar Het bedrag van de in een jaar vanwege andere Mogendheden geheven belasting, bedoeld in artikel 25, dat door de toepassing van het vierde lid van dat artikel niet leidt tot een vermindering van inkomstenbelasting over dat jaar, wordt aangemerkt als vanwege andere Mogendheden geheven belasting van het daaropvolgende jaar. Deze voortwenteling vindt alleen plaats indien het naar het volgend jaar over te brengen bedrag door de inspecteur is vastgesteld bij voor bezwaar vatbare beschikking. -### Artikel 25b - -**1.** - -Aan een binnenlandse belastingplichtige wordt, in afwijking in zoverre van artikel 25, eerste lid, ter verrekening van vanwege een andere Mogendheid geheven belasting, voorts een vermindering van inkomstenbelasting verleend voor buitenlandsedividenden, interest en royalty’s, indien: - -a. die dividenden, interest en royalty’s worden geacht bij hem op te komen op grond van artikel 2.14a van de Wet inkomstenbelasting 2001, en -b. die dividenden, interest en royalty’s zijn onderworpen aan een belasting naar het inkomen, die vanwege die andere Mogendheid, al dan niet aan de bron, bij die binnenlandse belastingplichtige zelf of bij het desbetreffende afgezonderde particuliere vermogen wordt geheven. - -**2.** Artikel 25, tweede tot en met vierde lid, en artikel 25a zijn van overeenkomstige toepassing. - ### Afdeling 4a. Afgezonderd particulier vermogen ### Artikel 25b @@ -418,7 +412,7 @@ Het bedrag van de in een jaar vanwege een andere Mogendheid geheven belasting, b ### Artikel 26 -**1.** De inspecteur stelt het bedrag van het volgens artikel 11 naar een volgend jaar over te brengen buitenlands inkomen uit werk en woning per Mogendheid en het bedrag van het volgens artikel 24a of artikel 24b, tweede lid, naar een volgend jaar over te brengen buitenlands voordeel uit sparen en beleggen vast bij voor bezwaar vatbare beschikking. Deze vaststelling gebeurt gelijktijdig met het vaststellen van de aanslag over dat jaar. Het bedrag van het naar het volgend jaar over te brengen buitenlands inkomen uit werk en woning en het bedrag van het naar het volgend jaar over te brengen buitenlands voordeel uit sparen en beleggen worden op het aanslagbiljet afzonderlijk vermeld. +**1.** De inspecteur stelt het bedrag van het volgens artikel 11 naar een volgend jaar over te brengen buitenlands inkomen uit werk en woning per Mogendheid en het bedrag van het volgens artikel 24a naar een volgend jaar over te brengen buitenlands voordeel uit sparen en beleggen vast bij voor bezwaar vatbare beschikking. Deze vaststelling gebeurt gelijktijdig met het vaststellen van de aanslag over dat jaar. Het bedrag van het naar het volgend jaar over te brengen buitenlands inkomen uit werk en woning en het bedrag van het naar het volgend jaar over te brengen buitenlands voordeel uit sparen en beleggen worden op het aanslagbiljet afzonderlijk vermeld. **2.** @@ -429,7 +423,7 @@ b. de toepassing van artikel 28a. **3.** -Het bedrag aan buitenlands inkomen uit werk en woning dat volgens artikel 11, eerste lid, naar het volgend jaar wordt overgebracht en het bedrag aan buitenlands voordeel uit sparen en beleggen dat volgens artikel 24a, eerste lid, of artikel 24b, tweede lid, naar het volgend jaar wordt overgebracht, kunnen worden herzien of alsnog worden vastgesteld, indien: +Het bedrag aan buitenlands inkomen uit werk en woning dat volgens artikel 11, eerste lid, naar het volgend jaar wordt overgebracht en het bedrag aan buitenlands voordeel uit sparen en beleggen dat volgens artikel 24a, eerste lid, naar het volgend jaar wordt overgebracht, kunnen worden herzien of alsnog worden vastgesteld, indien: a. een aanslag wordt verminderd wegens de verrekening van verliezen uit andere jaren; b. de inspecteur een navorderingsaanslag vaststelt; @@ -437,7 +431,7 @@ c. de inspecteur een beschikking herziet waarin het bedrag van een verlies wordt d. enig feit grond oplevert voor het vermoeden dat het bedrag van het over te brengen buitenlands inkomen uit werk en woning te hoog is vastgesteld, waarbij de herziening alleen kan plaatsvinden voor in de beschikking opgenomen buitenlands inkomen uit werk en woning dat is genoten in een van de twaalf voorafgaande jaren; e. enig feit grond oplevert voor het vermoeden dat het bedrag van het over te brengen buitenlands voordeel uit sparen en beleggen te hoog is vastgesteld, waarbij de herziening alleen kan plaatsvinden voor in de beschikking opgenomen buitenlands voordeel uit sparen en beleggen dat is genoten in een van de twaalf voorafgaande jaren. -**4.** In afwijking in zoverre van artikel 11, eerste lid, tweede volzin, onderscheidenlijk de artikelen 24a, eerste lid, derde volzin, en 24b, tweede lid, wordt, indien het derde lid toepassing vindt, het herziene of het alsnog vastgestelde bedrag aan buitenlands inkomen uit werk en woning, onderscheidenlijk het herziene of het alsnog vastgestelde bedrag aan buitenlands voordeel uit sparen en beleggen dat naar het volgend jaar wordt overgebracht, in het volgend jaar in aanmerking genomen zonder dat dit bedrag vooraf door de inspecteur bij voor bezwaar vatbare beschikking is vastgesteld. De vorige volzin vindt overeenkomstige toepassing voorzover de herziening gevolgen heeft voor bedragen die worden overgebracht naar jaren waarvoor al een aanslag is vastgesteld. +**4.** In afwijking in zoverre van artikel 11, eerste lid, tweede volzin, onderscheidenlijk artikel 24a, eerste lid, derde volzin, wordt, indien het derde lid toepassing vindt, het herziene of het alsnog vastgestelde bedrag aan buitenlands inkomen uit werk en woning, onderscheidenlijk het herziene of het alsnog vastgestelde bedrag aan buitenlands voordeel uit sparen en beleggen dat naar het volgend jaar wordt overgebracht, in het volgend jaar in aanmerking genomen zonder dat dit bedrag vooraf door de inspecteur bij voor bezwaar vatbare beschikking is vastgesteld. De vorige volzin vindt overeenkomstige toepassing voorzover de herziening gevolgen heeft voor bedragen die worden overgebracht naar jaren waarvoor al een aanslag is vastgesteld. ### Artikel 27 @@ -449,7 +443,7 @@ e. enig feit grond oplevert voor het vermoeden dat het bedrag van het over te br ### Artikel 28 -**1.** De inspecteur stelt de volgens de artikelen 14, 14a, 17, 20, 21a, 25a en 25b over te brengen bedragen aan vanwege andere Mogendheden geheven belasting per artikel vast bij voor bezwaar vatbare beschikking. +**1.** De inspecteur stelt de volgens de artikelen 14, 14a, 17, 20 en 25a over te brengen bedragen aan vanwege andere Mogendheden geheven belasting per artikel vast bij voor bezwaar vatbare beschikking. **2.** Artikel 26, eerste lid, tweede en derde volzin, tweede lid, derde lid en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. @@ -541,6 +535,10 @@ b. het bedrag van de in dat jaar volgens het eerste lid in aanmerking te nemen r **5.** De vermindering volgens dit artikel bedraagt, met inachtneming van de vermindering volgens andere regelen ter voorkoming van dubbele belasting en volgens artikel 36, ten hoogste het bedrag aan verschuldigde vennootschapsbelasting. +### Artikel 36b + +Artikel 36a is van overeenkomstige toepassing op royalty’s waarop artikel 12b van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, zoals dat luidde op 31 december 2016, toepassing vindt. + ### Artikel 37 Het bedrag van de in een jaar vanwege andere Mogendheden geheven belasting als bedoeld in artikel 36 en artikel 36a dat door de toepassing van artikel 36, tweede lid, onderdeel b, of zesde lid, onderscheidenlijk door de toepassing van artikel 36a, tweede lid, onderdeel b, of vijfde lid, niet leidt tot een vermindering van vennootschapsbelasting over dat jaar, wordt aangemerkt als vanwege andere Mogendheden geheven belasting van het daaropvolgende jaar. Deze voortwenteling vindt alleen plaats indien het naar het volgende jaar over te brengen bedrag door de inspecteur is vastgesteld bij voor bezwaar vatbare beschikking. @@ -591,7 +589,7 @@ Het bedrag aan over te brengen belasting kan worden herzien of alsnog worden vas a. een aanslag wordt verminderd wegens de verrekening van verliezen uit andere jaren; b. de inspecteur een navorderingsaanslag vaststelt; c. de inspecteur een beschikking herziet waarin het bedrag van een verlies wordt vastgesteld; -d. enig feit grond oplevert voor het vermoeden dat het bedrag van de over te brengen belasting te hoog is vastgesteld, waarbij de herziening alleen kan plaatsvinden voor in de beschikking opgenomen vanwege een buitenlandse mogendheid geheven belasting in een van de twaalf voorafgaande jaren. +d. enig feit grond oplevert voor het vermoeden dat het bedrag van de over te brengen belasting te hoog is vastgesteld, waarbij de herziening alleen kan plaatsvinden voor in de beschikking opgenomen vanwege een buitenlandse Mogendheid geheven belasting in een van de twaalf voorafgaande jaren. **5.** In afwijking in zoverre van artikel 37, eerste lid, tweede volzin, wordt, indien het vierde lid toepassing vindt, het herziene of het alsnog vastgestelde bedrag aan belasting dat naar het volgende jaar wordt overgebracht, in het volgend jaar in aanmerking genomen zonder dat dit bedrag vooraf door de inspecteur bij voor bezwaar vatbare beschikking is vastgesteld. De vorige volzin vindt overeenkomstige toepassing voor zover de herziening gevolgen heeft voor bedragen die worden overgebracht naar jaren waarvoor al een aanslag is vastgesteld.