2023-07-01 | BWBR0018831 | Wet verplichte beroepspensioenregeling
This commit is contained in:
parent
0e3bb12b40
commit
e161f4828a
1 changed files with 858 additions and 318 deletions
|
|
@ -3,7 +3,7 @@ titel: Wet verplichte beroepspensioenregeling
|
|||
bwb_id: BWBR0018831
|
||||
type: wet
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2007-01-01'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2023-06-03'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0018831
|
||||
citeertitel: Wet verplichte beroepspensioenregeling
|
||||
---
|
||||
|
|
@ -20,8 +20,8 @@ Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaa
|
|||
|
||||
– aanspraakgerechtigde: persoon die begunstigde is voor een nog niet ingegaan pensioen;
|
||||
– accountant: een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
|
||||
– afkoop: iedere handeling waardoor pensioenaanspraken en pensioenrechten hun pensioenbestemming verliezen, behoudens in geval van toepassing van de artikelen 66, zesde lid, 129 of 214a, tweede lid, of van artikel 3A:85 van de Wet op het financieel toezicht;
|
||||
– arbeidsongeschiktheidspensioen: een geldelijke, vastgestelde uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van de beroepsgenoot of gewezen beroepsgenoot, waarop recht bestaat nadat de arbeidsongeschiktheid 104 weken heeft geduurd of, indien er sprake is van een beroepsgenoot in loondienst, waarop recht bestaat na afloop van de periode bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Ziektewet of, indien de beroepsgenoot Ziektewetuitkering ontvangt, na afloop van de periode bedoeld in artikel 29, vijfde en tiende lid, van de Ziektewet;
|
||||
– afkoop: iedere handeling waardoor pensioenaanspraken en pensioenrechten hun pensioenbestemming verliezen, behoudens in geval van toepassing van de artikelen 66, vijfde lid, 129 of 214a, tweede lid, of van artikel 3A:85 van de Wet op het financieel toezicht;
|
||||
– arbeidsongeschiktheidspensioen: een geldelijke uitkering, die vastgesteld of variabel is, wegens arbeidsongeschiktheid van de beroepsgenoot of gewezen beroepsgenoot, waarop recht bestaat nadat de arbeidsongeschiktheid 104 weken heeft geduurd of, indien er sprake is van een beroepsgenoot in loondienst, waarop recht bestaat na afloop van de periode bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Ziektewet of, indien de beroepsgenoot Ziektewetuitkering ontvangt, na afloop van de periode bedoeld in artikel 29, vijfde en tiende lid, van de Ziektewet;
|
||||
– basispensioenregeling: de collectieve beroepspensioenregeling of het deel van de beroepspensioenregeling waaraan de beroepsgenoot op basis van de beroepspensioenregeling gehouden is om deel te nemen;
|
||||
– beëindiging van de deelneming: het beëindigen van de pensioenverwerving op basis van de beroepspensioenregeling anders dan door:
|
||||
|
||||
|
|
@ -34,28 +34,34 @@ Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaa
|
|||
1°. door beroepsgenoten overeengekomen rechten en plichten ten aanzien van pensioen ten behoeve van beroepsgenoten en gewezen beroepsgenoten, dan wel
|
||||
2°. indien de aan een beroepspensioenregeling deelnemende zelfstandige of beroepsgenoot in een andere lidstaat dan Nederland is gevestigd, een overeenkomst, een trustakte of voorschriften waarin is bepaald welke pensioenuitkeringen worden toegezegd en onder welke voorwaarden;
|
||||
– beroepspensioenvereniging: een vereniging waarvan beroepsgenoten lid zijn en die volledige rechtsbevoegdheid bezit, waarvan het statutaire doel uitsluitend omvat het verzorgen van een beroepspensioenregeling en waarbij het lidmaatschap niet automatisch voortvloeit uit het lidmaatschap van enig andere organisatie of uit het deelnemen in een beroepspensioenregeling;
|
||||
– beschermingsrendement: de vermogensbijschrijving die ervoor zorgt dat de, uit het opgebouwde pensioenvermogen te financieren, toekomstige pensioenuitkeringen en lopende pensioenuitkeringen nominaal stabiel blijven, dat wordt gefinancierd vanuit het totaal behaalde rendement en looptijdafhankelijk wordt toebedeeld aan de vermogens op basis van marktwaardering, waarbij toedelingsregels worden gehanteerd;
|
||||
– bevoegde autoriteiten: nationale autoriteiten van andere lidstaten dan Nederland als bedoeld in artikel 6, onderdeel 8, van richtlijn 2016/2341/EU;
|
||||
– bijdrage: iedere geldsom die wordt voldaan aan een pensioenuitvoerder in het kader van de uitvoering van beroepspensioenregelingen en uitvoeringsovereenkomsten;
|
||||
– bijzonder partnerpensioen: de aanspraak op partnerpensioen die op grond van artikel 68, eerste, tweede of derde lid, verkregen wordt door de gewezen partner;
|
||||
– buitenlandse instelling: een instelling met zetel buiten Nederland, niet zijnde een pensioeninstelling of verzekeraar in een andere lidstaat, een lidstaat van de Europese Unie of een instelling als bedoeld in artikel 81, tweede lid;
|
||||
– collectief toedelingsmechanisme: wijze waarop financiële mee- en tegenvallers collectief worden verwerkt in variabele uitkeringen;
|
||||
– collectief toedelingsmechanisme: wijze waarop financiële mee- en tegenvallers collectief worden verwerkt in variabele uitkeringen van flexibele premieregelingen;
|
||||
– deelnemer: de beroepsgenoot die op grond van een beroepspensioenregeling pensioenaanspraken verwerft jegens de pensioenuitvoerder;
|
||||
– dekkingsgraad: de verhouding tussen het vermogen inzake de bij een beroepspensioenfonds ondergebrachte beroepspensioenregeling of beroepspensioenregelingen en de technische voorzieningen van een beroepspensioenfonds;
|
||||
– elektronisch: door middel van een elektronische informatiedrager die de ontvanger in staat stelt de verstrekte informatie duurzaam te bewaren;
|
||||
– flexibele premieregeling: premieregeling waarbij de premie individueel wordt belegd en waarbij het kapitaal voortvloeiend uit de premie vanaf de pensioendatum wordt aangewend voor financiering van een variabele uitkering of voor de aankoop van een vastgestelde uitkering;
|
||||
– gedetacheerd beroepsgenoot: een beroepsgenoot die in een andere lidstaat wordt gedetacheerd om daar te werken en die krachtens titel II van verordening (EEG) nr.1408/71 van de Raad van de Europese gemeenschappen van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de sociale zekerheidsregelingen op loontrekkenden en hun gezinnen, die zich binnen de gemeenschap verplaatsten (Pb EG L 149), onderworpen blijft aan de wetgeving van de lidstaat van oorsprong;
|
||||
– gepensioneerde: pensioengerechtigde voor wie het ouderdomspensioen is ingegaan;
|
||||
– gewezen deelnemer: de beroepsgenoot of gewezen beroepsgenoot die geen pensioenaanspraken op grond van de beroepspensioenregeling meer verwerft jegens de pensioenuitvoerder en die bij beëindiging van de deelneming pensioenaanspraken heeft behouden jegens de pensioenuitvoerder;
|
||||
– kapitaalregeling: een beroepspensioenregeling inzake een vastgesteld kapitaal dat uiterlijk op de pensioendatum wordt omgezet in een vastgestelde of variabele pensioenuitkering;
|
||||
– lidstaat: een lidstaat van de Europese Unie alsmede een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte;
|
||||
– nabestaandenpensioen: partnerpensioen of wezenpensioen;
|
||||
– nettopensioen: ouderdomspensioen of nabestaandenpensioen in de vorm van een nettopensioen als bedoeld in afdeling 5.3B van de Wet inkomstenbelasting 2001;
|
||||
– ontvangende pensioenuitvoerder: de pensioenuitvoerder aan wie in het kader van waardeoverdracht waarde wordt overgedragen;
|
||||
– Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
|
||||
– Onze Minister: Onze Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen;
|
||||
– ouderdomspensioen: een geldelijke uitkering, die vastgesteld of variabel is, voor de beroepsgenoot of de gewezen beroepsgenoot bij wijze van inkomensvoorziening bij ouderdom;
|
||||
– overdrachtswaarde: de ten behoeve van de waardeoverdracht vastgestelde waarde van de over te dragen pensioenaanspraken of pensioenrechten;
|
||||
– overdragende pensioenuitvoerder: de pensioenuitvoerder die in het kader van waardeoverdracht waarde overdraagt aan een andere pensioenuitvoerder;
|
||||
– partner: echtgenoot, geregistreerde partner of partner in de zin van de beroepspensioenregeling;
|
||||
– partnerpensioen: een geldelijke uitkering, die vastgesteld of variabel is, voor de echtgenoot, de geregistreerde partner of de partner, de gewezen echtgenoot, de gewezen geregistreerde partner of gewezen partner wegens het overlijden van de beroepsgenoot of gewezen beroepsgenoot;
|
||||
– overrendement: het saldo van het totaal behaalde rendement op de beleggingen, de ontwikkeling van de levensverwachting en het sterfteresultaat en het toebedeelde beschermingsrendement op basis van de toedelingsregels;
|
||||
– partner:
|
||||
|
||||
a. echtgenoot;
|
||||
b. geregistreerd partner; of
|
||||
c. partner in de zin van de beroepspensioenregeling zijnde de meerderjarige persoon die met de beroepsgenoot of de gewezen beroepsgenoot een gezamenlijke huishouding voert, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad, een bloedverwant in de tweede graad in de rechte lijn, een meerderjarig stiefkind of meerderjarig voormalig pleegkind;
|
||||
– partnerpensioen: een geldelijke uitkering, die vastgesteld of variabel is, voor de partner of gewezen partner wegens het overlijden van de beroepsgenoot of gewezen beroepsgenoot;
|
||||
– partnerrelatie: huwelijk, geregistreerd partnerschap of partnerrelatie in de zin van de beroepspensioenregeling;
|
||||
– pensioen: ouderdomspensioen, arbeidsongeschiktheidspensioen of nabestaandenpensioen;
|
||||
– pensioenaanspraak: het recht op een nog niet ingegaan pensioen, uitgezonderd overeengekomen voorwaardelijke toeslagverlening;
|
||||
|
|
@ -69,25 +75,29 @@ Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaa
|
|||
|
||||
en die hiermee rechtstreeks verband houdende werkzaamheden verricht;
|
||||
– pensioenrecht: het recht op een ingegaan pensioen, uitgezonderd overeengekomen voorwaardelijke toeslagverlening;
|
||||
– pensioenreglement: de door de pensioenuitvoerder opgestelde regeling met betrekking tot de verhouding tussen pensioenuitvoerder en deelnemer;
|
||||
– pensioenreglement: de door de pensioenuitvoerder opgestelde regeling met betrekking tot de verhouding tussen pensioenuitvoerder en deelnemer, gewezen deelnemer, andere aanspraakgerechtigde of pensioengerechtigde;
|
||||
– pensioenuitvoerder: een beroepspensioenfonds, of een premiepensioeninstelling of verzekeraar die zetel heeft in Nederland;
|
||||
– pensioenverplichtingen: verplichtingen van de pensioenuitvoerder uit hoofde van pensioenaanspraken en pensioenrechten;
|
||||
– premie: de in geld uitgedrukte periodiek vastgestelde structurele prestatie die verschuldigd is aan de pensioenuitvoerder en die bestemd is voor de verzekering van pensioen en de daaraan verbonden kosten;
|
||||
– premie: de in geld uitgedrukte periodiek vastgestelde structurele prestatie die verschuldigd is aan de pensioenuitvoerder en die bestemd is voor pensioen en de daaraan verbonden kosten;
|
||||
– premie-uitkeringsregeling: premieregeling uitgevoerd door een verzekeraar of door een premiepensioeninstelling waarbij de premie individueel wordt belegd, waarbij de premie of het kapitaal voortvloeiend uit de premie in de laatste 15 jaar voor de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, kan worden aangewend voor aankoop van een vastgestelde uitkering vanaf de pensioendatum en waarbij het resterend kapitaal vanaf de pensioendatum wordt aangewend voor financiering van een variabele uitkering of voor de aankoop van een vastgestelde uitkering;
|
||||
– premiepensioeninstelling: een premiepensioeninstelling die op grond van de Wet op het financieel toezicht in Nederland het bedrijf van premiepensioeninstelling mag uitoefenen;
|
||||
– premieregeling: een beroepspensioenregeling inzake een vastgestelde premie die uiterlijk op de pensioendatum wordt omgezet in een vastgestelde of variabele pensioenuitkering;
|
||||
– projectierendement: het ingerekende toekomstig rendement voor de vaststelling van variabele uitkeringen;
|
||||
– richtlijn 2016/2341/EU: richtlijn 2016/2341/EU van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2016 betreffende de werkzaamheden van en het toezicht op instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening (IBPV’s) (PbEU L 2016, 354);
|
||||
– risicodelingsreserve: een collectieve vermogensreserve waarmee in een flexibele premieregeling financiële mee- of tegenvallers kunnen worden gedeeld;
|
||||
– risicohouding: de vastgestelde mate waarin een groep deelnemers, gewezen deelnemers of pensioengerechtigden bereid is beleggingsrisico’s te lopen met oog op hun doelstellingen en de mate waarin deze groep beleggingsrisico’s kan dragen gegeven de kenmerken van deze groep;
|
||||
– risicovrije rente: de door De Nederlandsche Bank N.V. gepubliceerde actuele rentetermijnstructuur;
|
||||
– scheiding: echtscheiding, ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed, beëindiging van een geregistreerd partnerschap anders dan door dood, vermissing of omzetting van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk of beëindiging van een partnerrelatie in de zin van de pensioenovereenkomst;
|
||||
– scheiding: echtscheiding, ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed, beëindiging van een geregistreerd partnerschap anders dan door dood, vermissing of omzetting van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk of beëindiging van een partnerrelatie in de zin van de beroepspensioenregeling;
|
||||
– schriftelijk: in schrifttekens op papier;
|
||||
– solidaire premieregeling: premieregeling waarbij de premie collectief wordt belegd, de resultaten in ieder geval naar leeftijdscohorten worden toebedeeld en waarbij het voor pensioenuitkering bestemd vermogen gedurende de uitkeringsfase wordt aangewend voor financiering van een variabele uitkering;
|
||||
– solidariteitsreserve: een collectieve vermogensreserve waarmee in een solidaire premieregeling financiële mee- of tegenvallers kunnen worden gedeeld;
|
||||
– toedelingskring: groep personen waarop een collectief toedelingsmechanisme wordt toegepast;
|
||||
– toedelingsregels: de wijze waarop bij de solidaire premieregeling financiële mee- of tegenvallers als gevolg van het collectief gevoerde beleggingsbeleid, de ontwikkeling van de levensverwachting en het sterfteresultaat via beschermingsrendementen en overrendementen in de voor pensioenuitkering bestemde vermogens of in de solidariteitsreserve worden verwerkt;
|
||||
– toeslag: een verhoging van:
|
||||
|
||||
1°. een pensioenrecht;
|
||||
2°. een pensioenaanspraak van een gewezen deelnemer, mits die verhoging bij een kapitaalregeling niet voortvloeit uit rente- of winstdeling of bij een premieregeling niet voorvloeit uit behaald beleggingsrendement;
|
||||
3°. een pensioenaanspraak van een deelnemer op grond van een uitkeringsregeling gebaseerd op het middelloonstelsel of gebaseerd op een vastebedragenregeling, mits de verhoging geen verband houdt met een verhoging van de pensioengrondslag, de toename van het in aanmerking te nemen aantal jaren of een wijziging van de beroepspensioenregeling; of
|
||||
4°. een pensioenaanspraak van een gepensioneerde ten behoeve van zijn partner;
|
||||
a. een pensioenrecht in de vorm van een vastgestelde uitkering; of
|
||||
b. een pensioenaanspraak in de vorm van een aanspraak op een vastgestelde uitkering, mits die verhoging geen verband houdt met een verhoging van de pensioengrondslag, de toename van het in aanmerking te nemen aantal jaren of een wijziging van de beroepspensioenregeling;
|
||||
– toezichthouder: de Stichting Autoriteit Financiële Markten of De Nederlandsche Bank N.V., ieder voor zover belast met de uitoefening van het toezicht bij of krachtens artikel 146;
|
||||
– uitkeringsregeling: een beroepspensioenregeling inzake een vastgestelde pensioenuitkering;
|
||||
– uitvoeringsovereenkomst: de overeenkomst tussen de beroepspensioenvereniging en de pensioenuitvoerder over de uitvoering van de beroepspensioenregeling;
|
||||
– verplichtstelling: de verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling op grond van artikel 5, eerste lid;
|
||||
– verzekeraar: een verzekeraar die op grond van de Wet op het financieel toezicht in Nederland het bedrijf van levensverzekeraar of schadeverzekeraar mag uitoefenen;
|
||||
|
|
@ -97,7 +107,7 @@ en die hiermee rechtstreeks verband houdende werkzaamheden verricht;
|
|||
|
||||
1°. andere pensioenaanspraken of pensioenrechten bij dezelfde of een andere pensioenuitvoerder; of
|
||||
2°. dezelfde pensioenaanspraken of pensioenrechten bij een andere pensioenuitvoerder;
|
||||
– wezenpensioen: een geldelijke, vastgestelde uitkering voor een kind tot wie de overleden beroepsgenoot of gewezen beroepsgenoot als ouder in familierechtelijke betrekking stond of voor diens stief- of pleegkind, wegens het overlijden van de beroepsgenoot of gewezen beroepsgenoot;
|
||||
– wezenpensioen: een geldelijke uitkering, die vastgesteld of variabel is, voor een kind tot wie de overleden beroepsgenoot of gewezen beroepsgenoot als ouder in familierechtelijke betrekking stond of voor diens stief- of pleegkind, wegens het overlijden van de beroepsgenoot of gewezen beroepsgenoot;
|
||||
– zetel: de plaats waar een rechtspersoon volgens zijn statuten of reglementen is gevestigd of, indien het een pensioenfonds, beroepspensioenfonds of pensioeninstelling uit een andere lidstaat betreft, de plaats waar deze volgens zijn statuten of reglementen is gevestigd en zijn hoofdbestuur heeft of, indien het een pensioeninstelling uit een andere lidstaat betreft die geen rechtspersoon is of een natuurlijke persoon betreft, de plaats waar die pensioeninstelling of persoon zijn hoofdbestuur heeft.
|
||||
|
||||
**2.** In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt mede verstaan onder beroepspensioenvereniging: een daarmee door Onze Minister gelijkgestelde instelling.
|
||||
|
|
@ -110,22 +120,40 @@ en die hiermee rechtstreeks verband houdende werkzaamheden verricht;
|
|||
|
||||
**3.** De voordracht voor een krachtens het tweede lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
|
||||
|
||||
**4.** Waar in deze wet sprake is van de Nederlandse sociale en arbeidswetgeving betreft dit in ieder geval de artikelen 1, 2, 2a, 19 tot en met 23, 28 tot en met 39, 44, 45, 48 tot en met 64, 66 tot en met 103 en 105.
|
||||
|
||||
**5.** Een nettolijfrente als bedoeld in artikel 5.16, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 is geen pensioen in de zin van deze wet.
|
||||
|
||||
**6.** Voor de toepassing van de artikelen 75c, 132, derde lid, onderdeel a, 143a, 144 en 145, onderdeel b, wordt, voor zover het gaat om verzekeren bij een verzekeraar, onder verzekeraar mede verstaan een herverzekeraar als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht.
|
||||
|
||||
### Artikel 2a
|
||||
|
||||
**1.** Er is sprake van een gezamenlijke huishouding indien de betrokkenen een notarieel verleden samenlevingscontract hebben gesloten of sprake is van een samenlevingsverklaring en wordt voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in het tweede of derde lid.
|
||||
|
||||
**2.** Bij een bepaald partnerpensioen is sprake van een gezamenlijke huishouding indien en zolang er een notarieel verleden samenlevingscontract is en dit samenlevingscontract gemeld is aan de pensioenuitvoerder of er een door beide betrokkenen ondertekende samenlevingsverklaring is, waarin zij verklaren woonachtig te zijn op hetzelfde adres en voor elkaar te zorgen en deze samenlevingsverklaring is gestuurd naar de pensioenuitvoerder.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Bij een onbepaald partnerpensioen is sprake van een gezamenlijke huishouding indien:
|
||||
|
||||
a. er een notarieel verleden samenlevingscontract is;
|
||||
b. voor het overlijden van de beroepsgenoot of gewezen beroepsgenoot er een door beide betrokkenen ondertekende samenlevingsverklaring is waarin zij verklaren woonachtig te zijn op hetzelfde adres en voor elkaar te zorgen; of
|
||||
c. na het overlijden van de beroepsgenoot of gewezen beroepsgenoot er een door een betrokkene ondertekende samenlevingsverklaring is waarin hij verklaart partner van de overledene te zijn geweest en hij aannemelijk maakt ten tijde van het overlijden of, indien relevant, op enig moment voor het overlijden een gezamenlijke huishouding met de overledene te hebben gevoerd.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld met betrekking tot kapitaalregelingen of premieregelingen waarbij het op de pensioendatum beschikbaar komende kapitaal wordt gesplitst in een deel dat wordt aangewend voor aankoop van een direct ingaande tijdelijke uitkering en een deel dat later wordt aangewend voor de aankoop van een, op de tijdelijke uitkering aansluitende, levenslange uitkering. In deze regeling:
|
||||
De betrokkene, bedoeld in het derde lid, onderdeel c, maakt in ieder geval aannemelijk met de overleden beroepsgenoot of gewezen beroepsgenoot een gezamenlijke huishouding te hebben gevoerd indien sprake is geweest van inschrijving op hetzelfde adres gedurende zes maanden en een van de volgende omstandigheden:
|
||||
|
||||
a. kunnen dergelijke uitkeringen, en daarbij horende uitkeringen voor nabestaanden, worden gelijkgesteld met een pensioen als bedoeld in artikel 1;
|
||||
b. kan worden bepaald dat dit pensioen voldoet aan de artikelen 31 en 75;
|
||||
c. kan worden bepaald dat pensioenuitvoerders verplicht zijn mee te werken aan splitsing zoals beschreven in de aanhef; en
|
||||
d. kunnen regels worden gesteld betreffende een goede uitvoering.
|
||||
a. uit hun relatie is een kind geboren of heeft erkenning plaatsgevonden van een kind van de een door de ander;
|
||||
b. het gezamenlijk eigendom van een huis; of
|
||||
c. een huurcontract op beider naam; of
|
||||
d. in de pensioenregeling van de betrokkene is de overleden beroepsgenoot of gewezen beroepsgenoot aangemerkt als partner van de betrokkene.
|
||||
|
||||
**5.** De regeling, bedoeld in het vierde lid, is uitsluitend van toepassing indien de pensioendatum is gelegen na 31 december 2008 en het op de pensioendatum beschikbaar komende kapitaal nog niet is aangewend voor aankoop van een levenslange uitkering.
|
||||
**5.** Indien van toepassing wordt de duur van de gezamenlijke huishouding bij een onbepaald partnerpensioen beoordeeld op grond van de omstandigheden, bedoeld in het derde en vierde lid.
|
||||
|
||||
**6.** Waar in deze wet sprake is van de Nederlandse sociale en arbeidswetgeving betreft dit in ieder geval de artikelen 1, 2, 19 tot en met 23, 28 tot en met 39, 44, 45, 48 tot en met 64, 66 tot en met 103 en 105.
|
||||
**6.** Personen die partners waren omdat zij een gezamenlijke huishouding voerden blijven als partner aangemerkt wanneer zij niet langer ingeschreven zijn op hetzelfde adres als gevolg van opname in een zorginstelling, zolang geen van beiden door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de pensioenuitvoerder heeft laten weten niet langer als partners te willen worden aangemerkt.
|
||||
|
||||
**7.** Een nettolijfrente als bedoeld in artikel 5.16, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 is geen pensioen in de zin van deze wet.
|
||||
|
||||
**8.** Voor de toepassing van de artikelen 75c, 132, derde lid, onderdeel a, 143a, 144 en 145, onderdeel b, wordt, voor zover het gaat om verzekeren bij een verzekeraar, onder verzekeraar mede verstaan een herverzekeraar als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht.
|
||||
**7.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot dit artikel.
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
|
|
@ -143,7 +171,7 @@ De Wet op het financieel toezicht is niet van toepassing op de verhouding tussen
|
|||
|
||||
### Artikel 4a
|
||||
|
||||
**1.** Voor zover een algemeen pensioenfonds als bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet voor de uitvoering van een of meerdere beroepspensioenregelingen een afgescheiden vermogen aanhoudt is hetgeen bij of krachtens de artikelen 1 tot en met 34, 36 tot en met 105a, 109a, 115 tot en met 118, 120 tot en met 214a is bepaald van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat daarbij voor beroepspensioenfonds wordt gelezen: algemeen pensioenfonds.
|
||||
**1.** Voor zover een algemeen pensioenfonds als bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet voor de uitvoering van een of meerdere beroepspensioenregelingen een afgescheiden vermogen aanhoudt is hetgeen bij of krachtens de artikelen 1 tot en met 34, 36 tot en met 105a, 109a, 115 tot en met 118, 120 tot en met 214g is bepaald van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat daarbij voor beroepspensioenfonds wordt gelezen: algemeen pensioenfonds.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -220,11 +248,11 @@ b. een door de beroepspensioenvereniging gewaarmerkt afschrift van de getekende
|
|||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
**1.** Zolang de verplichtstelling duurt zijn de artikelen 7, derde en vierde lid, tot en met artikel 214a en de daarop berustende bepalingen van toepassing.
|
||||
**1.** Zolang de verplichtstelling duurt zijn de artikelen 7, derde en vierde lid, tot en met artikel 214g en de daarop berustende bepalingen van toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Na beëindiging van de verplichtstelling blijven de artikelen 7, derde en vierde lid, tot en met artikel 214a en de daarop berustende bepalingen van toepassing voorzover ze betrekking hebben op de periode waarover de verplichtstelling duurde.
|
||||
**2.** Na beëindiging van de verplichtstelling blijven de artikelen 7, derde en vierde lid, tot en met artikel 214g en de daarop berustende bepalingen van toepassing voorzover ze betrekking hebben op de periode waarover de verplichtstelling duurde.
|
||||
|
||||
**3.** De deelnemers leven de beroepspensioenregeling en de daarop gebaseerde besluiten na.
|
||||
**3.** De deelnemers, gewezen deelnemers, andere aanspraakgerechtigden en pensioengerechtigden leven de beroepspensioenregeling en de daarop gebaseerde besluiten na.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de beroepspensioenregeling wordt uitgevoerd door een beroepspensioenfonds leven de deelnemers de statuten van dat beroepspensioenfonds en de daarop gebaseerde besluiten na.
|
||||
|
||||
|
|
@ -382,8 +410,12 @@ In het pensioenreglement worden in ieder geval bepalingen opgenomen betreffende:
|
|||
|
||||
a. de beroepsgroep of het deel van de beroepsgroep waarvoor de beroepspensioenregeling geldt;
|
||||
b. de wijze waarop de pensioenuitvoerder omgaat met inkomende waarden in het kader van waardeoverdracht;
|
||||
c. de hoogte van de ruilvoet en de opbouwkeuzevoet, bedoeld in artikel 72 en 73, en de afkoopvoet, bedoeld in artikel 78; en
|
||||
d. de kortingsregel, bedoeld in artikel 129.
|
||||
c. de hoogte van de ruilvoet en de opbouwkeuzevoet, bedoeld in artikel 72 en 73, en de afkoopvoet, bedoeld in artikel 78;
|
||||
d. de kortingsregel, bedoeld in artikel 129;
|
||||
e. de regels en procedures die gelden ten aanzien van de solidariteitsreserve of de risicodelingsreserve;
|
||||
f. de risicohouding;
|
||||
g. de toedelingsregels; en
|
||||
h. het projectierendement.
|
||||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
|
|
@ -391,20 +423,17 @@ d. de kortingsregel, bedoeld in artikel 129.
|
|||
|
||||
**2.** Uitsluiting van deelneming aan een beroepspensioenregeling op grond van de leeftijd van een beroepsgenoot is niet toegestaan indien de beroepsgenoot eenentwintig jaar of ouder is.
|
||||
|
||||
**3.** Het verwerven van pensioenaanspraken op grond van een beroepspensioenregeling kan, indien in de beroepspensioenregeling is voorzien in een wachttijd of drempelperiode, met betrekking tot ouderdomspensioen worden uitgesteld met ten hoogste twee maanden. Wachttijden of drempelperioden zijn niet toegestaan voor het nabestaandenpensioen en het arbeidsongeschiktheidspensioen. Indien een gewezen beroepsgenoot nog niet in de beroepspensioenregeling is opgenomen, maar er door of namens hem een bijdrage is betaald, dan wordt de som van de bijdragen aan hem terugbetaald of wordt, in geval de gewezen beroepsgenoot het beleggingsrisico draagt, de som van de gestorte bijdragen of de met deze bijdragen gerealiseerde beleggingswaarde aan hem terugbetaald.
|
||||
**3.** Het verwerven van pensioenaanspraken op grond van een beroepspensioenregeling kan, indien in de beroepspensioenregeling is voorzien in een drempelperiode, met betrekking tot ouderdomspensioen worden uitgesteld met ten hoogste twee maanden. Wachttijden zijn niet toegestaan voor het ouderdomspensioen en wachttijden of drempelperioden zijn niet toegestaan voor het nabestaandenpensioen en het arbeidsongeschiktheidspensioen. Indien een gewezen beroepsgenoot nog niet in de beroepspensioenregeling is opgenomen, maar er door of namens hem een bijdrage is betaald, dan wordt de som van de bijdragen aan hem terugbetaald of wordt, in geval de gewezen beroepsgenoot het beleggingsrisico draagt, de som van de gestorte bijdragen of de met deze bijdragen gerealiseerde beleggingswaarde aan hem terugbetaald.
|
||||
|
||||
**4.** Elk beding in strijd met het eerste, tweede en derde lid is nietig.
|
||||
|
||||
### Artikel 23
|
||||
|
||||
**1.** De premie is voor alle deelnemers gelijk of bedraagt voor alle deelnemers een gelijk percentage van de gerealiseerde omzet, het gerealiseerde inkomen of het gerealiseerde loon dan wel van het gedeelte van de gerealiseerde omzet, het gerealiseerde inkomen of gerealiseerde loon dat voor de pensioenberekening in aanmerking wordt genomen, met dien verstande dat er voor verschillende vormen van pensioen verschillende premies kunnen worden vastgesteld.
|
||||
**1.** De door of voor een deelnemer verschuldigde premie bedraagt voor alle deelnemers een gelijk percentage van de gerealiseerde omzet, het gerealiseerde inkomen of het gerealiseerde loon dat voor de pensioenberekening in aanmerking wordt genomen.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
**2.** Voor verschillende vormen van pensioen en voor verschillende pensioenregelingen kunnen verschillende premies worden vastgesteld.
|
||||
|
||||
Het eerste lid is niet van toepassing op:
|
||||
|
||||
a. premieregelingen, en
|
||||
b. premies ten behoeve van vrijwillige pensioenregelingen.
|
||||
**3.** Het eerste lid is niet van toepassing op de premie voor vrijwillige pensioenregelingen.
|
||||
|
||||
### Artikel 24
|
||||
|
||||
|
|
@ -447,25 +476,108 @@ Het beroepspensioenfonds neemt bij de uitvoering van een beroepspensioenregeling
|
|||
|
||||
### Artikel 28
|
||||
|
||||
De beroepspensioenregeling houdt in:
|
||||
**1.** De beroepspensioenregeling houdt een premieregeling in.
|
||||
|
||||
a. een uitkeringsregeling;
|
||||
b. een kapitaalregeling; of
|
||||
c. een premieregeling.
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Een premieregeling voor pensioen op opbouwbasis houdt in:
|
||||
|
||||
a. een solidaire premieregeling;
|
||||
b. een flexibele premieregeling; of
|
||||
c. een premie-uitkeringsregeling.
|
||||
|
||||
**3.** Indien een beroepspensioenregeling voorziet in een nabestaandenpensioen op risicobasis of een arbeidsongeschiktheidspensioen op risicobasis, wordt in de beroepspensioenregeling opgenomen of aan de nabestaanden of de arbeidsongeschikte een vastgestelde of een variabele uitkering wordt verstrekt. Indien een variabele uitkering wordt verstrekt wordt in de beroepspensioenregeling opgenomen bij welk karakter als bedoeld in het tweede lid voor het nabestaandenpensioen of het arbeidsongeschiktheidspensioen wordt aangesloten. De regels die bij of krachtens deze wet gelden voor een variabele pensioenuitkering bij een beroepspensioenregeling met dat karakter zijn van overeenkomstige toepassing bij de uitvoering van het nabestaandenpensioen of arbeidsongeschiktheidspensioen.
|
||||
|
||||
### Artikel 28a
|
||||
|
||||
**1.** Bij een kapitaalregeling of een premieregeling wordt het kapitaal voortvloeiend uit de beschikbaar gestelde premies uiterlijk op de pensioendatum omgezet in een vastgestelde uitkering.
|
||||
**1.** Bij een solidaire premieregeling berekent de pensioenuitvoerder de kans dat met de premie de beoogde pensioendoelstelling wordt behaald. Deze berekening wordt door beroepspensioenfondsen bij de opdrachtaanvaarding, door verzekeraars en premiepensioeninstellingen bij het sluiten van de uitvoeringsovereenkomst en door alle pensioenuitvoerders periodiek, uiterlijk iedere vijf jaar, gedaan aan de hand van een uniforme scenario-analyse. De pensioenuitvoerder informeert de beroepspensioenvereniging hierover.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid kan het kapitaal vanaf de pensioendatum geheel of gedeeltelijk worden gebruikt voor de financiering van een variabele uitkering.
|
||||
**2.** Het voor de pensioenuitkering bestemd vermogen wordt gedurende de uitkeringsfase gebruikt voor financiering van een variabele uitkering.
|
||||
|
||||
**3.** De solidariteitsreserve is onderdeel van de solidaire premieregeling.
|
||||
|
||||
**4.** De financiële mee- of tegenvallers als gevolg van het collectieve beleggingsbeleid worden in de voor pensioenuitkering bestemde vermogens en de solidariteitsreserve verwerkt door middel van vastgelegde toedelingsregels die in ieder geval aansluiten bij de risicohouding per leeftijdscohort, waarbij in de toedelingsregels bepaald kan worden dat het beschermingsrendement voor het renterisico wordt toebedeeld ofwel op basis van wijziging van de rentetermijnstructuur die de toezichthouder beschikbaar stelt ofwel rechtstreeks uit het rendement van de daarvoor bestemde beleggingen. De financiële mee- of tegenvallers als gevolg van de ontwikkeling van de levensverwachting en het sterfteresultaat worden verwerkt door middel van aparte toedelingsregels of de solidariteitsreserve.
|
||||
|
||||
**5.** De toedelingsregels voor de beschermingsrendementen en overrendementen voor het beleggingsrisico zijn zodanig dat er op voorhand geen herverdelingseffecten plaatsvinden. Van de eerste zin kan afgeweken worden voor zover dat nodig is om gelijke aanpassingen van de ingegane pensioenuitkeringen en van de opgebouwde aanspraak op nabestaandenpensioen van pensioengerechtigden te realiseren en alleen herverdelingseffecten optreden tussen de pensioengerechtigden onderling.
|
||||
|
||||
**6.** Het voor de pensioenuitkering bestemd vermogen is niet negatief.
|
||||
|
||||
**7.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot dit artikel over onder meer de scenario-analyse en de toedelingsregels.
|
||||
|
||||
### Artikel 28b
|
||||
|
||||
**1.** Bij een flexibele premieregeling wordt de premie belegd tot de pensioendatum. Het kapitaal voortvloeiend uit de premies wordt vanaf de pensioendatum gebruikt voor financiering van een vastgestelde of variabele uitkering.
|
||||
|
||||
**2.** Bij een basispensioenregeling is een risicodelingsreserve onderdeel van een flexibele premieregeling.
|
||||
|
||||
**3.** Bij de variabele uitkering worden financiële mee – of tegenvallers die het gevolg zijn van het beleggingsrisico verwerkt door middel van individuele toedeling of een collectief toedelingsmechanisme. De verwerking van financiële mee- of tegenvallers die het gevolg zijn van de ontwikkeling van de levensverwachting gebeurt door middel van individuele toedeling, een collectief toedelingsmechanisme of een risicodelingsreserve. De verwerking van financiële mee- of tegenvallers die het gevolg zijn van het sterfteresultaat gebeurt door middel van een collectief toedelingsmechanisme of een risicodelingsreserve.
|
||||
|
||||
**4.** De vormgeving van het collectief toedelingsmechanisme voor het beleggingsrisico is zodanig dat er op voorhand geen herverdelingseffecten plaatsvinden. Van de eerste zin kan afgeweken worden voor zover dat nodig is om gelijke aanpassingen van de ingegane pensioenuitkeringen en van de opgebouwde aanspraak op nabestaandenpensioen van pensioengerechtigden te realiseren en alleen herverdelingseffecten optreden tussen de pensioengerechtigden onderling.
|
||||
|
||||
**5.** Het kapitaal is niet negatief.
|
||||
|
||||
**6.** De pensioenuitvoerder past een collectief toedelingsmechanisme toe op een toedelingskring die bestaat uit pensioengerechtigden.
|
||||
|
||||
**7.**
|
||||
|
||||
In afwijking van het zesde lid kunnen:
|
||||
|
||||
a. deelnemers of gewezen deelnemers deel uitmaken van de toedelingskring in de laatste tien jaar voorafgaand aan de reglementaire pensioenleeftijd, waarbij de deelname van deelnemers of gewezen deelnemers aan de toedelingskring plaatsvindt door tijdsevenredige toetreding tot het collectief toedelingsmechanisme in deze periode; en
|
||||
b. alle deelnemers, gewezen deelnemers of andere aanspraakgerechtigden deel uitmaken van de toedelingskring voor het collectief toedelingsmechanisme voor verwerking van het sterfteresultaat.
|
||||
|
||||
**8.** Bij een basispensioenregeling vindt de verwerking van het sterfteresultaat plaats over alle deelnemers, gewezen deelnemers, andere aanspraakgerechtigden en pensioengerechtigden.
|
||||
|
||||
**9.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot dit artikel over onder meer de tarieven voor een vastgestelde uitkering.
|
||||
|
||||
### Artikel 28c
|
||||
|
||||
**1.** Bij een premie-uitkeringsregeling wordt de premie belegd tot de pensioendatum. Het kapitaal voortvloeiend uit de premies wordt vanaf de pensioendatum gebruikt voor financiering van een vastgestelde of variabele uitkering.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid is de verzekeraar verplicht om op verzoek van de deelnemer of gewezen deelnemer in de laatste 15 jaar voor de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, het tot op dat moment opgebouwde kapitaal of de vanaf dat moment beschikbaar gestelde premie geheel of gedeeltelijk aan te wenden voor een aanspraak op een vastgestelde uitkering vanaf de pensioendatum.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste lid is de premiepensioeninstelling verplicht om op verzoek van de deelnemer of gewezen deelnemer in de laatste vijftien jaar voor de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, het tot op dat moment opgebouwde kapitaal geheel of gedeeltelijk over te dragen aan een door de deelnemer of gewezen deelnemer aangewezen verzekeraar voor een aanspraak op een vastgestelde uitkering vanaf de pensioendatum.
|
||||
|
||||
**4.** De verzekeraar of de premiepensioeninstelling informeert degene die het kapitaal of de premie wenst aan te wenden als bedoeld in het tweede lid of over te laten dragen als bedoeld in het derde lid over de voor hem relevante gevolgen en risico’s hierbij, waaronder een opgave van de hoogte van de vastgestelde uitkeringen indien het kapitaal of de premie daarvoor zou worden aangewend of overgedragen en de hoogte van de variabele uitkeringen als wordt belegd tot de pensioendatum. Deze opgaven worden tevens weergegeven op basis van een pessimistisch scenario, een verwacht scenario en een optimistisch scenario.
|
||||
|
||||
**5.** Bij de variabele uitkering worden financiële mee- of tegenvallers die het gevolg zijn van het beleggingsrisico of van de ontwikkeling van de levensverwachting verwerkt door middel van individuele toedeling.
|
||||
|
||||
**6.** Het kapitaal is niet negatief.
|
||||
|
||||
**7.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot dit artikel.
|
||||
|
||||
### Artikel 28d
|
||||
|
||||
**1.** Een solidariteitsreserve heeft een maximale omvang van 15% van het geheel voor pensioen gereserveerde vermogen inclusief de solidariteitsreserve. De solidariteitsreserve is niet negatief.
|
||||
|
||||
**2.** Indien een solidariteitsreserve wordt gevuld uit premies of overrendement bedraagt de inleg uit premie niet meer dan 10% van de premiesom per deelnemer per jaar en bedraagt de inleg uit overrendement niet meer dan 10% van het positieve collectieve overrendement per jaar.
|
||||
|
||||
**3.** Door middel van de solidariteitsreserve worden financiële mee- of tegenvallers collectief gedeeld op een wijze die op voorhand leidt tot gemiddeld stabielere of hogere toekomstige en al ingegane pensioenuitkeringen voor alle generaties, ten opzichte van de aanname dat de solidariteitsreserve geen onderdeel van de beroepspensioenregeling zou zijn. De solidariteitsreserve wordt niet gebruikt voor deling van operationele kosten.
|
||||
|
||||
**4.** De pensioenuitvoerder stelt regels vast voor de doelstellingen van de solidariteitsreserve en het vullen en uitdelen uit de solidariteitsreserve. Deze regels zijn evenwichtig, transparant, onderling consistent en worden voor langere tijd vastgesteld.
|
||||
|
||||
**5.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot dit artikel.
|
||||
|
||||
### Artikel 28e
|
||||
|
||||
**1.** Een risicodelingsreserve heeft een maximale omvang van 15% van het geheel voor pensioen gereserveerde kapitaal inclusief de risicodelingsreserve. De risicodelingsreserve is niet negatief.
|
||||
|
||||
**2.** Indien een risicodelingsreserve wordt gevuld uit premies of uit kapitaal bij toetreding tot het collectief toedelingsmechanisme voor de collectieve uitkeringsfase, bedraagt de inleg uit premie en de inleg uit kapitaal in totaal niet meer dan 10%.
|
||||
|
||||
**3.** Door middel van de risicodelingsreserve worden financiële mee- of tegenvallers collectief gedeeld op een wijze die op voorhand leidt tot gemiddeld stabielere of hogere toekomstige en al ingegane pensioenuitkeringen voor alle generaties, ten opzichte van de situatie dat de risicodelingsreserve geen onderdeel van de beroepspensioenregeling is. De risicodelingsreserve wordt niet gebruikt voor deling van operationele kosten.
|
||||
|
||||
**4.** Bij een flexibele premieregeling met beleggingsvrijheid worden financiële mee- of tegenvallers als gevolg van het beleggingsrisico niet gecompenseerd door de risicodelingsreserve.
|
||||
|
||||
**5.** De pensioenuitvoerder stelt regels vast voor de doelstellingen van de risicodelingsreserve en het vullen en uitdelen uit de risicodelingsreserve. Deze regels zijn evenwichtig, transparant, onderling consistent en worden voor langere tijd vastgesteld.
|
||||
|
||||
**6.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot dit artikel.
|
||||
|
||||
### Artikel 29
|
||||
|
||||
De uitkering, het kapitaal en de premie in het kader van een beroepspensioenregeling luiden in een Nederlands wettig betaalmiddel.
|
||||
De uitkering, het kapitaal, voor pensioenuitkering bestemd vermogen en de premie in het kader van een beroepspensioenregeling luiden in een Nederlands wettig betaalmiddel.
|
||||
|
||||
### Artikel 30
|
||||
|
||||
In de beroepspensioenregeling wordt bepaald of er toeslagen worden verleend en, zo ja, wat het ambitieniveau is en welke voorwaarden gelden bij de toeslagverlening.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 31
|
||||
|
||||
|
|
@ -475,13 +587,22 @@ In de beroepspensioenregeling wordt bepaald of er toeslagen worden verleend en,
|
|||
|
||||
### Artikel 32
|
||||
|
||||
**1.** Indien een beroepspensioenregeling voorziet in een partnerpensioen ten behoeve van een partner met wie de deelnemer niet gehuwd is, noch een geregistreerd partnerschap heeft, gelden voor deze partner ten aanzien van de wijze van vaststelling van het partnerpensioen dezelfde rechten en plichten als voor een gehuwde of geregistreerde partner.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
**2.** Elk beding in strijd met het eerste lid is nietig.
|
||||
Indien een beroepspensioenregeling voorziet in een nabestaandenpensioen wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
a. een nabestaandenpensioen bij overlijden voor pensioendatum betreft een nabestaandenpensioen op risicobasis en de hoogte is diensttijdonafhankelijk;
|
||||
b. een partnerpensioen bij overlijden op of na pensioendatum betreft een partnerpensioen op opbouwbasis;
|
||||
c. indien sprake is van een partnerpensioen, voorziet de beroepspensioenregeling voor alle partnerrelaties in partnerpensioen en wordt geen onderscheid gemaakt al naar gelang het type partnerrelatie; en
|
||||
d. indien sprake is van een wezenpensioen wordt in de beroepspensioenregeling bepaald dat het wezenpensioen wordt uitgekeerd tot het kind 25 jaar wordt.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de toepassing van deze wet kan een beroepsgenoot of gewezen beroepsgenoot op enig moment slechts één partner hebben. Indien de beroepsgenoot of gewezen beroepsgenoot op dat moment meer dan één partner zou hebben, wordt alleen de partner uit de oudste relatie als partner in de zin van deze wet aangemerkt.
|
||||
|
||||
**3.** Elk beding in strijd met dit artikel is nietig.
|
||||
|
||||
### Artikel 33
|
||||
|
||||
De verwerving van pensioenaanspraken in het kader van een uitkeringsregeling of een kapitaalregeling vindt gedurende de deelneming ten minste evenredig in de tijd plaats.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 33a
|
||||
|
||||
|
|
@ -508,7 +629,15 @@ b. de wijze waarop en termijnen waarin de verschuldigde premie moet worden volda
|
|||
c. de informatie welke door de beroepsgenoot aan de pensioenuitvoerder wordt verstrekt;
|
||||
d. de procedures welke gelden bij het niet nakomen van premiebetalingsverplichtingen;
|
||||
e. de procedures welke gelden bij het opstellen en wijzigen van het pensioenreglement in verband met het sluiten en wijzigen van een beroepspensioenregeling;
|
||||
f. de maatstaven voor en voorwaarden waaronder toeslagverlening plaatsvindt;
|
||||
f. indien van toepassing de uitgangspunten, regels en procedures welke gelden ten aanzien van een solidariteitsreserve of een risicodelingsreserve waaronder:
|
||||
|
||||
1°. de wijze waarop de reserve wordt gevuld;
|
||||
2°. de regels voor het uitdelen uit de reserve;
|
||||
3°. de wijze waarop de reserve meedeelt bij de verwerking van financiële mee- en tegenvallers;
|
||||
4°. de gewenste en maximale omvang van de reserve;
|
||||
5°. het beleid ten aanzien van een lege of volle reserve;
|
||||
6°. de wijze waarop de reserve bijdraagt aan de intergenerationele risicodeling en stabiliteit; en
|
||||
7°. de samenhang en onderlinge consistentie van deze uitgangspunten, regels en procedures.
|
||||
g. de uitgangspunten en procedures welke gelden ten aanzien van de besluitvorming over vermogenstekorten en vermogensoverschotten dan wel winstdeling;
|
||||
h. de voorwaarden die gelden bij beëindiging van een met een verzekeraar of premiepensioeninstelling gesloten uitvoeringsovereenkomst. In deze regeling worden de belangen van zowel de verzekeraar of de premiepensioeninstelling als de beroepspensioenvereniging vanuit actuarieel en bedrijfseconomisch oogpunt op evenwichtige wijze gewaarborgd door rekening te houden met:
|
||||
|
||||
|
|
@ -516,16 +645,18 @@ h. de voorwaarden die gelden bij beëindiging van een met een verzekeraar of pre
|
|||
2°. de gehanteerde tarieven; en
|
||||
3°. de winstdelingsvorm.
|
||||
|
||||
De regeling kan geen uitsluiting van collectieve waardeoverdracht inhouden; en
|
||||
i. de criteria die de premiepensioeninstelling hanteert bij de keuze voor een verzekeraar voor de inkoop van een pensioenuitkering.
|
||||
De regeling kan geen uitsluiting van collectieve waardeoverdracht inhouden;
|
||||
i. de criteria die de premiepensioeninstelling hanteert bij de keuze voor een verzekeraar voor de inkoop van een pensioenuitkering; en
|
||||
j. ingeval een premie-uitkeringsregeling wordt uitgevoerd door een premiepensioeninstelling: de afspraken die worden gemaakt met een verzekeraar over de toepassing van artikel 28c, derde lid, en over de wijze waarop na de waardeoverdracht wordt voldaan aan de bepalingen in deze wet.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
In de uitvoeringsovereenkomst wordt, voor zover overeengekomen, een regeling opgenomen met betrekking tot de volgende onderwerpen:
|
||||
|
||||
a. in geval van premiekorting of terugstorting: de voorwaarden waaronder sprake is van premiekorting of terugstorting, de wijze van vaststelling van de hoogte van de premiekorting of terugstorting en de bestemming ervan;
|
||||
b. de mogelijkheid tot vrijwillige voortzetting van de beroepspensioenregeling na beëindiging van het beroep; of
|
||||
c. de rechten en verplichtingen met betrekking tot vrijwillige pensioenregelingen.
|
||||
a. in geval van terugstorting: de voorwaarden waaronder sprake is van terugstorting, de wijze van vaststelling van de hoogte van de terugstorting en de bestemming ervan;
|
||||
b. de mogelijkheid tot vrijwillige voortzetting van de beroepspensioenregeling na beëindiging van het beroep;
|
||||
c. de rechten en verplichtingen met betrekking tot vrijwillige pensioenregelingen; of
|
||||
d. de maatstaven voor en voorwaarden waaronder toeslagverlening plaatsvindt.
|
||||
|
||||
### Artikel 36
|
||||
|
||||
|
|
@ -544,7 +675,7 @@ De in artikel 36 genoemde termijnen gelden niet indien sprake is van een beëind
|
|||
|
||||
### Artikel 38
|
||||
|
||||
Een beroepspensioenfonds informeert elk kwartaal schriftelijk de deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden wanneer sprake is van een premieachterstand ter grootte van 5% van de totale door het beroepspensioenfonds te ontvangen jaarpremie en tevens niet voldaan wordt aan de bij of krachtens artikel 126 geldende eisen inzake het minimaal vereist eigen vermogen.
|
||||
Een beroepspensioenfonds informeert elk kwartaal schriftelijk de deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden wanneer sprake is van een premieachterstand ter grootte van 5% van de totale door het beroepspensioenfonds te ontvangen jaarpremie.
|
||||
|
||||
### Artikel 39
|
||||
|
||||
|
|
@ -648,7 +779,7 @@ e. er sprake is van het verstrekken van naam-, adres- en woonplaatsgegevens aan
|
|||
|
||||
### Artikel 48
|
||||
|
||||
**1.** De pensioenuitvoerder informeert de deelnemer bij toetreding tot de beroepspensioenregeling binnen drie maanden over de kenmerken van de beroepspensioenregeling, waaronder de mogelijkheid te kiezen voor een variabele uitkering, de uitvoering van de beroepspensioenregeling en over persoonlijke omstandigheden die een actie van de deelnemer kunnen vergen. De deelnemer wordt daarbij tevens gewezen op de website van de pensioenuitvoerder en op de mogelijkheid het pensioenregister te raadplegen.
|
||||
**1.** De pensioenuitvoerder informeert de deelnemer bij toetreding tot de beroepspensioenregeling binnen drie maanden over de kenmerken van de beroepspensioenregeling, de uitvoering van de beroepspensioenregeling en over persoonlijke omstandigheden die een actie van de deelnemer kunnen vergen. De deelnemer wordt daarbij tevens gewezen op de website van de pensioenuitvoerder en op de mogelijkheid het pensioenregister te raadplegen.
|
||||
|
||||
**2.** De pensioenuitvoerder informeert de deelnemer binnen drie maanden na een wijziging in de beroepspensioenregeling over die wijziging en de mogelijkheid om het gewijzigde pensioenreglement op te vragen bij de pensioenuitvoerder.
|
||||
|
||||
|
|
@ -662,16 +793,19 @@ De pensioenuitvoerder verstrekt de deelnemer jaarlijks:
|
|||
|
||||
a. een opgave van de verworven pensioenaanspraken;
|
||||
b. een opgave van de aan het voorafgaande kalenderjaar toe te rekenen waardeaangroei van pensioenaanspraken overeenkomstig artikel 3.127 van de Wet inkomstenbelasting 2001 en de daarop berustende bepalingen;
|
||||
c. informatie over toeslagverlening;
|
||||
d. informatie over vermindering van pensioenaanspraken en pensioenrechten op grond van artikel 129;
|
||||
e. informatie over een variabele uitkering;
|
||||
c. voor zover van toepassing, informatie over toeslagverlening;
|
||||
d. voor zover van toepassing, informatie over vermindering van pensioenaanspraken en pensioenrechten op grond van artikel 129;
|
||||
e. voor zover van toepassing, informatie over de solidariteitsreserve of risicodelingsreserve;
|
||||
f. informatie over de reglementaire pensioenleeftijd;
|
||||
g. een opgave van de reglementair te bereiken pensioenaanspraken, waarbij deze gegevens voor zover het ouderdomspensioen betreft, tevens weergegeven worden op basis van een pessimistisch scenario, een verwacht scenario en een optimistisch scenario, met de waarschuwing dat de projecties kunnen verschillen van de definitieve hoogte van de te ontvangen pensioenuitkeringen;
|
||||
h. informatie over de premie betaald door de beroepsgenoot;
|
||||
i. informatie over garanties;
|
||||
j. informatie over het land waar het pensioen is ondergebracht en de toezichthouder waar het pensioen onder valt;
|
||||
k. voor zover van toepassing, informatie over de dekkingsgraad naar Nederlandse maatstaf; en
|
||||
l. voor zover van toepassing, informatie over de ingehouden kosten.
|
||||
k. voor zover van toepassing, informatie over de dekkingsgraad naar Nederlandse maatstaf;
|
||||
l. informatie over de ingehouden kosten;
|
||||
m. de totaal ingelegde pensioenpremies die zijn ingelegd op grond van een solidaire premieregeling, flexibele premieregeling of premie-uitkeringsregeling;
|
||||
n. de totaal behaalde beleggingsrendementen per deelnemer die op grond van een solidaire premie-regeling, flexibele premieregeling of premie-uitkeringsregeling zijn behaald; en
|
||||
o. andere per algemene maatregel van bestuur bepaalde vereiste informatie.
|
||||
|
||||
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde opgaven en informatie en de wijze waarop deze worden verstrekt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -696,14 +830,14 @@ e. informatie over vermindering van pensioenaanspraken en pensioenrechten op gro
|
|||
De pensioenuitvoerder verstrekt de gewezen deelnemer jaarlijks:
|
||||
|
||||
a. een opgave van zijn opgebouwde pensioenaanspraken, waarbij deze gegevens voor zover het ouderdomspensioen betreft, tevens weergegeven worden op basis van een pessimistisch scenario, een verwacht scenario en een optimistisch scenario, met de waarschuwing dat de projecties kunnen verschillen van de definitieve hoogte van de te ontvangen pensioenuitkeringen;
|
||||
b. informatie over toeslagverlening;
|
||||
c. informatie over vermindering van pensioenaanspraken en pensioenrechten op grond van artikel 129;
|
||||
d. informatie over een variabele uitkering;
|
||||
b. voor zover van toepassing, informatie over toeslagverlening;
|
||||
c. voor zover van toepassing, informatie over vermindering van pensioenaanspraken en pensioenrechten op grond van artikel 129;
|
||||
d. voor zover van toepassing, informatie over de solidariteitsreserve of risicodelingsreserve;
|
||||
e. informatie over de reglementaire pensioenleeftijd;
|
||||
f. informatie over garanties;
|
||||
g. informatie over het land waar het pensioen is ondergebracht en de toezichthouder waar het pensioen onder valt;
|
||||
h. voor zover van toepassing, informatie over de dekkingsgraad naar Nederlandse maatstaf; en
|
||||
i. voor zover van toepassing, informatie over de ingehouden kosten.
|
||||
i. informatie over de ingehouden kosten.
|
||||
|
||||
**2.** De pensioenuitvoerder informeert de gewezen deelnemer binnen drie maanden na een voor hem relevante wijziging in het pensioenreglement over die wijziging en de mogelijkheid om het gewijzigde pensioenreglement op te vragen bij de pensioenuitvoerder.
|
||||
|
||||
|
|
@ -718,9 +852,9 @@ i. voor zover van toepassing, informatie over de ingehouden kosten.
|
|||
De pensioenuitvoerder verstrekt degene die gewezen partner wordt en een aanspraak verkrijgt op bijzonder partnerpensioen:
|
||||
|
||||
a. een opgave van de opgebouwde pensioenaanspraak op partnerpensioen;
|
||||
b. informatie over toeslagverlening;
|
||||
b. voor zover van toepassing, informatie over toeslagverlening;
|
||||
c. informatie die voor de gewezen partner specifiek van belang is; en
|
||||
d. informatie over vermindering van pensioenaanspraken en pensioenrechten op grond van artikel 129.
|
||||
d. voor zover van toepassing, informatie over vermindering van pensioenaanspraken en pensioenrechten op grond van artikel 129.
|
||||
|
||||
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde opgave en informatie en de wijze waarop deze worden verstrekt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -731,8 +865,8 @@ d. informatie over vermindering van pensioenaanspraken en pensioenrechten op gro
|
|||
De pensioenuitvoerder verstrekt de gewezen partner met aanspraak op bijzonder partnerpensioen ten minste een keer in vijf jaar:
|
||||
|
||||
a. een opgave van de opgebouwde aanspraak op partnerpensioen;
|
||||
b. informatie over toeslagverlening; en
|
||||
c. informatie over vermindering van pensioenaanspraken en pensioenrechten op grond van artikel 129.
|
||||
b. voor zover van toepassing, informatie over toeslagverlening; en
|
||||
c. voor zover van toepassing, informatie over vermindering van pensioenaanspraken en pensioenrechten op grond van artikel 129.
|
||||
|
||||
**2.** De pensioenuitvoerder informeert de gewezen partner binnen drie maanden na een wijziging van het toeslagbeleid over die wijziging.
|
||||
|
||||
|
|
@ -746,8 +880,8 @@ De pensioenuitvoerder verstrekt degene die pensioengerechtigde wordt:
|
|||
|
||||
a. een opgave van zijn pensioenrecht;
|
||||
b. een opgave van de opgebouwde aanspraken op nabestaandenpensioen wanneer de beroepspensioenregeling daarin voorziet;
|
||||
c. informatie over toeslagverlening;
|
||||
d. informatie over vermindering van pensioenaanspraken en pensioenrechten op grond van artikel 129; en
|
||||
c. voor zover van toepassing, informatie over toeslagverlening;
|
||||
d. voor zover van toepassing, informatie over vermindering van pensioenaanspraken en pensioenrechten op grond van artikel 129; en
|
||||
e. informatie die voor degene die pensioengerechtigde wordt specifiek in het kader van de pensioeningang van belang is.
|
||||
|
||||
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde opgaven en informatie en de wijze waarop deze worden verstrekt.
|
||||
|
|
@ -760,8 +894,8 @@ De pensioenuitvoerder verstrekt de pensioengerechtigde jaarlijks:
|
|||
|
||||
a. een opgave van zijn pensioenrecht;
|
||||
b. een opgave van de opgebouwde aanspraken op nabestaandenpensioen wanneer de beroepspensioenregeling daarin voorziet;
|
||||
c. informatie over toeslagverlening;
|
||||
d. informatie over vermindering van pensioenaanspraken en pensioenrechten op grond van artikel 129;
|
||||
c. voor zover van toepassing, informatie over toeslagverlening;
|
||||
d. voor zover van toepassing, informatie over vermindering van pensioenaanspraken en pensioenrechten op grond van artikel 129;
|
||||
e. informatie over garanties; en
|
||||
f. informatie over het land waar het pensioen is ondergebracht en de toezichthouder waar het pensioen onder valt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -771,7 +905,7 @@ f. informatie over het land waar het pensioen is ondergebracht en de toezichthou
|
|||
|
||||
### Artikel 55a
|
||||
|
||||
**1.** De pensioenuitvoerder die bereid is op te treden als ontvangende pensioenuitvoerder informeert degene die het uit een kapitaalregeling of premieregeling voortvloeiende kapitaal op de pensioendatum wenst aan te wenden voor een variabele uitkering over de voor hem relevante gevolgen en risico’s bij een variabele uitkering waaronder een opgave van de hoogte van de variabele uitkeringen en een opgave van de hoogte van de vastgestelde uitkeringen indien het kapitaal daarvoor zou worden aangewend. Deze opgaven worden, voor zover het ouderdomspensioen betreft, tevens weergegeven op basis van een pessimistisch scenario, een verwacht scenario en een optimistisch scenario. De pensioenuitvoerder die een spreidingsperiode van langer dan vijf jaar aanbiedt, informeert de deelnemer expliciet over de voor hem relevante gevolgen en risico’s daarvan.
|
||||
**1.** De pensioenuitvoerder die bereid is op te treden als ontvangende pensioenuitvoerder informeert degene die het uit een flexibele premieregeling of premie-uitkeringsregeling voortvloeiende kapitaal op de pensioendatum wenst aan te wenden voor een variabele uitkering over de voor hem relevante gevolgen en risico’s bij een variabele uitkering waaronder een opgave van de hoogte van de variabele uitkeringen en een opgave van de hoogte van de vastgestelde uitkeringen indien het kapitaal daarvoor zou worden aangewend. Deze opgaven worden, voor zover het ouderdomspensioen betreft, tevens weergegeven op basis van een pessimistisch scenario, een verwacht scenario en een optimistisch scenario. De pensioenuitvoerder die een spreidingsperiode van langer dan vijf jaar aanbiedt, informeert de deelnemer expliciet over de voor hem relevante gevolgen en risico’s daarvan.
|
||||
|
||||
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot dit artikel over onder meer de te verstrekken informatie, de rekenregels en de wijze waarop de informatie wordt verstrekt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -783,8 +917,8 @@ De pensioenuitvoerder informeert een deelnemer voorafgaand aan de deelneming in
|
|||
|
||||
a. de inhoud van de vrijwillige pensioenregeling;
|
||||
b. een opgave van de reglementair te bereiken pensioenaanspraken uit hoofde van de vrijwillige pensioenregeling;
|
||||
c. de toeslagverlening;
|
||||
d. vermindering van pensioenaanspraken en pensioenrechten op grond van artikel 129;
|
||||
c. voor zover van toepassing, de toeslagverlening;
|
||||
d. voor zover van toepassing, vermindering van pensioenaanspraken en pensioenrechten op grond van artikel 129;
|
||||
e. voor zover van toepassing, informatie over beleggingsresultaten; en
|
||||
f. voor zover van toepassing, informatie over de structuur van de kosten die door deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden worden gedragen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -808,7 +942,7 @@ a. informatie over de gehanteerde aannamen bij de weergave van ouderdomspensioen
|
|||
b. de voor hem relevante informatie over beleggingen; en
|
||||
c. informatie over andere bij algemene maatregel van bestuur te bepalen onderwerpen.
|
||||
|
||||
**2.** De pensioenuitvoerder verstrekt de deelnemer, de gewezen deelnemer of de gewezen partner op verzoek informatie die specifiek voor hem relevant is waaronder een indicatie van het mogelijk te bereiken kapitaal op de pensioendatum bij premieregelingen waarbij de premie wordt belegd en een indicatie van de hoogte van de in te kopen periodieke uitkeringen bij aanwending van het mogelijk te bereiken kapitaal bij kapitaalregelingen en premieregelingen.
|
||||
**2.** De pensioenuitvoerder verstrekt de deelnemer, de gewezen deelnemer of de gewezen partner op verzoek informatie die specifiek voor hem relevant is waaronder een indicatie van het mogelijk te bereiken kapitaal op de pensioendatum bij flexibele premieregelingen of premie-uitkeringsregelingen en een indicatie van de hoogte van de in te kopen periodieke uitkeringen bij aanwending van het mogelijk te bereiken kapitaal bij flexibele premieregelingen en bij premie-uitkeringsregelingen.
|
||||
|
||||
**3.** De indicaties, bedoeld in het tweede lid, worden, voor zover het ouderdomspensioen betreft, tevens weergegeven op basis van een pessimistisch scenario, een verwacht scenario en een optimistisch scenario.
|
||||
|
||||
|
|
@ -836,8 +970,9 @@ Voor zover van toepassing stelt de pensioenuitvoerder op zijn website voor de de
|
|||
a. informatie over de gevolgen van significante wijzigingen in de technische voorzieningen;
|
||||
b. informatie over het financieel crisisplan;
|
||||
c. informatie over het herstelplan of geactualiseerd herstelplan;
|
||||
d. het pensioenreglement; en
|
||||
e. de uitvoeringsovereenkomst.
|
||||
d. informatie over de beleggingen en het beleggingsbeleid;
|
||||
e. het pensioenreglement; en
|
||||
f. de uitvoeringsovereenkomst.
|
||||
|
||||
**3.** Voor zover van toepassing stelt de pensioenuitvoerder op zijn website voor een ieder de verklaring inzake beleggingsbeginselen beschikbaar.
|
||||
|
||||
|
|
@ -855,7 +990,7 @@ e. de uitvoeringsovereenkomst.
|
|||
|
||||
### Artikel 58a
|
||||
|
||||
**1.** Voorafgaand aan de totstandkoming van een overeenkomst inzake een pensioenuitkering stelt een verzekeraar die bereid is op te treden als ontvangende pensioenuitvoerder, op basis van informatie die verstrekt is door de betrokkene die het uit een kapitaalregeling of premieregeling voortvloeiende kapitaal op de pensioendatum wenst aan te wenden voor een pensioenuitkering, de wensen en behoeften van de betrokkene vast en verstrekt hij de betrokkene informatie over overeenkomsten inzake een pensioenuitkering om hem in staat te stellen met kennis van zaken een beslissing te nemen.
|
||||
**1.** Voorafgaand aan de totstandkoming van een overeenkomst inzake een pensioenuitkering stelt een verzekeraar die bereid is op te treden als ontvangende pensioenuitvoerder, op basis van informatie die verstrekt is door de betrokkene die het uit een flexibele premieregeling en premie-uitkeringsregeling voortvloeiende kapitaal op de pensioendatum wenst aan te wenden voor een pensioenuitkering, de wensen en behoeften van de betrokkene vast en verstrekt hij de betrokkene informatie over overeenkomsten inzake een pensioenuitkering om hem in staat te stellen met kennis van zaken een beslissing te nemen.
|
||||
|
||||
**2.** Een door de verzekeraar voorgestelde pensioenuitkering is in overeenstemming met de wensen en behoeften van de betrokkene.
|
||||
|
||||
|
|
@ -877,28 +1012,41 @@ Indien een verzekeraar de betrokkene adviseert over een overeenkomst inzake een
|
|||
|
||||
**2.** De pensioenuitvoerder bevordert dat persoonlijke informatie aansluit bij de informatiebehoefte en kenmerken van de deelnemer, gewezen deelnemer, gewezen partner of pensioengerechtigde.
|
||||
|
||||
**3.** De pensioenuitvoerder bevordert dat de informatie de deelnemer, gewezen deelnemer, gewezen partner of pensioengerechtigde inzicht geeft in de keuzemogelijkheden die er zijn in de beroepspensioenregeling en de gevolgen van belangrijke gebeurtenissen voor het pensioen.
|
||||
**3.** De pensioenuitvoerder bevordert dat de informatie de deelnemer, gewezen deelnemer, gewezen partner of pensioengerechtigde inzicht geeft in de keuzemogelijkheden die er zijn in de beroepspensioenregeling, de gevolgen van belangrijke gebeurtenissen voor het pensioen en de gevolgen van een keuze of combinatie van keuzes voor het pensioen.
|
||||
|
||||
**4.** De informatie, bedoeld in de artikelen 49, eerste lid, 51, eerste lid, 53, eerste lid, en 55, eerste lid, wordt verstrekt door middel van een uniform pensioenoverzicht. In het uniform pensioenoverzicht wordt een verwijzing opgenomen naar de website van de pensioenuitvoerder, de website waarop het pensioenregister te raadplegen is en wordt gewezen op de mogelijkheden die artikel 57 biedt.
|
||||
**4.** De pensioenuitvoerder bevordert dat de informatie de deelnemer, gewezen deelnemer, gewezen partner of pensioengerechtigde aanzet tot relevante actie.
|
||||
|
||||
**5.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot dit artikel over onder meer het uniform pensioenoverzicht en het verstrekken van informatie door middel van het uniform pensioenoverzicht.
|
||||
**5.** De informatie, bedoeld in de artikelen 49, eerste lid, 51, eerste lid, 53, eerste lid, en 55, eerste lid, wordt verstrekt door middel van een uniform pensioenoverzicht. In het uniform pensioenoverzicht wordt een verwijzing opgenomen naar de website van de pensioenuitvoerder, de website waarop het pensioenregister te raadplegen is en wordt gewezen op de mogelijkheden die artikel 57 biedt.
|
||||
|
||||
**6.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot dit artikel.
|
||||
|
||||
### Artikel 59a
|
||||
|
||||
De pensioenuitvoerder begeleidt de deelnemer, gewezen deelnemer, gewezen partner of pensioengerechtigde op een adequate wijze bij het maken van een keuze binnen de beroepspensioenregeling, zorgt voor de inrichting van de keuzeomgeving en stelt de deelnemer, gewezen deelnemer, gewezen partner of pensioengerechtigde daarmee in staat om een passende keuze te maken.
|
||||
|
||||
### Artikel 59b
|
||||
|
||||
**1.** Een pensioenuitvoerder draagt zorg voor een adequate behandeling van klachten van deelnemers, gewezen deelnemers, andere aanspraakgerechtigden of pensioengerechtigden. Hiertoe beschikt de pensioenuitvoerder over een interne klachten- en geschillenprocedure.
|
||||
|
||||
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot dit artikel.
|
||||
|
||||
### Artikel 59c
|
||||
|
||||
**1.** Een pensioenuitvoerder is aangesloten bij een door Onze Minister aangewezen instantie tot beslechting van geschillen tussen deelnemers, gewezen deelnemers, andere aanspraakgerechtigden of pensioengerechtigden enerzijds en pensioenuitvoerders anderzijds, tenzij een dergelijke instantie er niet is. Van een besluit tot aanwijzing of intrekking van een aangewezen instantie wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant. De Implementatiewet buitengerechtelijke geschillenbeslechting consumenten is van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de artikelen 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19 en 20, met dien verstande dat voor «consument» telkens wordt gelezen: deelnemer, gewezen deelnemer, andere aanspraakgerechtigde of pensioengerechtigde en dat voor «ondernemer» telkens wordt gelezen: pensioenuitvoerder.
|
||||
|
||||
**2.** In aanvulling op de bij de Implementatiewet buitengerechtelijke geschillenbeslechting consumenten gestelde regels, worden bij algemene maatregel van bestuur nadere regels gesteld met betrekking tot de aan de geschilleninstantie te stellen eisen en de geschillenprocedure, alsmede regels met betrekking tot de door de geschilleninstantie aan Onze Minister te verstrekken informatie.
|
||||
|
||||
### Artikel 60
|
||||
|
||||
**1.** De pensioenuitvoerder verstrekt de informatie elektronisch of schriftelijk. Er wordt ten hoogste eenmaal per jaar gewisseld tussen schriftelijke verstrekking en elektronische verstrekking van de informatie.
|
||||
**1.** De pensioenuitvoerder verstrekt de informatie elektronisch, schriftelijk of via een website, waarbij informatieverstrekking via een website wordt gecombineerd met persoonlijk attenderen als er nieuwe of gewijzigde informatie op de website staat.
|
||||
|
||||
**2.** De pensioenuitvoerder informeert de deelnemer, gewezen deelnemer, gewezen partner of pensioengerechtigde schriftelijk of elektronisch over het voornemen tot elektronische verstrekking.
|
||||
**2.** Indien de deelnemer, gewezen deelnemer, gewezen partner of pensioengerechtigde niet heeft bepaald op welke wijze hij informatie wil ontvangen, verstrekt de pensioenuitvoerder de informatie schriftelijk, elektronisch of via een website. Bij verstrekking via een website wordt de deelnemer, gewezen deelnemer, gewezen partner of pensioengerechtigde persoonlijk geattendeerd op deze website en op de mogelijkheid te kiezen voor een andere wijze van informatieverstrekking. De pensioenuitvoerder meldt op de website dat informatie ook elektronisch of schriftelijk kan worden verstrekt en biedt op de website de mogelijkheid om de wijze van informatieverstrekking te regelen. Het persoonlijk attenderen gebeurt elektronisch, indien het email adres bij de pensioenuitvoerder bekend is, of schriftelijk.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
**3.** Er wordt ten hoogste een maal per jaar gewisseld in de wijze waarop informatie wordt verstrekt.
|
||||
|
||||
De pensioenuitvoerder verstrekt de informatie schriftelijk, indien de deelnemer, gewezen deelnemer, gewezen partner of pensioengerechtigde over het voornemen tot elektronische verstrekking, bedoeld in het tweede lid:
|
||||
**4.** Indien de pensioenuitvoerder de deelnemer of de gewezen deelnemer elektronisch of via een website informatie verstrekt, is hij verplicht de elektronisch of via een website verstrekte informatie te bewaren tot één jaar na het overlijden van de pensioengerechtigde dan wel tot één jaar na het aflopen van de uitkering aan de nabestaanden. De deelnemer of de gewezen deelnemer kan ten hoogste eenmaal per jaar de elektronisch of via een website verstrekte informatie opvragen.
|
||||
|
||||
a. schriftelijk is geïnformeerd en hij bezwaar heeft gemaakt tegen elektronische verstrekking; of
|
||||
b. elektronisch om instemming is gevraagd en hij niet heeft ingestemd met elektronische verstrekking.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de pensioenuitvoerder de deelnemer of de gewezen deelnemer elektronisch informatie verstrekt, is hij verplicht de elektronisch verstrekte informatie te bewaren tot één jaar na het overlijden van de pensioengerechtigde dan wel tot één jaar na het aflopen van de uitkering aan de nabestaanden. De deelnemer of de gewezen deelnemer kan ten hoogste eenmaal per jaar de elektronisch verstrekte informatie opvragen.
|
||||
|
||||
**5.** De pensioenuitvoerder verstrekt de deelnemer, gewezen deelnemer, gewezen partner of pensioengerechtigde aan wie de informatie elektronisch wordt verstrekt, op verzoek een papieren afschrift van de informatie.
|
||||
**5.** De pensioenuitvoerder verstrekt de deelnemer, gewezen deelnemer, gewezen partner of pensioengerechtigde aan wie de informatie elektronisch of via een website wordt verstrekt, op verzoek een papieren afschrift van de informatie.
|
||||
|
||||
**6.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot dit artikel.
|
||||
|
||||
|
|
@ -910,13 +1058,24 @@ b. elektronisch om instemming is gevraagd en hij niet heeft ingestemd met elektr
|
|||
|
||||
**3.** Indien de pensioenuitvoerder kosten maakt in verband met werkzaamheden die voortvloeien uit het feit dat de deelnemer, gewezen deelnemer, pensioengerechtigde of gewezen partner verzuimd heeft de pensioenuitvoerder omtrent een wijziging van adres te informeren, kan de pensioenuitvoerder deze kosten bij deze in rekening brengen, maar kunnen deze kosten niet direct in mindering worden gebracht op de uitkering.
|
||||
|
||||
**4.** Indien het bij de pensioenuitvoerder bekende adres voor de elektronische verstrekking van informatie onjuist blijkt, verstrekt de pensioenuitvoerder de informatie schriftelijk.
|
||||
**4.** Indien het bij de pensioenuitvoerder bekende adres voor de elektronische verstrekking van informatie onjuist blijkt, biedt de pensioenuitvoerder de mogelijkheid het juiste adres voor elektronische verstrekking van informatie op te geven.
|
||||
|
||||
### Artikel 62
|
||||
|
||||
**1.** Er is een pensioenregister, ingericht en in stand gehouden door de pensioenuitvoerders, dat tot doel heeft op duidelijke en begrijpelijke wijze de aanspraakgerechtigde of de pensioengerechtigde in de gelegenheid te stellen gegevens over zijn pensioenaanspraken en pensioenrechten te raadplegen, waarbij deze gegevens, voor zover het ouderdomspensioen betreft, tevens weergegeven worden op basis van een pessimistisch scenario, een verwacht scenario en een optimistisch scenario. Het pensioenregister heeft verder tot doel inzicht te geven in de hoogte van het te bereiken pensioen, de keuzes ten aanzien van het pensioen, waaronder de mogelijkheid tot omzetting in een variabele uitkering, en de gevolgen van deze keuzes en van belangrijke gebeurtenissen op het pensioen van de aanspraakgerechtigde of de pensioengerechtigde. Onder pensioenaanspraken en pensioenrechten in de zin van dit artikel worden tevens verstaan aanspraken op ouderdomspensioen en recht op ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
**2.** Het pensioenregister heeft mede tot doel op verzoek de pensioenuitvoerder te informeren bij welke andere pensioenuitvoerder een gewezen deelnemer pensioenaanspraken opbouwt ten behoeve van de toepassing van artikel 81a.
|
||||
Er is een pensioenregister, ingericht en in stand gehouden door de pensioenuitvoerders. Dit pensioenregister heeft de volgende doelen:
|
||||
|
||||
a. op duidelijke wijze de aanspraakgerechtigde of de pensioengerechtigde in de gelegenheid stellen gegevens over zijn pensioenaanspraken en pensioenrechten te raadplegen, waarbij deze gegevens, voor zover het ouderdomspensioen betreft, tevens weergegeven worden op basis van een pessimistisch scenario, een verwacht scenario en een optimistisch scenario, en waarbij onder pensioenaanspraken en pensioenrechten in de zin van dit artikel mede worden verstaan aanspraken op ouderdomspensioen en recht op ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet;
|
||||
b. inzicht geven in de hoogte van het te bereiken pensioen, de keuzes ten aanzien van het pensioen, en de gevolgen van deze keuzes en van belangrijke gebeurtenissen op het pensioen van de aanspraakgerechtigde of de pensioengerechtigde; en
|
||||
c. een melding te geven indien er geen ouderdomspensioen wordt opgebouwd.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het pensioenregister heeft mede tot doel op verzoek:
|
||||
|
||||
a. de pensioenuitvoerder te informeren bij welke andere pensioenuitvoerder een gewezen deelnemer pensioenaanspraken opbouwt ten behoeve van de toepassing van artikel 81a; en
|
||||
b. van de deelnemer, de gewezen deelnemer, gewezen partner of pensioengerechtigde de gegevens aan een door de deelnemer, de gewezen deelnemer, gewezen partner of pensioengerechtigde aan te wijzen pensioenuitvoerder te verstrekken ten behoeve van de toepassing van artikel 59a, voor zover deze aangewezen uitvoerder daarmee heeft ingestemd.
|
||||
|
||||
**3.** De pensioenuitvoerder verstrekt op verzoek van de aanspraakgerechtigde of de pensioengerechtigde tijdig zijn gegevens met betrekking tot pensioenaanspraken en pensioenrechten door middel van het pensioenregister.
|
||||
|
||||
|
|
@ -934,15 +1093,27 @@ b. elektronisch om instemming is gevraagd en hij niet heeft ingestemd met elektr
|
|||
|
||||
**10.** Hetgeen bij of krachtens hoofdstuk 6 van toepassing is bij het toezicht op de uitvoering van dit artikel door pensioenuitvoerders is van overeenkomstige toepassing op de uitvoering van dit artikel door de instelling, bedoeld in het zesde lid.
|
||||
|
||||
**11.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot dit artikel over onder meer de scenario’s, de actualisatie van de te verstrekken gegevens, het opnemen van gegevens met betrekking tot de keuzes ten aanzien van het pensioen en de gevolgen van deze keuzes en van belangrijke gebeurtenissen op het pensioen en de fasering van het opnemen van deze gegevens.
|
||||
**11.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot dit artikel over onder meer de gegevensverstrekking aan de aangewezen pensioenuitvoerder, de scenario’s, de actualisatie van de te verstrekken gegevens, het opnemen van gegevens met betrekking tot de keuzes ten aanzien van het pensioen en de gevolgen van deze keuzes en van belangrijke gebeurtenissen op het pensioen en de fasering van het opnemen van deze gegevens.
|
||||
|
||||
### Artikel 62a
|
||||
|
||||
**1.** De instelling, bedoeld in artikel 62, zesde lid, stelt een gebruikersorgaan in samengesteld uit gebruikers van het pensioenregister. Het gebruikersorgaan overlegt met en adviseert het bestuur van de instelling over voorgenomen besluitvorming over opzet, bestaan en werking van het pensioenregister, waaronder in ieder geval wordt verstaan de functionaliteiten en ontwikkeling van het pensioenregister alsmede de wijze waarop het pensioenregister invulling geeft aan haar wettelijke taak.
|
||||
|
||||
**2.** De instelling stelt een regeling vast voor samenstelling, werkwijze, taken en bevoegdheden van het gebruikersorgaan.
|
||||
|
||||
**3.** Het bestuur van de instelling en het gebruikersorgaan komen ten minste twee maal per kalenderjaar in vergadering bijeen. Tijdens deze vergaderingen worden de aangelegenheden aan de orde gesteld waarover het bestuur of het gebruikersorgaan overleg wenselijk acht.
|
||||
|
||||
**4.** De instelling verstrekt desgevraagd aan het gebruikersorgaan tijdig alle inlichtingen en gegevens die deze redelijkerwijs nodig heeft voor de vervulling van de taak.
|
||||
|
||||
**5.** De instelling deelt het gebruikersorgaan onderbouwd mee waarom het een advies niet of niet geheel volgt.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3. Opbouw, financiering en aanspraken
|
||||
|
||||
### Artikel 63
|
||||
|
||||
**1.** Bij de uitvoering van een premieregeling met beleggingsvrijheid in de opbouwfase is de pensioenuitvoerder verantwoordelijk voor de beleggingen en handelt daarbij overeenkomstig artikel 130.
|
||||
**1.** Bij de uitvoering van een flexibele premieregeling met beleggingsvrijheid in de opbouwfase en een premie-uitkeringsregeling voor zover de premie wordt belegd met beleggingsvrijheid in de opbouwfase is de pensioenuitvoerder verantwoordelijk voor de beleggingen en handelt daarbij overeenkomstig artikel 130.
|
||||
|
||||
**2.** De pensioenuitvoerder biedt de deelnemer en de gewezen deelnemer de mogelijkheid de verantwoordelijkheid voor de beleggingen over te nemen.
|
||||
**2.** De pensioenuitvoerder biedt de deelnemer of gewezen deelnemer in een flexibele premieregeling of in een premie-uitkeringsregeling tot het moment dat het opgebouwde kapitaal of de beschikbaar gestelde premie geheel of gedeeltelijk wordt aangewend voor een aanspraak op een vastgestelde uitkering vanaf de pensioendatum, de mogelijkheid om de verantwoordelijkheid voor de beleggingen over te nemen.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de deelnemer of de gewezen deelnemer de verantwoordelijkheid voor de beleggingen heeft overgenomen, adviseert de pensioenuitvoerder de deelnemer of de gewezen deelnemer over de spreiding van de beleggingen in relatie tot de duur van de periode tot pensioendatum, waarbij het beleggingsrisico kleiner wordt naarmate de pensioendatum nadert.
|
||||
|
||||
|
|
@ -960,7 +1131,7 @@ beleggingen van de deelnemer of gewezen deelnemer zich binnen de op basis van he
|
|||
|
||||
### Artikel 63a
|
||||
|
||||
**1.** Bij de uitvoering van een premieregeling zonder beleggingsvrijheid in de opbouwfase of een variabele uitkering voortvloeiend uit een premieregeling of kapitaalregeling is de pensioenuitvoerder verantwoordelijk voor de beleggingen en voert een beleggingsbeleid overeenkomstig artikel 130. Bij de uitvoering van dit beleggingsbeleid wordt rekening gehouden met de leeftijd van de deelnemers, gewezen deelnemers of pensioengerechtigden.
|
||||
**1.** Bij de uitvoering van een premieregeling in de opbouwfase, een premie-uitkeringsregeling voor zover de premie wordt belegd of een variabele uitkering is de pensioenuitvoerder verantwoordelijk voor de beleggingen en voert een beleggingsbeleid overeenkomstig artikel 130. Bij de uitvoering van dit beleggingsbeleid wordt rekening gehouden met de risicohouding van de deelnemers, gewezen deelnemers of pensioengerechtigden.
|
||||
|
||||
**2.** Bij de uitvoering, bedoeld in het eerste lid, handelt de pensioenuitvoerder in het belang van de deelnemer, gewezen deelnemer of pensioengerechtigde.
|
||||
|
||||
|
|
@ -972,6 +1143,18 @@ beleggingen van de deelnemer of gewezen deelnemer zich binnen de op basis van he
|
|||
|
||||
**6.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot dit artikel over onder meer de uitvoering van het beleggingsbeleid.
|
||||
|
||||
### Artikel 63b
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De pensioenuitvoerder, bedoeld in
|
||||
|
||||
artikel 63a, baseert zijn beleggingsbeleid en de toedelingsregels voor het beleggingsrisico op de risicohouding van de deelnemers, gewezen deelnemers of pensioengerechtigden. Bij het vaststellen van de risicohouding wordt in ieder geval onderscheid gemaakt naar leeftijdscohorten en wordt per leeftijdscohort een risicohouding vastgesteld.
|
||||
|
||||
**2.** De risicohouding wordt door de pensioenuitvoerder vastgesteld en periodiek getoetst, waarbij gebruik wordt gemaakt van onderzoek naar de risicopreferentie van de deelnemers, gewezen deelnemers of pensioengerechtigden, wetenschappelijke inzichten en deelnemerskenmerken. De resultaten hiervan worden door een beroepspensioenfonds beoordeeld na overleg met de andere organen van het beroepspensioenfonds. De toetsing van de risicohouding vindt plaats ten minste eenmaal in vijf jaar en bij een ingrijpende wijziging.
|
||||
|
||||
**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over dit artikel.
|
||||
|
||||
### Artikel 64
|
||||
|
||||
De pensioenuitvoerder betaalt de uitkering uit hoofde van een pensioenrecht op verzoek van de pensioengerechtigde in een andere lidstaat van de Europese Unie dan de lidstaat waar die pensioenuitvoerder is gevestigd, waarbij transactiekosten op de uitkering uit hoofde van het pensioenrecht in mindering kunnen worden gebracht.
|
||||
|
|
@ -984,29 +1167,32 @@ De pensioenuitvoerder betaalt de uitkering uit hoofde van een pensioenrecht op v
|
|||
|
||||
**3.** Van de in het eerste lid genoemde termijn kan worden afgeweken indien het beëindigen van het beroep van die deelnemer wordt veroorzaakt door arbeidsongeschiktheid. De periode waarin sprake kan zijn van vrijwillige voortzetting is dan ten hoogste drie jaar of de duur van de arbeidsongeschiktheid indien deze langer is.
|
||||
|
||||
**4.** De deelnemer die vrijwillig wil voortzetten doet binnen negen maanden vanaf de beëindiging van het beroep een verzoek daartoe bij de pensioenuitvoerder.
|
||||
**4.** De deelnemer die vrijwillig wil voortzetten doet binnen negen maanden vanaf de beëindiging van het beroep een verzoek daartoe bij de pensioenuitvoerder. De vrijwillige voortzetting begint uiterlijk vijftien maanden na beëindiging van de beroep. Artikel 22, derde lid, is niet van toepassing op de periode vanaf de beëindiging van het beroep tot het begin van de vrijwillige voortzetting.
|
||||
|
||||
**5.** De vrijwillige voortzetting begint uiterlijk vijftien maanden na beëindiging van het beroep. Artikel 22, derde lid, is niet van toepassing op de periode vanaf de beëindiging van het beroep tot het begin van de vrijwillige voortzetting.
|
||||
**5.** Voor zover de beroepspensioenregeling daar in voorziet kan, in afwijking van het vierde lid, de gewezen beroepsgenoot, bedoeld in het tweede lid, die vrijwillig wil voortzetten een verzoek daartoe doen bij de pensioenuitvoerder uiterlijk binnen drie jaar vanaf de beëindiging van het beroep. De vrijwillige voortzetting begint uiterlijk zes maanden na het verzoek daartoe. Artikel 22, derde lid, is niet van toepassing op de periode vanaf de beëindiging van het beroep tot het begin van de vrijwillige voortzetting.
|
||||
|
||||
### Artikel 66
|
||||
|
||||
**1.** Bij beëindiging van de deelneming behoudt de gewezen deelnemer de tot dat moment opgebouwde pensioenaanspraken indien er sprake is van een uitkeringsregeling of een kapitaalregeling. Deze pensioenaanspraak dient volledig gefinancierd te zijn op het moment van beëindiging. In geval van premievrijmaking op grond van artikel 39, vierde lid, wordt daarmee bij de vaststelling van de opgebouwde aanspraken rekening gehouden.
|
||||
**1.** Bij een solidaire premieregeling of een flexibele premieregeling wordt bij beëindiging van de deelneming het tot op dat moment ontstane voor pensioenuitkering bestemd vermogen of kapitaal voortvloeiend uit de tot de beëindiging beschikbaar gestelde premies belegd in overeenstemming met de afspraken hierover in de beroepspensioenregeling.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
**2.** Bij een premie-uitkeringsregeling wordt bij beëindiging van de deelneming het tot op dat moment ontstane kapitaal voortvloeiend uit de tot de beëindiging beschikbaar gestelde premies belegd in overeenstemming met de afspraken hierover in de beroepspensioenregeling. Indien de gewezen deelnemer voor beëindiging van de deelneming de premie of het uit de premie voortvloeiende kapitaal heeft aangewend voor aanspraak op een vastgestelde uitkering vanaf de pensioendatum behoudt de gewezen deelnemer deze pensioenaanspraak. Deze pensioenaanspraak dient volledig gefinancierd te zijn op het moment van beëindiging. In geval van premievrijmaking op grond van artikel 39, vierde lid, wordt daarmee bij de vaststelling van de opgebouwde aanspraken rekening gehouden.
|
||||
|
||||
Bij een premieregeling wordt bij beëindiging van de deelneming de vaststelling van de pensioenaanspraken als volgt uitgevoerd: het tot op dat moment ontstane kapitaal voortvloeiend uit de tot de beëindiging beschikbaar gestelde premies wordt:
|
||||
**3.** Deelnemers en andere aanspraakgerechtigden die na beëindiging van de deelneming aan een beroepspensioenregeling naar een andere lidstaat van de Europese Unie verhuizen behouden hun pensioenaanspraak in dezelfde mate als deelnemers en andere aanspraakgerechtigden die na beëindiging van de deelneming in Nederland blijven.
|
||||
|
||||
a. belegd tot de pensioendatum;
|
||||
b. aangewend voor de aankoop van een verzekerd kapitaal dat beschikbaar komt op de pensioendatum; of
|
||||
c. aangewend voor een verzekerde vastgestelde uitkering vanaf de pensioendatum, al dan niet in combinatie met een aanspraak op nabestaandenpensioen.
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
**3.** Indien de opzet van de premieregeling zodanig is dat de beschikbaar gestelde premie direct, en niet pas bij de beëindiging van de deelneming, wordt aangewend voor een uitkering of kapitaal, dan geldt het eerste lid.
|
||||
Indien de beroepspensioenregeling voorziet in een nabestaandenpensioen op risicobasis wordt de dekking uit hoofde van het nabestaandenpensioen voortgezet, waarbij voor de hoogte van de dekking wordt uitgegaan van de situatie op de dag voor beëindiging van de deelneming:
|
||||
|
||||
**4.** Deelnemers en andere aanspraakgerechtigden die na beëindiging van de deelneming aan een beroepspensioenregeling naar een andere lidstaat van de Europese Unie verhuizen behouden hun pensioenaanspraak in dezelfde mate als deelnemers en andere aanspraakgerechtigden die na beëindiging van de deelneming in Nederland blijven.
|
||||
a. gedurende de periode dat de gewezen deelnemer direct na beëindiging van de deelneming recht heeft op een uitkering op grond van de Werkloosheidswet of een werkloosheidsuitkering van zijn woonland en de uitkering ontvangt, waarbij voor de hoogte van de dekking rekening wordt gehouden met de omvang van de werkloosheid;
|
||||
b. gedurende de periode dat de gewezen deelnemer direct aansluitend op de voortzetting van het nabestaandenpensioen op grond van onderdeel a recht heeft op een uitkering op grond van de Ziektewet en deze uitkering ontvangt;
|
||||
c. gedurende de periode dat de gewezen deelnemer direct aansluitend op de voortzetting van het nabestaandenpensioen op grond van onderdeel b recht heeft op een uitkering als bedoeld in onderdeel a en de uitkering ontvangt, waarbij voor de hoogte van de dekking rekening wordt gehouden met de omvang van de werkloosheid;
|
||||
d. gedurende de periode dat de gewezen deelnemer direct na de beëindiging van de deelneming recht heeft op een uitkering op grond van de Ziektewet en de uitkering ontvangt; of
|
||||
e. gedurende de periode dat de gewezen deelnemer direct aansluitend op de voortzetting van het nabestaandenpensioen op grond van onderdeel d recht heeft op een uitkering als bedoeld in onderdeel a en deze uitkering ontvangt, waarbij voor de hoogte van de dekking rekening wordt gehouden met de omvang van de werkloosheid; dan wel
|
||||
f. gedurende een periode van drie maanden, tenzij in de beroepspensioenregeling een periode van zes maanden is opgenomen, rechtstreeks na beëindiging van de deelneming indien er geen sprake is van een aansluitend dienstverband of een uitkering als bedoeld in onderdeel a, b, c, d of e doch uiterlijk tot het moment dat sprake is van een nieuw dienstverband dan wel de ingangsdatum van het ouderdomspensioen.
|
||||
|
||||
**5.** Indien de pensioenregeling voorziet in een partnerpensioen op risicobasis behoudt de deelnemer, die na beëindiging van de deelneming recht heeft op een uitkering op grond van de Werkloosheidswet gedurende de periode dat hij de uitkering ontvangt, aanspraak op partnerpensioen ten behoeve van zijn partner. De hoogte van het partnerpensioen wordt vastgesteld alsof hetzelfde pensioen op opbouwbasis zou zijn overeengekomen, waarbij rekening wordt gehouden met het partnerpensioen verkregen op grond van artikel 73. Dit lid is van overeenkomstige toepassing op de deelnemer, die na beëindiging van de deelneming recht heeft op werkloosheidsuitkering van zijn woonland.
|
||||
**5.** In afwijking van het eerste en tweede lid en artikel 129 vervallen de pensioenaanspraken van een deelnemer bij beëindiging van de deelneming, indien op basis van de tot het tijdstip van beëindiging opgebouwde aanspraak op ouderdomspensioen de uitkering van het ouderdomspensioen op jaarbasis op de reguliere ingangsdatum niet meer zal bedragen dan € 2,– per jaar. De eerste zin is niet van toepassing indien de deelnemer verhuist naar een andere lidstaat en hij de pensioenuitvoerder daarover bij beëindiging van de deelneming heeft geïnformeerd.
|
||||
|
||||
**6.** In afwijking van het eerste en tweede lid en artikel 129 vervallen de pensioenaanspraken van een deelnemer bij beëindiging van de deelneming, indien op basis van de tot het tijdstip van beëindiging opgebouwde aanspraak op ouderdomspensioen de uitkering van het ouderdomspensioen op jaarbasis op de reguliere ingangsdatum niet meer zal bedragen dan € 2,– per jaar. De eerste zin is niet van toepassing indien de deelnemer verhuist naar een andere lidstaat en hij de pensioenuitvoerder daarover bij beëindiging van de deelneming heeft geïnformeerd.
|
||||
**6.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot dit artikel.
|
||||
|
||||
### Artikel 67
|
||||
|
||||
|
|
@ -1091,28 +1277,17 @@ c. een hoger en een eerder ingaand ouderdomspensioen.
|
|||
|
||||
**6.** Bij de keuze, bedoeld in het eerste of derde lid, is de toestemming vereist van de partner die begunstigde is voor het in het eerste lid bedoelde partnerpensioen.
|
||||
|
||||
**7.** Het vierde en vijfde lid zijn van toepassing op pensioenaanspraken die vanaf 1 januari 2007 zijn opgebouwd.
|
||||
**7.** Voorzover het bij de toepassing van het eerste lid pensioenaanspraken betreft die als gevolg van een premievrije voortzetting van die pensioenaanspraken worden opgebouwd, is het eerste lid van toepassing indien het recht op die premievrije voortzetting is ontstaan op of na 1 januari 2006.
|
||||
|
||||
**8.** Voorzover het bij de toepassing van het eerste lid pensioenaanspraken betreft die als gevolg van een premievrije voortzetting van die pensioenaanspraken worden opgebouwd, is het eerste lid van toepassing indien het recht op die premievrije voortzetting is ontstaan op of na 1 januari 2006.
|
||||
**8.** Elk beding strijdig met dit artikel is nietig.
|
||||
|
||||
**9.** In afwijking van het zevende lid kunnen het vierde en vijfde lid van toepassing zijn op pensioenaanspraken die zijn opgebouwd voor 1 januari 2007 indien dit is overeengekomen in de pensioenregeling.
|
||||
|
||||
**10.** Elk beding strijdig met dit artikel is nietig.
|
||||
|
||||
**11.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot het eerste tot en met het vijfde lid.
|
||||
**9.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot het eerste tot en met het vijfde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 73
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
**1.** Indien een beroepspensioenregeling voorziet in een ouderdomspensioen heeft de deelnemer of gewezen deelnemer met ingang van de datum waarop het ouderdomspensioen ingaat of kan ingaan het recht om in plaats van een deel van het ouderdomspensioen te kiezen voor partnerpensioen op opbouwbasis, onder de voorwaarde dat de hoogte van het partnerpensioen maximaal 70% bedraagt van het ouderdomspensioen dat na de uitruil resteert.
|
||||
|
||||
Indien een beroepspensioenregeling voorziet in een ouderdomspensioen, heeft de deelnemer of gewezen deelnemer het recht, in plaats van ouderdomspensioen of een deel van het ouderdomspensioen, te kiezen voor partnerpensioen in elk geval:
|
||||
|
||||
a. bij beëindiging van de deelneming; en
|
||||
b. met ingang van de datum waarop het ouderdomspensioen ingaat of kan ingaan;
|
||||
|
||||
waarbij de hoogte van het partnerpensioen maximaal 70 percent bedraagt van het ouderdomspensioen dat na de uitruil resteert.
|
||||
|
||||
**2.** Indien een beroepspensioenregeling voorziet in een ouderdomspensioen, biedt de pensioenuitvoerder de deelnemer bij beëindiging van de deelneming en in het laatste jaar voor ingang van het ouderdomspensioen standaard de mogelijkheid, genoemd in het eerste lid, aan.
|
||||
**2.** De pensioenuitvoerder biedt de deelnemer of gewezen deelnemer in het laatste jaar voor ingang van het ouderdomspensioen standaard de mogelijkheid, genoemd in het eerste lid, aan.
|
||||
|
||||
**3.** De pensioenuitvoerder waarborgt dat bij gebruikmaking van het keuzerecht geen onderscheid gemaakt wordt tussen mannen en vrouwen door vaststelling van een ruilvoet of opbouwkeuzevoet.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1133,7 +1308,23 @@ b. de deelnemer of gewezen deelnemer gehuwd is of een geregistreerde partnerrela
|
|||
|
||||
**9.** Indien de uitruil, bedoeld in het zevende lid, ertoe zou leiden dat het ouderdomspensioen op jaarbasis lager wordt dan het op grond van artikel 78 bepaalde bedrag wordt de in het achtste lid bedoelde verhouding tussen ouderdomspensioen en partnerpensioen zodanig aangepast dat het ouderdomspensioen op jaarbasis meer bedraagt dan het op grond van artikel 78 bepaalde bedrag.
|
||||
|
||||
**10.** Indien een beroepspensioenregeling voorziet in een partnerpensioen op risicobasis kan in de beroepspensioenregeling worden bepaald dat het zevende lid, aanhef en onderdeel b, van overeenkomstige toepassing is bij beëindiging van de deelneming. Het achtste en negende lid is van toepassing.
|
||||
### Artikel 73a
|
||||
|
||||
**1.** Indien een beroepspensioenregeling voorziet in een ouderdomspensioen en een partnerpensioen op risicobasis heeft de gewezen deelnemer na afloop van de periode waarin het nabestaandenpensioen op risicobasis op grond van artikel 66, vierde lid, wordt voortgezet recht om in plaats van ouderdomspensioen of een deel van het ouderdomspensioen te kiezen voor het voortzetten van het partnerpensioen op risicobasis.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
In afwijking van het eerste lid is er geen recht op uitruil:
|
||||
|
||||
a. indien de uitruil ertoe zou leiden dat op basis van de opgebouwde aanspraak op ouderdomspensioen de uitkering van het ouderdomspensioen op jaarbasis op de reguliere ingangsdatum minder zou bedragen dan het op basis van artikel 78 bepaalde bedrag;
|
||||
b. indien de pensioenregeling voorziet in een maximale duur voor de vrijwillige voortzetting die langer of gelijk is aan vijftien jaar, bij het bereiken van de maximale duur; of
|
||||
c. voor zover de pensioenregeling voorziet in een maximum voor de omvang van de uitruil bij het bereiken van dat maximum.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de gewezen deelnemer gebruik maakt van de keuzemogelijkheid, bedoeld in het eerste lid, informeert de pensioenuitvoerder de gewezen deelnemer jaarlijks over de gevolgen van voortzetting van de uitruil. De uitruil wordt stopgezet indien er niet langer recht op uitruil op grond van het tweede lid is, dan wel indien de gewezen deelnemer aangeeft de uitruil niet te willen voortzetten.
|
||||
|
||||
**4.** Artikel 73, derde, vierde en zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**5.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot dit artikel.
|
||||
|
||||
### Artikel 74
|
||||
|
||||
|
|
@ -1141,7 +1332,7 @@ b. de deelnemer of gewezen deelnemer gehuwd is of een geregistreerde partnerrela
|
|||
|
||||
Indien de beroepspensioenregeling de deelnemer of gewezen deelnemer de mogelijkheid biedt:
|
||||
|
||||
a. in plaats van een bepaald soort pensioen geheel of gedeeltelijk te kiezen voor een ander soort pensioen, dan het pensioen, bedoeld in de artikelen 72 en 73;
|
||||
a. in plaats van een bepaald soort pensioen geheel of gedeeltelijk te kiezen voor een ander soort pensioen, dan het pensioen, bedoeld in de artikelen 72, 73 en 73a;
|
||||
b. de ingangsdatum van het ouderdomspensioen te vervroegen of uit te stellen;
|
||||
c. de hoogte van het ouderdomspensioen te laten variëren als bedoeld in artikel 75; of
|
||||
d. tot een keuze anders dan bedoeld in de voorgaande onderdelen,
|
||||
|
|
@ -1150,13 +1341,9 @@ waarborgt de pensioenuitvoerder dat bij gebruikmaking van de keuzemogelijkheid g
|
|||
|
||||
**2.** Bij gebruikmaking van een in het eerste lid bedoelde keuzemogelijkheid is de toestemming vereist van de partner die begunstigde is voor partnerpensioen indien de hoogte daarvan door gebruikmaking van de keuzemogelijkheid wordt verlaagd.
|
||||
|
||||
**3.** Het eerste lid is van toepassing op pensioenaanspraken die vanaf 1 januari 2007 zijn opgebouwd.
|
||||
**3.** Voorzover het bij de toepassing van het eerste lid pensioenaanspraken betreft die als gevolg van een premievrije voortzetting van die aanspraken worden opgebouwd, is het eerste lid van toepassing indien het recht op die premievrije voortzetting is ontstaan op of na 1 januari 2006.
|
||||
|
||||
**4.** Voorzover het bij de toepassing van het eerste lid pensioenaanspraken betreft die als gevolg van een premievrije voortzetting van die aanspraken worden opgebouwd, is het eerste lid van toepassing indien het recht op die premievrije voortzetting is ontstaan op of na 1 januari 2006.
|
||||
|
||||
**5.** In afwijking van het derde lid kan het eerste lid van toepassing zijn op pensioenaanspraken die zijn opgebouwd voor 1 januari 2007 indien dit is overeengekomen in de beroepspensioenregeling.
|
||||
|
||||
**6.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot het eerste lid.
|
||||
**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot het eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 75
|
||||
|
||||
|
|
@ -1171,7 +1358,7 @@ b. de mate van variatie uiterlijk op de ingangsdatum van het pensioen wordt vast
|
|||
|
||||
**3.** In afwijking in zoverre van het eerste lid, onderdeel b, wordt bij een aanpassing van de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, na de ingang van het pensioen, de mate van variatie uiterlijk vastgesteld bij het bereiken van de hoogste pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, die op enig moment na de ingangsdatum van het pensioen geldt of heeft gegolden voor de pensioengerechtigde.
|
||||
|
||||
**4.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt bij variabele uitkeringen de mate van variatie vastgesteld uitgaande van de rendementsverwachtingen op de ingangsdatum van het pensioen. Bij variabele uitkeringen blijven aanpassingen buiten aanmerking voor zover deze het gevolg zijn van de omstandigheid dat de opgetreden ontwikkeling van de levensverwachting, de behaalde sterfteresultaten of de behaalde beleggingsresultaten tot hogere of lagere uitkeringen leiden dan op de ingangsdatum van het pensioen het uitgangspunt was.
|
||||
**4.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt bij variabele uitkeringen de mate van variatie vastgesteld uitgaande van de rendementsverwachtingen op de ingangsdatum van het pensioen. Bij variabele uitkeringen blijven aanpassingen buiten aanmerking voor zover deze het gevolg zijn van de omstandigheid dat de opgetreden ontwikkeling van de levensverwachting, de behaalde sterfteresultaten of de behaalde beleggingsresultaten tot hogere of lagere uitkeringen leiden dan op de ingangsdatum van het pensioen het uitgangspunt was of sprake is van een periodieke vaste daling of vaste stijging van de uitkering of toepassing van een projectierendement hoger of lager dan de risicovrije rente als bedoeld in artikel 75a, derde lid.
|
||||
|
||||
**5.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot dit artikel.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1179,40 +1366,33 @@ b. de mate van variatie uiterlijk op de ingangsdatum van het pensioen wordt vast
|
|||
|
||||
**1.** Onverminderd artikel 75 kan de hoogte van een variabele uitkering na de ingangsdatum van het pensioen variëren door de verwerking van financiële mee- of tegenvallers als gevolg van het beleggingsrisico, de ontwikkeling van het sterfteresultaat of de ontwikkeling van de levensverwachting.
|
||||
|
||||
**2.** De verwerking van financiële mee- of tegenvallers die het gevolg zijn van het beleggingsrisico of van de ontwikkeling van de levensverwachting gebeurt door middel van individuele toedeling of door middel van een collectief toedelingsmechanisme. De verwerking van financiële mee- of tegenvallers die het gevolg zijn van het sterfteresultaat gebeurt door middel van een collectief toedelingsmechanisme.
|
||||
**2.** De hoogte van een variabele uitkering in een flexibele premieregeling of een premie-uitkeringsregeling kan ook variëren door een, uiterlijk op de ingangsdatum van het pensioen vastgestelde, periodieke vaste daling of vaste stijging van de uitkering. De periodieke vaste daling bedraagt ten hoogste 35% van het verschil tussen de parameter voor aandelenrendement en de risicovrije rente op de ingangsdatum van het pensioen en is niet hoger dan consistent met het beleggingsbeleid.
|
||||
|
||||
**3.** De hoogte van een variabele uitkering kan ook variëren door een, uiterlijk op de ingangsdatum van het pensioen vastgestelde, periodieke vaste daling of vaste stijging van de uitkering. De periodieke vaste daling bedraagt ten hoogste 35% van het verschil tussen de parameter voor aandelenrendement en de risicovrije rente.
|
||||
**3.** De hoogte van een variabele uitkering in een solidaire premieregeling kan ook variëren door inrekenen van een projectierendement op het voor pensioen bestemde vermogen dat hoger of lager is dan de risicovrije rente. Het toepassen van het projectierendement wordt per regeling, uiterlijk op de ingangsdatum van het pensioen, vastgesteld en is van toepassing op alle pensioengerechtigden. Voor het projectierendement mag ten hoogste worden uitgegaan van een risicopremie die 35% bedraagt van het verschil tussen de parameter voor aandelenrendement en de risicovrije rente op de ingangsdatum van het pensioen. Het projectierendement is daarbij niet hoger dan consistent met het beleggingsbeleid en de toedelingsregels voor pensioengerechtigden.
|
||||
|
||||
**4.** De pensioenuitvoerder past een collectief toedelingsmechanisme toe op een toedelingskring die bestaat uit pensioengerechtigden.
|
||||
**4.** De periodieke vaste daling of het projectierendement is zodanig vormgegeven dat er op voorhand geen herverdelingseffecten plaatsvinden.
|
||||
|
||||
**5.** In afwijking van het vierde lid kunnen deelnemers of gewezen deelnemers deel uitmaken van de toedelingskring in de laatste tien jaar voorafgaand aan de pensioenrichtleeftijd, bedoeld in artikel 18a, zesde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964. De deelname van deelnemers of gewezen deelnemers aan de toedelingskring vindt plaats door tijdsevenredige toetreding tot het collectief toedelingsmechanisme in deze periode.
|
||||
**5.** Bij toepassing van een collectief toedelingsmechanisme wordt ten minste een maal per jaar op het niveau van de toedelingskring het financiële resultaat vastgesteld en verwerkt. Bij een collectief toedelingsmechanisme kan een spreidingsperiode worden gehanteerd van maximaal tien jaar. Gedurende de spreidingsperiode worden uitsluitend de uitkeringen en aanspraken van de bij aanvang van de spreidingsperiode tot de toedelingskring behorende personen in gelijke stappen aangepast. Bij de vaststelling van de hoogte van de jaarlijkse aanpassing wordt rekening gehouden met de verwachte resterende levensverwachting van de toedelingskring.
|
||||
|
||||
**6.** Bij toepassing van een collectief toedelingsmechanisme wordt ten minste een maal per jaar op het niveau van de toedelingskring het financiële resultaat vastgesteld en verwerkt. Bij een collectief toedelingsmechanisme kan een spreidingsperiode worden gehanteerd van maximaal tien jaar. Gedurende de spreidingsperiode worden uitsluitend de uitkeringen en aanspraken van de bij aanvang van de spreidingsperiode tot de toedelingskring behorende personen in gelijke stappen aangepast. Bij de vaststelling van de hoogte van de jaarlijkse aanpassing wordt rekening gehouden met de verwachte resterende levensverwachting van de toedelingskring.
|
||||
**6.** Bij toepassing van een collectief toedelingsmechanisme voor het beleggingsrisico wordt de projectierente gebaseerd op de risicovrije rente.
|
||||
|
||||
**7.** Bij toepassing van een collectief toedelingsmechanisme voor het beleggingsrisico wordt de projectierente gebaseerd op de risicovrije rente. De vormgeving van het collectief toedelingsmechanisme voor het beleggingsrisico en de hoogte van een periodieke vaste daling als bedoeld in het derde lid zijn zodanig dat er op voorhand geen herverdelingseffecten tussen leeftijdsgroepen plaatsvinden.
|
||||
**7.** Bij verwerking van financiële mee- of tegenvallers door middel van individuele toedeling in de flexibele premieregeling of de premie-uitkeringsregeling wordt de projectierente gebaseerd op de risicovrije rente. Bij individuele toedeling wordt ten minste een maal per jaar het financiële resultaat vastgesteld en verwerkt, waarbij een spreidingsperiode van maximaal tien jaar kan worden gehanteerd. Bij de vaststelling van de omvang van de periodieke aanpassing van de uitkeringshoogte gedurende de spreidingsperiode wordt rekening gehouden met de verwachte resterende levensverwachting van de pensioengerechtigde.
|
||||
|
||||
**8.** Bij verwerking van financiële mee- of tegenvallers door middel van individuele toedeling wordt de projectierente gebaseerd op de risicovrije rente. Bij individuele toedeling wordt ten minste een maal per jaar het financiële resultaat vastgesteld en verwerkt, waarbij een spreidingsperiode van maximaal tien jaar kan worden gehanteerd. Bij de vaststelling van de omvang van de periodieke aanpassing van de uitkeringshoogte gedurende de spreidingsperiode wordt rekening gehouden met de verwachte resterende levensverwachting van de pensioengerechtigde.
|
||||
**8.** Bij toepassing van toedelingsregels in de solidaire premieregeling wordt het financiële resultaat ten minste een maal per jaar vastgesteld en verwerkt, waarbij een spreidingsperiode kan worden gehanteerd van maximaal tien jaar in het voor de pensioenuitkering bestemd vermogen. Bij de verwerking van het financiële resultaat kunnen het projectierendement of de toedeling van rendementen worden aangepast voor zover dat nodig is om gelijke aanpassingen van de pensioenuitkeringen te realiseren.
|
||||
|
||||
**9.**
|
||||
|
||||
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur:
|
||||
|
||||
a. kunnen regels worden gesteld voor de uitkering gebaseerd op pensioeneenheden; en
|
||||
b. worden nadere regels gesteld over dit artikel over onder meer het collectief toedelingsmechanisme en de projectierente
|
||||
**9.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over dit artikel over onder meer de vaste daling en het projectierendement.
|
||||
|
||||
### Artikel 75b
|
||||
|
||||
**1.** Bij een kapitaalregeling of een premieregeling die voorziet in uitkering van een aan te wenden kapitaal op de pensioendatum, legt de pensioenuitvoerder de deelnemer of gewezen deelnemer in elk geval voorafgaand aan de datum waarop het ouderdomspensioen ingaat of kan ingaan de keuze voor tussen een vastgestelde uitkering of een variabele uitkering.
|
||||
**1.** Bij een flexibele premieregeling of een premie-uitkeringsregeling die voorziet in uitkering van een aan te wenden kapitaal op de pensioendatum, legt de pensioenuitvoerder de deelnemer of gewezen deelnemer in elk geval voorafgaand aan de datum waarop het ouderdomspensioen ingaat of kan ingaan de keuze voor tussen een vastgestelde uitkering of een variabele uitkering.
|
||||
|
||||
**2.** Bij het bieden van de keuze verstrekt de pensioenuitvoerder de deelnemer of gewezen deelnemer de voor hem relevante informatie over de gevolgen en risico’s bij deze keuze waaronder een opgave van de hoogte van de vastgestelde uitkeringen en een opgave van de hoogte van de variabele uitkeringen. Deze opgaven worden tevens weergegeven op basis van een pessimistisch scenario, een verwacht scenario en een optimistisch scenario.
|
||||
|
||||
**3.** Een pensioenuitvoerder die niet zowel vastgestelde als variabele uitkeringen uitvoert meldt dit aan de deelnemer of gewezen deelnemer. De pensioenuitvoerder verstrekt de in het tweede lid bedoelde informatie voor de uitkering die hij uitvoert en wijst de deelnemer of gewezen deelnemer op de mogelijkheden tot waardeoverdracht, bedoeld in de artikelen 88, 89, en 89a, tweede lid.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de deelnemer of gewezen deelnemer niet binnen de door de pensioenuitvoerder gestelde termijn reageert op de keuzemogelijkheid die hem ingevolge het eerste lid is geboden, gaat de pensioenuitvoerder die vastgestelde uitkeringen uitvoert op de ingangsdatum van het pensioen over tot verstrekking van een vastgestelde uitkering.
|
||||
**4.** Indien de deelnemer of gewezen deelnemer niet binnen de door de pensioenuitvoerder gestelde termijn reageert op de keuzemogelijkheid die hem ingevolge het eerste lid is geboden, gaat de pensioenuitvoerder die vastgestelde uitkeringen uitvoert op de ingangsdatum van het pensioen over tot verstrekking van een vastgestelde uitkering. In afwijking van de eerste zin kunnen de partijen die betrokken zijn bij de vaststelling, wijziging of intrekking van de beroepspensioenregeling overeenkomen dat de pensioenuitvoerder op de ingangsdatum van het pensioen overgaat tot verstrekking van een variabele uitkering aan een deelnemer of gewezen deelnemer die niet binnen de door de pensioenuitvoerder gestelde termijn reageert op de keuzemogelijkheid die hem ingevolge het eerste lid is geboden.
|
||||
|
||||
**5.** Een beroepspensioenfonds dat uitsluitend variabele uitkeringen uitvoert waarbij deelnemers of gewezen deelnemers deel uitmaken van de toedelingskring waarop een collectief toedelingsmechanisme voor het beleggingsrisico wordt toegepast, legt de deelnemer of gewezen deelnemer, voorafgaand aan de eerste toetreding tot de toedelingskring, de keuze tot toetreding voor. Het tweede tot en met vierde lid zijn bij deze keuze van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de partijen die betrokken zijn bij de vaststelling, wijziging of intrekking van de beroepspensioenregeling kunnen overeenkomen dat een deelnemer of gewezen deelnemer toetreedt tot de toedelingskring, indien de deelnemer of gewezen deelnemer niet binnen de door het beroepspensioenfonds gestelde termijn reageert op de keuzemogelijkheid die hem ingevolge de eerste zin is geboden. Bij het bieden van de keuze wijst het beroepspensioenfonds in dit geval expliciet op de consequenties van niet of niet tijdig reageren door de deelnemer of gewezen deelnemer. Voor zover de deelnemer of gewezen deelnemer is toegetreden tot de toedelingskring zijn het eerste tot en met vierde lid voorafgaand aan de datum waarop het ouderdomspensioen ingaat of kan ingaan niet van toepassing.
|
||||
|
||||
**6.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot dit artikel over onder meer de te verstrekken informatie, de rekenregels en de wijze waarop de informatie wordt verstrekt.
|
||||
**5.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot dit artikel over onder meer de te verstrekken informatie, de rekenregels en de wijze waarop de informatie wordt verstrekt.
|
||||
|
||||
### Artikel 75c
|
||||
|
||||
|
|
@ -1271,7 +1451,7 @@ c. geen sprake is van een pensioenaanspraak bij een verzekeraar in de vorm van e
|
|||
|
||||
**7.** Het in het eerste lid, onderdeel a, genoemde bedrag wordt telkens gewijzigd met ingang van 1 januari op basis van de consumentenprijsindex Alle Huishoudens, zoals berekend door het Centraal Bureau voor de Statistiek. De wijziging wordt bepaald door de procentuele wijziging die dat indexcijfer over de maand oktober, voorafgaand aan de aanpassing, heeft ondergaan ten opzichte van de maand oktober van het daaraan voorafgaande jaar. Het gewijzigde bedrag wordt door of namens Onze Minister meegedeeld in de Staatscourant.
|
||||
|
||||
**8.** De pensioenuitvoerder waarborgt met betrekking tot perioden van opbouw vanaf 1 januari 2007 bij de vaststelling van de afkoopwaarde door vaststelling van een afkoopvoet dat geen onderscheid gemaakt wordt tussen mannen en vrouwen waarbij voldaan wordt aan het vereiste van collectieve actuariële gelijkwaardigheid.
|
||||
**8.** De pensioenuitvoerder waarborgt bij de vaststelling van de afkoopwaarde door vaststelling van een afkoopvoet dat geen onderscheid gemaakt wordt tussen mannen en vrouwen waarbij voldaan wordt aan het vereiste van collectieve actuariële gelijkwaardigheid.
|
||||
|
||||
**9.** Elk beding strijdig met dit artikel is nietig.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1327,11 +1507,9 @@ c. de gerechtigde tot het nettopensioen instemt met de afkoop.
|
|||
|
||||
**5.** De pensioenuitvoerder waarborgt bij de vaststelling van de afkoopwaarde door vaststelling van een afkoopvoet dat geen onderscheid gemaakt wordt tussen mannen en vrouwen waarbij voldaan wordt aan het vereiste van collectieve actuariële gelijkwaardigheid.
|
||||
|
||||
**6.** Het vijfde lid heeft betrekking op pensioenaanspraken die zijn opgebouwd vanaf 1 januari 2015, tenzij in de beroepspensioenregeling is overeengekomen dat het vijfde lid tevens betrekking heeft op pensioenaanspraken die zijn opgebouwd voor die datum.
|
||||
**6.** Elk beding strijdig met dit artikel is nietig.
|
||||
|
||||
**7.** Elk beding strijdig met dit artikel is nietig.
|
||||
|
||||
**8.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen er regels worden gesteld aan het vaststellen van de afkoopwaarde.
|
||||
**7.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen er regels worden gesteld aan het vaststellen van de afkoopwaarde.
|
||||
|
||||
### Artikel 81
|
||||
|
||||
|
|
@ -1460,7 +1638,7 @@ b. de werkgever bereid is de aanvullende bijdragen te betalen.
|
|||
|
||||
### Artikel 87
|
||||
|
||||
**1.** De pensioenuitvoerder is verplicht om op verzoek van de deelnemer of gewezen deelnemer de waarde van diens pensioenaanspraken aan te wenden in het kader van het keuzerecht overeenkomstig de artikelen 72 en 73 of de keuzemogelijkheden overeenkomstig artikel 74 of 75b.
|
||||
**1.** De pensioenuitvoerder is verplicht om op verzoek van de deelnemer of gewezen deelnemer de waarde van diens pensioenaanspraken aan te wenden in het kader van het keuzerecht overeenkomstig de artikelen 28c, 72, 73 en 73a of de keuzemogelijkheden overeenkomstig artikel 74 of 75b.
|
||||
|
||||
**2.** De pensioenuitvoerder brengt in het kader van de waardeoverdracht geen kosten in rekening bij de deelnemer of gewezen deelnemer.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1468,7 +1646,7 @@ b. de werkgever bereid is de aanvullende bijdragen te betalen.
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een beroepspensioenfonds is bevoegd om op verzoek van de deelnemer, gewezen deelnemer of andere aanspraakgerechtigde de waarde van zijn pensioenaanspraken welke voortvloeien uit een kapitaalregeling of een premieregeling die voorziet in de uitkering van een aan te wenden kapitaal op de pensioendatum, per de pensioendatum rechtstreeks over te dragen aan een andere pensioenuitvoerder indien:
|
||||
Een beroepspensioenfonds is bevoegd om op verzoek van de deelnemer, gewezen deelnemer of andere aanspraakgerechtigde de waarde van zijn pensioenaanspraken welke voortvloeien uit een flexibele premieregeling per de pensioendatum rechtstreeks over te dragen aan een andere pensioenuitvoerder indien:
|
||||
|
||||
a. de beroepspensioenregeling hierin voorziet;
|
||||
b. de overdrachtswaarde zodanig door het overdragende beroepspensioenfonds wordt vastgesteld dat de voor mannen en vrouwen te verwerven pensioenrechten gelijk zijn waarbij aan het vereiste van collectieve actuariële gelijkwaardigheid op basis van dezelfde grondslagen wordt voldaan; en
|
||||
|
|
@ -1480,47 +1658,35 @@ Indien het verzoek van de deelnemer of gewezen deelnemer tot waardeoverdracht pa
|
|||
|
||||
In afwijking van het eerste lid is een beroepspensioenfonds verplicht op verzoek van de deelnemer, gewezen deelnemer of andere aanspraakgerechtigde de waarde van zijn pensioenaanspraken als bedoeld in het eerste lid, per de pensioendatum rechtstreeks over te dragen aan een andere pensioenuitvoerder indien voldaan wordt aan de in het eerste lid, onderdelen b en c en tweede zin, genoemde voorwaarden en:
|
||||
|
||||
a. het beroepspensioenfonds uitsluitend variabele uitkeringen uitvoert en het pensioenkapitaal na de overdracht wordt aangewend voor een vastgestelde uitkering, tenzij de deelnemer of gewezen deelnemer voor de pensioendatum deel uitmaakt van de toedelingskring waarop een collectief toedelingsmechanisme voor het beleggingsrisico wordt toegepast; of
|
||||
a. het beroepspensioenfonds uitsluitend variabele uitkeringen uitvoert en het pensioenkapitaal na de overdracht wordt aangewend voor een vastgestelde uitkering; of
|
||||
b. het beroepspensioenfonds uitsluitend vastgestelde uitkeringen uitvoert en het pensioenkapitaal na de overdracht wordt aangewend voor een variabele uitkering.
|
||||
|
||||
**3.** Het eerste lid, onderdeel b, is van toepassing op pensioenaanspraken die vanaf 1 januari 2007 zijn opgebouwd.
|
||||
**3.** Elk beding strijdig met dit artikel is nietig.
|
||||
|
||||
**4.** Voorzover het bij de toepassing van het eerste lid pensioenaanspraken betreft die als gevolg van een premievrije voortzetting van die aanspraken worden opgebouwd, is het eerste lid, onderdeel b, van toepassing indien het recht op die premievrije voortzetting is ontstaan op of na 1 januari 2006.
|
||||
|
||||
**5.** In afwijking van het derde lid kunnen de in het eerste lid, onderdeel b, opgenomen voorwaarden van toepassing zijn op pensioenaanspraken die zijn opgebouwd voor 1 januari 2007 indien dit is overeengekomen in de beroepspensioenregeling.
|
||||
|
||||
**6.** Elk beding strijdig met dit artikel is nietig.
|
||||
|
||||
**7.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld aan het vaststellen van de overdrachtswaarde.
|
||||
**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld aan het vaststellen van de overdrachtswaarde.
|
||||
|
||||
### Artikel 89
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De verzekeraar is verplicht om op verzoek van de deelnemer, gewezen deelnemer of andere aanspraakgerechtigde de waarde van zijn pensioenaanspraken welke voortvloeien uit een kapitaalregeling of een premieregeling die voorziet in de uitkering van een aan te wenden kapitaal op de pensioendatum, per de pensioendatum rechtstreeks over te dragen aan een andere pensioenuitvoerder indien:
|
||||
De verzekeraar is verplicht om op verzoek van de deelnemer, gewezen deelnemer of andere aanspraakgerechtigde de waarde van zijn pensioenaanspraken welke voortvloeien uit een flexibele premieregeling of een premie-uitkeringsregeling die voorziet in de uitkering van een aan te wenden kapitaal op de pensioendatum, per de pensioendatum rechtstreeks over te dragen aan een andere pensioenuitvoerder indien:
|
||||
|
||||
a. de overdrachtswaarde zodanig door de overdragende verzekeraar wordt vastgesteld dat de voor mannen en vrouwen te verwerven pensioenrechten gelijk zijn waarbij aan het vereiste van collectieve actuariële gelijkwaardigheid op basis van dezelfde grondslagen wordt voldaan; en
|
||||
b. indien de ontvangende pensioenuitvoerder een beroepspensioenfonds is, de deelnemer, gewezen deelnemer of andere aanspraakgerechtigde reeds pensioenaanspraken heeft jegens dat beroepspensioenfonds.
|
||||
|
||||
Indien het verzoek van de deelnemer of gewezen deelnemer tot waardeoverdracht partnerpensioen betreft is voor de waardeoverdracht van dit partnerpensioen tevens vereist dat de partner die begunstigde is voor het partnerpensioen met de waardeoverdracht instemt.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid, onderdeel a, is van toepassing op pensioenaanspraken die vanaf 1 januari 2007 zijn opgebouwd.
|
||||
**2.** Elk beding strijdig met dit artikel is nietig.
|
||||
|
||||
**3.** Voorzover het bij de toepassing van het eerste lid pensioenaanspraken betreft die als gevolg van een premievrije voortzetting van die aanspraken worden opgebouwd, is het eerste lid, onderdeel a, van toepassing indien het recht op die premievrije voortzetting is ontstaan op of na 1 januari 2006.
|
||||
|
||||
**4.** In afwijking van het tweede lid kunnen de in het eerste lid, onderdeel a, opgenomen voorwaarden van toepassing zijn op pensioenaanspraken die zijn opgebouwd voor 1 januari 2007 indien dit is overeengekomen in de beroepspensioenregeling.
|
||||
|
||||
**5.** Elk beding strijdig met dit artikel is nietig.
|
||||
|
||||
**6.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld aan het vaststellen van de overdrachtswaarde.
|
||||
**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld aan het vaststellen van de overdrachtswaarde.
|
||||
|
||||
### Artikel 89a
|
||||
|
||||
**1.** De premiepensioeninstelling is verplicht de waarde van de pensioenaanspraken van de deelnemer, gewezen deelnemer of andere aanspraakgerechtigde op de datum van omzetting van de aanspraken in een vastgestelde pensioenuitkering rechtstreeks over te dragen aan een door de premiepensioeninstelling aangewezen verzekeraar.
|
||||
**1.** De premiepensioeninstelling is verplicht de waarde van de pensioenaanspraken van de deelnemer, gewezen deelnemer of andere aanspraakgerechtigde welke voortvloeien uit een flexibele premieregeling of een premie-uitkeringsregeling per de pensioendatum voor omzetting van de aanspraken in een vastgestelde pensioenuitkering rechtstreeks over te dragen aan een door de premiepensioeninstelling aangewezen verzekeraar.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
In afwijking van het eerste lid is de premiepensioeninstelling verplicht op verzoek van de deelnemer, gewezen deelnemer of andere aanspraakgerechtigde de waarde van zijn pensioenaanspraken per de pensioendatum rechtstreeks over te dragen aan een pensioenuitvoerder die door de deelnemer, gewezen deelnemer of andere aanspraakgerechtigde is aangewezen. Daarbij gelden de volgende voorwaarden:
|
||||
In afwijking van het eerste lid is de premiepensioeninstelling verplicht op verzoek van de deelnemer, gewezen deelnemer of andere aanspraakgerechtigde de waarde van zijn pensioenaanspraken welke voortvloeien uit een flexibele premieregeling of een premie-uitkeringsregeling per de pensioendatum rechtstreeks over te dragen aan een pensioenuitvoerder die door de deelnemer, gewezen deelnemer of andere aanspraakgerechtigde is aangewezen. Daarbij gelden de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
a. indien de door de deelnemer, gewezen deelnemer of andere aanspraakgerechtigde aangewezen pensioenuitvoerder een beroepspensioenfonds is, de deelnemer, gewezen deelnemer of andere aanspraakgerechtigde al pensioenaanspraken heeft jegens dat pensioenfonds; en
|
||||
b. de ontvangende pensioenuitvoerder hanteert dezelfde methode als de premiepensioeninstelling om aan het vereiste van gelijke behandeling van mannen en vrouwen te voldoen.
|
||||
|
|
@ -1529,29 +1695,15 @@ Indien het verzoek van de deelnemer of gewezen deelnemer tot waardeoverdracht pa
|
|||
|
||||
**3.** De overdrachtswaarde wordt door de premiepensioeninstelling zodanig vastgesteld dat de voor mannen en vrouwen te verwerven pensioenrechten gelijk zijn waarbij aan het vereiste van collectieve actuariële gelijkwaardigheid op basis van dezelfde grondslagen wordt voldaan.
|
||||
|
||||
**4.** Het derde lid is van toepassing op pensioenaanspraken die vanaf 1 januari 2007 zijn opgebouwd.
|
||||
**4.** Elk beding strijdig met dit artikel is nietig.
|
||||
|
||||
**5.** Voor zover het pensioenaanspraken betreft die als gevolg van een premievrije voortzetting van die aanspraken worden opgebouwd, is het derde lid van toepassing indien het recht op die premievrije voortzetting is ontstaan op of na 1 januari 2006.
|
||||
|
||||
**6.** In afwijking van het vierde lid kunnen de in het derde lid opgenomen voorwaarden van toepassing zijn op pensioenaanspraken die zijn opgebouwd voor 1 januari 2007 indien dit is overeengekomen in de beroepspensioenregeling.
|
||||
|
||||
**7.** Elk beding strijdig met dit artikel is nietig.
|
||||
|
||||
**8.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld aan het vaststellen van de overdrachtswaarde.
|
||||
**5.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld aan het vaststellen van de overdrachtswaarde.
|
||||
|
||||
### Artikel 89b
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
**1.** De premiepensioeninstelling is verplicht op verzoek van de deelnemer of gewezen deelnemer in de laatste vijftien jaar voor de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet de waarde van zijn pensioenaanspraken welke voortvloeien uit een premie-uitkeringsregeling over te dragen aan een verzekeraar voor een aanspraak op een vastgestelde uitkering vanaf de pensioendatum. Indien het verzoek van de deelnemer of gewezen deelnemer tot waardeoverdracht partnerpensioen betreft is voor de waardeoverdracht van dit partnerpensioen tevens vereist dat de partner die begunstigde is voor het partnerpensioen met de waardeoverdracht instemt.
|
||||
|
||||
Onverminderd de artikelen 88, 89 en 89a is de pensioenuitvoerder bevoegd om op verzoek van de deelnemer, gewezen deelnemer of andere aanspraakgerechtigde de waarde van zijn pensioenaanspraken welke voortvloeien uit een kapitaalregeling of een premieregeling op de datum van omzetting van de aanspraken in een pensioenuitkering rechtstreeks over te dragen aan een andere pensioenuitvoerder indien:
|
||||
|
||||
a. de beroepspensioenregeling hierin voorziet;
|
||||
b. de overdrachtswaarde zodanig door de overdragende pensioenuitvoerder wordt vastgesteld dat de voor mannen en vrouwen te verwerven pensioenrechten gelijk zijn waarbij aan het vereiste van collectieve actuariële gelijkwaardigheid op basis van dezelfde grondslagen wordt voldaan; en
|
||||
c. indien de ontvangende pensioenuitvoerder een beroepspensioenfonds is, de deelnemer, gewezen deelnemer of andere aanspraakgerechtigde reeds aanspraken heeft jegens dit beroepspensioenfonds.
|
||||
|
||||
Indien het verzoek van de deelnemer of gewezen deelnemer tot waardeoverdracht partnerpensioen betreft is voor de waardeoverdracht van dit partnerpensioen tevens vereist dat de partner die begunstigde is voor het partnerpensioen met de waardeoverdracht instemt.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 88, derde tot en met zevende lid, en artikel 89a, tweede lid, onderdeel b, zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**2.** Artikel 89a, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 90
|
||||
|
||||
|
|
@ -1577,27 +1729,13 @@ b. de waardeoverdracht ertoe strekt in verband met een wijziging van de beroepsp
|
|||
|
||||
Bij een collectieve waardeoverdracht als bedoeld in het eerste lid wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
a. de deelnemers, gewezen deelnemers, gewezen partners of de pensioengerechtigden hebben geen bezwaren jegens de pensioenuitvoerder kenbaar gemaakt tegen de waardeoverdracht nadat zij over het voornemen schriftelijk zijn geïnformeerd;
|
||||
a. de deelnemers, gewezen deelnemers, gewezen partners of de pensioengerechtigden hebben geen bezwaren jegens de pensioenuitvoerder kenbaar gemaakt tegen de waardeoverdracht nadat zij over het voornemen zijn geïnformeerd;
|
||||
b. de overdrachtswaarde wordt door de overdragende pensioenuitvoerder zodanig vastgesteld dat de voor mannen en vrouwen te verwerven pensioenrechten gelijk zijn waarbij aan het vereiste van collectieve actuariële gelijkwaardigheid op basis van dezelfde grondslagen wordt voldaan; en
|
||||
c. het voornemen tot waardeoverdracht aan een pensioenuitvoerder wordt door de overdragende pensioenuitvoerder uiterlijk drie maanden voor de beoogde datum van waardeoverdracht schriftelijk gemeld aan de toezichthouder en de toezichthouder heeft binnen die periode geen verbod tot waardeoverdracht opgelegd.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
**3.** Elk beding strijdig met dit artikel is nietig.
|
||||
|
||||
Het tweede lid, onderdelen a en c, is niet van toepassing voor zover de wijziging van de beroepspensioenregeling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, inhoudt dat de pensioenaanspraken worden omgezet in pensioenaanspraken die zijn berekend op basis van een hogere pensioenrichtleeftijd en voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
a. de nieuwe pensioenrichtleeftijd betreft een pensioenrichtleeftijd als bedoeld in artikel 18a, zesde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964, zoals dit artikel op enig moment luidt of luidde;
|
||||
b. de beroepspensioenregeling voorziet in de mogelijkheid de ingangsdatum van het pensioen te vervroegen naar de ingangsdatum voor de wijziging; en
|
||||
c. bij de vervroeging worden in de flexibiliseringfactoren naar de ingangsdatum van het pensioen voor de wijziging geen selectiefactoren in aanmerking genomen.
|
||||
|
||||
**4.** Het tweede lid, onderdeel b, is van toepassing op pensioenaanspraken die vanaf 1 januari 2007 zijn opgebouwd.
|
||||
|
||||
**5.** Op pensioenaanspraken die voor de in het vierde lid genoemde datum zijn opgebouwd is de eis van individuele actuariële gelijkwaardigheid, bedoeld in artikel 82, vierde lid, van toepassing, tenzij in de beroepspensioenregeling is overeengekomen dat de voorwaarden, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, van toepassing zijn.
|
||||
|
||||
**6.** Voorzover het bij de toepassing van het eerste lid pensioenaanspraken betreft die als gevolg van een premievrije voortzetting van die pensioenaanspraken worden opgebouwd is onderdeel b van het tweede lid van toepassing indien het recht op die premievrije voortzetting is ontstaan op of na 1 januari 2006.
|
||||
|
||||
**7.** Elk beding strijdig met dit artikel is nietig.
|
||||
|
||||
**8.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld aan het vaststellen van de overdrachtswaarde.
|
||||
**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld aan het vaststellen van de overdrachtswaarde.
|
||||
|
||||
### Artikel 92
|
||||
|
||||
|
|
@ -1610,15 +1748,9 @@ In geval van een waardeoverdracht als bedoeld in het eerste lid gelden de volgen
|
|||
a. het voornemen tot waardeoverdracht aan een pensioenuitvoerder wordt door de overdragende pensioenuitvoerder uiterlijk drie maanden voor de beoogde datum van waardeoverdracht schriftelijk gemeld aan de toezichthouder en de toezichthouder heeft binnen die periode geen verbod tot waardeoverdracht opgelegd;
|
||||
b. de overdrachtswaarde wordt zodanig door de overdragende pensioenuitvoerder vastgesteld dat de voor mannen en vrouwen te verwerven pensioenrechten gelijk zijn, waarbij aan het vereiste van collectieve actuariële gelijkwaardigheid op basis van dezelfde grondslagen wordt voldaan.
|
||||
|
||||
**3.** Het tweede lid, onderdeel b, is van toepassing op pensioenaanspraken die vanaf 1 januari 2007 zijn opgebouwd.
|
||||
**3.** Elk beding strijdig met dit artikel is nietig.
|
||||
|
||||
**4.** Op pensioenaanspraken die voor de in het derde lid genoemde datum zijn opgebouwd is de eis van individuele actuariële gelijkwaardigheid, bedoeld in artikel 82, vierde lid, van toepassing tenzij in de beroepspensioenregeling is overeengekomen dat de voorwaarden, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, van toepassing zijn.
|
||||
|
||||
**5.** Voorzover het bij de toepassing van het eerste lid pensioenaanspraken betreft die als gevolg van een premievrije voortzetting van die pensioenaanspraken worden opgebouwd is onderdeel b van het tweede lid van toepassing indien het recht op die premievrije voortzetting is ontstaan op of na 1 januari 2006.
|
||||
|
||||
**6.** Elk beding strijdig met dit artikel is nietig.
|
||||
|
||||
**7.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld aan het vaststellen van de overdrachtswaarde.
|
||||
**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld aan het vaststellen van de overdrachtswaarde.
|
||||
|
||||
### Artikel 93
|
||||
|
||||
|
|
@ -1675,7 +1807,7 @@ b. de mogelijkheden tot afkoop van de waarde van de overgedragen pensioenaanspra
|
|||
|
||||
### Artikel 97
|
||||
|
||||
De pensioenuitvoerder is bevoegd om op verzoek van de deelnemer, gewezen deelnemer of andere aanspraakgerechtigde de waarde van zijn pensioenaanspraken welke voortvloeien uit een kapitaalregeling of een premieregeling per de pensioendatum rechtstreeks over te dragen aan een pensioeninstelling uit een andere lidstaat of verzekeraar met zetel buiten Nederland als bedoeld in artikel 8, indien wordt voldaan aan de in artikel 88 opgenomen voorwaarden, en mits:
|
||||
De pensioenuitvoerder is bevoegd om op verzoek van de deelnemer, gewezen deelnemer of andere aanspraakgerechtigde de waarde van zijn pensioenaanspraken welke voortvloeien uit een flexibele premieregeling of een premie-uitkeringsregeling per de pensioendatum rechtstreeks over te dragen aan een pensioeninstelling uit een andere lidstaat of verzekeraar met zetel buiten Nederland als bedoeld in artikel 8, indien wordt voldaan aan de in de artikelen 88, 89 of 89a opgenomen voorwaarden, en mits:
|
||||
|
||||
a. de tot verevening gerechtigde echtgenoot, bedoeld in artikel 2 van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding, met de waardeoverdracht instemt; en
|
||||
b. de mogelijkheden tot afkoop van de waarde van de overgedragen pensioenaanspraken na de waardeoverdracht niet ruimer zijn dan op basis van deze wet.
|
||||
|
|
@ -1849,6 +1981,12 @@ c. een door het bestuur gewaarmerkt afschrift van de uitvoeringsovereenkomst;
|
|||
d. een actuariële en bedrijfstechnische nota als bedoeld in artikel 140; en
|
||||
e. een eventuele overeenkomst tot verzekering, overdracht of onderbrenging.
|
||||
|
||||
### Artikel 107a
|
||||
|
||||
**1.** Een beroepspensioenfonds meldt een voorgenomen fusie of splitsing van het beroepspensioenfonds uiterlijk drie maanden voor de beoogde datum van de fusie of splitsing aan de toezichthouder.
|
||||
|
||||
**2.** De toezichthouder kan tot die beoogde datum een verbod tot fusie of splitsing opleggen.
|
||||
|
||||
### Artikel 108
|
||||
|
||||
Het beroepspensioenfonds zendt:
|
||||
|
|
@ -1867,13 +2005,13 @@ Het bestuur van een beroepspensioenfonds bestaat uit vertegenwoordigers van de b
|
|||
|
||||
### Artikel 109a
|
||||
|
||||
**1.** Het bestuur van een beroepspensioenfonds draagt in overleg met de overige organen van het beroepspensioenfonds zorg voor de vastlegging van de doelstellingen en beleidsuitgangspunten, waaronder de risicohouding, van het beroepspensioenfonds. De organen van het beroepspensioenfonds gebruiken deze doelstellingen en uitgangspunten bij de toetsing van de opdrachtaanvaarding van de door vertegenwoordigers van beroepspensioenverenigingen overeengekomen beroepspensioenregelingen, en bij de besluitvorming, de verantwoording, de advisering, en het toezicht binnen het beroepspensioenfonds.
|
||||
**1.** Het bestuur van een beroepspensioenfonds draagt na overleg met de overige organen van het beroepspensioenfonds zorg voor de vastlegging van de doelstellingen en beleidsuitgangspunten, waaronder de risicohouding, van het beroepspensioenfonds. De organen van het beroepspensioenfonds gebruiken deze doelstellingen en uitgangspunten bij de toetsing van de opdrachtaanvaarding van de door vertegenwoordigers van beroepspensioenverenigingen overeengekomen beroepspensioenregelingen, en bij de besluitvorming, de verantwoording, de advisering, en het toezicht binnen het beroepspensioenfonds.
|
||||
|
||||
**2.** Het bestuur van een beroepspensioenfonds streeft er naar van de vertegenwoordigers, bedoeld in het eerste lid, zo veel mogelijk duidelijkheid te verkrijgen over de doelstellingen, het ambitieniveau van de toeslagverlening en de risicohouding, die ten grondslag liggen aan de beroepspensioenregelingen die de vertegenwoordigers als opdracht in uitvoering aan het beroepspensioenfonds geven.
|
||||
**2.** Het bestuur van een beroepspensioenfonds streeft er naar van de vertegenwoordigers, bedoeld in het eerste lid, zo veel mogelijk duidelijkheid te verkrijgen over de doelstellingen die ten grondslag liggen aan de beroepspensioenregelingen die de vertegenwoordigers als opdracht in uitvoering aan het beroepspensioenfonds geven.
|
||||
|
||||
**3.** Het bestuur van een beroepspensioenfonds draagt zorg voor de formele opdrachtaanvaarding van de door de vertegenwoordigers, bedoeld in het eerste lid, aan het beroepspensioenfonds opgedragen beroepspensioenregelingen. Het bestuur toetst bij de opdrachtaanvaarding voor het beroepspensioenfonds als geheel en voor de relevante beleidsgebieden aan de doelstellingen en uitgangspunten, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het eerste lid.
|
||||
**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot dit artikel over onder meer de vastlegging van de doelstellingen en beleidsuitgangspunten en het proces van opdrachtaanvaarding.
|
||||
|
||||
### Artikel 110
|
||||
|
||||
|
|
@ -1972,11 +2110,13 @@ Het beroepspensioenfonds verleent medewerking aan ieder initiatief van deelnemer
|
|||
|
||||
**7.** Het beroepspensioenfonds verstrekt desgevraagd aan het verantwoordingsorgaan tijdig alle inlichtingen en gegevens, die deze voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijze nodig heeft. De inlichtingen worden desgevraagd schriftelijk verstrekt.
|
||||
|
||||
**8.** Indien een leeftijdscohort voorafgaand aan het vaststellen van de risicohouding ondervertegenwoordigd is in het verantwoordingsorgaan, vraagt het beroepspensioenfonds bij het uitvragen van de risicohouding de leden van dit leeftijdscohort actief zich aan te melden voor het verantwoordingsorgaan.
|
||||
|
||||
### Artikel 110e
|
||||
|
||||
**1.** Het bestuur van het beroepspensioenfonds legt verantwoording af aan het verantwoordingsorgaan over het beleid en de wijze waarop het is uitgevoerd.
|
||||
|
||||
**2.** Het verantwoordingsorgaan heeft de bevoegdheid een oordeel te geven over het handelen van het bestuur aan de hand van het bestuursverslag, de jaarrekening en andere informatie, waaronder de bevindingen van het intern toezicht, over het door het bestuur uitgevoerde beleid, evenals over beleidskeuzes voor de toekomst. Dit oordeel wordt, samen met de reactie van het bestuur daarop, bekend gemaakt en in het bestuursverslag opgenomen.
|
||||
**2.** Het verantwoordingsorgaan heeft de bevoegdheid een oordeel te geven over het handelen van het bestuur aan de hand van het bestuursverslag, de jaarrekening en andere informatie, waaronder de bevindingen van het intern toezicht, over het door het bestuur uitgevoerde beleid, evenals over beleidskeuzes voor de toekomst waaronder de keuzes die van invloed zijn op de uitvoeringskosten. Dit oordeel wordt, samen met de reactie van het bestuur daarop, bekend gemaakt en in het bestuursverslag opgenomen. Het oordeel omvat in ieder geval een oordeel over de gemaakte uitvoeringskosten.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -1989,9 +2129,8 @@ d. het vaststellen en wijzigen van een interne klachten- en geschillenprocedure;
|
|||
e. het vaststellen en wijzigen van het communicatie- en voorlichtingsbeleid;
|
||||
f. gehele of gedeeltelijke overdracht van de verplichtingen van het beroepspensioenfonds of de overname van verplichtingen door het beroepspensioenfonds;
|
||||
g. liquidatie, fusie of splitsing van het beroepspensioenfonds;
|
||||
h. het sluiten, wijzigen of beëindigen van een uitvoeringsovereenkomst;
|
||||
i. het omzetten van het beroepspensioenfonds in een andere rechtsvorm, bedoeld in artikel 18 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek; en
|
||||
j. de samenstelling van de feitelijke premie en de hoogte van de premiecomponenten.
|
||||
h. het sluiten, wijzigen of beëindigen van een uitvoeringsovereenkomst; en
|
||||
i. het omzetten van het beroepspensioenfonds in een andere rechtsvorm, bedoeld in artikel 18 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
|
||||
|
||||
**4.** Het verantwoordingsorgaan adviseert het bestuur naar aanleiding van de melding van disfunctioneren van het bestuur, bedoeld in artikel 110a, vijfde lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2080,30 +2219,19 @@ l. de wijze waarop de leden van het verantwoordingsorgaan worden benoemd en onts
|
|||
|
||||
### Artikel 116
|
||||
|
||||
Een vrijwillige pensioenregeling in de vorm van een uitkeringsregeling welke wordt uitgevoerd door een beroepspensioenfonds voldoet aan de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
a. de premie voor de vrijwillige pensioenregeling bedraagt in enig jaar niet meer dan een derde van de over dat jaar verschuldigde premie voor de basispensioenregeling;
|
||||
b. de premie voor de vrijwillige pensioenregeling is voor alle deelnemers gelijk of bedraagt voor alle deelnemers een gelijk percentage van de gerealiseerde omzet, het gerealiseerde inkomen of het gerealiseerde loon dan wel het gedeelte van de gerealiseerde omzet, het gerealiseerde inkomen of gerealiseerde loon dat voor de pensioenberekening in aanmerking wordt genomen, met dien verstande dat voor verschillende soorten pensioen en voor verschillende pensioenregelingen verschillende premies kunnen worden vastgesteld; of
|
||||
c. de kosten verbonden aan het toeslagbeleid worden niet ten laste gebracht van de individuele deelnemers, maar ten laste van de collectiviteit van het beroepspensioenfonds en voor de toeslagverlening gelden dezelfde voorwaarden die van toepassing zijn op de basispensioenregeling.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 117
|
||||
|
||||
Een vrijwillige pensioenregeling in de vorm van een kapitaalregeling welke wordt uitgevoerd door een beroepspensioenfonds voldoet aan de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
a. de premie voor de vrijwillige pensioenregeling bedraagt in enig jaar niet meer dan een derde van de over dat jaar verschuldigde premie voor de basispensioenregeling; of
|
||||
b. indien de deelnemer overlijdt dan wel gepensioneerde of gewezen deelnemer wordt, wordt het opgebouwde kapitaal omgezet in een pensioenrecht of pensioenaanspraak in de vorm van een periodieke uitkering indien dat ook met betrekking tot de basispensioenregeling geschiedt of de basispensioenregeling een uitkeringsregeling betreft en zijn daarop overeenkomstige voorwaarden van toepassing als welke gelden bij de basispensioenregeling bij beëindiging van de deelneming door deze omstandigheden.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 118
|
||||
|
||||
Een vrijwillige pensioenregeling in de vorm van een premieregeling welke wordt uitgevoerd door een beroepspensioenfonds voldoet aan de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
a. de premie voor de vrijwillige pensioenregeling bedraagt in enig jaar niet meer dan een derde van de over dat jaar verschuldigde premie voor de basispensioenregeling;
|
||||
b. indien de deelnemer overlijdt dan wel gepensioneerde of gewezen deelnemer wordt, wordt het kapitaal dat is ontstaan uit de som van de beschikbaar gestelde premies en de daarop behaalde rendementen omgezet in een pensioenrecht of pensioenaanspraak in de vorm van een periodieke uitkering, indien dat ook met betrekking tot de basispensioenregeling geschiedt of de basispensioenregeling een uitkeringsregeling betreft en zijn daarop overeenkomstige voorwaarden van toepassing als welke gelden bij de basispensioenregeling bij beëindiging van de deelneming door deze omstandigheden; of
|
||||
c. indien de deelnemer overlijdt dan wel gepensioneerde of gewezen deelnemer wordt, wordt het kapitaal dat is ontstaan uit de som van de beschikbaar gestelde premies en de daarop behaalde rendementen omgezet in een verzekerd kapitaal, indien dat ook met betrekking tot de basispensioenregeling geschiedt of de basispensioenregeling een kapitaalregeling betreft en zijn daarop overeenkomstige voorwaarden van toepassing als welke gelden bij de basispensioenregeling bij beëindiging van de deelneming door deze omstandigheden.
|
||||
Voor een vrijwillige pensioenregeling in de vorm van een premieregeling welke wordt uitgevoerd door een beroepspensioenfonds geldt dat de premie voor de vrijwillige pensioenregeling in enig jaar niet meer bedraagt dan een derde van de over dat jaar verschuldigde premie voor de basispensioenregeling.
|
||||
|
||||
### Artikel 119
|
||||
|
||||
Indien een beroepspensioenfonds meerdere beroepspensioenregelingen uitvoert vormen deze beroepspensioenregelingen financieel één geheel.
|
||||
Indien een beroepspensioenfonds meerdere beroepspensioenregelingen uitvoert vormen deze beroepspensioenregelingen financieel één geheel, tenzij toepassing wordt gegeven aan artikel 145k, zevende lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 120
|
||||
|
||||
|
|
@ -2139,24 +2267,13 @@ Ouderdomspensioen wordt gefinancierd op basis van kapitaaldekking.
|
|||
|
||||
### Artikel 123
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een beroepspensioenfonds stelt een kostendekkende premie vast die bestaat uit:
|
||||
|
||||
a. de premie die actuarieel benodigd is in verband met de aangroei van de pensioenverplichtingen;
|
||||
b. de opslag die nodig is voor het bij de aangroei van de pensioenverplichtingen behorende vereist eigen vermogen als bedoeld in artikel 127;
|
||||
c. de opslag die nodig is voor de bij de aangroei van de pensioenverplichtingen behorende uitvoeringskosten van het beroepspensioenfonds; en
|
||||
d. de premie die actuarieel benodigd is ten behoeve van toeslagverlening indien gekozen is voor financiering op de wijze, bedoeld in artikel 132, vierde lid, onderdeel a, b of d.
|
||||
|
||||
**2.** De kostendekkende premie kan worden gedempt met een voortschrijdend gemiddelde van de rente of met verwacht rendement.
|
||||
|
||||
**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot dit artikel over onder meer het dempen van de kostendekkende premie.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 124
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een beroepspensioenfonds kan uitsluitend korting verlenen op de kostendekkende premie of de gedempte premie en kan uitsluitend terugstorten indien:
|
||||
Een beroepspensioenfonds kan uitsluitend terugstorten indien:
|
||||
|
||||
a. gezien de beleidsdekkingsgraad ten aanzien van de pensioenverplichtingen wordt voldaan aan de artikelen 121, 127 en 128;
|
||||
b. de voorwaardelijke toeslagen zowel met betrekking tot de voorgaande tien jaar zijn verleend als ook in de toekomst kunnen worden verleend; en
|
||||
|
|
@ -2166,15 +2283,11 @@ c. de korting op de pensioenaanspraken en pensioenrechten op grond van artikel 1
|
|||
|
||||
### Artikel 125
|
||||
|
||||
Een beroepspensioenfonds vermeldt in zijn jaarrekening en bestuursverslag:
|
||||
|
||||
a. de hoogte van de totale kostendekkende premie, bedoeld in artikel 123, eerste lid;
|
||||
b. de hoogte van de totale gedempte premie, bedoeld in artikel 123, tweede lid; en
|
||||
c. de hoogte van de totale feitelijke premie.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 125a
|
||||
|
||||
Onverminderd artikel 125 vermeldt een beroepspensioenfonds in zijn jaarrekening en bestuursverslag de samenstelling van de feitelijke premie en de hoogte van de premiecomponenten.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 126
|
||||
|
||||
|
|
@ -2221,7 +2334,7 @@ a. het beroepspensioenfonds gezien de beleidsdekkingsgraad niet voldoet aan de b
|
|||
b. het beroepspensioenfonds niet in staat is binnen een redelijke termijn te voldoen aan artikel 126 of artikel 127, zonder dat de belangen van deelnemers, gewezen deelnemers, pensioengerechtigden of andere aanspraakgerechtigden onevenredig worden geschaad; en
|
||||
c. alle overige beschikbare sturingsmiddelen, met uitzondering van het beleggingsbeleid, zijn ingezet in het herstelplan, bedoeld in artikel 133 of artikel 134.
|
||||
|
||||
**2.** Een beroepspensioenfonds informeert de deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden onverwijld schriftelijk over het besluit tot vermindering van pensioenaanspraken en pensioenrechten.
|
||||
**2.** Een beroepspensioenfonds informeert de deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden onverwijld over het besluit tot vermindering van pensioenaanspraken en pensioenrechten.
|
||||
|
||||
**3.** De vermindering, bedoeld in het eerste lid, kan op zijn vroegst drie maanden nadat de pensioengerechtigden hierover zijn geïnformeerd en een maand nadat de deelnemers, gewezen deelnemers en toezichthouder hierover zijn geïnformeerd, worden gerealiseerd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2233,8 +2346,9 @@ c. alle overige beschikbare sturingsmiddelen, met uitzondering van het belegging
|
|||
|
||||
Een beroepspensioenfonds voert een beleggingsbeleid dat in overeenstemming is met de prudent-person regel en met name gebaseerd is op de volgende uitgangspunten:
|
||||
|
||||
a. de waarden worden belegd in het belang van aanspraak- en pensioengerechtigden; en
|
||||
b. de beleggingen worden gewaardeerd op basis van marktwaardering.
|
||||
a. de waarden worden belegd in het belang van aanspraak- en pensioengerechtigden;
|
||||
b. de beleggingen worden gewaardeerd op basis van marktwaardering; en
|
||||
c. de blootstelling aan beleggingsrisico is niet hoger dan 150%.
|
||||
|
||||
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden ter waarborging van het prudente beleggingsbeleid nadere regels gesteld.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2250,7 +2364,7 @@ b. de beleggingen worden gewaardeerd op basis van marktwaardering.
|
|||
|
||||
### Artikel 132
|
||||
|
||||
**1.** Een beroepspensioenfonds stelt beleid vast met betrekking tot de voorwaardelijke toeslagverlening.
|
||||
**1.** Voor zover van toepassing stelt een beroepspensioenfonds beleid vast met betrekking tot de voorwaardelijke toeslagverlening.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -2370,7 +2484,7 @@ De toezichthouder kan een beroepspensioenfonds de verplichting opleggen om een s
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Bij algemene maatregel van bestuur worden, ten behoeve van de berekeningen, bedoeld bij de artikelen 121, 123, 132, 133, 134, 135 en 138, regels gesteld over:
|
||||
Bij algemene maatregel van bestuur worden, ten behoeve van de berekeningen noodzakelijk voor de uitvoering van een beroepspensioenregeling, regels gesteld over:
|
||||
|
||||
a. het minimale percentage van het gemiddelde loon- of prijsindexcijfer;
|
||||
b. het maximaal te hanteren gemiddelde rendement op vastrentende waarden;
|
||||
|
|
@ -2379,23 +2493,22 @@ d. een uniforme set met economische scenario’s.
|
|||
|
||||
**2.** De in het eerste lid bedoelde regels worden uiterlijk iedere vijf jaren getoetst, rekening houdend met financieel-economische ontwikkelingen in het verleden en realistische inzichten ten aanzien van toekomstige financieel-economische verwachtingen.
|
||||
|
||||
**3.** Voordat de voordracht van de in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur wordt gedaan vraagt Onze Minister het oordeel van een commissie bestaande uit onafhankelijke leden die door Onze Minister worden aangewezen, waaronder een voorzitter. Daarbij wordt tevens het oordeel van de commissie gevraagd over de technische uitwerking van de grondslagen voor de waardering van pensioenverplichtingen met een lange termijn.
|
||||
**3.** Ten behoeve van de toetsing, bedoeld in het tweede lid, stelt Onze Minister een commissie in met toepassing van artikel 6 van de Kaderwet adviescolleges. Onze Minister kan tevens het oordeel van de commissie vragen over de toepassing van de rentetermijnstructuur bij rentes met een lange looptijd.
|
||||
|
||||
**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de in het derde lid bedoelde commissie.
|
||||
|
||||
**5.** De voordracht voor een krachtens het eerste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
|
||||
**4.** De voordracht voor een krachtens het eerste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
|
||||
|
||||
### Artikel 140
|
||||
|
||||
**1.** Het beroepspensioenfonds stelt een actuariële en bedrijfstechnische nota vast waarin in elk geval een omschrijving is opgenomen van de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan het bij of krachtens de artikelen 35, 121 tot en met 132 en 138 bepaalde. Daarbij wordt de samenstelling van de feitelijke premie en de hoogte van de premiecomponenten opgenomen. De actuariële en bedrijfstechnische nota bevat voorts een verklaring inzake beleggingsbeginselen.
|
||||
**1.** Het beroepspensioenfonds stelt een actuariële en bedrijfstechnische nota vast waarin in elk geval een omschrijving is opgenomen van de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan het bij of krachtens de artikelen 35, 121 tot en met 132 en 138 bepaalde en de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan de regels ten aanzien van de solidariteitsreserve of de risicodelingsreserve, de toedelingsregels, het projectierendement of de vaste daling en de risicohouding. De actuariële en bedrijfstechnische nota bevat voorts een verklaring inzake beleggingsbeginselen.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De actuariële en bedrijfstechnische nota van een beroepspensioenfonds bevat verder:
|
||||
|
||||
a. een financieel crisisplan waarin het beroepspensioenfonds beschrijft welke maatregelen ingezet kunnen worden in de situatie dat niet aan de vereisten gesteld bij of krachtens artikel 127 zal worden voldaan en welke maatregelen ingezet kunnen worden in de situatie, bedoeld in artikel 135, eerste lid;
|
||||
b. het niveau van de beleidsdekkingsgraad vanaf welke premiekortingen en terugstortingen als bedoeld in artikel 124 zijn toegestaan; en
|
||||
c. een beschrijving van de overige sturingsmiddelen.
|
||||
a. een beschrijving van de wijze waarop het beroepspensioenfonds voorkomt dat de voor pensioen bestemde vermogens, de solidariteitsreserve of de risicodelingsreserve negatief kunnen worden;
|
||||
b. een financieel crisisplan waarin het beroepspensioenfonds beschrijft welke maatregelen ingezet kunnen worden in de situatie dat niet aan de vereisten gesteld bij of krachtens artikel 127 zal worden voldaan en welke maatregelen ingezet kunnen worden in de situatie, bedoeld in artikel 135, eerste lid;
|
||||
c. het niveau van de beleidsdekkingsgraad vanaf welke premiekortingen en terugstortingen als bedoeld in artikel 124 zijn toegestaan; en
|
||||
d. een beschrijving van de overige sturingsmiddelen.
|
||||
|
||||
**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld ten aanzien van de actuariële en bedrijfstechnische nota.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2413,38 +2526,13 @@ Een beroepspensioenfonds met zetel in Nederland stelt binnen zes maanden na aflo
|
|||
|
||||
**2.** Een beroepspensioenfonds verstrekt periodiek binnen de daartoe vastgestelde termijnen staten aan de toezichthouder die de toezichthouder nodig heeft voor de juiste uitoefening van zijn taak, bedoeld in artikel 146.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
**3.** De actuariële staten zijn gewaarmerkt door een bevoegd actuaris. Bij de actuariële staten hoort een actuarieel verslag voorzien van een verklaring van een actuaris.
|
||||
|
||||
De staten omvatten uitsluitend:
|
||||
|
||||
a. informatie over de organisatie van het beroepspensioenfonds;
|
||||
b. een bestuursverslag;
|
||||
c. een balans;
|
||||
d. informatie over financiële relaties en transacties van het beroepspensioenfonds;
|
||||
e. een rekening van baten en lasten;
|
||||
f. informatie inzake de dekkingsgraad, de beleidsdekkingsgraad en de reële dekkingsgraad;
|
||||
g. informatie inzake het vereist eigen vermogen;
|
||||
h. actuariële staten, gewaarmerkt door een bevoegde actuaris, waaronder een actuarieel verslag voorzien van een verklaring van een actuaris;
|
||||
i. informatie over het deelnemersbestand;
|
||||
j. informatie inzake de uitgevoerde beroepspensioenregeling en eventueel andere door het beroepspensioenfonds uitgevoerde regelingen;
|
||||
k. premiegegevens;
|
||||
l. informatie inzake verzekering;
|
||||
m. informatie inzake verplichtingen van het beroepspensioenfonds voor risico van de deelnemers;
|
||||
n. informatie over het herstelplan;
|
||||
o. informatie over de haalbaarheidstoets;
|
||||
p. informatie over toeslagverlening; en
|
||||
q. informatie over vermindering van pensioenaanspraken en pensioenrechten.
|
||||
|
||||
**4.** Met zijn verklaring bedoeld in het derde lid, onderdeel h, bevestigt de actuaris dat hij zich ervan heeft overtuigd dat voldaan is aan de artikelen 121 tot en met 135. Hij is bevoegd zijn verklaring nader toe te lichten of op enig punt een voorbehoud te maken.
|
||||
**4.** Met zijn verklaring bedoeld in het derde lid bevestigt de actuaris dat hij zich ervan heeft overtuigd dat voldaan is aan de artikelen 121 tot en met 135, de correcte toepassing van de toedelingsregels en de regels ten aanzien van de risicohouding. Hij is bevoegd zijn verklaring nader toe te lichten of op enig punt een voorbehoud te maken.
|
||||
|
||||
**5.** De staten zijn periodiek voorzien van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een accountant. Ten bewijze dat de staten door hem zijn onderzocht, waarmerkt de accountant de staten.
|
||||
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot:
|
||||
|
||||
a. de inhoud en de modellen van de staten; en
|
||||
b. de wijze, de periodiciteit en de termijnen van de verstrekking.
|
||||
**6.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt bepaald welke staten worden verstrekt en worden regels gesteld met betrekking tot de inhoud en de modellen van de staten en de wijze, de periodiciteit en de termijnen van de verstrekking.
|
||||
|
||||
### Artikel 143
|
||||
|
||||
|
|
@ -2477,6 +2565,349 @@ a. stelt het beroepspensioenfonds de toezichthouder hiervan op de hoogte;
|
|||
b. gaat het beroepspensioenfonds binnen een door de toezichthouder te stellen termijn over tot het verzekeren bij een verzekeraar, overdragen aan een verzekeraar of onderbrengen bij een beroepspensioenfonds van de pensioenverplichtingen op basis van een procedure welke ter kennis en instemming van de toezichthouder wordt gebracht; en
|
||||
c. stelt het beroepspensioenfonds een algemeen overzicht van de procedure, bedoeld in onderdeel b, beschikbaar voor de deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden of de vertegenwoordigers van de genoemde personen in overeenstemming met het vertrouwelijkheidbeginsel.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 5a. Specifieke voorschriften tijdens transitieperiode
|
||||
|
||||
### Paragraaf 5a.1. Toepassingsgebied en vaststelling scenario’s
|
||||
|
||||
### Artikel 145a
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Dit hoofdstuk is van toepassing, indien:
|
||||
|
||||
a. op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen een beroepspensioenregeling gold;
|
||||
b. de beroepspensioenregeling wordt gewijzigd met als doel om te voldoen aan het nieuwe kader zoals geïntroduceerd met de Wet toekomst pensioenen; en
|
||||
c. er geen gebruik wordt gemaakt van het overgangsrecht, bedoeld in artikel 214d.
|
||||
|
||||
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de risico-neutrale economische scenario’s die worden gebruikt bij de berekening van de transitie-effecten, bedoeld in artikel 145d, vijfde lid, en de collectieve waardeoverdracht indien gebruik wordt gemaakt van de vba-methode, bedoeld in artikel 145m. Voordat de voordracht van de algemene maatregel van bestuur wordt gedaan vraagt Onze Minister het oordeel van de commissie, bedoeld in artikel 139, derde lid. De voordracht voor deze algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
|
||||
|
||||
**3.** Artikel 139, eerste lid, is van toepassing op de berekeningen, bedoeld in dit hoofdstuk met uitzondering van de berekeningen waarvoor de risico-neutrale scenario’s worden gebruikt, bedoeld in het tweede lid.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 5a.2. Mijlpalen
|
||||
|
||||
### Artikel 145b
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Ten behoeve van de wijziging van de beroepspensioenregeling en de uitvoering daarvan door een beroepspensioenfonds wordt voldaan aan de volgende mijlpalen:
|
||||
|
||||
a. de beroepspensioenvereniging zendt de gewijzigde beroepspensioenregeling en het transitieplan aan het beroepspensioenfonds;
|
||||
b. het beroepspensioenfonds dient het implementatieplan met inbegrip van het communicatieplan in bij de toezichthouder.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Ten behoeve van de wijziging van de beroepspensioenregeling en de uitvoering daarvan door een verzekeraar of premiepensioeninstelling wordt voldaan aan de volgende mijlpalen:
|
||||
|
||||
a. de beroepspensioenvereniging zendt de gewijzigde beroepspensioenregeling en het transitieplan aan de verzekeraar of de premiepensioeninstelling;
|
||||
b. de verzekeraar of premiepensioeninstelling dient het implementatieplan met inbegrip van het communicatieplan in bij de toezichthouder.
|
||||
|
||||
**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld voor de tijdstippen waarin voldaan is aan de mijlpalen.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 5a.3. Beroepspensioenregeling en transitieplan
|
||||
|
||||
### Artikel 145c
|
||||
|
||||
**1.** In het transitieplan legt de beroepspensioenvereniging de keuzes, overwegingen en berekeningen die ten grondslag liggen aan de wijziging van de beroepspensioenregeling en de wijze waarop wordt omgegaan met opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten schriftelijk vast, alsmede de verantwoording waarom sprake is van een evenwichtige transitie.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het transitieplan bevat in ieder geval de volgende onderdelen:
|
||||
|
||||
a. het karakter van de gewijzigde beroepspensioenregeling, bedoeld in artikel 28, tweede lid;
|
||||
b. de wijze waarop wordt omgegaan met opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten;
|
||||
c. de effecten van de wijziging van de beroepspensioenregeling en de wijze waarop wordt omgegaan met opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten voor deelnemers, gewezen deelnemers, gewezen partners en pensioengerechtigden berekend, op de wijze vastgelegd in artikel 145d;
|
||||
d. de gemaakte afspraken over compensatie;
|
||||
e. indien afspraken zijn gemaakt over compensatie in de vorm van het toekennen van extra pensioenaanspraken aan deelnemers, het financieringsplan voor deze compensatie waarbij inzichtelijk wordt gemaakt in welke mate elke bron ingezet zal worden; en
|
||||
f. voor zover van toepassing, de gemaakte afspraken over de initiële vulling van de solidariteitsreserve of risicodelingsreserve.
|
||||
|
||||
**3.** De beroepspensioenvereniging zendt het transitieplan binnen twee weken na de afronding aan de pensioenuitvoerder. De pensioenuitvoerder stelt het transitieplan op zijn website beschikbaar voor de deelnemer, gewezen deelnemer, gewezen partner en pensioengerechtigde.
|
||||
|
||||
**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot dit artikel.
|
||||
|
||||
### Artikel 145d
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De transitie-effecten van de wijziging van de beroepspensioenregeling en de wijze waarop wordt omgegaan met opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten worden in ieder geval berekend door:
|
||||
|
||||
a. het netto profijt van het ongewijzigd voortzetten van de beroepspensioenregeling af te zetten tegen het netto profijt van het wijzigen van de beroepspensioenregeling en de wijze waarop wordt omgegaan met opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten; en
|
||||
b. de pensioenverwachting bij ongewijzigd voortzetten van de beroepspensioenregeling te vergelijken met de pensioenverwachting bij wijziging van de beroepspensioenregeling en de wijze waarop wordt omgegaan met opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten, waarbij de pensioenverwachting, voor zover het ouderdomspensioen betreft, wordt weergegeven op basis van een pessimistisch scenario, een verwacht scenario en een optimistisch scenario.
|
||||
|
||||
**2.** Het netto profijt is het verschil tussen de marktwaarde van de te verwachten pensioenuitkeringen en de marktwaarde van de toekomstige premie-inleg.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, worden de effecten van de wijziging van de beroepspensioenregeling en de wijze waarop wordt omgegaan met opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten berekend door het bruto profijt van het ongewijzigd voortzetten van de beroepspensioenregeling af te zetten tegen het bruto profijt van het wijzigen van de beroepspensioenregeling en de wijze waarop wordt omgegaan met opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten, indien:
|
||||
|
||||
a. de beroepspensioenregeling voor de wijziging het karakter heeft van een premieregeling of een kapitaalregeling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, zoals dat artikel luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen;
|
||||
b. de beroepspensioenregeling na de wijziging het karakter heeft van een premie-uitkeringsregeling; en
|
||||
c. geen gebruik wordt gemaakt van het overgangsrecht, bedoeld in artikel 214d.
|
||||
|
||||
**4.** Het bruto profijt is de contante waarde van de toekomstige premie-inleg.
|
||||
|
||||
**5.** De pensioenuitvoerder stelt op de website een kwalitatieve toelichting op de transitie-effecten beschikbaar en verstrekt de deelnemer, gewezen deelnemer, gewezen partner en pensioengerechtigde op verzoek een berekening van de transitie-effecten per leeftijdscohort.
|
||||
|
||||
**6.** Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot dit artikel.
|
||||
|
||||
**7.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen kwantitatieve voorwaarden worden gesteld met betrekking tot de transitie-effecten, bedoeld in het eerste en derde lid.
|
||||
|
||||
**8.** De voordracht voor een krachtens het zevende lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
|
||||
|
||||
### Artikel 145e
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Indien een beroepspensioenregeling afspraken bevat over compensatie in de vorm van het toekennen van extra pensioenaanspraken, wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
a. de beroepsgenoot heeft recht op compensatie als voor het leeftijdscohort waartoe de beroepsgenoot behoort compensatie is overeengekomen in de beroepspensioenregeling, waarbij niet is vereist dat de beroepsgenoot bij aanvang van de compensatieperiode reeds werkzaam was als beroepsgenoot;
|
||||
b. de compensatie wordt tijdsevenredig aan de beroepsgenoot toegekend over de compensatieperiode, die aanvangt op de ingangsdatum van de gewijzigde beroepspensioenregeling en uiterlijk 31 december 2036 eindigt; en
|
||||
c. de compensatie is gefinancierd op het moment dat de compensatie onvoorwaardelijk wordt toegekend.
|
||||
|
||||
**2.** In aanvulling op de artikelen 49, eerste lid, en 50, eerste lid, verstrekt de pensioenuitvoerder voor zover van toepassing de deelnemer jaarlijks en bij beëindiging van de deelneming informatie over de compensatieperiode en de mogelijke effecten voor compensatie bij beëindiging van de deelneming en het aangaan van een nieuwe beroepspensioenregeling. De pensioenuitvoerder stelt deze informatie tevens op zijn website beschikbaar voor de deelnemer.
|
||||
|
||||
**3.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de gewezen beroepsgenoot die op grond van de beroepspensioenregeling recht heeft op premievrije voortzetting.
|
||||
|
||||
### Artikel 145f
|
||||
|
||||
**1.** Indien de beroepspensioenregeling is ondergebracht bij een beroepspensioenfonds stelt de beroepspensioenvereniging, voor zover van toepassing, een vereniging van gewezen deelnemers die aantoont een substantieel gedeelte van alle gewezen deelnemers van het beroepspensioenfonds te vertegenwoordigen of een vereniging van pensioengerechtigden die aantoont een substantieel gedeelte van alle pensioengerechtigden van het beroepspensioenfonds te vertegenwoordigen in de gelegenheid een oordeel uit te spreken over het transitieplan. Het oordeel wordt op een zodanig tijdstip gevraagd dat het van invloed kan zijn op de inhoud van het transitieplan en de daarin verantwoorde keuzes. Indien een oordeel gegeven wordt, geeft de beroepspensioenvereniging aan wat met het oordeel gedaan is.
|
||||
|
||||
**2.** Een beroepspensioenfonds is gehouden om op verzoek van gewezen deelnemers, pensioengerechtigden, een vereniging van gewezen deelnemers of een vereniging van pensioengerechtigden mee te werken aan de verstrekking van informatie aan de gewezen deelnemers of pensioengerechtigden van het fonds over het voornemen tot oprichting, of over het bestaan, van een vereniging van gewezen deelnemers of een vereniging van pensioengerechtigden.
|
||||
|
||||
**3.** Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot dit artikel over in ieder geval de voorwaarde dat een vereniging van gewezen deelnemers dan wel vereniging van pensioengerechtigden een substantieel gedeelte van de gewezen deelnemers respectievelijk pensioengerechtigden dient te vertegenwoordigen.
|
||||
|
||||
### Artikel 145g
|
||||
|
||||
**1.** Er is een onafhankelijke transitiecommissie.
|
||||
|
||||
**2.** De transitiecommissie heeft tot taak het bemiddelen tussen partijen die een beroepspensioenregeling sluiten, indien deze partijen daartoe gezamenlijk een verzoek doen.
|
||||
|
||||
**3.** De transitiecommissie heeft tot taak het adviseren van partijen die een beroepspensioenregeling sluiten, indien deze partijen daartoe gezamenlijk een verzoek doen en zij overeenkomen zich te binden aan het advies van de transitiecommissie.
|
||||
|
||||
**4.** Bij of krachtens algemene maatregel worden nadere regels gesteld met betrekking tot dit artikel, waarbij onder meer wordt geregeld voor welk tijdstippen een verzoek wordt gedaan.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 5a.4. Taken en bevoegdheden pensioenuitvoerder en uitvoeringsovereenkomst
|
||||
|
||||
### Artikel 145h
|
||||
|
||||
**1.** In het implementatieplan legt de pensioenuitvoerder schriftelijk vast op welke wijze voorbereidingen worden getroffen voor de uitvoering van de gewijzigde beroepspensioenregeling en invulling zal worden gegeven aan de uitvoering van de gewijzigde beroepspensioenregeling, alsmede de wijze waarop zal worden omgegaan met opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het implementatieplan bevat in ieder geval de volgende onderdelen:
|
||||
|
||||
a. de technische uitvoerbaarheid van de beroepspensioenregeling;
|
||||
b. de kosten die verband houden met de uitvoering van de beroepspensioenregeling;
|
||||
c. de risico’s die verband houden met de uitvoering van de beroepspensioenregeling;
|
||||
d. de risicobeheersmaatregelen die worden getroffen in verband met de uitvoering van de beroepspensioenregeling;
|
||||
e. de wijze waarop zal worden omgegaan met opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten;
|
||||
f. de wijze waarop uitvoering zal worden gegeven aan de beroepspensioenregeling met inachtneming van de toepasselijke wet- en regelgeving, waaronder de gelijkebehandelingswetgeving;
|
||||
g. een communicatieplan; en
|
||||
h. indien van toepassing, de effecten van het toepassen van het financieel toetsingskader tijdens de transitie en van toeslagverlening tussen 1 juli 2022 en de aanvang van de transitie op grond van de verwachting dat zal worden overgegaan tot een collectieve waardeoverdracht als bedoeld in artikel 145l.
|
||||
|
||||
**3.** Indien het implementatieplan wordt opgesteld door een beroepspensioenfonds legt het beroepspensioenfonds tevens vast, voor zover van toepassing, op welke wijze voorbereidingen worden getroffen voor en invulling zal worden gegeven aan de uitvoering van een besluit als bedoeld in artikel 145m.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
De pensioenuitvoerder stelt per beroepspensioenregeling een implementatieplan op. In afwijking van de eerste zin kan een implementatieplan zich uitstrekken tot meerdere beroepspensioenregelingen, voor zover de pensioenregelingen:
|
||||
|
||||
a. bij uitvoering door een beroepspensioenfonds: behoren tot hetzelfde financieel geheel; en
|
||||
b. bij uitvoering door verzekeraars of premiepensioeninstellingen: dezelfde karakteristieken hebben en gebaseerd zijn op hetzelfde producttype.
|
||||
|
||||
**5.** De pensioenuitvoerder dient het implementatieplan binnen twee weken na de afronding in bij de toezichthouder en stelt het implementatieplan op zijn website beschikbaar voor de deelnemer, gewezen deelnemer, gewezen partner en pensioengerechtigde.
|
||||
|
||||
**6.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot dit artikel.
|
||||
|
||||
### Artikel 145i
|
||||
|
||||
**1.** In het communicatieplan, bedoeld in artikel 145h, tweede lid, onderdeel g, legt de pensioenuitvoerder schriftelijk vast dat en op welke wijze de informatieverstrekking aan deelnemers, gewezen deelnemers, gewezen partners en pensioengerechtigden wordt ingevuld, en gaat daarbij ten minste in op de voor deelnemers, gewezen deelnemers, gewezen partners en pensioengerechtigden relevante gevolgen van de wijziging van de beroepspensioenregeling en de wijze waarop wordt omgegaan met opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het communicatieplan bevat in ieder geval de wijze waarop deelnemers, gewezen deelnemers, gewezen partners en pensioengerechtigden, voor zover van toepassing, worden geïnformeerd over:
|
||||
|
||||
a. de hoogte van het reglementair te bereiken pensioen, de opgebouwde pensioenaanspraken of het pensioenrecht met en zonder wijziging van de beroepspensioenregeling, waarbij bij de informatie over de hoogte met wijziging van de beroepspensioenregeling rekening is gehouden met de effecten van de wijze waarop wordt omgegaan met opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten. Voor zover de informatie betrekking heeft op het reglementair te bereiken ouderdomspensioen voor deelnemers of de opgebouwde aanspraken op ouderdomspensioen voor gewezen deelnemers, wordt deze informatie tevens weergegeven op basis van een pessimistisch scenario, een verwacht scenario en een optimistisch scenario; en
|
||||
b. de mate waarin het verwacht scenario voor het reglementair te bereiken ouderdomspensioen voor deelnemers of de opgebouwde aanspraken op ouderdomspensioen voor gewezen deelnemers zich na ingang kan ontwikkelen op basis van een pessimistisch scenario, een verwacht scenario en een optimistisch scenario; en
|
||||
c. indien afspraken zijn gemaakt over compensatie in de vorm van het toekennen van extra pensioenaanspraken aan deelnemers, de inhoud van deze afspraken en het financieringsplan voor de compensatie waarbij inzichtelijk wordt gemaakt in welke mate welke bron ingezet zal worden.
|
||||
|
||||
**3.** De pensioenuitvoerder verstrekt de informatie aan deelnemers, gewezen deelnemers, gewezen partners en pensioengerechtigden, bedoeld in het tweede lid, en de overige relevante informatie bij de transitie, voorafgaand aan het tijdstip bedoeld in artikel 214g, tweede lid, op basis van een zo nauwkeurig mogelijke prognose en verstrekt na dit tijdstip de informatie, bedoeld in het tweede lid, zoals die definitief is vastgesteld, waarbij de pensioenuitvoerder de verschillen tussen de prognose en de vastgestelde informatie toelicht.
|
||||
|
||||
**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot dit artikel.
|
||||
|
||||
### Artikel 145j
|
||||
|
||||
In aanvulling op artikel 35 wordt in de uitvoeringsovereenkomst, voor zover overeengekomen, een regeling opgenomen met betrekking tot de toekenning en financiering van de compensatie aan deelnemers door het toekennen van extra pensioenaanspraken.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 5a.5. Bevoegdheid beroepspensioenfonds collectieve waardeoverdracht en aanwenden vermogen
|
||||
|
||||
### Artikel 145k
|
||||
|
||||
**1.** De wijze waarop wordt omgegaan met opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten als bedoeld in artikel 145c, tweede lid, onderdeel b, houdt voor beroepspensioenfondsen in dat na de wijziging van de beroepspensioenregeling door collectieve waardeoverdracht de waarde van de pensioenaanspraken en pensioenrechten wordt aangewend bij het beroepspensioenfonds overeenkomstig de gewijzigde beroepspensioenregeling, tenzij dit onevenredig ongunstig zou zijn voor deelnemers, gewezen deelnemers, andere aanspraakgerechtigden, pensioengerechtigden of de beroepspensioenvereniging.
|
||||
|
||||
**2.** Het besluit van de beroepspensioenvereniging om het beroepspensioenfonds niet te verzoeken over te gaan tot collectieve waardeoverdracht moet evenwichtig zijn en alle relevante belangen moeten in acht zijn genomen. De onderbouwing van dit besluit wordt opgenomen in het transitieplan.
|
||||
|
||||
**3.** Het beroepspensioenfonds meldt de beroepspensioenvereniging of de analyse en de onderbouwing voor het afzien van collectieve waardeoverdracht wordt gedeeld en informeert het verantwoordingsorgaan of de raad van toezicht hierover.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Indien de beroepspensioenvereniging een verzoek tot collectieve waardeoverdracht doet, wijst het beroepspensioenfonds het verzoek van de beroepspensioenvereniging alleen af indien:
|
||||
|
||||
a. sprake is van strijd met wettelijke voorschriften;
|
||||
b. de effecten van de voorgenomen wijzigingen ten aanzien van het pensioen als geheel tot onevenwichtig nadeel zou leiden voor deelnemers, gewezen deelnemers, andere aanspraakgerechtigden of pensioengerechtigden; of
|
||||
c. de waardeoverdracht niet uitvoerbaar is binnen de grenzen van een beheerste en integere bedrijfsvoering.
|
||||
|
||||
**5.** Bij de collectieve waardeoverdracht, bedoeld in dit artikel, is, in afwijking van artikel 91, artikel 145l van toepassing.
|
||||
|
||||
**6.** Indien de wijziging van de beroepspensioenregeling betekent dat een beroepspensioenfonds overgaat van uitvoering van een beroepspensioenregeling die het karakter heeft van een uitkeringsregeling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, zoals dat artikel luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen, naar uitvoering van een flexibele premieregeling, legt het beroepspensioenfonds binnen een jaar na de collectieve waardeoverdracht, bedoeld in artikel 145l, gepensioneerden de keuze voor tussen een vastgestelde of variabele uitkering. In afwijking van artikel 81, derde lid, is artikel 88 van overeenkomstige toepassing. De artikelen 55a,58a, 58b, 58c en 75b zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**7.** Voor zover een beroepspensioenfonds niet overgaat tot een collectieve waardeoverdracht als bedoeld in artikel 145l, worden de pensioenaanspraken en pensioenrechten die voortvloeien uit de beroepspensioenregeling zoals die luidde voor de wijziging aangemerkt als een te onderscheiden financieel geheel. Hetgeen bij of krachtens de artikelen 121, 124 tot en met 137, 138, voor zover het de haalbaarheidstoets betreft, 140, 142, 144 en 145 is bepaald, wordt toegepast per financieel geheel.
|
||||
|
||||
**8.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot dit artikel.
|
||||
|
||||
### Artikel 145l
|
||||
|
||||
**1.** Een beroepspensioenfonds is op verzoek van de beroepspensioenvereniging bevoegd tot collectieve waardeoverdracht indien de waardeoverdracht ertoe strekt in verband met een wijziging van de beroepspensioenregeling de waarde van pensioenaanspraken of pensioenrechten aan te wenden bij het beroepspensioenfonds overeenkomstig die gewijzigde beroepspensioenregeling.
|
||||
|
||||
**2.** Het voornemen tot waardeoverdracht wordt door het beroepspensioenfonds, onverwijld nadat het besluit tot waardeoverdracht is genomen maar uiterlijk zes maanden voor de beoogde datum van waardeoverdracht, elektronisch gemeld aan de toezichthouder. De toezichthouder kan binnen die periode een verbod tot waardeoverdracht opleggen. De toezichthouder kan de termijn van zes maanden gemotiveerd verlengen met maximaal twee maal drie maanden. De toezichthouder richt een proces in voor de melding van de interne collectieve waardeoverdracht en schrijft voor welke stukken daarvoor benodigd zijn.
|
||||
|
||||
**3.** Het intern toezicht bij een beroepspensioenfonds houdt toezicht op de interne collectieve waardeoverdracht met inbegrip van het aanwenden van het vermogen en legt hierover verantwoording af in het bestuursverslag.
|
||||
|
||||
**4.** Het beroepspensioenfonds stelt het verantwoordingsorgaan in de gelegenheid advies uit te brengen over de voorgenomen collectieve waardeoverdracht met inbegrip van het aanwenden van het vermogen van het beroepspensioenfonds bij de waardeoverdracht. Ten aanzien van dit advies zijn de artikelen 110e, vijfde, zesde en zevende lid, en 211a van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**5.** Indien het verantwoordingsorgaan of een geleding binnen het verantwoordingsorgaan negatief adviseert over de voorgenomen collectieve waardeoverdracht, informeert het beroepspensioenfonds de beroepspensioenvereniging die het verzoek tot collectieve waardeoverdracht heeft gedaan hierover en vraagt de beroepspensioenvereniging het verzoek tot waardeoverdracht te heroverwegen met inachtneming van het advies van het verantwoordingsorgaan of een geleding van het verantwoordingsorgaan. De beroepspensioenvereniging onderbouwt het resultaat van de heroverweging.
|
||||
|
||||
**6.** Het beroepspensioenfonds heeft de goedkeuring nodig van de raad van toezicht voor elk voorgenomen besluit met betrekking tot de collectieve waardeoverdracht met inbegrip van het aanwenden van het vermogen bij de waardeoverdracht. Artikel 110a, vierde, achtste en negende lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**7.** Bij de collectieve waardeoverdracht wordt de overdrachtswaarde door het beroepspensioenfonds zodanig vastgesteld dat de voor mannen en vrouwen te verwerven pensioenrechten gelijk zijn waarbij aan het vereiste van collectieve actuariële gelijkwaardigheid op basis van dezelfde grondslagen wordt voldaan.
|
||||
|
||||
**8.** Elk beding strijdig met dit artikel is nietig.
|
||||
|
||||
**9.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot dit artikel.
|
||||
|
||||
### Artikel 145m
|
||||
|
||||
**1.** Voor de waardering van pensioenaanspraken en pensioenrechten bij een collectieve waardeoverdracht als bedoeld in artikel 145l en het aanwenden van het vermogen maakt een beroepspensioenfonds gebruik van de standaardmethode.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid kan een beroepspensioenfonds gebruik maken van de vba-methode indien deze methode beter de bijzondere kenmerken van de pensioenregeling en het beroepspensioenfonds modelleert en het beroepspensioenfonds het toepassen van de vba-methode onderbouwt in het implementatieplan.
|
||||
|
||||
**3.** Bij toepassing van de standaardmethode wordt voor de waardering van pensioenaanspraken en pensioenrechten gebruik gemaakt van de standaardregel.
|
||||
|
||||
**4.** Bij toepassing van de vba-methode is per cohort de inclusieve marktwaarde van de opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten na de collectieve waardeoverdracht minimaal gelijk aan de inclusieve marktwaarde van de opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten voor de collectieve waardeoverdracht.
|
||||
|
||||
**5.** Bij toepassing van de standaardmethode kan een beroepspensioenfonds na toepassing van de standaardregel afwijken van de uitkomsten voor zover dit nodig is om gelijke aanpassingen van pensioenuitkeringen mogelijk te maken en de verschuiving van vermogen daarvoor binnen de groep pensioengerechtigden blijft.
|
||||
|
||||
**6.** Bij toepassing van de standaardmethode kan een beroepspensioenfonds met een dekkingsgraad waarbij de technische voorzieningen voor meer dan 110% door waarden worden gedekt, na toepassing van de standaardregel afwijken van de uitkomsten mits de waarde van de pensioenaanspraak of het pensioenrecht van iedere deelnemer, gewezen deelnemer, andere aanspraakgerechtigde of pensioengerechtigde tenminste 95% bedraagt van de uitkomst van de standaardregel, na de initiële vulling van een solidariteitsreserve, een risicodelingsreserve of een compensatiedepot. Bij dekkingsgraden tussen 105% en 110% mag 5% van het vermogen verschoven worden, mits deze verschuiving bijdraagt aan de evenwichtigheid van de transitie.
|
||||
|
||||
**7.**
|
||||
|
||||
Een beroepspensioenfonds is bij de collectieve waardeoverdracht bevoegd om op verzoek van de beroepspensioenvereniging het vermogen, met uitzondering van het minimaal vereist eigen vermogen, van het beroepspensioenfonds aan te wenden voor de initiële vulling van een solidariteitsreserve of risicodelingsreserve of de compensatie van deelnemers door het toekennen van extra pensioenaanspraken, mits:
|
||||
|
||||
a. bij toepassing van de standaardmethode: voor de initiële vulling van een solidariteitsreserve of risicodelingsreserve of de compensatie van deelnemers alleen het vermogen wordt aangewend dat op het moment van de collectieve waardeoverdracht niet strekt ter dekking van de technische voorzieningen;
|
||||
b. bij toepassing van de vba-methode: voor het aanwenden van het vermogen ten behoeve van de compensatie van deelnemers reeds zonder toedeling van de compensatie aan de in het vierde lid genoemde voorwaarde is voldaan; en
|
||||
c. voor zover het vermogen wordt aangewend voor de compensatie van deelnemers, de verdelingsregels van het vermogen dat hiervoor wordt benut vastliggen.
|
||||
|
||||
**8.**
|
||||
|
||||
Met inachtneming van het zevende lid, aanhef, kan, in afwijking van het zevende lid, onderdeel a of b, een beroepspensioenfonds dat op het tijdstip van de collectieve waardeoverdracht een dekkingsgraad heeft waarbij de technische voorzieningen voor minder dan 105% door waarden worden gedekt, ten hoogste 5% van de waarde van de opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten aanwenden voor de initiële vulling van een solidariteitsreserve of risicodelingsreserve, de compensatie van deelnemers door het toekennen van extra pensioenaanspraken of het toekennen van extra pensioenrechten aan pensioengerechtigden tot maximaal hun technische voorziening mits:
|
||||
|
||||
a. de aanwending is opgenomen in het transitieplan, bedoeld in artikel 145c; en
|
||||
b. het beroepspensioenfonds advies heeft verkregen van het verantwoordingsorgaan op grond van artikel 145l, vierde lid.
|
||||
|
||||
**9.** Een beroepspensioenfonds kan na de collectieve waardeoverdracht een solidariteitsreserve of risicodelingsreserve hebben die, in afwijking van de artikelen 28d of 28e, een omvang heeft van meer dan 15% van het geheel voor pensioen gereserveerd vermogen of kapitaal inclusief de solidariteitsreserve of risicodelingsreserve. Voor deze reserve geldt de eis van de maximale omvang van 15% op 1 januari 2037 of zoveel eerder als de omvang van de reserve maximaal 15% is gaan bedragen. Voor het uitdelen uit de reserve boven de maximale omvang van 15% kan worden afgeweken van de artikelen 28d, derde lid, of 28e, derde lid.
|
||||
|
||||
**10.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot dit artikel over in ieder geval de standaardmethode en de vba-methode.
|
||||
|
||||
### Artikel 145n
|
||||
|
||||
**1.** Een beroepspensioenfonds dat over wil gaan tot een collectieve waardeoverdracht als bedoeld in artikel 145l en een dekkingsgraad heeft waarbij de technische voorzieningen voor minder dan 90% door waarden worden gedekt, neemt tijdig maatregelen die ten tijde van de collectieve waardeoverdracht in de technische voorzieningen zijn verwerkt en doorgevoerd, waardoor de technische voorzieningen van het beroepspensioenfonds bij de collectieve waardeoverdracht ten minste voor 90% door waarden zijn gedekt.
|
||||
|
||||
**2.** Zo nodig in afwijking van artikel 145m, derde en vierde lid, is bij een collectieve waardeoverdracht als bedoeld in artikel 145l, de waarde van de pensioenaanspraak of het pensioenrecht van iedere deelnemer, gewezen deelnemer, andere aanspraakgerechtigde of pensioengerechtigde tenminste 95% van de uitkomst van de toepassing van de standaardregel, tenzij de technische voorziening voor de pensioenaanspraak of het pensioenrecht van de deelnemer, gewezen deelnemer, andere aanspraakgerechtigde of pensioengerechtigde lager is, dan bedraagt de waarde tenminste de technische voorziening.
|
||||
|
||||
**3.** Indien bij een collectieve waardeoverdracht als bedoeld in artikel 145l de waarde van de pensioenaanspraak of het pensioenrecht van een deelnemer, gewezen deelnemer, andere aanspraakgerechtigde of pensioengerechtigde minder bedraagt dan de technische voorziening, kan de waarde voor een andere deelnemer, gewezen deelnemer, aanspraakgerechtigde of pensioengerechtigde niet meer bedragen dan de technische voorziening, tenzij het meerdere een gevolg is van compensatie door het toekennen van extra pensioenaanspraken.
|
||||
|
||||
**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot dit artikel.
|
||||
|
||||
### Artikel 145na
|
||||
|
||||
**1.** De toezichthouder kan op aanvraag van een beroepspensioenfonds, geheel of gedeeltelijk, ontheffing verlenen van het bij of krachtens de artikelen 145m, achtste lid, of 145n bepaalde, indien het beroepspensioenfonds aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan.
|
||||
|
||||
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot dit artikel.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 5a.6. Financieel toetsingskader beroepspensioenfondsen tijdens transitie
|
||||
|
||||
### Artikel 145o
|
||||
|
||||
**1.** Een beroepspensioenfonds dat naar verwachting zal overgaan op een collectieve waardeoverdracht als bedoeld in artikel 145l, kan in de periode tot die collectieve waardeoverdracht plaatsvindt, in afwijking van de artikelen 133, 134, of 135, eerste en derde lid, afzien van het jaarlijks indienen van een herstelplan en kan in plaats daarvan jaarlijks een concreet en haalbaar overbruggingsplan indienen dat voldoet aan de daarvoor gestelde voorwaarden.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid kan een beroepspensioenfonds dat op 1 juli 2025 geen implementatieplan heeft ingediend bij de toezichthouder geen overbruggingsplan indienen voor de jaren 2025 en 2026.
|
||||
|
||||
**3.** In het overbruggingsplan beschrijft het beroepspensioenfonds de financiële situatie van het beroepspensioenfonds in de periode tot het beroepspensioenfonds overgaat tot collectieve waardeoverdracht maar uiterlijk op 1 januari 2027. Het uitgangspunt voor de beschrijving is de dekkingsgraad van het beroepspensioenfonds op 31 december van enig jaar.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Een beroepspensioenfonds:
|
||||
|
||||
a. onderbouwt in het overbruggingsplan:
|
||||
|
||||
1°. waarom het vanuit het belang van deelnemers, gewezen deelnemers, andere aanspraakgerechtigden en pensioengerechtigden een overbruggingsplan indient;
|
||||
2°. hoe de invaardekkingsgraad is vastgesteld;
|
||||
3°. hoe de premiedekkingsgraad bijdraagt aan de financiële positie van het beroepspensioenfonds;
|
||||
4°. hoe zal worden voldaan aan de vereisten van het minimaal vereist eigen vermogen en het vereist eigen vermogen indien het beroepspensioenfonds niet of niet meer gebruik maakt van de regeling voor overbruggingsplannen; en
|
||||
5°. hoe het rekening heeft gehouden met generatie-effecten in termen van netto-profijt die ontstaan door het indienen van een overbruggingsplan, waarbij deze onderbouwing alleen wordt opgenomen in het eerste overbruggingsplan dat wordt ingediend voor het implementatieplan is ingediend en vervolgens in het eerste overbruggingsplan nadat het implementatieplan is ingediend; en
|
||||
b. stelt informatie over het overbruggingsplan en de onderbouwing daarvan tijdig ter beschikking van de deelnemers, gewezen deelnemers, andere aanspraakgerechtigden en pensioengerechtigden of verstrekt deze informatie tijdig.
|
||||
|
||||
**5.** Het beroepspensioenfonds stelt het verantwoordingsorgaan in de gelegenheid advies uit te brengen over de vaststelling van het overbruggingsplan. Ten aanzien van dit advies zijn de artikelen 110e, vijfde, zesde en zevende lid, en 211a van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**6.** Voor de toepassing van artikel 135 telt de vaststelling van een beleidsdekkingsgraad in de periode dat op grond van dit artikel geen herstelplan wordt ingediend mee voor de bepaling hoe veel maal opeenvolgend sprake is van een beleidsdekkingsgraad onder het minimaal vereist eigen vermogen.
|
||||
|
||||
**7.** Artikel 132, tweede lid, onderdeel a en b, is niet van toepassing zolang een beroepspensioenfonds een overbruggingsplan indient. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld voor de toeslagverlening in die situatie.
|
||||
|
||||
**8.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels worden gesteld met betrekking tot de overbruggingsplannen.
|
||||
|
||||
### Artikel 145p
|
||||
|
||||
**1.** Een beroepspensioenfonds dat na een of meer jaren overbruggingsplannen te hebben ingediend, in een jaar in plaats van een overbruggingsplan een herstelplan indient bij toezichthouder, doet dit binnen drie maanden na de in het tweede lid, onderdeel b of c, genoemde tijdstippen.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het beroepspensioenfonds dient het overbruggingsplan ter instemming in bij de toezichthouder nadat het beroepspensioenfonds de dekkingsgraad heeft vastgesteld op 31 december van enig jaar. Indien een beroepspensioenfonds voor het jaar 2023 een overbruggingsplan indient, terwijl het beroepspensioenfonds voor het jaar 2023 al een herstelplan heeft waarmee de toezichthouder heeft ingestemd, vervangt dit overbruggingsplan als het is vastgesteld het herstelplan. Het beroepspensioenfonds dient het overbruggingsplan in:
|
||||
|
||||
a. in het jaar 2023: uiterlijk 1 september 2023;
|
||||
b. in de jaren 2024 en 2025: uiterlijk 1 juli 2024 respectievelijk 2025; en
|
||||
c. in het jaar 2026: uiterlijk 1 april 2026.
|
||||
|
||||
**3.** Het overbruggingsplan heeft steeds een looptijd tot het tijdstip waarop het beroepspensioenfonds verwacht over te gaan tot collectieve waardeoverdracht maar uiterlijk 1 januari 2027.
|
||||
|
||||
**4.** Indien het beroepspensioenfonds op 31 december van enig jaar een dekkingsgraad heeft waarbij de technische voorzieningen voor minder dan 90% door waarden worden gedekt, neemt het binnen drie maanden na het tijdstip waarop het overbruggingsplan moet zijn ingediend maatregelen waardoor de dekkingsgraad van het beroepspensioenfonds direct zodanig wordt dat de technische voorzieningen voor 90% door waarden worden gedekt.
|
||||
|
||||
**5.** Indien een beroepspensioenfonds dat nog geen implementatieplan heeft ingediend een dekkingsgraad heeft waarbij de technische voorzieningen voor minder dan 95% door waarden worden gedekt, werkt het, eventueel in aanvulling op het vierde lid, in het overbruggingsplan uit hoe het in de looptijd van het overbruggingsplan zal komen tot een invaardekkingsgraad waarbij de technische voorzieningen minimaal voor 95% door waarden worden gedekt.
|
||||
|
||||
**6.** In de overbruggingsplannen die worden ingediend nadat het beroepspensioenfonds het implementatieplan heeft ingediend werkt het beroepspensioenfonds, eventueel in aanvulling op het vierde lid, onderbouwd uit hoe het zal komen tot een specifieke invaardekkingsgraad voor het beroepspensioenfonds. De invaardekkingsgraad is de dekkingsgraad die een beroepspensioenfonds nodig heeft om te komen tot een verantwoorde, uitlegbare en evenwichtige overstap naar de uitvoering van de gewijzigde beroepspensioenregelingen en is een financiële uitwerking van de besluitvorming over de gewijzigde beroepspensioenregelingen en de compensatie.
|
||||
|
||||
**7.**
|
||||
|
||||
Voor zover het bij de maatregelen die in het overbruggingsplan zijn opgenomen een vermindering van pensioenaanspraken en pensioenrechten betreft, worden deze voor zover het betreft een vermindering die betrekking heeft op:
|
||||
|
||||
a. het vierde lid: direct in de technische voorzieningen verwerkt en direct ofwel in beginsel evenredig gespreid in de tijd doorgevoerd gedurende maximaal de termijn die wordt gebruikt voor het overbruggingsplan, waarbij de eerste termijn wordt doorgevoerd in het jaar waarin het overbruggingsplan is ingediend;
|
||||
b. het vijfde lid in het overbruggingsplan voor het jaar 2023 of 2024: evenredig gespreid in de tijd gedurende maximaal de termijn die wordt gebruikt voor het overbruggingsplan, waarbij de eerste termijn direct in de technische voorzieningen wordt verwerkt en doorgevoerd in het jaar waarin het overbruggingsplan is ingediend; en
|
||||
c. het zesde lid in de overbruggingsplannen voor de jaren 2024, 2025 of 2026: direct in de technische voorzieningen verwerkt en direct doorgevoerd in het jaar waarin het overbruggingsplan is ingediend.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 5a.7. Aanvullende maatregelen transitieperiode pensioenfondsen
|
||||
|
||||
### Artikel 145q
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De in artikel 82 genoemde plicht tot waardeoverdracht geldt niet zolang:
|
||||
|
||||
a. bij het overdragende pensioenfonds geen waardeoverdracht als bedoeld in artikel 145l heeft plaatsgevonden, maar bij het ontvangende pensioenfonds wel; of
|
||||
b. bij het ontvangende pensioenfonds geen waardeoverdracht als bedoeld in artikel 145l heeft plaatsgevonden, maar bij het overdragende pensioenfonds wel.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid, onderdeel a, is niet van toepassing indien het overdragende pensioenfonds bij de opdrachtaanvaarding, bedoeld in artikel 109a, heeft aangegeven geen gebruik te maken van de mogelijkheid tot waardeoverdracht als bedoeld in artikel 145l.
|
||||
|
||||
**3.** Het eerste lid, onderdeel b, is niet van toepassing indien het ontvangende pensioenfonds bij de opdrachtaanvaarding, bedoeld in artikel 109a, heeft aangegeven geen gebruik te maken van de mogelijkheid tot waardeoverdracht als bedoeld in artikel 145l.
|
||||
|
||||
**4.** De in artikel 82 genoemde plicht tot waardeoverdracht herleeft zodra zowel bij het ontvangende als het overdragende pensioenfonds waardeoverdracht als bedoeld in artikel 145l heeft plaatsgevonden, dan wel indien er sprake is van een situatie als bedoeld in het tweede of derde lid.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 6. Toezicht, handhaving en overige taken toezichthouder
|
||||
|
||||
### Paragraaf 1. De toezichthouder
|
||||
|
|
@ -2485,7 +2916,7 @@ c. stelt het beroepspensioenfonds een algemeen overzicht van de procedure, bedoe
|
|||
|
||||
**1.** De Stichting Autoriteit Financiële Markten is belast met het gedragstoezicht.
|
||||
|
||||
**2.** Gedragstoezicht is toezicht gericht op de naleving van de normen ten aanzien van voorlichting door pensioenuitvoerders aan deelnemers, gewezen deelnemers, gewezen partners en pensioengerechtigden en de normen ten aanzien van de advisering van de deelnemer of gewezen deelnemer bij de uitvoering van premieregelingen met beleggingsvrijheid waarbij de deelnemer of gewezen deelnemer de verantwoordelijkheid voor de beleggingen heeft overgenomen.
|
||||
**2.** Gedragstoezicht is toezicht gericht op de naleving van de normen ten aanzien van voorlichting in ruime zin aan en zorgvuldige bejegening in ruime zin door pensioenuitvoerders van deelnemers, gewezen deelnemers, gewezen partners, andere aanspraakgerechtigden en pensioengerechtigden en de normen ten aanzien van de advisering van de deelnemer of gewezen deelnemer bij de uitvoering van premieregelingen met beleggingsvrijheid waarbij de deelnemer of gewezen deelnemer de verantwoordelijkheid voor de beleggingen heeft overgenomen.
|
||||
|
||||
**3.** De Nederlandsche Bank N.V. is belast met het prudentieel toezicht en het materieel toezicht.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2687,6 +3118,8 @@ De toezichthouder kent aan een op grond van het eerste lid aangewezen persoon ee
|
|||
a. het beroepspensioenfonds of, wanneer de financiële omstandigheden van het beroepspensioenfonds dit niet toestaan;
|
||||
b. de toezichthouder.
|
||||
|
||||
**8.** De curator is niet aansprakelijk voor schade veroorzaakt door een handelen of nalaten in de uitoefening van de taak op grond van dit artikel, tenzij deze schade in belangrijke mate het gevolg is van een opzettelijk onbehoorlijke taakuitoefening of een opzettelijk onbehoorlijke uitoefening van bevoegdheden of in belangrijke mate te wijten is aan grove schuld.
|
||||
|
||||
### Artikel 168
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
|
@ -2723,7 +3156,7 @@ b. de toezichthouder.
|
|||
|
||||
### Artikel 171
|
||||
|
||||
**1.** De toezichthouder kan een bestuurlijke boete opleggen ter zake van een overtreding van voorschriften, gesteld bij of krachtens de artikelen 8, 21, 22, 23, 25, 26, 35, 36, 38, 39, eerste lid, 39, zevende lid, voor zover het betreft de overeenkomstige toepassing van artikel 39, eerste lid, 43, 44, 46 tot en met 59, 60, 61, tweede en vierde lid, 62, 63, 63a, 69, 72, 73, 74, 75, 75b, 78, vierde tot en met zesde, achtste en tiende lid, 79, tweede lid, 80, tweede lid, 80a, vierde, vijfde en achtste lid, 81a, derde, vierde, vijfde en zevende lid, 82, eerste tot en met vijfde en zevende lid, 85, tweede en derde lid, 91, tweede en achtste lid, 92, tweede en zevende lid, 93, eerste lid, 94, eerste en tweede lid, 95, 99, 102, tweede lid, 104, 105, 106, 107, 108, 109a, 110 tot en met 110h, 113, 114, 115, 116, 117, 118, 123, 124, 125, 125a, 129, 130, 131, 132, 133, 134, 135, 138, 140, 141, 142, eerste, tweede, derde, vijfde en zesde lid, 145, 162, 164, 165, eerste tot en met vierde lid, 166, eerste lid, 167, vijfde lid, 191, 193, 197, derde en vierde lid, 198 en van artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
|
||||
**1.** De toezichthouder kan een bestuurlijke boete opleggen ter zake van een overtreding van voorschriften, gesteld bij of krachtens de artikelen 8, 21, 22, 23, 25, 26, 28a, 28b, 28c, 28d, 28e, 35, 36, 38, 39, eerste lid, 39, zevende lid, voor zover het betreft de overeenkomstige toepassing van artikel 39, eerste lid, 43, 44, 46 tot en met 59c, 60, 61, tweede en vierde lid, 62, 62a, 63, 63a, 63b, 69, 72, 73, 74, 75, 75b, 78, vierde tot en met zesde, achtste en tiende lid, 79, tweede lid, 80, tweede lid, 80a, vierde, vijfde en achtste lid, 81a, derde, vierde, vijfde en zevende lid, 82, eerste tot en met vijfde en zevende lid, 85, tweede en derde lid, 91, tweede en vierde lid, 92, tweede en vierde lid, 93, eerste lid, 94, eerste en tweede lid, 95, 99, 102, tweede lid, 104, 105, 106, 107, 107a, 108, 109a, 110 tot en met 110h, 113, 114, 115, 118, 124, 145f, tweede lid, 145h, 145i, 145j, 145k, derde en vierde lid, 145l, tweede tot en met zevende en negende lid, 145o, derde tot en met zesde lid, en 145p, tweede en vierde lid, 125, 125a, 129, 130, 131, 132, 133, 134, 135, 138, 140, 141, 142, eerste, tweede, derde, vijfde en zesde lid, 145, 162, 164, 165, eerste tot en met vierde lid, 166, eerste lid, 167, vijfde lid, 191, 193, 197, derde en vierde lid, 198 en van artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
|
||||
|
||||
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3198,15 +3631,13 @@ Onze Minister zendt binnen drie jaar na inwerkingtreding van de Wet verbeterde p
|
|||
|
||||
**11.** Artikel 65 zoals dat artikel luidde op de dag voor inwerkingtreding van artikel III van de Wet vrijlating lijfrenteopbouw en inkomsten uit arbeid en bevordering vrijwillige voortzetting pensioenopbouw blijft van toepassing indien sprake is van beëindiging van het beroep voor de inwerkingtreding van artikel III van die wet.
|
||||
|
||||
**12.** In afwijking van artikel 81, derde lid, is de pensioenuitvoerder verplicht om op verzoek van de pensioengerechtigde die vanaf 8 juli 2015 gebruik is gaan maken van de regeling, bedoeld in artikel 2, vierde lid, het deel van het kapitaal dat nog niet is aangewend voor aankoop van een levenslange uitkering over te dragen aan een andere pensioenuitvoerder ten behoeve van de aankoop van een levenslange uitkering.
|
||||
**12.** Artikel 57a, eerste lid, onderdelen a en b, en tweede lid, onderdelen e en f, is niet van toepassing op informatie en stukken met betrekking tot tijdvakken gelegen voor 1 januari 2016. Indien de deelnemer, gewezen deelnemer, gewezen partner of pensioengerechtigde hierom verzoekt verstrekt de pensioenuitvoerder deze informatie en stukken schriftelijk of elektronisch. Artikel 57a, eerste en tweede lid, is voor gewezen deelnemers, gewezen partners en pensioengerechtigden van toepassing, indien de beroepsgenoot of gewezen beroepsgenoot op of na 1 juli 2016 deelnemer was.
|
||||
|
||||
**13.** Artikel 57a, eerste lid, onderdelen a en b, en tweede lid, onderdelen d en e, is niet van toepassing op informatie en stukken met betrekking tot tijdvakken gelegen voor 1 januari 2016. Indien de deelnemer, gewezen deelnemer, gewezen partner of pensioengerechtigde hierom verzoekt verstrekt de pensioenuitvoerder deze informatie en stukken schriftelijk of elektronisch. Artikel 57a, eerste en tweede lid, is voor gewezen deelnemers, gewezen partners en pensioengerechtigden van toepassing, indien de beroepsgenoot of gewezen beroepsgenoot op of na 1 juli 2016 deelnemer was.
|
||||
|
||||
**14.** Indien een verzekeraar en een pensioengerechtigde ter zake van een pensioen waarvan de ingangsdatum is gelegen tussen 1 januari 2014 en 8 juli 2015 en dat is gebaseerd op een premieregeling of een kapitaalregeling, zijn overeengekomen dat de pensioenuitkering wordt omgezet in een kapitaal dat wordt aangewend voor een variabele uitkering, is, in afwijking van artikel 81, derde lid, de verzekeraar die geen variabele uitkeringen uitvoert, verplicht om op verzoek van de pensioengerechtigde het kapitaal over te dragen aan een andere pensioenuitvoerder ten behoeve van de aankoop van een variabele uitkering.
|
||||
**13.** Indien een verzekeraar en een pensioengerechtigde ter zake van een pensioen waarvan de ingangsdatum is gelegen tussen 1 januari 2014 en 8 juli 2015 en dat is gebaseerd op een premieregeling of een kapitaalregeling, zijn overeengekomen dat de pensioenuitkering wordt omgezet in een kapitaal dat wordt aangewend voor een variabele uitkering, is, in afwijking van artikel 81, derde lid, de verzekeraar die geen variabele uitkeringen uitvoert, verplicht om op verzoek van de pensioengerechtigde het kapitaal over te dragen aan een andere pensioenuitvoerder ten behoeve van de aankoop van een variabele uitkering.
|
||||
|
||||
### Artikel 214a
|
||||
|
||||
**1.** Artikel 66, zesde lid, is van toepassing indien de deelneming eindigt vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van artikel II, onderdeel E, van de Wet waardeoverdracht klein pensioen.
|
||||
**1.** Artikel 66, vijfde lid, is van toepassing indien de deelneming eindigt vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van artikel II, onderdeel E, van de Wet waardeoverdracht klein pensioen.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de deelneming is geëindigd voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel II, onderdeel E, van de Wet waardeoverdracht klein pensioen heeft de pensioenuitvoerder het recht om pensioenaanspraken van een gewezen deelnemer te laten vervallen indien op basis van de tot het tijdstip van beëindiging opgebouwde aanspraak op ouderdomspensioen de uitkering van het ouderdomspensioen op jaarbasis op de reguliere ingangsdatum niet meer zal bedragen dan € 2,– per jaar. De pensioenuitvoerder die gebruik maakt van het recht, bedoeld in de eerste zin, informeert de gewezen deelnemers hierover.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3229,6 +3660,115 @@ c. zijn de artikelen 110a, derde lid, aanhef en onderdeel d, en 110e, derde lid,
|
|||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 214c
|
||||
|
||||
**1.** De artikelen 72, vierde en vijfde lid, 74, eerste lid, 78, achtste lid, 80, eerste lid, onderdeel b, 89, eerste lid, onderdeel a, 89a, derde lid, 91, tweede lid, onderdeel b, 92, tweede lid, onderdeel b, en 145l, zevende lid, zijn van toepassing op pensioenaanspraken die vanaf 1 januari 2007 zijn opgebouwd.
|
||||
|
||||
**2.** De artikelen 72, vierde en vijfde lid, 74, eerste lid, 88, eerste lid, onderdeel b, 89, eerste lid, onderdeel a, en 89a, derde lid, kunnen van toepassing zijn op pensioenaanspraken die voor 1 januari 2007 zijn opgebouwd indien dit is overeengekomen in de beroepspensioenregeling.
|
||||
|
||||
**3.** Artikel 80a, vijfde lid, is van toepassing op pensioenaanspraken die zijn opgebouwd vanaf 1 januari 2015 en kan van toepassing zijn op pensioenaanspraken die zijn opgebouwd voor 1 januari 2015 indien dit in de beroepspensioenregeling is overeengekomen.
|
||||
|
||||
**4.** Voor de toepassing van de artikelen 91, 92 en 145l is op pensioenaanspraken die voor de in het eerste lid genoemde datum zijn opgebouwd de eis van individuele actuariële gelijkwaardigheid, bedoeld in artikel 82, vierde lid, van toepassing, tenzij in de beroepspensioenregeling is overeengekomen dat de voorwaarden, bedoeld in de artikelen 91, tweede lid, onderdeel b, 92, tweede lid, onderdeel b, of 145l, zevende lid, van toepassing zijn.
|
||||
|
||||
**5.** Voor zover het bij de toepassing van de artikelen 88, eerste lid, 89, eerste lid, 89a, eerste en tweede lid, 91, eerste lid, 92, eerste lid, of 145l, eerste lid, pensioenaanspraken betreft die als gevolg van een premievrije voortzetting van die pensioenaanspraken worden opgebouwd zijn de artikelen 88, eerste lid, onderdeel b, 89, eerste lid, onderdeel a, 89a, derde lid, 91, tweede lid, onderdeel b, 92, tweede lid, onderdeel b, of 145l, zevende lid, van toepassing indien het recht op die premievrije voortzetting is ontstaan op of na 1 januari 2006.
|
||||
|
||||
### Artikel 214ca
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 214d
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 23 mag de door of voor een deelnemer verschuldigde premie tot het moment van beëindiging van de deelneming een met de leeftijd oplopend percentage van het loon dat voor de pensioenberekening in aanmerking wordt genomen bedragen, mits:
|
||||
|
||||
a. op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen sprake was van een premieregeling met een met de leeftijd oplopend premiepercentage of een uitkeringsregeling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, zoals dat artikel luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen, met een met de leeftijd oplopend premiepercentage ondergebracht bij een verzekeraar;
|
||||
b. de deelneming van de deelnemer reeds was aangevangen waarbij de deelnemer pensioenaanspraken opbouwt, op de dag voordat voor nieuwe deelnemers een beroepspensioenregeling geldt waarbij de premie conform artikel 23 voor alle deelnemers een gelijk percentage van het loon dat voor de pensioenberekening in aanmerking wordt genomen bedraagt, doch uiterlijk op 31 december 2026; en
|
||||
c. de beroepspensioenregeling niet het karakter heeft van een solidaire premieregeling.
|
||||
|
||||
**2.** In aanvulling op de artikelen 49, eerste lid, en 50, eerste lid, verstrekt de pensioenuitvoerder de deelnemer jaarlijks en bij beëindiging van de deelneming informatie over het hanteren van een met de leeftijd oplopend premiepercentage en de mogelijke effecten bij beëindiging van de deelneming en het aangaan van een nieuwe pensioenregeling. De pensioenuitvoerder stelt deze informatie tevens op zijn website beschikbaar voor de deelnemer.
|
||||
|
||||
**3.** Indien op of na 1 januari 2027 de beroepspensioenregeling zodanig wordt gewijzigd dat de door of voor een deelnemer verschuldigde premie niet langer een met de leeftijd oplopend premiepercentage bedraagt maar een voor alle deelnemers gelijk premiepercentage maakt de beroepspensioenvereniging de effecten van de wijziging van de beroepspensioenregeling en de wijze waarop wordt omgegaan met opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten voor deelnemers, gewezen deelnemers, gewezen partners en pensioengerechtigden per leeftijdscohort inzichtelijk.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Indien de beroepspensioenregeling na de wijziging, bedoeld in het derde lid, het karakter heeft van een solidaire premieregeling of een flexibele premieregeling met risicodelingsreserve worden de effecten van de wijziging van de beroepspensioenregeling en de wijze waarop wordt omgegaan met opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten, in ieder geval berekend door:
|
||||
|
||||
a. het netto profijt van het ongewijzigd voortzetten van de beroepspensioenregeling af te zetten tegen het netto profijt van het wijzigen van de beroepspensioenregeling en de wijze waarop wordt omgegaan met opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten, waarbij het netto profijt het verschil is tussen de marktwaarde van de te verwachten pensioenuitkeringen en de marktwaarde van de toekomstige premie-inleg; en
|
||||
b. de pensioenverwachting bij ongewijzigd voortzetten van de beroepspensioenregeling te vergelijken met de pensioenverwachting bij wijziging van de beroepspensioenregeling en de wijze waarop wordt omgegaan met opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten, waarbij de pensioenverwachting, voor zover het ouderdomspensioen betreft, wordt weergegeven op basis van een pessimistisch scenario, een verwacht scenario en een optimistisch scenario.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Indien de beroepspensioenregeling na de wijziging, bedoeld in het derde lid, het karakter heeft van een premie-uitkeringsregeling worden de effecten van de wijziging van de beroepspensioenregeling en de wijze waarop wordt omgegaan met opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten, in ieder geval berekend door:
|
||||
|
||||
a. het bruto profijt van het ongewijzigd voortzetten van de beroepspensioenregeling af te zetten tegen het bruto profijt van het wijzigen van de beroepspensioenregeling en de wijze waarop wordt omgegaan met opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten, waarbij het bruto profijt de contante waarde van de toekomstige premie-inleg is; en
|
||||
b. de pensioenverwachting bij ongewijzigd voortzetten van de beroepspensioenregeling te vergelijken met de pensioenverwachting bij wijziging van de beroepspensioenregeling en de wijze waarop wordt omgegaan met opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten, waarbij de pensioenverwachting, voor zover het ouderdomspensioen betreft, wordt weergegeven op basis van een pessimistisch scenario, een verwacht scenario en een optimistisch scenario.
|
||||
|
||||
**6.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot dit artikel.
|
||||
|
||||
**7.** Artikel 145d, zevende en achtste lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 214e
|
||||
|
||||
**1.** Voor de toepassing van dit artikel wordt onder overgangstijdstip verstaan: het tijdstip waarop de pensioenuitvoerder overgaat op uitvoering van een gewijzigde beroepspensioenregeling om te voldoen aan de regels omtrent het nabestaandenpensioen zoals geïntroduceerd met de Wet toekomst pensioenen maar uiterlijk 1 januari 2027.
|
||||
|
||||
**2.** Een persoon die vóór het overgangstijdstip kwalificeerde als partner zoals gedefinieerd in artikel 1, eerste lid, zoals dat artikel luidde op de dag voor de datum van inwerkingtreding van artikel VII, onderdeel A, van de Wet toekomst pensioenen, blijft als partner in de zin van deze wet aangemerkt zo lang de betreffende relatie tussen de persoon en de beroepsgenoot of gewezen beroepsgenoot wordt voortgezet.
|
||||
|
||||
**3.** Een persoon die voor het overgangstijdstip als partner aanspraakgerechtigde was voor partnerpensioen op opbouwbasis blijft aanspraakgerechtigde voor de tot het overgangstijdstip opgebouwde aanspraak op partnerpensioen, met inachtneming van artikel 68.
|
||||
|
||||
**4.** Een partner of gewezen partner in de zin van de beroepspensioenregeling komt niet in aanmerking voor een partnerpensioen of, zo nodig in afwijking van artikel 68, een bijzonder partnerpensioen op basis van partnerpensioen dat is opgebouwd voor het overgangstijdstip in een pensioenregeling zonder partnerpensioen voor partners in de zin van de beroepspensioenregeling of in een beroepspensioenregeling met een partnerbegrip waaraan deze partner of gewezen partner niet voldeed of zou hebben voldaan.
|
||||
|
||||
**5.** Artikel 32, eerste lid, onderdeel d, is niet van toepassing op een wezenpensioen waarvan de ingangsdatum ligt voor het overgangstijdstip of dat is opgebouwd voor dat tijdstip.
|
||||
|
||||
**6.** Artikel 66, vierde lid, zoals dat komt te luiden na de inwerkingtreding van artikel VII, onderdeel GG, onder 4, van de Wet toekomst pensioenen en artikel 73a zijn van toepassing indien het einde van de deelneming ligt vanaf het overgangstijdstip.
|
||||
|
||||
**7.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot dit artikel.
|
||||
|
||||
### Artikel 214f
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 28 kan opbouw van pensioenaanspraken op grond van een uitkeringsregeling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, zoals dat artikel luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen, ook vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen worden voortgezet indien:
|
||||
|
||||
a. de uitkeringsregeling wordt uitgevoerd door een beroepspensioenfonds dat een beëindigde beroepspensioenregeling uitvoert en de beroepspensioenvereniging heeft opgehouden te bestaan;
|
||||
b. het pensioenaanspraken voor ouderdomspensioen betreft die als gevolg van een premievrije voortzetting van die pensioenaanspraken worden opgebouwd;
|
||||
c. het recht op de premievrije voortzetting is ontstaan voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen.
|
||||
|
||||
**2.** Indien sprake is van premievrije voortzetting in de omstandigheden, bedoeld in het eerste lid, kan, in afwijking van artikel 32 en artikel 214e, de regeling van het nabestaandenpensioen ongewijzigd worden voortgezet.
|
||||
|
||||
### Artikel 214fa
|
||||
|
||||
**1.** Indien het verwerven van pensioenaanspraken op grond van een uitkeringsregeling, kapitaalregeling of premieregeling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, zoals dat artikel luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen, wordt uitgevoerd door een verzekeraar, dan kan de verwerving vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen worden voortgezet indien voldaan wordt aan de voorwaarden uit het tweede lid. Bij toepassing van de eerste zin kan van artikel 28 worden afgeweken.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het verwerven van pensioenaanspraken, bedoeld in het eerste lid, kan worden voortgezet indien:
|
||||
|
||||
a. de pensioenaanspraken worden verworven als gevolg van premievrije voortzetting vanwege arbeidsongeschiktheid van de beroepsgenoot of gewezen beroepsgenoot, waarop recht bestaat nadat de arbeidsongeschiktheid 104 weken heeft geduurd of, indien er sprake is van een beroepsgenoot in loondienst, waarop recht bestaat na afloop van de periode, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Ziektewet of, indien de beroepsgenoot of gewezen beroepsgenoot een uitkering uit hoofde van de Ziektewet ontvangt, na afloop van de periode, bedoeld in artikel 29, vijfde en tiende lid, van de Ziektewet; en
|
||||
b. het recht op premievrije voortzetting vanwege arbeidsongeschiktheid is ingegaan:
|
||||
|
||||
1°. voor het tijdstip dat de verzekeraar overgaat op uitvoering van een gewijzigde beroepspensioenregeling als bedoeld in artikel 214g; of
|
||||
2°. nadat de deelneming vanwege een individuele beëindiging van de deelneming voor afloop van de periode, bedoeld in onderdeel a, is beëindigd waarbij op het moment van einde deelneming de verzekeraar nog niet is overgegaan op uitvoering van een gewijzigde beroepspensioenregeling als bedoeld in artikel 214g en het recht op premievrije voortzetting uiterlijk op 31 december 2028 is ontstaan.
|
||||
|
||||
**3.** Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op de opbouw van pensioenaanspraken in een premieregeling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, zoals dat artikel luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen, uitgevoerd door een premiepensioeninstelling waarbij premievrije voortzetting van deze opbouw vanwege arbeidsongeschiktheid van de beroepsgenoot of gewezen beroepsgenoot is verzekerd bij een verzekeraar. Bij deze verzekerde premievrije voortzetting voldoet de verzekeraar de verschuldigde premie aan de premiepensioeninstelling indien voldaan wordt aan de voorwaarden, bedoeld in het tweede lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 214fb
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 65, tweede lid, geldt een termijn van vijftien jaar, voor de deelnemer die gewezen beroepsgenoot is geworden voor het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen, en die gedurende die termijn winst uit onderneming geniet als bedoeld in artikel 3.8 van de Wet inkomstenbelasting 2001.
|
||||
|
||||
### Artikel 214g
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De Wet verplichte beroepspensioenregeling, zoals die luidde op de dag voor het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen, blijft van toepassing tot het tijdstip dat de pensioenuitvoerder overgaat op uitvoering van een gewijzigde beroepspensioenregeling, maar uiterlijk tot 1 januari 2027. In afwijking van de vorige zin zijn vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van artikel VII, onderdelen A, Fa, Fb, X, Y, Z, AA, BB, CC, FFa, YY, ZZ, ZZa, AAA, JJJ, MMM, NNN, OOO en QQQ van de Wet toekomst pensioenen van toepassing:
|
||||
|
||||
a. de artikelen 1, voor zover relevant voor de in dit lid genoemde artikelen en het genoemde hoofdstuk, 22, 59, 59a, 59b, 59c, 60, 61, 62, 62a, 65, 107a, 109a, 110d, 110e, voor zover het betreft de bevoegdheid een oordeel te geven over de keuzes die van invloed zijn op de uitvoeringskosten en het oordeel dat de gemaakte uitvoeringskosten bevat, 139, 214c, voor zover het betreft het overgangsrecht voor artikel 145l, 146, 171, voor zover relevant voor de in dit lid genoemde artikelen en het genoemde hoofdstuk, 241ca, 214d, 214e, 214f, 214fa en 214fb en dit artikel; en
|
||||
b. hoofdstuk 5a.
|
||||
|
||||
**2.** De pensioenuitvoerder vermeldt het tijdstip van overgang op uitvoering van een gewijzigde beroepspensioenregeling op zijn website en meldt het aan de toezichthouder.
|
||||
|
||||
**3.** Bij uitvoering van een beroepspensioenregeling waarop de Nederlandse sociale en arbeidswetgeving van toepassing is door een pensioeninstelling uit een andere lidstaat, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing voor zover het de Nederlandse sociale en arbeidswetgeving betreft en is het tweede lid van overeenkomstige toepassing voor zover het betreft de vermelding van het tijdstip van overgang op de website.
|
||||
|
||||
### Artikel 215
|
||||
|
||||
Deze wet wordt aangehaald als: Wet verplichte beroepspensioenregeling.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue