2020-01-01 | BWBR0006368 | Wet op de rechtsbijstand
This commit is contained in:
parent
d8e01cc2c3
commit
e1876299c1
1 changed files with 9 additions and 8 deletions
|
|
@ -159,7 +159,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 15 van de Kaderwet worden de personeelsleden van de raad in dienst genomen op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht. De bepalingen van titel 10 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek zijn op deze overeenkomst van toepassing.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk III. De verlening van rechtsbijstand
|
||||
|
||||
|
|
@ -501,7 +501,7 @@ g. de organisatie van het kantoor waar de mediator werkzaam is.
|
|||
|
||||
### Artikel 34
|
||||
|
||||
**1.** Rechtsbijstand overeenkomstig de bepalingen van deze wet wordt verleend aan hen wier inkomen per jaar € 21 800 per 1 januari 2019: € 27.300of minder bedraagt, indien zij alleenstaand zijn, dan wel, indien zij met één of meer anderen een gemeenschappelijke huishouding voeren, ten hoogste € 31 000 per 1 januari 2019: € 38.600.
|
||||
**1.** Rechtsbijstand overeenkomstig de bepalingen van deze wet wordt verleend aan hen wier inkomen per jaar € 21 800 per 1 januari 2020: € 27.900of minder bedraagt, indien zij alleenstaand zijn, dan wel, indien zij met één of meer anderen een gemeenschappelijke huishouding voeren, ten hoogste € 31 000 per 1 januari 2020: € 39.400.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt geen rechtsbijstand verleend, indien de rechtzoekende beschikt over een vermogen dat meer bedraagt dan het heffingvrij vermogen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -512,7 +512,7 @@ Bij de vaststelling van het inkomen en vermogen van de rechtzoekende worden, beh
|
|||
a. de echtgenoot of geregistreerde partner van de rechtzoekende, tenzij deze op het moment van de aanvraag duurzaam van hem gescheiden leeft;
|
||||
b. de persoon van verschillend of gelijk geslacht met wie de rechtzoekende duurzaam een gezamenlijke huishouding voert, tenzij tussen deze en de rechtzoekende op het moment van de aanvraag een bloedverwantschap in de eerste of tweede graad bestaat.
|
||||
|
||||
**4.** De inkomensgrenzen, bedoeld in het eerste lid, worden jaarlijks per 1 januari aangepast met het percentage waarmee het indexcijfer van de lonen op 31 oktober van het voorgaande jaar afwijkt van het overeenkomstige indexcijfer op 31 oktober in het daaraan voorafgaande jaar, met dien verstande dat afronding plaatsvindt op het naastliggende veelvoud van EUR 100,-. Onze Minister maakt jaarlijks de geïndexeerde bedragen bekend door publicatie in de Staatscourant. Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald wat onder het indexcijfer van de lonen, bedoeld in de eerste volzin, wordt verstaan.
|
||||
**4.** De inkomensgrenzen, bedoeld in het eerste lid, worden jaarlijks per 1 januari aangepast met het percentage waarmee het indexcijfer van de lonen op 31 oktober van het voorgaande jaar afwijkt van het overeenkomstige indexcijfer op 31 oktober in het daaraan voorafgaande jaar, met dien verstande dat afronding plaatsvindt op het naastliggende veelvoud van EUR 100,-. Onze Minister maakt jaarlijks de geïndexeerde bedragen bekend door publicatie in de Staatscourant. Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald wat onder het indexcijfer van de lonen, bedoeld in de eerste volzin, wordt verstaan.
|
||||
|
||||
### Artikel 34a
|
||||
|
||||
|
|
@ -754,24 +754,25 @@ h. het onderzoek door de accountant, bedoeld in artikel 4:78 van de Algemene wet
|
|||
|
||||
### Artikel 43
|
||||
|
||||
**1.** In de gevallen waarin krachtens een wettelijk voorschrift in het Wetboek van Strafrecht of het Wetboek van Strafvordering voor een verdachte, veroordeelde of gewezen verdachte een raadsman door het bestuur wordt aangewezen of op last van de rechter door het bestuur wordt toegevoegd, is deze bijstand kosteloos, onverminderd het derde lid. De eerste volzin is niet van toepassing op de bijstand die door een aangewezen raadsman wordt verleend tijdens het in artikel 28d van het Wetboek van Strafvordering bedoelde verhoor van een verdachte van een strafbaar feit waarvoor geen voorlopige hechtenis is toegelaten.
|
||||
**1.** In de gevallen waarin krachtens een wettelijk voorschrift in het Wetboek van Strafrecht of het Wetboek van Strafvordering voor een verdachte, veroordeelde of gewezen verdachte een raadsman door het bestuur wordt aangewezen of op last van de rechter door het bestuur wordt toegevoegd, is deze bijstand kosteloos, onverminderd het derde lid. De eerste volzin is niet van toepassing op de bijstand die door een aangewezen raadsman wordt verleend tijdens het in artikel 28d van het Wetboek van Strafvordering bedoelde verhoor van een verdachte van een strafbaar feit waarvoor geen voorlopige hechtenis is toegelaten.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het eerste lid, eerste volzin, is van overeenkomstige toepassing op rechtsbijstand bedoeld in:
|
||||
Het eerste lid, eerste volzin, is van overeenkomstige toepassing op rechtsbijstand bedoeld in:
|
||||
|
||||
a. de artikelen 24, derde lid, en 45a, tweede en derde lid, van de Uitleveringswet;
|
||||
b. artikel 100 van de Vreemdelingenwet 2000;
|
||||
c. artikel 65, eerste lid, van de Penitentiaire beginselenwet;
|
||||
d. artikel 70, eerste lid, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen;
|
||||
e. de artikelen 52, derde lid, en 64, tweede en derde lid, van de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen;
|
||||
f. de artikelen 8, derde lid, 22, eerste lid, en 41a, zesde lid, van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen;
|
||||
f. de artikelen 1:7, eerste en tweede lid van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg;
|
||||
g. artikel 62, eerste lid, van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden;
|
||||
h. artikel 5 van de Wet tijdelijk huisverbod;
|
||||
i. artikel 38, derde lid, en 56d, zesde lid, van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten;
|
||||
j. de artikelen 24, derde lid, en 43a, tweede en derde lid, van de Overleveringswet;
|
||||
k. de artikelen 2:19, zesde lid, 2:20, tweede lid, en 2:27, vijfde lid, van de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties.
|
||||
|
||||
**3.** Indien een raadsman is aangewezen krachtens artikel 39, 40 of 41 van het Wetboek van Strafvordering en indien de uitspraak tegen de veroordeelde onherroepelijk is geworden, kan het bestuur het bedrag ter hoogte van de vergoeding, bedoeld in artikel 37, vorderen van de veroordeelde wiens financiële draagkracht de in artikel 34 genoemde bedragen overschrijdt. Omtrent de verplichting tot betaling door de veroordeelde zijn de artikelen 25, derde tot en met vijfde lid, 34a, 34b, 34c en 34d van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat onder «de rechtzoekende» steeds wordt verstaan: de veroordeelde. Bij gebreke van volledige betaling kan het bestuur na een aanmaning als bedoeld in artikel 4:112 van de Algemene wet bestuursrecht het bedrag invorderen bij dwangbevel als bedoeld in artikel 4:114 van de Algemene wet bestuursrecht.
|
||||
**3.** Indien een raadsman is aangewezen krachtens artikel 39, 40 of 41 van het Wetboek van Strafvordering en indien de uitspraak tegen de veroordeelde onherroepelijk is geworden, kan het bestuur het bedrag ter hoogte van de vergoeding, bedoeld in artikel 37, vorderen van de veroordeelde wiens financiële draagkracht de in artikel 34 genoemde bedragen overschrijdt. Omtrent de verplichting tot betaling door de veroordeelde zijn de artikelen 25, derde tot en met vijfde lid, 34a, 34b, 34c en 34d van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat onder «de rechtzoekende» steeds wordt verstaan: de veroordeelde. Bij gebreke van volledige betaling kan het bestuur na een aanmaning als bedoeld in artikel 4:112 van de Algemene wet bestuursrecht het bedrag invorderen bij dwangbevel als bedoeld in artikel 4:114 van de Algemene wet bestuursrecht.
|
||||
|
||||
**4.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent het bepaalde in het derde lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -787,7 +788,7 @@ k. de artikelen 2:19, zesde lid, 2:20, tweede lid, en 2:27, vijfde lid, van de W
|
|||
|
||||
### Artikel 44a
|
||||
|
||||
**1.** Indien een verdachte in een strafzaak is bijgestaan door een raadsman die op het moment van de verlening van rechtsbijstand is toegevoegd, wordt met uitzondering van de vergoeding van de eigen bijdrage, geen kostenvergoeding van een raadsman als bedoeld in artikel 591a, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering toegekend, tenzij de toevoeging, anders dan na een daartoe ingediende aanvraag, wordt ingetrokken of beëindigd.
|
||||
**1.** Indien een verdachte in een strafzaak is bijgestaan door een raadsman die op het moment van de verlening van rechtsbijstand is toegevoegd, wordt met uitzondering van de vergoeding van de eigen bijdrage, geen kostenvergoeding van een raadsman als bedoeld in artikel 530, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering toegekend, tenzij de toevoeging, anders dan na een daartoe ingediende aanvraag, wordt ingetrokken of beëindigd.
|
||||
|
||||
**2.** In het geval op last van de rechter een raadsman is toegevoegd, wordt overeenkomstig het eerste lid geen kostenvergoeding toegekend, indien de toevoeging op of na de uitspraak van de rechter na een daartoe ingediend verzoek van de verdachte bij de rechterlijke instantie die een last heeft verstrekt, wordt ingetrokken of beëindigd.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue