2025-04-02 | BWBR0047689 | Subsidieregeling JTF 2021–2027

This commit is contained in:
Coornhert 2025-04-02 12:00:00 +00:00
parent fab673bf12
commit e1b1009591

View file

@ -198,13 +198,9 @@ c. door de kosten, bedoeld in artikel 1.11, eerste lid, aanhef en onderdelen d,
Indien een vast uurtarief wordt gehanteerd, kan het totale aantal voor een bepaald jaar te subsidiëren uren:
a. indien gebruik wordt gemaakt een vast uurtarief als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a en het zevende lid, per werknemer niet meer bedragen dan 1.720 uren bij een voltijd dienstverband of een evenredig deel daarvan bij een deeltijd dienstverband;
a. indien gebruik wordt gemaakt een vast uurtarief als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, per werknemer niet meer bedragen dan 1.720 uren bij een voltijd dienstverband of een evenredig deel daarvan bij een deeltijd dienstverband;
b. indien gebruik wordt gemaakt van een vast uurtarief als bedoeld in het vierde lid voor eigen arbeid, niet meer bedragen dan 1.720 uren.
**7.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, bedraagt het vaste uurtarief voor medewerkers die op basis van het minimumloon werken, € 20,90.
**8.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, wordt bij een voltijd dienstverband het vaste percentage berekend over een maandtarief van € 2.891 per werknemer die op basis van het minimumloon werkt, of een evenredig deel daarvan bij een deeltijd dienstverband, overeenkomstig het vooraf vastgestelde vaste percentage van de tijd dat de werknemer per maand aan het project werkt en zonder verplichting om een afzonderlijk arbeidstijdregistratiesysteem op te zetten.
### Artikel 1.13
**1.**
@ -2041,10 +2037,17 @@ b. 100 procent voor de loonkosten voor de begeleiding van langdurig werkzoekende
In afwijking van artikel 1.11 komen uitsluitend de volgende kosten voor subsidie in aanmerking voor zover zij direct verbonden zijn met de uitvoering van het project:
a. loonkosten inclusief overheadkosten voor de begeleiding van langdurig werkzoekenden;
b. loonkosten van in dienst genomen langdurig werkzoekenden tegen maximaal het minimumloon, bedoeld in artikel 1.12, zevende en achtste lid, voor een maximale termijn van 18 maanden; of
b. loonkosten van in dienst genomen langdurig werkzoekenden tegen maximaal het minimumloon voor een maximale termijn van 18 maanden; of
c. overige kosten waarvoor een factuur of document met gelijkwaardige bewijskracht kan worden overgelegd.
**2.** Artikel 1.11, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
**2.**
Bij de toepassing van het eerste lid, onderdeel b, wordt voor medewerkers die op basis van het minimumloon werken in afwijking van artikel 1.12, eerste lid, onderdeel a respectievelijk b:
a. het vaste uurtarief vastgesteld op € 20,90;
b. het vaste percentage voor een voltijd dienstverband berekend over een maandtarief van € 2.892 per werknemer, of een evenredig deel daarvan bij een deeltijd dienstverband, overeenkomstig het vooraf vastgestelde vaste percentage van de tijd dat de werknemer per maand aan het project werkt en zonder verplichting om een afzonderlijk arbeidstijdregistratiesysteem op te zetten.
**3.** Artikel 1.11, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 2.11.9
@ -2417,6 +2420,137 @@ De subsidie bevat staatssteun en wordt gerechtvaardigd door de artikelen 18 en 2
Deze titel vervalt met ingang van 1 januari 2027, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.
### Titel 2.15. Pilotprogramma Praktisch Perspectief
### Artikel 2.15.1
In deze titel wordt verstaan onder:
*economische activiteit:* economische activiteiten zijn alle activiteiten die gericht zijn op het aanbieden van goederen of diensten op een markt. Ze worden uitgevoerd door ondernemingen, organisaties of individuen met als doel winst te genereren. Voorbeelden van economische activiteiten zijn handel, productie, dienstverlening en commerciële exploitatie;
*initieel onderwijs:* initieel onderwijs is de eerste, oorspronkelijke onderwijsloopbaan van personen in het voltijdonderwijs voordat zij de arbeidsmarkt betreden;
*niet economische activiteit:* niet-economische activiteiten zijn activiteiten die geen marktgericht karakter hebben en waarbij geen winstoogmerk is. Ze worden doorgaans uitgevoerd door overheden, non-profitorganisaties of onderwijsinstellingen en zijn gericht op het algemeen belang, zoals onderwijs, gezondheidszorg, sociale ondersteuning, en culturele of sportieve initiatieven;
*post-initieel onderwijs:* onderwijs dat iemand volgt na zijn eerste, oorspronkelijke onderwijsloopbaan in het voltijdonderwijs gegeven door met publieke middelen gefinancierde onderwijsinstellingen;
*primaire werkingsgebied:* de provincie Groningen en de gemeente Emmen;
*programmatische aanpak:* een tijdelijke manier van samenwerken aan een complexe opgave bestaande uit verschillende, maar samenhangende te verwezenlijken doelen, die een organisatie of een samenwerkingsverband in staat stelt bepaalde baten (effecten van veranderingen) tot stand te brengen. Daarbij staan de activiteiten niet bij voorbaat vast voor de gehele looptijd, deze kunnen wijzigen naargelang het bereiken van het doel dat verlangt;
*regionaal bedrijfsleven:* ondernemingen die gevestigd zijn in het primaire werkingsgebied;
*RIS3 20212027:* regionale innovatiestrategie 20212027 voor slimme specialisatie voor Noord-Nederland, zoals vastgesteld door de colleges van gedeputeerde staten van de provincies Drenthe, Fryslân en Groningen;
*roc:* regionaal opleidingscentrum, een samenwerkingsverband van onderwijsinstituten in het middelbaar beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie in Nederland;
*start van de werkzaamheden:* start van de werkzaamheden als bedoeld in artikel 2, onder 23, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening;
*studenten:* natuurlijke personen die initieel onderwijs genieten aan een roc;
*TJTP:* Territoriaal Just Transition Plan, het territoriaal plan voor een rechtvaardige transitie voor JTF-regio Groningen-Emmen 20212027, bedoeld in de bijlage bij het nationaal JTF-programma 20212027.
### Artikel 2.15.2
**1.** Het doel van de openstelling op grond van deze titel is om roc's middels een programmatische aanpak in een samenwerkingsverband aan innovatieve en toekomstbestendige manieren te laten werken om te voorzien in de vraag naar praktisch geschoolden door het regionaal bedrijfsleven op basis van het TJTP alsook de RIS3-transities. Daarbij ligt het zwaartepunt op het geheel van instroom, opleiding en uitstroom van studenten in het primaire werkingsgebied voor de technische sectoren en sectoren gelieerd aan de RIS3-transities waarbij omgang met techniek onderdeel is of mogelijkerwijs moet vormen van het opleidingscurriculum.
**2.** Plannen waaraan op basis van deze titel subsidie wordt verleend, passen binnen Spoor 3 van het TJTP met een focus op het bijdragen aan het leveren van ondersteuning van werkgelegenheid bij jongeren en de sociaaleconomische integratie van jongeren.
### Artikel 2.15.3
De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie voor een project aan:
a. roc's; of
b. samenwerkingsverbanden hoofdzakelijk bestaande uit roc's.
### Artikel 2.15.4
**1.**
Subsidie op basis van deze titel kan worden verstrekt voor een programmatische aanpak, waarbij activiteiten worden uitgevoerd ten behoeve van:
a. het op innovatieve wijze bevorderen van de instroom van studenten bij of tussen roc's, mede gericht op het voorkomen van uitval van studenten;
b. ontwikkeling, vormgeving, en implementatie van (modulaire) curricula;
c. het bevorderen van de samenwerking tussen het regionaal bedrijfsleven en roc's wat betreft de (toekomstige) vraaggestuurde opvulling van vacatures en doorstroommogelijkheden binnen en buiten het bedrijfsleven in het primaire werkingsgebied;
d. ondersteuning met betrekking tot verdere loopbaanontwikkeling binnen het regionaal bedrijfsleven of richting postinitieel onderwijs;
e. het behouden en uitbouwen van samenwerkingsverbanden van roc's om aan de vraag naar praktisch geschoolde personen te kunnen voldoen;
f. verspreiding van opgedane kennis met de uitvoering van het project binnen en buiten het primaire werkingsgebied.
**2.** De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met e, worden verricht ten behoeve van de uitdagingen in het primaire werkingsgebied.
### Artikel 2.15.5
**1.** Het subsidieplafond bedraagt € 10.500.000.
**2.** De Minister van SZW verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van ontvangst van de aanvragen, overeenkomstig artikel 1.18.
### Artikel 2.15.6
**1.** Een aanvraag kan worden ingediend in de periode van 14 april 2025 vanaf 9.00 uur tot en met 16 mei 2025 vóór 17.00 uur.
**2.** Aanvragen worden ingediend door middel van het door de Minister van SZW vastgestelde aanvraagformulier dat beschikbaar is in het www.jtf-webportal.nl/mijn of via www.snn.nl.
### Artikel 2.15.7
**1.** De subsidie bedraagt ten hoogste 100 procent van de subsidiabele kosten.
**2.** Indien er sprake is van economische activiteiten binnen de subsidieaanvraag, wordt het maximaal toegestane subsidiepercentage bepaald op basis van de staatssteunregels.
### Artikel 2.15.8
Onverminderd artikel 1.11, derde lid, komen voorbereidingskosten als subsidiabele kosten in aanmerking, indien deze kosten:
a. worden gemaakt om te komen tot een projectplan dat in aanmerking komt voor subsidie op grond van deze titel;
b. zijn gemaakt vóór indiening van de aanvraag ter verkrijging van subsidie;
c. zijn gemaakt op of na de startdatum van het project zoals ingevuld in de aanvraag ter verkrijging van subsidie;
d. zijn gemaakt na 22 maart 2022;
e. niet strijdig zijn met artikel 6 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.
### Artikel 2.15.9
**1.** Met de uitvoering van de op grond van deze titel gesubsidieerde projecten wordt gestart binnen drie maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking.
**2.** De uitvoering van het project is binnen 48 maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking voltooid, echter uiterlijk vóór 30 september 2029.
**3.** Het vaststellingsverzoek van het project dient uiterlijk op 31 december 2029 te zijn ingediend.
**4.** Op verzoek van de subsidieontvanger kan de Minister van SZW de termijnen, bedoeld in het eerste lid, verlengen.
### Artikel 2.15.10
Onverminderd artikel 1.25 beslist de Minister van SZW afwijzend op een aanvraag, indien:
a. onvoldoende vertrouwen bestaat in het betrekken van het regionale bedrijfsleven bij de uitvoering van het plan;
b. door een aanvrager niet voldoende aannemelijk is gemaakt dat het project financieel, juridisch of anderszins, obstakelvrij is;
c. de aangevraagde en te verlenen subsidie minder dan € 5.000.000 bedraagt.
### Artikel 2.15.11
**1.** Gelet op artikel 1.20, eerste lid, wordt een project uitsluitend beoordeeld op de onderdelen a, b, e en f van het eerste lid van dat artikel.
**2.**
Gelet op artikel 1.20, derde lid, bedraagt het aantal punten per onderdeel als bedoeld in het eerste lid ten hoogste:
a. voor de mate waarin het project bijdraagt aan de doelstellingen van het Programma JTF Nederland 20212027: 45 punten;
b. voor de mate waarin het project sociaaleconomisch integraal is: 25 punten;
c. voor de kwaliteit van het projectplan: 15 punten;
d. voor de mate waarin het project bijdraagt aan duurzame ontwikkeling en aan maatschappelijke-sociale impact: 15 punten.
### Artikel 2.15.12
**1.** De Minister van SZW verleent op aanvraag, vooruitlopend op te maken kosten als bedoeld in artikel 1.30, een voorschot van 20 procent van de verleende subsidie met een maximum van € 1.500.000.
**2.** De Minister van SZW kan onderbouwd afwijken van de in het eerste lid genoemde verstrekking van het voorschot. In ieder geval wordt geen voorschot verleend wanneer de verleningsbeschikking een of meer opschortende of ontbindende voorwaarden bevat.
**3.** De Minister van SZW verleent op aanvraag opvolgende voorschotten op basis van gerealiseerde projectactiviteiten als bedoeld in artikel 1.31.
**4.** In afwijking van artikel 1.31, zesde lid, bedragen de voorschotten in totaal maximaal 100 procent van het verleende subsidiebedrag.
### Artikel 2.15.13
Onverminderd artikel 1.22 bevat een aanvraag voor subsidie ten minste:
a. een volledig ingevuld aanvraagformulier;
b. de bij het aanvraagformulier behorende documenten als bijlagen.
### Artikel 2.15.14
De subsidie kan staatssteun bevatten en kan gerechtvaardigd worden door de in artikel 1.4 opgenomen artikelen uit de Algemene groepsvrijstellingsverordening.
### Artikel 2.15.15
Deze titel vervalt met ingang van 1 januari 2027, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.
## Hoofdstuk 3. Subsidies JTF-regio IJmond
### Titel 3.1. Regionale subsidies voor het Territoriaal Just Transition Plan voor de regio IJmond
@ -2465,7 +2599,7 @@ Subsidie op basis van deze titel kan worden verstrekt voor projecten die passen
**1.** De activiteiten van een project in het kader van deze titel vangen niet eerder aan dan de dag waarop de aanvraag compleet is ingediend.
**2.** De projectactiviteiten zijn uiterlijk 31 december 2026 uitgevoerd.
**2.** De projectactiviteiten zijn uiterlijk 31 december 2029 uitgevoerd.
### Artikel 3.1.9
@ -2566,22 +2700,15 @@ e. bij- of omscholing en training van bestaand en nieuw personeel direct verbond
### Artikel 3.2.5
**1.**
**1.** Voor aanvragen die uiterlijk op 14 mei 2025 zijn ingediend, bedraagt het subsidieplafond € 12.500.000, met dien verstande dat er maximaal € 5.000.000 beschikbaar is voor projecten van grote ondernemingen.
Het subsidieplafond bedraagt:
**2.** Voor aanvragen die op of na 15 mei 2025 zijn ingediend, bedraagt het subsidieplafond € 10.500.000, met dien verstande dat er maximaal € 5.000.000 beschikbaar is voor projecten van grote ondernemingen.
a. voor aanvragen voor projecten van grote ondernemingen € 5.000.000;
b. voor aanvragen voor projecten van MKB-ondernemingen € 7.500.000.
**2.** Met ingang van 1 april 2024 worden de subsidieplafonds uit het eerste lid samengevoegd. Het samengevoegde subsidieplafond bedraagt € 12.500.000, met dien verstande dat er maximaal € 5.000.000 beschikbaar is voor projecten van grote ondernemingen.
**3.** Voor aanvragen die voor 1 april 2024 zijn ingediend, geldt dat het subsidieplafond als samengevoegd kan worden beschouwd, voor zover daar geen andere aanvragen mee worden benadeeld die voor 1 april 2024 zijn ingediend.
**4.** De Minister van SZW verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van ontvangst van de aanvragen, overeenkomstig artikel 1.18.
**3.** De Minister van SZW verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van ontvangst van de aanvragen, overeenkomstig artikel 1.18.
### Artikel 3.2.6
**1.** Een aanvraag kan worden ingediend in de periode vanaf 15 augustus 2023 09.00 uur tot en met 1 september 2025 17.00 uur.
**1.** Een aanvraag kan worden ingediend in de periode vanaf 15 augustus 2023 09.00 uur tot en met 1 maart 2026 17.00 uur.
**2.** Aanvragen worden ingediend door middel van het door de Minister van SZW vastgestelde aanvraagformulier dat beschikbaar is via https://www.jtf-webportal.nl/mijn/.
@ -2704,7 +2831,7 @@ Onverminderd artikel 1.26, vierde lid, kan de Minister van SZW op verzoek van de
### Artikel 3.2.15
Deze titel vervalt met ingang van 1 september 2025, met dien verstande dat deze titel van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.
Deze titel vervalt met ingang van 1 maart 2026, met dien verstande dat deze titel van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.
### Titel 3.3. Scholingsvouchers