diff --git a/amvb/inkomensbesluit-ioaw/BWBR0004091/README.md b/amvb/inkomensbesluit-ioaw/BWBR0004091/README.md index 3e38556c401..2b4c48e576f 100644 --- a/amvb/inkomensbesluit-ioaw/BWBR0004091/README.md +++ b/amvb/inkomensbesluit-ioaw/BWBR0004091/README.md @@ -29,7 +29,7 @@ b. winst uit bedrijf en zelfstandig uitgeoefend beroep. ### Artikel 3 -**1.** Onder opbrengst van arbeid als bedoeld in artikel 2, onderdeel a , wordt, voor zover bedoelde arbeid in dienstbetrekking als bedoeld in artikel 3a, eerste lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering (*Stb.* 1966, 64) wordt verricht, verstaan het loon in de zin van die wet. +**1.** Onder opbrengst van arbeid als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt, voorzover bedoelde arbeid door een werknemer in de zin van de Wet financiering sociale verzekeringen wordt verricht, verstaan het loon in de zin van die wet. **2.** @@ -38,13 +38,13 @@ In afwijking van het eerste lid wordt niet als opbrengst van arbeid beschouwd: a. een aanspraak om na verloop van tijd of onder een voorwaarde een of meer uitkeringen of verstrekkingen te ontvangen, voor zover deze niet wordt gedekt door stortingen van de werknemer; b. een uitkering op grond van de verplichte verzekering van de Werkloosheidswet (*Stb.* 1986, 566), de Ziektewet (*Stb.* 1967, 473) en de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (*Stb.* 1977, 492), de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen en een uitkering op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg aan de werknemer of gelijkgestelde, bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, van die wet, al dan niet vermeerderd met een toeslag op grond van de Toeslagenwet (*Stb.* 1986, 562); c. een aanvulling op de in onderdeel b genoemde uitkeringen; -d. opbrengst van arbeid gedurende ten hoogste zes aaneengesloten maanden tot 25 procent van deze opbrengst, met een maximum van € 265,90 per maand, voor zover een uitkering wordt ontvangen en dit naar het oordeel van burgemeester en wethouders bijdraagt aan zijn arbeidsinschakeling. +d. opbrengst van arbeid gedurende ten hoogste zes aaneengesloten maanden tot 25 procent van deze opbrengst, met een maximum van € 268,38 per maand, voor zover een uitkering wordt ontvangen en dit naar het oordeel van burgemeester en wethouders bijdraagt aan zijn arbeidsinschakeling. ### Artikel 4 -**1.** Onder opbrengst van arbeid als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, worden, voor zover bedoelde arbeid wordt verricht in dienstbetrekking doch niet in de zin van de Coördinatiewet Sociale Verzekering, verstaan de gelden en alle andere voordelen welke als beloning voor die arbeid worden genoten. +**1.** Onder opbrengst van arbeid als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, worden, voor zover bedoelde arbeid wordt verricht in dienstbetrekking doch niet door een werknemer in de zin van de Wet financiering sociale verzekeringen, verstaan de gelden en alle andere voordelen welke als beloning voor die arbeid worden genoten. -**2.** Ten aanzien van de gelden en alle andere voordelen uit de dienstbetrekking, bedoeld in het eerste lid, is het bepaalde bij of krachtens artikel 4 van de Coördinatiewet Sociale Verzekering van overeenkomstige toepassing. +**2.** Ten aanzien van de gelden en alle andere voordelen uit de dienstbetrekking, bedoeld in het eerste lid, is het bepaalde bij of krachtens artikel 16 van de Wet financiering sociale verzekeringen van overeenkomstige toepassing. **3.** In afwijking van het bepaalde in het tweede lid wordt niet als opbrengst van arbeid beschouwd een uitkering wegens derving van looninkomen. @@ -75,7 +75,7 @@ Voor de toepassing van de wet wordt onder inkomen in verband met arbeid in het b a. een uitkering op grond van de verplichte verzekering van de Werkloosheidswet, de Ziektewet, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen, een uitkering op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, van de Wet arbeid en zorg aan de werknemer of gelijkgestelde, bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, van die wet of aan de zelfstandige of beroepsbeoefenaar op arbeidsovereenkomst, bedoeld in artikel 3:17 van die wet,of aanvullende uitkeringen op grond van hoofdstuk III, Afdeling III van de Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid (Stb. 1986, 567), alsmede uitkeringen die naar aard en strekking daarmede overeenkomen; b. een uitkering op grond van een particuliere verzekering wegens derving van inkomen, welke ten behoeve van de werknemer in het kader van een individuele of collectieve arbeidsovereenkomst is afgesloten; c. een uitkering op grond van een pensioenregeling, voor zover niet begrepen onder a; -d. een uitkering op grond van een buitenlandse wettelijke sociale verzekeringsregeling, voor zover niet begrepen onder a, met uitzondering van een uitkering, die naar aard en strekking overeenkomt met een uitkering op grond van de Algemene Kinderbijslagwet of een verstrekking op grond van de Ziekenfondswet (Stb. 1964, 392) of de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten; +d. een uitkering op grond van een buitenlandse wettelijke sociale verzekeringsregeling, voor zover niet begrepen onder a, met uitzondering van een uitkering, die naar aard en strekking overeenkomt met een uitkering op grond van de Algemene Kinderbijslagwet of met zorg waarop aanspraak bestaat ingevolge een zorgverzekering als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Zorgverzekeringswet of op grond van artikel 6 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten; e. een uitkering op grond van een regeling voor vervroegde uittreding of een regeling, die naar aard en strekking daarmee overeenkomt; f. een uitkering op grond van een regeling voor functioneel leeftijdsontslag; g. loon dat uit vroegere dienstbetrekking wordt genoten, voor zover niet begrepen onder a, b, c, d, e of f; @@ -98,12 +98,12 @@ In afwijking van het eerste lid wordt niet als inkomen in verband met arbeid bes a. een aanspraak om na verloop van tijd onder een voorwaarde een of meer uitkeringen of verstrekkingen te ontvangen, voor zover deze niet wordt gedekt door stortingen van degene die het desbetreffende inkomen geniet; b. een eenmalige uitkering welke na beëindiging van de dienstbetrekking aan een werknemer in verband met die beëindiging wordt betaald; c. 81% van het bedrag waarmee de arbeidsongeschiktheidsuitkering is verhoogd met toepassing van artikel 10 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, artikel 9 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, artikel 22 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, artikel 53 of 63 van de Werk en inkomen naar arbeidsvermogen of een combinatie van deze artikelen; -d. een uitkering die naar aard en strekking overeenkomt met een uitkering op grond van een wettelijke vrijwillige verzekering of een particuliere verzekering tegen loonderving, toegekend aan een directeur-grootaandeelhouder, wiens arbeidsverhouding niet als een dienstbetrekking als bedoeld in artikel 3a, eerste lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering, wordt beschouwd; +d. een uitkering die naar aard en strekking overeenkomt met een uitkering op grond van een wettelijke vrijwillige verzekering of een particuliere verzekering tegen loonderving, toegekend aan een directeur-grootaandeelhouder, die niet als werknemer in de zin van de Wet financiering sociale verzekeringen wordt beschouwd; e. afkoopsommen als bedoeld in de artikelen 32c, 32d en 32p van de Liquidatiewet invaliditeitswetten (Stb. 1967, 307); f. een uitkering in verband met geleden immateriële schade, voorzover dit gelet op de aard en de hoogte van de uitkering verantwoord is; g. een vergoeding ingevolge het Reglement eenmalige silicosevergoeding oud-mijnwerkers; -h. een eenmalige premie die door burgemeester en wethouders kan worden toegekend in het kader van een voorziening gericht op arbeidsinschakeling van ten hoogste € 1.976,00 per kalenderjaar; -i. een kostenvergoeding voor het verrichten van vrijwilligerswerk van ten hoogste € 21,00 per week met een maximum van € 735,00 per jaar. +h. een eenmalige premie die door burgemeester en wethouders kan worden toegekend in het kader van een voorziening gericht op arbeidsinschakeling van ten hoogste € 2.054,00 per kalenderjaar; +i. een kostenvergoeding voor het verrichten van vrijwilligerswerk van ten hoogste € 22,00 per week met een maximum van € 764,00 per jaar. **3.** Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel c, wordt onder pensioenregeling verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan voor de toepassing van de Wet op de loonbelasting 1964.