diff --git a/amvb/frequentiebesluit-2013/BWBR0032895/README.md b/amvb/frequentiebesluit-2013/BWBR0032895/README.md index 34df0fda459..c2a515cdda8 100644 --- a/amvb/frequentiebesluit-2013/BWBR0032895/README.md +++ b/amvb/frequentiebesluit-2013/BWBR0032895/README.md @@ -19,8 +19,7 @@ In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. *wet:* Telecommunicatiewet; b. *vergunning:* vergunning als bedoeld in artikel 3.13, eerste lid, van de wet; -c. *antenneregister:* openbaar antenneregister als bedoeld in artikel 3.23, eerste lid, van de wet; -d. *geharmoniseerde frequentieruimte:* frequentieruimte waarvoor door middel van technische uitvoeringsmaatregelen op grond van Beschikking nr. 676/2002/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 (PbEG 2002, L 108) of een andere vergelijkbare maatregel gebaseerd op artikel 114 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie, geharmoniseerde voorwaarden zijn vastgesteld. +c. *antenneregister:* openbaar antenneregister als bedoeld in artikel 3.23, eerste lid, van de wet. ## Hoofdstuk 2. Gebruik van frequentieruimte zonder vergunning @@ -28,30 +27,30 @@ d. *geharmoniseerde frequentieruimte:* frequentieruimte waarvoor door middel van ### Artikel 2 -**1.** Bij ministeriële regeling kunnen categorieën radioapparaten worden aangewezen ten aanzien waarvan voor het gebruik van frequentieruimte geen vergunning is vereist en geen meldingsplicht geldt. +**1.** Bij ministeriële regeling kunnen categorieën radiozendapparaten worden aangewezen ten aanzien waarvan voor het gebruik van frequentieruimte geen vergunning is vereist en geen meldingsplicht geldt. -**2.** De aanwijzing van categorieën radioapparaten, bedoeld in het eerste lid, kan uitsluitend geschieden voor zover het radioapparaten betreft, die geen of vrijwel geen storing of belemmering veroorzaken in elektrische of elektronische apparaten. +**2.** De aanwijzing van categorieën radiozendapparaten, bedoeld in het eerste lid, kan uitsluitend geschieden voor zover het radiozendapparaten betreft, die geen of vrijwel geen storing of belemmering veroorzaken in elektrische of elektronische apparaten, die geen radiozendapparaten zijn. **3.** -Met betrekking tot het gebruik als bedoeld in het eerste lid en artikel 10.15, tweede lid, onderdelen c en d, van de wet kunnen bij ministeriële regeling regels worden gesteld: +Met betrekking tot het gebruik als bedoeld in het eerste lid kunnen bij ministeriële regeling regels worden gesteld: a. inzake de doelmatigheid van het gebruik; -b. inzake de aard van de radioapparaten en de daarbij behorende antenne-inrichtingen alsmede het vermogen waarmee mag worden uitgezonden; +b. inzake de aard van de radiozendapparaten en de daarbij behorende antenne-inrichtingen alsmede het vermogen waarmee mag worden uitgezonden; c. ter uitvoering van verplichtingen die voorvloeien uit verdragen of uit bindende besluiten van volkenrechtelijk organisaties aangaande het gebruik van frequentieruimte. ### Paragraaf 2.2. Vergunningvrij gebruik met meldingsplicht ### Artikel 3 -**1.** Bij ministeriële regeling kunnen categorieën radioapparaten worden aangewezen ten aanzien waarvan voor het gebruik van frequentieruimte, behoudens een meldingsplicht, geen vergunning is vereist. +**1.** Bij ministeriële regeling kunnen categorieën radiozendapparaten worden aangewezen ten aanzien waarvan voor het gebruik van frequentieruimte, behoudens een meldingsplicht, geen vergunning is vereist. **2.** Met betrekking tot het gebruik als bedoeld in het eerste lid kunnen bij ministeriële regeling regels worden gesteld inzake: a. het door de gebruiker beschikbaar houden van bescheiden; -b. het veroorzaken van belemmeringen in radioapparaten of in elektrische of elektronische inrichtingen door het gewenste signaal van een radioapparaat. +b. het veroorzaken van belemmeringen in radiozend- of ontvangapparaten of in elektrische of elektronische inrichtingen door het gewenste signaal van een radiozendapparaat. **3.** Artikel 2, derde lid, is van overeenkomstige toepassing. @@ -87,7 +86,7 @@ e. het verkrijgen van een certificaat van bediening. **3.** De frequentieruimte voor het gebruik waarvan geen vergunning is vereist, wordt slechts gebruikt indien het gebruik is geregistreerd overeenkomstig het tweede lid. -**4.** Met het oog op de identificatie van het radioapparaat kent Onze Minister in bij ministeriële regeling te bepalen gevallen aan degene die de melding heeft gedaan een combinatie van letters of cijfers toe. +**4.** Met het oog op de identificatie van het radiozendapparaat kent Onze Minister in bij ministeriële regeling te bepalen gevallen aan degene die de melding heeft gedaan een combinatie van letters of cijfers toe. **5.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ter zake van de melding, de registratie en de toekenning van de combinatie van letters of cijfers. @@ -99,10 +98,6 @@ e. het verkrijgen van een certificaat van bediening. Ingeval van een procedure voor de verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 3.10, eerste lid, van de wet kan bij ministeriële regeling frequentieruimte voor een categorie van aanvragers worden gereserveerd. Daarbij kan een maximale hoeveelheid gereserveerde frequentieruimte worden vastgesteld die een aanvrager in de procedure kan verwerven. -### Artikel 6a - -Een vergunning wordt geweigerd voor zover verlening daarvan in strijd zou zijn met de bij of krachtens de wet, dan wel bij of krachtens artikel 6.23 van de Mediawet 2008 gestelde regels. - ### Paragraaf 3.2. Verlening van vergunningen door middel van veiling of vergelijkende toets ### Artikel 7 @@ -261,15 +256,14 @@ c. voor zover dit redelijkerwijs mogelijk is, de voorschriften en beperkingen di De aan een vergunning te verbinden voorschriften en beperkingen kunnen slechts betrekking hebben op: a. het doelmatig gebruik van de toegewezen frequentieruimte; -b. de aard van de radioapparaten en de daarbij behorende antenne-inrichtingen alsmede het vermogen waarmee mag worden uitgezonden; +b. de aard van de radiozendapparaten en de daarbij behorende antenne-inrichtingen alsmede het vermogen waarmee mag worden uitgezonden; c. bescheiden die de vergunninghouder ter beschikking moet houden; d. verplichtingen die voortvloeien uit de toezeggingen die de vergunninghouder in het kader van een vergelijkende toets of een veiling heeft gedaan, ook indien slechts één aanvrager aan de bij of krachtens de wet gestelde eisen voldoet; -e. het veroorzaken van belemmeringen in radioapparaten of in elektrische of elektronische inrichtingen door het gewenste signaal van een radioapparaat; +e. het veroorzaken van belemmeringen in radiozend- of ontvangapparaten of in elektrische of elektronische inrichtingen door het gewenste signaal van een radiozendapparaat; f. het waarborgen van de in artikel 9, derde lid, bedoelde belangen; g. de diensten die moeten worden aangeboden, het soort elektronisch communicatienetwerk dat moet worden aangeboden of de technologie die moet worden gebruikt; h. de naleving van verplichtingen die voortvloeien uit verdragen of uit bindende besluiten van volkenrechtelijke organisaties betreffende het gebruik van radiofrequenties of posities in de ruimte; -i. de identificatie van het zendapparaat door middel van een daartoe bij de vergunningverlening toe te kennen combinatie van letters of cijfers; -j. algemene criteria voor verlenging als bedoeld in artikel 18a, tweede lid. +i. de identificatie van het zendapparaat door middel van een daartoe bij de vergunningverlening toe te kennen combinatie van letters of cijfers. **2.** De in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde voorschriften en beperkingen kunnen onder meer betrekking hebben op de termijn waarop en het geografisch gebied waarbinnen de in het eerste lid, onderdeel g, bedoelde diensten moeten worden aangeboden. @@ -283,78 +277,17 @@ j. algemene criteria voor verlenging als bedoeld in artikel 18a, tweede lid. ### Artikel 18 -**1.** Vergunningen die geen betrekking hebben op geharmoniseerde frequentieruimte en die zijn verleend met toepassing van de procedure, bedoeld in artikel 3.10, eerste lid, onderdeel a, van de wet, worden van rechtswege telkens met een periode van vijf jaar verlengd. +**1.** Voor alle categorieën vergunningen die zijn verleend met toepassing van de procedure, bedoeld in artikel 3.10, eerste lid, onderdeel a, van de wet, geldt dat een vergunning van rechtswege telkens met een periode van vijf jaar wordt verlengd. -**2.** +**2.** Vergunningen die zijn verleend met toepassing van een van de procedures, bedoeld in artikel 3.10, eerste lid, onderdelen b tot en met f, van de wet, worden niet verlengd, tenzij het algemeen maatschappelijk, cultureel of economisch belang verlenging naar het oordeel van Onze Minister vordert of verlenging naar het oordeel van Onze Minister van belang is voor de bevordering van de overgang van analoge naar digitale techniek, mits de aanvraag om verlenging uiterlijk een jaar, doch niet eerder dan twee jaar voor het tijdstip waarop de periode waarvoor de vergunning is verleend, is verstreken, is ontvangen door Onze Minister. Bij ministeriële regeling kan voor nader bepaalde vergunningen een afwijkende periode worden bepaald waarbinnen het verzoek tot verlenging moet worden ontvangen. -Vergunningen die geen betrekking hebben op geharmoniseerde frequentieruimte en die zijn verleend met toepassing van een van de procedures, bedoeld in artikel 3.10, eerste lid, onderdelen b tot en met f, van de wet worden niet verlengd, tenzij Onze Minister besluit dat een vergunning geheel of gedeeltelijk verlengbaar is omdat hij van oordeel is dat: +**3.** Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op een vergunning die op grond van de artikelen 3.19a of 3.20 van de wet is verkregen. -a. een verlenging het algemeen maatschappelijk, cultureel of economisch belang dient, of -b. verlenging van belang is voor de bevordering van de overgang van analoge naar digitale techniek. +**4.** Vergunningen die zijn verleend met toepassing van de procedure, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, van de wet, worden op aanvraag verlengd, tenzij een doelmatige ordening van het frequentiespectrum zich daartegen verzet. -**3.** +**5.** In het geval een vergunning wordt verlengd kunnen de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen worden gewijzigd en kunnen nieuwe voorschriften en beperkingen aan de vergunning worden toegevoegd. -Voor vergunningen voor geharmoniseerde frequentieruimte voor ander gebruik dan gebruik voor draadlozebreedbanddiensten als bedoeld in artikel 49, tweede lid, van richtlijn (EU) 2018/1972, die zijn verleend met toepassing van een van de procedures, bedoeld in artikel 3.10, eerste lid, van de wet, besluit Onze Minister over de verlengbaarheid ervan, rekening houdend met in elk geval: - -a. de mate waarin naar het oordeel van Onze Minister verlenging bijdraagt aan het verwezenlijken van de doelstellingen van artikel 3, artikel 45, tweede lid, en artikel 48, tweede lid, van richtlijn (EU) 2018/1972 en de mate waarin verlenging het algemeen maatschappelijk, cultureel of economisch belang dient; -b. geharmoniseerde voorwaarden die zijn vastgesteld met technische uitvoeringsmaatregelen overeenkomstig artikel 4 van Beschikking nr. 676/2002/EG; -c. het belang van daadwerkelijke mededinging; -d. het belang van doelmatig frequentiegebruik en -e. de noodzaak om ernstige verstoring van de dienstverlening te voorkomen. - -**4.** Het derde lid is niet van toepassing op vergunningen die niet verlengbaar zijn op grond van bij of krachtens deze wet gestelde regels dan wel aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen. - -**5.** Onze Minister neemt het besluit, bedoeld in het tweede, onderscheidenlijk het derde lid, in de periode tussen vijf en twee jaar voor afloop van de vergunning, met dien verstande dat bij het gebruik van frequentieruimte door of ten behoeve van commerciële media-instellingen als bedoeld in artikel 1.1 van de Mediawet 2008 deze periode tussen vijf en één jaar voor afloop van de vergunning bedraagt. - -**6.** Op de voorbereiding van het besluit, bedoeld in het tweede onderscheidenlijk het derde lid, is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. - -**7.** Onze Minister maakt het besluit, bedoeld in het tweede onderscheidenlijk het derde lid, bekend in de Staatscourant, alsmede de verlengingsperiode en, voor zover dit op dat moment reeds mogelijk is, de voorschriften en beperkingen die bij verlenging zullen worden gewijzigd of aan de vergunning zullen worden verbonden. - -**8.** Een aanvraag om verlenging wordt ingediend binnen een bij ministeriële regeling te bepalen periode. - -**9.** Voorafgaand aan de aanvraagperiode, bedoeld in het achtste lid, maakt Onze Minister in voorkomend geval de regels, bedoeld in artikel 3.15, eerste lid, van de wet bekend. - -**10.** Een aanvraag om verlenging kan worden afgewezen met overeenkomstige toepassing van artikel 3.19 van de wet. - -**11.** Indien de continuïteit van dienstverlening naar het oordeel van Onze Minister in het geding is, kan hij, in afwijking van het vijfde lid, vanaf twee jaar voor afloop van de vergunning een vergunning ambtshalve verlengen voor een door hem te bepalen termijn. Onze Minister maakt tevens met het besluit, bedoeld in de eerste volzin, de regels, bedoeld in artikel 3.15, eerste lid, van de wet, de verlengingsperiode en de voorschriften en beperkingen die bij verlenging zullen worden gewijzigd of aan de vergunning zullen worden verbonden, bekend. Indien bij de verlenging, bedoeld in de eerste volzin toepassing gegeven wordt aan het veertiende lid, kunnen de wijzigingen en toevoegingen bedoeld in dat lid ingaan op een eerdere datum dan die waarop de looptijd van de te verlengen vergunning verstrijkt. - -**12.** Het eerste, tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een vergunning die op grond van de artikelen 3.19a of 3.20 van de wet is verkregen. - -**13.** Vergunningen die zijn verleend met toepassing van de procedure, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, van de wet, worden op aanvraag verlengd, tenzij een doelmatige ordening van het frequentiespectrum zich daartegen verzet. - -**14.** In het geval een vergunning wordt verlengd kunnen de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen worden gewijzigd en kunnen nieuwe voorschriften en beperkingen aan de vergunning worden toegevoegd. - -**15.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels gesteld worden omtrent de verlenging van vergunningen. Deze regels kunnen per te verlenen vergunning verschillen. - -### Artikel 18a - -**1.** Vergunningen die betrekking hebben op geharmoniseerde frequentieruimte voor het gebruik voor draadlozebreedbanddiensten als bedoeld in artikel 49, tweede lid, van richtlijn (EU) 2018/1972, worden verleend voor een termijn van ten minste vijftien jaar. - -**2.** Indien de looptijd van de in het eerste lid bedoelde vergunningen minder dan twintig jaar bedraagt, zijn het derde tot en met het zesde lid van toepassing. - -**3.** Bij het besluit, bedoeld in artikel 3.10, vierde lid, van de wet, worden algemene criteria vastgesteld voor de verlenging ervan tot ten minste een totale looptijd van twintig jaar. De termijn voor het naar voren brengen van zienswijzen over het ontwerp van de algemene criteria bedraagt in afwijking van artikel 3:16, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht drie maanden. - -**4.** De in het derde lid bedoelde algemene criteria hebben betrekking op een doelmatig gebruik van frequentieruimte, het bevorderen van breedbanddekking, van de dekking van transportroutes en van technologische ontwikkeling betreffende draadloze communicatie, de waarborging van de veiligheid van het leven, de openbare orde, de openbare veiligheid, de defensie of de waarborging van ongestoorde mededinging. - -**5.** Uiterlijk twee jaar voor afloop van een vergunning verlengt Onze Minister op aanvraag die vergunning indien uit een beoordeling volgt dat voldaan wordt aan de algemene criteria, tenzij de oplegging van een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete aan de vergunninghouder of het voornemen daartoe vanwege een overtreding van de bij of krachtens de wet dan wel de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen zich naar het oordeel van Onze Minister daar tegen verzet. Artikel 18, negende, elfde en twaalfde lid, zijn van overeenkomstige toepassing. - -**6.** Op de voorbereiding van een besluit tot verlenging als bedoeld in het vijfde lid is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, met dien verstande dat de termijn voor het naar voren brengen van zienswijzen in afwijking van artikel 3:16, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht drie maanden bedraagt. - -**7.** - -Van het eerste tot en met het zesde lid kan worden afgeweken indien een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend: - -a. voor het aanbieden van diensten in een geografisch gebied waar de toegang tot netwerken met hoge snelheid zeer gebrekkig is en voor zover noodzakelijk voor het bereiken van de doelstellingen van artikel 45, tweede lid, van richtlijn (EU) 2018/1972;; -c. voor frequentiegebruik dat kan samengaan met het gebruik voor de in het eerste lid bedoelde draadlozebreedbanddiensten; -d. voor een ander gebruik dan voor de in het eerste lid bedoelde draadlozebreedbanddiensten vanwege het ontbreken van vraag naar de frequentieruimte. - -**8.** Om te bewerkstelligen dat de looptijd van vergunningen, bedoeld in het eerste lid, gelijktijdig verstrijkt met de looptijd van andere vergunningen, kan worden afgeweken van het eerste lid tot en met het zesde lid. - -**9.** Bij besluit van Onze Minister kan ten aanzien van vergunningen als bedoeld in het eerste lid waarop het derde tot en met het zesde lid niet van toepassing zijn dan wel in gevallen waarin toepassing is gegeven aan het zevende lid of het achtste lid, kan artikel 18, derde tot en met elfde lid en veertiende lid, van overeenkomstige toepassing worden verklaard. - -**10.** In het geval een vergunning wordt verlengd overeenkomstig het vijfde lid kunnen de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen worden gewijzigd en kunnen nieuwe voorschriften en beperkingen aan de vergunning worden toegevoegd voor zover dit betrekking heeft op de algemene criteria. - -**11.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels gesteld worden omtrent de verlenging van vergunningen op grond van dit artikel. Deze regels kunnen per te verlenen vergunning verschillen. +**6.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels gesteld worden omtrent de verlenging van vergunningen. Deze regels kunnen per te verlenen vergunning verschillen. ### Paragraaf 3.7. Verplichte overdracht van een vergunning @@ -428,15 +361,6 @@ f. de maatregelen ten behoeve van een ongestoord verloop van de in het eerste li g. de door de vergunninghouder toe te passen methode ter vaststelling van het bod waarvan de uitbrenger in aanmerking komt voor verlening van de vergunning; h. de eisen die worden gesteld met betrekking tot de wijze van betaling van de in onderdeel e bedoelde financiële verplichtingen, en het tijdstip waarop degene aan wie de vergunning wordt overgedragen deze betaling moet hebben verricht. -### Paragraaf 3.8. Overdracht en verhuur van een vergunning - -### Artikel 22a - -De overdracht of verhuur van een vergunning als bedoeld in artikel 3.20, eerste lid, van de wet, respectievelijk artikel 3.20a, eerste lid, van de wet, is niet mogelijk voor vergunningen voor commerciële omroep, voor zover de overdracht of verhuur betrekking heeft op - -a. een gedeelte van een vergunning die betrekking heeft op de frequentieband 87.5 MHz tot 104.9 MHz, en; -b. een vergunning voor gebruik van frequentieruimte die ingevolge het Nationaal Frequentieplan slechts tegelijkertijd met een vergunning voor gekoppelde frequentieruimte kan worden gebruikt, tenzij de overdracht of verhuur beide vergunningen betreft. - ## Hoofdstuk 4. Antenneregister en medegebruik van antenne-opstelpunten ### Artikel 23 @@ -447,8 +371,7 @@ In het antenneregister worden gegevens opgenomen van: a. antennes die zijn geplaatst op een vaste locatie met het doel met een zendvermogen van meer dan 10 dB watt Effective Radiated Power (ERP) uit te gaan zenden; b. antennes die zijn geplaatst op een vaste locatie en die tot een netwerk behoren, indien meer dan de helft van het aantal antennes van het netwerk een zendvermogen van meer dan 10 dB watt ERP heeft; -c. antennes van radiozendamateurs die zijn geregistreerd als gebruiker van frequentieruimte; -d. antennes waarop bij of krachtens artikel 57, tweede lid, van richtlijn (EU) 2018/1972 gestelde regels van toepassing zijn. +c. antennes van radiozendamateurs die zijn geregistreerd als gebruiker van frequentieruimte. **2.** Van het eerste lid zijn uitgezonderd de gegevens van antennes in gebruik bij overheidsorganen die een taak uitoefenen op het terrein van politie, justitie of veiligheid. @@ -456,7 +379,7 @@ d. antennes waarop bij of krachtens artikel 57, tweede lid, van richtlijn (EU) 2 **1.** -In het antenneregister worden voor de antennes, bedoeld in artikel 23, eerste lid, onderdelen a, b en d, de volgende gegevens opgenomen: +In het antenneregister worden voor de antennes, bedoeld in artikel 23, eerste lid, onderdelen a en b de volgende gegevens opgenomen: a. de toepassing van de antenne; b. de hoogte gemeten vanaf het maaiveld tot het geometrische midden van de antenne; @@ -464,8 +387,7 @@ c. de frequentie van de gebruikte toepassing; d. de hoofdstraalrichting van de antenne; e. het zendvermogen van de antenne in de hoofdstraalrichting aangeduid in dB watt ERP; f. de datum van ingebruikname van de antenne; -g. de locatie van de antenne-installatie, onder vermelding van de geografische positie in graden, minuten, seconden volgens het Europees Terrestrisch Referentiesysteem 89 of het World Geodetic System 1984, in ieder geval met een nauwkeurigheid van 15 meter; -h. de verklaring dat de antenne voldoet aan de eisen van de krachtens artikel 57, tweede lid, van richtlijn (EU) 2018/1972 gestelde regels, indien het een antenne als bedoeld in artikel 23, eerste lid, onderdeel d, betreft. +g. de locatie van de antenne-installatie, met een nauwkeurigheid van 15 meter, aangeduid met toepassing van het World Geodetic System 1984. **2.** De gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden aan Onze Minister verstrekt door diegene die de frequentie gebruikt of wil gebruiken. @@ -493,9 +415,9 @@ d. de wijze waarop van de gegevens kennis wordt genomen. ### Artikel 27 -**1.** Bij ministeriële regeling wordt frequentieruimte als bedoeld in artikel 5a.3, tweede lid, van de wet, aangewezen. +**1.** Bij ministeriële regeling wordt frequentieruimte als bedoeld in artikel 3.24, eerste lid, van de wet, aangewezen. -**2.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld als bedoeld in artikel 5a.14, eerste lid, en 5a.15 van de wet. +**2.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld als bedoeld in artikel 3.25 van de wet. ## Hoofdstuk 5. Wijziging diverse algemene maatregelen van bestuur